Geertrude blogt

Menu
  • Contact
  • Over mij
  • Privacy
Menu

Categorie: persoonlijk

Thuis!

Geplaatst op 13/01/202612/01/2026 door Geertrude

Zondag zijn we dan toch naar huis gegaan. Er was al een tijdje geen nieuws meer over bijna-botsingen of gps-problemen. En Schiphol beloofde dat ondanks de vrieskou alle vluchten zouden vertrekken, dus daar gingen we dan maar vanuit.

In totaal hadden we anderhalf uur vertraging. Dat viel nog mee, al was de timing een beetje irritant. Het eerste half uur werd gemeld toen we net op het vliegveld waren (we hadden dus een half uur later kunnen vertrekken/opstaan) en de tweede melding kwam toen we net bij de gate aankwamen om te boarden (we hadden dus een uur langer comfortabel in de lounge kunnen zitten). Maar ach… dat zijn luxe problemen.

We hadden stoelen gereserveerd bij een achterwand, maar blijkbaar zaten we in een ander vliegtuig dan bij het inchecken de bedoeling was. Daardoor had ik nu een mevrouw achter me die heel kwaad werd toen ik mijn leuning naar achteren deed (want dan zaten haar nogal aanwezige benen klem), waardoor ik het grootste deel van de vlucht rechtop heb gezeten – niet prettig voor mijn rug en nek. Ik keek een serie die twijfelachtig begon en bij iedere aflevering steeds vreemder en uiteindelijk ronduit duister en gewelddadig werd. In de vijfde aflevering ben ik walgend afgehaakt. Daarna ben ik maar muziek gaan luisteren. Eigenlijk is dat sowieso prettiger, dat zou ik inmiddels moeten weten, maar ja, ik dacht iets boeiends gevonden te hebben. Ook luxe problemen overigens.

Na negenenhalf uur vliegen landden we veilig op Hato. En dat was tenslotte het belangrijkste. We namen een taxi naar huis, waadden door gras dat tot mijn heupen reikte naar de voordeur en toen waren we thuis.

We zijn wel vaker zes weken in Nederland geweest, maar deze keer voelde het alsof we een jaar weggebleven waren. Afgelopen jaar zijn we sowieso veel te vaak heen en weer gereisd. Vier keer totaal. Het was nodig, maar ik ben er voorlopig wel klaar mee. Acht vluchten, acht jetlags. Het wordt me een beetje te veel. Maar voorlopig (als er geen nare of rare dingen gebeuren in de regio of met de kinderen) blijven we hier.

Het huis ruikt muf, er zit overal spinrag, het is stoffig en de tuin is een puinhoop. Maar dat geeft allemaal niets. Mijn planten leven nog (min of meer, maar dat los ik wel op met wat water en aandacht) en drie van de vier katten hebben ons al begroet. We zijn thuis!

2026

Geplaatst op 06/01/202605/01/2026 door Geertrude

Allereerst wil ik iedereen een heel fijn 2026 wensen.

Zo, dat staat er in ieder geval. Ik ben al een tijdje aan het dubben hoe ik dit stukje moet beginnen. Originele wensen zijn niet echt mijn sterkste kant en soms voelen standaardwoorden (zoals bovenstaande) niet echt geschikt, zeker als je weet dat er zoveel mensen zijn die hoogstwaarschijnlijk geen fijn jaar gaan krijgen. Maar de intentie is goed, zullen we maar denken.

Ik heb dit jaar niet echt goede voornemens (nooit eigenlijk), maar ik wil wel graag proberen structureel te blijven bloggen. Maar dat zei ik vorig jaar ook en we weten hoe dat afgelopen is…

Een van mijn grootste problemen waardoor ik het bloggen niet systematisch volhou, is dat ik te veel nadenk over wat ik wil schrijven. En áls ik dan eindelijk iets geschreven heb, ben ik te streng voor mezelf. Niet boeiend genoeg, te negatief, te persoonlijk, niet mijn verhaal. En dan post ik het maar weer niet. Wat ik dan dus ook weer jammer vind.

Maar goed, wat heb ik te vertellen… Er waren heel veel mooie momenten rond Kerst en Oud & Nieuw. Rustige lekker-thuis-hangen dagen, afgewisseld met familiebezoekjes. Heerlijk.

Er waren even wat medische zorgen over de jongste kleinzoon, maar dat is gelukkig allemaal goed afgelopen, dus daar wil ik niet te lang bij stil blijven staan.

