Het is een rare week. Dat verzucht ik wel vaker, dat weet ik. Ik heb altijd rare weken en dan steeds op een andere manier raar. Dus wennen doet het niet.
Deze week is een kilometervreterweek. Ja, het is belachelijk, maar ik denk dat het autootje en ik deze week de duizend kilometer wel gaan halen.
Het begon maandag al. De dochters hebben officieel nog geen vakantie, maar een kamp was verzet naar deze week, wegens te weinig aanmeldingen voor de week erna. Het mocht van school, deze week hoefde ze alleen haar rapport nog op te halen.
Geregeld dus. Alleen bleek dat danskamp in Schoonloo gehouden te worden. Met het openbaar vervoer een reis van minstens vier uur en onmogelijk om op tijd aan te komen. Ze moest er om tien uur zijn en volgens de reisplanner kun je er niet eerder dan elf uur aankomen. Bovendien zou ze dan nog twintig minuten moeten lopen vanaf de dichtstbijzijnde bushalte. Wegbrengen dus.
Ruim tweehonderd kilometer dus. Ik wilde op tijd weg, maar het stekkertje van de tomtom was ineens kapot. Ik stuurde dochter naar binnen om de route uit te printen en ondertussen repareerde echtgenoot het stekkertje. Dat lukte, maar het kostte ons een kwartier. En natuurlijk kwamen we in de file terecht en moest ik tanken. Op het briefje stond dat we vanaf tien uur welkom waren, dus ik maakte me niet erg druk, ik nam aan dat de ontvangst tot de lunch zou duren.
Niet dus. We hoorden bij de allerlaatsten die aankwamen, dochter werd direct naar haar kamer gebracht en net toen ik eindelijk een bakje koffie wilde gaan halen, werd er omgeroepen dat we moesten verzamelen. De kinderen werden welkom geheten en daarna werden de ouders verzocht afscheid te nemen. Efficient zijn ze daar wel. Ik had natuurlijk best een kopje koffie kunnen krijgen, als ik had uitgelegd dat ik amper tien minuten rust had gehad na een rit van tweeenhalf uur. Maar ik ging braaf als een van de eersten weg, een zenuwachtige dochter (ze kende daar helemaal niemand) achterlatend.
Het was nog een leuk kwartiertje naar de snelweg, maar daar ben ik gauw bij de eerste benzinepomp gestopt. Hele vieze koffie gedronken en een lekker broodje gegeten en toen weer verder gereden. Toen had ik er dus al bijna vierhondervijftig kilometer op zitten!
Dinsdag had jongste sportdag. Ze had het goede argument dat ze een groot nadeel had ten opzichte van de anderen als ze eerst een uur moest fietsen. Sportdag is in dit gezin geen feest. Erfelijk belast zijn ze. Ik had er ook niets mee. Gym was al erg genoeg, maar als je klasgenoten dan ook nog eens willen winnen van andere klassen, heb je geen leven als je zo’n slome bent als wij allemaal zijn. Ik bracht het kind dus maar weg, om haar in ieder geval een klein beetje op weg te helpen. Daarna moest ik een printer gaan halen. Die van ons had kuren en dat is niet handig als je facturen moet kunnen printen. Maar de leverancier zit in Bergschenhoek, toch ook weer vijftien kilometer bij ons vandaan. Dat tikte alweer aan. En ik moest jongste natuurlijk ook weer ophalen van school.
Woensdag ging dezelfde dochter met school naar Walibi. Dat was een stuk leuker dan sportdag, maar ook al een wegbrengdag. En ik vond dat wel een handige dag om met oudste te gaan winkelen. Omdat zij in Leiden wil gaan studeren, bedacht ik dat het leuk zou zijn om daarheen te gaan.
Dat is maar drieëntwintig kilometer. Maar niet als je de afslag mist, uiteindelijk via Delft in Rotterdam belandt en dan weer terug moet. Dan is het een heel stuk verder.
De terugweg ging wel rechtstreeks gelukkig.
Ik ga trouwens maar niet vertellen over de asociaal inhalende (soms zelfs rechts) en snijdende (vracht)auto’s die ik tijdens al die kilometers tegenkom, want dan komt er stoom uit mijn oren en hebben sommige van mijn lezers geen rustig moment meer. Ik denk alleen dat veel machomannen niet willen dat er een klein paars autootje vóór hen rijdt.
