Geertrude blogt

Menu
  • Contact
  • Over mij
  • Privacy
Menu

Categorie: persoonlijk

Spullen

Geplaatst op 30/04/2019 door Geertrude Verweij

Eerder verschenen op Franska.nl 

Opgetogen keek ik rond in de twintig vierkante meter waar wij op dit moment wonen. Het was een enorme puinhoop. Er stonden dozen opgestapeld tegen het muurtje dat ons bed scheidt van de huiskamer. Echtgenoot was bezig de dozen waarin zijn stereo zat leeg te halen en had alles wat hem in de weg stond op het bed gegooid. Ik stond met drie onderlakens in mijn handen, die onmogelijk nog in de piepkleine kledingkast pasten en ik was al twee keer bijna gestruikeld over mijn naaimachine. Maar dat gaf allemaal niets.
Precies dertig dagen geleden hadden we een aanhanger vol dozen bij de vervoerder ingeleverd om naar Curaçao te laten verschepen. Daar waren een paar intensieve dagen van uitzoeken en nadenken aan vooraf gegaan, maar die laatste dag hadden we vooral knopen doorgehakt onder het mom van: ‘Dat huis moet leeg.’ Sommige dingen kwamen in dozen terecht, maar wat er niet in de aanhanger paste, moest weg. Het was niet anders. ‘Het zijn maar spullen’, zeiden we tegen elkaar.
Vorige week stond ik in de supermarkt met een rasp in mijn hand. Die miste ik al een tijdje tijdens het koken, maar ik bedacht ineens dat de mijne misschien wel in een doos zat. Voor de vermoeidheid en de tijdsdruk ons parten gingen spelen had ik immers ook wat dozen met praktische voorwerpen ingepakt. Ik had geen flauw idee meer wat daar in zat, maar ik kocht toch nog maar even geen rasp. En wat was er eigenlijk met mijn favoriete braadpan gebeurd?
Ik wilde iets met mijn foto’s doen en kwam er toen achter dat mijn archief op een harddisk stond die in een doos zat. Dat hoopte ik tenminste, want hij was in ieder geval niet in mijn laptoptas meegekomen.
We hoorden nare verhalen over containers die overboord spoelden en hadden nachtmerries over onze fotoalbums, boeken en lp’s die op de zeebodem lagen te vergaan. We hielden onszelf voor dat het er niet toe deed. Er zijn veel belangrijkere dingen om je druk over te maken.
Die ochtend kregen we eindelijk het langverwachte telefoontje. De douane had onze lading vrijgegeven en we mochten het komen ophalen. We waren daar zo blij mee dat we meteen in de auto sprongen. En zodra we thuiskwamen, begonnen we direct met uitpakken.
Het zijn maar spullen. Maar toch.

Nummer 20

Geplaatst op 24/04/2019 door Geertrude Verweij

 

