Geertrude blogt

Menu
  • Contact
  • Over mij
  • Privacy
Menu

Auteur: Geertrude Verweij

Ik gaf mezelf een denkbeeldig schouderklopje

Geplaatst op 24/01/2022 door Geertrude Verweij

Ik stond al zeker tien minuten in de rij voor het keuringslokaal en ik was nog lang niet aan de beurt.
Je auto laten keuren gaat hier een beetje anders dan in Nederland.

Te beginnen met het feit dat de keuring een overheidsdienst is waarvoor je naar het keuringslokaal moet gaan. Je kunt het eventueel door je garage laten doen, maar dat houdt in dat die een medewerker met je auto naar dat keuringslokaal stuurt. En als we dan toch naar de stad moeten rijden om de auto in te leveren, kunnen we het net zo gemakkelijk zelf doen. Hoeven we hem ook niet aan het eind van de dag weer op te halen.
Onze afspraak was tussen acht uur en half negen. Aangezien wij in het uiterste westen van Curaçao wonen is het keuringslokaal drie kwartier rijden, als je ervanuit gaat dat je dóór kunt rijden. Daar gaan wij na drie jaar op het eiland niet meer vanuit, dus rekenen we een uur voor zo’n rit. Zeven uur weg dus. Nou ja, het moest maar.
We waren er precies om acht uur, maar helaas waren alle anderen die in dat half uur moesten keuren er ook precies om acht uur. De rij was dus lang. Maar goed, als je daar doorheen bent, mag je betalen en krijg je het keuringsformulier. Daarna is het zo gebeurd.
Keuren houdt namelijk in dat je laat zien dat je lichten en richtingaanwijzers werken. Vervolgens moet je een half metertje rijden en hard op de rem trappen. Op het groene formuliertje staan wel meer punten die gekeurd moeten worden, maar dat doen ze eigenlijk nooit.
Na deze korte controle moet je nog even wachten op je nieuwe keuringsbewijs en dan is het leed weer geleden.
Het keuringsbewijs van vorig jaar had ik in mijn handen terwijl ik in de rij stond. En omdat ik daar al tien minuten stond en verder toch niets te doen had, bekeek ik het nog eens goed. Datum keuring was precies een jaar geleden. Ik gaf mezelf een denkbeeldig schouderklopje omdat ik er – ondanks allerlei vertragingen – nog zo keurig op tijd bij was. En toen viel mijn oog op het getal eronder. Twee. Twee? Twee wat? Jaren geldig. Twee jaren geldig? Het duurde heel even voor het kwartje viel. Ik wenkte echtgenoot die bij de auto stond te wachten (met z’n tweeën in de rij mag niet meer), want ik was niet van plan mijn plaats in de rij op te geven voor ik het zeker wist. Maar hij bevestigde wat ik inmiddels ook begrepen had, maar wat wij allebei niet eerder hadden gezien. De auto hoefde helemaal niet gekeurd te worden.
Tja. Gelukkig waren we niet helemaal voor niets naar de stad gereden, want de autoverzekering moest ook betaald worden. Dat kan alleen met geldige keuringskaart, maar die hadden we, dus dat was snel geregeld. Persoonlijk, bij de kassa van het verzekeringsbedrijf, want zo gaat dat hier.
Met een geldig verzekeringsbewijs konden we de wegenbelasting gaan betalen (persoonlijk, op het postkantoor) en dan zouden we weer klaar zijn voor een jaar. Maar helaas, de stickers die je als bewijs van betaling op je ruit moet plakken waren nog niet gearriveerd. Dat moest dus nog even wachten. Geen groot probleem, want meestal beginnen ze begin maart aan te kondigen dat ze eind maart toch echt boetes gaan uitdelen als je de wegenbelasting niet betaald hebt. Ze doen hier niet zo moeilijk.
Wij ook niet. Dan rijden we nog wel een keer naar de stad. Zo gaat dat hier nu eenmaal…

(foto van Tim Samuel)

Koud, Corona en misschien een Kerstverhaal (en andere dingen)

Geplaatst op 10/12/2020 door Geertrude Verweij

 

Hoewel dit jaar nu niet bepaald het jaar van regelmatige blogposts was, wil ik zo aan het eind van het jaar toch wel íets schrijven. Mede in de hoop dat ik daarmee de goede toon zet voor het volgende jaar. Want ergens mis ik het wel, dat contact met lezers en het regelmatig even gaan zitten om wat te vertellen over mijn leven.

Zolang dat een beetje positief is tenminste, want ik vind de negatievere aspecten van mijn leven te privé om zomaar openlijk op mijn blog te bespreken (hoewel ik geneigd ben het er allemaal uit te gooien als ik eenmaal begin te schrijven, maar dat delete ik dan meestal weer). Dat was het probleem dit afgelopen jaar. En ja, ik weet het. Het was voor iedereen zwaar. En ik ben ook niet de enige die het door allerlei omstandigheden extra moeilijk had. Maar gezellige stukjes schrijven was er gewoon even niet bij.
Of het volgend jaar allemaal beter wordt, weet ik niet. Ik ben bang dat we voorlopig nog niet uit de corona-ellende zijn. Maar hoop doet leven en alles went. Dus… wekelijkse stukjes? Maandelijkse stukjes? Ik weet het nog niet. Maar ik ga mijn best doen om in ieder geval weer wat vaker iets te plaatsen.