Vandaag zou ik het rustig houden. Weer jongste naar school brengen, want ze moest haar boeken inleveren. Haar zussen heb ik daarvoor ook gebracht, want die hadden een enorme berg. Vooral de dochter met het bèta-pakket, die had voor haar bijna vijftig boeken drie tassen nodig. Jongste had elf boeken, waarvan er vier zo dun zijn als een tijdschrift. Maar goed, het ging om het principe.
Omdat ik toch reed, leek het mij wel leuk om even naar de Ikea te gaan. Ik had een paar kleine dingen nodig en een dochter wilde planken voor boven haar bed. Andere dochter wilde niets, maar kocht uiteindelijk twee boekenkasten. We hebben een leuke regeling afgesproken: ik heb ze betaald, maar iedere maandag (stofzuigdag) waarop de vloer nog vol rommel ligt (oh, dat is er nog wel eentje voor de dagelijks foto!) betaalt ze me drie euro boete. Een half jaar rommelen en ze heeft de kast, inclusief de in verhouding belachelijk dure manden voor haar cd’s alsnog zelf betaald.
Dat was dus een rondje naar Delft en daarna nog “even” naar Rotterdam Alexander, want bij Ikea hadden ze geen handige vuilnisbakken. Of ik zag ze niet, dat kon ook.
Het tellertje in mijn auto is inmiddels dus enkele honderden kilometers gestegen. En daar komt morgenavond dus nog eens vierhonderdvijftig bij om de danskampende dochter weer op te halen (echtgenoot moet waarschijnlijk werken, dus ik ga weer alleen). En nog een beetje, want ik moet natuurlijk ook de weekboodschappen halen.
Eigenlijk is het schandalig natuurlijk, met die enorm hoge benzineprijzen zo vreselijk veel rijden. Maar het kwam toevallig zo uit deze week. Gelukkig heb ik wel een heel zuinig autootje.
En ik vraag me weleens af hoe ik dat zonder rijbewijs en auto gedaan zou hebben. Niet te geloven dat ik het zo lang zonder gedaan heb. Dan zou het leven deze week toch een stuk lastiger geweest zijn.
Ook rustiger. Dat dan weer wel.
Auteur: Geertrude Verweij
Soepel
Tegenwoordig lees je in personeelsadvertenties vaak dat ze iemand zoeken die flexibel met zijn werktijden om kan gaan. Ik moet dan altijd een beetje cynisch lachen, want de meeste werkgevers bedoelen daarmee dat ze willen dat hun personeel bereid is eerder te komen en later weg te gaan. Andersom werkt het meestal niet.
Sinds ik geen baan buitenshuis meer heb, ben ik superflexibel. Van een vaste weekindeling is geen sprake. Ja, in grote lijnen wel. Op dinsdag en donderdag is echtgenoot meestal bij een grote klant op locatie aan het werk. De rest van de week werkt hij thuis.
Winkeldagjes en naaidagen plan ik dus meestal op dinsdag en donderdag. Want de hele dag weg zijn is niet gezellig, maar herrie maken is ook niet de bedoeling.
Afgelopen maandag bedacht ik dus dat ik dinsdag een dagje boodschappen zou gaan doen. Allemaal van die kleine dingen waarvoor ik van Moerkapelle naar Rotterdam en weer terug zou moeten. Ik wilde een lijstje gaan maken, dat heb ik nodig want anders vergeet ik de helft. Dat is de reden dat ik zoveel moest doen, trouwens. Maar toen ik daaraan wilde beginnen ging de server kapot. Eigenlijk was die al kapot, maar nu besloot echtgenoot dat hij gerepareerd moest worden. Hij belde de leverancier en er zou iemand komen om een vervangend onderdeel te brengen. Dinsdag. Tja.
Ik ben flexibel, dus dat gaf niets. Ik zou gaan naaien. Toen sinsdag iedereen vertrokken was, begon ik te knippen en te stikken. Het ging geweldig. Ik was helemaal blij met de tas in wording, die eindelijk werd zoals ik het bedoelde. Ik zag wel een slijtplek in mijn antieke stofje, die natuurlijk net in het midden van mijn tas terechtgekomen was, maar dat gaf niet. Nog een paar naadjes en dan…
En toen kwam echtgenoot thuis. Die was eerst naar een andere klant geweest en had besloten nu thuis te gaan werken, zodat hij niet steeds afgeleid werd. Ach ja, ook goed. Naairommel weer opgeruimd, gezellig samen gelunchd.
“Nu kun jij toch je boodschappen doen”, zei echtgenoot opgewekt. Oh ja. Maar ik had nog geen lijstje. En helemaal naar Rotterdam zag ik ook niet zitten, want dan zou ik op de terugweg in de file staan. Maar goed, ik herinnerde me vaag nog wat andere dingen, krabbelde wat op een papiertje (dat ik niet eens vergat!) en ging op weg.
