Het is in Punda altijd nét iets gezelliger als er een cruiseschip ligt. Ook drukker natuurlijk, maar we gaan ook niet naar de stad voor onze rust. We gaan naar de stad voor de gezelligheid. Om mensen te kijken. Dat vinden wij leuker dan aapjes kijken en bovendien hoef ik me bij mensen niet schuldig te voelen over opsluiten in hokken en dat soort nare dingen.
Hoewel… Eigenlijk ben ik natuurlijk wel steeds bezig mensen in hokjes te plaatsen. Niet fysiek, maar in het geestelijke.
Mannen met Hawaïhemden zijn vrijwel altijd Amerikaans. Vrouwen zijn lastiger te plaatsen, vrouwen uit Nederland, Duitsland en Amerika lijken allemaal op elkaar. Als er luidruchtig en onbeschoft om bier geroepen wordt zijn het helaas altijd (jonge) Nederlanders.
Ik kijk ook altijd uit naar de ervaren toerist. Die zie je niet vaak, want die hebben haast. Ze lopen in keurig gestreken bermuda’s met stralend schone t-shirts, van die verstandige sandalen en met een rugzakje op de rug. Ze lijken nooit last van de warmte te hebben en zijn altijd onderweg naar de volgende bezienswaardigheid. Ze staan nooit zomaar even stil bij een muurschildering of een bijna ingestort huis. Er zijn tenslotte veel belangrijker dingen te bezichtigen. Vinden zij. Ik vind dat jammer. Curaçao is geen museum, het is een levend eiland.
De onervaren toerist komt vaker voor. Steevast met een grote zonnehoed op, wat op zo’n winderig eiland helemaal niet handig is. Ze staan op kaartjes te turen, maar kunnen meestal niet plaatsen waar ze zijn en eindigen uiteindelijk op een terras. Als ze daar beginnen te klagen over de warmte zijn het vaak Canadezen.
‘Te warm, te vochtig,’ kreunde de man die naast ons op het terras zat. ‘Bij ons vriest het.’ Nee, ze waren de stad nog niet echt in geweest, want daarvoor was het ook te warm. Zijn vrouw en hij hadden het plan voor de rest van de middag al klaar: nog één biertje, dan naar het Casino en vervolgens terug naar het schip.
Ik heb ze aangeraden in februari terug te komen om het eiland echt te bekijken, dan is het koeler en minder vochtig. Want als je enige herinnering aan Curaçao is dat het te heet was om iets te doen, heb je toch echt iets gemist. Vind ik.
Waarmee ik mezelf definitief in het hokje ‘betweterige eilandkenner’ plaats. Maar ja, dat moet dan maar.
Auteur: Geertrude Verweij
Versieren
En nu moet ik nog een kerstverhaal schrijven, zuchtte ik. Dat leek me het toppunt van onmogelijk. Ik heb daar toch altijd wel een beetje sfeer bij nodig. Kaarsjes aan, gordijnen dicht, dikke trui aan, hete thee, het hele riedeltje. Die thee heb ik wel, maar die moet eerst afkoelen, want anders breekt het zweet me uit. En verder zit ik in een korte broek en een hemdje in de schaduw en heb ik het nog warm. De zon schijnt en we gaan straks naar het strand om lekker in de zee te zwemmen. Tja.
En toch begint het langzaam te komen. Want Curaçao is allang in de kerststemming. De kerstboom staat al sinds begin november in Punda (een metalen frame met neptakken), op het Wilhelminaplein staat een enorme kerstman, in La Curaçao (een soort Hema/Action/van-alles-wat winkel) draaien ze kerstmuziek en ook de woon- en doehetzelfzaken staan vol met kerstbomen en kerstversiering. Naast de barbecues en de koelboxen, want dat zijn hier geen seizoensartikelen. Het Venezolaanse buurvrouwtje heeft een kerstkrans aan de deur hangen en je ziet overal de kerstversiering op de huizen opduiken. Ik zag ergens iemand die de betonnen engeltjes op de muur rond het huis kerstmutsen had opgezet. De engeltjes vonden het niet echt geweldig, die keken nogal chagrijnig, maar ik vond het een briljant idee.
