Geertrude blogt

Menu
  • Contact
  • Over mij
  • Privacy
Menu

Auteur: Geertrude Verweij

Een avontuurlijk dagje

Geplaatst op 18/02/2014 door Geertrude Verweij

Voor valentijnsdag kreeg ik van echtgenoot twee dingen waar ik nooit genoeg van kan krijgen: tijd voor elkaar en avontuur.

Je zou bijna denken dat hij mijn blog van vorige week gelezen had, maar ik weet zeker dat hij dat niet gedaan heeft. Blijkbaar was het sowieso wel duidelijk.
Eigenlijk vieren we nooit Valentijnsdag, maar het was een mooi excuus om te stoppen met werken en iets anders te gaan doen.

“Waar wil je heen? Jij mag het zeggen”, zei hij.
Ik aarzelde: “Geen idee, ga in ieder geval maar richting Westpunt.” Want daar is natuur en gratis stranden. Ik had in ieder geval geen zin in de stad, zoveel wist ik wel.
We reden dus de stad uit, naar het westen. Ik herinnerde me dat ik ergens gelezen had dat er vanaf landhuis Ascençion een weggetje langs de noordkust richting de stad gaat. Aangezien we de noordkust niet echt kennen (de stranden liggen aan de zuidkust), leek dat ons een leuk idee.
Natuurlijk namen we een verkeerde afslag. Dat was niet erg. Verdwalen geeft ons altijd een heel groot vakantiegevoel, zeker als het gebeurt als het toch niet precies uitmaakt waar we heen gaan. We vonden niet het bewuste weggetje, maar kwamen door een paar woonwijken weer bij de hoofdweg terecht.

Toen we voorbij Shete Boka reden, zei echtgenoot ineens:  “Dáár wil ik heen” en draaide de auto om. We zijn het schildpaddenreservaat in onze bezoeken aan het eiland regelmatig gepasseerd, maar we waren er nog nooit geweest. Ik denk dat dat ook iets te maken heeft met het pinguinreservaat dat we in Zuid Afrika bezochten. Honderden pinguins achter hekken. Volgens de bordjes ter bescherming van zowel onze veiligheid als die van de vogels, maar na de woeste schoonheid van de Kaap was het toch wel een afknapper.

Ik denk dat ik hier ook zoiets verwachtte. Maar omdat we nu eenmaal op avontuur waren, gingen we toch naar binnen, betaalden de twee tientjes entree en besloten toen eerst maar eens wat te eten. Het plan was namelijk ergens onderweg te lunchen, maar dat hadden we nog niet gedaan en het was al half twee. Met gemengde gevoelens bestelden we een broodje ei, denkend dat we een klein kadetje met een paar plakjes hardgekookt ei zouden krijgen. Daaraan hadden we al kunnen zien dat we onze vooroordelen misschien bij moesten stellen vandaag. Want we kregen een flinke kadet met een paar vers gebakken eieren erop. Heerlijk!

Daarna volgden we het kaartje dat we gekregen hadden en liepen naar de eerste Boka (inham). Het was een wandeling door een bos van kronkelbomen (mangroves). Die vind ik prachtig, ze groeien in de meest ingewikkelde knopen. Onder de bomen hoorde je voortdurend geritsel, dat waren gekko’s die voor ons wegvluchtten.
Net toen we ons afvroegen of we eigenlijk wel richting de zee liepen, stopte de begroeiing en maakte plaats voor een soort maanlandschap van grote rotsen, die van dichtbij uit heel oud koraal bleken te bestaan. En daarachter hoorden we de zee.

Het was meteen duidelijk waarom hier niet gezwommen kan worden. Wat een kracht zit er in die golven! Maar het is tegelijkertijd zo ontzettend mooi. Wij kunnen uren naar zoiets kijken. Wat we dan ook gedaan hebben. Misschien geen uren, maar ik schat toch wel een half uur.
Daarna wandelden we terug door het ritselende bos en stapten in de auto om daarmee naar een andere boka te rijden, die een heel stuk verderop lag. Daar waren de schildpadden gesignaleerd, had de dame bij de ingang gezegd.

We reden over onverharde paden en natuurlijk, ondanks de duidelijke aanwijzingen, een paar keer verkeerd, maar kwamen uiteindelijk bij Boka Pistol terecht. Ik denk niet dat ik duidelijk kan beschrijven hoe mooi het daar is (maar gelukkig heb ik foto’s en zelfs een filmpje, zie onderaan deze post). Het water slaat daar met zo’n kracht de inham in, dat het door een uitgesleten gleuf weer omhoog spuit. Je hoort dan eerst een geluid dat klinkt als “bwoef!” en dan gebeurt het. Bij krachtige golven komt het dan wel een meter of tien, misschien wel twintig (want dat was lastig in te schatten) hoog. Daarna stroomt het water over de rotsen weer terug en komt er weer een nieuwe golf. Er was een platform gebouwd op het punt waar je het het beste kon zien en daar hebben we weer een geweldig half uur doorgebracht.

En we zagen daar een schildpad. Niet achter een hek, net liggend op de rotsen, zoals ik me had voorgesteld, maar zwemmend in de hoge golven. Het moet een enorm beest geweest zijn als we hem zo vanuit de verte konden zien. Even stak hij zijn kop boven water en daarna dook hij onder.

Hoewel het kaartje aangaf dat het hier op hield, liep de weg nog verder en dus reden wij ook verder, naar de volgende boka. Het moeten er minstens zeven zijn (shete betekent zeven), maar volgens mijn reisgids zelfs nog meer. Maar ik weet niet van waar tot waar ze tellen, want we zagen zover we konden kijken van die opspuitende hoge golven en vermoedden dat daar allemaal van die inhammen zijn.

We hobbelden met de auto weer terug, reden bijna de berg op in plaats van er omheen (ook altijd goed voor het vakantiegevoel, ooit deden we dat met de Mont Blanc) en parkeerden de auto maar weer bij de ingang. Daarvandaan liep nog een wandelpad die naar een grot zou moeten leiden. Die wilden we ook nog wel even zien. Eerst weer zo’n inham, minder spectaculaire golven, maar niet minder mooi. En daarna, via een uitgehouwen trap, de grot. Ik durfde er eigenlijk niet zo goed in, mede vanwege de waarschuwing dat je “passend schoeisel” moest dragen. Nu passen mijn slippers best, maar ik denk niet dat ze dat bedoelden. Gelukkig viel het mee.