Op dit moment ben ik in Nederland. Na een heel jaar Curaçao heb ik maar één woord om mijn huidige toestand te omschrijven: koud!
Vanochtend ging ik boodschappen doen in het dorp vlakbij het vakantiehuisje dat we gehuurd hebben. Ik moest een brief posten en vroeg bij de drogist waar ik een brievenbus kon vinden. Dat bleek een wandelingetje naar de andere kant van het dorpscentrum te zijn. Niet erg, maar ik had mijn muts en handschoenen in de auto laten liggen. Brr! Ik was het hartgrondig eens met de mevrouw die ik tegen een vriendin hoorde zeggen dat ze haar mondkapje lekker op hield op de fiets. “Mijn neus blijft heerlijk warm zo.” Precies! Ik had die van mij ook nog op. Vanwege de kou, inderdaad. En ook voor de veiligheid.
Wij waren maandagochtend vroeg net in Nederland toen Curaçao “oranje” verklaard werd, dus we hoeven niet in quarantaine. Dat is fijn, want dan kunnen we gewoon boodschappen doen. Maar we vinden het wel zo sociaal om voorzichtig te zijn. Familie hebben we ook nog niet gezien, trouwens. Morgen eerst een test en dan gaan we (hopelijk) afspraken maken. Volgende week is er een dochter jarig, dus we hopen dat we daar heen kunnen. En volgende week zaterdag ga ik met alle drie de dochters een trouwjurk uitzoeken voor middelste.
Duimen dat we niet besmet zijn, dus! Het zou goed moeten zijn, want op Curaçao kwamen we al weken bijna nergens meer en hielden we ons keurig aan alle regels. Al zegt dat niet alles, want we hebben kennissen die alle voorschriften aan hun laars lappen en in die groep zijn ook geen besmettingen, terwijl het van zo’n 80 tot 90% van de dagelijkse nieuwe besmettingen op Curaçao volledig onbekend is waar ze vandaan komen. Er is dus blijkbaar geen peil op te trekken. Hoewel ik toch vermoed dat de meeste mensen die illegale feestjes gevierd hebben, dat niet netjes toe gaan geven als ze positief getest zijn. Dat kan er ook wel mee te maken hebben.
Het leuke van die kou is dat ik eindelijk weer eens stamppotten kan maken. Want je kunt wel heel dapper denken dat je die op een tropisch eiland ook best kunt eten, maar in de praktijk valt dat toch tegen. Bovendien vind ik het wel leuk om dat soort gerechten speciaal voor hier te bewaren. Dus aten we dinsdag boerenkool, woensdag zuurkool en verheug ik me nu enorm op hutspot, want dat is mijn favoriet.
Het heeft trouwens ook best wel zijn charme om pantoffels en dikke truien te dragen en ’s nachts heerlijk weg te kruipen onder een dekbed. Voor een paar weekjes dan. Want het blijft heerlijk om het hele jaar zomer te hebben.

Ik geloof wel dat ik op schrijfgebied actiever zou zijn als we hier woonden. Op Curaçao heb ik het druk met mijn enorme tuin. En als het te warm is om daar mee bezig te zijn, ben ik zo moe en bezweet, dat alle inspiratie min of meer uitgedoofd is. Ik schrijf wel, maar echt hard gaat het niet. Maar nu ik hier ben, en zeker deze eerste dagen zonder familiebezoekjes, heb ik niet veel te doen. Ik ben nog bezig met een redactieklus, maar daarna zou ik zomaar zin kunnen krijgen om een verhaal te schrijven. Misschien zelfs nog wel een kerstverhaal. Want daar begin ik ook langzaam voor in de stemming te raken. Maar ik beloof niets…

Ik heb overigens wel wat geschreven dit jaar. Voor de Favorietromanserie Dorpsleven heb ik twee verhalen geschreven. Dat blijft leuk werk. Ik ben dol op de dokters en de dorpsbewoners (vaste personen in de serie) en het is leuk om allerlei vage verhaalideeën te verwerken in dit concept.

Niet te filmen gaat over Lotte, een bekende vlogster die zich in eerste instantie knap onmogelijk maakt in het dorp. Daarnaast krijgen de dorpsartsen te maken met een wel heel bezorgde echtgenoot.

 “Boerenkinkels noemde ze ons,” zei Els kwaad.
Mia leunde over de toonbank. “En de winkel? Heeft ze daar ook iets over gezegd?”
“Meer dan genoeg. Ze had een heel filmpje alleen maar over jullie winkel.”
“Hoe kan dat nou, ik heb haar helemaal niet zien filmen hier binnen,” zei Piet twijfelend. “Weet je dat zeker?”
“Met mijn eigen ogen gezien.”

Dit verhaal is in oktober verschenen en kan nog steeds als e-book gedownload worden.

Onderdrukte emoties vertelt het verhaal van Laura, die een hoop narigheid heeft meegemaakt en daar op haar eigen manier mee omgaat. Rens, die zijn geld verdiend met anderen vertellen dat ze alles kunnen oplossen door positief te denken, moet leren omgaan met een ziekte die zich niet zomaar laat wegdenken.

“Soms helpt het om erover te praten.”
“Het gaat goed,” hield ze vol. “Er is geen enkele reden om dat allemaal op te rakelen.”
“Dus het was zwaar.”
“Zoals u al zei. Scheidingen zijn nooit gemakkelijk. Maar het is nu eenmaal gebeurd. Dat ligt achter me.”
“Heb je het weggestopt of verwerkt?”
Ze haalde haar schouders op. “Doet dat ertoe? Ik functioneer prima, daar gaat het om.”

(verschijnt binnenkort)

En voor wie liever luistert dan leest, is er ook goed nieuws. Inmiddels zijn er drie boeken van mij verschenen als luisterboek: Thuisgekomen, Alleen is maar alleen en Trammelant op het platteland (ook via de bibliotheek te luisteren)

Verder heb ik nog wat dingen geschreven die niet geschikt zijn voor publicatie, maar mij wel geholpen hebben om bepaalde dingen te verwerken. Ook niet onbelangrijk. En het zou zomaar kunnen dat sommige van die verhalen uiteindelijk in een iets andere vorm toch verschijnen. Sommige hoofdpersonen zijn me toch wel erg dierbaar geworden.

