Geertrude blogt

Menu
  • Contact
  • Over mij
  • Privacy
Menu

Auteur: Geertrude Verweij

Huishoudelijke mededeling

Geplaatst op 07/12/2024 door Geertrude Verweij

Ik heb mijn blog zojuist verhuisd van het oude blogspotadres naar deze nieuwe site. Ik heb mijn hele archief meegenomen en als het goed is zijn de reacties ook meegekomen.

Ik moet nog wel wat bijschaven aan de blogposts en de foto’s, maar dat ga ik de komende tijd stukje bij beetje doen. Bij voorbaat dus alvast excuses voor rare layouts, dubbele of ontbrekende foto’s en gebroken links. Ik ben er mee bezig…

Foto door Fernando Arcos

een vol hoofd

Een vol hoofd

Geplaatst op 05/12/202407/12/2024 door Geertrude Verweij

Ik zit hier achter mijn toetsenbord te visualiseren dat er straks een briljant stukje uit mijn vingers gaat stromen. Nou ja, dat is eigenlijk ook niet waar. Dat zou nog betekenen dat ik me op mijn blog en het stukje dat ik gisteren al had moeten schrijven zou concentreren. Maar de waarheid is dat er in mijn toch al volle hoofd allerlei andere dingen om aandacht vragen.

Dat ik een dag te laat ben, irriteert me mateloos. Want dat was niet omdat ik het te druk had, maar eigenlijk vooral omdat ik in de war was met de dagen. Ik ga normaal gesproken op dinsdag boodschappen doen en op woensdag schrijf ik mijn stukje dat donderdag gepost moet worden. Tenminste, zo deed ik dat de afgelopen weken, want ik doe nu wel alsof ik al jaren zo werk, maar ik ben nog steeds bezig om de routine op te pakken en vast te houden. Maar toch. Ik ging dinsdag géén boodschappen doen. Er was een protestmars gepland die precies de route zou volgen die ik ook moest nemen. En ook nog op de tijd dat ik daar langs zou komen. Volgens twee van de nieuwssites tenminste. Volgens de derde nieuwssite was het pas om twaalf uur. Maar dat las ik pas toen het al half tien was en dan zou ik er alsnog midden in gezeten hebben. Achteraf had ik best kunnen gaan, want die protestmars is zo slecht bezocht, dat er verder helemaal geen nieuws over is geweest.

Maar goed, ik ging dus woensdagochtend pas boodschappen doen en zat woensdagmiddag achter mijn computer te rommelen met het verhuizen van dit blog en het opzetten van de website waar alles dan heen moet. Ja, ik weet het… alweer. Maar ik heb drie blogs en die draaien allemaal ergens anders. Ook niet handig. Maar nu twijfel ik weer, want blogspot voelt zo lekker vertrouwd en blijkbaar heb ik dat nodig om te kunnen schrijven. En het kost toch wel heel veel tijd om alles te regelen. Maar goed. Daar was ik dus mee bezig. Niet met het schrijven van een stukje. En ik bedacht pas dat ik dat had moeten doen, toen de dag voorbij was. Nu kan ik natuurlijk best ‘s avonds nog even naar boven lopen en een stukje schrijven, maar dat zat er niet meer in. Ik was moe.

Dan maar iets te laat, dacht ik. Maar vandaag is de helft van mijn brein bezig met koken. Ik moet namelijk een soepje maken voor de lunch, want die is op. Ik weet het, het klinkt raar. Wie eet er nu soep in de tropen en dan ook nog op het heetst van de dag?
Wij dus. Extra vocht, extra zout, bevalt ons prima. Maar dan moet ik wel zorgen dat er soep is. En als ik daar dan toch mee bezig ben, moet ik meteen de groentela beetpakken. Ik heb een hoop groente gekocht om in te vriezen. Dat is altijd handig voor als we een paar weken in Nederland geweest zijn.
Nou ja, dat is eigenlijk gewoon altijd handig. Als ik de hele dag vermoeiende dingen gedaan heb, heb ik niet altijd puf om groente te snijden. Een paar bakjes uit de vriezer pakken is dan ideaal. In Nederland koop ik gewoon die zakjes voorgesneden gemengde groente en vries die in, maar dat verkopen ze hier niet echt en als het er is, is het heel slechte kwaliteit. Zelf snijden werkt beter. Maar je moet er wel even tijd voor maken.

En als ik dan toch bezig ben, meteen wat eieren kloppen en invriezen. Ja, dat kan. Het ziet er een beetje vreemd uit als je het ontdooit hebt, maar je bakt er keurige omeletten mee. En aangezien wij ontbijten met eieren, is dat ideaal voor de dagen na een reis naar Nederland. Hoef ik niet meteen de dag na aankomst (of nog erger, de dag ván aankomst) boodschappen te doen.

Verder gaan we over een week al weg. Ik moet de boekhouding en de belastingen nog doen voor die tijd en wil eigenlijk nog van alles in het huis en de tuin doen voor we gaan. O, en ik moet nog een truitje afbreien.

Dat laatste loopt ook al niet erg soepel. Ik was drie weken geleden al klaar met het lijfje, maar ik twijfelde heel erg over de maat. Uiteindelijk toch de dochter maar geappt en gevraagd of zij een truitje dat de kleinzoon goed past wil opmeten (of het kind zelf, maar dat valt niet mee bij een actieve dreumes). Het bleek dat ik gelijk had. Veel te klein. Uithalen en opnieuw beginnen dus. Sinds ik dat gedaan heb, is de motivatie een beetje weg. Maar ik heb nu ook min of meer beloofd dat er een truitje komt. Dus het moet af. En…

Pff. Ik moest heel even stoppen met schrijven om wat zakelijke dingen voor echtgenoot uit te zoeken (ik ben ook nog steeds zijn boekhouder/secretaresse/office assistent) en lees nu terug wat ik geschreven heb.