Als alles goed gaat, gaan we komend weekend naar huis. Eigenlijk zouden we tweede Kerstdag al gaan, maar dat hebben we uitgesteld vanwege de bijna botsingen en de gps-storingen in het luchtruim rond Curaçao. Of we nu wel gaan, is nog niet honderd procent zeker, dat is afhankelijk van de ontwikkelingen in de regio. In principe gaan we wel, maar je weet nooit of het vliegverkeer weer wordt stllgelegd als het toch niet bij deze ene militaire actie blijft.

Eerlijk gezegd kan ik heel slecht tegen die onzekerheid, maar het is niet anders. Ik plan nu maar gewoon dubbel. Ik maak lijstjes voor wat ik moet (wil) doen voor we hier weggaan en wat ik wil doen als we daar aankomen, maar ben tegelijkertijd ook al aan het nadenken over hoe ik mijn leven wil inrichten als we hier nog langer blijven. Iets meer routines wat betreft het (overigens piepkleine) huishouden hier zou fijn zijn. En omdat ik verder niet zoveel te doen heb, wil ik een lijst met studiedoelen maken.
Dat is sowieso niet verkeerd, ook voor als we op Curaçao zijn, maar ik denk dat ik daar de eerste maand(en) veel tijd in de tuin zal doorbrengen. Het is daar namelijk groeiseizoen dus ik verwacht dat de boel flink overwoekerd is, zeker omdat ik nog niet echt klaar was met het verwijderen van ongewenste individuelen (doornstruiken, cactussen en duivelsnaaigaren bijvoorbeeld).

En zo springen mijn gedachten heen en weer tussen hier en daar… Ach ja, we zien het wel.

Kerst

Geplaatst op 24/12/202523/12/2025 door Geertrude

Ik wilde eigenlijk een uitgebreid stukje over Kerst schrijven. Of misschien zelfs een kerstverhaal – dat was ooit traditie op mijn blog. Maar het lukt me niet om de juiste woorden te vinden.

Dus hou ik het bij een simpele wens: fijne feestdagen allemaal!

In het kwadraat

Geplaatst op 16/12/202516/12/2025 door Geertrude

Ongeveer anderhalve week geleden is onze tweede kleinzoon geboren. Ik ben min of meer bij de hele bevalling in het ziekenhuis geweest (verder geen details – het is niet aan mij dat verhaal te vertellen). En toen moeder en kind na een paar dagen naar huis mochten, heb ik een paar dagen bij hen gelogeerd als extra kraamhulp. Dat was heerlijk, maar wel vermoeiend, want ik was niet alleen bij elke voeding standby, maar om de kersverse ouders te ontlasten, heb ik ook tweemaal van half twee tot half vijf in de nacht met mijn kleinzoon opgezeten. Helaas vond T. dat een mooi tijdstip voor zijn huiluurtje 😉
Verder heb ik geholpen met het huishouden, de flesjes, boodschappen doen en eten koken. Oftewel… heel druk bezig geweest. Maar mij hoor je niet klagen, want het is fantastisch om zo dicht bij je kleinkind (en je dochter die net moeder geworden is) betrokken te zijn in die prille eerste dagen.

Maria Oomkens noemde grootmoeders “moeders in het kwadraat” en ik begin steeds meer te merken hoe wáár dat is. Als je dochter moeder wordt*, gaat er niet alleen een hoop liefde en zorg naar dat kindje, maar ook nog steeds naar je eigen kind. Ik stelde me aan de kraamverzorgster voor als “de moeder van de moeder” en op dat moment voelde ik dat sterker dan “oma”, omdat de baby lekker sliep en mijn dochter het even zwaar had.

Nu ben ik alweer een paar dagen “thuis” op de Veluwe. Inmiddels is onze oudste kleinzoon jarig geweest, wat we groots gevierd hebben met een paar uur in de dierentuin, gevolgd door het in ontvangst nemen van ons cadeau (een “ijskjaan”, net zoals de echte die hij een week eerder de dakkapel op hun dak had zien hijsen) en uren intensief spelen daarmee en met de enorme garage die de dag ervoor hij van zijn andere opa en oma kreeg. De dag werd afgesloten met zijn favoriete eten, patatjes.
Toen het bedtijd was, vroeg ik: “Heb je een fijne dag gehad?” Ik heb hem nog nooit zo hardgrondig “ja” horen zeggen.