Foto door Ramon Hernandez

Eerder verschenen op Franska.nl 

Het meisje achter het loket bij Kranshi, het ‘gemeentehuis’ van Curaçao, trok haar neus en haar lippen op, terwijl ze onze papieren controleerde. Ik schrok ervan. Wat was er nu weer mis?
In gedachten liep ik alles wat we bij ons hadden nog eens na. In mijn map zaten gewaarmerkte kopieën van onze geboorteaktes en trouwakte, het bewijs dat we ons hadden uitgeschreven in Nederland, onze paspoorten met een stempel die aangaf dat we een verblijfsvergunning hadden en de brief waarin stond dat we recht hadden op die stempel. Helemaal volgens de regels.
Bovendien brachten iets mee, waarvan we hoopten dat het een Bewijs van Adres was. We hadden namelijk de dag ervoor van een andere dame te horen gekregen dat ze ons niet kon inschrijven op het adres dat we noemden. Dat bestond volgens haar niet. Wij vonden dat gek, want onze huisbaas woont er al bijna dertig jaar.
Bovendien wonen er nog meer mensen in de andere appartementen op het terrein. Maar nee, het ging niet en het mocht niet. We moesten naar Ruimtelijke Ordening en Planning in een ander deel van de stad om een ‘Bewijs van Adres’ aan te vragen.
Dat konden we een dag later ophalen. We kregen een geheimzinnige dichte envelop met iets hards erin en er werd met de hand een kwitantie geschreven waarop stond vermeld dat we twaalf gulden vijftig betaald hadden voor het bewijs dat we niet op kavel D10, maar op nummer 20 woonden. Stempel erop, handtekening erbij. De kwitantie ging samen met de geheimzinnige envelop in een andere envelop.
Toen ik dit zo inleverde bij het meisje dat we nu bij Kranshi troffen, keek ze ons verbaasd aan. ‘Wat is dit?’
Wij legden het uit. Ze maakte het pakketje open en gaf ons een bordje met 20 erop terug. ‘Dat moeten jullie ophangen bij je huis.’
Het bleek dat het fronsende neusje en de opgetrokken lippen een bewijs van uiterste concentratie en waarschijnlijk een te zwakke bril waren. De geboorteakte van echtgenoot was handgeschreven, die van mij was heel modern (ik ben tenslotte twee jaar jonger) getypt, maar wel op een machine met een versleten lint. Allebei waren ze lastig te lezen.
Maar het kwam allemaal goed. De kwitantie voor het naambordje was blijkbaar bewijs genoeg.
We zijn ingeschreven en wonen nu officieel op Curaçao. Op nummer 20.

Tien dagen

Geplaatst op 18/04/2019 door Geertrude Verweij

 Eerder verschenen op Franska.nl

‘Volgens mij moet het lukken’, zei echtgenoot en maakt een globale planning op de kalender.
‘Ik denk ook dat het kan’, beaamde ik en schreef gedetailleerde to-do-lijsten in mijn agenda.
We boekten de tickets en de zaak was besloten: we gingen tien dagen terug naar Nederland. In die tien dagen zouden we een belangrijke familiebijeenkomst bijwonen, het Nederlandse huis leeghalen en overdragen, en ons uit laten schrijven.
Strakke planning, want in de praktijk hadden we precies zeven dagen voor dat leeghalen. Eerder gaan of langer blijven was om allerlei redenen geen optie. Maar het moest kunnen.
We wisten al een jaar dat we zouden emigreren en in dat jaar hadden we heel veel opgeruimd en weggedaan. Marie Kondo kon trots op ons zijn. Of toch niet, want het schijnt dat je van haar maar dertig boeken mag houden. Ik heb ze niet geteld maar de boeken waar wij echt geen afscheid van wilden nemen, vulden negen dozen.
Inpakken was sowieso lastiger dan we hadden verwacht. Het valt niet mee om voortdurend beslissingen te moeten nemen over wat het verschepen waard is en wat niet. We bleven spullen heen en weer sjouwen. En als je dan de laatste paar nachten op een luchtbed doorbrengt omdat het grote bed al ingepakt is, merk je toch dat je geen twintig meer bent.
Bovendien hadden we even over het hoofd gezien (of misschien gewoon genegeerd) dat we meestal een week nodig hebben om van de jetlag te herstellen, had echtgenoot een paar spoedproblemen op te lossen en twee afspraken met klanten, moest ik mijn nieuwe boek promoten en waren er een paar schrijfopdrachten die echt niet konden wachten.
Maar het ging. We verdeelden al onze bezittingen tussen transportbedrijf, dochters, kringloop en vuilstort. Kochten een nieuwe, extra grote koffer omdat de spullen die mee moesten in het vliegtuig echt niet in ons oudje pasten, leverden de sleutels in bij de kopers, schreven ons uit bij de gemeente, namen afscheid van de familie en lieten ons op de tiende dag uitgeput op onze stoelen in het vliegtuig vallen.
En toen pas drong het echt tot me door. Dit was waar we al meer dan een jaar naar toe gewerkt hadden. Geen huis, geen spullen, geen adres meer in Nederland. Vanaf nu zouden we alleen nog maar op bezoek komen. Onze emigratie was een feit.