Wat een gezeur.

Allemaal luxe problemen.

Ik zou blij moeten zijn dat ik elke dag een goed gevulde soep kan eten en een koelkast vol verse groente is ook iets om dankbaar voor te zijn. Net als voor de vrijheid om een hele middag met websites en blogs te rommelen, de ongelooflijke luxe om meerdere keren per jaar in het vliegtuig te stappen om kinderen en kleinkinderen te knuffelen en het waardevolle “bezit” van een gezond en goed groeiend kleinkind waarvoor je een truitje mag breien.Ik moest me schamen met mijn geneuzel over volle hoofden en drukte!

Zo. Dat was even een geestelijke schop onder mijn kont. En nu ga ik dit (alles behalve briljante) stukje posten en dan lekker in de keuken rommelen, breien en de rest van mijn werk doen. Ik heb nog een hele week voor het af moet. Dat lukt best. Zeker als ik geen tijd verspil aan piekeren en mopperen over hoeveel ik nog moet doen.

Foto door energepic.com

Het begon met een oude foto

Geplaatst op 28/11/202405/12/2024 door Geertrude Verweij

“Dit is het soort project dat blijft groeien tot het zo groot wordt dat ik het niet meer kan overzien,” verzuchtte ik. Min of meer tegen dovemansoren, want echtgenoot had het druk met belangrijke zaken. Meer dan een meelevend “Tja..” kreeg ik niet als antwoord.
Niet dat ik echt een antwoord verwachtte. De waarheid zou wel erg hard zijn. Want natuurlijk is dit helemaal mijn eigen schuld. Maar ja. Ik hou niet van losse eindjes en dat blijkt niet handig te zijn in dit geval.

Laat ik even bij het begin beginnen. 

Toen mijn vader twee jaar geleden verhuisde naar een verzorgingshuis, hielp ik hem met het uitzoeken van al zijn spullen. Dat was een enorme klus, maar ik deed het graag. Wat hem dierbaar was, gaven we een plekje in zijn nieuwe kamer en de rest werd verdeeld onder kinderen en kleinkinderen.
Foto’s vallen in onze familie absoluut in de categorie dierbaar. Dus stopte ik alle losse, oude foto’s die ik vond bij elkaar in een doos. Er was één foto die me opviel. Een portret van een vrij jonge vrouw. Ze intrigeerde me, maar ik had geen idee wie ze was, dus vroeg ik dat aan mijn vader. Het bleek mijn overgrootmoeder Jannetje te zijn. Ik had nog nooit van haar gehoord.

En dat zette me aan het denken. Het zou niet lang meer duren voor die doos zou alleen maar foto’s van “geen idee wie dat zijn” zou bevatten. En dat vond ik jammer. Dus verzonnen mijn vader en ik samen het plan om al die oude foto’s te digitaliseren, er de juiste namen en data bij te zoeken en er dan een fotoboekje van te maken. Ik schreef me in op een website voor stambomen waar een nicht van mijn vader al heel wat uitzoekwerk had gedaan en vond daar een schat aan informatie. Er moest ook nog ergens een kopie zijn van het stamboomonderzoek dat mijn opa van moederskant had gedaan, dus ik hoefde niet met niets te beginnen.

Ja, geweldig plan. Maar de realiteit was dat zowel mijn vader (die verhuisde tenslotte niet voor niets naar een verzorgingshuis) als ik de afgelopen twee jaar veel ziek geweest zijn. Bovendien woon ik nu eenmaal niet om de hoek. En als we dan tijd samen doorbrachten, waren er zoveel andere dingen te bespreken. Dus bleef het project liggen.

Een van de laatste dingen die ik tegen hem zei was: “Wordt maar gauw beter. Nu ik hier de hele maand nog blijf, kunnen we eindelijk eens iets met die foto’s doen.”
Hij lachtte en zei: “Ik doe mijn best.”
Ik denk dat we allebei heel goed wisten dat we onszelf voor de gek hielden. Hij stierf twee dagen later. 

De oude foto’s en andere oude documenten kwamen bij mij in het vakantiehuisje terecht en ik deed mijn best om zoveel mogelijk in te scannen voor we terug naar Curaçao gingen.

De eerste paar weken hier liet ik het even liggen, maar nu ben ik er weer vol ingedoken. Het doet elke keer even pijn dat ik dit nu in mijn eentje doe, maar ik wil het wel heel graag afmaken.

Alleen.. die losse eindjes. Als je eenmaal in de wereld van stambomen duikt, zijn er altijd losse eindjes. Zo had ik bedacht te beginnen met de generatie van mijn overovergrootvader. Van hem heb ik een (slechte) foto, van de andere vijftien uit die generatie is er niets. Maar toch wilde ik van alle zestien de gegevens op een rijtje hebben. En dan wil je dus ook hun ouders kunnen noemen en wanneer leefden die precies? En hoeveel broers en zussen hadden ze eigenlijk?
Het is allemaal te vinden, als je maar hard genoeg zoekt. Ik heb een gezond (vind ik) wantrouwen tegen “lekker makkelijk”, dus de stamboomwebsite met zijn automatische matches heb ik even aan de kant gezet (ik zag al wat dingen die echt niet kloppen). Ik zoek in digitale archieven naar geboorte-, huwelijks- en overlijdensaktes. Van 32 mensen, want ineens zat ik toch nog een generatie terug. En hoewel ik mezelf bleef voorhouden dat het om die foto’s ging, niet om de complete stambomen zover mogelijk terug, maak ik het mezelf steeds ingewikkelder. Want als ik zie dat er in één jaar drie mensen uit een gezin overleden zijn, ga ik zoeken of daar een historische oorzaak voor is (ja dus – er was toen een cholera epidemie). En dan bedenk ik dat ik eigenlijk een tijdlijn zou moeten maken waarin ik de link leg tussen familiehistorie en landelijke gebeurtenissen…

Zoals ik al zei… het is zo’n project dat blijft groeien. Daarom heb ik mezelf eens streng toegesproken. Ik ga nu eerst die foto’s uitzoeken en dat boekje maken. Dan is dat uit mijn hoofd, want ik blijf me schuldig voelen dat ik dat niet samen met mijn vader heb kunnen doen.