En ja, ook hier geldt dat “in het kwadraat”, want het was heel fijn om mijn dochter (en schoonzoon) ontspannen te zien genieten van hun jarige zoon, in plaats van zich druk te maken in een huis vol bezoek. Het was voor ons allemaal een fijne dag.

* ik heb alleen dochters, dus ik kan niets zeggen over zoons die vader worden, maar ik neem aan dat het ongeveer net zo voelt

close up shot of a chocolate

Een ontmoeting in het donker

Geplaatst op 03/12/202502/12/2025 door Geertrude

Vrijdagavond reed ik op een donker bosweggetje richting de camping. Ik wist dat er een donkerblauw busje voor mij reed. Eigenlijk had ik ze zelfs voor laten gaan, want meestal rijden mensen daar veel harder dan ik. Inhalen kan er niet, en ik heb een hekel aan mensen die achter me zitten te haasten.

Ik reed dus achter het busje aan en hield zoveel mogelijk afstand, zodat ik mijn grootlicht aan kon laten staan. We hebben ooit bijna een wild zwijn aangereden op dat weggetje, dus ik zie graag wat er aan de rand van het bos gebeurt.

Het busje ging echter steeds langzamer rijden en uiteindelijk stopten ze op een plek waar ik er echt niet langs kon. Vervolgens gingen de deuren open en stapten er meerdere mannen uit.

Ja, best eng. Ik bleef kalm. Maar ook heel voorzichtig. Zelfs toen ik zag dat ze verkleed waren als Sint en Pieten, want dat zegt niets tegenwoordig.

Ze klopten op mijn raam en ik deed hem op een heel klein kiertje open zodat ze hun handen niet naar binnen konden steken (de deur zit als de motor draait automatisch op slot tot je hem van binnenuit opent). Of ik mijn grootlicht uit wilde doen, want de Stuurpiet had er last van. Op die afstand? Daar heb je de nachtstand op je spiegel voor, volgens mij. Op Curaçao rijden we ook regelmatig op donkere wegen en ik heb alleen last van grootlicht bij tegenliggers, nooit van mensen achter me.

Maar ach, vooruit. Geen probleem. Een van de pieten probeerde nog wat kruidnoten door de kier te wurmen, maar ik zei dat ik niet tegen gluten kon. Dat was niet waar; eigenlijk zijn de gluten in kruidnootjes zowat het enige waar ik wél tegen kan, maar het is eenvoudiger dan uitleggen dat melk en suiker een probleem vormen. Bovendien was er geen haar op mijn hoofd die eraan dacht dat raam verder open te doen, want ik vertrouwde het nog steeds niet helemaal.

Vijf minuten later draaiden ze voor me uit het parkeerterrein bij de camping op. Daar concludeerde ik dat de Stuurpiet niet heel goed kon rijden met die bus, want achteruit steken (de slagboom ging niet open zonder kaartje – duh!) en parkeren was erg lastig voor hem. Het duurde even, want toen hij eindelijk stond, konden de andere Pieten er niet meer uit en dus moest hij weer naar voren. Inmiddels durfde ik te ontspannen, want een van die andere Pieten was zo’n twaalf jaar oud en hadden blonde vlechten. En er waren er nog een paar van die leeftijd bij.

De man in de auto achter mij (die zijn grootlicht gewoon aanhield toen hij dichterbij kwam) werd ongeduldig. Ik niet, maar ik was wel blij toen ze eindelijk aan de kant gingen en ik met mijn kaartje het terrein op kon. Ze vroegen nog of ze niet achter me aan konden rijden, maar toen ik zei dat je ook een kaartje nodig had om eráf te komen, gingen ze toch maar lopen. Ik denk dat ze naar een bijeenkomst in de feestzaal midden op de camping moesten; het parkeerterrein stond ook erg vol. Het was niet heel goed geregeld allemaal.

Maar als ik die lui ooit nog zie, zal ik ze vertellen dat ze dat nóóit meer moeten doen; een vrouw alleen tegenhouden op een smal, onverlicht bosweggetje. Ik was niet echt bang, maar achteraf gezien was het niet gek geweest als ik de politie had gebeld, of met pepperspray aan de gang was gegaan…

    Veilig geland

    Geplaatst op 27/11/202526/11/2025 door Geertrude

    Dat appen we altijd naar de kinderen als we na een vlucht naar Nederland of Curaçao op Schiphol of Hato aangekomen zijn. Veilig geland. Ook als het midden in de nacht is. “Niet dat we ons echt zorgen maken, maar toch…” zei een dochter toen we het een keer vergeten waren.

