Wij hebben een Schrödinger-kat. Dat zegt u waarschijnlijk niet veel, tenzij u een wetenschappelijke achtergrond heeft. De kat van Schrödinger is een theorie die te maken heeft met kwantummechanica. En zonder in al te ingewikkelde details te treden komt het er op neer dat je, wanneer je een kat in een doos stopt, niet zeker kunt weten of dat beest dood is of levend. Als je de doos opendoet zie je dat hij leeft, maar het kan best zijn dat hij dood is als je hem niet ziet.
Dat is precies wat er met onze kat aan de hand was. Toegegeven, we hadden behoorlijk veel reden om aan te nemen dat hij dood was. Er zijn namelijk al drie katten van ons doodgereden bij ons op de dijk. En hij was nog ziekelijk ook.
Eigenlijk mocht hij helemaal niet naar buiten. Vanwege zijn drie voorgangers dus. Maar sinds het voorjaar leek hij wel weg te kwijnen. En als hij even de kans kreeg, ontsnapte hij. Ook niet gezellig. Dus toen het weer verbeterde, lieten we de deur maar gewoon open staan. De eerste week kwam hij ‘s avonds nog terug voor eten, maar al snel zagen we hem bijna nooit meer. En toen hij een week of vier geleden zelfs niet meer kwam opdagen toen we de barbecue aanstaken, begonnen we te vermoeden dat hij dood was. Uiteindelijk ruimde ik de kattenbak en de voerbakjes maar op en begonnen we al voorzichtig te praten over een andere kat uit het asiel halen. Want wij vinden een huis zonder kat zo leeg.
Maar afgelopen zaterdag hoorde ik ineens een dochter die naar haar werk ging heel hard “Heeee!” roepen. En vervolgens naar binnen komen met ons Beest in haar armen. Een heel gezond Beest, dat duidelijk niet geleden had onder zijn avonturen. We hebben geen idee waar hij geweest is. Het zou kunnen dat hij een lange zwerftocht gemaakt heeft in de velden achter ons huis. Maar dan moet hij een betere jager zijn dan we dachten, want hij is zelfs aangekomen. Je zou bijna denken dat hij een ander huis gevonden heeft, maar hij gedraagt zich nog steeds alsof hij bij ons ook thuis is. Het was nooit een schootdier, maar hij komt heel bewust binnen om aangehaald te worden.
Waar hij geweest is, en waar hij uithangt als we hem nergens zien, zullen we nooit weten. Maar onze kat van Schrödinger leeft in ieder geval nog!
Auteur: Geertrude Verweij
Nog meer jeugdsentiment
Handmade home
Dat ik fan van Amanda Soule ben weten mijn vaste lezers inmiddels wel. Veel van mijn creatieve uitspattingen worden geinspireerd door haar. Ik kon dan ook niet wachten tot haar tweede boek “Handmade Home” uitkwam. En omdat mijn eerste bij iemand was blijven liggen, bestelde ik die ook maar meteen mee.
Vandaag kwam het pakketje bij de post. Ik heb weer wat te lezen…
Jeugdsentiment
Brillenwissel
Bij ons thuis draagt iedereen een bril. Nou ja, dat is niet helemaal waar. Want ik draag lenzen. Echtgenoot draagt eigenlijk ook geen bril. Het probleem is alleen dat zijn armen af en toe te kort worden. Dus heeft hij een leesbril nodig om die afstand te overbruggen.
De dochters echter dragen wel echt een bril. Al een paar jaar. Maar sinds de oudsten autorijden, hoorde ik steeds vaker klachten over het gezichtsvermogen.
