Geertrude blogt

Menu
  • Contact
  • Over mij
  • Privacy
Menu

Categorie: persoonlijk

Vergeten

Geplaatst op 17/07/2018 door Geertrude Verweij

Begin juni. Schiphol.
Echtgenoot schrikt op uit de apathie die ons altijd overvalt tijdens het wachten tot we eindelijk het vliegtuig in mogen. ‘Waar is mijn portemonnee?’
Niet in zijn zak. Niet in mijn tas. Vergeten. We bellen een dochter die hem voor ons vindt. In de auto, naast de stoel. Uit zijn zak gevallen.
Een maand later, vlak voor we naar Hato (het vliegveld op Curaçao) vertrekken voor de terugreis naar Nederland.
‘Heb je alles?’ vraag ik.
‘Portemonnee heb jij,’ zegt echtgenoot.
‘Nee, die heb ik niet,’ antwoord ik en voeg eraan toe: ‘Geen grapje.’
‘Van mij ook niet,’ is zijn reactie.
Heel serieus zoeken we in de badkamer, bij de keuken, onder het bed, tussen de bagage en overal tot we de portemonnee vinden. In de auto, naast de stoel. Uit zijn zak gevallen.

Een halve dag later komen we doodmoe en op een tijdstip dat voor ons voelt als midden in de nacht aan op Schiphol. En daarom ontdekken we pas dat we ineens een koffer minder hebben als we op het plein bij de hoofdingang op een bankje zitten te wachten op onze ophalers die vreselijk in de file staan.
Ik begin te rennen en realiseer me pas als ik halverwege ben dat ik misschien beter mijn handtas mee had kunnen nemen. Die staat nog bij echtgenoot en de andere koffers, maar ik was vergeten dat ik mijn telefoon nodig zou kunnen hebben.
Mijn koffer had ik even naast de vuilnisbak bij de zijingang geparkeerd terwijl echtgenoot een sigaretje rookte. En daar staat hij nog steeds. Eenzaam en dus zeer verdacht. Met een marechaussee ernaast, die streng vraagt waarom mijn koffer daar is achtergebleven.
‘Vergeten,’ leg ik uit. ‘Nachtvlucht gehad, niet geslapen. Zo moe.’
Hij begrijpt het, maar wil wel even mijn paspoort zien. Dat kan niet want die zit in de vergeten handtas. En echtgenoot bellen dat hij hierheen moet komen gaat ook niet. Gelukkig heeft de man een beter geheugen dan ik. Hij heeft ons zien lopen toen we nog wel alle koffers hadden en durft me daarom te geloven zonder te verifiëren of deze echt van mij is.
En daar ben ik blij om, want ik kan hem ook niet veel vertellen over de inhoud van de koffer. We hebben heel veel achtergelaten in het appartement, dus hij is half leeg. Dat weet ik wel. Maar wat er precies in zit? Dat ben ik vergeten.

(foto van Pexels.com)

Dan maar geen beroeps

Geplaatst op 12/07/2018 door Geertrude Verweij

‘Send!’ Ik druk op de knop en zucht van opluchting. De laatste paar mailtjes zijn eruit, mijn todo-lijst is bijna leeg en we zijn nog ruim twee weken op Curaçao, waar ik het verder niet echt druk heb. Ik zou zomaar een boek kunnen gaan schrijven.
‘Nu moet ik nieuwe smoesjes gaan verzinnen,’ verzucht ik gekscherend tegen echtgenoot. Ik lach erbij om te benadrukken dat het een grapje is, maar eigenlijk is het de waarheid. De laatste tijd blijf ik maar beweren dat ik geen tijd heb om te schrijven. Te druk met dit, te druk met dat.

