Geertrude blogt

Menu
  • Contact
  • Over mij
  • Privacy
Menu

Auteur: Geertrude Verweij

Een boottocht naar Klein Curaçao

Geplaatst op 06/02/2020 door Geertrude Verweij

Het gekke van ergens (willen) wonen, is dat je veel minder gericht bent op de toeristische attracties. Zo heb ik in Gouda nooit de glas-in-loodramen van de St. Jan bewonderd, Kaarsjesavond meegemaakt of het pijpenmuseum bezocht. En hier op Curaçao is het al niet veel anders.
Oké, we zijn dol op Shete Boka en Watamula, die tellen wel mee. En we gaan ook regelmatig naar het strand. Maar de struisvogelfarm, de aloë vera kwekerij, Landhuis Knip, de Christoffelberg…
Tot mijn spijt moet ik bekennen dat het daar nog steeds niet van gekomen is.
Maar omdat een van de dochters een paar weken bij ons logeerde, hebben we in ieder geval één van de toeristische attracties gedaan.
Voor het eerst in al die tijd die wij al op het eiland doorgebracht hebben, maakten we een boottocht naar Klein Curaçao. Dat is een onbewoond eilandje ten oosten van Curaçao, dat op de vlag gesymboliseerd wordt door de kleine ster. De boot vertrekt dan ook vanuit het oosten. Aangezien wij in het uiterste westen wonen, moesten we er héél vroeg voor op. Maar dat was het wel waard.
De boottocht was fijn en we zagen eindelijk Oostpunt. Daar kun je namelijk over land niet komen. Eenmaal op volle zee zagen we een dolfijn zwemmen en dat was ook geweldig.
Als ik heel eerlijk ben, viel het eilandje me in eerste instantie een beetje tegen. Men had het enorm opgehemeld. “Een echt bounty-eiland, met witte stranden en palmbomen.” Dat was het ook, maar het zag er eigenlijk niet zo heel anders uit dan mijn favoriete stranden op het grote eiland.
Wat wel weer fijn was, was dat je er niet áf kon voor de boot weer vertrok. Ik moest dus wel rust houden. Op een bedje liggen en een beetje mijmeren. Je kón wel een wandeling maken naar de vuurtoren, maar daar hadden we geen zin in. En die bedjes waren er toch, want bij Mermaid Boattrips hebben ze een eigen strandhuis met bedjes, schaduwplekken en (ook niet onbelangrijk) toiletten.
We kregen als lunch een heerlijke barbecue. Complimenten voor de organisatie, die zorgden voor eten dat de dochter en ik mogen hebben – we hebben allebei nogal wat allergieën. Wat wel grappig is, is dat iedereen er vanuit gaat dat we ook qua hoeveelheid weinig eten. Integendeel, eigenlijk. We hadden dus best ieder twee stukken kip gelust. Maar verder was het perfect geregeld.
De dochter ging snorkelen en echtgenoot en ik vielen in slaap. En toen was het alweer tijd om naar huis te gaan.
Voor we vertrokken genoten we nog even van een paar schildpadden die naast de boot zwommen. Onderweg zagen we vliegende vissen. Geen dolfijnen meer, helaas, maar een mens kan niet álles hebben.

p.s. deze post is niet gesponsord, maar wat mij betreft is deze boottocht met Mermaid Boattrips absoluut een aanrader

Gemier

Geplaatst op 16/01/2020 door Geertrude Verweij

‘En toch heb ik bewondering voor ze,’ zei ik tegen echtgenoot toen we weer een paar kattenbrokjes uit de poten van een troep mieren probeerden te bevrijden en ons voor de zoveelste keer voornamen die laatste twee brokjes die Poes altijd laat liggen, eerder weg te gooien.
Niet dat je echt last van die mieren hebt, maar het staat toch erg slordig als ze in colonnes door je huis lopen. En bovendien ruimen ze niet alleen overgebleven brokjes op. Ze storten zich als het even kan ook op menseneten.

Het zijn heel, heel kleine mieren, dus als je de dop niet goed op de pot met rijst draait, vind je er gegarandeerd een mier in terug. En pas geleden had ik – zoals gewoonlijk – een pak gehakt in krimpfolie op het aanrecht gelegd om te ontdooien en toen hadden ze zich door de dubbele laag plastic heen gewurmd en waren ze aan het bekijken hoe ze het gehakt eruit konden krijgen.

Zo langzamerhand beginnen we een beetje te begrijpen hoe die beestjes werken. Ze hebben overduidelijk speciale mieren die in hun eentje op pad gaan om eten te zoeken, want je ziet ze pas in grotere groepen als er echt iets te halen valt. Of misschien gaan ze met z’n tweeën, zodat er een bij de buit kan blijven, terwijl de ander de rest gaat halen. Op afstand communiceren kunnen ze tenslotte niet. Denk ik tenminste. Of onderschatten we die beesten?