Hier draait kerst niet om gezellig warm binnen zitten en hopen op sneeuw (maar niet op de dagen dat we de weg moeten, alsjeblieft). Hier draait het om… ja waar eigenlijk om. In naam is men hier grotendeels Katholiek, maar het gaat duidelijk niet om de christelijke invulling van het feest. Het is meer het hele concept van feestelijkheden, versieringen en alles wat daarbij hoort, denk ik. Daar zijn ze hier dol op. En niet alleen met Kerst, ook voor Pasen en Halloween wordt er uitbundig versierd en bij veel mensen hangt de kerstverlichting gewoon het hele jaar op de porch. Ze zijn hier gewoon heel goed in het concept ‘het leven is een feest, maar je moet wel zelf de slingers ophangen’, denk ik.
En blijkbaar is die behoefte aan versieren aanstekelijk, want stiekem wil ik ook een krans voor aan onze deur en ik heb zelfs overwogen een boom te kopen, terwijl we december in Nederland door gaan brengen. Wat echtgenoot daarvan vindt? Die stond zaterdag bij de kerstlampjes te aarzelen. Voor op de porch. Want die is nu zo saai.
Katten
‘Ik vind die andere leuker,’ verzuchtte echtgenoot, die een eigenwijs klein katje van zijn schoot probeerde te duwen. Het katje was het daar niet mee eens, want die vond dat wij ons avondeten best konden delen. Toen echtgenoot haar op de grond zette, sprong ze met vier poten tegelijk boven op mijn biefstuk. Lekker dan.
Het begon heel onschuldig allemaal. Wij zijn nu eenmaal kattenliefhebbers en hoewel we goede redenen hadden om na de dood van ons bejaarde Beest geen nieuw huisdier meer te nemen, misten we zo’n beestje in ons leven. Dus toen er een klein katertje van een maand of drie in de tuin van het apartement verscheen, probeerden we hem te lokken. Dat hij honger had, was duidelijk (zwerfkatten zijn hier bijna net zo’n groot probleem als zwerfhonden), maar we wilden hem niet echt gaan voeren omdat we binnen een maand weer terug zouden gaan naar Nederland. Toch viel er per ongeluk wat kip op de grond en had ik ineens kattensnoepjes gekocht toen ik boodschappen deed. De huisbaas, ook een kattenliefhebber, voerde hem brokjes en zo waren de taken prima verdeeld. Wij probeerden het angstige beestje langzaam te laten wennen aan aanrakingen en dat was een leuke uitdaging.
Maar toen kwam er ineens een ander katje bij. Nog jonger, ik denk niet ouder dan een week of acht. En totaal niet bang voor mensen. Meer het type: ‘Kijk eens hoe schattig ik ben!’ Heel leuk, dat wel. Maar het katertje was nog steeds bang en duidelijk jaloers. Hij bleef op een afstand en keek zielig. Vonden wij. Af en toe kwam hij dichterbij en blies naar de kleine, maar hij trok zich langzaam steeds verder terug al bleef hij wel afwachten of we nog iets te eten voor hem hadden.
Ondertussen sprong dat andere beestje dus gewoon midden in mijn bord. Maar omdat ik daar niet van gediend ben en ook niet van plan ben vanwege een kat binnen te moeten eten, leegde ik mijn waterglas over haar kop. Ze schrok en was zelfs vijf minuten weg. Daarna kwam ze weer terug, maar minder veeleisend en dat was wel fijn.
Dat vond het katertje ook. Die weet nu dat hij wij niet helemaal óm zijn voor de kleine. Ik durf te zweren dat ik hem zag grijnzen toen ik met dat water gooide.