Natuurlijk bleek thuis dat ik de helft vergeten was. Maar dan probeer ik dat nog wel heel flexibel in de loop van de week te halen.
Ik ben ook heel flexibel met eten. Als het mooi weer is, gaan we graag barbecueën. Daarvoor heb ik eigenlijk altijd wel iets in huis. Behalve gisteren. De oudsten hadden een feest, dus we gingen vroeg eten en ik had eigenlijk gewoon geen zin om na te denken over wat ik allemaal in huis moest halen. Mijn voorraadje was op omdat we vorige week nog gebarbecued hadden en ik na het vloerengedoe te moe was om echt uitgebreid boodschappen te doen (ik ben de hele week al aan het rommelen met eten). Ik had wel spullen in huis voor witlofsalade. Gekocht bij dezelfde winkel waar ik goedkope aardbeien vond.
Maar toen gingen de buren barbecueën. En dat rook ontzettend lekker. Zo lekker dat echtgenoot per se ook wilde barbecueën. Ik ben flexibel, dus ik vond dat best. Een eitje gebakken voor twee dochters die er niet bij konden zijn vanwege dat feestje en nog een paar eitjes gebakken voor ons, want we zouden pas laat kunnen beginnen met barbecueën. We moesten namelijk eerst nog inkopen doen, daarna de dochters wegbrengen en dan konden we om half negen of zo beginnen. Echtgenoot stak de barbecue aan en ik bakte stokbrood en maakte sla. Het ging allemaal heel soepel en flexibel. Het was alleen inmiddels zo laat dat we alledrie na een worstje en een kippenpoot al helemaal vol zaten. Ach ja. Dan vriezen we de rest (ik had nog varkenslapjes en hamburgers) wel in.
Heel flexibel. Tijdens het eten kwamen de buren langs. Die nodigden we niet uit, want we waren nog aan het eten. Maar dat vonden we toch wel een beetje sneu, dus vroegen we na het eten of ze toch nog even kwamen. We hadden toen nog anderhalf uur voor we de dochters weer moesten ophalen van het feestje. We kletsten wat en dronken wat (niet veel, want we moesten nog rijden) en toen was het alweer tijd. De dochters hadden het ook naar hun zin gehad, dus die kletsten ook en hadden gelukkig ook niet veel gedronken (oh, die tienerfeestjes, het gaat nog steeds goed, maar ik blijf het spannend vinden!). Het was alweer twaalf uur geweest toen we eindelijk naar bed gingen.
Het is wel jammer dat flexibel zijn zo vermoeiend is! Of zou het leven anders nog vermoeiender zijn? Ik denk het wel eigenlijk. Want ik heb best een boel lol zo en dat is ook belangrijk.
Vloer
Het was niet bepaald de bedoeling om zo’n drukke week te hebben. Sterker nog, ik was heel erg van plan een begin te maken met het heerlijk lui genieten van de zomer. Ik had wel vier opdrachten voor de krant, maar verder ging ik rustig aan doen.
Echtgenoot had echter maandenlang gezegd dat hij “van de zomer” naar die rare plekken in de vloer zou gaan kijken. En aangezien zaterdag de eerste dag van de zomer was, stond hij meteen maar vroeg op om naar die vloer te kijken. En hij was zelfs van plan er dan ook wat aan te doen. Het slechte stuk eruit zagen en een nieuw stukje erin leggen. Maar het bleek dat het slechte stuk uit minstens de helft van de vloer bestond.
Tja, toen moest dus alles eruit. Bijna alles, want de bank is te zwaar om te tillen en de kasten pasten nergens anders meer. Het hele huis stond vol. De eetkamerstoelen opgestapeld in de gang, rijen en rijen boeken naast ons bed en overal, overal wat.
Het verwijderen van de slechte vloer bleek een ramp. Dat spul verpulverde gewoon, zo nat was het. Het zou watervast OSB moeten zijn, maar stiekem is het gewoon spaanplaat. En dat kan echt niet tegen water. De balken, die echtgenoot ook drie jaar geleden vervangen had, waren gelukkig nog goed.