De grot was een door de golven uitgesleten holte. Het pad leidde naar een paar stenen waarvandaan je onder de rotsen door de zee kon zien. De golfslag en de wind maakten een bulderens geluid, dat me, samen met het idee dat er heel wat rots boven me hing, de kriebels gaf. Maar toch ben ik blij dat ik het gezien heb. De kracht van de natuur. Dat moet je gewoon af en toe voelen om weer te weten hoe het allemaal in elkaar zit in het leven. Vind ik dan.

Nu was er nog één wandelpad, maar we besloten die voor een volgende keer te bewaren. Onze condities zijn niet al te best namelijk.

We stapten weer in de auto en reden verder richting Westpunt. Waar we langs een bordje kwamen waarop stond dat die kant op de Noordpunt was. Waren we ook nog nooit geweest. Zijn we nog steeds niet geweest, trouwens, want natuurlijk konden we het niet vinden. Wel zagen we een bordje naar “Watamula”. We hadden geen idee wat dat was, dus gingen we ernaar toe (begint u ons ‘vakantiegevoel’ een beetje te snappen? zo gaat dat altijd bij ons).

Watamula bleek een enorm platform van oud koraal te zijn, waar je over heen kon lopen om alweer een prachtig stuk kust te zien. Een behulpzame man, die duidelijk met zijn vrouw onderweg was naar een romantisch plekje, vertelde ons dat we nog een klein stukje verder moesten lopen als we iets echt moois wilden zien. Dat deden we dus maar en toen we daar waren vertelde hij ons:  “Ze zeggen dat Korsow (Curaçao) hier ademt.” En hij wees naar een gat in de rotsen. En zo zag het er ook uit. Ook hier spoot het water omhoog en het zag eruit zoals een walvis die water spuit om adem te halen. Het klonk ook als adem. Zo mooi.

Onze zucht naar avontuur was nu wel grotendeels verzadigd. We reden nog wat weggetjes puur omdat we die nooit eerder namen en besloten toen dat we dorst hadden. Bij een “snack” (een soort restaurantje waar Antillianen vaak eten en drinken halen) dronken we wat en toen we drie amerikanen met een bakje kip zagen, besloot echtgenoot dat hij ook wel wat wilde eten (dat ene broodje ei was voor hem niet echt genoeg). Het bord met de “kaart” was volledig in het papiamento, dus we twijfelden wat alles was. Het reisgidsje met een woordenlijst lag in de auto, maar een beetje puzzelen is leuker. Boven aan stond geit, dat wist ik zeker. Helaas voelde echtgenoot zich niet avontuurlijk genoeg om dat te proberen, hoewel ik dat nu jammer vind, want de dame die deze snack beheerde kon goed koken. Misschien gaan we binnenkort nog terug voor de geit. De amerikanen stonden inmiddels weer bij het loket, want die wilden meer ketchup (tja… Amerikanen, hè?).

Echtgenoot vroeg welke van de twee gerechten met galina zij besteld hadden. Galina is kip, dat wist ik. Stoba is gestoofd, maar wat hasa is wist ik even niet. De amerikaan haalde zijn schouders op: “We just asked for chicken.” Kan natuurlijk ook. Omdat de amerikaan met zijn bakje er toch stond, vroeg echtgenoot toen maar om “wat hij heeft”. Later bleek hala gebakken te betekenen en dat was precies wat hij wilde. Het duurde even voor het klaar was, maar toen was het ook echt heel erg lekker (ik heb een stukje geproefd). Het zal niet overal zo zijn, natuurlijk, maar de snack bij Santa Cruz is in ieder geval aan te raden.

Inmiddels liep het al tegen de avond. We reden op ons gemak terug, konden op de ring nog net een afslag nemen om te voorkomen dat we in een file-door-een-ongeluk terechtkwamen en slingerden gezellig door de stad naar huis. Waar we niet heengingen, want we wilden ons vakantiegevoel nog wat langer rekken.
We reden door naar de gloednieuwe Beach Boulevard, waar we een heleboel restaurantjes wisten. Heerlijke tegenstelling, van het woeste natuurgeweld naar dit toeristische stukje Curaçao. Maar ja, ook dat… precies. Vakantiegevoel.

We dronken wat bij de Wet & Wild Beachclub, die lang zo wild niet is als je zou denken bij die naam en natte kleding word er ook niet echt gewaardeerd. We keken naar de zon die besloot eens gek te doen en onderging via het dek van een boot (zie foto hieronder) en gingen daarna op zoek naar een restaurantje. Dat bleek nog niet mee te vallen zonder reserveren, want vanwege Valentijnsdag zat alles vol. Maar gelukkig wilde men bij El Mexicano wel plaats voor ons maken. We aten een “combinaçion” van Mexicaanse gerechten en er viel alweer een vooroordeel weg. De enige andere keer dat we mexicaans aten viel het namelijk behoorlijk tegen. Maar dit was heerlijk.

Na het eten wandelden we terug langs de zee, gingen op de verlaten strandstoelen liggen om naar de sterren te kijken en besloten toen nog wat te gaan drinken. Wet & Wild was de enige bar waar het gezellig druk was, dus mengden we ons maar in de drukte. De gezellige jaren tachtig muziek was inmiddels vervangen door jaren negentig dansmuziek. De dochters weten dat we daar een hekel aan hebben, maar het blijkt op het strand toch anders te klinken dan in ons kleine huiskamertje (en het scheelt waarschijnlijk dat er geen trancemuziek gedraaid werd). Eigenlijk was het best gezellig en  als ik nog een roseetje had genomen was ik misschien zelfs gaan dansen. Iets wat ik beter niet kan doen, want ik mag dan van de zijlijn constateren dat alle jonge vrouwen van tegenwoordig een bezemsteel als ruggegraat hebben (beweeg die heupen nou eens!), het is waarschijnlijk geen gezicht als een vrouw van 42 met overgewicht zich gaat verbeelden dat haar heupen het nog net zo doen als 25 jaar geleden…*

Maar het was even goed een leuke afsluiting van deze avontuurlijke Valentijnsdag.