lees verder op Hebban.nl

Moederinstinct

Geplaatst op 10/07/2018 door Geertrude Verweij

Het meisje was eigenlijk heel gewoon. Lief gezichtje, rossig blond paardenstaartje, geen tatoeages of piercings, simpele kleding. Maar wel zwarte lippenstift. Alsof ze graag anders wilde zijn, maar dan wel zonder dat ze teveel aandacht trok.
Ze ging aan een tafeltje zitten, bestelde iets te drinken en sloeg de menukaart open. Stond op, keek om zich heen, ging aan het tafeltje ernaast zitten. Stond weer op en verhuisde met drankje, kaart en tas naar een tafeltje aan de andere kant van het terras. Toen de ober kwam vragen wat ze wilde eten, verhuisde ze -met zijn hulp- weer terug naar het eerste tafeltje.
Ze confereerde omstandig met de ober over haar bestelling. Wat uiteindelijk arriveerde was een pizza, waarschijnlijk met iets er niet op wat er eigenlijk wel op hoorde. Of andersom. En met een bakje ketchup ernaast.
Ondertussen had ze het druk met haar telefoon. Berichtjes typen, bellen. De pizza met ketchup smaakte blijkbaar best, maar wel naast die telefoon. Nog een gesprek en weer berichtjes. En toen, ineens, begon ze te huilen. Haar lip bibberde en ze veegde nijdig een paar tranen weg. Ik wendde mijn blik af, maar vroeg me af of ik moest gaan vragen of het wel goed ging. Ik weet en begrijp dat ongevraagde vriendelijkheid van wildvreemden lang niet altijd gewaardeerd wordt, maar mijn moederinstinct deed heftige pogingen mijn verstand uit te schakelen.
‘Ze lijkt zo op jongste dochter,’ zei ik tegen echtgenoot. Ik voelde ineens die 8000 kilometer afstand heel erg.
‘Ja, maar ze is het niet,’ was zijn antwoord. Hij kon haar niet zien, dus zijn vaderinstinct hield zich kalm.
Ik at mijn hamburger en probeerde het meisje te negeren, maar dat lukte niet erg. Het leek even alsof ze zichzelf weer onder controle had, maar toen begon ze weer te huilen. Ze wapperde met haar hand, alsof ze zo de tranen tegen kon houden. Daarna riep ze de ober, rekende af en verliet het terras. Wat voor mij wel prettig was, want mijn moederinstinct was nu toch echt aan de winnende hand.
Toen we terugliepen naar de auto zagen we haar op een bankje zitten. Weer met die telefoon. Geen tranen meer. Zelfs een klein lachje. Gelukkig maar.
De volgende ochtend heb ik jongste dochter gebeld. Met haar ging alles goed.

(foto van pexels.com)