Hmm… Dit begint een erg lang stuk te worden. Terwijl ik dit schrijf, luister ik met een half oor naar de persconferentie op Curaçao. Nog geen lockdown, gelukkig. Het zou fijn zijn als we na de kerst gewoon naar huis kunnen.
Maar zover is het nog niet. Ik wens jullie allemaal heel fijne feestdagen, ondanks alle maatregelen. Voor mij draaien de feestdagen altijd om familiebijeenkomsten. Ik was altijd degenen die ervoor knokte om de hele familie bij elkaar te krijgen en dat wordt deze keer wel wat lastig. Bovendien ontbreekt er sowieso een heel belangrijk iemand, dus het zou ook zonder beperkingen niet zo zijn als het hoort. Maar we doen ons best om er toch iets van te maken. Het is niet anders. Mijn woord voor 2020 was “accepteren” en nou ja… ik had geen passender woord kunnen kiezen.

Nogmaals, iedereen heel fijne dagen gewenst!

(p.s. als ik nog een kerstverhaal schrijf, verschijnt dat de komende tijd vanzelf op mijn blog)

Het komt goed

Geplaatst op 30/06/2020 door Geertrude Verweij

Het rommelt op Curaçao. En daar ga ik verder niets over zeggen. Tenminste, niet over hoe ik er persoonlijk over denk. Ik weet namelijk niet precies hoe ik er over denk, want er zitten heel veel kanten aan het verhaal. Daar kun je je als buitenstaander (en dat zijn wij, ondanks dat we er inmiddels al een tijdje wonen, ook nog steeds) geen goede mening over vormen. Vind ik. Ik ben blijkbaar de enige die dat vind, want er zijn enorm veel buitenstaanders die er een heel duidelijke mening over hebben en zich er mee menen te moeten bemoeien. Maar dat terzijde.
Maandag hadden we er behoefte aan om even te doen alsof alles nog normaal was. Dus besloten we een hapje te gaan eten bij ons favoriete restaurant in de binnenstad.
We parkeerden op het plein en wandelden naar het terras. Dat was erg leeg, zelfs voor de huidige omstandigheden. Even twijfelde ik. Was er weer iets aan de hand? Was het verstandig om er te gaan zitten? Maar we werden al welkom geheten met een brede lach. Die direct gevolgd werd door de vraag of we niet tegengehouden waren door de politie, want de stad was een half uur afgesloten geweest. Het meisje wist niet waarvoor, maar maakte zich wel zorgen.
“Op dit moment is dit zo’n beetje het veiligste plekje van Curaçao”, stelde haar baas ons gerust. “Je ziet ze niet, maar het stikt hier van de militaire politie.”
Pas de volgende dag zouden we horen dat de afsluiting het gevolg was geweest van één vredelievende demonstrant aan de andere kant van het water. Tja. Ga ik ook maar niets over zeggen, want ik wéét gewoon niet wat ik ervan vind.
Maar goed, het was alweer voorbij en langzaam druppelden er weer meer gasten het terras op. Wel zo gezellig. In het midden zat een Curaçaose meneer die er blijkbaar de hele middag al zat. Of hij had ergens anders al wat gedronken, dat kon ook. Hij was in ieder geval niet helemaal nuchter meer. En blijkbaar zat hij zwaar te peinzen over alles wat er aan de hand was in zijn land.
Ineens besloot hij actie te ondernemen. Met een zeer luide stem begon hij in het Papiamentu met de serveerster te praten. Ik kon hem niet goed verstaan, ving alleen iets op over Ulandes (Nederlanders).
O jee, dacht ik.
En toen kwam het meisje naar ons toe. “Die meneer wil u een biertje aanbieden. Wilt u dat aannemen?”
Ook een ander Nederlandse stel kreeg een drankje aangeboden.
Ik kon de man nog steeds slecht verstaan, maar de boodschap was duidelijk: hij wilde laten zien dat hij Nederlanders geen kwaad hart toedroeg.
Echtgenoot liep naar hem toe om even met hem te praten en kwam daardoor ook in gesprek met Wendell de Leguanenman, die een tafeltje verderop zat. Hij was daar zonder leguanen, want er waren toch geen toeristen die hem konden betalen om met die beesten op de foto te mogen. Echtgenoot vroeg hoe het ging en hij gaf eerlijk toe dat het niet meeviel, zo zonder inkomen. Helemaal zonder geld zat hij gelukkig nog niet. Dat dachten we al, want anders ga je geen biertje drinken op een terras. Bij een snèk is het veel goedkoper en drinken op het parkeerterrein bij de supermarkt mag ook weer.
Echtgenoot was van plan de dronken man een biertje terug te geven, maar dat lukte niet meer. Hij vertrok al snel, nadat hij zijn laatste flesje per ongeluk náást de tafel neerzette. Misschien maar beter ook dat we hem niet nog een biertje gegeven hadden. Maar zijn bedoelingen waren goed.
En om zijn goede daad voort te zetten, vroeg echtgenoot de serveerster om de leguanenman een biertje van ons te geven. Die was daar enorm blij mee en kwam gezellig bij ons aan tafel zitten. Trots liet hij ons zien dat de NTR hem gefilmd had toen hij zijn mening gaf over de rellen. En die mening gaf hij ons ook nog een keer of zes. Daarna vertrok hij om de laatste bus naar huis te halen.
Voor hij wegliep draaide hij zich nog een keer om. “Het komt goed!” riep hij.
Ik hoop het.

*filmpje staat hier, leguanenman op 2:06

Kaalgevreten

Geplaatst op 14/05/2020 door Geertrude Verweij

Sinds we in dit huis wonen, zijn we voortdurend in gevecht geweest met dieren. Vleermuizen, kakkerlakken, mieren… De meeste zijn op mijn blog de revue wel gepasseerd.Nu heb ik weer nieuwe vijanden.