Het begon met middelste. Die had een bril met plus sterkte. We dachten dat het een leesbril was, want ze kon er niet goed mee in de verte kijken. Ze droeg het ding dus alleen bij het lezen en computeren. Toen ze vertelde dat ze tijdens het rijden de borden niet zo goed kon zien, besloten we toch maar even naar de opticien te gaan. Om allerlei niet ter zake doende redenen gingen we naar een andere dan die waar de zogenaamde leesbril vandaan kwam. En deze opticien vertelde ons dat alleen mensen boven de veertig een leesbril hebben, dat dochter haar bril dus wel nodig heeft om in de verte te zien en hem gewoon de hele dag moest dragen. Maar dan wel een andere, want van de sterkte klopte niets meer en de cilinder was ook fout. Gelukkig waren de glazen op voorraad en de bril in een uur klaar, zodat het kind volgende week haar rijexamen met een goede bril op de neus kan afleggen.
Toen begon andere dochter natuurlijk ook. Het is tenslotte een tweeling. Zij heeft een min sterkte en droeg haar bril gewoon de hele dag. Maar ze had het gevoel dat ze niet goed meer zag, dus gingen we maar weer naar diezelfde opticien voor een oogmeting. En toen brak mijn klomp.
Want deze dochter hoeft haar bril juist niet de hele dag te dragen. De bril die ze heeft is veel te sterk, de cilinder klopt niet en de nieuwe bril hoeft ze alleen op bij inspannend kijken, want de sterkte is te verwaarlozen (-0,25). Het kind draag nu dus geen bril (glazen waren niet op voorraad) en roept steeds verheugd dat ze ineens diepte ziet en details registreert. Ook niet onbelangrijk bij een rijexamen.
Ineens een totaal andere situatie dus. Een soort brillenwissel. Op bij de een en af bij de ander. Gelukkig maar dat dochter nummer drie gewoon een half puntje sterkte erbij moet. Of zou die er nu bij mij af gaan?
Gaar
Gisteren had ik het even erg druk met iets anders. Van even een stukje schrijven kwam echt niets terecht. Dus dacht ik: geen man (vrouw) overboord, ik doe het morgen wel. Moet kunnen toch?
Dat zou je denken. Maar helaas. Vandaag was zo’n dag. Zo’n rare dag. Druk met niets. Ik heb alleen maar heen en weer gereden. Maar daar word je knap gaar van.
De oudste dochters hadden theorie-examen. Om de een of andere vage reden zit zo’n CBR-gebouw altijd op een plek die heel lastig met het openbaar vervoer te bereiken is. Dus zou ik ze wel even brengen. We stapten in de auto en ik vroeg aan de tomtom of hij de route even wilde verzinnen. Maar de tomtom kende heel het adres niet. Dat ligt in een zeer nieuwe wijk en onze tomtom is al wat ouder.
Dus naar binnen gerend, computer opgestart, route opgezocht op internet (daar kenden ze het adres wel) en route uitgeprint. Nou ja, ook dat klinkt gemakkelijker dan het was, want onze printer is echt ontzettend langzaam. Vooral over plaatjes moet hij lang nadenken. En ik had per ongeluk ingesteld dat ik bij elke actie een kaartje wilde.
Eenmaal op het juiste adres, bleken alle parkeerplaatsen bestemd te zijn voor examenauto’s. Dus liet ik de dochters uitstappen en ging maar weer weg. Ik wilde toch nog even langs de Makro. Niet dat ik precies wist waar die was, want wij gaan normaal gesproken naar een andere. Echtgenoot had me wel uitgelegd waar ik deze moest vinden, maar ik vond niets. Dus besloot ik terug te gaan naar het CBR kantoor.
Misschien vraagt u zich af waarom ik niet naar huis ging. Dat komt doordat ik die examens precies zo ver van ons huis gehouden werden, dat ik net even mijn auto kon parkeren en dan meteen weer weg moest. Schiet ook niet op. Ik ging dus gewoon ergens een parkeerplaatsje zoeken en wachten. Ik had speciaal een breiwerkje meegenomen. Maar ik moest eigenlijk wel even naar het toilet, dus besloot ik te stoppen bij een fastfood restaurant. Ik nam de afslag en jawel: daar was de Makro. Die gelukkig ook een toilet had.
Om een lang verhaal kort te maken: terug naar het CBR, gebreid, dochters geslaagd, met dochters naar winkelcentrum om ene dochter naar onhandig ingepland werk te brengen en andere dochter naar opticien. Na een uur nog een keer na het winkelcentrum omdat die bril al klaar was. En weer een uur later alweer naar het winkelcentrum om de werkende dochter weer op te halen.