Jan-met-de-pet

Geplaatst op 03/07/2018 door Geertrude Verweij

Ondanks de hitte droeg hij een lange broek, een overhemd met lange mouwen èn een pet op zijn hoofd. Maar hij viel vooral op doordat hij luidkeels aan het telefoneren was. En daarbij keek hij in onze richting en ging steeds harder praten.
‘En dan zitten hier al die Nederlanders zuinig achter één drankje tijdens het happy hour. Het lijkt wel een Nederlandse kolonie hier. Allemaal Nederlanders op een terras dat eigendom is van een Nederlander.’
Er werd niet echt heftig op hem gereageerd, want het grootste deel van de mensen om hem heen was hoorbaar Amerikaans en verstond er dus niets van.
‘Ze komen maar en zitten maar en dragen niets bij aan de economie,’ vervolgde hij, nog iets harder en ons recht aankijkend.
Echtgenoot besloot olie op het vuur te gooien en zei: ‘Ik ben het met je eens, hoor!’
Dat bracht de man met de pet (ik beslooot hem Jan te noemen) even van zijn stuk, maar gelukkig voor hem was het Nederlandse stel naast ons een andere mening toegedaan.
Jan-met-de-pet ging daar niet verder op in en vervolgde zijn tirade tegen zijn – volgens mij denkbeeldige – gesprekspartner aan de telefoon. En vroeg vervolgens aan de man naast ons waar hij vandaan kwam.
‘Uit Den Haag’ was het antwoord , maar hij drong aan: ‘Nee, waar kom je vandáán?’
‘Ik ben geboren op Curaçao,’ gaf de man zichtbaar geïrriteerd toe, ‘maar ik woon mijn hele leven al in Nederland.’
‘En je bent je prachtige accent verloren.’ zei Jan beschuldigend, terwijl hij zijn eigen bijna onhoorbare accent voor de gelegenheid even aandikte. ‘Ik woon al tweeënveertig jaar in Nederland, maar ik spreek nog steeds als de mensen van hier.’
De man naast ons haalde zijn schouders op en negeerde hem verder. Jan-met-de-pet deed toen maar alsof wij hem verschrikkelijk gestoord hadden in zijn telefoongesprek. Opstandig riep hij: ‘Wij gaan dat varkentje wel wassen!’ en sloot het gesprek af omdat er een andere man aan zijn tafeltje kwam zitten. Toen bleek hij ineens wel zachtjes te kunnen praten.
De mensen naast ons aten een vroeg diner, met een goed glas wijn erbij. Wij namen nog een drankje en besloten nog heel even te wachten met eten bestellen.
Jan-met-de-pet verliet een half uurtje later het terras, nadat hij één glaasje frisdrank had afgerekend. Voor de helft van de prijs, want het was tenslotte happy hour…

Gek

Geplaatst op 27/06/2018 door Geertrude Verweij

Curacao Willemstad Handelskade Emmabrug

‘Doe maar lekker gek!’ vulde mijn Curaçaose buurvrouwtje aan toen ik probeerde uit te leggen wat het verschil is tussen Nederland en Curaçao. In Nederland zeggen we: ‘Doe maar gewoon, dat is al gek genoeg.’ En hier mag je dus lekker gek doen. Zolang niemand er last van heeft. En ergens last van hebben is hier ook onderhevig aan andere criteria, maar dat terzijde.
Dat neemt allemaal niet weg dat ze ons hier best gek vinden. Vooral het feit dat we altijd buiten zijn.
Nu hebben we ook tamelijk weinig ‘binnen’ hier. Het hele appartement is zo’n twintig vierkante meter en dat is volgens mij ruim geschat. Maar daar ligt het niet aan. Onze buurtjes hebben precies dezelfde hoeveelheid ruimte en die zitten altijd binnen. En wij zaten ook de hele dag buiten toen we de beschikking hadden over grotere appartementen. Het hoort er voor ons gewoon bij hier.
Zodra we uit bed komen (nou ja, na het aankleden), gaat de schuifdeur open en zitten we op de porch. En daar blijven we zitten tot we naar bed gaan, afgezien van noodzakelijke handelingen die beter binnen uitgevoerd kunnen worden of uitstapjes naar de supermarkt, een terrasje of het strand.
O ja, en lunchen. Maar dat is uit noodzaak. Ontbijten en avondeten gaat prima op de porch. Maar het boterhammetje tussen de middag zorgt voor problemen. Dat waait namelijk weg. En als je brood niet wegwaait, moet je achter het beleg aan. Zelfs een nog niet aangebroken onsje gesneden ham is niet opgewassen tegen de wind die voor ons huisje langs waait. Dat eet erg onhandig. En dus eten wij ons Hollandse boterhammetje binnen. Maar verder zijn we dus buiten. In die wind, want die maakt de hitte juist dragelijk. En in de schaduw. Want a. die brandende zon is niet best voor je huid en b. het scherm van de laptop is onleesbaar in het felle middaglicht.
Wat wij allemaal doen de hele dag buiten, met de laptop op schoot, is ook niemand hier helemaal duidelijk, denk ik. Voor het ‘ik bouw software’ van echtgenoot hebben ze diep ontzag. Mijn ‘boekhouden en schrijven’ levert alleen vage blikken op. Maar dat maakt niet uit.
Doe maar gek. Dat is hier heel gewoon.