    Maandagochtend landden we op Schiphol. Je zou denken dat we ons daar, dat na al die jaren heen en weer reizen niet zo druk meer om maken. Maar het liep allemaal niet zo soepel als we hoopten. Het Venezuela-probleem leek uit de hand te gaan lopen en we maakten ons zorgen of onze vlucht wel door zou gaan. Zeker toen het toestel veel te laat uit Nederland vertrok. Maar uiteindelijk ging het ding toch weg en kregen wij de melding dat we een uur vertraging zouden hebben.

    We hadden de taxi naar het vliegveld om vijf uur besteld. Dat was niet heel ruim berekend, maar we vliegen met alleen handbagage, dus we hoeven niet in de rij om koffers af te geven. Bovendien is het zondagmiddag om vijf uur niet druk op de weg.

    Helaas had de taxi een lekke band. De chauffeur appte opgewekt dat we toch een uur vertraging hadden (we geven altijd ons vluchtnummer door), dus dat kwam helemaal goed. Ja, in theorie wel, maar zondagmiddag zes uur is chaos op de weg aan onze kant van het eiland. De zon gaat rond die tijd onder en dat is het sein om vanaf de stranden en weekendhuizen terug naar de stad te gaan. De rit is dan toch wat langer dan normaal.
    Maar goed, uiteindelijk waren we nog ruim op tijd, schoven we net voor een buslading hotelgasten door de douane en zaten wij al aan ons (belachelijk dure) patatje toen de rij bij het buffet begon te groeien.

    De vlucht… tja. Lang. Achtenhalf uur. Een nachtvlucht, maar veel slapen lukt meestal niet, al probeer ik dat wel. Eerst een film, dan de ogen dicht. Ik had even een nostalgisch momentje met “The Parent Trap” (die met Lindsay Lohan uit 1998). Dat was vroeger een van de lievelingsfilms van onze meiden. We hadden hem opgenomen van televisie op een videoband en ze keken er regelmatig naar. Ik herinnerde me vooral het laatste deel, maar het was leuk hem weer eens te zien. Ik kijk vaak jeugd- of kinderfilms in het vliegtuig. Lekker ontspannen, zonder heftig gedoe (ik vind vliegen op zich al heftig genoeg).

    Ik moet ergens geslapen hebben, want de stap van “we zijn op de helft” naar “nog minder dan 2 uur” was vrij kort.
    Dochter D. stond ons al op te wachten. Dochter E. was graag – met de kleinzoon – meegegaan om ons op te halen, maar de kleinzoon had een pijntje en een huilmomentje. Toen dat over was, appte ze of we nog bij D. waren. Nee, we waren nog onderweg en besloten toen spontaan met z’n drieën bij E. koffie te gaan drinken. Dat liep uit op een lunch en uiteindelijk waren we om half vier pas bij het vakantiehuisje.

    We hebben het huisje (een chaletje op huurgrond) nu vier jaar en wat is dat heerlijk! Bij het boeken al, want het viel die eerste jaren niet mee om “betaalbare plek in het vliegtuig” en “beschikbaar niet al te duur huisje dat niet in Zuid-Limburg of Noord-Groningen ligt” samen te laten vallen. En dan elke keer een ander plek, met andere spullen, andere verhuurders met andere regels en een andere omgeving met andere winkels… Leuk voor vakantie, maar niet in onze situatie.

    Nu rijden we op de automatische piloot naar de camping, maken een tussenstop bij de supermarkt die min of meer op de route ligt en weten we in ons huisje alles blindelings te vinden. Thermostaat omhoog, pantoffels aan de voeten, ketel op het vuur voor een soepje en koffie… Het is allemaal routine. Onze warme kleding hangt allemaal hier, zodat we allebei alleen maar een laptoptas mee hoeven nemen in het vliegtuig.

    Het huisje staat voor ons klaar en het voelt toch een beetje als thuiskomen.

    “Ja”, dacht ik deze keer toen ik me – met mijn beker hete soep – onder een dekentje op de bank nestelde. “Veilig geland.”

    Een blik vol knopen

    Geplaatst op 25/11/202526/11/2025 door Geertrude

    Dit oude koffieblik was ooit van mijn grootouders, maar is nu al bijna een halve eeuw in mijn bezit. Als kind bewaarde ik er mijn knikkers in. Vooral de mooie, die waar ik niet mee knikkerde (want ik verloor altijd), maar die ik had om het hebben ervan. De verzameldrang zat er al vroeg in.