Ik liep hierover te mijmeren toen we naar bed gingen en werd wreed uit mijn mierige overpeinzingen opgeschrikt toen onze dochter, die een paar weken bij ons logeert, schreeuwde dat er een beest op haar bed zat. Ze bedoelde overduidelijk niet de kat, want daar is ze heel goed mee bevriend. En hij met haar, want je zou er toch ineens een mens bij hebben dat lijkt op de baas en de vrouw, zodat je haar durft te vertrouwen en die dan ook nog eens wél heel veel tijd heeft om je te aaien. Een kattenhemel op aarde.

Nee, Poes was het niet. Het was een kakkerlak. Wij schrikken daar al lang niet meer van. Niet dat we er zoveel hebben, maar zo af en toe duiken ze ineens op. Tot mijn grote geruststelling ook als ik net het hele huis grondig gepoetst heb, dus aan mijn schoonmaakkwaliteiten ligt het niet.
We pakten de spuitbus erbij en stuurden de kakkerlak naar de eeuwige afvalhopen. Met stoffer en blik verwijderden we hem uit de kamer en omdat alle deuren al op slot zaten, gooide ik hem uit het enige raam zonder hor de porch op. Zien we morgen wel, dacht ik nog.

Maar natuurlijk vergat ik dat. Tot ik iets opraapte dat in die hoek gewaaid was en zag dat de mieren het restant van de kakkerlak inmiddels gevonden hadden. Nog niet alle hulptroepen waren gearriveerd, maar een stuk of zes mieren waren alvast begonnen met bekijken hoe ze het – voor hen enorme – beest konden verplaatsen. Tot mijn verbazing deden ze dat door aan de voelsprieten te trekken. Ze waren met te weinig om er beweging in te krijgen, maar probeerden het van alle kanten, want je weet nooit of zo’n vrachtje ineens toch gaat schuiven.

Ik had eigenlijk wel iets beters te doen, maar ik heb er toch zeker tien minuten naar zitten kijken, voor ik me door de ijver van die mieren liet inspireren en ook eens iets nuttigs ging doen. Toen ik een paar uur later terug kwam, was de kakkerlak weg.

Ik neem aan dat de hulptroepen hebben geholpen met sjouwen.
Of met trekken. Want ik had toch echt de indruk dat die mieren zo slim waren dat ze snapten dat trekken aan een touw dat ergens aan vastzit helpt om dat voorwerp te verplaatsen. Nog even en ze vinden het wiel uit…

Bekijken en bekeken worden

Geplaatst op 09/01/2020 door Geertrude Verweij

“Wie gaat er mee naar het strand om het nieuwe jaar in te luiden?” Als er zo’n bericht in de app-groep verschijnt, zijn wij meestal de eersten die zeggen dat we meedoen. We wonen nu toch al een jaar fulltime op Curaçao, maar dat enthousiasme slijt niet. Nog niet in ieder geval.
We waren de week ervoor ook al naar het strand geweest, met z’n tweeën. Deze keer om te vieren dat we weer thuis waren. En om nog één laatste stranddag in 2019 te houden. Niet dat we er een reden voor moeten verzinnen, maar mét reden is het gewoon nog net een tikje leuker.
Wat ik zo fijn vind van het strand is dat er altijd van alles te zien is. Toen we met z’n tweeën waren heb ik me heerlijk zitten verbazen over een Amerikaans gezin dat met enorme tassen aankwam. Oudste zoon en dochter deden verwoede pogingen om twee parasols stevig in de grond te krijgen. Dat kun je vergeten op Curaçao, want het strand bestaat uit een dunne laag los zand op rotsen. En bovendien waait het er stevig. Er zijn overal palapa’s waar je onder kunt gaan zitten (als je op tijd bent) en op dit strand waren parasols te huur die met een stevige betonnen voet in de grond stonden. Maar dat vonden ze blijkbaar te duur. Dus stapelden ze stenen en zat de oudste jongen het grootste deel van de dag met de parasol in zijn hand geklemd. Dat vond hij niet erg, want hij wilde toch alleen maar lezen. Pa en kleinere jongen bliezen ondertussen een surfplank op en dobberden daar tien minuten op rond tot ma het ding claimde. Zij ging erop staan en peddelde naar de boeienlijn waarna ze uren (werkelijk uren) heen en weer bleef roeien, tot ze weer naar huis gingen. Ondertussen speelden de rest van het gezin (met uitzondering van de oudste jongen die dus alleen maar met de parasol in zijn hand zat te lezen) met een bal. Ze waren werkelijk onvermoeibaar. En na drie uur pakten ze de hele boel weer in die enorme tassen en weg waren ze weer. Heel apart, maar wel boeiend om naar te kijken.
Afgelopen zaterdag waren wij degenen die bekeken werden. Er zaten zelfs mensen achterstevoren om ons goed te bestuderen, dat zag ik toen ik terugkwam van een paar baantjes zwemmen. Wat er zo boeiend aan ons was, weet ik niet. We waren met een stuk of vijftien mensen. Een groot deel daarvan was Amerikaans en dus (ja, generaliserend, maar in dit geval absoluut waar) zeer aanwezig. Daarnaast waren er twee Duitsers, twee Belgen, een Turk en twee Nederlanders (wij dus). Een zeer gemêleerd gezelschap, inderdaad, maar daar staan we zelf eigenlijk nooit bij stil. Iedereen spreekt Engels, de één wat beter dan de ander, maar we begrijpen elkaar allemaal prima en verschillen in achtergrond en levenshouding worden gemakkelijk overbrugd, zeker met een biertje en de barbecue erbij.
Ja, misschien is dat toch wel erg boeiend om te zien. Wereldleiders zouden er een voorbeeld aan moeten nemen….