Verdwaald

Geplaatst op 22/06/2018 door Geertrude Verweij

‘Time for coffee. You come? Koffiepauze!’ kondigt hij aan, in gebroken Engels met een dik Italiaans accent. Het woordje koffiepauze en het juiste tijdstip daarvoor (tien uur) kent hij nog uit de tijd dat hij in Nederland werkte.
Onze huisbaas hier op Curaçao is een rasechte Italiaan, maar heeft over de hele wereld gewoond en gewerkt. En daar vertelt hij graag over bij een heerlijk sterk kopje echte Italiaanse koffie. Omdat ik niet zoveel koffie drink (alleen ‘s ochtends bij het ontbijt een kopje) krijg ik mangothee. Want dat is goed voor me.
We drinken uit simpele mokken, maar die staan wel netjes op een schoteltje met een servet. Hij weet dat ik geen koekjes eet, maar legt er toch altijd gastvrij twee op mijn schoteltje, die echtgenoot dan mag opeten. Want dat is goed voor hem.
Hij vraagt hoe het gaat met het werk, benadrukt dat echtgenoot rust moet nemen en praat over zijn leven. Toen we hier voor het eerst kwamen en ik liet vallen dat ik schrijfster was, zei hij gekscherend: “Dan kun je me helpen een boek te schrijven over wat ik allemaal heb meegemaakt. The life of Rocco. Hoe klinkt dat?”
Het klinkt goed. En ik zou het heel graag doen. Want hij heeft echt van alles meegemaakt en is overal geweest. Hij vertelt hoe hij eens verdwaalde in de woestijn van Libië. Zijn chauffeur was ziek en hij dacht zelf de weg wel te weten. “Bij de tweede zandheuvel linksaf, toch?” had hij nog even nagevraagd. Klopte. Het duurde alleen wel enorm lang voor hij bij die tweede zandheuvel was. En toen hij eindelijk linksaf sloeg, kwam hij niet bij de oliebron uit, maar midden in de woestijn. Zijn benzine was bijna op en veel water had hij ook niet bij zich. Hij besloot een elektriciteitskabel te volgen en vond uiteindelijk een dorpje, waar ze hem van brandstof konden voorzien en hem de weg konden wijzen naar de plek waar hij verbleef. De volgende dag, mét chauffeur, bleek dat een zandheuvel in de woestijn géén goed herkenningspunt is. Het hele ding was weggewaaid en ergens anders terecht gekomen.
Je zou er een diepere betekenis aan kunnen toekennen, maar dat doet Rocco niet. Hij drinkt genietend het laatste slokje koffie en knipoogt. Echtgenoot eet mijn laatste koekje op (dat maakt zes met die van hem erbij) en we gaan weer aan het werk.
En ik bedenk dat ik ooit, als ik het minder druk heb, toch echt werk ga maken van dat boek.