*een paar dagen later deed ik het toch, maar dat is een ander verhaal voor een ander schrijfsel. Of misschien is het een verhaal dat beter ongeschreven kan blijven. Die heupen doen het trouwens nog wel. 

Kronkelboom (mangrove)

Boka Kalki

Boka Kalki

Boka Pistol

Boka Pistol

Dat was al duidelijk… (de tekst op het bordje zegt dat de golven bij de noordkust erg krachtig en gevaarlijk kunnen zijn)

Nog een inham (voorbij de grenzen van het park)

Boka Tabla

in de grot

onverharde wegen in de buurt van Watamula

Watamula

waar Korsow ademt…

zon aan boord

Ik heb de zon zien zakken in de zee…

Geplaatst op 14/02/2014 door Geertrude Verweij

Echtgenoot trapte op de rem en keerde de auto om.
“Wat doe je?” vroeg ik verbaasd.
“Geen wolken”, wees hij.
“Yes!”, juichte ik en sprong uit de auto zodra hij die aan de rand van het water geparkeerd had.

Dat moet ik even uitleggen, denk ik. Je zou denken dat iemand die zoveel zonsondergangen bekijkt en fotografeert toch ooit wel eens een “echte” heeft gezien. Zo’n zonsondergang waarbij de zon als een bal in de zee zakt.

Maar nee. We hebben gewacht op het strand van Kuta, Bali, we hebben de wandeling naar de vuurtoren van Maspalomos, Gran Canaria gemaakt, we hebben op Westpunt, Curaçao gezeten en op ons eigen Noordzeestrand zitten kijken. Maar altijd, altijd, kwamen er wolken. Niet dat we van die zonsondergangen niet genoten hebben, maar mijn grote wens was toch ooit eens “de zon zien zakken in de zee”.
Zondag waren we na het zwemmen nog een stukje aan het rijden. We vonden een weggetje waar we nog niet eerder geweest waren en keken daar een beetje rond. De zon begon onder te gaan en ik maakte – natuurlijk –  een paar foto’s.

20140214 (2) (Large)

“Wil je wachten tot hij echt onder is?” vroeg mijn man nog en ik zei: “Nee, want ik zie al weer wolken boven de horizon. Dan hebben we het mooiste stukje nu wel gehad.”

Want zo gaat dat. Je wacht op dat ene, mooie moment en dat blijkt dan al geweest te zijn. Bovendien was het weggetje, hoewel je er met de auto mocht komen, in gebruik als wandelpad en het leek me lastig om in het donker terug te moeten rijden.

Dus hobbelden we terug en draaiden de zijstraat naar de grote weg op. Tot mijn man dus ineens keerde en we voor het eerst de zon als een bal zagen zakken achter een vlijmscherpe horizon.

Later bedacht ik dat ik het wel had kunnen filmen, want het hele schouwspel duurde maar drie minuten, maar daar dacht ik niet aan. Een serie foto’s heb ik wel…

20140214 (6) (Large)

20140214 (13) (Large)

20140214 (14) (Large)

Geen avonturen

Geplaatst op 12/02/2014 door Geertrude Verweij

Het nadeel van ergens  “wonen” in plaats van op vakantie gaan, is dat je er weinig over kunt vertellen. Je beleeft nu eenmaal geen grote avonturen. Behalve wat korte uitstapjes om de omgeving te leren kennen brengen we het grootste deel van onze dagen net zo door als thuis. Achter de laptop, aan het werk. Waarbij het natuurlijk wel een groot verschil maakt dat we heerlijk buiten op de porch kunnen zitten, of, bij te felle zon of regen, binnen, maar dan wel omringd door open ramen, zodat je nog steeds die heerlijke, altijd aanwezig wind voelt.

Of het daaraan ligt weet ik niet, maar ik schreef de afgelopen week in één ruk door het tweede deel van het boek waar ik in november aan begonnen was, maar dat ik wegens feest- en andere drukte niet kon afmaken. Nog wat bijschaven hier en daar en dan is het klaar. 
En nu begint er zelfs al weer wat anders te borrelen, dus voorlopig heb ik genoeg te doen. Maar echt veel kan ik daar natuurlijk niet nog over vertellen.

We zijn wel van plan om ook uit te rusten, dus in het weekend werken we niet de hele dag. Ja, ik weet het… de hele dag niet zou beter zijn, maar dat was even geen optie wegens spoedklussen voor echtgenoot. En het werkte best. We stonden op tijd op, werkten tot twaalf uur, besloten dat het in Nederland vijf uur was en dus einde werkdag en gingen op avontuur. Nou ja, op pad in ieder geval. Zaterdag bekeken we wat winkels. Het blijkt dat hier best kleding te koop is en dat ik dat vorige keer ook al gezien heb. Maar dat is dus totaal niet blijven hangen. Zoals ik al zei, het boeit me niet echt. Misschien als ik een wat kleinere maat zou hebben. Want er hingen wel erg leuke jurkjes tussen. Wat ons vooral opviel was dat er zoveel rode kleding in de etalages hing. In Nederland zoek je je drie slagen in de rondte naar een gezellige rode trui. Ja, hier ook, want truien verkopen ze niet, maar de rode shirtjes, jurkjes en blousjes liggen wel voor het oprapen. Ik ben van schrik minder gaan eten. Wie weet kan ik er dan aan het eind van deze periode in.

We dronken wat op een terrasje aan de Handelskade en aten wat in het Riffort. Daarna wandelden we over een met gezellige kleurtjes verlichte Emmabrug weer terug naar de auto en hadden het gevoel dat we een dubbele dag geleefd hadden. Eerst lekker gewerkt, daarna heerlijk vakantiegevierd.
Daarom volgden we zondag hetzelfde patroon. Eerst werken, daarna op stap. Alleen deze keer niet naar de stad, want we wilden zwemmen. En hoewel er vlak bij ons apartement een strand is (nog geen 10 minuten met de auto, daar waren we woensdag al even wezen kijken), besloten we naar ons favoriete strand van oktober te gaan. Dat is hier bijna een uur rijden vandaan, maar dat geeft niet, want het is een mooie rit door de natuur, die we toch wel een beetje missen in de stad.
We dobberden en watertrapten en zwommen een paar baantjes. Dat laatste klinkt gemakkelijker dan het is, want ik bedoel dus dat we evenwijdig aan het strand de hele baai overzwommen. Dat is best een leuk stukje, zelfs bij de Kleine Knip. Goed voor de armspieren.