Ik heb enorm veel foto’s in mijn archief van van de indrukwekkende leguaan en ik was ook altijd wel gecharmeerd van die schattige kleine salamanders die je hier veel ziet. Ook de vogels die hier dagelijks rondvliegen en concerten geven vond ik fantastisch. Maar nu vind ik ze niet zo leuk meer.

Een half jaar geleden stopte ik wat zaadjes van een papaja in potten. Dat werkte prima. In een mum van tijd had ik plantjes en toen ik die in grote potten gezet had, begonnen ze al snel op boompjes te lijken. Ik hakte en knipte en groef doornstruiken uit tot ik een stuk tuin had waar ik mijn tropische boomgaard wilde planten, hakte nog wat meer in de rotsachtige bodem en plantte uiteindelijk zes papajabomen. Daarna liep ik nog maandenlang bijna dagelijks met gietertjes rond om mijn bomen te begieten. Ze groeiden niet erg snel, maar een mens moet geduld hebben met dit soort dingen. Dacht ik.

Op Facebook zag ik foto’s verschijnen van papajabomen van zes maanden oud, die vol hingen met vruchten. O. Ik keek nog eens goed naar de mijne. Daar was ondertussen niet veel meer van over. Al het blad viel eraf. Ik dacht eerst door droogte, vandaar die gieters. Maar het werd eigenlijk alleen maar erger. Sinds afgelopen maand zijn mijn bomen, die eens zo veelbelovend groen waren, niets meer dan stokken. Af en toe lopen ze een beetje uit, maar de volgende ochtend zijn ze weer kaal.

De meningen over wie het gedaan heeft, zijn verdeeld. Leguanen, vogels, salamanders? Ik vermoed dat het een gezamenlijke actie is. Netten helpen namelijk ook niet. Ik heb de boom die er nog het gezondst uitzag weer in een pot gezet, dicht bij het huis met een net erover. Nu komt er wel blad aan, maar het wordt nog steeds aangevreten. Dat zullen die schattige kleine salamanders wel zijn, denk ik. Die kruipen overal tussendoor. Gelukkig zijn ze zo klein dat ze niet de hele boom kaal eten, dus ik heb hoop dat deze het gaat redden. Voorlopig laat ik hem dus maar in de pot staan, naast het huis. Kijken of ik op die manier over een tijdje wel mijn eigen papaja’s kan oogsten.

En die boomgaard? Geef ik dat idee op? Natuurlijk niet! Tuinieren is voor mij altijd een kwestie geweest van uitproberen en doen wat werkt. Papajas werken dus duidelijk niet, maar mijn bananenboom doet het wel. Die lusten ze niet. Langzaam, maar gestaag groeit mijn zielige stek met een half blad die ik twee maanden geleden op de markt kocht. Ik heb nu anderhalf blad, dus over een paar jaar zou ik toch bananen moeten hebben.
We hebben al vier palmboompjes zelf opgekweekt uit kokosnoten en die doen het prima. Ik ga ook nog een poging doen met de avocadobomen die al opgekomen zijn en de mangopitten die ik net geplant heb. Ananas lusten ze vast ook niet (je kunt de top van een verse ananas laten wortelen en daar groeit dan weer een nieuwe ananas uit) en dan kan ik verder nog experimenteren met kashu (java appels), limoen, zuurzak, dragonfruit en weet ik veel wat nog meer.
Keuze zat. Ik ben nog maar net begonnen…

foto: een van mijn papajabomen vóór ik hem in de tuin zette. Al het blad is er nu dus af.

Omdat het mag

Geplaatst op 08/05/2020 door Geertrude Verweij
uitzicht op zee
“Vanaf vrijdag mogen we weer de hele dag zwemmen en elke dag de weg op!” appte echtgenoot enthousiast naar een vriend/collega na mijn samenvatting van de dagelijkse persconferentie van afgelopen dinsdag. (Ik vermoed dat ze dat niet voor niets op 5 mei bekend gemaakt hebben, maar dat terzijde).

“Geweldig! Zaterdag stranddag?” appte hij terug (in het Engels, want hij is Duits, maar dat spreekt echtgenoot dan weer niet).
“Yes!” was ons antwoord.
We hebben een vaste groep kennissen waarmee we regelmatig een stranddagje organiseren. Dat kon dus al twee maanden niet. De lockdown was hier niet intelligent (dat mag je van mij op twee manieren uitleggen) en volledig. Met de auto mocht je alleen voor boodschappen of medicijnen de weg op en dat maar twee dagen per week, die bepaald werden door de eerste letter van je nummerplaat. Wandelen en fietsen mocht na twee weken weer, maar alleen tussen 6 en 9 ’s ochtends en tussen 6 en 8 ’s avonds. Zwemmen mocht in eerste instantie niet, maar een week later toch wel, maar dan alleen ’s ochtends.
Op zich was die maatregel te begrijpen, want “bai landa”(gaan zwemmen) houdt hier voor veel mensen in dat je met een grote groep op het strand rondhangt, barbecuet en af en toe het water in gaat en dat probeerde men te voorkomen.
Wij waren de eerste week vooral heel blij dat we weer mochten zwemmen. Want als je op loopafstand van een strandje woont en de zee de hele dag ziet vanaf je porch, werkplek en eettafel, is het irritant dat je er niet in mag. Maar na een tijdje begon het ons toch te ergeren, die vastgestelde uren. Echtgenoot is geen ochtendmens. Die is voor negen uur helemaal nog niet aan lichaamsbeweging toe. En voor mij is die periode tussen zes en negen de tijd waarin ik hard in de tuin of het huis aan het werk wil, omdat het dan nog koel is. Zwemmen doen we het liefst rond een uur of twee, als het zelfs te heet is om stil te zitten en na te denken. Maar die vrijheid hadden we niet.
Vanaf vandaag dus weer wel. Heerlijk!
En morgen dus die stranddag met vrienden? Nou nee. Het strand waar we naar toe wilden is een betaald strand, dat aangaf de poorten te sluiten zodra er meer dan 100 bezoekers zijn. Er kwam een voorstel om dan een gratis strand te bezoeken, maar dat werd afgewezen door de mensen die eigenlijk alleen maar naar dat ene strand willen. Amerikanen. Die dus fanatiek genoeg zijn (de clichés zijn helaas vaak waar) om al om acht uur ’s ochtends op dat strand te gaan zitten, om er zeker van te zijn dat ze erin mogen. En dat we dat dan allemaal maar moeten doen. Om acht uur!
Echtgenoot was er duidelijk over. “Een van mijn grote ergernissen over de lockdown was verplicht heel vroeg naar het strand moeten”, appte hij. “Dat ga ik dus niet doen.”
Wij gaan morgen met z’n tweeën naar een gratis strand. En als die allemaal te vol zijn, gaan we gewoon even een half uurtje zwemmen op het strandje beneden. ’s Middags. Omdat dat weer mag.