En daarna? Ach, genealogie is een leuke hobby.

Foto door Suzy Hazelwood

Ouder

Geplaatst op 21/11/202405/12/2024 door Geertrude Verweij

 “Tja, je wordt ook een dagje ouder, mama,”zei mijn dochter. 

Dat was een reactie op een klaagzang van mij over mijn slechte conditie en mijn frustratie over het feit dat ik zo vaak te moe was om alles te doen wat ik wilde doen. Want dat is gewoon zo.
Volgens mij is dat erger geworden sinds ik vorig jaar in december dengue kreeg en in januari, toen ik me net wat beter begon te voelen, er nog gezellig corona aan toe voegde. Bovendien ben ik door alle stress rond de ziekte en het overlijden van mijn vader aan het emotie-eten geslagen en daardoor heel wat kilo’s aangekomen. Daar word je ook niet fitter van. Dus. Dat heeft allemaal niets met de leeftijd te maken. Denk ik.

Het ergste is dat die opmerking me twee decennia terug in de tijd voerde. Toen was ik dertig en toen zei ik tegen mijn moeder, die verzuchtte dat ze zo weinig gedaan kreeg op een dag: “Je wordt ook een dagje ouder, mama.” 

Ik snap nu pas dat ik dat misschien beter niet had kunnen zeggen. Dat is niet wat je wil horen. Maar aan de andere kant is het in de ogen van een dertigjarige een volkomen logische conclusie. En eigenlijk nog gewoon wáár ook. Ik ben geen twintig meer. En ook geen dertig. Zelfs geen veertig. Oef… wrijf het maar in. 

Toch denk ik weleens dat wat me dwars zit vooral mijn perceptie is, mijn eigen idee over hoeveel ik doe en zou moeten doen. Toen ik vijfendertig was, had ik drie puberende kinderen, een man die net een eigen bedrijf begonnen was, een zeer rommelig huishouden in een oud huis dat we altijd aan het verbouwen waren en twee banen. Verder worstelde ik mijn hele leven al met periodes van extreme vermoeidheid. Ik vond het toen dus niet meer dan logisch dat ik hier en daar wat steken liet vallen. Je kunt nu eenmaal niet alles doen, was mijn motto. Net als “goed genoeg is ook goed”. Ik deed wat nodig was in huis en de rest als ik tijd en zin had. De tuin vond ik leuk, maar ik besteedde er echt geen uren per dag aan. Dan maar niet perfect. Als er maar wat bloemetjes groeiden was ik tevreden. Ik had toen ook weleens het frustrerende gevoel dat ik achter de feiten aanrende en dat ik méér zou moeten doen, maar over het algemeen was ik vrij realistisch over wat ik kon doen in een dag.

Maar nu… oké, ik heb nog steeds een oud huis waar we altijd aan het verbouwen zijn. Dat wel. Maar we wonen er maar met z’n tweeën, want die pubers hebben nu hun eigen rommelige huishoudens. Die man heeft dat bedrijf inmiddels al zo lang dat we niet anders meer weten en ik heb geen werk buitenshuis. En dus accepteer ik geen vallende steken meer van mezelf, ondanks het feit dat ik niet op wonderbaarlijke wijze genezen ben van die vermoeidheid. Dat huis moet perfect schoon, de tuin moet onkruidvrij en prachtig aangelegd. Ik moet meer bloggen, boeken lezen, boeken schrijven, breien, naaien, muren schilderen en honderdeneen andere projecten beetpakken. Want ik heb toch tijd zat. Dat ik dagen van minstens dertig uur (zonder de nachten) nodig zou hebben om alles te doen wat ik wil doen, doet er niet toe. Ik ben nooit echt tevreden met wat ik doe op een dag.

Neem gisteren. Ik werd moeilijk wakker en had last van spierpijn. Geen goed teken. Maar het was mijn vaste schoonmaakdag. Dat houdt in dat het bed verschoond moet worden en het hele huis gestofzuigd en gedweild. En eigenlijk moeten de badkamers ook meteen een beurt en de planten water. 

Ondanks mijn spierpijn begon ik met de slaapkamer. Ik vertelde mezelf dat ik best een beetje minder mocht doen die dag, als ik het ergste stof maar verwijderde. In theorie betekent dat het filter van de airco schoonmaken, het matras en onder het bed stofzuigen en de bladen van de plafondventilator afstoffen. En natuurlijk het bed verschonen. 

In de praktijk haalde ik ook meteen de stoffer over de muren en de plafonds, het raamkozijn en de randjes van het bed (meer meubels staan er gelukkig niet), gooide ik het beddengoed meteen in de was (wat betekende dat ik het een paar uur later aan de lijn moest hangen) en haalde ik ook even een dweil over de vloer. En omdat ik toch de stofzuiger gepakt had, deed ik meteen het hele huis wel even. Hetzelfde gold voor die dweil. 

Ik was inmiddels al vergeten dat ik het een beetje minder mocht doen van mezelf en zag steeds meer dingen die ik “nog even” moest doen. En toen ik ‘s middags moest toegeven dat het lichamelijk wel een beetje op was, schoof ik achter de computer met het idee dat ik even een paar blogjes voor de hele week ging voorbereiden (ik heb drie blogs), de boekhouding ging bijwerken en als ik dan toch bezig was, moest ik eigenlijk ook die fotoboekprojecten eens echt beetpakken. En ik was dus heel erg boos op mezelf toen ik te moe bleek te zijn om me waar dan ook op te concentreren.