Lachen
‘Sinds ik weer met hem samen ben, heb ik geen dag niet gelachen,’ zei ze, en de kuiltjes in haar wangen werden dieper bij de gedachte aan alle vreugde die haar man in haar leven gebracht had. ‘We waren high school sweethearts die elkaar uit het oog verloren waren en na twintig jaar weer terug vonden,’ omschreef ze hun ‘sweet story‘.
Dat je met hem kon lachen, had ik al begrepen. We waren door kennissen uitgenodigd voor een happy hour om kennis te maken met vrienden van hen. Onze kennissen arriveerden in Halloweenkostuum, want hun vriend had gezegd: ‘Als jullie verkleed komen, doe ik het ook. Ik heb een pracht van een kostuum. Je zult niet kunnen zien dat ik het ben, maar je weet wel direct dát ik het ben als ik aankom.’
Dat klopte. Aan het eind van de avond had ik kramp in mijn kaken van het lachen. Want zijn verschijning als dinosaurus was een geweldige aanvulling op het verder nog al suffe happy hour op een van de meest luxe stranden van Curaçao.
Hij danste op de live muziek, speelde met de kinderen en kon er nog net van weerhouden worden in het (volle) restaurant op de tafels te springen.
‘Zoals in Jurassic Park, je weet wel. Hoeveel krijg ik van jullie als ik het doe?’ grijnsde hij.
Tussendoor moest hij af en toe even úit het pak en veel, heel veel, water drinken. Want het pak was een nogal geavanceerd geval waarvan de kop opgeblazen werd met een ingebouwde compressor. En als er geen lucht uit kan, kan er dus ook geen koele lucht in. Aangezien dinoman van nature een stevige man is, compleet met tatoeages en volle baard, werd het dus snel benauwd in dat pak. Zeker de eerste ronde, voor zonsondergang, was zwaar. ‘Daar had ik niet goed over nagedacht,’ hijgde hij toen zijn vrouw hem uit de dinosaurus bevrijd had. Maar een half uur later trok hij het pak weer aan. ‘Ik heb met volle bepakking door de woestijnen van Afghanistan en Kuwait gelopen. Dan moet ik dit ook aankunnen,’ vond hij.
En daar ging hij weer. Dansend met een klein meisje, tikkertje spelend met wat grotere kinderen en flirtend met een paar oudere dames. En met zijn vrouw stralend, met die prachtige kuiltjes in haar wangen, op de achtergrond.
Maaien
Het was net zeven uur, maar ik zat al met een dochter aan de telefoon. Ik zag uit mijn ooghoeken echtgenoot richting het huis van onze huurbaas lopen, maar nam aan dat hij gewoon een praatje ging maken. Het leven begint hier vroeg, voordat het heet wordt.
Maar hij kwam terug met een bosmaaier. En begon toen ook maar direct te maaien. Ik deed de ramen en deuren dicht en legde aan dochter uit dat haar vader de muggen zat was. Ik ook, daarom nam ik de herrie voor lief.
Het terrein voor ons appartementje hoort eigenlijk bedekt te zijn met witte kiezelstenen. Heel mooi en praktisch, maar dat moet je wel bijhouden. En dat heeft men niet gedaan. Dus groeit er gras en een raar kruipend plantje. Meestal is het vrij laag en dan is het geen probleem, maar door de regen van de afgelopen tijd was het enorm omhoog geschoten. En dat vinden muggen erg fijn. Die gaan in de schaduw onder die plantjes wonen en zijn erg gecharmeerd van het ochtendbuffet dat zich ‘s ochtends om zes uur presenteert. Als wij buiten gaan zitten dus.
Wij vinden dat minder fijn. Gelukkig zijn het alleen maar kleine muggen, dat scheelt. Sinds we in 2014 Chikungunya opliepen (en het halve eiland met ons) zijn we vooral bang voor tijgermuggen. Want hoewel we nu immuun zijn voor deze speciale vorm van dat virus, zijn er nog wel meer virussen die overgebracht worden door muggen. Van al die ziektes wordt gezegd dat het maar een week of twee duurt. Maar ja, dat zeiden ze van Chikungunya ook. Helaas behoorden wij tot de pechvogels die twee jaar lang met gewrichtspijnen hebben getobd.