Dagblog :: 8-10 april 2020

Geplaatst op 10/04/2020 door Geertrude Verweij

Goedemorgen! Het is woensdag. De kat is al aan zijn wasbeurt toe. Ik probeer moed te verzamelen om boodschappen te doen. Ik heb besloten dat ik klaar ben met die hoofdpijnaanval.

Gelukt! En nog redelijk snel ook. Tot mijn verbazing was er geen enkele controle vandaag. Wat jammer was, want daarom zat ik het hele end achter een boot (nou ja, een auto die een boot op een kar achter zich had hangen). Het verplaatsen van een boot leek me geen noodzakelijke reden om op de weg te zijn, maar goed. Het was in ieder geval een zwaar geval, de auto kon het bijna niet trekken heuvelop, dus echt opschieten deed het niet.
De rest van de dag is het weer een ramp met dat hoofd. Ik blijf erbij dat het een gewone hoofdpijnaanval is, maar het duurt wel langer dan normaal.

Ingrediënten voor de avondmaaltijd. Kippendijfilet, taugé, courgette, aubergine en een blikje groene paprikapuree.

Zag er wel artistiek uit en was ook eetbaar, maar die puree is niet voor herhaling vatbaar. Beetje raar bijsmaakje zat er aan (volgens het etiket “a tart and citrussy flavour”).

De zon was eigenlijk al onder toen ik aan een foto dacht, maar de lucht vlak erna is ook altijd mooi.

Donderdagochtend. Wat een nacht! Dromen over leeuwen en tijgers die mijn kinderen aanvallen. Dat droom ik wel vaker en volgens mij alleen als ik ziek ben. Maar ik heb nog steeds alleen maar hoofdpijn (geen hoest, geen koorts).

De maan gaat onder, de zon komt op.

Ah, gelukkig. Poes is er ook weer bij.
Ik doe een paar kleine dingen op de computer, maar verder is het weer zo’n dag. Beetje hangen, beetje lezen. Veel hoofdpijn. Meer wordt het niet.
Nieuws hou ik ook niet zo actief meer bij nu, dat scheelt dan weer. Ik kijk wel naar de persconferentie (14 gevallen vandaag), maar haak na een tijdje af om te lunchen. Als we klaar zijn, schakel ik net op tijd weer in om die ene journalist alweer (doet hij bij iedere persconferentie) te horen vragen waarom er niet meer getest wordt. Omdat we er maar 2000 hebben!!! Dat is mijn reactie. Dr. Gerstenbluth legt het wat geduldiger uit.

Dan is het alweer avond en echtgenoot stookt maar weer eens een fikkie in de barbecue.

Ik maak een simpele salade die gaat er altijd wel in (op de barbecue: kippenpoot -ik eet wat filet, echtgenoot kluift-, maïskolven en “imitatie haas” – goedkope, maar lekkere biefstuk).

En dan is de zon alweer onder.

Vrijdagochtend. Redelijk geslapen en ik voel me eindelijk weer wat beter. Ik heb niet eens een foto van de kat vanochtend, is dat even wat… Dit boek is het derde deel van de serie over Lucille, een vijftiger die op geheel eigen wijze  (niet gehinderd door enig inzicht) moorden oplost. Ze worden steeds leuker (beschikbaar op Kobo Plus).

Ik heb bedacht dat het tijd word om wat minder achter die computer te zitten en dat het misschien wel goed is om een (lang) computervrij weekend te nemen, maar ik krijg het benauwd van de belastingaangiftes die ik nog moet doen. Dan die eerst maar afwerken. Het lukt zowaar. Mijn concentratievermogen is dus ook weer een beetje terug. Fijn!

Ik doe ook nog een was,

maak het bed op,

en maak de badkamers provisorisch schoon.
Dan ben ik wel weer doodmoe, maar het voelt goed om in ieder geval de dingen die ik normaal gesproken dagelijks doe weer op te pakken.

Mijn avocado komt eindelijk op! Eigenlijk moet ik dringend wat plantjes verpotten en in de tuin werken, maar dat bewaar ik voor later. Het is wel weer even genoeg geweest voor vandaag. Mijn conditie is wel compleet kwijt de laatste weken.

Nog even mijn blog bijwerken en dan een stukje breien met wat youtube op de achtergrond. Oké, computervrij is het niet, maar het is wel een goed begin van het weekend.

Dagblog :: 4-7 april 2020

Geplaatst op 08/04/2020 door Geertrude Verweij

Ik voelde me niet zo lekker de laatste paar dagen. Hoofdpijn. Geen Covid-19 (denk ik – verder geen verschijnselen), gewoon een normale aanval. Maar dat houdt toch ook in dat ik een dag of drie nergens toe instaat ben. Vandaar dat ik even een paar dagen offline was en nu een poging doe tot inhalen.

Zaterdagochtend. Hier gaat het nog wel. Ontbijt voor de kat.

En ontbijt voor ons (gekookte eieren voor mij, gebakken met spek voor echtgenoot).