De moeder de vrouw – ik heb er ook een mening over

Geplaatst op 19/06/2018 door Geertrude Verweij

Eigenlijk mag ik natuurlijk helemaal niet meepraten in de ophef over de Boekenweek. Want ik schrijf geen literatuur. Sterker nog, ik schrijf nou net dat soort boeken waarmee vrouwen in een bepaald hoekje gedrukt worden. Want of je het nu liefdesromans of feelgood noemt, je kunt je er als man niet mee vertonen. En als vrouw eigenlijk ook niet. De paar mensen (vooral vrouwen) die ervoor uit durven komen dat ze ons genre lezen, hebben toch gauw de neiging om aan hun recensies toe te voegen dat het ‘leuk voor tussendoor’ of ‘fijn voor op vakantie’ is. Alsof er een verschil zit tussen échte boeken – die je dus leest omdat het moet – en boeken waar je gewoon een goed gevoel van krijgt, maar die je dus eigenlijk niet mág lezen. Maar ondertussen wijzen verkoop- en uitleencijfers op het tegendeel.
In eerste instantie was ik wel blij met het thema.
Hoewel ik eerst even moet zeggen dat ik ‘de moeder de vrouw’ erg ongelukkig uitgedrukt vind. Want dat klinkt als een man uit de jaren vijftig die liefdevol, maar een tikje neerbuigend doelt op degene die zijn eten kookt en zijn vuile sokken wast, terwijl hij buiten de deur belangrijke dingen doet.
Het klinkt ook als krom en slecht Nederlands. Ik mis eigenlijk een komma. ‘De moeder, de vrouw’ ziet er al beter uit. En waarom niet gewoon ‘Moeder’?*
Maar toch. Ook als niet-literair schrijfster probeer je van zo’n boekenweek een graantje mee te pikken. Op z’n minst roep je: ‘Hé, ik heb boeken die daar over gaan!’
Dan krijg je toch het gevoel dat je ook een beetje meedoet.
Met de thema’s van de afgelopen paar jaar was het een beetje ver zoeken allemaal. ‘Natuur’ (2018) komt in al mijn boeken wel voor, maar een hoofdthema was het niet. ‘Verboden vruchten’ (2017) was een thema waar ik echt helemaal niets mee kon. Goed, men gaat in mijn boeken wel eens voor het huwelijk met elkaar naar bed, maar daar wil je als beschaafde romanschrijfster dan weer niet de nadruk op leggen. Het thema van 2015 dreef me tot waanzin, maar daar hield het ook wel mee op. Nee, dan “de moeder de vrouw’. Ik kan er wel iets mee. Moeders en vrouwen zat in mijn boeken, tenslotte.
Ik vind het thema op zich dan ook niet erg. Het is nu eenmaal een feit dat alleen vrouwen moeder kunnen worden. Dat wil nog niet zeggen dat alle vrouwen alleen moeder kunnen worden. Dat is net zoiets als ‘een koe heeft vier poten, dus alles met vier poten is een koe’. Je kunt overal een probleem van maken, maar soms wil men ook wel erg graag.
Maar ik ben het wel eens met de commotie over het boekenweekgeschenk. Ik lees die dingen zelden, maar ik vond het altijd al raar dat die boekjes bijna ieder jaar door mannen wordt geschreven. En nu kun je wel beweren dat er nu eenmaal meer mannelijke literaire schrijvers zijn, maar wie bepaalt wat literatuur is? Mannen zeker.
Als je het mij vraagt wordt het tijd om dat hele elitaire gedoe te laten vallen. Kijk gewoon naar verkoop- en uitleencijfers van de afgelopen vijf jaar (of zoiets – om eendagsvliegen als ‘de zus van’ uit te sluiten) en vraag de meest succesvolle schrijver/schrijfster het volgende geschenk te schrijven. Wel zo eerlijk.
Prima idee toch? Begin maar vast te schrijven, Gerda!

* later toegevoegd: ‘De moeder de vrouw’ blijkt de titel te zijn van een gedicht van Martinus Nijhoff dat over zijn moeder gaat. Oeps. Weer een reden om ‘me verdiepen in poëzie’ aan mijn lijstje van dingen die ik ooit ga doen toe te voegen. Best een mooi gedicht trouwens (zie link)

(foto van Pexels.com)