Echtgenoot zaagde, verpulverde en brak en ik bracht alle stukken naar buiten. Iemand hielp ons een stukje op weg met het leggen van de nieuwe (tweedehandse) planken. Toen kon de kast verschoven worden en het laatste stuk opengebroken. Dat laatste stuk was minder vochtig, maar daardoor nog moeilijker te verwijderen. Uiteindelijk hebben we een kettingzaag gekocht om er doorheen te komen. Maandag was eindelijk alles eruit, maar het leggen van de planken was ook nog een vreselijk karwei. Ik zaagde, hij timmerde. En ondertussen ging voor echtgenoot het gewone leven gewoon door. Klant bezoeken, bespreking, problemen.
Woensdag lag de laatste plank en ging ik op zoek naar laminaat. En vond echt parket voor een redelijke prijs! Meevallertje! Alleen jammer dat van de zeventien pakken er acht de verkeerde kleur hadden. Dat was aan de buitenkant niet te zien overigens. Wij zagen het toen we de pakken openmaakten om de verschillende maten van de planken te sorteren. De verkoper zag het ook en maakte ter plekke nog tien pakken open om ons er acht in de goede kleur te geven (daar zaten dus ook twee verkeerde tussen). Ook kwam hij tot de ontdekking dat hij vergeten was lijm mee te geven. Ja, ik vroeg me al af hoe je dat spul vast legde…
Parket leggen bleek ook een kunst apart. Het eerste stukje is erg lastig, je plakt het ene stukje vast en het andere draait weg. Dus legden we drie rijen en lieten dat een nachtje drogen.
En zo was het al donderdag toen we de rest van de vloer erin legden. Op een strook van ongeveer een meter na dan, want we zaten nog steeds met de bank en de kast. Ik zette donderdagavond de boel in de olie en vrijdagochtend was het dan echt zover: we hadden weer een vloer! Meubels erop en nog heel, heel veel op te ruimen, maar oh, wat heerlijk om weer op de bank te kunnen zitten!
Het ergste van deze week was niet dat die vloer na drie jaar al door was. En het ergste was ook niet dat we zo in de rommel zaten. Het ergste was ook niet dat ook dat parket niet zonder hindernissen te leggen was, of dat we zo uitgeput waren van zo’n zware klus tussen het normale leven door.
Nee, het ergste was, dat we ons centrale punt in huis kwijt waren. Het bleek dat onze huiskamer toch echt het hart van ons huis is. Daar vinden we elkaar, daar storten de kinderen hun hart uit na school, daar wordt gemopperd over leraren en gediscussieerd over het leven. Daar wordt gekibbeld, geknuffeld en gelachen, daar wordt gehuild en gescholden.
Daar wordt geleefd.
We hebben allemaal onze eigen kamers en dat is fijn om je terug te kunnen trekken. Maar tegelijkertijd hebben we dat centrale punt in ons huis nodig om echt bij elkaar te kunnen zijn. Het campingtafeltje met de klapstoeltjes in de keuken vergoedde het gemis een heel klein beetje (zo konden we in ieder geval die heel belangrijke avondmaaltijd normaal samen doorbrengen en er werd zelfs gelezen en gecomputerd), maar helemaal kloppen deed het niet.
En ik snapte ook zomaar ineens waarom (nou ja, ineens, na alweer een slapeloze nacht omdat ik te moe was om me te ontspannen). In de huiskamer zijn we normaal gesproken allemaal onze eigen dingen aan het doen. Ik brei of naai, echtgenoot doet nog wat werk op de computer of kijkt tv, de dochters kijken mee, lezen, computeren of schrijven. Allemaal ons eigen ding.
Maar toch zijn we samen. Je hoeft maar op te kijken of je ziet de rest van het gezin. Als je iets wilt zeggen of wilt vertellen wat je op dat moment leest, bedenkt of ziet, kun je dat direct delen. Als er iets is, is er altijd wel iemand aan wie je het kwijt kunt.
En dat is de essentie van een gezin. In ieder geval van een gezin met opgroeiende pubers. We zijn allemaal zelfstandige wezens, maar vormen toch (nog) een eenheid. En het is fijn om te weten dat we die eenheid de afgelopen week allemaal even hard gemist hebben!
Veranderen
Ik word blij van kamers veranderen. Dat heb ik van mijn opa geërfd. Die deed het ook. Mijn moeder vond het minder leuk als ze thuiskwam en alles was ineens anders, dus bij ons thuis werd er niet vaak geschoven en veranderd. Toch zijn die genen heel sterk, want ik doe niets liever. Ik doe het alleen niet vaak. Het gaat niet. Al die bedrading die een mens tegenwoordig heeft liggen, maakt het knap lastig. Je kunt niet zomaar de televisie ergens anders neerzetten, want dan ligt de kabel fout. Het wordt helemaal lastig als je man zo graag surround wilde. Dan kun je misschien de televisiekabel nog wel verleggen, maar is het geluid verkeerd om. Achterboxjes voor en voorboxen achter, dat soort dingen. Dan zie je op televisie een vrachtwagen van linksvoor naar rechtsachter gaan, maar je hoort het andersom. Dat is niet erg prettig.
