Geertrude blogt

Menu
  • Contact
  • Over mij
  • Privacy
Menu

Categorie: persoonlijk

Saaie geit (of saaiïgheid?)

Geplaatst op 05/03/2019 door Geertrude Verweij

‘Alleen geitenvlees?’ Eensgezind schudden wij ons hoofd. ‘Nee, sorry. Dan eten we hier niet.’ De serveerster vond ons duidelijk saai, maar dat moest dan maar.
Ons vaste zondagavondritme van ergens een goedkoop hapje eten en dan door naar Kokomo Beach voor een drankje en goede muziek werd verstoord door het carnaval. De route loopt namelijk dwars door de stad en het was dus bijna onmogelijk om bij onze normale eetadresjes te komen.
Het kán wel, hoor. Maar die route hadden we vrijdagavond al geprobeerd en het had twee keer zo lang als normaal geduurd om thuis te komen. Maar ja, op het schemaatje dat ik – heel slim, vond ik zelf – uit de krant had gescheurd, ontbrak de optocht van vrijdag. Dus kwamen we er pas achter dat die er was toen we naar huis wilden.
We zouden er natuurlijk ook bij kunnen gaan staan om te kijken. Dat hebben we vijf jaar geleden ook gedaan. Maar één keer was genoeg. Wij zijn nu eenmaal van die saaie types van boven de rivieren.
Dus besloten we het carnaval links te laten liggen en ergens anders dan normaal een hapje te eten. Gewoon bij Kokomo, wat logisch zou zijn, is voor ons geen optie. Men gooit daar letterlijk over elk gerecht een kruidenmengel waar echtgenoot niet tegen kan.
De dichtstbijzijnde patatkraam was dicht. Zoals altijd als wij daar iets willen eten. De twee restaurants in de buurt vonden we te duur.
‘Williwood dan maar?’ stelde echtgenoot voor. Dat ligt redelijk dichtbij, is zeer toeristisch en ‘moesten’ we eigenlijk sowieso nog eens proberen.
Ik aarzelde. ‘Ik ben vandaag niet in de stemming voor avontuurlijk eten.’
‘Ze hebben daar vast wel iets anders dan geitenburgers,’ dacht hij optimistisch.
En dat klopte. Voor lunch of ontbijt kon je iets anders bestellen. Maar niet na vijf uur. We konden echt alleen maar een geitenburger krijgen. En daar hadden we dus geen zin in. Wij zijn niet zo dol op geit. Niet op ons bord in ieder geval. Levende geiten zijn wat anders, dat vind ik leuke beesten.
We reden naar huis, waar ik zelf een snelle maaltijd in elkaar gooide, zodat we toch nog op tijd waren voor de muziek bij Kokomo. Waar we wel meezongen, maar niet dansten.
Saaie mensen, ik zei het al. Maar wij zijn best gelukkig zo.

(foto van Pexels.com)