Zoals ik al zei… mijn perceptie van wat ik kan doen in een dag zit er vaak een beetje (understatement!) naast. 

Blijkbaar word ik wel ouder, maar niet wijzer.

Foto door Andrea Piacquadio

 

Natuurverschijnselen

Geplaatst op 14/11/202405/12/2024 door Geertrude Verweij

 Ik heb een beetje moeite met het verzinnen van een stukje vandaag. Slecht geslapen, heel vroeg opgestaan vanwege werk dat echtgenoot moest doen voordat iedereen wakker werd. En ik had nog niet eens een onderwerp verzonnen. Maar ik wil wel graag in het ritme van iedere week een stukje blijven. Zullen we het dan maar over het weer hebben? Altijd een dankbaar onderwerp, tenslotte.

Het weer hier op het eiland is definitief omgeslagen. Van heter dan normaal naar “toch wel erg veel regen”.  We lijken wel Nederlanders, altijd klagen over het weer.

Maar het is dan ook wel erg nat. En donker. En… koud? Nou ja. Dat niet. Truien hoeven we nog niet aan te schaffen. Maar het is wel lekker fris. Zo’n 29 graden overdag en ‘s nachts daalt de temperatuur naar 25 of 26 graden. Tijdens de buien is het ook vrij koel (26, 27 graden dus). Tja, het is maar wat je gewend bent…

Tussen de buien door is het over het algemeen nog wel lekker zonnig. Zo erg is het allemaal niet. En gelukkig heeft het niet meer zo extreem geregend als het begin mei deed. 

Toen was de weg naar ons huis letterlijk weggespoeld. En de oprit ook. Het voordeel van onverharde wegen is dan wel dat je het met een loader (graafmachine) vrij simpel weer glad kunt maken. Maar dat wist iedereen op het eiland. Het heeft even geduurd voor we er een gevonden hadden die bij ons wilde komen. En ik zeg wel “we”, maar ik bedoel de eigenaar van het apartementencomplex naast ons, die heel wat mensen kent op het eiland en ook een stuk meer overwicht heeft dan die twee paniekerige Nederlanders die hun erf niet meer kunnen verlaten. Want zo erg was het. Het gat recht voor ons hek was een halve meter diep en je kon er niet veilig omheen rijden, want er waren ook twee geulen van dertig centimeter diep. Maar goed, dat was vrij snel allemaal weer opgelost.

Nu regent gewoon hard en vrij regelmatig. Niets om je zorgen over te maken. Gewoon, flooding in the usual places, zoals Meteo dat altijd zo mooi uitdrukt. De tuin vindt het heerlijk. Alles groeit nog harder dan het al deed. Wat niet handig is, want ik ben juist – tussen de buien door – druk bezig met het uitdunnen van mijn oerwoud. Maar het groeit achter mijn rug gewoon weer terug allemaal. Ach ja, het houdt me van de straat zullen we maar denken.

O, nu we het toch over natuurverschijnselen hebben… Twee weken geleden hadden we een aardbeving. Dat was wel even schrikken. Het was maar een kleintje (3,5 op de schaal van Richter), maar het is toch een raar gevoel als je ineens zit te schudden in je stoel. En het geluid, heel vreemd was dat. Ik probeer het te omschrijven, maar het lukt niet erg. Zoiets als onweer in de verte, maar dan onder je voeten. Zo raar! 

Gelukkig was er geen schade op het eiland. Tenminste, bij ons zijn twee scheuren die al in de vloer zaten toch wel wat breder geworden. Maar die vullen we wel weer op. Het huis staat nog en er is niemand gewond, dat is het belangrijkste. En volgens de statistieken zijn aardbevingen hier zeldzaam. Aangezien dit de tweede al was dit jaar, zijn we er voorlopig weer van af. 

Of werkt dat niet zo? 😉

eigen foto

Niet plassen in de vuilnisbak

Geplaatst op 07/11/202405/12/2024 door Geertrude Verweij

 “Wat staat daar?”

Echtgenoot wees naar een papier dat aan de balie bij ROP (Ruimtelijke Ordening en Planning) hing. We zaten daar te wachten tot we aan de beurt waren. Hoewel veel van de mededelingen aan het prikbord zowel in het Engels als in het Papiamentu* waren, hadden ze van dit briefje alleen de Papiamentu versie hangen.

Soepel vertaalde ik: “Wij hebben een achterstand in ons werk door te weinig personeel. We doen er alles aan om u zo snel mogelijk van dienst te zijn. Bedankt voor uw begrip daarvoor.” (of zoiets, ik heb het niet woordelijk onthouden).

Lachend voegde ik eraan toe: “Niet dat je kunt controleren of dat er echt staat. Ik kan je van alles wijs maken…” De man die naast ons zat, was te dronken (of ziek – hij liep wankel en praatte onduidelijk) om zich met het gesprek te bemoeien, dus van hem hoefde ik geen bevestiging van mijn vertaling te verwachten. Maar echtgenoot zei dat hij met mijn vertaling de woorden ook herkende en dat het sowieso logisch klonk. 

Gelukkig maar, want een uurtje eerder had ik toch hard getwijfeld aan mijn kennis van het Papiamentu. Ik was bij de SVB (we deden een rondje “dingen regelen”) even naar het toilet geweest. Daar hing een bordje dat volgens mij alleen maar vertaald kan worden met “niet plassen in de vuilnisbak”.
Maar dat roept allerlei rare gedachten bij me op. Bovenal lijkt het me logisch. Dat doe je gewoon niet als er een keurige toiletpot met bril is. Waarom moet je dan speciaal een bordje maken om te melden dat het niet mag? Het was nog een damestoilet ook. Van een man kun je nog verwachten dat hij ergens anders op richt, maar welke vrouw gaat er met haar achterwerk boven de vuilnisbak hangen om… Nou ja, laat maar. Sommige dingen zal ik nooit goed snappen, hoe ver ik ook ingeburgerd raak. 
Voor de kenner: er stond “no pishi den baki di shushi” – ik kan er echt niets anders van maken.

