Vrijdagavond reed ik op een donker bosweggetje richting de camping. Ik wist dat er een donkerblauw busje voor mij reed. Eigenlijk had ik ze zelfs voor laten gaan, want meestal rijden mensen daar veel harder dan ik. Inhalen kan er niet, en ik heb een hekel aan mensen die achter me zitten te haasten.
Ik reed dus achter het busje aan en hield zoveel mogelijk afstand, zodat ik mijn grootlicht aan kon laten staan. We hebben ooit bijna een wild zwijn aangereden op dat weggetje, dus ik zie graag wat er aan de rand van het bos gebeurt.
Het busje ging echter steeds langzamer rijden en uiteindelijk stopten ze op een plek waar ik er echt niet langs kon. Vervolgens gingen de deuren open en stapten er meerdere mannen uit.
Ja, best eng. Ik bleef kalm. Maar ook heel voorzichtig. Zelfs toen ik zag dat ze verkleed waren als Sint en Pieten, want dat zegt niets tegenwoordig.
Ze klopten op mijn raam en ik deed hem op een heel klein kiertje open zodat ze hun handen niet naar binnen konden steken (de deur zit als de motor draait automatisch op slot tot je hem van binnenuit opent). Of ik mijn grootlicht uit wilde doen, want de Stuurpiet had er last van. Op die afstand? Daar heb je de nachtstand op je spiegel voor, volgens mij. Op Curaçao rijden we ook regelmatig op donkere wegen en ik heb alleen last van grootlicht bij tegenliggers, nooit van mensen achter me.
Maar ach, vooruit. Geen probleem. Een van de pieten probeerde nog wat kruidnoten door de kier te wurmen, maar ik zei dat ik niet tegen gluten kon. Dat was niet waar; eigenlijk zijn de gluten in kruidnootjes zowat het enige waar ik wél tegen kan, maar het is eenvoudiger dan uitleggen dat melk en suiker een probleem vormen. Bovendien was er geen haar op mijn hoofd die eraan dacht dat raam verder open te doen, want ik vertrouwde het nog steeds niet helemaal.
Vijf minuten later draaiden ze voor me uit het parkeerterrein bij de camping op. Daar concludeerde ik dat de Stuurpiet niet heel goed kon rijden met die bus, want achteruit steken (de slagboom ging niet open zonder kaartje – duh!) en parkeren was erg lastig voor hem. Het duurde even, want toen hij eindelijk stond, konden de andere Pieten er niet meer uit en dus moest hij weer naar voren. Inmiddels durfde ik te ontspannen, want een van die andere Pieten was zo’n twaalf jaar oud en hadden blonde vlechten. En er waren er nog een paar van die leeftijd bij.
De man in de auto achter mij (die zijn grootlicht gewoon aanhield toen hij dichterbij kwam) werd ongeduldig. Ik niet, maar ik was wel blij toen ze eindelijk aan de kant gingen en ik met mijn kaartje het terrein op kon. Ze vroegen nog of ze niet achter me aan konden rijden, maar toen ik zei dat je ook een kaartje nodig had om eráf te komen, gingen ze toch maar lopen. Ik denk dat ze naar een bijeenkomst in de feestzaal midden op de camping moesten; het parkeerterrein stond ook erg vol. Het was niet heel goed geregeld allemaal.
Maar als ik die lui ooit nog zie, zal ik ze vertellen dat ze dat nóóit meer moeten doen; een vrouw alleen tegenhouden op een smal, onverlicht bosweggetje. Ik was niet echt bang, maar achteraf gezien was het niet gek geweest als ik de politie had gebeld, of met pepperspray aan de gang was gegaan…

Eigenlijk is het toch te gek voor woorden hè, dat dat tegenwoordig niet meer ‘handig’ is om te doen: een vrouw alleen laten stoppen op een onverlicht bosweggetje. Het zegt wel iets over het wantrouwen en de angst waarin onze maatschappij dreigt te verdrinken – ook al was JIJ dan niet echt bang. En hadden ZIJ gelukkig ook helemaal geen kwaad in de zin, laat staan enig idee van jouw gedachten. Maar we praten elkaar wat angst aan, op grond van incidenten die uitgebreid in het nieuws komen, terwijl alle keren dat er geen vervelende dingen gebeuren, dat niet de kranten haalt…
Enne… ik had je misschien ook wel laten stoppen. Als nachtblinde chauffeur ben ik ook erg gevoelig voor grootlicht achter me (én van tegenliggers). Daar helpt geen nachtstand aan 😉
Ik moet toegeven dat ik dat soort dingen ook bedacht heb. Zijn we niet té bang?
Op Curaçao zijn meerdere toeristen overvallen door mensen die zogenaamd met pech langs de kant stonden. Dus stop ik nooit meer om iemand te helpen. Je weet het tenslotte nooit. Maar helemaal goed voelt het niet.
Aan de andere kant is voorzichtig zijn ook belangrijk.; err zijn nu eenmaal slechte mensen op de wereld. En dat is van alle tijden. Je kon in de Middeleeuwen ook beter niet in het donker aan de wandel gaan.
Nee, da’s waar, daar heb je helemaal gelijk in. Maar het is wel triest te moeten constateren dat de goeien (dus) altijd lijden onder de slechten, en dat iemand met échte pech helpen geen optie meer is 😞 je zult daar maar staan… Je moet op Curaçao dus zorgen dat je er NIET als een toerist uitziet, dan valt er ook niks te overvallen
O, jeetje. Ik zou echt met een ei in mijn broek hebben gezeten. Gelukkig dat niks is gebeurt..
Ja, het was achteraf gezien best griezelig, maar het liep goed af.