Maxima

Geplaatst op 26/02/2019 door Geertrude Verweij

‘U lijkt op Maxima,’ knikte de man op het bankje bij de Emmabrug. ‘Zelfde glimlach, zelfde haar.’
Hij zat onder de overkapping waar dagelijks, maar vooral op zondag, een groep oudere mannen zit. Die vind je overal ter wereld, volgens mij, want in ons Nederlandse dorp zitten ze ook. Midden in het dorp, waar het gezellig druk is, zodat ze niet alleen met elkaar óver de langslopende mensen kunnen praten, maar ook mét mensen die daar zin in hebben. Het grote verschil is dat ze er in Nederland alleen met mooi weer en dus maar een paar maanden per jaar zitten. Op Curaçao is het altijd mooi weer en dus zitten er altijd oudere mannen op dat bankje.
Ik bedankte hem voor het compliment en hij herhaalde nog eens dat ik op haar leek. ‘Ik moest echt goed kijken. Ik zag u alsmaar glimlachen en ik dacht: dat is Maxima.’
Echtgenoot vertrouwde hem toe dat de koningin en ik bijna even oud zijn. Dat klopt. Zij is één dag jonger dan ik. Maar verder lijken we absoluut niet op elkaar. Vind ik. Ik vond het vooral grappig dat iemand mij, met mijn Zeemanjurkje en mijn slordige vlecht aanziet voor iemand met een kledingbudget waar ik alleen maar van kan dromen en haar dat vast dagelijks door goede kappers bewerkt wordt. Maar toen ik er nog even over nadacht besefte ik dat het anders zat. Hij zag vooral de glimlach. En dat is mooi.
De Emmabrug ging open en de man vertelde ons dat men deze brug ‘The swinging lady’ noemt omdat ze wegdraait in plaats van openklapt. Dat wisten we al, maar dat gaf niet.
Er kwamen twee dames op een motorfiets langs en de andere oude man vond dat een mooi gezicht, zo’n klein vrouwtje op zo’n grote machine. Zelf had hij een Harley Davidson gereden. Maar nu niet meer, want hij was vijfentachtig. Hij had wel een prachtige oude auto, die verderop stond. De Maxima-man had ook een motor, maar die stond stil, want hij had een ongeluk gehad en zijn enkel verwoest.
Zo kabbelde het gesprek voort en echtgenoot deed gezellig mee. Die houdt daar ook wel van. Die zit waarschijnlijk over een paar jaar gezellig bij de oude mannetjes naast de Emmabrug.
En ik?
Ik luisterde en keek. En glimlachte.

Paradijs

Geplaatst op 19/02/2019 door Geertrude Verweij
‘Loop maar mee, dan laat ik alles zien.’ De man ging ons voor en leidde ons rond door zijn tuin en langs alle bijgebouwen. Zijn vrouw lachte ons vriendelijk toe vanuit haar fantastische buitenkeuken.
We hadden een leuk en betaalbaar huis gezien op internet en reden er even langs om te kijken. Toen we bij de buren een jonge vrouw uit haar auto zagen stappen, vroegen we of zij wist of dat huis op huur-, erfpacht- of eigen grond stond. Dat moest ze aan haar vader vragen, die ons vervolgens gastvrij binnen vroeg.
Ze woonden al negenendertig jaar in dit huis en op deze grond. ‘We zijn drieënzeventig,’ vertrouwde hij ons toe. ‘Nu zijn we gepensioneerd, maar we hebben hier in die jaren veel gedaan.’
Dat was te zien. Ze hadden letterlijk een paradijsje gecreëerd. Overal palmbomen en zacht, groen gras. In alle hoeken stonden potten met groene en bloeiende planten. Er vlogen gezellig fluitende vogeltjes en ergens hoorde ik een papagaai iets roepen. Om onze benen drentelden drie kleine, aanhankelijke hondjes.
De man had een enorme carport, waar hij een old-timer had staan om aan te sleutelen en hij liep met een hamer in zijn hand omdat hij ‘lekker rustig aan het klussen was’. Ze hadden twee overdekte terrassen met schommelstoelen en een prachtig bewerkte metalen eettafelset. En dan die keuken. ‘Een buitenkeuken is een must,’ zei de vrouw, die met haar dochter koffie stond te zetten en ik was het volledig met haar eens. Ik zag me al koken en bakken en liters koffie en thee zetten in de buitenlucht. En echtgenoot was het met de man eens dat elke dag barbecueën geen enkel probleem is. Het echtpaar straalde toen we herhaaldelijk zeiden hoe mooi we alles vonden.
Daarna reden we naar het Kadaster om daar te vragen hoe het zat met die grond. Huurgrond. Dat is lastig, want daar kun je geen hypotheek op krijgen. En dus is het maar de vraag of we het kunnen, willen en gaan kopen.
Maar we weten nu wel weer wat we écht zoeken. De droom is weer levend. Wat zij hebben, is wat wij willen.
En dan heb ik het niet over het huis en die tuin of zelfs over die keuken. Waar we ook terecht komen, ik hoop dat wij binnenkort alle emigratiestress achter ons kunnen laten en net zo simpel, tevreden, vriendelijk en gelukkig kunnen leven als deze mensen. Want dat is waar het eigenlijk allemaal om begonnen was.