Oud & Nieuw op Curaçao

Geplaatst op 02/01/2020 door Geertrude Verweij

Allereerst voor iedereen die dit leest: een heel gelukkig nieuwjaar!

Nieuw jaar, nieuwe kansen.
Zo voelt het voor mij altijd, ondanks dat ik op mijn leeftijd toch zou moeten weten dat die datum er niet toe doet. Maar ach, het kan ook weinig kwaad om dat wel zo te voelen, als je maar niet al te teleurgesteld bent dat het leven niet ineens op magische wijze veranderd is na 1 januari.
Sowieso is die eerste dag van het nieuwe jaar nooit mijn beste dag, want de dag ervoor ga je nog even uitbundig feesten en dat merk je toch echt wel de dag erna.
Dit jaar waren we voor het eerst op het eiland met Oud en Nieuw. En daarom besloten we ons vol in het feestgedruis te storten (nou ja, op onze manier dan). Dat feestgedruis begint hier op Oudjaarsdag al ’s middags. In Pietermaai (net voorbij Punda, het oude centrum van Willemstad) wordt al een paar jaar een paar-miljoen-klapper afgestoken en daaromheen is een compleet straatfeest. Hoe laat de herrie begon kon niemand ons vertellen. Twee uur, drie uur… Caribische tijd. ’s Middags.
Wij liepen er al om een uur of een. Aten een patatje bij een kraampje, dronken wat water bij een andere kraam, waar een kennis achter stond. Liepen nog maar een rondje, gingen even in de schaduw zitten en liepen nog maar eens een rondje. Het was al ruim voorbij twee uur toen we zagen dat men de klapper begon uit te rollen. We vonden een plaatsje aan het hek, in de schaduw. Het spektakel liet nog even op zich wachten, maar we stonden er goed. Rond half vier begon het dan eindelijk. In de verte hoorden we de eerste klappen al en ik maakte me klaar om het allemaal te filmen. Niet dat ik verwachtte dat er veel te zien was, maar ik probeer een betere blogger te worden en dingen vast te leggen voor mijn lezers.
Er renden een bewaker en een man met een brandspuit voor de vlam uit en daarachter zag je vonken. En daarachter… een enorme rookwolk. De wind waaide precies in de richting van de straat en de rookwolk haalde al snel de knallen in. En toen kwam ik erachter dat ik niet één, maar twee handen te kort kwam. Ik wilde filmen, maar ook allebei mijn oren bedekken én ik had graag een hand voor mijn mond willen houden tegen de rook. Recht voor ons lag de klapper opgerold, maar we wachtten het effect daarvan maar liever niet af. We stikten allebei bijna en zijn zo snel we konden weggerend. Maar goed ook, hoorde ik achteraf. Ik had nog net wat vonken gevoeld, maar vorig jaar schijnt het haar van een vrouw vlamgevat te hebben en toen haar man het probeerde te doven, vloog zijn shirt in brand.
Gelukkig stonden we vlakbij een stuk braakliggend terrein dat grensde aan de zee. Even frisse lucht. Even ademhalen en wachten tot de rookwolk voorbij was.
Het straatfeest ging nog lang door, maar wij waren er wel een beetje klaar mee. We aten wat bij ons een barbecuerestaurantje waar we vaker komen en dronken nog wat in de stad bij een bar waar veel kennissen waren en gingen daarna vóór de grote drukte begon naar Blue Bay, waar we bij de strandbar nog meer kennissen ontmoetten. Het vuurwerk om zeven uur (Happy Dutch New Year! riepen al onze Amerikaanse vrienden) was minimaal en dat om twaalf uur mooi, maar erg kort.
Maar dat gaf niet. We hadden ons portie die dag wel gehad.

Even bijpraten – oktober

Geplaatst op 01/10/2019 door Geertrude Verweij

Ik was van plan een maandelijkse update te schrijven en die zowel hier op mijn blog als in mijn nieuwsbrief neer te zetten. Maar de afgelopen maand is zo hard omgevlogen, dat ik eigenlijk niet zo goed weet wat ik te vertellen zou hebben, zeker niet als ik het niet te persoonlijk wil maken.

Dat laatste is mijn grootste probleem, al sinds ik achttien jaar geleden (!) begon met bloggen. Veel van wat er in mijn leven gebeurt, is niet mijn verhaal en dus niet iets wat ik zomaar publiek kan en mag maken. Ik weet dat veel mensen dat wel doen, maar voor mij is dat geen optie. Vertellen dat er iemand van mijn familie ernstig ziek is, moet maar even voldoende zijn.