Ik ben eigenlijk in een ander boek bezig, maar dat is me even te ingewikkeld. Dit is in het Engels, maar verder een simpel en gemakkelijk wie-deed-het-verhaal. Wel leuk, de hoofdpersoon is een dame uit New Jersey (denk aan The Nanny) van mijn leeftijd, compleet met overgangsklachten.
Hier denk ik nog dat de hoofdpijn wel weg zal trekken als ik het een dagje rustig aan doe.

Zonsondergang.

Zondsondergang met kat.

Echtgenoot heeft gekookt. Het is lekker.

Zondagochtend. Poging tot breien, maar ik ben het al snel zat.

Echtgenoot draait muziek.

En ik lees dit boek uit. Deze is wat je van een Vaticaanthriller kunt verwachten. Een oude tekst die alles overhoop kan gooien, heel veel actie en aan het eind blijft de Katholieke Kerk (het instituut) gewoon overeind staan. Onrealistisch, maar onderhoudend.

Vandaag kook ik maar weer eens. Ik hou het simpel.

Smaakt beter dan het eruit ziet.

Hoe ik me ook voel, de zon gaat iedere dag onder. (En weer op, ook gelukkig, maar dat zien we niet zo mooi.)

Deel twee van deze serie, maar ik heb teveel hoofdpijn om me te concentreren.

Maandag. Werken lukt niet erg.

De kat moet weer even.

Ik speel Mah-Yong, lees wat, probeer nieuws te mijden, bel met mijn ouders en doe verder niet veel.

Echtgenoot kookt. Iets met spinazie uit blik. Het ziet er heel vreemd uit (daarom maar geen foto), maar is eigenlijk wel lekker.

Dinsdag is hetzelfde als maandag. Heel erg veel hoofdpijn.
Ik hoop dat het morgen over of in ieder geval minder is, want dat is een van de twee dagen waarop ik boodschappen mag doen en ik heb geen zin om zaterdag te gaan (want vrijdag zijn de winkels dicht en maandag ook – ik verwacht dat het zaterdag extreem druk is, ook met mensen die voor anderen gaan halen). En ja, ik kan ook een lijstje voor echtgenoot maken als het echt nodig is, maar ik ga liever zelf.
Het eten vergeet ik op de foto te zetten (pastasaus met witte bonen ipv pasta).

De zonsondergang is weer mooi.

Dagblog :: 3 april 2020

Geplaatst op 04/04/2020 door Geertrude Verweij

Ook goedemorgen! Ja, dit moet iedere dag. Het is wel lief, maar ik wou wel dat hij leerde zijn nagels ingetrokken te houden…

Het is niet mijn beste dag. Ik sleep me met heel veel moeite door de boekhouding heen en daar doe ik zo’n beetje de hele dag over. Tussendoor klik ik wat rond op internet, maar het nieuws laat ik links liggen. Even geen behoefte aan. De persconferentie van Curaçao kijk ik wel, maar als het duidelijk is dat er geen nieuwe gevallen zijn en dat er ook geen nieuwe regels bijkomen, geloof ik het wel. ik kijk later nog even wat ik gemist heb, maar dat was niet veel. Er wordt een pakket hulpmaatregelen voor mensen die financiëel last hebben van de crisis gepresenteerd, maar dat is alleen nog maar een voorstel dat aan Nederland wordt voorgelegd. Het is dus nog afwachten wat daarvan terecht komt. Wel verstandig om de mensen hier te laten zien dat de regering bezig is oplossingen te zoeken, trouwens.

Als de boekhouding af is, zet ik mijn computer uit. Ik ben er klaar mee en kijk liever een kwartier lang naar een troepiaal die beestjes aan het vangen is op de takken van de boom naast me.

Ik begin in dit boek. Een Vaticaanthriller. Ik kan er nog niet echt in komen, maar ik zet stug door, terwijl echtgenoot zich mengt in een virtueel Happy Hour van een groep kennissen die we normaal gesproken op vrijdag in het echt ontmoeten.

Ik heb niet zo’n behoefte aan gezelschap en vermaak me wel met mijn boek en deze chuchubi, die ook wel wat beestjes lust.

De zonsondergang is iets minder rood dan gisteren, maar nog steeds roder dan normaal. Schijnt door stof in de lucht te komen.

We doen een barbecue vandaag, dus ik hoef alleen maar een salade te maken. Lekker simpel: tomaat, komkommer, rode ui en ijsbergsla met wat azijn en mayonaise.

Ja, dat zie je goed. Deze kat eet sla. Zeurt zelfs om sla als we barbecueën. Oké, daarna wil hij kip, maar die sla hoort er ook echt bij. Toen we hem net leerden kennen (oktober 2018), dachten we dat hij sla at omdat hij zo’n honger had (zwerfkatje), maar blijkbaar vind hij het ook lekker, want honger heeft hij echt niet meer.

Dagblog :: 2 april 2020

Geplaatst op 03/04/2020 door Geertrude Verweij

Goedemorgen! Eigenlijk ben ik hier al een half uurtje wakker. Ik heb gebreid tot het licht genoeg was om te lezen. De kat was blij dat ik plaats voor hem maakte.

Even wennen nog, dat foto’s maken. Hier hebben we ons eerste rondje koffie en thee al op, hebben we ontbeten en de afwas gedaan en ben ik dus bezig met de tweede pot koffie van de dag. Om half negen. Ja, er gaat hier heel wat koffie doorheen.

Ik doe gauw een rondje door het huis (ik probeer in ieder geval mijn dagelijkse takenlijstje bij te houden) en draai een was. Ik blijf het heerlijk vinden om die gewoon buiten te kunnen hangen.