Contrast

Geplaatst op 12/02/2019 door Geertrude Verweij

Terwijl in Nederland duizenden scholieren gingen protesteren om het klimaat te verbeteren, ging men in Curaçao op de barricades om de olieraffinaderij, die een groot deel van Willemstad van vervuilde lucht voorziet, open te houden. Niet dat ze hier nu zo dol zijn op die vervuilde lucht, maar wat heb je aan schone lucht als je je gezin niet te eten kunt geven?
Het waren sowieso onrustige weken hier. Twee weken geleden blokkeerden vuilniswagens één van de belangrijkste wegen op het eiland en veroorzaakten daarmee een verkeersopstopping waar zo’n beetje het halve eiland instond.
De gemiddelde Curaçaoenaar wordt niet snel kwaad. Dit soort acties verlopen over het algemeen gemoedelijk en de mensen die er last van hebben doen ook niet echt moeilijk. Men sluit onverstoorbaar kalm aan in de file en laat de overvolle containers gewoon aan de weg staan tot de vuilniswagens eindelijk langskomen om ze te legen.
In het onderwijs wordt ook gestaakt, al is dat sporadisch en merk je er niet veel van. Maar de onvrede over de toestand van het onderwijs loopt al sinds vorig jaar, dus ik ben benieuwd hoe lang het duurt voor men de Julianabrug met schoolbanken gaat blokkeren.
In beide andere gevallen kregen de stakers hun zin. De politici blijven nu roepen dat ze nooit meer toe zullen geven bij blokkades en stakingen, want die zien de bui al hangen. In 2011 leefde een kwart van de bevolking op Curaçao onder de armoedegrens*. Met de toestroom aan vluchtelingen uit Venezuela zal dat er niet beter op geworden zijn en er is een hoop onzekerheid over de toekomst. Als dit soort acties lijken te helpen, zullen meer mensen het gaan doen.

Op twitter woedde een hevige discussie over de protesterende tieners, die na afloop bij MacDonalds gingen eten en eigenlijk hun mobieltjes en verre vakanties niet willen opgeven.
Op het strand liepen chagrijnige toeristen omdat op zondag om twaalf uur alle bedjes verhuurd en de schaduwplekken bezet waren. Bij de beachclub sjouwden twee jongemannen zuchtend met een doos bier omdat dicht bij de bar geen plek meer was. Op een terras vroeg een geïriteerde man waar de rosé bleef die hij drie minuten daarvoor besteld had en hij wenste ook zijn pizza nú, direct, geserveerd te krijgen.

Het mag. Het is tenslotte maar net wat je gewend bent.
Maar soms vind ik het contrast ineens een beetje pijnlijk…

—————————————————————–

foto van Pexels.com

*zie dit artikel uit 2014

Wil je helpen?
Wij druppelen op de gloeiende plaat via de voedselbank van Curaçao
Er zijn hier 7000 gezinnen die in aanmerking zouden komen voor een pakket, maar op dit moment is er maar geld voor 400 pakketten per maand, die verdeeld worden over zo’n 1100 echt schrijnende gevallen