Maar goed. Verder zijn er ook leuke dingen. Ons huis begint nu echt als thuis te voelen, al duurt het nog wel even voor we klaar zijn met renoveren. Ik geniet van de planten die ik uit zaden en stekjes aan het opkweken ben (we hebben inmiddels drie palmbomen) en heb plannen voor nog veel meer. Verder ben ik vooral veel aan het schoonmaken en opruimen en moet er nog heel wat verfwerk gedaan worden, maar dat gaat allemaal een stuk langzamer dan in het begin.

De afgelopen twee maanden – sowieso de warmste maanden van het jaar – was het hier namelijk nog heter dan normaal in deze tijd (zeggen de mensen die hier al jaren wonen) en dat heb ik wel gemerkt. Zelfs als ik gewoon stilzit, loopt het zweet letterlijk van mijn voorhoofd. Zwaar lichamelijk werk moet echt ‘s ochtends vroeg of na zonsondergang, maar omdat we verder ook genoeg te doen hebben, zijn we daar vaak te moe voor. Maar ach, het wordt vanzelf weer koeler. In januari is het maar een graad of 28 overdag…

Op werkgebied heb ik het vooral druk met andermans boeken. Ik ben twee romans aan het redigeren en druk bezig met het voorbereiden en schrijven van persberichten voor alle boeken die binnenkort bij uitgeverij Ellessy uitkomen.

Mijn eigen schrijfwerk ligt helaas al even stil. Het leesblog al een paar maanden, maar het begon toevallig vanochtend weer te kriebelen om daar weer eens voor te schrijven. Columns lukken ook niet zo goed (vanwege de persoonlijke omstandigheden waar ik het hierboven over had), maar ik heb er nu net eentje geplaatst en ik hoop de draad daarvan weer op te pakken. Ook heb ik stiekem zin om toch weer informatieve stukjes voor Huishoudhobbels te gaan schrijven.
Qua fictie heb ik ook ideeën zat, ik kom alleen niet echt toe aan de uitvoering daarvan. Er zitten gewoon te weinig bruikbare uren in een dag…

Ik probeer mezelf te vertellen dat ik het stap voor stap moet doen. Eerst maar weer eens elke maand een update en wekelijks (?) een column. Dan de rest. Misschien.

Wordt vervolgd…

Je blijft wie je bent

Geplaatst op 12/09/2019 door Geertrude Verweij

foto van Trần Long

Vorige week vierden echtgenoot en ik dat we 29 jaar getrouwd waren. Dat is best een hele tijd. Je zou denken dat we de dag doorbrachten met nadenken over ‘wie had 29 jaar geleden gedacht dat we nu op Curaçao zouden wonen’ en meer van dat soort overpeinzingen. Maar echtgenoot had daar geen tijd voor, die had een spoedopdracht en was de hele dag van huis.
En ik bedacht juist dat we vlak voor ons huwelijk hadden overwogen om naar Bonaire te verhuizen. Dat is ons destijds uit het hoofd gepraat door mensen die andere plannen met ons hadden (dat klinkt vrij luguber, als ik het teruglees, maar het drukt toch wel een beetje uit hoe het was, zonder op details in te gaan), maar het idee van emigratie is altijd blijven leven.
Goed, er kwamen wat zwangerschappen en baby’s en peuters tussen door. Die eerste paar jaren hadden we wel iets anders aan ons hoofd. Maar toen de dochters allemaal naar school gingen, dachten we dat het misschien wel leuk was om naar Australië te vertrekken. En als Australië ons had willen hebben, zouden we dat gedaan hebben ook.
In de jaren daarna kwam het ‘een camping beginnen in Frankrijk’ idee nog even voorbij (maar het nadeel van Frankrijk is dat er zoveel Fransen wonen die allemaal nog Frans spreken ook) en ik voelde wel wat voor Engeland. Echtgenoot niet, want die wilde graag een beter klimaat dan het Nederlandse, niet een nog slechter klimaat. Ierland durfde ik daarom niet eens te noemen.
Hoewel, we kennen hier een paar Ieren en een van hen vertelde ons verbaasd dat hij ergens gelezen had dat het in Nederland nóg vaker regent dan in zijn vaderland. Dus.
Toen we gingen reizen, was de vraag ‘zouden we hier willen wonen?’ altijd een leuk gespreksonderwerp. Nee, dat we uiteindelijk toch echt geëmigreerd zijn, verbaast me niet echt.
Het feit dat we het al zo lang samen volhouden ook niet. We zijn tenslotte getrouwd met het idee dat dat voor altijd zou zijn.
Nee, wat mij altijd het meest verbaast als ik me bij dit soort gelegenheden realiseer hoeveel jaren er voorbij gegaan zijn, is hoe weinig een mens eigenlijk verandert. Ja, uiterlijk. Het vel is niet zo strak meer en de haren worden grijs. En lichamelijk merk je het ook wel. De leesbril moet echt overal mee naar toe en het gaat allemaal net wat moeizamer dan toen we twintig waren. Maar van binnen… van binnen ben ik nog steeds dat meisje van toen. Met wat meer levenservaring, dat wel. Maar daardoor verander je niet wezenlijk. Dat denk je als je nog jong bent. Je denkt dat je jezelf kunt veranderen, kunt vormen. Sommige mensen denken zelfs dat ze hun partner kunnen veranderen. Dat is helemaal dom, maar ook een heel ander onderwerp, we hebben het nu over onszelf.
Dertigjarige bloggers en youtubers zijn nogal van de doelen en de zelfontwikkeling. Gewoontes aanleren en jezelf veranderen in een beter mens. Het is ze gegund, hoor. Maar ik geloof er niet in.
Gedrag kun je veranderen. Absoluut. Maar je blijft wie je bent.
Als je van nature slordig bent, kun je jezelf leren je huis bij te houden en alles op te ruimen. Maar je zult er altijd bij na moeten denken, jezelf altijd moeten vertellen dat je nu echt aan de slag moet. Want als je denkt dat je spontaan in een net mens veranderd bent door een paar maanden een schema te volgen, heb je het mis.
Als je te dik was omdat je moeilijk maat kunt houden met eten, kun je heel erg afvallen als je de knop eenmaal omgezet hebt. Maar je kunt nooit zomaar eten waar je zin in hebt. Ja, een paar dagen, misschien een paar weken. Maar daarna zul je jezelf moeten dwingen je weer aan de regels te houden. Want anders slippen de slechte gewoontes er zó weer in en de kilo’s er zó weer aan.
Als je van nature verlegen en onzeker bent, leer je in de loop van de jaren omgaan met mensen. Je kunt jezelf er toe zetten gesprekken te beginnen en zelfverzekerd over te komen. Maar diep van binnen zit nog steeds dat meisje dat het liefst met een boek op haar kamer zat omdat ze het gevoel had dat niemand haar aardig vond.
Ik moet eerlijk toegeven dat ik best teleurgesteld was toen ik dit door begon te krijgen. Want hoe fijn zou het zijn als je met wat werk en doorzettingsvermogen kon veranderen in de persoon die je zo graag zou willen zijn? Maar zo werkt het dus niet. Je blijft wie je bent. Je leert er alleen beter mee omgaan.
Voor ons huwelijk is dat wel goed, trouwens. Want diep van binnen ben ik dus nog steeds datzelfde meisje dat zo verliefd was op die jongen die hij stiekem ook nog is. Andersom is dat ook zo. En dat is heel fijn.