Daarna dronken we wat bij Landhuis Daniel en genoten van de vogels en hun gefluit. Iets wat we eigenlijk heel de dag doen, want hier bij het apartement kunnen ze er ook wat van. Er staat een grote volière met parkieten en nog twee papagaaien in aparte kooien. Ik heb er gemengde gevoelens over, maar ze klinken in ieder geval vrolijk genoeg. Daarnaast vliegen er heel wat vrije vogeltjes rond. Ook de duiven zijn goed vertegenwoordigd. Die komen hier uit de dakgoot van het overdekte terras tegenover ons drinken. De laatste paar dagen is het er wat minder rustig dan normaal, want er komt iedere keer een mannetjesduif bij zitten die gaat lopen baltsen acher de drinkende vrouwtjes langs. Die vrouwtjes zijn daar niet van gediend en die jongen blijft dus iedere keer teleurgesteld alleen achter. Maar dat deert hem blijkbaar niet, want zodra er weer een paar dames komen drinken, staat hij er ook weer. Hij heeft dus niet het gevoel dat hij gezichtsverlies leidt als ze hem allemaal afwijzen. Of dat gezicht was hij al verloren, dat kan ook. Want misschien was dit wel dezelfde duif die een paar dagen geleden elegant landde op de uitstekende tak van een struik, een keer of vijf angstig met zijn vleugels klapperend ver heen en weer zwaaide en toen toch maar wegvloog. Je moet het gezien hebben om er zo hard om te lachen als wij gedaan hebben.

Avonturen beleven? Nee, dat niet. Maar genieten doen we wel.

strandje vlakbij ons apartement

haventje

gezellig verlichte Emmabrug

Emmabrug. De bogen veranderen van kleur.

Vogeltje. Geen idee hoe hij heet, maar hij fluit erg mooi.

Cactus in bloei, of bloem op cactus. Helemaal zeker weet ik het niet.

Suikerdiefje loert naar onze glazen wijn

P.s. hebben jullie gezien dat ik nu op mijn website iedere maand een nieuwsbrief met schrijfnieuwtjes plaats? In je mail ontvangen kan ook daar (net als hier) via de gadget in de zijbalk.

nieuwsbrief :: februari 2014

Geplaatst op 05/02/2014 door Geertrude Verweij

lievelezers
Deze nieuwsbrief schrijf ik heerlijk in de schaduw, buiten op de porch. We zijn, zoals altijd hier, vroeg opgestaan om in de nog koele ochtend te werken. Vanmiddag gaan we waarschijnlijk naar het strand.

Inderdaad, we zijn op dit moment niet in Nederland. Afgelopen weekend pakte ik de koffers in, liet de dochters met een hoop goede raadgevingen en een schoon huis achter en vertrok samen met echtgenoot naar Curaçao. Ooit hopen we hier echt te gaan wonen, maar deze keer blijven we twee maanden.

Het wordt niet alleen pretmaken en op het strand liggen. Echtgenoot heeft een paar software deadlines en ik word geacht begin maart mijn volgende boek af te hebben. Dat wordt nog even doorpezen, want ik ben nog steeds maar halverwege. De afgelopen maand is er van schrijven weinig tot niets gekomen.

Als ik deze nieuwsbrief klaar heb, ga ik me eerst maar weer eens verdiepen in de levens van Stella en Berend en het hele verhaal nog eens goed doorlezen. Ik weet nog wel ongeveer wat er tot nu toe gebeurd, maar ik moet de sfeer weer even te pakken krijgen. Het speelt zich gewoon af in Nederland, dus dat is al een beetje lastig en ik ben blij dat ik het verhaal niet hartje winter geplaatst heb, want dan zou het contrast wel erg groot worden.

Op schrijfgebied heb ik dus weinig nieuws te vertellen.Wel kreeg ik in januari een geweldige recensie over Erfgoed van Irene Kalsbeek van The Sword

Erfgoed is een lekkere feelgoodroman met een heerlijke dosis spanning. Dit maakt het boek minder voorspelbaar en de aandacht van de lezer blijft goed vastgehouden. Het feit dat Donna totaal onverwachts oog in oog staat met een oude liefde is een vrij regelmatig terugkerend onderwerp in dit genre, maar door het spannende element is het vernieuwend. Al snel merk je op dat er iets geheimzinnigs is aan het landgoed en zijn bewoners. Met haar scherpe oog voor detail, vallen Donna dingen heel snel op. Vreemde zaken, waardoor ze zich af gaat vragen wat er achter deze zaken verborgen gaat. Nieuwsgierig als ze is, kan ze het niet laten om op onderzoek uit te gaan. Ze neemt je mee in het verhaal en je samen met haar neem je een stap terug in de tijd. Want op Landgoed Santhove lijkt de tijd jarenlang stil te hebben gestaan.
Geertrude Verweij heeft een vlotte schrijfstijl en vermoeit de lezer niet met nutteloze details. Zodra er ergens dieper op in wordt gegaan, weet je zeker dat het een doel heeft. Dit maakt dat het verhaal krachtig geschreven is en dat de aandacht van de lezer scherp blijft. Door het liefdesverhaal is het ook gewoon een heel ontspannend boek om te lezen en hiermee komt het boek veel lezers tegemoet: heerlijk genieten van de romantiek, maar zonder dat het te zoetsappig wordt. Ideale mix waar je in blijft lezen en het boek al snel met volle tevredenheid uitgelezen naast je neer legt!
 
