De laatste tijd kom ik, zowel online als in het echte leven, steeds meer mensen tegen die “het even aan AI gevraagd hebben” of iets dergelijks. Mijn eerste -instinctieve- reactie is vergelijkbaar met hoe je in eerste instantie reageert op iets dat heel erg smerig is. Geen echte angst, maar wel een terugdeinzen en een “hè bah!” gevoel (of een sterkere uitdrukking) en de neiging om weg te lopen.
Ik heb in mijn browsers (zowel mobiel als laptop) een extensie die AI blokkeert in de zoekmachines en mijdt het verder zoveel mogelijk. Ik weet dat het uiteindelijk onmogelijk zal zijn (het zit nu al overal in), maar zover ik er de controle over heb, blijf ik er zover mogelijk bij vandaan. Ik heb een intense afkeer van het hele concept.
Dat komt gedeeltelijk voort uit een levenlang films kijken en boeken lezen waarin AI uiteindelijk altijd de wereld kapot maakt. En nu zullen mensen zeggen: ach ja, dat is allemaal fictie. Dat is waar. Maar er is wél nagedacht over zo’n verhaallijn. En dus is het wel degelijk aannemelijk dat het zo zal lopen.
Zeker als ik de boeken van Asimov lees, zie ik dat zijn inzicht zich steeds verder ontwikkelde (hij was trouwens behalve SF-schrijver ook wetenschapper). Waar hij eerst robots als een logische vooruitgang zag, bedacht hij al snel dat er ingeprogrammeerde wetten moesten komen om te zorgen dat die robots de juiste beslissingen namen als het om de levens van mensen ging. En uiteindelijk was zijn ultieme oplossing* een verbod op alle robots en positronische breinen (wat wij AI noemen).
*voor de Asimov-kenners: ik laat de ontknoping van “Foundation en Aarde” nu even buiten beschouwing – dat heb ik altijd een rare wending gevonden.
Maar mijn afkeer van AI is niet alleen gebaseerd op fictie. Het komt vanuit een veel dieper gevoel. En vandaag kon ik daar eindelijk een klein beetje de woorden voor vinden.
Mensen die dol zijn op ChatGPT en andere AI-tools, vinden het zo gemakkelijk dat dat ding je direct de juiste antwoorden geeft. Maar daar zit nu juist het pijnpunt.
Toen het internet nog in de kinderschoenen stond, was ik dolblij met die ontwikkeling. Mijn IT-echtgenoot volgde alle trends (we zaten in 1990 al op de zogenaamde bulletinboards en hadden in 1993 al internet) en ik volgde vrolijk mee.
In mijn jeugd (sprak oma, ik ben van 1971) moest ik naar de bibliotheek als ik iets wilde weten dat niet, of niet uitgebreid genoeg, in de encyclopedie van mijn ouders stond. En daar stonden dan hopelijk een paar boeken over het onderwerp, maar in een dorpsbibliotheek is de collectie natuurlijk niet heel uitgebreid. De bibliotheek in Gouda, waar echtgenoot en ik de eerste jaren van ons huwelijk woonden, was al wat groter en dat was geweldig. Maar het bleef beperkt.
En toen kwam het internet. En iedereen deelde vrijuit kennis, zeker in het begin, toen je er nog geen geld mee kon verdienen. Het was een enorme bron van informatie. Het maakte niet uit welk onderwerp je interesseerde, er waren altijd wel mensen die erover schreven, documenten die online gezet werden en zelfs hele boeken die te downloaden waren (public domain, geen illegale kopieën). Ineens had ik een gigantische bibliotheek waar ik niet eens naar toe hoefde. Zoveel informatie, zoveel kennis. Ik vond het een fantastische ontwikkeling.