Toen was ik gaar. En toen kon ik dus geen degelijk stukje meer schrijven. Vandaar dat u het deze week hier mee moet doen.
In een doosje
Ze kwam binnen en liep regelrecht naar de telefoon. “Even melden dat ik veilig thuisgekomen ben.”
Onze jongste dochter is ruim zestien. Ze komt af en toe een tikje afwezig over en heeft wat lichamelijke probleempjes, maar kan zichzelf prima redden. Ze fietst alleen naar school en gaat ook alleen op vrijdagavond naar koor. We wonen buiten het dorp, maar de route ligt langs een weg met veel huizen. Wij vonden het dus niet zo’n probleem toen ze vroeg of ze die laatste avond wat langer mocht blijven. Er zou nageborreld worden en dat leek haar wel gezellig. Natuurlijk mocht dat. Een kleine onderhandeling over het tijdstip van thuiskomen en de afspraak stond. Half een thuis. En niet meer dan twee glazen drinken.
Ze was om half een thuis en had alleen cola en ijsthee gedronken. Maar een volwassen mede-koorlid vond het erg griezelig dat ze nog zo laat langs de weg moest en had haar op het hart gedrukt te bellen als ze thuis was. Heel goed bedoeld, dat wel.
Onze oudste dochters zijn achttien. Zij werken in de stad en daar gaan ze op de fiets naar toe. Ook op koopavond en bij slecht weer. Oudere collega’s vinden dat maar zielig en eng. Die willen ze dan thuisbrengen. Heel goed bedoeld, dat wel.
Meer dan tien jaar geleden had ik twee dochters in twee groepen drie en een dochtertje in groep één. Ik kon mezelf niet in stukken delen, dus zette ik als de bel ging de oudste dochters in de rij voor de deur en ging met jongste dochter door de andere deur om haar in de klas te brengen. Maar ergens vond ik het toch griezelig om die twee zo maar te laten staan, dus liep ik na het wegbrengen van jongste altijd even langs die twee andere klassen om te zien of ze er echt zaten. Men noemde mij daar plagend “moederkloek”.
Ben ik nu dan zo gemakkelijk? Nee, natuurlijk niet. Ik ben pas helemaal rustig als iedereen veilig binnen is. Dat wordt nog lastig als er straks dochters op kamers gaan. Maar dat gebeurt nu eenmaal. Ze worden groter. Zij moeten leren zelfstandig te worden en ik moet leren ze los te laten. Je kunt ze nu eenmaal niet hun leven lang in een doosje bewaren.
Maar het zou wel gemakkelijker zijn als andere mensen dat ook snapten!
Was
Blijf je eten?
Ergens in mijn genen zit Zuid-Europees bloed. Daar komen mijn donkere haren en ogen vandaan. Niet mijn lengte helaas. Ik zou zo graag een stukje kleiner (en liefst ook tengerder) zijn, maar op dat punt lijk ik meer op mijn Friese voorvaderen. Lang en stevig. Maar goed, dat Zuid-Europese zit er dus ook in.
Afgelopen maandag besefte ik, terwijl ik eten stond te koken voor negen mensen, ineens dat ik niet alleen uiterlijke trekjes daarvan heb. Ik vertoon ook op andere punten wel wat gelijkenissen met zo’n Italiaanse “Mama”.
“Blijven jullie eten?” is een veelgehoorde vraag bij ons thuis. Je komt hier niet zomaar weg, zeker niet als je rond etenstijd langs komt. Als ik iets te vieren heb, vraag ik altijd of mensen komen eten. Vind ik gezellig. Liefst met de hele familie tegelijk. Ik geniet ervan, ondanks het vele werk.