Ze gaf me vierenhalf van de maximaal vijf sterren. Ik ben er erg blij mee! Schrijven is en blijft een eenzaam vak en dit soort recensies (en lieve mailtjes en reacties van andere lezers) zijn enorme opstekers.
Overigens is Erfgoed inmiddels in veel bibliotheken al te leen. En natuurlijk te koop op de bekende adressen, maar als je nog in het steeds zeldzamere bezit bent van een authentieke boekhandel in de omgeving is het misschien de moeite waard om mijn boeken dáár te bestellen – dat kan namelijk ook gewoon en wie weet redt je die boekhandel ermee.

handtekening

Vertraging

Geplaatst op 04/02/2014 door Geertrude Verweij

Ik had vorige week niet moeten zeggen dat het allemaal zo simpel was… De laatste twee dagen voor we vertrokken heb ik me de benen uit het lijf gewerkt om alles op tijd af te krijgen. Dat kwam ook wel een beetje juist doordat het zo gemakkelijk ging allemaal. Ik legde de lat steeds hoger. Ik heb mezelf er nog net van kunnen weerhouden om ook nog even de gordijnen te wassen voor we weggingen. En eigenlijk baal ik daar nog steeds een beetje van, want ik had de thuisblijvende dochters zo graag in een volkomen fris huis achtergelaten.

Na zoveel reizen verbazen we ons nog steeds over de regel dat je minstens twee uur van te voren je koffers in moet leveren. Misschien prettig voor de luchthaven zelf, want dan hebben ze tijd genoeg om te scannen en in te laden, maar een ramp voor de reizigers. Of zijn wij de enigen die de winkeltjes na één keer wel gezien hadden? Als we naar Curaçao gaan komt het gelukkig redelijk goed uit. We moeten voor half zeven inchecken en gaan dan daarna maar uitgebreid ontbijten bij één van de restaurantjes. Ons vaste plekje had technische problemen en dus geen warm ontbijt. Dat was pech voor hen, want toen zijn we verder gaan kijken en vonden een goedkoper adresje met een net zo lekker ontbijt.

We aten dat rustig op en liepen toch nog aan de vroege kant naar de gate toe. Daar stond al een rij, maar we hadden geen zin om daar in te gaan staan voor er beweging in zat. Helaas was de rij toen we er wel in wilden gaan staan minstens drie keer zo lang en er zat nog steeds geen beweging in. Later hoorden we dat er een apparaat kapot was, waardoor de veiligheidscontroles vertraging opliepen. We zijn maar weer ergens gaan zitten tot de rij wat korter werd en hoorden uiteindelijk bij de laatsten die instapten. Wat maar goed was ook, want toen we eenmaal zaten konden we nog steeds niet opstijgen.

De piloot was er vrij nuchter onder: “Er is een brandstofklep kapot, waardoor de brandstof overboord spoelt. En dat willen we niet.” Nee, dat willen we zeker niet. Maar meer dan een uur in het vliegtuig wachten wil je ook niet. Zeker niet als de airco niet werkt vanwege datzelfde brandstofprobleem. Toch werd het goed opgelost. We werden aangesloten op een extern airco systeem en er werd water uitgedeeld. Toen we uiteindelijk vertrokken was het ruim twee uur later dan de bedoeling was. Maar goed, we vertrokken, dat scheelt. En met een nieuwe brandstofklep, dat was ook een veilig idee.

Nu zit ik hier op de porch van ons appartementje te schrijven. Het is een kleiner huisje dan het vorige, maar stukken beter onderhouden en veel schoner. De eigenaars zijn heel aardige mensen en hun dochter, die de verhuur regelt, heeft alles perfect onder controle. Slimme tante is dat. Gisteren hadden we het over talen, omdat ze moeite had met onze duitse buren te communiceren. Duits heeft ze niet geleerd op school. Wel zes andere talen, waarvan ze er vijf goed spreekt. Nederlands, Engels, Spaans, Portugees en Papiamento. Ze beginnen daar al op de “speelschool” mee, vertelde ze. Wat natuurlijk erg goed is voor de taalontwikkeling.

Onze eerste dag was, zoals gewoonlijk, een hangdagje. Moe van de reis, moe van de jetlag. Maar wel heerlijk om in een dun rokje en een t-shirt buiten te lopen en het gewoon niet koud te hebben. We “wonen” nu midden in de stad en schuin tegenover een supermarkt en er zijn nog een paar toko’s (supermarkten met Chinese eigenaars) in de omgeving, dus boodschappen doen is lang zo ingewikkeld niet als de vorige keer. Toen woonden we op bijna vijf autominuten van de dichtstbijzijnde toko en daar hadden ze niet veel.

We haalden onze huurauto op en vroegen nog eens extra naar de verzekeringspapieren omdat we in oktober een boete hadden gekregen wegens verlopen verzekeringspapieren. De man die de verhuur regelde werkte nog niet zo lang bij dat bedrijf, maar dat verhaal kende hij: “Oh, waren jullie dat!” Het bleek dat hij de schone taak had gehad om met onze boete naar de rechtszaal te gaan en uit te leggen dat we wel verzekerd waren geweest, maar alleen de verkeerde papieren bij ons hadden. De boete werd vrijwel direct flink verlaagd, dus dat was fijn. Nog fijner was dat de rechter niet gezien had dat deze man om te bewijzen dat we wel verzekerd waren óók de verkeerde papieren bij zich had. Iets waar hij dus pas na afloop achter kwam.

Overigens rijden we nu rond met gekopieerde papieren, wat hopelijk niet voor problemen gaat zorgen. Maar je kunt hier alleen de wegenbelasting betalen als je het officiele verzekeringsbewijs bij je hebt. En die wegenbelasting moet deze week betaald worden. Gelukkig zijn controles zoals die waarbij ik in oktober werd aangehouden hier ook zeldzaam…

ons appartementje

op de porch

Koffers inpakken

Geplaatst op 31/01/2014 door Geertrude Verweij

Je zou denken dat ik de hele week al druk bezig ben met van alles voorbereiden voor onze reis naar Curaçao. We vertrekken tenslotte zondagochtend al.

Maar eigenlijk valt dat enorm mee. Ik probeer het huis wel zo netjes mogelijk achter te laten, zodat de thuisblijvende dochters niet met mijn achterstanden zitten, maar zoveel werk is dat nu ook weer niet. En ik doe mijn best de boekhoudingen helemaal up-to-date te hebben voor we weggaan, maar dat kost geen hele dagen, want ik werk het sowieso wekelijks bij. Vliegtickets, appartement en huurauto zijn geregeld. Het enige dat overblijft is het inpakken van de koffers.