Achteraf gezien was Wikipedia het eerste teken dat er iets mis ging. Want steeds vaker werd alleen die website gebruikt als bron van informatie. Zeker in het begin was dat niet handig, want er stonden veel fouten in. Maar ook nu nog is het heel goed mogelijk dat bepaalde informatie incorrect is, weggelaten wordt, of juist twijfelachtige ideeën als feiten worden neergezet. Maar “het staat op Wikipedia” werd steeds vaker, en wordt nog steeds, gebruikt als argument waarom iets wáár is. Verder zoeken? De feiten controleren? Zelf conclusies trekken? Niet nodig. Iemand anders heeft het allemaal al voor je op een rijtje gezet.
Hetzelfde gebeurt nu met ChatGPT en soortgelijke programma’s. AI zegt het, dus het zal wel waar zijn. En o ja, je moet het eigenlijk wel even controleren, zeggen mensen plichtmatig om aan te geven dat ze écht wel weten waar ze mee bezig zijn, maar dat doen ze dus niet.
En dus zijn we nu terug op het niveau van de encyclopedie van mijn ouders en de dorpsbibliotheek.
Of nee, eigenlijk zelfs nog verder terug. Terug naar de tijd waarin de gewone man maar moest geloven dat de dokter, de dominee en de notaris de wijsheid in pacht hadden.
Het verschil is dat die mensen geen mogelijkheid hadden om zelf te onderzoeken of het allemaal wel klopte wat dokter, dominee en notaris beweerden. Wij hebben die mogelijkheid wel, meer dan ooit zelfs, maar we geven het vrijwillig op.
En dat noemen we vooruitgang?
P.S. Ik weet dat er nog veel meer aspecten van AI zijn, met de bijbehorende gevaren, maar als ik op alles in moet gaan, wordt dit stukje onleesbaar lang. Vandaar dat ik het hier vooral over de “zoekt informatie voor je” kant van AI heb. Misschien komt er later nog een deel 2…

Zelf moest ik ook niets van AI hebben. Het was mijn jongste zoon die me erop wees dat het toch ook echt wel goede dingen biedt. Tegelijkertijd heb ik een dochter in huis die er fel tegen is. Zo laveer ik tussen de twee verschillende standpunten. Ik zie zeker de gevaren en nadelen, en ik zie ook de mogelijkheden mits zorgvuldig gebruikt.
O, dat lijkt me lastig, twee standpunten in één huis. Maar ook wel verrijkend, zo blijf je nadenken in plaats van een vast pad te volgen. 😉
Er zijn zeker wel mogelijkheden, maar naar mijn mening zijn er meer nadelen dan voordelen.
Dit blogje had ik zelf kunnen schrijven. Ik neem op dit moment ook zoveel mogelijk afstand, maar besef dat er een moment zal komen dat dat niet meer kan. Ik griezel als mensen AI (als in ChatGPT en zo) hun ‘nieuwe vriendje’ noemen… Ikzelf geloof tegenwoordig alleen nog wat ik hoogstpersoonlijk zie, hoor en ervaar in mijn eigen omgeving. ‘Nieuws’ lees of luister ik al jaren niet meer, al krijg ik af en toe wel wat mee van manlief. Maar we leggen inderdaad voor alles de verantwoordelijkheid buiten onszelf, en tegenwoordig ook voor denken… verontrustend. Alsof iedereen zo snel mogelijk mens-af wil zijn
Ja, “vriendje” brr… Er schijnt zelfs een AI wearable (een hanger aan een ketting) die “Friend” heet en daar speciaal op inzet. Jouw laatste zin “Alsof iedereen zo snel mogelijk mens-af wil zijn” Ja, dat!
Een AI wearable? Verschrikkelijk… 🫣😧
I’m a librarian at an academic library, so AI is a big topic for us of course.
Seeing how people struggle with recognizing what is AI and what not and believing everything without checking for themselves or often enough without so much as a shred of common sense – even in an academic environment – and even wanting to believe although they should know better makes me nervous about our future.
I use very little AI and if I do (the same goes for Wikipedia, by the way), I use it merely as a base, for example in a translation which I then edit or to guide me to original sources which I can then use. I have never used ChatGPT, I’d rather make my own and personal mistakes than using those of AI.
Well, and as an artisan I hate AI “art” even more.
Oh yes, “art”… I agree. That’s not art. Art comes from human emotion.