 

Woordenschat

Geplaatst op 09/04/2019 door Geertrude Verweij

Foto door Jakub Zerdzicki: https://www.pexels.com/nl-nl/foto/signaal-teken-noodgeval-noodsituatie-20614571/ 

Foto door Jakub Zerdzicki
Foto door Jakub Zerdzicki: https://www.pexels.com/nl-nl/foto/signaal-teken-noodgeval-noodsituatie-20614571/Foto door Jakub Zerdzicki: https://www.pexels.com/nl-nl/foto/signaal-teken-noodgeval-noodsituatie-20614571/Foto door Jakub Zerdzicki: https://www.pexels.com/nl-nl/foto/signaal-teken-noodgeval-noodsituatie-20614571/

Eerder verschenen op Franska.nl 

‘Volgens mij staat er iets in de fik’, zei ik, toen ik een scherpe brandlucht rook. Dat was op zich niet alarmerend, want dat ruiken we wel vaker. Maar toen er ook een dikke zwarte rookwolk voorbij dreef, gingen we toch maar eens kijken waar dat vandaan kwam.
In de tuin van de buren stond een struik in brand. We vroegen ons nog even af of dat misschien expres was, maar de vlammen werden steeds hoger en er stond niemand bij. Het zou niet lang meer duren voor het appartementje in de tuin ook zou branden. Dus riepen we hard: ‘Brand! brand!’
Eigenlijk hadden we allang Papiamento willen leren. We hadden zelfs al lesmateriaal in huis. Maar veel verder dan ‘bon dia’ en ‘danki’ waren we nog niet gekomen. En dat bleek nu een nadeel te zijn, want de bewoners van het huis reageerden totaal niet op ons geroep. Ook ‘Vuur!’ en ‘Help!’ hadden geen effect.
Geen van onze Papiamentosprekende buren was thuis, maar de Venezolaanse die in het appartement naast ons woont, kwam wel naar buiten. Niet dat zij er iets van verstond, want zij spreekt alleen Spaans. Ik wees naar de brand en vroeg: ‘Espagnol?’
We riepen een paar keer ‘Fuego!’ maar dat hielp ook niet. Geen enkele reactie, terwijl we zeker wisten dat er iemand thuis was.
Ten einde raad pakte ik mijn taalboeken en de basiswoordenlijst erbij. In ‘Papiamento op reis’ stonden allerlei handige zinnetjes, maar over brand kon ik niets vinden. Dat heb je blijkbaar niet nodig op reis. De woordenlijst was Papiamento-Nederlands, dus dat zocht niet erg gemakkelijk. Maar ik begon maar gewoon van voor af aan te lezen en vond het nog vrij snel. Kandela. Ik wees ernaar en zei het op z’n Hollands, als kandelaar zonder r, maar de Venezolaanse verbeterde me: ‘Kandèla.’
We riepen het samen en dát had effect. Binnen tien seconden stond de buurvrouw buiten. We wezen naar de vlammen en ze herhaalde schreeuwend: ‘Kandela! Kandela!’ Er kwam iemand met een emmer water en iemand anders met een tuinslang en toen was het gelukkig snel voorbij. Het vuur was gedoofd en het gevaar geweken.
‘Danki’, zei de buurvrouw.
‘Di nada’ (geen dank), antwoordden we.
Onze woordenschat Papiamento groeit maar mondjesmaat. Sommige woorden zijn echt lastig te onthouden. Maar het woord voor brand vergeten we in ieder geval nooit meer.