Met een fles whisky achter het stuur

Geplaatst op 14/06/2018 door Geertrude Verweij
handelskade curacao tanker

Ik zou een beetje afstand houden van dit witte busje naast ons,’ zeg ik tegen echtgenoot. Hij kijkt opzij en ziet nog net wat ik bedoel. De bestuurder maakt van de wachttijd voor het rode stoplicht gebruik om even wat te drinken. Pure Johnny Walker, rechtstreeks uit de fles. Vrij grote kans dat de man een tikje aangeschoten is.
Alcohol in het verkeer is een behoorlijk probleem op het eiland, horen we een paar dagen later op de radio. Het aantal verkeersdoden per jaar is inmiddels opgelopen tot 20. Dat is in verhouding bijna vier keer zoveel als in Nederland.
Er komt een nieuwe wet, die het mogelijk moet maken om rijden met alcohol gemakkelijker aan te pakken. Nu mag alleen de marechaussee nog blaastesten doen, straks mag de politie het ook. Die is nu afhankelijk van de  ‘dronkemanstest’, die inhoudt dat ze mensen over een lijntje laten lopen, hun neus laten aanwijzen en dat soort dingen.
‘Daarvoor zak je alleen als je echt straalbezopen bent,’ vermoedt echtgenoot als we dat horen. En dan te bedenken dat je in Nederland met twee glaasjes op al niet meer mag rijden. Maar hier zijn ze daar wat gemakkelijker in. Een meisje dat hier woonde vertelde ons eens dat tijdens haar eerste rijles de instructeur haar liet stoppen bij een snack. ‘Ik heb dorst,’ zei hij. ‘Jij ook een biertje?’
Natuurlijk zorgen dit soort verhalen weer voor discussies onder de eilandhervormers (zo noem ik mensen die hier komen wonen omdat ze het eiland zo fijn vinden en dan van alles willen aanpassen naar de maatstaven van ‘thuis’). ‘Ze’ moeten veranderen, ‘ze’ moeten voorgelicht worden.
Op zich mee eens. Maar er zijn belangrijkere dingen die moeten worden aangepakt, als je het mij vraagt. Er vallen veel meer doden en gewonden door geweld en overvallen. Er zijn nog steeds kinderen die niet of nauwelijks naar school gaan. Echte armoede is een groot probleem. Om maar wat te noemen.
In het verkeer moet je vooral goed opletten hier. Pas op met mensen die whisky drinken achter het stuur. En – zoals een oud grapje zegt – kijk uit als iemand keihard in een rechte lijn rijdt. Die is hoogstwaarschijnlijk te dronken om de kuilen in de weg te vermijden…

:: advertenties ::

(affiliatelinks – als je via één van deze links iets koopt, kost het jou niets extra, maar krijg ik een klein bedrag aan commissie)

net gelezen
prachtig boek

aan het lezen
ook erg goed

reisje naar Curaçao?
(het blijft een heerlijk eiland)


Vliegen

Geplaatst op 08/06/2018 door Geertrude Verweij

Eigenlijk is het raar, zo’n vliegreis. Je gaat op 10 kilometer hoogte bijna 1000 kilometer per uur in een aluminium koker. Als je erover nadenkt klinkt het niet als iets wat een verstandig mens zou moeten doen. Youp van ‘t Hek (dacht ik – correct me if I’m wrong) maakte er al een grapje over: je gaat eerst de pijp uit, dan het hoekje om en uiteindelijk de kist in. Zoiets ja.

Bang om te vliegen ben ik allang niet meer, maar helemaal normaal wordt het nooit. Toch vind ik het vooral leuk. En dat begint al op het vliegveld, want dat is de ideale plek om mensen te kijken. Er is altijd wel wat te zien en sommige mensen zijn behoorlijk extreem.

Nu wil ik niemand veroordelen vanwege zijn of haar kledingkeuze, maar dat ik een beetje vreemd opkeek van het meisje dat in eerste instantie alleen een t-shirt leek te dragen, was toch niet gek. Later zag ik dat er een heel kort broekje onder zat, maar de slofjes-met-bontrand aan haar voeten versterkten het idee dat ze rechstreeks uit bed gestapt en direct naar het vliegveld gereden was. Ze had een bagagewagentje bij zich met een papieren tas erop en droeg een mondkapje, zo’n papieren ding dat ze in operatiekamers dragen. Is het discriminerend om hieraan toe te voegen dat het natuurlijk een Aziatische was? Ik heb het in ieder geval nog nooit gezien bij westerlingen, maar dat kan een gebrek aan mijn wereldkennis zijn.
Wat het hele geval extra komisch maakte, was dat deze dame, die dus overduidelijk bang was voor luchtvervuiling, zonder aarzelen het rookhok binnenwandelde en daar een sigaret opstak. Mijn man en een collegaroker kwamen gniffelend naar buiten en dát kan niemand hen kwalijk nemen…