Afgelopen maandag was de diploma-uitreiking van de dochters. Die begon om acht uur ‘s avonds. Dat vind ik een nare tijd voor zoiets, want je kunt moeilijk verwachten dat mensen na afloop nog taart komen eten. Dus nodigde ik de grootouders uit om eerder te komen, verbood dochter E. om “toch naar ballet te gaan en als jullie me dan gewoon oppikken, haal ik het nog wel” en zaten we die avond met negen mensen aan tafel.
Die tafel is het enige probleem in mijn verhaal. Mijn schoonzus heeft een grote huiskamer en een tafel die normaal al enorm is en ook nog uitgeschoven kan worden. Ik ben een beetje jaloers op die tafel.
Ik heb zelf een huiskamer van krap vier bij vijf. Aan de ronde uitschuiftafel (die dan dus ovaal is) passen negen mensen. We kunnen eventueel het campingtafeltje erbij zetten, maar dan houdt het echt op. Dat gaat niet passen als ons gezin zich uitbreidt met aanhang en kleinkinderen. Verhuizen wil ik niet, daarvoor is dit huis me veel te lief.
Achter ons huis staat een ouderwetse boerenschuur. Ik zie het al helemaal voor me. Grote tafels erin, en misschien een paar stapelbedden.
“Blijven jullie eten? Slapen kan ook, hoor. Juist gezellig. En dan maak ik een heerlijk ontbijtje…”
Ik zei het toch… Zuid-Europees bloed. Het is alleen jammer dat mijn Hollandse nuchterheid me wijst op een paar belangrijke bezwaren. Onze boerenbuurman wil die schuur helemaal niet verkopen. En waar halen we het geld vandaan?
Maar ja, dromen mag. Of is dat ook al niet Hollands?
Mijn fiets en ik
Ik fiets weer! Eigenlijk moest ik me schamen om dat zo neer te zetten, want zo bijzonder is het niet. Vroeger deed ik alles op de fiets, inclusief de boodschappen voor een gezin van vijf personen. Ik stapte zelfs rustig ‘s ochtends om half negen op de fiets om naar de stad (15 kilometer verderop) te fietsen, daar te gaan winkelen en vervolgens op tijd terug te zijn om de dochters een boterhammetje tussen de middag te geven.
Ik keek altijd een tikje minachtend naar mensen die voor elk wissewasje de auto pakten. Dat was toch nergens voor nodig? Fietsen is een stuk goedkoper en nog gezond ook.
Eigenlijk had ik helemaal geen recht van spreken. Want ik had geen rijbewijs en dus geen keuze.
Twee jaar geleden had ik dan eindelijk dat roze kaartje in mijn bezit. En een lila autootje, helemaal voor mij alleen.
Dapper riep ik dat heus wel zou blijven fietsen. Maar nu even niet, want ik moest wel rijervaring op doen. En later ook nog niet, want toen was het zulk slecht weer. Toen het weer beter werd, was ik er inmiddels aan gewend om alles met de auto te doen. Ik maakte wel plannen om weer eens te gaan fietsen, maar de auto is zoveel handiger en sneller. En toen was de zomer alweer voorbij en kon ik de regen en de kou weer als argument gebruiken. Enzovoort.
Ik geef het toe: ik vind autorijden ook gewoon erg leuk.
Maar ondertussen verdween mijn conditie als sneeuw voor de zon. En ik kreeg er kilo’s voor in de plaats. Om die kilo’s weg te werken ben ik een tijdje lid geweest van de sportschool. Wat me handen vol geld kostte. En waar ik dan een kwartier op een fiets-die-nergens-heen-gaat moest gaan zitten in een zweterig ruikend zaaltje. Dat is dus echt niets voor mij.
Vandaar dat ik mezelf nu eens een flinke schop onder de (inmiddels behoorlijk uit de kluit gewassen) kont gegeven heb. Ik heb mijn fiets tevoorschijn gehaald, de banden opgepompt en fiets iedere dag een blokje om. Dat is hier een kilometer of tien.
Mijn fiets is het niet meer gewend. Die piept en kraakt en rammelt. En ik hijg en piep en puf. Maar ik heb het wel naar mijn zin.
En nu maar hopen dat mijn fiets en ik het vol houden om dit dagelijks te blijven doen…