In dit huis valt helemaal niet veel te schuiven. We hebben een belachelijk grote bank voor onze kleine kamer en die kan alleen maar tegen de rechtermuur. Want anders moet de eettafel aan die kant en dan staat die voor de deur. Snapt u het nog? Nou ja, maakt niet uit, als wij het maar snappen. Er valt dus niet veel te schuiven.
Maar vandaag heb ik heerlijk mijn zin gehad. Er moest namelijk wel wat verplaatst worden. Niet direct eigenlijk, maar ja. Het moest toch gebeuren en dan wil ik het meteen.
Ik had er een hele nacht over liggen denken en ‘s ochtends had ik de oplossing.
Het probleem was namelijk dat mijn grootmoeders kast de huiskamer uit moest. Heel jammer, want ik bewaar mijn stoffen en wol erin en ik ben ontzettend gehecht aan die kast. Maar we willen een houtkachel kopen en die moet precies daar staan. Het is de enige plek waar dat kan.
Dus moest de kast ergens anders heen. Wegdoen is absoluut geen optie. Toen mijn oma overleden was en we mochten aangeven of er iets was dat we graag wilden hebben, kon ik alleen deze kast verzinnen. Geen sieraden, of antiek, maar de keukenkast. En toen wist ik nog niet eens dat ze het houtsnijwerk zelf ontworpen had.
De kast heeft eerst een jaartje in de keuken gestaan. Maar toen we daar een echte keuken gingen plaatsen (ik had een paar losse oude kastjes, geen keukenblok), moesten we kiezen. Heel erg weinig werkruimte, of die kast eruit. Vandaar dat hij naar de huiskamer verplaatst werd, waar ik hem al snel inpikte voor mijn stoffen. En er zo mogelijk nog meer van ging houden.
Maar goed, die kachel staat ook al heel erg lang op ons verlanglijstje.
Het was alleen jammer dat die kast dus niet in de keuken paste. Hij past wel onder de trap, maar daar staat het wandmeubel. Daar zijn we ook aan gehecht en bovendien staat hij helemaal vol.
Naar boven lukt niet en in de gang paste ook niet. Want dan kon de deur van de meterkast niet open.
Daar heb ik dus een nachtje over liggen piekeren en toen had ik het: ik heb gewoon die deur eruit gesloopt. Nu kunnen we langs de kast nog bij de stoppen en de meters kunnen we ook zien. Ik maak nog wel een gordijntje om de boel weer af te dekken.
Toen kon oma’s kast dus naar de gang. Maar daar stond een lelijke, maar stevige zwarte kast. Die moest naar de kastenkamer. Jawel, die hebben we. Want we hebben besloten dat het derde kamertje in de voormalige garage niet geschikt is als slaapkamer. Dus gaan we die ruimte gebruiken voor opslag. Er stond al een kast en de zwarte kast staat er nu ook. Maar dat was de voorraadkast, dus dat moest ik allemaal in de keuken zien te stapelen. En dan lag de hele huiskamer nog vol met lappen en wol. Ik ben de hele dag bezig geweest met kasten in- en uitpakken. De lappen en de wol liggen nu in het wandmeubel, de kantoorartikelen en de boekhouding in de zwarte kast, en in oma’s kast liggen allerlei dingen die we niet dagelijks gebruiken, gebaksbordjes, kandelaars, enzovoort.
Het lastige van de boel verplaatsen is dat je altijd allerlei dingen overhoudt. Die lagen ergens achterin een kast, maar horen eigenlijk nergens bij. Uiteindelijk verdwijnen ze dan wel weer ergens achterin een kast. Ik ben bijna klaar nu. Nog een beetje schuiven met de creaspullen en nog een paar keukenkasten opruimen. De huiskamer lijkt erg leeg nu, maar de gang ziet er veel beter uit, zo met oma’s kast als middelpunt.
Van die dagen
Er zijn van die dagen… Als ik zo mijn stukjes begin, zien jullie de bui al weer hangen. Dan komt er meestal een verhaal over een chaotisch volle dag, waarop ik “niets” gedaan heb. Maar deze keer bedoel ik iets anders.