Maar dat terzijde. Dat ze bij ROP een achterstand hadden wisten we al. Toen we onze documenten en tekeningen voor de aanvraag van onze bouwvergunning inleverden, vroeg ik hoe lang het ongeveer ging duren.
“We hebben een achterstand. We bellen u als het klaar is,” zei de dame achter de balie. 
“Maar waar moet ik aan denken?” vroeg ik – heel Nederlands. “Weken, maanden?”
“We hebben een achterstand. We bellen u als het klaar is,” herhaalde de dame.
Oké. Duidelijk. Geduld is een schone zaak.

Maar inmiddels waren we ruim een jaar verder. En we hadden nog steeds niets gehoord. Dan ga je je toch afvragen of er niet iets misgegaan is.
En zo vroeg ik het dus ook, toen we aan de beurt waren. “Klopt het dat we nog niets gehoord hebben?”
Ze ging het controleren. We stonden in ieder geval in het computersysteem. Dat scheelde. “Ze zijn er mee bezig.”
“Dat is fijn,” zei ik. “Hoe lang nog ongeveer? Een paar maanden?” Ik wilde niet onbeleefd en ongeduldig overkomen, maar het is wel fijn om een beetje te weten waar je aan toe bent.
Ze gaf geen antwoord, maar noteerde ons nummer. “Ik ga melden dat u geweest bent,” zei ze.

Dat is alvast goed nieuws. Hopelijk gaat de betreffende medewerker dan op zoek naar ons dossier, zodat het boven op de stapel komt.

Tenminste, als deze afdeling net zo werkt als de afdeling waar we een paar jaar geleden iets anders aan moesten vragen. Ook toen hadden we al een redelijke tijd geduldig gewacht. Dat vond men daar ook. We mochten meekomen naar het bureau van de man die het moest regelen. Hij bood ons gastvrij zitplaatsen aan en ging ijverig op zoek naar onze aanvraag in de stapel papieren op zijn bureau. Daarmee gooide hij de volgorde totaal door elkaar, maar dat was blijkbaar al vaker gebeurd, want wij lagen zo goed als onderop en ik kon zien veel andere aanvragen nieuwer waren. Die stapel was bepaald niet op volgorde van binnenkomst. Ik vraag me dan af of je op die manier ooit aan de beurt komt, tenzij je – voorzichtig en na een flinke tijd geduld hebben, want anders ben je een onbeleefde Nederlander – vraagt of er al nieuws is. Toen ons dossier eenmaal gevonden was, werd de aanvraag direct geregeld.

Dus. Wie weet hebben we over een tijdje een bouwvergunning. Als het mee zit.

Maar ik heb in ieder geval weer even mijn Papiamentu in de praktijk kunnen oefenen. Dat is ook wat waard. Hoewel… ik had liever niet geoefend met die mededeling over die vuilnisbakken, want nu vraag ik me in elk openbaar toilet van alles af…

*De officiële talen op Curaçao zijn Nederlands, Engels en Papiamentu. De huidige tendens is toch wel een beetje het Nederlands te laten vallen. 

foto van Pavel DanilyukFoto door Pavel Danilyuk: https://www.pexels.com/nl-nl/foto/kantoor-werkplek-werkplaats-documenten-7654588/Foto door Pavel Danilyuk: https://www.pexels.com/nl-nl/foto/kantoor-werkplek-werkplaats-documenten-7654588/

Avontuur

Geplaatst op 30/10/202407/12/2024 door Geertrude Verweij

 Ik was halverwege mijn boodschappenrondje en op de terugweg van Zeelandia naar de westkant van het eiland. Terwijl ik de Julianabrug opreed, vertelde ik mezelf dat er geen enkele reden was om naar de kringloop te gaan. Ik had de week ervoor nog 18 boeken gekocht bij de Boekenbank (als je wil weten welke: een gedetailleerd verslag staat op mijn leesblog). En de paar kleine dingen van mijn vader die ik had meegenomen uit Nederland had ik nog niet eens een echte plek in mijn huis gegeven. Geen enkele reden om boeken of dingen te kopen dus. Genoeg is genoeg. Heel verstandig geredeneerd. 

Maar toen realiseerde ik me ineens dat ik ook niet naar een kringloop ga om dingen te kopen. Ik ga erheen omdat het een avontuur is. Je weet nooit wat je vindt en dat maakt het zo leuk. En avontuur kan ik altijd wel gebruiken. Het mag dan heel avontuurlijk lijken om op Curaçao te wonen, maar na ruim vijf jaar is dat voor mij heel gewoon. En verder maak ik ook niet echt veel mee.

Dus nam ik toch de afslag. 

Ik parkeerde op parkeerplaats naast het politiebureau en wandelde door de smalle steeg naar de kringloopwinkel, me ondertussen afvragend of ze wel open waren. Gelukkig zag ik al snel de deuren uitnodigend open staan. 

Zoals gewoonlijk liep ik eerst naar boven. Deze kringloop is gevestigd in een oud pand met twee verdiepingen en zonder airco. Ik begin dus op de warmste plek en ga dan naar beneden. Andersom heb ik vaak geen puf meer om de laatste trap naar de bovenste verdieping te nemen. En daar liggen zowel de boeken als het glaswerk, dus daar moet ik juist heen.