Genieten vanaf de eerste pagina

Geplaatst op 04/04/2019 door Geertrude Verweij

Heb ik hier eigenlijk wel verteld dat Trammelant op het platteland inmiddels echt verschenen en overal te koop is? Ik geloof van niet.
Excuses daarvoor. De afgelopen weken waren een beetje (boel) chaotisch. Precies in de week dat het boek uitkwam, waren wij in Nederland druk bezig ons huis leeg te ruimen zodat het overgedragen kon worden. We hadden zeven dagen de tijd. Je kunt je voorstellen dat er weinig gelegenheid overbleef om andere dingen te doen. Ik heb tussen de bedrijven door wat linkjes en foto’s gedumpt op social media en daar bleef het bij. Het voelt ook een beetje onwerkelijk allemaal omdat ik het boek zelf nog niet in handen heb gehad. De doos met auteursexemplaren arriveerde namelijk de dag voor we weer vertrokken bij mijn ouders, maar er was geen tijd meer om ze op te halen.
Gelukkig heb ik wel foto’s 😉

En ik heb ook al een eerste recensie binnen.
Veronique van Veronique’s Boekenhoekje schreef:

“Trammelant op het platteland is genieten vanaf de eerste pagina.”

Kijk, dat doet een mens goed. De rest van haar zeer positieve beoordeling lees je hier.

Huizenjacht

Geplaatst op 02/04/2019 door Geertrude Verweij

 

Eerder verschenen op Franska.nl 

Dát is het probleem!’ knikte echtgenoot instemmend, toen ik aarzelend onder woorden bracht wat me dwars zat over een huis dat ons werd aangeboden.   
We twijfelden allebei. De prijs was goed, de maat was goed en hoewel een twee-onder-een-kapwoning niet helemaal standaard is op Curaçao, waren we bereid dat te accepteren omdat het vrij dicht bij het centrum lag. En toch voelde het niet goed.
We zouden er eigenlijk langsrijden om het alvast vanaf de buitenkant te bekijken, maar ik besloot eens modern en digitaal te doen. Ik zette dat poppetje van Google Maps op de straat en ging virtueel een stukje door die straat lopen.
En toen zag ik het. Achter het huis was amper anderhalve meter ruimte. Naast het huis was een parkeerplaats en die was nodig ook, want op de smalle straat parkeren was geen optie. En de rest van de onbebouwde grond lag aan de voorkant van het huis. Een ‘netjes aangelegde tropische tuin met volwassen bomen’ volgens het taxatierapport, maar eigenlijk was het niet meer dan een strookje voortuin.
Ik zuchtte teleurgesteld. Geen ruimte om buiten te werken, want met laptops wil je niet aan de straatkant zitten. Geen ruimte om buiten te koken, geen ruimte om wat dan ook buiten te doen.
‘Dit is een binnen-leef-huis. Wij zoeken een buiten-leef-huis’, zei ik bedachtzaam. En dat bracht echtgenoot letterlijk zo over aan de makelaar. Die dat vast een lastig uitgangspunt vindt, want de meeste Curaçaoënaars leven graag binnen en bouwen hun kavels zo vol mogelijk.
We zoeken al jaren naar een huis op het eiland. Eerst als tweede huis, nu als hoofdwoning. Maar erg veel geluk hebben we niet. Steeds als we het juiste huis vinden, gaat er iets anders mis.
Bij één huis hadden we het koopcontract al getekend toen de verkoper toch nog afhaakte en het huis aan een familielid verkocht. En vorige week brachten we een openingsbod uit op ons droomhuis, waarop de verkoper reageerde met het uit de verkoop nemen van het pand.
Dat stak. We waren echt verliefd op dat huis. We zaaiden drie kokospalmen die in een pot bij ons huurappartementje staan en zagen ze al in de grote, nu nog kale tuin staan. Maar helaas.
Verder zoeken maar weer. Geduld hebben. Het ideale huis staat ergens op het eiland op ons te wachten.
Gelukkig ontkiemen en groeien kokospalmen héél langzaam.