Muggen vinden we dus nare beesten. En hoewel je went aan de jeuk van die kleine, is het toch een vervelend gevoel. Bovendien zijn het er erg veel nu. We wisselen een natuurlijke olie die ze redelijk tegenhoudt af met ventilators die ze weg zouden moeten blazen. Want maandenlang dagelijks smeren met DEET is zeer slecht voor je gezondheid.
Maar het allerbeste is gewoon zorgen dat er minder muggen zijn. En daarom moest er dus gemaaid worden. Om zeven uur ‘s ochtends. Maar dat nam niemand ons kwalijk. Sterker nog, de bovenbuurman kwam helpen met opruimen en twee huizen verder hoorde ik een kwartiertje later nóg een bosmaaier aanschakelen…
foto van pexels.com
Op huizenjacht
In de bijna dertig jaar van ons huwelijk zijn wij eigenlijk nooit echt op huizenjacht geweest. We zijn best vaak verhuisd, maar meestal was het een kwestie van ‘er tegenaan lopen’.
Maar nu zijn we serieus op jacht. Inmiddels weten we dat de hele goedkope huizen ons simpelweg niet gegund worden (dat is een heel ander, triest verhaal en inderdaad pure discriminatie, maar je doet er niets tegen). En als we dan verplicht zijn een duurder huis te kopen, moet het commercieel wel interessant zijn. Een opknapper die we indien nodig voor meer geld kunnen verkopen, of een huis met appartementen die verhuurd kunnen worden.
En dus reden we op een zaterdag veertien adressen af om alvast een eerste indruk op te doen voor we een afspraak met de makelaar zouden maken. Het was een leerzaam dagje. We reden het hele eiland over en kwamen tot wonderlijke inzichten. Het eerste huis op de lijst kreeg bijvoorbeeld in eerste instantie een groot groen uitroepteken. Maar aan het eind van de dag zetten we er een groot rood kruis doorheen. Het vierde huis daarentegen kreeg direct een rood kruis, maar is nu het enige huis waarvoor we een afspraak willen gaan maken. We kwamen na een dagje huizen kijken namelijk tot de conclusie dat we het liefst willen wonen in een huis met wat grond eromheen dat niet te ver van de stad ligt. Die combinatie is nog niet heel simpel te vinden, zeker niet in onze prijsklasse. Curaçaoënaars leven graag binnen en bouwen dus als ze er het geld voor hebben hun kavels helemaal vol met enorme huizen. En wij, rare Nederlanders, willen juist zoveel mogelijk buiten zijn, onder een grote porch, of een palapa in de tuin. Dat ene huis ligt in een wijk die gebouwd is voor en door Nederlanders (door Shell in de jaren ’50 en ’60) en dat zou weleens de reden kunnen zijn dat de huizen die daar staan precies zijn wat wij bedoelen. Ze zijn alleen aan de dure kant voor ons, dus we gaan voor iets dat een beetje werk nodig heeft.
Dat vinden we niet erg. Tenslotte kun je niet de rest van je leven alleen maar op het strand liggen. Hoewel ik daar nu wel naar kan verlangen. Van veertien adressen niet alleen opzoeken, maar in gedachten ook die huizen helemaal inrichten en er gaan wonen wordt je namelijk best moe…
Jetlag
Je zou denken dat we deze keer nauwelijks een jetlag hadden. Tenslotte was het al de derde keer dit jaar dat we naar Curaçao reisden en we waren amper drie maanden in Nederland geweest. Ik ging er dus ook vanuit dat ik na één dagje acclimatiseren weer up and running zou zijn.
Tja. Verkeerd gedacht. We kwamen woensdag aan en op zondag begon ik pas weer een beetje mens te worden. Zaterdagnacht was de eerste nacht waarin ik niet om twee uur (acht uur ‘s ochtends Nederlandse tijd) wakker werd, om dan vervolgens niet meer in slaap te kunnen komen. Zondag was ook de eerste dag waarop ik niet voortdurend honger had. Daarna werd het langzaam steeds beter. Mijn lichaam was eindelijk ook op Curaçao aangekomen.