Liever luisteren dan lezen?

Geplaatst op 04/09/2019 door Geertrude Verweij

Mijn boeken lezen en tegelijkertijd schoonmaken, sporten of handwerken of gewoon lekker met je ogen dicht stilzitten? Dat kan!

Sinds kort is mijn vorige boek Alleen is maar alleen ook verkrijgbaar als luisterboek.
Het boek is te koop bij Luisterrijk of te downloaden via Storytel

Bij voldoende belangstelling zullen mijn andere boeken hoogstwaarschijnlijk volgen.

(bovenste foto van Pexels.com)

Hij wilde graag wat dieper op de materie ingaan

Geplaatst op 03/09/2019 door Geertrude Verweij
Photo by Stephen Paris: https://www.pexels.com/photo/brown-wooden-desk-table-752395/
foto van Stephen Paris

Photo by Stephen Paris: https://www.pexels.com/photo/brown-wooden-desk-table-752395/
Photo by Stephen Paris: https://www.pexels.com/photo/brown-wooden-desk-table-752395/
‘Denk eraan, vanavond hebben we Papiamentu les,’ waarschuwde ik echtgenoot. Die heeft regelmatig van alles te doen op dinsdagavond en dat is niet handig, zeker niet als hij de auto nodig heeft, want dan kan ik ook niet gaan.
Terwijl ik het zei, bedacht ik dat ik nog wel even de aantekeningen van de week ervoor moest bekijken. Had ik nog niet gedaan. Zo gaat het iedere week. Dinsdagavond kom ik enthousiast thuis, neem me voor om elke avond even naar de woordenlijst te kijken zodat ze dan misschien blijven hangen. Maar dan is er van alles te doen. Werk, huishouden, klussen aan ons wel bewoonbare, maar nog lang niet afgewerkte huis, bezoekjes aan officiële instanties om de verhuizing te regelen, afspraken met vrienden en een feestje als kers op de taart. En ineens is het alweer dinsdag. 
Nu is dit geen heel schoolse cursus. We worden min of meer overhoord, maar erg hard gaat het niet allemaal. Met even snel de aantekeningen doorlezen kan ik aardig de schijn ophouden. 
Echtgenoot probeert de schijn niet eens meer op te houden, die heeft teveel werk aan zijn hoofd en bovendien sowieso geen aanleg voor talen. 
Maar we gaan er eigenlijk ook vooral heen omdat het zo ontzettend gezellig is. Onze lerares is een echte Curaçaose, die vijfendertig jaar in Nederland gewoond heeft. Ze weet dus veel van het eiland, maar is tegelijkertijd ook heel Nederlands. Zegt dingen als ‘om de dooie donder niet’, wat echt niet te vertalen is in het Papiamentu.
Dat laatste is trouwens mijn grote probleem met deze taal. Papiamentu is een vrij beperkte taal, met een simpele grammatica. Je kunt er alles mee zeggen, maar je moet wel uitgaan van eenvoudige, korte zinnen. En ik ben van nature nu eenmaal vrij woordenrijk (dat was mijn lezers vast nog niet opgevallen – ha!), dus dat is lastig. Cynisme kun je ook slecht letterlijk vertalen.
Het is dus niet alleen een kwestie van woordenschat en grammatica, maar – voor mij – vooral een kwestie van me anders leren uitdrukken. En dat is lastig, na bijna een halve eeuw erop los kletsen.
Maar goed, ik doe mijn best en ik steek toch wel wat van de lessen op. 
Vorige week leerden we hoe allerlei traditionele zoetigheden heten. Daar is bij mij niet veel van blijven hangen om eerlijk te zijn, want ik kan geen suiker eten (niet zonder er ziek van te worden in ieder geval). De andere leerlingen konden ook proeven en maakten ijverig aantekeningen van wat ze het lekkerst vonden. Gelukkig leerden we daarna ook nog wat werkwoorden. Ik vroeg wat opruimen in het Papiamentu was, want als ik moet vertellen wat ik deze week gedaan heb, kom ik vooral op schoonmaken (die wist ik al – limpi) en opruimen. 