Eigenlijk bedoel ik: je weet nooit wat voor dag het wordt. Dat klinkt erg raar, maar het is toch zo. Voor ons is dat extremer dan voor de meeste mensen, omdat wij thuiswerken en dus niet aan vaste tijden gebonden zijn. Ik weet vaak voor het slapen gaan nog maar vaag wat ik de volgende dag ga doen. Dat is best fijn, maar ook wel eens lastig. In mij strijden twee karaktertrekken om voorrang. Enerzijds de zigeunerin in mij, dol op afwisseling, onverwachte dingen en avontuur, anderzijds het burgerlijke huisvrouwtje, dat rust, reinheid en regelmaat zoekt.
Meestal maakt het huisvrouwtje dus toch een lijstje met dingen die moeten gebeuren. Maar daar komt zelden iets van terecht. Want ik raak nogal snel afgeleid.
Gisteren wilde ik allerlei grote klussen beetpakken. Dat kamertje waar nog steeds in verbouwd moet worden leegruimen, de tuin doen, naar de stad. Maar de avond ervoor was ik aan het rommelen geweest met mijn website. Dat lukte niet helemaal en ik ging gefrustreerd naar bed. Blijkbaar is mijn onderbewustzijn ‘s nachts druk bezig geweest, want toen ik wakker werd zag ik ineens wel hoe ik de boel nederlands en engels kon krijgen, zonder de hele site opnieuw te moeten ontwerpen. Dat was fijn, maar toen ik klaar was, was de ochtend al bijna om. Het was erg warm, dus ik besloot alle actieve plannen te laten vallen en lekker te gaan naaien. Echtgenoot is maar twee dagen per week weg, dus ik moet de tijd waarin ik ongestoord herrie kan maken met mijn machientje goed gebruiken. De handnaaimachine werkt ook, maar daar moet ik nog mee oefenen. Ik begon toch maar niet mijn mooie stof te verknippen voor de rokken en de jurk die ik nog wil maken, ging tussendoor nog even een half uurtje zwemmen en werkte vier tasjes die al weken geknipt liggen af.
Ik naaide tot echtgenoot thuiskwam en wilde toen iets gemakkelijks gaan koken. Maar toen bleek dat de weersberichten voorspelden dat voorlopig weer de laatste warme dag zou zijn. Dus vonden wij dat er nog een keertje gebarbecued moest worden.
Dat schijnt een afwijking van ons te zijn, dat we dat zo vaak doen. Minstens één, vaak zelfs twee keer per week, als het weer goed genoeg is. Nu denken veel mensen bij barbecueën ook direct aan enorm uitgebreide maaltijden, die je ruim van te voren moet inplannen en voorbereiden, maar dat valt wel mee bij ons. Ik maak gewoon een schaal sla, bak wat brood of aardappelen en dan grillen we iets meer vlees dan ik normaal bij de maaltijd zou gebruiken. Ik zorg dat er altijd wel kippenpootjes, worstjes of ander geschikt vlees in de vriezer ligt. Wat ik het fijnst vind van het barbecueën, is dat het een manier is om rustig en langdurig met elkaar te eten. Iets wat met een gezin met grote kinderen niet altijd zo gemakkelijk gaat.
Toen was de dag dus om. Omdat het vandaag koeler zou zijn, schoof ik al die heftige plannen een dagje op.
Ik werd wakker met een enorme tegenzin. Na zoveel warmte wil mijn lichaam als het koel wordt, vooral herstellen en uitrusten. Dat moet ik eigenlijk accepteren, maar dat doe ik niet. Dus ging ik na een langzame start onkruid trekken in de tuin. De zijtuin was een wildernis, dus binnen drie kwartier had ik bijna een container vol. En toen was het nog niet klaar, maar ik was het wel zat..
Dus ging ik eerst even naar de buurvrouw om een afspraak te maken voor een interview. Ik bleef even koffie drinken, dronk nog een kopje en ging toen pas tegen twaalven naar huis. Waar ik boterhammen voor echtgenoot en mij smeerde en toen ineens bedacht dat het woensdag was en ik een schrijfsel moest produceren. Waarmee ik straks een uur zoet ben geweest. En dan ga ik maar weer wat onkruid trekken. Of tegels sjouwen, of dat kamertje opruimen. Of iets heel anders, want dat weet je dus maar nooit.
Geen inspiratie
Ik ben volkomen inspiratieloos vandaag. Op alle punten. Geen stukje, geen fotootje, geen creatieve ideeën. Normaal gesproken zoemt mijn hoofd altijd een beetje, zo vol is het.