    En eigenlijk zit er nu iets soortgelijks in. Knopen. Vooral mooie oude knopen en ook wat modernere. Maar ik doe wel mijn best om ze niet alleen maar te verzamelen. Als ik knopen nodig heb, ga ik dus eerst in mijn blik zoeken.

    Voor een vestje dat ik voor het kleinkind-op-komst breide, moest ik vijf kleine knoopjes hebben. Dus gooide ik het blik leeg om knopen te “interviewen voor de baan” (uitdrukking van Amanda Soule, een inmiddels allang gestopte Amerikaanse blogster waar ik vroeger nogal idolaat van was).

    Het is een proces dat je eigenlijk zou moeten filmen, want het is slecht te beschrijven. Kijken wat er is, denken wat er bij het vestje past, zoeken naar meer exemplaren van de kanshebbers. En maar roeren in die berg knopen. Meer exemplaren vinden is het grootste probleem, want ik heb vaak maar een paar dezelfde knoopjes. En nee, natuurlijk heb ik die niet allemaal netjes bij elkaar aan een draadje geregen. Dat zou wel efficient zijn, maar veel minder leuk.

    Uiteindelijk vond ik zelfs zes van de zilverkleurige knoopjes links. Ik heb nog even gezocht naar de knoopjes rechts daarvan, want die vond ik op lego lijken en daar is de vader graag mee aan het hobbyen. Maar helaas het bleef het bij twee.

    Daarna alles weer in het blik. Dat valt ook niet mee, want dat ding zit stampvol. Toen we emigreerden, heb ik alles wat niet in het blik paste, weggedaan. Ik was ooit begonnen met dat blik, maar stiekem waren er nog wat potjes en blikjes bijgekomen. Die wilde ik niet allemaal verschepen, dus de helft van mijn knopenverzameling moest wat weg. Het was wel een lastig proces, want ik wilde natuurlijk vooral de simpele plastic kun-je-overal-kopen-knopen wegdoen, niet de mooie, bijzondere en/of ouderwetse knoopjes, en alles zat doorelkaar, maar het is gelukt. Alles wat ik heb, past (met moeite) in het blik. En eigenlijk voelt het wel goed om niet zo extreem veel te hebben.

    Hoewel…

    Toen mijn vader naar een verpleeghuis ging en we zijn huis moesten leegruimen, vonden we in een kast zowel mijn moeders knopendoos, als die van mijn oma. Ik ben de enige in de familie die echt aan handwerken doet, dus ik had ze vast wel mogen hebben. Maar ik was streng voor mezelf en stopte ze in een verhuisdoos. Geen idee waar ze nu zijn; ik denk bij mijn zusje. Of weg.
    Soms heb ik er spijt van. Want wie weet wat voor schatten er in die dozen zaten? Maar ja. Wat moet ik met zoveel knopen?

    “Ach, stof is plat en knopen zijn klein.” Dat zei ooit iemand in een reactie op datzelfde Amerikaanse blog, toen Amanda (alweer) een grote hoeveelheid knopen en een stapel lapjes bij de kringloop gevonden had. Ik vond het briljant en ik heb het een tijdje als smoes gebruikt. Maar het voelde toch echt niet goed. Ik ben geen minimalist, maar ik hou er ook niet van om onnodig grote voorraden te hebben.

    Ik hoorde van de week iemand in een filmpje praten over SABLE – stash accumulated beyond life expectancy; meer voorraad hebben dan je in je leven zult kunnen gebruiken. En dat je dat dus niet moet doen. In dit geval ging het over quiltstoffen, maar hetzelfde principe is natuurlijk toepasbaar op veel meer dingen. Breiwol bijvoorbeeld. En knopen.

    Waarschijnlijk zou ik er dus nog veel minder “mogen” bezitten. Maar ik hou het bij mijn blik.

    Het is trouwens wel een wonderlijk blik. Want dit is toch al de derde of vierde keer dat ik er een serie knopen heb uitgehaald, en hij blijft vol. En wat er op de foto hieronder naast ligt, heb ik er uiteindelijk ook nog in gekregen.

    Maar zolang het bij dat ene blik blijft, vind ik het prima. Dan zie ik wel of mijn kinderen uiteindelijk een vol blik erven of dat ik het allemaal gebruikt heb voor ik stierf (ik betwijfel het). Of is dat een goede reden om er toch drie te hebben? Hoeven ze er geen ruzie om te krijgen 😉

    Logisch toch?