De lerares grinnikte. ‘Dat is gewoon opruimen.’ Oké, dat is dan gemakkelijk te onthouden.
We gingen door naar de kledingstukken. Die zijn wat lastiger. Een van de mannelijke leerlingen vroeg naar het woord voor beha, toen we nog maar net begonnen waren. 
‘Hoho, eerst de bovenkleding,’ remde de lerares af. Waarop hij met een heel serieus gezicht antwoordde: ‘O, sorry. Ik wilde graag wat dieper op de materie ingaan.’
Toen we daarover uitgelachen waren, handelden we alle kledingstukken die we konden verzinnen nog even af. Mijn bijdrages waren zwempak, zwembroek en bikini, die weer letterlijk hetzelfde bleken te zijn. Ik heb er een neus voor, blijkbaar, want twee weken eerder bij de boodschappen zat ik met knoflook en wortel in hetzelfde schuitje.
Daarna bespraken we nog even de brand in het belastingkantoor en andere politieke en maatschappelijke zaken. Waarna ik echtgenoot, die thuis aan het werk was, maar een berichtje stuurde om te melden dat het een beetje uitgelopen was. Anders ging hij zich nog zorgen maken.
Ik deed dat wel in het Nederlands, want ik zou niet weten hoe ik ‘ik ga nu pas weg’ moet vertalen. Gelukkig hebben we nog zes weken les te gaan…

Verhuisperikelen

Geplaatst op 28/08/2019 door Geertrude Verweij

Ik heb een probleem. Ik ben verslaafd. Denk ik. Als je niet zonder kunt en er voortdurend aan denkt, begint het op een verslaving te lijken. Niet dat het echt kwaad kan, natuurlijk. Dat niet. Tenminste, zolang ik het voor de lol doe. Zodra ik er meer mee wil, voegt het te veel tijd en te veel stress aan mijn toch al vrij chaotische leven toe.
Ik heb het niet over roken, alcohol of andere drugs. En ook niet over gokken of zelfs over social media. Aan dat laatste ben ik niet verslaafd, ik vind het alleen maar een lastige bijkomstigheid. Mijn verslaving is ouder dan social media. Eigenlijk zelfs ouder dan internet.
Ik vind het zo fijn om elke week een stukje over mijn leven te schrijven. En als ik dat niet doe, mis ik het. Ook al heb ik goede redenen om het niet te doen (tijdgebrek, stress, andere prioriteiten).

Nu zeg je vast: wat doe je moeilijk. Schrijf die dingen dan!
En daar heb je gelijk in. Dat vertel ik mezelf ook steeds.
Stop met piekeren over de vorm, de lengte, de inhoud. En stop vooral met piekeren over de vraag of mensen het wel willen lezen. Ik heb een kleine vaste achterban die heel blij is met ieder stukje dat ik plaats en dat moet dan maar genoeg zijn.
Voor wie het zich afvraagt: mijn column bij Franska is stopgezet wegens te lage kijkcijfers. Niet zo goed voor het toch al wankele moreel (o, die onzekerheid…). Maar misschien wel lekker om weer gewoon mijn eigen ding te doen. Geen column van een vast aantal woorden die op een bepaalde manier opgebouwd moet zijn. Gewoon een stukkie, een schrijfsel (zoals ik ze vroeger noemde). Gewoon even gaan zitten en vertellen wat er speelt in mijn leven. Zonder de illusie dat ik daar het halve internet mee bereik, maar gewoon omdat die paar mensen het graag lezen en vooral omdat ik het zo graag doe.
En dat is een lange inleiding voor een heel gewoon stukje over een eigenlijk heel gewoon leven. Op een tropisch eiland. Dat dan weer wel.