Op (vooral Amerikaanse) blogs lees ik weleens van die lijstjes. “Tien tips om je koffer op de juiste manier in te pakken”. Of ze bieden handige checklists aan waardoor je “nooit meer iets zult vergeten”. Een tijdje geleden dacht ik nog dat ik zoiets ook wel eens kon schrijven. Ik heb tenslotte inmiddels aardig wat ervaring met inpakken voor verre en minder verre reizen. Maar eigenlijk zou ik niet weten hoe. Want ik vind inpakken niet zo’n probleem.Ik zat dit hardop te denken tegen echtgenoot en die vulde woordelijk aan wat ik wilde zeggen: “Je gooit gewoon alles wat je nodig hebt in je koffer en dan doe je hem dicht.”
Precies! Het is allemaal niet zo ingewikkeld. En als die koffer dan niet dicht kan of te zwaar is haal je eruit wat je bij nader inzien toch niet zo hard nodig hebt. Klaar.

Ik moet deze keer wel opletten dat ik er in eerste instantie niet te veel in doe. We hebben nu namelijk allebei een grotere koffer. Onze oude waren kleiner en dus handiger wat dat betreft. Tenzij je er stapels boeken instopte, was het onmogelijk om ze te zwaar te maken. Als ze zo vol waren dat je erop moest gaan zitten om ze dicht te krijgen, wogen ze nog ruim onder de grens. Maar één van die koffers is met een dochter naar Durham vertrokken en de andere kwam in oktober kapot van de band. Dus moest ik op zoek naar andere.

Het viel nog niet mee om de juiste koffers te vinden. Bijna alle exemplaren die je nieuw kunt kopen, ook die met een harde buitenkant, hebben een rits. En dat wil ik niet. Ik vind dat een onveilig idee. Ik wil gewoon een slot. Met cijfers of met sleutels, dat maakt me niet zoveel uit, als hij maar goed sluit. Na een tocht langs allerlei winkels waar de paar koffers die aan mijn eisen voldeden een kapitaal kostten, besloot ik maar eens een kijkje bij de kringloop te nemen.

Daar stond precies wat ik bedoelde en opgetogen wandelde ik ermee naar de kassa. De dame achter de toonbank zei echter dat die koffer niet open ging.
“Ik heb hem anders net opengemaakt”, zei ik verbaasd, want zo bijdehand was ik nog wel om dat te testen.
“Er was gisteren een meneer en die heeft alles geprobeerd”, zei ze, “Hij is een hele tijd bezig geweest, maar hij kreeg hem echt niet open. En hij wou hem heel graag hebben.”
“De code van het cijferslot staat hier”. En ik wees naar het labeltje aan het handvat dat keurig vermeldde: “code: 987”.
“Hij wilde hem echt graag hebben”, zuchtte de mevrouw. Maar ik wilde die koffer ook graag hebben (dit was een week voor onze oktoberreis en dochter was er al met mijn kleine koffer vandoor), dus ik schoof hem nadrukkelijk de toonbank op. Waarna ze me vijf euro meer vroeg dan er op het prijsstickertje stond, maar daar trapte ik niet in. Ik begon toen wel te vermoeden dat ze de koffer zelf ook heel graag had willen hebben.

Gelukkig was ze dat anderhalve maand later, toen ik de andere koffer wilde kopen, weer vergeten. Die koffer had dan ook geen cijfercode, maar gewoon sleuteltjes, die de vorige eigenaar netjes in het schoenenvak had opgeborgen. Ze vroeg of ik op vakantie ging en ik zei dat ik net terug was van een maand in Curaçao, maar in februari weer zou gaan. Daar was ze ook al vaak geweest, zei ze, maar ze kwam uit Suriname.
“Er zijn veel Surinamers op Curaçao”, wist ik.
“Het zijn dan ook buurlanden”, zag ze even een paar honderd kilometer zee over het hoofd (en dan ligt Venezuela eigenlijk dichterbij). En vertelde toen dat ze later, als ze met pensioen was, afwisselend in Suriname en Curaçao wilde gaan wonen. “Mooier weer dan hier.”

Dat was ik met haar eens. Dat is ook één van onze belangrijkste redenen om erheen te willen. En dat het daar gewoon zo’n stuk relaxter leven is, zal ongetwijfeld ook met het weer te maken hebben.
De vaste schoonmaakster van onze hotelkamer in maart vond dat ook. Zij had 27 jaar in Nederland gewoond, maar toen alle kinderen groot waren, was ze snel weer terug gegaan naar “haar eiland”.
Op mijn conclusie dat het op Curaçao op veel gebieden beter was, knikte ze instemmend. “Maar,” zei ze, “ik mis mijn koopjes.”
Tja. Geen seizoenen betekent ook geen uitverkoop om plaats te maken voor een collectie warmere of koelere kleding. En grote winkelcentra met heel veel verschillende modezaken heb je daar niet eens. Of ik heb ze nog niet gevonden, dat kan ook. Ik denk ook niet dat ik ernaar ga zoeken, tenzij ik echt niets meer heb.

Want dat ik inpakken niet zo’n probleem vind komt waarschijnlijk vooral door mijn gebrek aan belangstelling voor kleding. Zelfs toen ik die kleine koffer nog had paste mijn hele zomergarderobe er probleemloos in…

koffers inpakken
de koffer rechts is de mijne… nog lang niet vol

Metamorfose

Geplaatst op 23/01/2014 door Geertrude Verweij

Ik ga niet graag naar de kapper. Ik ga nog minder graag naar de tandarts, maar dat is een heel ander verhaal. In ieder geval is de kapper ook niet helemaal mijn ding. Iets met aanraken en gefruts. En ook iets met een laag zelfbeeld, waarschijnlijk. Want ik vind het een ramp om tijdens die hele knipbeurt mezelf in die spiegel te zien. Voer voor psychologen.

Maar toch heb ik vandaag de knoop doorgehakt. Na maanden twijfelen. Want lang haar is wel zo gemakkelijk in het onderhoud. Zeker als je een dochter hebt die er af en toe een stukje af kan knippen als het door zon en zeewater een beetje dood is. (Een beetje? Ahem – gratis tip: als je nog even in de zee gaat zwemmen voor je vertrekt van een tropisch eiland, neem dan ook de tijd om je haar goed uit te spoelen. Want zout en zon en dan tien uur droge vliegtuiglucht…niet goed voor je haar).