Door haar ogen

Geplaatst op 05/02/2019 door Geertrude Verweij

‘Mag ik dit serieus nemen?’ Onze oudste dochter stuurde me een privéberichtje met een kopie van een opmerking van haar vader uit de gezinsappgroep. Zij had een foto van de sneeuw geplaatst, hij had gereageerd met een foto van het strand. Daarop had zij gereageerd met ‘Ik kom deze week wel bij jullie logeren.’ Met een hoop smilies erachter om aan te geven dat het een grapje was. Echtgenoots reactie was ook een grapje: ‘Natuurlijk. Wel een luchtbed meenemen.’
Maar een dag later vroeg ze dus of we het meenden. En ach, waarom ook niet. We wonen nog steeds in ons mini-appartementje, maar een luchtbed past er nog wel bij. Dochter had wat vrije dagen omdat de ene theatertoer afgelopen was en de volgende nog niet begonnen (ze werkt als freelance grimeur) en wilde er graag even tussenuit. Een ticket boeken lukte nog en drie dagen later pikten we haar op van het vliegveld.
Het luchtbed was bij nader inzien niet nodig, want de huisbaas had nog een eenpersoonsbed dat we konden lenen. En verder was het vooral een kwestie van werk verschuiven, zodat we tijd hadden om haar rond te leiden.
Want natuurlijk wilde ze niet alleen graag even naar de zon, ze wilde ook graag zien waar we nu eigenlijk zo graag willen wonen. Van onze hele directe familie is niemand ooit op Curaçao geweest, dus een beeld hebben ze er niet echt bij.
Deze week maken we dus meer kilometers dan we normaal al doen, want we willen haar al onze favoriete plekjes en stranden laten zien. En eigenlijk ook de minder favoriete plekjes, de huizen die we niet kochten, de stranden die we niet bezoeken en… Nou ja, alles. Gelukkig wil ze dat zelf ook graag allemaal zien. Alles is tenslotte nieuw voor haar.
Voor ons is dit ook nieuw. Curaçao was altijd van ons tweeën, maar nu zien we het door haar ogen. We bezoeken Shete Boka en Watamula. Ze gaat mee naar Mambobeach voor ons vaste vrijdagavondritueel en wandelt met ons door Punda en Otrobanda.
Al die plekken waren wij ook nog lang niet zat, maar het kunnen laten zien aan iemand die er nog nooit geweest is, voegt er toch iets extras aan toe. Ineens is Curaçao meer dan ooit ons thuis, waar we trots op zijn.

Poko poko

Geplaatst op 29/01/2019 door Geertrude Verweij

Na weken rondkijken vonden wij een aantrekkelijke auto voor een leuke prijs. In Nederland ga je dan met de verkoper naar het postkantoor en klaar. Hier werkt dat anders.
Je gaat eerst met de verkoper naar de belastingdienst voor een formuliertje dat je samen moet invullen. De wachttijd viel mee, al snel reden we naar het keuringslokaal, waar de overschrijving plaats zou vinden. Daar waren we na een minuut of twintig aan de beurt. Helaas stond de auto niet op de naam van de verkoper, maar op die van zijn vader. Vader gebeld, even de juiste handtekening regelen. Half uurtje wachten. En toen weer in de rij bij het keuringslokaal. Tegen elven waren we zover. Sleutels ontvangen, geld betaald.
Maar we waren nog niet klaar. Hij wel, wij niet. Wij moesten nu naar het verzekeringskantoor, want zonder verzekeringsbewijs kun je de wegenbelasting niet betalen en zonder wegenbelasting krijg je een behoorlijk grote boete.
Bij het verzekeringskantoor ging het afsluiten van de verzekering vrij snel. Alleen nog even betalen. Het duurde een uur voor we aan de beurt waren.
Terug bij het belastingkantoor. Nummertje trekken. 304. Op het bord: 264. Dus. En wegens lunchtijd, maar één loket geopend.
Anderhalf uur later waren we aan de beurt. Of we even door die deur achterin wilden gaan en dan nog een deur en bij de portier daar vragen naar een mevrouw die oude openstaande bedragen van het kenteken moest verwijderen.
Twintig minuten later konden we terug naar het loket waar we eerst waren geweest. Wegenbelasting betaald. Alleen die nummerplaten nog, want die had de vorige eigenaar ingeleverd. Dat doe je hier als je niet meer wilt betalen.
We werden verwezen naar het loket aan de overkant.  Men vond maar één nummerplaat.
Nieuwe bestellen. Betalen bij weer een ander loket aan de overkant. Met het betalingsbewijs weer terug naar het vorige loket. Nummerplaten zijn over twee weken klaar, maar we kregen een formuliertje voor de politie, zodat we wel met de auto mogen rijden. Fijn. Einde verhaal, dag ook bijna om.
Dit is hier normaal.
Het is de ultieme Curaçaotest. Als het kopen van je eerste auto niet lukt zonder je vreselijk boos te maken over de bureaucratie, kun je beter niet hier gaan wonen. Want zo werkt het hier nu eenmaal. Poko poko. Rustig aan.
Wij zijn geslaagd.