Verliefd

Geplaatst op 26/03/2019 door Geertrude Verweij

Eerder verschenen op Franska.nl

‘You love it or you hate it,’ zei de zakenkennis die ervoor zorgde dat echtgenoot geïnteresseerd raakte in Curaçao, ‘er zit niets tussenin.’ We besloten dan eerst maar eens uit te vinden in welke van de twee uitersten wij vielen en dus reisden we in maart 2013 voor het eerst naar het eiland.
Wat we ervan vonden? Tja, ik kan nu wel lyrisch gaan doen over prachtige stranden en palmbomen en gekleurde huisjes, maar we waren echt niet blind voor de nadelen.
We reden dagenlang in onze huurauto het eiland rond en keken alleen maar. Naar de schattige, gekleurde huisjes en de statige gele landhuizen, maar ook naar de verwaarloosde, ingestorte en door doornstruiken overwoekerde gebouwen. Naar de mooie stranden, maar ook naar het afval dat op verschillende plekken langs de weg ligt. Naar lachende gezichten van lieve, vriendelijke, geduldige, gastvrije mensen, maar ook naar de frons van opstandige Curaçaoënaars die niet zitten te wachten op alweer zo’n koloniale Nederlander.
En toch… Halsoverkop verliefd.
We besloten het verstandig aan te pakken. Stap voor stap. Eerst maar eens in de warmste tijd van het jaar terugkomen en een hele maand blijven om uit te proberen of we hier normaal konden leven en werken. ‘Want,’ zei echtgenoot heel terecht, ‘als we het binnen zitten bij de kachel moeten gaan ruilen voor het binnen zitten bij de airco, is het een hoop gedoe voor niets.’
Maar het werken ging prima. Hij schreef software en ik schreef blogposts, persberichten en een boek. Hij belde met zijn klanten en ik mailde met mijn opdrachtgevers. Net als we dat in Nederland altijd al deden, maar dan heerlijk buiten op de porch, met uitzicht op een palmboom. We genoten. Dus kwamen we vaker en bleven steeds langer. De dochters werden groter en gingen definitief het huis uit, dus het kon.
Eerst wilden we heen en weer blijven reizen. Twee keer per jaar drie maanden naar Curaçao, de rest van het jaar in Nederland. Maar dat bleek financieel, lichamelijk én psychisch toch niet helemaal haalbaar te zijn. Er was maar één zinnige oplossing.
We twijfelden, lang en hard. Je gaat niet zomaar achtduizend kilometer bij je familie vandaan wonen. Emigratie is een grote stap. En toch gaan we ervoor.
Want iedere keer als we op het eiland aankomen, voelen we het. Zo blij om terug te zijn. We love it.

Een droom die uitkomt

Geplaatst op 26/03/2019 door Geertrude Verweij

Bijna dertig jaar geleden schreef ik voor het eerst een stukje dat een beetje op een column leek, al noemde ik het een schrijfsel. Ik was geïnspireerd door Maria Oomkens, Scheherazade van Libelle (Wie – behalve Franca, ik weet dat zij ook fan is –  kent haar nog?).
En de droom was geboren. Hoe geweldig zou het zijn om stukjes over je leven te schrijven en daar nog wat mee te verdienen ook?
Inspiratie had ik genoeg, met drie kleine kinderen, een klein huis en een rommelig leven. Ik stuurde een paar van mijn stukjes naar Libelle, maar die hadden geen columniste nodig. Helaas.
Toch bleef ik ze schrijven en toen ik een paar jaar later het internet ontdekte was het hek van de dam. Jarenlang schreef ik wekelijks stukjes op mijn eigen website, soms nam ik een paar maanden pauze, maar altijd kwam het na een tijdje weer terug. De kriebels om mijn leven in woorden te vangen, de droom om mezelf ooit ‘columniste’ te mogen noemen.