    Geplaatst op 20/11/202519/11/2025 door Geertrude

    Nu we hier zeven jaar wonen, mag ik graag beweren dat het allemaal echt zo ongewoon niet is hier. We leven hier gewoon zoals we in Nederland ook deden, maar dan op een tropisch eiland. Niets bijzonders.

    Maar soms hoor ik mezelf of echtgenoot ineens dingen zeggen die voor ons volkomen logisch zijn, maar waarvan ik vermoed dat ze voor de onschuldige (Nederlandse) toehoorder toch niet zo voor de hand liggend zijn als voor ons.

    • (‘s nachts als we in bed liggen)
      Ik: “Ik hoor een krab. Hij zit waarschijnlijk weer in de hor.”
      Af en toe wandelt er ‘s avond een krab naar binnen. Die moet dan wel weer naar buiten, want je wil ze echt niet halfslapend tegenkomen. Dit soort landkrabben is vrij groot: het lijf is groter dan een vuist en de scharen zijn ook niet klein. Ze lopen het liefst langs muren, rollen dus uiteindelijk altijd van de vijf treetjes naar beneden af richting onze slaapkamer, waarna ze rondjes blijven maken in de gang. Tot ze de hor die voor de slaapkamerdeur hangt tegenkomen en erin klimmen om een uitgang te vinden
    • (vervolg van bovenstaande situatie)
      “Ik ga even de bezem pakken.”

      Ik heb nog geen goede methode om die beesten te pakken. Ze kunnen niet echt veel kwaad doen, ook niet met die scharen, maar instinctieve angst voor enorme spinnen (daar lijken ze op) en de dreigende manier waarop ze bewegen als ze bang zijn… Bovendien kunnen ze best snel lopen. Ik probeer ze in een emmer te vangen, maar het loopt ook weleens uit op een partijtje schuiven en porren met de bezem tot ze boven zijn en dan een paar flinke duwen tot ze de deur uit vliegen. Dat overleven ze meestal niet.
    • (bij nachtelijke wc-bezoek tegen kakkerlak in de badkamer) “O, hallo. Blijf je wel hier?”
      Nee, we zijn geen viespeuken, die beesten zie je hier nu eenmaal af en toe. Ze zijn nodig in de beerput (ze eten het toiletpapier en uh… andere vaste stoffen). Daar blijven ze meestal ook, maar zo nu en dan gaat er eentje op avontuur. Ik laat ze meestal maar gaan, tenzij ze in de slaapkamer komen. Met gif spuiten vinden we geen optie (zeker niet in de slaapkamer), dus ik vang ze met de stofzuiger en laat ze dan buiten los – ze overleven het meestal).
    • “Even mijn klompen pakken. Er zit een schorpioen naast het bed.”
      We hebben hier kleine schorpioenen. Hun steken zijn niet dodelijk, maar wel heel pijnlijk. Ik trap ze dus – met tegenzin, dat wel, want zo’n beest doet ook maar gewoon wat hij doet – dood.
    • “Vlek! Buiten opeten!”
      Tegen de dameskat, die de gewoonte heeft haar prooien binnen op te eten, zodat haar broers het niet van haar afpakken. Begrijpelijk, maar aangezien ze de veren (als het een vogel is) of ingewanden (als het een hagedis was) achterlaat op mijn witte (! miskoop, maar ja zolang ze niet versleten zijn, doe ik het er maar mee) badmatjes achterlaat, ben ik er niet zo blij mee. Ze luistert overigens wel goed, als ze ons hoort roepen, draait ze meteen om.
    • “Ah, lekker koel is het vandaag!” (bij temperaturen onder de 30 graden)
    • “Ik ga een vestje pakken.” (bij temperaturen onder de 26 graden – maar dat komt zelden voor)
    • “Hou afstand, dat is een toerist.”
      Als waarschuwing voor echtgenoot als hij aan het stuur zit, of hardop tegen mezelf pratend als ik rijd. Toeristen willen nog wel eens remmen voor plotseling overstekende leguanen, vergeten – of niet weten – dat rechtdoorgaand verkeer hier voorrang heeft op een T-splitsing of (mijn grootste ergernis en bovendien heel gevaarlijk) stoppen op de baan die voorrang heeft of juist doorrijden op de baan die moet stoppen op de rotonde-die-geen-rotonde-is (het is een kruispunt met een ronde middenberm; er staan borden en haaietanden die de voorrangsregels aangeven).
    • “O, domino.”
      Conclusie als we ons afvragen wat de herrie is die we horen bij een van de weekendhuizen in de buurt. Tijdens dit spelletje worden hier de dominostenen niet voorzichtig neergelegd, maar met een klap op tafel geplaatst; er wordt geschreeuwd, keihard gelachen en gejuicht. Wij snappen het na al die jaren nog steeds niet. Voor zover wij het kunnen zien, spelen ze het niet anders dan wij als kind deden, maar blijkbaar missen we iets. Want zo opwindend vond ik het nooit. Het is ook echt alleen maar domino. Ik heb niet de indruk dat ze ooit een ander spel spelen. Een “cultuurdingetje” blijkbaar.