foto van Pexels.com

Strand

Geplaatst op 22/01/2019 door Geertrude Verweij

‘Dit doen we verkeerd.’ Echtgenoot was even gaan liggen en kwam na twee minuten al weer tevoorschijn met de vraag of ik iets dringends te doen had. Toen ik daarop ontkennend antwoordde, legde hij zijn stelling uit: ‘We zijn op een tropisch eiland. Als we moe zijn en uit willen rusten, moeten we niet binnen op bed gaan liggen. Dan moeten we naar het strand.’
Ik vond dat hij gelijk had. Dus gooiden we de koeltas en de zwemtas achterin de auto en vertrokken naar Daaibooi.

Dat moet je niet per ongeluk omdraaien, want Dooibaai klinkt erg naar, terwijl het een van de mooiste stranden van het eiland is. En nog gratis ook. Dat is een groot voordeel als je, zoals wij, heel vaak naar het strand wil. Wij gaan daar namelijk sowieso bijna iedere middag even zwemmen. Na het werk even bijkomen. Heerlijk. En het fungeert meteen als sportschool, want ik zwem meestal een paar keer de baai op en neer en doe ook nog wat arm- en beenoefeningen in het water. En nu bleek dat helemaal niets doen ook een goed idee was.

Toch bleef de rust niet heel lang hangen. Zondagochtend werd ik wakker uit een ingewikkelde droom die vooral bestond uit werk dat maar niet afkwam. Echtgenoot wist de oplossing: het strand. We zaten er de hele ochtend en ik voelde me heerlijk rustig. Vooral omdat het zondag was en ik aannam dat ik maandag dus uitgerust keihard aan het werk kon.

Maar dat viel tegen. Maandagochtend werd ik alweer heel gespannen wakker met in mijn hoofd van alles wat ik moest doen en vooral van alles wat ik wilde doen. Ik verzuchtte dat ik toe was aan vakantie. Echte vakantie. Niet zomaar een weekendje uitrusten, maar een paar weken niet aan werken denken.

Echtgenoot wees me er fijntjes op dat zoiets voor ons niet weggelegd is. We zijn nu eenmaal zzp’ers en dat heeft zo zijn nadelen. ‘Maar, ‘ zei hij met een grote glimlach, ‘we hebben ook vrijheid. ‘Heb jij iets dringends te doen?’
Niets dat niet even kon wachten, gaf ik – na een klein gevecht met mezelf over wat er nu écht belangrijk is – toe. En dus zaten we maandagochtend weer op het strand.

Het zou zomaar kunnen dat ik op deze manier binnenkort echt uitgerust en ontspannen ben…

Thuiskomen

Geplaatst op 15/01/2019 door Geertrude Verweij

We stapten uit de auto en ik hoorde een raar geluid. Ik dacht eerst aan de baby van de bovenburen, maar toen ik richting de deur van ons appartement liep, struikelde ik bijna over een enthousiast miauwend katertje. Die was ons nog niet vergeten en heel erg blij dat we er weer waren.

Zeven weken waren we in Nederland. En het waren zeven nogal enerverende weken. De feest- en verjaardagen waren gezellig, maar we hadden het druk met van alles en er liep nogal wat mis. En bovendien was mijn humeur sowieso al niet echt stralend.

Het begon al toen we in november thuiskwamen. Toen we in ons Nederlandse huis aankwamen, moet ik eigenlijk zeggen. Want ik had voor ons vertrek gezorgd dat het huis klaar was voor eventuele bezichtigingen (dus heel onpersoonlijk) en eigenlijk was het zo goed als verkocht. En daardoor voelde zo weinig als thuiskomen, dat ik spontaan in tranen uitbarstte. Ik had op Curaçao last van heimwee gehad, maar besefte ineens dat er eigenlijk geen thuis meer was om naar te verlangen.