Het glaswerk viel tegen deze keer. Geeft niet, ik heb eigenlijk al te veel flesjes en schaaltjes die ik mooi vind, maar niet gebruik. Bij de boeken zocht ik deze keer niet naar “iets te lezen” (want ik had die 18 boeken nog), maar naar “die kan ik echt niet laten liggen”. Dat was er niet echt, maar blijkbaar voelde het toch niet goed om niets mee te nemen, want ik pakte Magnus van Arjen Lubach uit de stapel Lijsters. Ik heb me altijd afgevraagd of hij ook grappig schrijft of dat hij dan toch vervalt in literaire narigheid. We gaan het zien.

Daarna daalde ik de eerste trap af. Blijkbaar is er een barrière doorbroken als ik eenmaal een boek in mijn handen heb, want ineens had ik er drie. Maar ik keek nog eens kritisch en legde de twee verstekelingen toch weer terug. 

Beneden snuffelde ik nog even rond. Het ging goed. Eén boek, geen glaswerk. Maar toen.

Platte manden. Een paar maanden geleden was ik daar naar op zoek geweest. Iemand op het internet gebruikt ze om kruiden op te drogen en dat wilde ik ook proberen. Of het handig is, weet ik niet, maar het staat wel heel mooi. Destijds kon ik ze nergens vinden, dus kocht ik goedkope mandjes bij HomePlus (soort Action hier op het eiland, met vooral Chinese rommel). Die werkten ook, maar deze zijn mooier. En ach, mandjes heb je nooit te veel, toch? (retorische vraag – geen antwoord geven a.u.b)

Aardewerken maatbekers. 1 cup, 3/4 cup en 1/2 cup. Ik denk dat 1/4 cup er ook zou moeten zijn, maar die was er dus niet. Dat maakt niet uit, ik heb nog veel meer maatbekers. O… Nou ja, maar deze zijn wel heel erg leuk.

Een houten doosje met een deksel dat in twee delen wegdraait. Geen idee waar het voor bedoeld is, maar ik vind vast wel iets om erin te doen. 

Een gietijzeren (denk ik) kookpan. Eerst maar eens goed schoonmaken. Geen idee of ik hem ga gebruiken, maar anders mag hij voor de sier aan de muur.

Een prachtige snijplank. Tenminste, de dame achter de toonbank vond het een snijplank. Ik had juist bedacht dat het zonde was dat iemand zijn mes had gebruikt op dit houten bord, maar dat ik de krassen er vast wel redelijk uit kon krijgen. Maar goed, we waren het erover eens dat het een mooi ding was, dat wel.

Toen ben ik maar gestopt met snuffelen. Het was wel genoeg geweest.

Ik mocht het allemaal meenemen voor 22 gulden, iets meer dan 11 Euro dus. Geen geld voor een halfuurtje avontuur. En ik hield er nog leuke spullen aan over ook.

eigen foto

Water

Geplaatst op 24/10/202405/12/2024 door Geertrude Verweij

 Echtgenoot nam zijn rinkelende telefoon op. Ik hoorde de behoedzaamheid in zijn stem komen, toen hij hoorde wie het was. Daarom bleef ik onderaan de trap staan luisteren. Wat nu weer?

“Ja, ja… Dat klopt.” Nog steeds heel voorzichtig.
En toen: “O! Nee, niets aan dehand. We zijn ons zwembad aan het vullen.”
Hij had Aqualectra aan de lijn. Vandaar die voorzichtigheid. Want we zijn jaren met die lui aan het tobben geweest, voor we de gewenste aansluitingen geregeld hadden. En dus was echtgenoots eerste gedachte dat er wéér iets aan de hand was. Maar nee. We hebben sindskort een slimme meter en die gaf alarm omdat we ineens heel veel water gebruikten. Dus belden ze maar even om ons te waarschuwen.

Wat een goed systeem! Dat voorkomt een hoop gezeur achteraf. Aqualectra is niet zo heel goed in het afhandelen van problemen met betalingen en facturen. Je moet dat bij hun op kantoor komen doen. De wachttijden kunnen soms enorm lang oplopen en de frustratie daardoor ook. Raad eens hoe ik dat weet… De rest van dat verhaal zal ik jullie maar besparen.
Maar goed, ze doen nu dus hun best om dat te voorkomen. Heel fijn.

Wat ook fijn is, is dat zwembad. Dat hebben we lang moeten missen. We hadden voor we naar Nederland vertrokken al een tijdje last van algen, waardoor het water niet al te veilig meer was. Af en toe lukte het – met veel chemicaliën – om de boel weer een beetje goed te krijgen, maar het ging steeds weer fout.
Mede door de extreme hitte natuurlijk. Het water werd niet koeler meer dan 32 graden.
Maar wat ook niet hielp, was dat onze UV-lamp kapot was. Dat ding zorgde er juist voor dat we veel minder chloor hoefden te gebruiken. Maar we wisten niet dat zo’n ding na een jaar al niet goed genoeg meer werkt. Vandaar die algen. Die van ons was al twee jaar oud toen hij doorbrandde. En daarna was het water helemaal niet meer te redden. Toen we besloten voor langere tijd weg te gaan, gaven we de strijd op en lieten we het hele bad maar gewoon leeglopen in de tuin. Vonden de bomen wel lekker, trouwens.

In Nederland bestelden we een nieuwe lamp. En een nieuw zwembad, want eigenlijk is die van ons aan vervanging toe. De toplaag is versleten en dat zorgt ook al voor algenvorming. Ons plan was het oude zwembad weg te halen en even zonder te doen tot het nieuwe zwembad er was. Echtgenoot had nog speciaal aan de vervoerder gevraagd of het snel geregeld kon worden. Ze zeiden van wel, maar ze regelden het niet.

Toen hij daarachter kwam, dreigde echtgenoot witheet te worden, maar er was geen zwembad om in af te koelen. Dus stelde ik voor te kijken of het oude zwembad nog te redden was. En dat was het. Voorlopig nog wel in ieder geval. En omdat we de UV-lamp in de koffer meegenomen hadden, konden we deze keer zorgen dat de algen geen kans krijgen. We hebben nu prachtig helder blauw water. 