    Mediteren

    Geplaatst op 16/01/202515/01/2025 door Geertrude

    Ik heb vanochtend een paar uur gemediteerd. En nu doen al mijn spieren pijn.

    Ik las een blog over mediteren en ik reageerde daarop met de mededeling dat ik dat regelmatig probeer en het graag zou willen kunnen, maar er niet bepaald goed in ben. Waarop zij antwoordde dat het ook een vorm van meditatie is als je aan fijn aan het tuinieren bent. Dus. Vandaar bovenstaande intro.

    Gedeeltelijk ben ik het wel met haar eens. Als ik in de tuin bezig ben, ben ik niet met andere gedachten bezig. Ik knip, trek en verplaats van alles, zonder heel bewust na te denken. Ik zit in een flow. En dat is fijn. Tegen de tijd dat ik (bewust) ga denken dat mijn conditie weer bar slecht is en dat ik écht niet meer verder kan, wordt het tijd om te stoppen.

    Nicole van Huisvlijt doet ook iets anders tijdens het mediteren (hoelahoepen!), maar schreef pas wel dat ze nu ook mediteert terwijl ze ligt en dat ze dat toch ook wel erg fijn vindt.

    In mijn ogen is écht mediteren nog altijd in lotushouding zitten met je ogen dicht en aan helemaal niets denken. En dat kan ik dus niet.

    Ik heb het jaren geleden, weleens een tijdje volgehouden. Maar ik had destijds drie pubers en het enige moment waarop ik genoeg rust kon vinden, was ‘s ochtends vroeg. Heel vroeg. Dus meestal viel ik min of meer gewoon in slaap. Ik ben er maar mee gestopt toen ik merkte dat ik er ook niet bepaald kalmer van werd. Te vroeg opstaan en dan een dutje in een rare houding doen, werkt averechts op wat je met mediteren wilt bereiken.

    Nu ik dit schrijf, realiseer ik me wel dat wat ik destijds wilde bereiken, iets heel anders is dan wat ik nu wil bereiken. Destijds had ik behoefte aan rust. Aan even een paar minuten niet op anderen afgestemd zijn. Nu heb ik meer behoefte aan… ja, aan wat eigenlijk? Ook een soort rust, maar dan dieper. Het loslaten van de gedachten die pijn doen, even niet piekeren over het verleden of de toekomst. En dat is lastig.

    Ik las pas een boek waarin meditaties beschreven werden op een manier die ik fantasieën zou noemen. Je voorstellen dat je in een bos bent, of een berg oploopt of iets dergelijks. Dat doe ik wel, ‘s avonds voor ik ga slapen, om te voorkomen dat ik ga liggen piekeren. Maar dan val ik dus óf in slaap, óf die andere storende gedachten nemen het toch weer over. In het laatste geval is het enige wat helpt eruit gaan en een boek lezen. Een boeiend boek, anders helpt het niet. Een uurtje lezen geeft (meestal) genoeg rust in mijn hoofd om in slaap te vallen.

    Eigenlijk hoef ik dus niet te mediteren. Ik moet gewoon dagelijks in de tuin werken en (nog) vaker een boek lezen…

    Foto door Savanna Goldring

    Natuur of tuin?

    Geplaatst op 09/01/202508/01/2025 door Geertrude

    Ondanks mijn pogingen om niet te veel van mezelf te verwachten, kijk ik toch met een beetje teleurstelling terug op de eerste week van het jaar. Ik heb niet goed gegeten en ben dus geen grammetje afgevallen, ik heb die eerste 1000 woorden aan dat boek nog niet geschreven en ik heb ook weinig in huis en de tuin gedaan.