We vierden Sinterklaas en dat was zoals altijd intens gezellig en heerlijk rommelig. Ik zette al op 7 december de kerstboom neer, haalde mijn breimand uit de kast en liet overal boeken slingeren. Van mijn moeder kreeg ik een logeerplant om de lege vensterbank wat op te vullen. Het werkte. Iets te goed zelfs, want toen het er vlak voor ons vertrek even op leek dat ons huis toch niet verkocht zou worden, vond ik dat helemaal niet zo’n groot probleem.

Eenmaal terug op Curaçao besloot ik de heimwee deze keer geen kans te geven. Het feit dat die kat zo blij was dat wij er weer waren, hielp al een beetje. En verder verspreidde ik stapeltjes meegebrachte boeken door ons piepkleine appartementje, legde onze eigen witte sprei over het bed en kocht de eerste de beste dag meteen een plant die ik direct in een grotere pot zette zodat hij fijn kan groeien. Ik zette onze trouwfoto en een foto van de dochters neer. Mijn agenda ligt open op de bar en mijn breiwerk en e-reader slingeren ergens op de porch in de buurt van mijn stoel.

Echt nuttig is het allemaal niet en eigenlijk is het gewoon rommelig. Maar blijkbaar heb ik dat nodig, want het werkt wel. Ik heb eindelijk het gevoel dat ik thuiskom.

foto van Pexels.com

Ik doe even niet mee

Geplaatst op 08/01/2019 door Geertrude Verweij
 

Ik doe dit jaar gewoon niet mee aan alle nieuwjaarstoestanden, heb ik besloten. Geen goede voornemens, geen doelen, geen plannen, geen woord-voor-het-jaar. Ik sla een jaartje over.
Eigenlijk ben ik dol op dat soort dingen. Een schone lei en een lijst met mooie ideeën over hoe het allemaal zou kunnen zijn, dat spreekt me altijd aan. Maar in werkelijkheid vind ik de eerste twee weken van januari altijd heel vervelend. Van te voren maak ik er een groot punt van: dit jaar ga ik het goed doen, dit jaar zal alles anders gaan. Niet meer snoepen, beter voor mezelf zorgen, meer aandacht voor de mensen om me heen, dat soort dingen.
En meestal gaat het direct na twaalf uur al mis. Want ik drink dat glas champagne toch maar helemaal leeg (al weet ik dat ik daar niet tegen kan) en ik prop toch nog gauw een handvol nootjes in mijn mond. En ja, het is heel gezellig dat de dochters nog even blijven plakken, maar ik heb slaap en die champagne valt verkeerd en wat zeiden ze nu eigenlijk over hun plannen voor het nieuwe jaar? Enzovoort.
Dat woord, dat is ook zoiets. Ik zeg altijd dat ik er niet aan doe en dan ineens is het er toch. Dat schijnt juist goed te zijn. Maar mijn woord voor vorig jaar was ‘ontspannen’ en mijn standaardreactie als ik me dat bedenk, is een spottend gesnuif. Als er iets niet gelukt is vorig jaar, dan is het wel ontspannen. Het begon heel redelijk, maar het liep al gauw uit op ‘stijf van de stress’.
Dit jaar wil het woord ‘thuis’ mijn hoofd niet uit, maar dat lijkt me in het jaar waarin ons huis in Nederland verkocht wordt en we nog helemaal niet weten hoe het in Curaçao verder zal gaan ook niet zo’n succes. Misschien maar een geluk dat ik het woord ‘gezondheid’ niet gekozen heb, bedenk ik me nu, want het lijkt wel of het bij mij andersom werkt. De woorden van voorgaande jaren kan ik me niet meer herinneren, maar ik weet nog wel dat er weinig van terecht kwam.
Ik denk dat ik ga stoppen met overal waardes aan toe te kennen en dan na een bepaalde tijd te moeten afstrepen of ik die wel of niet gehaald heb.
Dit jaar geef ik mezelf toestemming om gewoon een redelijk leuk leven te leiden en dan zie ik wel hoe het loopt.
En dat zou weleens mijn beste voornemen ooit kunnen zijn.