En toch… iedere keer als ik in de spiegel keek, schrok ik van mezelf. Zeker toen de vele hoofdpijnaanvallen ervoor zorgden dat ik er niet of nauwelijks meer iets mee deed. Strak naar achter, zoals op de foto die de meeste mensen kennen van mijn social media ging niet meer. Binnen een uur hoofdpijn. En los… tja. Het kan mooi zijn, maar dan moet je het wel zeer geregeld borstelen. Niet alleen ‘s ochtends een paar halen, maar iedere keer als het door elkaar geraakt is door windvlagen of gewoon doordat je af en toe toch wel eens beweegt. Dat werkt dus ook niet voor mij. Bij mij was het gewoon een klitterige bos die er steeds slonziger uit ging zien.

Hoe meer ik erover na ging denken, hoe fijner het me leek om weer kort haar te hebben. En dus ging het er vandaag af.

Nou ja, dat staat er een stuk simpeler dan het was. Allemensen, wat heb ik er tegenaan zitten hikken. Tot ik besefte dat ik het doodnormaal vond om bezig te zijn met heftige Curaçaoplannen, maar zat te piekeren over iets simpels als een knipbeurt. Raar mens!

Ik ging naar de kapsalon waar ik vroeger, voor ik mijn haar lang liet groeien, ook altijd kwam en zowaar, de kapster herinnerde zich me nog vaag. En ze knipte en kleurde (want je zag ineens de uitgroei en de slechte kwaliteit van mijn ik-verf-het-zelf-wel activiteiten en ik verliet tevreden het pand.

Foto? Nou vooruit dan maar. Het zijn slechte, vage foto’s op een donkere dag gemaakt met mijn telefoon via de spiegel. Mijn grimeurdochter komt me binnenkort een perfecte make-up geven zodat we een goede foto kunnen maken, maar dit geeft alvast een idee.

En nu niet zeggen dat lang haar me leuker staat, want ik kan het er echt niet meer aanplakken. 😉

20140123

Heel normaal

Geplaatst op 17/01/2014 door Geertrude Verweij

En toen was er ineens een week voorbij.

Nou ja, ineens? Niet echt. Het was een drukke week, maar eigenlijk gewoon een januari-week. Want in januari is mijn boekhoudbaantje altijd wat zwaarder dan normaal. Jaarafsluitingen, aangiftes, het is allemaal net wat meer dan anders. Gecombineerd met een grieperig hoofd, wat eigenlijk ook heel normaal is voor deze tijd van het jaar. En op de een of andere manier hoort een totaal gebrek aan inspiratie en zin op het gebied van bloggen en social media daar ook bij. Gaat wel weer over. Het is alleen jammer dat ik altijd zulke grootse plannen heb voor het begin van het jaar, waar dan weer niets van komt 😉

Ik heb nog even wat gestoei met cijfertjes te gaan voor ik me weer kan richten op woorden en plaatjes. Volgende week komt er dus waarschijnlijk ook niet veel van bloggen. Ik hoop de week daarna weer een beetje lucht te hebben.

Ik hou even pauze…

20140117 (Large)

nieuwsbrief :: januari 2014

Geplaatst op 03/01/2014 door Geertrude Verweij

Dit jaar ga ik het anders doen. Mijn website is me een tikje te statisch en het voegt niet echt iets toe. Daarom wil ik in het vervolg iedere maand een (nieuws)brief aan mijn lezers schrijven om jullie zo op de hoogte te houden van alles wat er zich mijn schrijversleven afspeelt.

Achter me staat de kerstboom nog te doen alsof het allemaal nog niet voorbij is (ik laat de kerstversiering staan tot 6 januari – als het me niet te erg gaat irriteren), maar eigenlijk weten we wel beter. De kerstdagen zijn omgevlogen en het is januari 2014.
Tijd om nog heel even terug te kijken en daarna de hoogste tijd om met een schone lei aan het nieuwe jaar te beginnen.

Een terugblik op 2013

januari: Anita Willemsen schrijft een hartverwarmend leesverslag over Goede Hoop
februari: Na een aantal redactierondes verklaren mijn redactrice en ik Tegenstelling klaar voor de drukpersen.
maart: Ik begin aan een nieuwe roman.
april: Geïnspireerd door een opmerking van een lezeres over de psychische en maatschappelijke gevolgen van overmatige verzamelwoede schrijf ik een verhaal voor Dorpsleven.
mei: Tegenstelling komt uit en krijgt een ietwat vreemde, maar toch positieve recensie van een mannelijke (dus allesbehalve tot mijn doelgroep behorende) recensent op The Sword.nl
juni: Tegenstelling krijgt een zeer positieve recensie van Biblion:
juli: De fondslijst voor het najaar komt uit en dat houdt in dat ik de mooie omslag van Erfgoed mag laten zien.
augustus: De Favorietroman Dorpsleven met mijn verhaal “Ziekelijk verzamelen” ligt in de winkels (nog steeds te bestellen als E-pub) en op “Het Moederbedrijf” verschijnt een uitgebreid interview met mij over het combineren van schrijven en gezin.  
september: We beginnen met de redactie van Erfgoed.
oktober: Erfgoed is klaar voor de drukker. Na er maandenlang af en toe aan gewerkt te hebben besluit ik het manuscript waar ik in maart mee begon aan de kant te schuiven. Het verhaal loopt niet lekker en hangt als los zand aan elkaar. Een pijnlijk moment, maar af en toe is het nodig. Ik richt me eerst maar weer eens op de Favorietromans.
november: Erfgoed verschijnt en blijkt op de lijst met Expresstitels van Biblion te staan, wat een enorme opsteker is. (Expresstitels zijn -ik citeer-:“lang verwachte titels of de nieuwe werken van grote auteurs”).
december: Ik krijg een idee voor een nieuwe roman, besluit er alvast aan te beginnen en schrijf in zeer korte tijd een half boek.

Al met al een goed en productief schrijfjaar. Oké, niet zo productief als ik had gewild, maar, zoals de Amerikanen dat zo mooi zeggen: “life got in the way”. En misschien wilde ik wel gewoon te veel, daar heb ik wel vaker last van 😉
Die 40.000 onsamenhangende woorden beschouw ik maar als vingeroefeningen.

