Geertrude blogt

Menu
  • Contact
  • Over mij
  • Privacy
Menu

Categorie: persoonlijk

Een redder in nood

Geplaatst op 04/03/2014 door Geertrude Verweij

“We zien elkaar terug in de hemel.” Vastbesloten knikte de man en we konden niets anders doen dan het bevestigen. Want dat was niet het moment voor een discussie over levensbeschouwelijke zaken.
Die uitspraak paste wel bij hem, want hij was in onze ogen dan ook een soort engel. Niet de bijbelse soort, maar het type mens dat soms ineens uit het niets opduikt om je spontaan te helpen.

We wilden eigenlijk helemaal niet bij de Gran Marcha gaan kijken. Want, dat schreef ik al eerder, we houden niet zo van wachten en plekjes bezet houden en dat soort dingen. Maar toen we onderweg naar het westen voor de vijfde keer bij wegafzettingen en parkeerterreinen belandden, besloten we toch maar even te gaan kijken. En stonden vervolgens twee uur bij een hek ons mooie plekje vooraan bezet te houden.

“Veel water drinken en goed smeren”, raadde een meisje uit de voorstoet dat een sigaret bij echtgenoot bietste ons aan. Dat wisten we. Gelukkig was er water te koop, want we hadden ons natuurlijk niet goed voorbereid op deze actie. Daar lag het ook niet aan, dat ik me na een tijdje toch knap naar ging voelen. Dat heb ik wel vaker als ik niet veel gegeten heb en lang moet staan. En natuurlijk zullen de warmte en de brandende zon niet echt positief effect gehad hebben. Maar ik weigerde eraan toe te geven, dronk nog wat water en kauwde wat op kauwgumpjes die we gekregen hadden van de voorstoet. Zo noem ik dat, geen idee hoe het officieel heet, maar je ziet het in Nederland ook bij Sinterklaasoptochten. Als je denkt dat het eindelijk begint, komt er eerst een berg reclameauto’s en mensen die rommel uitdelen. Logisch, want als ze erachter aan komen, kijkt niemand meer. Al snap ik niet helemaal waarom ze er niet gezellig tussen lopen, maar goed, dat terzijde.

Het ging dus redelijk en ik genoot van mooie wagens en de kleurige kostuums. Ik genoot wat minder van de harde muziek. En nu niet denken dat ik me aanstel. Vijftien van die enorme boxen achter op een vrachtwagen en dan op volledige sterkte. Dat is een hoop decibellen. En dan bij elke deelnemer, dus dertig keer. Maar na de tiende stonden we niet meer op dat mooie plekje. Want ik had al een tijdje last van koud zweet en toen ik ineens een echte koude stroom langzaam van mijn benen naar mijn nek voelde trekken, wist ik dat we daar weg moesten voor het mijn hoofd bereikte. Want anders was ik de zoveelste domme toerist geweest die plat ging. Lokale mensen gaan namelijk niet in de zon staan wachten. Die huren een tribune, meestal een simpele overkapping met tuinstoeltjes erin, of zetten hun stoeltjes langs het hek en houden een parasol boven hun hoofd. Wist ik wel, maar wij waren helemaal niet van plan geweest om te gaan kijken, dus al hadden we tuinstoeltjes en een parasol gehad, dan had ik die nog niet bij me.

Op het eerste plekje waar schaduw was, liet ik me op de grond zakken. Ik kon ruiken dat het niet bepaald een schoon plekje was, maar dat kon me even niet schelen. Zitten, in de schaduw, dat was het enige waar ik aan kon denken. Ik had geen idee hoe we bij de auto moesten komen, want om die te bereiken moesten we nog een heel eind lopen, via een weg die nogal steil omhoog ging. Echtgenoot vertelde later dat hij overwoog om te proberen of ik bij de laatste wegafzetting kon komen, zodat hij me met de auto op kon pikken.

Maar toen stond hij daar ineens, onze engel in mensengedaante. Onze redder. In tamelijk aangeschoten toestand, dat wel. Maar toch. In gebroken Nederlands vroeg hij of we het carnaval nog wilden zien. In de schaduw, op een stoel. Die stoet kon me niet zoveel meer schelen, maar rest sprak me wel aan. Dus gingen we met hem mee, een klein stukje verderop. Hij zette zorgzaam een stoel voor me neer en nog een tweede voor echtgenoot. En wees dat we tussen de mensen voor ons (die in een gehuurde tribune zaten) het carnaval konden zien. Hij gaf echtgenoot een koud biertje en ik dronk de rest van ons water op.