Een paar jaar geleden kwam er een nieuwe hoofdredactrice bij Libelle. Franska Stuij, de redactrice die in ‘mijn tijd’ het gezicht van het blad bepaalde, ging er weg en begon een eigen online magazine met dezelfde sfeer als Libelle. Ik durfde niet te solliciteren, want ze had een lijst prachtige namen van mensen die voor haar schreven en wat had ik er aan toe te voegen? Wel lees ik er bijna dagelijks, want ik vind dat ze er leuke artikelen plaatsen. Bovendien schrijft Wieke Biesheuvel (die ik via Libelle altijd al graag las en waar ik ook een paar keer persoonlijk contact mee heb gehad) er wekelijks twee columns.

Een paar maanden terug realiseerde ik me dat emigreren naar Curaçao best wel een boeiend onderwerp is. Dus raapte ik mijn moed bij elkaar (dat kostte even tijd) en stuurde een mailtje waarin ik aangaf dat ik best stukjes voor Franska.nl wilde schrijven over alles wat er bij die emigratie en ons leven op het eiland komt kijken. Wat ik eigenlijk het afgelopen jaar al steeds op mijn eigen website gedaan heb dus. Ik kreeg een enthousiast mailtje terug.

En vandaag kwam mijn droom dus uit.
Mijn eerste column op Franska.nl is een feit.

Verliefd op Curaçao

Volgen jullie me daar?

Een nieuw boek!

Geplaatst op 19/03/2019 door Geertrude Verweij
Wat ik het allernaarst vind van het schrijversvak is promotie. Zo, dat is eruit. Weten jullie dat alvast.
Nu zullen sommigen van jullie misschien zeggen: ‘Maar je hebt een reguliere uitgever. Dan hoef je dat toch niet zelf te doen?’
Tja. Dat zou je denken. Maar zo werkt het toch niet. Natuurlijk hoef ik minder zelf te regelen dan wanneer ik selfpubber zou zijn. Mijn uitgever heeft contacten die ik niet heb, mijn boek wordt automatisch aangeboden bij het Centraal Boekhuis en de bibliotheek en er wordt door de uitgeverij een persbericht verstuurd. Dat ik toevallig ook degene ben die de persberichten voor mijn uitgeverij schrijft, doet er even niet toe.
Maar daar heb je nog niet alles mee geregeld. Vroeger misschien wel, toen was het aanbod nog niet zo enorm groot. Maar tegenwoordig heb je heel veel kleine uitgeverijen en selfpubbers en iedereen zit op social media om zichzelf te promoten. En dus moet je als auteur mee doen en laten weten dat je er bent. Jezelf naar voren schuiven en voortdurend roepen: ‘Joehoe! Ik heb een boek geschreven.’
Sterker nog, zelfs als er al tien boeken van je verschenen zijn, moet je nóg roepen dat je een elfde boek geschreven hebt.
Als je tenminste een beetje aandacht voor je boek wilt genereren.
Hoe ik dat weet? Nou, voor mijn tiende boek Alleen is maar alleen deed ik het niet. Wat zeg je? Nooit van gehoord? Nergens iets over te vinden? Ja, precies. Dat dus.*
Ik had besloten dat ik het deze keer anders aan ging pakken, maar was wel heerlijk aan het bulldozeren op dit gebied. Want mijn boek stond in de folder voor april en ik weet uit ervaring dat het dan ook gewoon ineens pas in mei kan verschijnen. Dat is dus nog lááááng niet. Voor die tijd moesten we eerst nog even ons huis leeghalen, allerlei ingewikkelde dingen voor de emigratie regelen en op en neer vliegen tussen Curaçao en Nederland. Onze maand maart zit stampvol met gedoe en geregel, maar dat kwam dus goed uit. In april zou ik wel na gaan denken over recensies, weggeefacties en andere promotieactiviteiten.
Ik zei het al: zo’n datum in de folder geeft een indicatie. Er kan van alles veranderen. Meestal wordt het later. Deze keer werd het eerder.
Mijn boek verschijnt morgen.
Eh… oké. Ook wel fijn, tenslotte. Maar… uh… dat houdt wel in dat ik wat moet gaan regelen voor de promotie.
– schraapt keel –
Joehoe! Ik heb een boek geschreven!
———————————————–