    Nou ja, behalve grasmaaien dan. En dat klinkt simpeler dan het is. Sinds vorig jaar in mei onze halve oprit wegspoelde, maaien we het onkruid, in plaats van het met wortel en al uit te trekken. Als ik zeg dat ik het gras gemaaid heb, bedoel ik dus eigenlijk dat ik een paar honderd vierkante meter helling met de grasmaaier bewerkt heb. Wel een motormaaier gelukkig. Hoewel… die maait vanzelf, maar je moet wel het gewicht van die benzinemotor naar boven trekken en tegenhouden. Zwaar werk, maar het is te doen. En aangezien vrouwen van mijn leeftijd geacht worden krachttraining te doen is het nog de perfecte workout ook.

    Helaas is de natuur op dit moment een stuk actiever dan ik. Toen ik zondag aan de slag ging, was het iets meer dan drie weken geleden sinds ik voor het laatst gemaaid had (vlak voor we weggingen in december) en het stond alweer kniehoog. De rest van de tuin is ook ontploft. Ik begin langzaam wel te begrijpen waarom zoveel huizen hier een grindbak met drie palmbomen als tuin hebben. Wel zo gemakkelijk te onderhouden. Maar nee, dat wil ik toch niet.

    Ik zou alleen wel graag klaar willen zijn met het grote achterstallig snoeiwerk. Ik heb het afgelopen jaar letterlijk hele bomen omgezaagd. En dat mentaal zwaar voor mij. Ja, ik weet het. Dat is gek, maar het is gewoon niet hoe ik met de natuur bezig wil zijn. Wat dat betreft hebben tuinieren en natuurliefhebber zijn eigenlijk niets met elkaar te maken, al denken de meeste mensen dat wel. Maar wie ben ik om te besluiten dat de doornstruiken geen recht hebben op een plekje in mijn tuin? Dat de moringa toch echt zijn takken bij ons dak vandaan moet houden? Dat de neem inderdaad invasief is en dus verwijderd moet worden? Dat laatste lukt niet erg, omdat ik de eerste vier jaar hier de enorme neemboom in onze tuin lekker heb laten doorgroeien. Nu staat de hele tuin vol met babyneems. De tuinier in mij wil ze weghebben, maar de bomenknuffelaar in mij heeft daar weleens moeite mee (ze betitelen als baby’s helpt niet echt).

    Onkruid uittrekken (en afmaaien) vind ik ook al niet helemaal fijn, maar letterlijk bomen kapot maken vind ik echt naar. Ik zeg letterlijk sorry tegen ze voor ik de zaag erin zet.
    Toch moet het. De andere moringa begint het internet (we hebben een straalverbinding) te storen en de oudste doornstruik (eigenlijk een boom) heeft zijn takken recht over het pad naar de brievenbus gestoken.

    Bovendien weet ik wat er gebeurd als ik niet snoei en zaag. Er groeit hier niet veel, maar wat er groeit, groeit hard en weelderig. Zowel het huis links van ons als het huis recht tegenover zijn onzichtbaar. Volledig overwoekerd. Je moet heel goed kijken om te zien dat er nog iets staat.

    Dus blijf ik toch maar de tuinier in mij aansporen. Die heeft een visie. Die heb ik wel bijgesteld de afgelopen jaren (Europese ideeën moet je echt loslaten hier), maar toch. Ik wil graag in mijn tuin kunnen rondlopen zonder dat ik onder de krassen kom van doornstruiken. En ook zonder bang te zijn voor cactusstekels in mijn handen, voeten of andere lichaamsdelen. Die dingen ontsteken en dat doet echt behoorlijk pijn. En ik wil graag wat variatie. Geen neembos dus en ook die 25 vierkante meter cactus (ja, echt) moet weg.

    Geen grote eisen. Maar ik denk dat ik nog wel een paar jaar bezig ben met zagen, snoeien en sorry zeggen, want het groeit achter mijn rug gewoon terug…

    (eigen foto)

    • 1
    • 2
    • 3
    • 4
    • …
    • 46
    • Next

    Welkom!

    Ik ben Geertrude, echtgenote van 1, (schoon)moeder van 5 en oma van 2.
    Ik ben boekhouder, redacteur en schrijfster van beroep en hou van lezen, fotograferen, breien, naaien, tuinieren, kruidengeneeskunde en nog veel meer.
    Hier schrijf ik over alles wat me bezighoudt en soms ook over mijn pogingen eens wat rustiger aan te doen.
    Meer over mij vind je hier.

    Archief

    © 2026 Geertrude blogt | Aangedreven door Minimalist Blog WordPress thema