Het blijft lastig, zo’n tijdsverschil, ook als je jetlag voorbij is. Ik wéét precies hoeveel het scheelt, maar het dringt niet altijd helemaal tot me door. Als ik ‘s ochtends vroeg achter mijn computer schuif, duurt het altijd even voor ik besef dat het in Nederland al middag is. Moet ik mee leren omgaan.
Telefonische contacten met het thuisfront zijn ook best lastig. Een van de dochters belt vaak voor ze aan haar middagdienst begint. Die moet ik dus soms afkappen met de mededeling dat ik echt moet gaan ontbijten omdat ik van mijn graatje val. Ze mág zo vroeg bellen van ons (we staan om zes uur op), maar omdat zij dan inmiddels al geluncht heeft, komt mijn ontbijtopmerking altijd even heel vreemd over. Andersom wil ik nog weleens wachten met appjes sturen tot ik klaar ben met werken. Om een uur of vijf dus. Maar dan is het in Nederland al elf uur ‘s avonds en krijg ik van niemand meer antwoord. Of hoogstens een korte reactie, gevolgd door ‘Welterusten’. Op zo’n moment besef ik pas goed dat we echt ver weg zitten.
Gelukkig zitten jullie daar na komend weekend met z’n allen weer in de wintertijd. Hier doen we niet aan klokken verzetten, dus dan is het maar vijf uur vroeger. En als ik het voor het zeggen had, bleef het ook wintertijd. Als ik zelf in Nederland ben, vind ik dat ook het prettigst, want het voelt het natuurlijkst met zonsopkomst en -ondergang. Maar als ik op Curaçao zit, scheelt het toch mooi een uur tijdsverschil en dan lijkt het ineens iets minder ver weg…
(foto van Pexels.com)
Samen boodschappen doen
Ik luister en kijk altijd met een licht leedvermaak naar oudere echtparen in de supermarkt.
Je kent ze vast wel. De vrouw wil gewoon even boodschappen doen, maar manlief is gepensioneerd en wil ‘gezellig’ mee.
Het begint vaak al met gekibbel over de route door de winkel. Want de meeste ervaren huisvrouwen lopen een vast rondje om hun vaste producten blindelings te kunnen vinden, terwijl de man rondkijkt en reageert op wat hij ziet. Ik denk dat je dat terug zou kunnen voeren op de oertijd, waarin de mannen jaagden en de vrouwen verzamelden. (Of mag je dat soort dingen tegenwoordig ook al niet meer zeggen?)
Daarna volgen discussies over de producten die manlief in het karretje legt, terwijl die niet op haar lijstje staan. Of die ze nooit koopt omdat híj ze nooit kan of wil eten.
En het eindigt meestal met de man die verheugd uitroept: ‘O leuk, ze hebben ook gereedschap in de aanbieding.’ Om vervolgens met veel enthousiasme in de bakken te duiken. Waarop de vrouw een diepe zucht slaakt, maar – als ze verstandig is – zwijgt.
Wij zijn niet oud en gepensioneerd. Maar ook niet echt jong meer en wij zijn op meerdere gebieden best ouderwets. Boodschappen doen is dus mijn taak. En dat doe ik bijna altijd alleen.
Maar aangezien echtgenoot nog herstellend is en maar op halve kracht werkt, zei hij vorige week ineens: ‘Ik ga gezellig mee.’
Tja. Geen probleem. Leuk juist. Net als wanneer we op vakantie zijn.
Het eerste gangpad ging goed. Min of meer. Ik vroeg of hij de pure chocolade die we nog hadden lekker vond. Ja, die was goed, zei hij. En legde vervolgens een doos zeebanket in het karretje. Want dat vindt hij nog lekkerder. Nou ja. Vooruit dan maar.