Vooruitblik

Dit nieuwe jaar begin ik hoopvol. Ik ben bezig met een nieuwe familieroman, die eind 2014 uit zal komen. Ik geniet erg van het schrijven van dit verhaal, de hoofdpersonen boeien me enorm. Ik ben nu halverwege en weet ongeveer hoe het af gaat lopen, maar ik verwacht nog wel wat verrassingen. Hoe dat werkt kan ik niet uitleggen, maar zelfs na zoveel boeken en verhalen gebeurt het me nog steeds regelmatig dat mijn hoofdpersonen met me op de loop gaan. Dat vind ik niet erg, dat zijn juist de leuke schrijfmomenten.

Met mijn uitgever heb ik afgesproken dat voorjaar 2015 weer een “spannende feelgood-roman” (in hetzelfde genre als Familiegeheimen en Erfgoed dus) uit zal komen, dus daar zal ik dit jaar ook druk mee bezig zijn.

In de loop van dit jaar (ik weet helaas zelf ook nooit precies wanneer) verschijnt mijn nieuwe verhaal in de Favorietromanreeks Lidy van de Poel. Ik hoop dit jaar genoeg tijd te hebben om nog meer van deze romans te schrijven, want het blijft erg leuk om te doen.

Verder ligt er nog niets vast. Ik heb wel wat plannen en ideeën, maar het is even afwachten of dat ook werkelijk gaat lukken allemaal. Ik hou jullie in ieder geval op de hoogte!

Ik wens al mijn lezers een heel goed 2014!

Lange lijsten of één woord

Geplaatst op 03/01/2014 door Geertrude Verweij

20140103 (1) (Large)

Ik zie overal lijstjes met doelen en plannen en voornemens langskomen en iedere keer denk ik: zal ik? En dan denk ik: nee!

Want 2013 was een jaar dat zo anders verliep dan ik had gehoopt en gedacht, dat ik 2014 liever gewoon met open vizier tegemoet treed. Niet teveel verwachtingen, niet teveel doelen. Drie klusjes per maand, dat gaat nog wel lukken (hoop ik), maar mijn lange mentale lijst met plannen om beter voor mezelf te zorgen, af te vallen, het huishouden onder controle te krijgen, mijn blog te verbeteren, meer en beter op social media bezig te zijn, meer te naaien en te breien, groener en zuiniger te leven, enzovoorts hou ik maar voor mezelf. Min of meer dan 😉

Ook op schrijfgebied is het lastig om lijstjes te maken. Vorig jaar had ik nog grootste plannen (al kan ik niet meer vinden of ik daar toen over geblogd heb), maar die zijn niet helemaal geslaagd. Wat ik wel kan vertellen is dat ik met mijn uitgever afspraken heb gemaakt voor een “gewone” (familie) roman die in het najaar zal uitkomen en een spannende roman die voorjaar 2015 gepland zal worden. Die eerste roman moet dus over een maand of twee drie af zijn, de andere in september/oktober. Dat moet lukken.

Daarnaast zou ik graag voor de Favorietromans nog een paar verhalen schrijven en heb ik vage plannen voor wat korte verhalen. Maar wat dat laatste betreft beloof ik niets, want ik voel me nog steeds schuldig over dat kerstverhaal dat er niet gekomen is…

Nee, lange lijsten met doelen en plannen worden het dit jaar niet. Maar kennen jullie het fenomeen “één woord” (one word)? Je kiest één woord dat representatief is voor wat je het komende jaar wilt bereiken of beleven. Het grappige is dat ik er ieder jaar over nadenk en me vervolgens een paar maanden later al niet meer kan herinneren wat mijn woord was. Dat moet je opschrijven, ja. Maar ik vind dat al snel een beetje “te”.

Ik heb ooit (ik denk voor 2012) dit werkboek (link gaat naar versie 2014) gedownload en ingevuld. Heel mooi, maar ik heb het na een paar maanden weggegooid omdat ik me er een beetje voor schaamde. net zoals ik vroeger ook altijd mijn dagboeken weer weggooide (en meer recent mijn blogs delete). En ik weet dus ook niet meer welk woord ik toen, met de fantastische begeleiding die Susannah via dat gratis werkboek geeft, gekozen heb. Maar het hele concept boeit me wel.

Dit jaar? Ik weet wel wat ik wil bereiken, maar ik kan er het juiste woord niet voor vinden. Ja, val ik daar even door de mand als schrijfster… Maar misschien is dat niet erg. Want ik weet wat ik erbij voel. En er zijn heel wat woorden die in de buurt komen, alleen kloppen ze allemaal net niet. Kalmte, vrede, rust, tevredenheid, loslaten… Ik denk dat ik bedoel te zeggen dat ik 2014 wil beleven zonder me overal druk om te maken. En dat in de breedste zin, zowel over belangrijke zaken (want ik maak me daar vooraf druk over, wat simpelweg niet helpt en ik weet inmiddels dat ik bij echt moeilijke situaties juist heel rustig blijf) als over onzindingen (want wat is het toch dom en slecht voor je eigen –geestelijke en lichamelijke- gezondheid om je op te winden over nieuwsberichten of asociaal gedrag in het verkeer).

Of het gaat lukken? Ik hoop in ieder geval een beetje te groeien op dat gebied, al was het maar weer terug naar het niveau dat ik vroeger had (want ik ben een beetje achteruit gegaan de laatste jaren).

En jullie? Grootste plannen? Lange lijsten? Of hebben jullie ook één woord (of een rij synoniemen) gekozen?

20140103 (2) (Large)

  • Previous
  • 1
  • …
  • 22
  • 23
  • 24
  • 25
  • 26
  • 27
  • 28
  • …
  • 45
  • Next

Welkom!

Ik ben Geertrude, echtgenote van 1, (schoon)moeder van 5 en oma van 2.
Ik ben boekhouder, redacteur en schrijfster van beroep en hou van lezen, fotograferen, breien, naaien, tuinieren, kruidengeneeskunde en nog veel meer.
Hier schrijf ik over alles wat me bezighoudt en soms ook over mijn pogingen eens wat rustiger aan te doen.
Meer over mij vind je hier.

Archief

© 2026 Geertrude blogt | Aangedreven door Minimalist Blog WordPress thema