Helaas was dit de enige komische noot die dag. Niet dat er dramatische dingen gebeurden, maar als op een vlucht van tien uur het entertainmentsysteem niet werkt, merk je dat toch een beetje aan de sfeer. De meeste mensen kijken tien uur films om de tijd door te komen en moesten nu iets anders verzinnen. Er werd veel heen en weer gelopen en af en toe behoorlijk luidruchtig gepraat.

Zelf gebruik ik dat systeem eigenlijk nooit, maar het noodlot besloot dat dit het ideale moment was om mijn e-reader leeg te gooien. Ik deed iets met het schuifje (te lang vastgehouden, denk ik) en toen stond het hele ding weer op fabrieksinstellingen. En zat ik dus zonder mijn van te voren zorgvuldig geselecteerde en gedownloade boeken.
Ik had vier tijdschriften gekocht en heb altijd puzzelboekjes bij me, dus ik had nog wat afleiding kunnen hebben, als de leeslampjes in het vliegtuig gewerkt hadden, want zonder was het te donker. Maar die lampjes waren óf allemaal aan, óf allemaal uit en als passagier had je daar geen controle over. Dat gebeurde gewoon eens in de zoveel tijd als de stewardessen een poging deden om het entertainmentsysteem weer op gang te krijgen. Meestal als ik bijna in slaap gevallen was.

Niet dat slapen goed ging. Ik had het namelijk koud. Heel erg koud. Ook dat was volgens mij niet helemaal de bedoeling. Achterin het vliegtuig was het wel lekker warm, hoorde ik iemand zeggen. Normaal gesproken wordt de temperatuur ook langzaam omhoog gedraaid als je onderweg bent naar de tropen, zodat je kunt acclimatiseren. Maar ik heb tot het einde van de reis in mijn vest en onder mijn deken zitten klappertanden en gewenst dat ik een dikke trui had meegenomen..

Het vliegtuig (een ouderwetse jumbojet met bovenverdieping) was duidelijk aan zijn pensioen toe. In de (lange) wachtrij voor het toilet vroegen twee Curaçaose mannen aan mij wat er boven was. Ik had werkelijk geen idee. “Misschien de heel dure stoelen?” opperde ik. Eén van hen wilde wel even gaan kijken, stond zelfs al halverwege de trap, maar durfde uiteindelijk toch niet. Hun gezellige geklets zorgde wel even voor wat warmte in de kilte, vond ik.

Uiteindelijk kwamen we veilig aan op Curaçao en dat is natuurlijk het belangrijkste. Daar doe je het allemaal voor. De middaghitte die het toestel binnendrong toen de deuren opengingen was een verademing. En het enthousiasme waarmee we onthaald werden door onze huisbaas en de buren was hartverwarmend. “Welcome home!” zei ons buurvrouwtje.
En zo voelde het ook, zelfs al zijn we nog niet echt geëmigreerd en dus maar tijdeljk op het eiland. We zijn weer thuis.

Succesvol worden (en o ja, ontspannen)

Geplaatst op 01/06/2018 door Geertrude Verweij

Ik krijg regelmatig mailtjes van mensen die het heel druk hebben met succesvol zijn. En mij dan vertellen hoe ik dat ook kan worden. Succesvol, vooral. Druk ook, als ik alles doe wat al die mensen zeggen.