Als ik iets grappigs zie, wil ik dat onthouden om het op te schrijven. Maar meestal is het weg voor ik thuis ben. Er was iets grappigs, kort geleden. Dat herinner ik me nu ik dit typ. Ik liep glimlachend verder, dat weet ik nog, maar ik heb geen idee meer wat het was. Dat is jammer, want anders had ik iets gehad om in dit stukje te schrijven.
Het zoemt ook met ideeën. Creatieve dingen. Waarvan ik dan prompt de helft weer vergeet. Soms koop ik zelfs materialen en dan weet ik amper meer waarvoor. Ik heb borduurgaren gekocht, want ik ging iets heel speciaals maken. Het zou wel fijn zijn als ik nog wist wat, want dan kon ik daar misschien wel genoeg over uitweiden om van dit stukje een schrijfsel te maken. Ook had ik pas een hele theorie over mijn voorraad stoffen en mijn berg breiwol. Om over de inmiddels ook aanzienlijke hoeveelheid knopen maar niet te spreken. Het was een wijs inzicht, dat weet ik nog wel. Ik werd er helemaal opgelucht van. Maar ik ben nu even kwijt hoe het precies zat.
De enige associatie die in me opkomt is een reactie op een ander weblog: “ach, knoopjes zijn zo klein en stoffen zijn zo plat”. Dat is waarschijnlijk een typisch vrouwelijk excuus.
Het wijze inzicht begint nu wel langzaam boven te drijven (gelukkig, ik ben niet ineens spontaan mijn hele geheugen kwijt), maar echt materiaal voor een schrijfsel is het niet.
Normaal gesproken zoemen er ook nog allerlei verhalen in mijn hoofd. Die komen en gaan en sommige blijven hangen en worden dan een boek. Maar die zijn ook even afwezig. Verder ben ik vaak mijn eigen verhaal onder woorden aan het brengen in mijn hoofd. Ooit komt er een boek met alle dingen die ik in mijn leven geleerd heb erin. Al vraag ik me nu toch wel af wàt ik dan geleerd denk te hebben. Op dit moment zie ik dat niet zo. Ik mag dan wat rimpeliger zijn dan vroeger (daar heb ik al een schrijfsel over geschreven, ik zal niet aan de gang blijven), maar van binnen ben ik nog steeds mezelf.
Verder zoemt het meestal ook nog met allerlei andere dingen. Plannen voor het huis, plannen voor de tuin, plannen voor het eten. Maar vandaag is het verdacht stil in dat hoofd. Opruimen, stofzuigen en onkruid wieden. Verder kom ik niet. En we hebben macaroni gegeten, wat alles behalve origineel is. Maar gelukkig was het wel lekker.
Ik was ook inspiratieloos voor de dagelijkse foto. Normaal gesproken valt mijn blik regelmatig op iets om even vast te leggen, maar vandaag was er niets dat vroeg om een fotootje. Er was zelfs niet eens zo’n “verdorie-geen-camera-bij-me” moment.
Gelukkig zijn er altijd wel bloemen om een plaatje van te schieten, maar het gaat opvallen dat ik dat best vaak doe, de laatste tijd.
De kat en de kinderen. Altijd grote inspiratiebronnen. Altijd wel iets geks. Behalve vandaag. Ze gingen weg en ze kwamen thuis. De kinderen dan. De kat sliep. En at. En sliep. En at. Het vult wel, maar echt een heel schrijfsel krijg je er niet mee vol.
Toch leuk als je dan aan het eind van de dag toch nog een heel stukje bij elkaar gerommeld hebt over hoe inspiratieloos je bent. Inspiratie geboren uit gebrek aan inspiratie. Als je er hard over na gaat denken wordt het nog “diep” ook. Maar ik ga er niet hard over nadenken. Want al die inspiratieloosheid komt voort uit vier nachten wakker liggen van veel te veel over allerlei dingen nadenken. Van dat oeverloze eindeloze malen. Nee, dan liever dat gezoem van al die plannen en ideeën!
Plannen
Een gat
De twee oudsten zijn deze week met school op zeilvakantie. En het is net of er een gat in mijn dagelijks leven zit. Als je gewend bent aan drie pubers die altijd en overal in de weg zitten en aandacht vragen, dan is het huis ontzettend leeg als je er maar eentje hebt.