(foto van Pexels.com)

2018 – mijn jaar in cijfers

Geplaatst op 31/12/2018 door Geertrude Verweij
 

Aan het eind van het jaar staat het internet vol lijstjes met hoogtepunten van het jaar, de een nog enthousiaster dan de ander. Een enkeling probeert origineel te zijn door dieptepunten te beschrijven. Ik heb dit jaar met allebei moeite.
Een paar minuten na de jaarwisseling, nu bijna een jaar geleden, zei ik al dat ik geen goed gevoel over 2018 had en dat is uitgekomen. Maar daar wil ik het ook niet over hebben. Dieptepunten moet je niet blijven herhalen, vind ik. Want hoe meer details ik zwart op wit heb staan, hoe minder snel de scherpe randjes eraf slijten. Daar houd ik ook geen echt dagboek bij. Ik hoef me niet alles te herinneren. De korte periode, jaren geleden, waarin ik wel een gedetailleerd dagboek bijhield, staat me veel te scherp en letterlijk in het geheugen gegrift.
Dus. Doen we niet. Hoogtepunten dan? Het probleem is dat alle positieve dingen die me te binnen schieten vergezeld worden van een ‘maar’ of een ‘ondanks’.  Stiekem helemaal niet zo positief dus.

Gelukkig is er altijd de boekhouder in mij nog. Cijfers zijn  lekker neutraal.

– We brachten in totaal 21 weken door op Curaçao en 2 dagen op Bonaire. We zaten in totaal bijna 60 uur in het vliegtuig en vlogen bijna 48.000 kilometer, wat meer is dan de omtrek van de aarde. Ik had 6 keer een jetlag en 3 keer een cultuurshock (dat laatste alleen bij terugkomst in Nederland).
– Ons huis in Nederland stond 13 weken te koop (en is nog niet verkocht, maar we hebben een bod en er begint beweging in te komen). Op Curaçao bekeken we minstens 30 huizen, deden 4 officiele bezichtingen en brachten we 3 keer een bod uit (maar we kochten nog niets).
– Ik schreef 1 boek, 30 columns, 3 korte verhalen (waarvan 1 voor een wedstrijd waarvan de uitslag pas in februari bekend wordt), 29 recensies en 10 persberichten.
– Ik redigeerde 6 boeken van anderen.
– Ik las daarnaast 119 boeken (klik hier voor de volledige lijst).
– We keken 5 series (Supernatural, The 100, 12 Monkeys, Travelers en Salvation – met de laatste zijn we nog bezig), een stuk of 5 actiefilms (weet ik niet precies meer) en sloten het jaar af met 4 kerstfilms.
– Ik breide 47 mutsen (en haalde dus mijn plan om er 52 te breien niet), 1 vest, 1 omslagdoek en 4 vaatdoekjes.
– Ik werd wat actiever op social media en in de laatste maanden van het jaar groeide mijn twitteraccount naar 89 volgers en mijn instagram naar 62 volgers (meer volgers van harte welkom 😉 )

Tja. Zo lijkt het nog wat, dat 2018. Maar ik hoop toch dat 2019 een beter jaar wordt. Niet alleen voor ons, maar voor iedereen.

Ik wens jullie allemaal een fijne jaarwisseling en een heel gelukkig 2019!

(foto van Pexels.com)

  • Previous
  • 1
  • …
  • 8
  • 9
  • 10
  • 11
  • 12
  • 13
  • 14
  • …
  • 46
  • Next

Welkom!

Ik ben Geertrude, echtgenote van 1, (schoon)moeder van 5 en oma van 2.
Ik ben boekhouder, redacteur en schrijfster van beroep en hou van lezen, fotograferen, breien, naaien, tuinieren, kruidengeneeskunde en nog veel meer.
Hier schrijf ik over alles wat me bezighoudt en soms ook over mijn pogingen eens wat rustiger aan te doen.
Meer over mij vind je hier.

Archief

© 2026 Geertrude blogt | Aangedreven door Minimalist Blog WordPress thema