Werk, werk, werk. Helaas is het boek van die leuke schrijfster een beetje aan de treurige kant. Niet echt waar ik behoefte aan heb nu. Maar goed, het is werk en het moet gebeuren. Ik mail nog wat heen en weer en luister maar weer eens naar de persconferentie.
Ik merk dat ik nieuwsmoe begin te worden. Vanochtend was het half tien (!) voor ik eindelijk een nieuwssite opende. Ook de persconferentie ben ik al snel weer zat. Na tien minuten was het al duidelijk dat er eigenlijk geen nieuws was (nog steeds hetzelfde aantal besmettingen – dat is wel positief) en ik had geen geduld voor de eeuwige herhalingen. Het komt allemaal op hetzelfde neer. De overheid zegt: “Blijf thuis!” De bevolking zegt: “Ja, maar ik…”
Misschien ga ik de komende tijd maar gewoon eens per dag de samenvattingen op de nieuwssites lezen. Heb ik ineens veel meer tijd om leuke dingen te doen…

We lunchen tussen de bedrijven door en ik ga nog maar even verder met het treurige boek. Gelukkig wel een happy ending.
 

Tijd om even te ontspannen met een kopje thee.

Daarna de was van de lijn halen en meteen opruimen. Dat lijkt braaf, maar het is bij mij óf direct opruimen óf wekenlang schone kleding uit de mand vissen. Ik probeer nu toch het eerste te doen.
Daarna vind ik het wel weer genoeg geweest. Ik mag mijn boek uitlezen vandaag.

Als ik de kat eten gegeven heb, natuurlijk. Die zorgt er wel voor dat ik hem niet vergeet.

Uit! Helaas viel de tweede helft een beetje tegen. Superspannend, dat wel. Ik hoopte alleen op meer over die teksten op de kleitabletten, een beetje bijbelse controverse misschien, maar die tabletten speelden verder alleen een bijrol. Het ging vooral om wraak, moord en de achtergronden daarvan.

Ik laat het even bezinken en lees wat in dit boek. Dit zijn aantekeningen van een pastoor die eind jaren zestig, begin jaren zeventig op Curaçao leefde en met de lokale bewoners sprak over hun cultuur. Hij geeft er geen oordelen of uitleg bij, maar heeft gewoon letterlijk vastgelegd wat men hem vertelde. Boeiend om meer te weten te komen over hoe men hier in die tijd dacht (en waarschijnlijk gedeeltelijk nog denkt) over geloof en bijgeloof, maar wel een boek dat je bij stukjes en beetje moet lezen.

Uh… ja, nu je het zegt. Ik heb als kind wel eens te horen gekregen dat je glazen niet in elkaar moet stapelen…

Ingrediënten van vandaag. Gehakt, een halve bloemkool, blikje groene bonen, blikje rode bonen, taco kruiden.

Het eindresultaat toont niet erg, maar het was wel lekker!

Nog even de plantjes water geven. Vandaag is het precies een jaar geleden dat we ons officieel op Curaçao inschreven. Deze (vrij grote) planten zijn nakomelingen van planten die ik in Nederland had. Ik had een paar takjes in mijn koffer gestopt in de hoop dat ik ze in leven kon houden.

Kijk, zo zagen ze er destijds uit.

En nu dus zo. Beetje gegroeid… Ik ga maar even niet in op wat er in dat jaar nog meer veranderd is – niet alles was positief. Maar ja, zo is het leven.

Mijn camera weigerde vast te leggen hoe rood de zon was vlak voor hij onderging. Dit is het beste wat ik eruit kreeg, maar eigenlijk komt het niet eens in de buurt. Het was echt bloedrood. Heel bijzonder.

Dagblog :: 1 april 2020

Geplaatst op 02/04/2020 door Geertrude Verweij

Ik ben nog een beetje zoekende naar een goede manier om regelmatig te bloggen. Mijn hoofd staat niet naar “echte” columns (of in ieder geval stukjes waar ik mijn best op gedaan heb qua vorm, inhoud en schrijfstijl), maar ik vraag me af of het wel boeiend is om mijn dagelijkse gedoe te lezen. Aan de andere kant: vlogs en Day-in-the-life video’s zijn razend populair. En was ploggen dat ook niet, een paar jaar geleden? Mijn favoriete ploggers zijn er helaas alledrie mee gestopt, maar toch.
Ik ga de komende week (weken?) eens kijken of dat misschien de juiste manier is om hier verder te gaan. Dan wordt het dus een soort van dagblog…

We pakken de draad op bij dinsdagavond. Ik las wat in mijn boek en ging toen eten koken.
Ik had een half uur eerder na lang twijfelen toch maar de maaltijden van de dagen ervoor gepost. Dus maakte ik nu keurig een foto van de ingrediënten van de maaltijd van vandaag:

Kippedijfilet (vinden wij lekkerder dan kippeborst), een half potje mais, een half potje witte bonen,  een half potje tomatensaus (ik doe mijn best om restjes te verwerken), een prei, een rode ui, een gele ui en een stel tomaten die niet zo lang houdbaar bleken te zijn en waarvan ik de bruikbare delen ga verwerken.

Ik maakte gauw een foto van de ondergaande zon. Elke dag anders, elke dag mooi.
En toen… vergat ik een foto te maken van het eindproduct van mijn restverwerking. Goed begin, G.!
Het smaakte in ieder geval prima (ik gebruikte nog wat fajitakruiden voor de smaak) en het zag er eigenlijk ook perfect uit. Ik had de kipfilets in hun geheel laten smoren in de gevulde tomatensaus.
Maar ja. Geen foto’s dus.

Na het afwassen en opruimen breide ik nog gauw het laatste stukje van mijn muts. Nee, daar heb ik hier helemaal niets aan. En voorlopig ga ik ook niet naar Nederland. Maar ik brei nu eenmaal graag mutsen. Dat vind ik ontspannend. En dat mag. Ik heb een tijdje geloofd dat ik alleen maar nuttige dingen mocht breien, maar het is tenslotte een hobby. Waterverfschilderijtjes, kleurplaten en borduurwerkjes zijn ook niet nuttig.
Daarna kon ik het weer niet laten en las ik nieuws en social media op mijn telefoon. Niet handig. Ga je niet beter van slapen.