Als het nieuwe zwembad er is, zullen we dat uiteindelijk ook wel gaan opzetten. Wat dus betekent dat de tuin weer extra water krijgt, omdat het oude leeg moet.
En dat Aqualectra weer moet bellen, omdat we het nieuwe zwembad weer moeten vullen. Maar dan weten we dat we een telefoontje van hen kunnen verwachten, dat scheelt.

eigen foto

Best wel een goede dag

Geplaatst op 16/10/202405/12/2024 door Geertrude Verweij

 Na twee maanden in het steeds kouder wordende Nederland zijn we zondag weer geland op ons tropische eiland. De temperaturen zijn nog steeds aan de hoge kant, maar het is een stuk beter uit te houden dan in augustus, dus dat scheelt.
Nu alleen nog door die jetlag heen zien te komen. Ik weet inmiddels wel dat ik er last van zal hebben, maar het valt me altijd weer tegen. Ik ben het soort mens dat graag deadlines en startdatums stelt. En onbewust heb ik altijd het idee dat ik “het allemaal beter ga doen zodra ik thuis ben.” Met “het allemaal” bedoel ik dan gezond eten, meer bewegen, schrijven, het huis en de tuin bijhouden, goed voor mezelf zorgen, dat soort dingen.
Maar dat lukt dus nooit, vanwege de jetlag.
Zondag waren we pas om acht uur ’s avonds thuis, dus zijn we min of meer rechtstreeks doorgegaan naar bed. Logisch, want onze innerlijke klok stond nog op Nederlandse tijd en daar was het twee uur ’s nachts. We waren dus ook om een uur of een onze tijd weer wakker. En daarna om drie uur en om vier uur… Om half vijf zijn we er maar uit gegaan. Op zich niet erg, maar dat zorgde er natuurlijk wel voor dat we om negen uur alweer moe waren, omdat we nauwelijks geslapen hadden. Half uurtje op bed gelegen en vooruit, nu echt wat doen. Koffer met dingen-die-we-uit-Nederland-meegebracht-hebben uitgepakt, geknuffeld met de katten (alle vier nog gezond en wel) de planten die het overleefd hadden (het grootste deel gelukkig) water en aandacht gegeven en om twee uur weer ingestort. Nog maar een uurtje op bed, beetje lezen, beetje hangen, pizza in de oven en om acht uur naar bed.
Die eerste dag is lastig… dat weet ik. Maar ik heb als ik naar bed ga altijd de illusie dat ik er daarna wel weer ben.
Dag twee liep een beetje vreemd. Het begon goed. Zes uur opgestaan. Rondje door de tuin gemaakt en een beetje gesnoeid, een soepje voor de lunch opgezet en een was in de machine. Echtgenoot wilde buiten de deur lunchen. Ook goed. Altijd gezellig in ons vaste restaurant.
De auto wilde niet starten. De accu had al die tijd met losse polen gestaan, zodat hij niet leegliep op lampjes en alarmen, maar dat had niet mogen baten. Echtgenoot liet de auto naar beneden rollen en toen startte hij weer. Bij het restaurant parkeerde we op een strategische plek: met de neus naar voren en naar beneden op een helling. Dat was maar goed ook, want na een gezellige lunch startte hij weer niet vanzelf.
Dat houdt in dat de accu kapot is (dat gebeurt hier zo eens in de anderhalf jaar), dus reden we meteen maar naar de stad om een nieuwe te halen. Drie kwartier heen, kwartiertje om de accu te wisselen, even de supermarkt in voor een paar noodzakelijke aankopen nu we toch in de buurt waren en drie kwartier terug. Toen was de middag dus om. Gauw de was ophangen en de soep in de koelkast schuiven en verder was ik er wel klaar mee. Ik viel om vijf uur bijna in slaap, maar was om zes uur -na een ongezonde snack- wakker genoeg om een redelijk gezonde maaltijd te koken. Om zeven uur viel echtgenoot op de bank in slaap. Die was uitgeput van het rijden. En de jetlag natuurlijk. We besloten nog maar een keer vroeg naar bed te gaan.
En weer dacht ik: morgen zal het wel beter gaan.
Het goede nieuws voor vandaag is dat ik zojuist een stukje geschreven heb. Wel een beetje een zeurderig stukje, maar goed, het is er toch een. Ook deed ik een was, werkte ik de soep van gisteren af (kippensoep, dus botjes eruit vissen) en maakte ik in Excel een uitgebreide spreadsheet met de boeken die ik dit jaar gelezen heb omdat ik op mijn andere blog binnenkort toch echt iets met boeken en lezen wil gaan doen.
Het slechte nieuws: ik at (veel) chocolade, had hoofdpijn, oorpijn en geen zin om in de tuin of het huis te werken, laat staan om oefeningen te doen en die tosti staat ook niet bovenaan de lijst met gezonde etenswaren. Dus van al die mooie voornemens kwam niet veel. Maar toch was het best een goede dag.
Ik durf nu echt te denken dat het morgen over is. Of in ieder geval weer een stukje beter. Daar ben ik ook al heel blij mee.

P.S. Ik heb het even opgezocht – Volgens Webmd duurt een jetlag van oost naar west (van Nederland naar Curaçao) ongeveer half zoveel dagen als je tijdzones passeert, dat zou dus 2-3* dagen zijn. Van west naar oost (van Curaçao naar Nederland) even veel dagen als tijdzones, 5-6* dus. Dat zou inderdaad betekenen dat het morgen over is.