Nieuw adres

We zijn inmiddels verhuisd naar het nieuwe oude huis. De sleutels van het appartement zijn ingeleverd en het oeverloze heen en weer rijden is dus voorbij. Nou ja, min of meer dan. Want hier op Curaçao heeft verhuizen heel wat voeten in aarde. Je moet dat overal persoonlijk gaan melden en dat kost tijd. Vorige week zijn we bij Kranshi, het gemeentehuis geweest. Dat ging alweer niet helemaal soepel. We dachten deze keer goed voorbereid te zijn. Volgens onze koopakte hebben we alleen een kavelnummer en we wisten al dat ze dat niet accepteren als officieel adres. Echtgenoot was al een keer bij Ruimtelijk Ordening en Planning langs geweest om ons adres op te vragen, want die zag de bui al hangen. Maar daar hoorden we niets meer van en toen Aqualectra aan de hand van het nummer op onze elektriciteitsmeter met een volledig adres kwam, namen we aan dat dát het juiste huisnummer was. Nee dus.
Dan maar weer naar ROP. Waar ik toch maar even meldde dat we in mei al een aanvraag hadden gedaan. Dat was een slimme zet, want nu werden we – na een kwartier wachten – meegenomen naar het kantoor van degene die dat adres had moeten uitzoeken. Verontschuldigend wees hij op de stapel aanvragen op zijn bureau. ‘Twee mensen voor het hele eiland. We hebben een grote achterstand.’
De aanvragen werden duidelijk ook niet op volgorde afgehandeld, want hij gooide ze flink door elkaar toen hij op zoek was naar de onze. Die natuurlijk vrijwel onderop lag.
Daarna werden er kaarten te voorschijn gehaald, computerbestanden vergeleken en werd er uiteindelijk in overleg met Kranshi een besluit genomen. We hadden een officieel adres!
Daarmee was inschrijven zo gebeurd. Maar toen was dus wel de hele ochtend om. Om onszelf te troosten gingen we maar weer eens lunchen bij Terrazza, één van onze favoriete restaurantjes. Daarna nam echtgenoot nog een ijsje bij Jamin en deed ik een rondje door de Bruna. Dat begint een soort traditie te worden.

Gas

We stapten weer in de auto en reden naar Muizenberg, in de hoop daar gasflessen te kunnen regelen voor het fornuis. We hadden er een geleend van onze vroegere huisbaas, maar dat kon natuurlijk niet zo blijven. Helaas waren de kleine gasflessen nog steeds op.
‘Over twee maanden misschien.’ Ja ja. In juli zeiden ze: ‘Volgende maand.’ Begin augustus zeiden ze: ‘Eind van de maand.’ En nu dus over twee maanden. Dat duurde te lang.
We besloten dan toch maar een aanvraag voor grote flessen te doen. Dat vinden we eigenlijk niet handig. De kleine kun je zelf laten vullen, voor de grote moet je bellen om ze te laten wisselen. Bovendien kunnen de kleine in het keukenkastje staan en moeten we voor de grote leidingen naar buiten aanleggen. Maar ja, je moet toch wat.
Er stonden al twee grote flessen op de porch, dus ooit was er al een contract geweest. De dame achter het loket zocht in het systeem, maar ons adres stond er niet in. Niet het kavelnummer, niet het adres dat Aqualectra had en sowieso niet ons kersverse nieuwe adres natuurlijk. Het was blijkbaar te lang geleden en het moest dus een nieuwe aansluiting worden. Wat inhield dat de leidingen gekeurd moesten worden en er twee nieuwe flessen moesten worden aangeschaft. Kosten ruim achthonderd gulden.
Eh… laat maar. We gaan nog wel even op zoek naar tweedehands kleine flessen. Even ter vergelijking: een nieuwe kleine fles kost 72 gulden en vullen kost 13 gulden. Ik doe meestal een maand of vier met zo’n volle fles. Reken maar uit hoelang het duurt voor je die achthonderd eruit hebt.

Stroom

Na dit tegenvallende bezoekje besloot echtgenoot nog even bij Aqualectra langs te gaan. Dat lag min of meer op de route naar huis en was ook hard nodig.
We hebben namelijk al ruim een maand water, maar nog steeds geen elektriciteit. Op dit moment draaien we volledig op onze zonnepanelen. Dat gaat, maar we willen graag ook een normale aansluiting. De dame achter het loket keek in de computer en meldde dat we allang aangesloten waren. ‘Een dag na jullie aanvraag.’
Echtgenoot legde haar nadrukkelijk uit dat hij niet wist wát ze wáár aangesloten hadden, maar dat wij echt geen stroom hadden. Ze belde iemand die er meer van moest weten en die beloofde vandaag nog langs te komen.
Wat betekende dat wij direct naar huis moesten, want dat was ruim drie kwartier rijden. Als degene die moest komen kijken in de buurt was, zouden we hem mislopen. Maar dat viel mee.
Als we dit verhaal aan iemand die hier woont vertellen, zeggen ze op dit punt altijd: ‘Je wacht zeker nog?’
Nee. Tot onze grote verbazing stond een half uur nadat wij thuis waren iemand bij de meterkast (die zit hier aan de straat) te kijken. Echtgenoot liep naar hem toe. De man beweerde ook dat we aangesloten waren en wees naar de hoofdzekering. Daar hadden ze een stop ingedraaid. En dan waren we aangesloten.
Echtgenoot wees ook. Naar de draad die van de stop naar de meter liep. Naar de draad die naar ons huis liep. En naar de niet aanwezige draad die de stroom van de leidingen boven ons hoofd naar de hoofdzekering had moeten brengen. Het duurde werkelijk even tot het doordrong.
Ook deze man moest met iemand anders bellen. Die reageerde nogal chagrijnig tot echtgenoot vertelde dat wij het huis nog maar drie maanden hebben, dat het jaren heeft leeggestaan en dat wij dus ook niet weten waarom er geen kabel van de leidingen naar onze meter gaat. Toen werd hij vriendelijker.
‘Morgen komt er iemand om de boel aan te leggen,’ beloofde hij.
Fijn! Eindelijk geregeld. Dachten we.
Tja.
Dat was vorige week donderdag. Het is nu woensdag.
We wachten nog…