Woensdagochtend waren we allebei om vijf uur klaarwakker. Normaal gesproken staan we pas om zes uur op, maar het heeft zo weinig zin om te blijven liggen als je wakker bent. Dus stonden we extra vroeg op.

Ik breide wat (een simpele omslagdoek) en las nog wat (De verborgen kleitabletten van Julia Navarro). Ik weet nog niet wat ik van dat boek vind. Ik ben halverwege en heb moeite me erop te concetreren, maar dat hoeft niet aan het boek te liggen. Het onderwerp is boeiend genoeg, tenminste, als je houdt van boeken over antieke teksten, archeologie en mensen die daar om allerlei verschillende redenen bij betrokken raken.
Het lukte me om tot half zeven van mijn telefoon en mijn laptop af te blijven. Normaal gesproken ga ik om zeven uur mijn mail lezen (want dan is het in Nederland al middag en zitten mensen soms met smart op antwoord te wachten), maar de laatste tijd zat ik direct om zes uur al met mijn telefoon het nieuws te checken, dus ik vind anderhalf uur zonder best een overwinning 😉

Na het ontbijt ging ik op pad om boodschappen te doen. Dat mag maar met één persoon per huishouden, dus ging ik alleen.

Bij de supermarkt moest ik achteraan sluiten in de rij voor ik naar binnen mocht. Er was met strepen aangegeven wat twee meter afstand was. Maar dat duurde niet lang, ik mocht na een minuut of vijf al naar binnen. Binnen was afstand houden lastiger.
Het was druk en lang niet iedereen lette op. Ik kreeg ook nog even de wind van voren:  ik ging tegen de looprichting in. Wat eigenlijk heel grappig was, want ik sla het tweede gangpad standaard over. Daar staat alleen maar zoete frisdrank. Maar daardoor was mijn hele normale route dus achterstevoren. Het was even wennen, maar ik vond het een goed idee om de paden eenrichtingsverkeer te maken. Dat scheelde toch heel wat opstoppingen.

Op de terugweg stond ik in de file.
Huh? Ja, we zitten in een lockdown. Maar het was echt niet uitgestorven op straat. De file kwam door politiecontrole. Ik kon de man bijna niet verstaan door zijn mondmasker heen.
“Waar gaat u naar toe, mevrouw?”
“Naar huis.”
“Waar is dat?”
“Westpunt.”
“Oké, fijne dag.”
Ik had papieren bij me om te bewijzen dat ik echt op Westpunt woon, maar die hoefde hij niet te zien. Het is vooral intimidatie en ontmoediging, denk ik.
Vanaf morgen worden de controles nog heftiger. Tijdens de persconferentie van half twaalf kregen we te horen dat er nog steeds veel te veel mensen op straat zijn. Dus zijn we nu ingedeeld in groepen op basis van kenteken (iedereen doet bijna alles met de auto) en mag iedereen twee dagen per week op straat zijn (behalve vitale beroepen). Onze dagen zijn woensdag en zaterdag. Woensdag is toch eigenlijk mijn vaste boodschappendag, dus dat komt goed uit.

Ik ging ook nog even in de rij bij de botika, voor aspirine (echtgenoot slikt bloedverdunners voor zijn hart) en andere pijnstillers. We moesten buiten wachten en dat duurde vrij lang. Gelukkig stonden er stoelen. En ik kon wel alles krijgen wat ik nodig had, dat was ook fijn.

Eenmaal thuis gauw de koelkast- en vriezerspullen opgeruimd. Voor de rest had ik geen puf meer.
Laptop erbij, nieuws bijgelezen en de persconferentie gekeken. Behalve het nummerbordbeleid was er nogmaals een oproep om ons aan de regels te houden. Dat schijnt erg lastig te zijn.
Ik was de persconferentie na een half uurtje zat (steeds weer vragen over uitzonderingen – ja, maar ik… etc.) en ben gaan lunchen. Daardoor miste ik helaas wat hieronder staat (het eerste deel is een vraag van iemand van de pers, Girigorie is onze minister van Justitie): 

Bovenstaande vertaling heb ik even van de facebookpagina van Dolfijn FM gestolen.
Dr. Izzy (Gerstenbluth, onze epidimoloog) was het blijkbaar ook zat. Ik heb het al eerder gezegd, ik vind het een geweldige man.

De rest van de dag is een beetje vaag. Ik was moe van het boodschappen doen, moe van de impact die dit soort dingen op je heeft, moe van alles. Echtgenoot was er ongeveer hetzelfde aan toe.
Ik las een paar hoofdstukken, klikte wat rond op internet.

Vijf uur: onze standaard snack: komkommer (met een klein beetje zout en een scheut azijn)

Ik zette maar weer even een vogeltje op de foto.

 En de zonsondergang natuurlijk.

Tijd om eten te koken. De verse groente is deze keer aubergine, met mais en zwarte bonen uit blik, een flinke dosis knoflook (dat zit in die pot links) en een biefstukje. De champignons gingen de kast weer in.

Dat smaakte prima!

 Na de afwas nog even een stukje breien en daarna naar bed. Welterusten!

  • Previous
  • 1
  • 2
  • 3
  • 4
  • 5
  • 6
  • 7
  • …
  • 45
  • Next

Welkom!

Ik ben Geertrude, echtgenote van 1, (schoon)moeder van 5 en oma van 2.
Ik ben boekhouder, redacteur en schrijfster van beroep en hou van lezen, fotograferen, breien, naaien, tuinieren, kruidengeneeskunde en nog veel meer.
Hier schrijf ik over alles wat me bezighoudt en soms ook over mijn pogingen eens wat rustiger aan te doen.
Meer over mij vind je hier.

Archief

© 2026 Geertrude blogt | Aangedreven door Minimalist Blog WordPress thema