*wintertijd: 5 uur tijdsverschil, zomertijd: 6 uur tijdsverschil – Curaçao doet niet aan zomer/wintertijd

P.S.2 Nee, bovenstaand geklets betekent niet dat ik echt geloof dat ik het vanaf morgen ineens “allemaal beter ga doen”. Dat lukt al heel lang niet en dat komt echt niet alleen door herhaalde jetlags. Maar het is in ieder geval één oorzaak minder op de lange lijst van “redenen waarom het niet lukt”.

Foto door George Zografidis

Blokkade

Geplaatst op 12/09/202405/12/2024 door Geertrude Verweij

 Twee weken geleden schreef ik dat ik me net zo’n buigzame, onbreekbare driehoek voelde, die uiteindelijk toch breekt als er te veel aan gebogen wordt. Dat sloeg op mijn leven, waarin ik steeds maar weer mijn best deed om flexibel te zijn en mee te buigen. Op dat moment had ik nog geen idee hoeveel er nog op me af zou komen.

Een dag nadat ik dat stukje plaatste, stierf mijn vader.

En ik weet niet wat ik daar verder over kan zeggen.

Ik wil er ook eigenlijk niet te veel over zeggen; het is privé en niet alleen mijn verhaal en eigenlijk heb ik er ook niet de juiste woorden voor. Maar ik was eindelijk weer begonnen met schrijven en stukjes plaatsen en ik wil dat niet weer verliezen. Natuurlijk kan ik het volledig negeren en gewoon verder kletsen over andere dingen. Maar daarvoor is mijn blog toch net iets te persoonlijk. Ik schrijf over mijn leven en het voelt niet goed om het helemaal niet te noemen. Bovendien weet ik al dat het averechts werkt om er niets over te zeggen.

Toen mijn moeder overleed, heb ik daar niet over geschreven. Ik vond het te privé en het was niet alleen mijn verhaal. Dat was mijn excuus. Maar eigenlijk vond ik het wel gemakkelijk om niet te hoeven worstelen om de juiste woorden op papier te krijgen.
Ze overleed in mei 2020 en ik zat door de lockdown vast op Curaçao. Ik heb telefonisch afscheid van haar moeten nemen en kon niet bij de begrafenis zijn. En in alle commotie was er ook niemand die bedacht dat ik misschien wel iets had willen zeggen via een filmpje of een stuk tekst dat voorgelezen kon worden. Dat neem ik niemand kwalijk; ik vond het eigenlijk wel gemakkelijk dat ik niet hoefde te worstelen om de juiste woorden op papier te krijgen.

Achteraf besef ik dat dit alles bij elkaar ertoe heeft bijgedragen dat ik lange tijd helemaal niets meer op papier kon krijgen. Ik probeerde af en toe wel wat, maar eigenlijk ging het niet meer. Ik zat soms urenlang naar een leeg scherm te staren, maar er kwam niets. Alsof ik een mentale blokkade had door niet te schrijven over de dood van mijn moeder.

Ik was er nu wel bij. Ik zat naast mijn vader toen hij ons verliet en ik was ook bij de begrafenis. En hoewel ik het vreselijk griezelig vind om toespraken te houden, stond ik daar voor een zaal verdrietige mensen om de man die mijn vader was te herdenken. Het was een worsteling om de juiste woorden te vinden, maar het lukte en ik ben blij dat ik het gedaan heb.

Toen mijn vader twee jaar geleden verhuisde naar een verzorgingshuis, vond ik in de grote huiskamerkast een dikke ordner. Die zat vol met mijn woorden. Vanaf het moment dat ik ze mijn blog had laten zien, hadden mijn ouders elk stukje uitgeprint en zorgvuldig opgeborgen om later nog eens door te lezen. Tot mei 2020 dus.
Ik heb mijn vader weleens verteld dat ik het moeilijk vond om te schrijven sinds mama er niet meer was. Het zou prachtig zijn als ik kon zeggen dat hij me dan wijze raad gaf, me een hart onder de riem stak, of me aanmoedigde om het toch te proberen, maar de waarheid is dat ik hem daar de kans nooit voor gegeven heb. Ik praatte er altijd maar overheen, of zei dat het vanzelf wel weer goed kwam. Maar dat kwam het niet.
Vandaag maak ik heel bewust de keuze om een stukje te schrijven over zijn dood en die van mijn moeder. Want ik wil schrijven. Ik wil die blokkade kwijt.

Twee weken geleden voelde ik me als die geodriehoek. Ik was bang dat ik zou breken als ik te veel moest buigen. Maar nu weet ik dat ik die vergelijking los kan laten. Ik ben geen geodriehoek, ik ben een mens. Een mens heeft een ruggengraat, die kleine stukjes kan meebewegen naar alle kanten, die ver kan buigen in de richting waar je heen wilt gaan en die je rechtop kan houden als dat belangrijk is. Die ruggengraat heb ik de afgelopen weken gevonden.

Ik hoop dat de woorden die ik nu – worstelend met emoties en twijfels – op papier gekregen heb, eindelijk de blokkade opheffen. Er is niemand meer die mijn stukjes zal uitprinten om ze in een ordner stoppen, en dat hoeft ook niet. Maar het feit dat mijn ouders dat destijds gedaan hebben, de trots en de liefde die daaruit sprak, dat zal ik de rest van mijn leven koesteren.

  • 1
  • 2
  • 3
  • 4
  • …
  • 45
  • Next

Welkom!

Ik ben Geertrude, echtgenote van 1, (schoon)moeder van 5 en oma van 2.
Ik ben boekhouder, redacteur en schrijfster van beroep en hou van lezen, fotograferen, breien, naaien, tuinieren, kruidengeneeskunde en nog veel meer.
Hier schrijf ik over alles wat me bezighoudt en soms ook over mijn pogingen eens wat rustiger aan te doen.
Meer over mij vind je hier.

Archief

© 2026 Geertrude blogt | Aangedreven door Minimalist Blog WordPress thema