(foto van Pexels.com)

Eeuwigheid

Geplaatst op 24/07/2019 door Geertrude Verweij

‘Die keukens bouwen ze hier voor de eeuwigheid,’ zei een kenner. En hij had gelijk. De keuken in ons nieuwe huis is er eentje die niet zomaar instort. Opgebouwd uit betonblokken, met massief houten deuren en lades. Zelfs het aanrechtblad is van beton. De tegeltjes die daarop zitten zijn niet echt mijn smaak, maar die kun je er simpel afbikken en vervangen. Nou ja, simpel… Het is in ieder geval te doen. Ooit, want voorlopig was ik heel erg blij met mijn enorm grote keuken en het fantastische uitzicht.
Ik was een weekje in Nederland toen echtgenoot me een foto van een lopende keukenkraan en een opgewonden appje stuurde. “We hebben water!”
Dat was inderdaad een mijlpaal. Schoonmaken zonder te piekeren over de voorraad water. Hoe heerlijk is dat?
Dus schrobde en boende ik erop los zodra ik weer op het eiland en in ons huis was. De roestvrijstalen wasbak had wat rare vlekken, maar ik had schuurmiddel, schuursponsjes en zelfs speciaal poetsmiddel om roestvrij staal schoon te krijgen. Dat moest goed komen.
Toen de wasbak glansde, begon ik aan de kastjes. In het gootsteenkastje raakte ik het slangetje van de overloop met mijn doekje. Het bleek zo oud te zijn dat het spontaan verbrokkelde.
Geen nood, dacht ik. Gewoon die bak niet te vol doen. Maar zo werkt dat niet. Als het chiffon vol liep, kwam het water er via dat kapotte slangetje uit.
Een nieuwe overloopset bleek niet verkrijgbaar, maar we rommelden wat met een wasmachineslang die natuurlijk net niet paste en wat rubbers tot het dicht was. Ik draaide de kraan open om het te testen en keek onder de gootsteen. Helaas, toch nog druppels. Draaide de kraan dicht en realiseerde me dat die druppels wel op een rare plek zaten. Ging nog eens onder de gootsteen kijken en realiseerde me dat er gaatjes in het roestvrij staal zaten. Dat was ons niet eerder opgevallen, maar waarschijnlijk had ik het vuil er daarnet uitgepoetst.
De bouwers van onze keuken hadden zich niet gerealiseerd dat roestvrij staal geen eeuwigheid meegaat. De bak is in het beton van het aanrechtblad gegoten. Vervangen is dus niet gemakkelijk.
Dan die hele keuken er maar uitslaan en een nieuwe keuken plaatsen? We overwogen het wel even. Maar dat kostte ten eerste veel geld en ten tweede tijd, wat we beide al behoorlijk tekort hadden. En dan heb ik het nog niet over de energie die erin gaat zitten om zo’n betonnen keukenblok te verwijderen.
Gelukkig bleek er een oplossing te zijn. Dichtsmeren met siliconenkit kan werken voor kleinere gaatjes en als dat niet helpt, bestaat er kneedbaar metaal.
De siliconenkit werkte. In ieder geval voorlopig. Maar een eeuwigheid redden we er niet mee en ik betwijfel zelfs of deze oplossing het jaren volhoudt. We gaan dus maar vast sparen voor een nieuwe keuken…

p.s. dit is mijn laatste stukje deze zomer. De komende weken gaan we keihard werken om de laatste puntjes op de i zetten voor de verhuizing naar het nieuwe huis. Begin september hoop ik jullie vanuit mijn nieuwe huis weer wekelijks van updates en stukjes te voorzien. Fijne vakantie allemaal!

p.p.s.  bonus foto’s: de keuken begint al ergens op te lijken (als je het niet aanwezige plafond netjes buiten de foto houdt)

  • Previous
  • 1
  • …
  • 3
  • 4
  • 5
  • 6
  • 7
  • 8
  • 9
  • …
  • 45
  • Next

Welkom!

Ik ben Geertrude, echtgenote van 1, (schoon)moeder van 5 en oma van 2.
Ik ben boekhouder, redacteur en schrijfster van beroep en hou van lezen, fotograferen, breien, naaien, tuinieren, kruidengeneeskunde en nog veel meer.
Hier schrijf ik over alles wat me bezighoudt en soms ook over mijn pogingen eens wat rustiger aan te doen.
Meer over mij vind je hier.

Archief

© 2026 Geertrude blogt | Aangedreven door Minimalist Blog WordPress thema