Dat ik die mailtjes krijg is mijn eigen schuld. Ik kom dan op website terecht waar een artikel staat waarvan ik denk: “Warempel, zo is het!” Meestal gaan die artikelen ook al over succesvol zijn, geld verdienen en het beheren van tijd en projecten. En dan komt het. Je krijgt de Echt Goede Informatie als je je e-mailadres achterlaat. En dan krijg je ook nog regelmatig mail met Nog Meer Echt Goede Informatie.

Dus laat ik mijn gegevens achter. De Echt Goede Informatie valt vaak tegen. Uitgebreide versie van wat ik al op de website gelezen heb. Of een insteek die me helemaal niet aanspreekt. Maar goed, ik heb het toch even gelezen. Dan beginnen de mails. Ik kan Nog Meer Echt Goede Informatie krijgen. Maar dan moet ik me wel even opgeven. Of betalen, maar dat doe ik eigenlijk nooit. Soms overweeg ik het, maar uiteindelijk wint de zuinigheid het. Bovendien krijg ik zoveel aanbiedingen van Echt Goede Informatie, dat ik door de bomen het bos niet meer zie.

Dat laatste vind ik echt een probleem van deze tijd. Als ik vroeger (u weet wel, in de oertijd, voor het internet bestond) iets wilde weten, ging ik naar de bibliotheek. Daar moest ik in een kaartenbak hard zoeken naar de juiste boeken en als ik ze dan gevonden had, mocht ik er maar een paar mee naar huis nemen, dus moest ik ter plekke een keuze maken. De boeken die ik mee naar huis nam, las ik op mijn gemak door en veel van die informatie bleef dan ook hangen.

Maar als ik nu iets wil weten, ga ik naar Google of Pinterest, klik op alle links die me iets lijken, lees vaak meerdere artikelen door elkaar en kom uiteindelijk totaal verward opduiken uit een enorme stroom van informatie. Een overstroming van informatie.

En dat schiet eigenlijk helemaal niet op. Ik word er in ieder geval niet succesvoller van. Wel gestrest. Want ik moet zoveel. Een nieuwsbrief versturen, een e-book lanceren, meer artikelen schrijven, zoekwoorden bepalen, statistieken interpreteren, sociale media bijhouden. Om maar een paar dingen te noemen. En dat terwijl ik ook zo graag weer eens gewoon gezellig een roman zou willen schrijven. Daar kom ik op dit moment simpelweg niet aan toe.

Je zou zeggen: hou er dan mee op. Doe gewoon je eigen ding en kijk hoe dat gaat. Dat zeg ik ook regelmatig tegen mezelf. Maar dan komt er weer zo’n mailtje binnen, vind ik zo’n artikel in mijn bookmarks en voor ik het weet zit mijn hoofd weer vol met informatie over hoe ik het allemaal veel beter zou kunnen doen.

Aan het begin van dit jaar besloot ik dat mijn woord voor 2018 “ontspannen” zou zijn.
Dus.
Nou.
Dat lukt nog niet erg. Maar goed. Ik wist dat ik eraan zou moeten werken. Ik was het alleen een beetje vergeten. Door drukte en stress, te veel willen en te weinig tijd.
Tja.
Maar goed, ik heb nog zeven maanden om het te leren. En als het dan nog niet goed gaat, doe ik er gewoon nog een jaartje bij. Dat lijkt me wel zo ontspannen…

(foto van pexels.com)

  • Previous
  • 1
  • …
  • 11
  • 12
  • 13
  • 14
  • 15
  • 16
  • 17
  • …
  • 46
  • Next

Welkom!

Ik ben Geertrude, echtgenote van 1, (schoon)moeder van 5 en oma van 2.
Ik ben boekhouder, redacteur en schrijfster van beroep en hou van lezen, fotograferen, breien, naaien, tuinieren, kruidengeneeskunde en nog veel meer.
Hier schrijf ik over alles wat me bezighoudt en soms ook over mijn pogingen eens wat rustiger aan te doen.
Meer over mij vind je hier.

Archief

© 2026 Geertrude blogt | Aangedreven door Minimalist Blog WordPress thema