Toen wilde ik een bocht maken om het volgende gangpad te nemen. Maar hij zag verderop iets boeiends. Dus hoorde ik mezelf vrij kattig zeggen: ‘Ik ga deze kant uit, want anders raak ik in de war.’
Hij knikte afwezig en liep vervolgens toch naar het andere boeiende. Toen ik hem ingehaald had, legde hij een doos Turkse pizza’s in het karretje.
‘Waarom koop je die nooit?’
‘Omdat jij niet goed tegen gluten kan.’
Nu ben ik dol op Turkse pizza’s, dus als hij het risico op buikpijn wilde nemen, vond ik het best.
Wel begon ik langzaam de overeenkomst tussen ons en de oudere echtparen die ik zo graag afluister te zien. Maar ach, het zou allemaal wel loslopen.
En toen viel zijn blik op de bakken in het midden van dat pad.
‘Leuk, ze hebben gereedschap in de aanbieding!’ Enthousiast dook hij in de bakken.
Ik slaakte een diepe zucht. Maar ik was verstandig, dus ik zweeg.
(foto van Pexels.com)
Positief
Iedereen zei dat we ons huis zo kwijt zouden zijn. Buren, mensen om ons heen, de makelaar. Dus toen het anderhalve week in de verkoop stond en we nog niet eens één kijker hadden gehad, kregen we het toch een beetje benauwd.
En toen de buurman aan de ene kant gezellig een steiger in zijn voortuin zette, en de andere buurman precies de dag voor de Open Huizen Dag de geplande (tijdelijke) cabin voor zijn schoonouders tussen onze huizen ging plaatsen, sloeg de paniek toe, zeker toen we iets opvingen over ‘3 meter hoog’. Uh… wat?
‘Dan weten we zeker dat het niet verkocht wordt,’ deed echtgenoot net zo negatief als ik me stiekem ook voelde. Want we wilden nu wel gewoon helemaal afscheid nemen en dan door met leuke dingen.
Gelukkig viel het mee. De steigerbuurman werkte zijn verfklus af en verwijderde de steiger. En de cabin was lang zo lelijk (en zo hoog) niet als we vreesden.
Toch bleven we negatief. Toen we de volgende dag in een schoon en opgeruimd huis zaten te wachten tot het elf uur was, waren we het volledig eens: ‘Er komt vast niemand.’
Nou.
Tja.
Dat hadden we mis.
Even na elven kwam het eerste stel en daarna liep het storm. We hadden bedacht dat ik de rondleiding zou geven – als er tenminste iemand kwam – en dat ik echtgenoot zou roepen voor eventuele technische details. Maar het kwam er op neer dat we steeds allebei tegelijkertijd met een ander stel bezig waren. Pas om half twee konden we even rusten om een boterham te eten en tussen twee en drie kwamen er nog drie stellen. In totaal hebben we elf keer ons huis laten zien.
Wat nog niet meevalt in de praktijk. Gelukkig zijn we allebei vooral heel trots op alles wat we hier de afgelopen jaren gedaan hebben, dus erover praten was niet moeilijk. En als we niet naar Curaçao wilden, zouden we hier niet weg willen, dus we hoefden ook geen problemen te verzwijgen of mooier te maken dan het is.
Natuurlijk weet je nooit of mensen die op zo’n open dag binnenlopen ook echt potentiële kopers zijn, maar het gaf in ieder geval hoop.
‘Misschien hebben we binnenkort een bod,’ durfde echtgenoot het zelfs hardop uit te spreken. We zijn allebei weer een beetje positiever. En dat leeft wel zo prettig.
Van alles te doen tijdens de Week van het Nederlands
Als schrijver en redacteur had ik er natuurlijk eigenlijk al ruim van te voren iets over moeten weten en dan had ik er als blogger vooraf over kunnen schrijven, in plaats van nu het al bezig is, maar ik hoorde het toevallig zaterdag op de radio. Deze week (6 tot 13 oktober) is het de Week van het Nederlands. Wat dat inhoudt? Dat lees je op huishoudhobbels.nl