Meer informatie en een download met het eerste hoofdstuk vind je hier.
Mocht je een recensie-exemplaar willen hebben of op een andere manier aandacht aan mijn boek willen besteden, neem dan even contact met me op via e-mail.
Ben je gewoon een lezer die het boek graag wil lezen? Het is (als het goed is) vanaf 20 maart te koop bij alle reguliere en online boekhandels. .
*Nou ja, bijna nergens: Anita Willems schreef een lief stukje over Alleen is maar alleen en natuurlijk heb ik hier op mijn website alle informatie over Alleen is maar alleen staan.

Klif

Geplaatst op 12/03/2019 door Geertrude Verweij
 

‘Hij kan niet eens zwemmen,’ giechelde één van de meisjes. Ik keek haar verbaasd aan, maar dat zag ze niet. Verder vond niemand het vreemd dat iemand die niet kon zwemmen van een zes meter hoge klif de zee in wilde springen.
Twee andere meisjes zaten al drie kwartier op de rand van de klif. Die hadden zich laten uitdagen om het te proberen, maar durfden niet. Eén van hen durfde ook niet meer omhoog, dus die zat vast. Onze Duitse vriendin was ook onderweg naar boven en had gevraagd of wij meegingen.
‘Nee. Hoogtevrees.’ En niet genoeg gedronken om ons te laten overhalen.
Af en toe gaan we met een groep Duitsers, Amerikanen en Canadezen mee naar het strand. Dat is heel gezellig en we lachen wat af, maar wat drinken betreft zijn we toch wel buitenbeentjes. Ik drink namelijk zelden. Bier lust ik niet en als ik wijn drink ben ik de volgende ochtend meestal ziek. Echtgenoot drinkt graag een biertje, maar vindt twee of drie genoeg voor een dag. Dat drinkt de rest per uur.
Halverwege de middag had iedereen, behalve wij dus, genoeg bier gedronken om óf van die klif af te willen springen, óf te joelen dat anderen eraf moesten springen. Wat die meisjes uiteindelijk toch maar deden, terwijl het halve strand meejuichte.
De jongeman met de ruige baard (maar wat eronder zat was jonger dan mijn jongste dochter) vond dus dat hij ook best kon springen. Gelukkig was er één die zijn verstand bij elkaar hield. Die ging ook het water in en nam de enorme zwemband in de vorm van een Amerikaanse adelaar mee.
Pas toen de baard onhandig naar beneden sprong, realiseerden de anderen zich hoe gevaarlijk het was. Hij ging rakelings langs de rotswand.
‘Komt hij wel boven?’ vroeg iemand en nu hoorde ik toch wat paniek in haar stem. Maar de man met de zwemband bleef kalm en viste hem op.
‘Gelukkig heb ik een cursus reddend zwemmen gedaan,’ verzuchtte hij, toen hij – met een biertje – weer in zijn klapstoeltje zat.
Toen de baard na een paar biertjes voor de schrik aankondigde dat hij nog wel een keer durfde te springen, werd hij genegeerd. We hadden wel weer genoeg spanning meegemaakt voor een dag.

(foto van Pexels.com)

  • Previous
  • 1
  • …
  • 7
  • 8
  • 9
  • 10
  • 11
  • 12
  • 13
  • …
  • 46
  • Next

Welkom!

Ik ben Geertrude, echtgenote van 1, (schoon)moeder van 5 en oma van 2.
Ik ben boekhouder, redacteur en schrijfster van beroep en hou van lezen, fotograferen, breien, naaien, tuinieren, kruidengeneeskunde en nog veel meer.
Hier schrijf ik over alles wat me bezighoudt en soms ook over mijn pogingen eens wat rustiger aan te doen.
Meer over mij vind je hier.

Archief

© 2026 Geertrude blogt | Aangedreven door Minimalist Blog WordPress thema