Verder zit er in de achtergrond een stemmetje dat me voortdurend herinnert aan alle gesprekken over deze week die we vooraf gehad hebben. De dames hadden er namelijk helemaal geen zin in omdat dit uitje er om bekend staat dat er belachelijk veel gedronken wordt. Dat is niet zo heel speciaal, dat weet ik wel. Want onze werkweken, twintig jaar geleden, waren ook berucht. Toch kan ik me nauwelijks iets herinneren van drankgedoe. Ja, een half plastic bekertje goedkope wijn, dat mijn beste vriendin voorzag van rode wangen en iets meer lef ten opzichte van die ene jongen. Maar verder? Ik dronk toen niet en volgens mij was ik lang niet de enige.
Maar goed, de jeugd van tegenwoordig schijnt erger te zijn dan de jeugd van toen. En we weten van een aantal klasgenootjes dat regelmatig veel te veel drinkt. Dat is de reden dat onze dochters buiten de groep vallen. Ondanks dat ze er nooit rechtstreeks discussies over gehad hebben, zeiden ze laatst, gaat men er gewoon van uit dat zij nauwelijks drinken. Waarschijnlijk omdat ze wel weten dat wij ook wat strengere regels dan de meesten hebben over computergebruik en zakgeld.
Toch gek, want onze dochters drinken dus heus wel eens iets. Vanaf dat ze een jaar of veertien waren mochten ze af en toe iets proeven en sinds hun zestiende mogen ze gewoon om een glaasje wijn, bier of iets anders vragen. Dat doen ze zelden overigens. Twee lusten het gewoon niet graag. Een van de drie vind het wel lekker, maar houdt uit zichzelf rekening met het feit dat ze nu eenmaal meestal weer vroeg op moet, de volgende dag.
Op feestjes gaat het ook altijd goed. Voor hun zestiende was de regel: liever niet, maar als je toch wilt drinken houd je het bij 1 glaasje. En nu, na hun zestiende, hebben ze zelf bedacht dat ze een drankje mogen voor ieder uur dat ze op zo’n feestje zijn. Wat ik een heel redelijke regel vindt.
Het zal dus wel loslopen met die twee.
Maar toch is er dat gat in mijn leven, deze week. Ook letterlijk trouwens. Want ik grijp regelmatig mis in de badkamer. Ik was vorige week echt behoorlijk ziek en had dus de dames gevraagd of ze zelf even wilden bedenken of we alles wel in huis hadden. Zij dachten van wel, maar begonnen zondagmiddag om vier uur pas met het inpakken van de tassen. Dus zaten wij maandag met een restje van de vieste tandpasta (aldus de overgebleven dochter), zonder shampoo (de dames hadden de bijna lege oude fles en de nieuwe fles eerlijk gedeeld) en zonder antiklitspoeling. En de enige haarborstel die nog in de badkamer lag, was die van oudste. Die is kapot. Dus had ze maar een andere meegenomen. Terwijl ze volgens mij twee of drie borstels in haar kamer moet hebben liggen, want ze krijgt regelmatig van die opklapbare gevalletjes voor in je tas met verjaardagen of Sinterklaas. Maar ja, die zijn niet prettig voor dagelijks gebruik, natuurlijk.
Ook bleek het leven voor hen gewoon door te gaan, ondanks dat ze weg waren. Want maandagavond om kwart over tien ging ineens de telefoon. Ik schrok ontzettend, want zo laat gaat de telefoon nooit. Het was één van de zeilende dochters, die even meldde dat ze met een vriendinnetje eindelijk de afspraak gemaakt had voor een musical waar ze heen zouden gaan en dat de kaartjes ook geregeld waren. Dat was fijn, want eigenlijk moest ik daarachteraan, maar van mij had ze dat wel even mogen sms-en of op een iets vroeger tijdstip mogen doorgeven. Maar goed. Ik vroeg nog of ze het naar haar zin had en ze zei: “Ja, hoor. Het is leuk.”
Nou, da’s mooi. En dat was dan het laatste wat ik gehoord heb. Vrijdagavond om kwart over zes staan ze weer bij school. Of later natuurlijk, want zo werkt dat met schooluitstapjes. Eerder kan ook, dat is helemaal stressen, want het duurt even voor je bij school bent en dan staan ze daar dus een kwartier te wachten. In hun eentje, want de rest woont veel dichterbij.
Maar ik kijk er naar uit. Dan is het gat weer gevuld. En ik denk er nog maar even niet aan dat over een paar jaar dat gat in mijn dagelijks leven normaal zal zijn…
Gewoon ik
Op mijn verjaardag
regent het. Tja… jammer, maar helaas. Ik moet steeds denken aan dat liedje over de meiregen… Best toepasselijk voor een verjaardag.