En toen hij zag dat ik nog steeds zat te trillen ging hij “sopi iguana” voor ons halen. Leguanensoep. Inderdaad. Eén van die dingen die je “ooit moet proeven”, maar die zeker niet op je verlanglijstje staan als je draaierig en misselijk bent. Maar het was vijf uur en ik had om twaalf uur voor het laatst gegeten, dus ik vond het verstandig om toch maar wat te nemen. En als ik niet te goed naar het stuk leguaan keek dat erin dreef (te herkennen aan de zwarte schubbenhuid), ging het best. Sterker nog, het was gewoon lekker. Hopi bon, zoals ik de man, niet taalkundig correct (denk ik) maar wel goed bedoeld, later verzekerd heb. Want ik weigerde een tweede kom, omdat ik echt genoeg had en hij dacht dat ik liever gewoon vlees had. Maar dat was dus niet zo.

Heerlijk uitrustend op dat stoeltje in de schaduw heb ik dus toch de rest van de optocht nog kunnen zien (en horen). Onze weldoener bleef echtgenoot en mij biertjes aanbieden, die we grotendeels geweigerd hebben. Dan dronk hij ze zelf maar leeg. Hij vertelde en vroeg van alles, maar was zo aangeschoten dat hij het meeste direct weer vergat en het dan nog maar een keer vertelde en vroeg. Maar dat gaf niets. We verstonden trouwens toch maar de helft van wat hij zei en hij waarschijnlijk nog minder dan de helft van wat wij zeiden. Maar hij was lief en hartelijk en zorgzaam en hij nam hartverwarmend afscheid alsof we oude vrienden waren.
Ik hoop wel dat we hem eerder terug zien dan hij wenste. Want dat zou betekenen dat hij ondanks al die biertjes die wij geweigerd hebben veilig thuisgekomen is.

P.S.: de nieuwsbrief/blog van maart staat online op mijn website, met een nieuwe favorietroman (nu in de winkels!) en ander schrijfnieuws

nieuwsbrief :: maart 2014

Geplaatst op 04/03/2014 door Geertrude Verweij

lievelezers

Mensen, wat vliegt de tijd! Dat verzucht ik wel vaker tegenwoordig. Schijnt bij het ouder worden te horen. En het heeft natuurlijk ook te maken met het feit dat zo’n periode op een tropisch eiland onder de noemer ‘leuke dingen’ geschaard kan worden en die staan erom bekend dat ze extra snel gaan.

Toch wordt er hier ook gewerkt. Hard zelfs. Ik durf het bijna niet te zeggen, maar ik heb deze maand niet één, maar twee boeken afgemaakt.

Als eerste de familieroman die eind 2014 uit zal komen. Het eerste deel schreef ik een paar maanden geleden. Op mijn blog schreef ik toen al: zo’n echte inspiratiegolf, dat is heerlijk. Soms is schrijven gewoon werk. Leuk werk, dat wel, maar toch. De afgelopen twee dagen was het geen werk. Dat was puur genieten.
En dat was het nu weer. Leuke hoofdpersonen, een verhaal dat zichzelf bijna schreef. Ik ben zelf heel tevreden met het eind resultaat. Nu ligt het bij mijn proeflezers (= zeer kritische dochters) en daarna kan het de redactiemolen in. Bij mijn uitgever liggen inmiddels een samenvatting en een voorstel voor de omslag. Ik ben heel benieuwd wat de vormgever daarmee gaat doen.

Daarna pakte ik toch weer eens het verhaal waar ik vorig jaar zo mee geworsteld heb erbij. En ineens zag ik wat er in de achtergrond allemaal speelde. Dat was namelijk één van de problemen, ik had zoveel geheimzinnigheid verzonnen, dat ik zelf ook geen ontknoping meer kon bedenken. Er moet nog wel hier en daar wat aan bijgeschaafd worden, maar de eerste versie is klaar. En dat is een enorme opluchting.

498-Lidy-van-de-Poel_276x366Verder verscheen vorige week mijn nieuwste Favorietroman, deze keer in de populaire serie “Lidy van de Poel”. Mijn verhaal staat in nummer 498 en heet: “Alles onder controle?”.
Lidy krijgt te maken met een hartpatientje, opstandige ouders, een stiekem vriendinnetje van haar dochter en een moeder met psychische problemen.

De komende twee weken (denk ik) nog te verkrijgen in de meeste supermarkten, boek- en tijdschriftenhandels. Als e-pub is het verhaal ook daarna nog beschikbaar via deze link.

Mijn plannen voor de komende maand? Behalve veel genieten van onze laatste weken hier op Curaçao en het afwerken van de belastingaangiftes (want dat gaat helaas gewoon door), heb ik nog geen concrete planning. Ideeën heb ik natuurlijk genoeg, dus er zal ongetwijfeld geschreven gaan worden.
handtekening

Kleurrijk

Geplaatst op 25/02/2014 door Geertrude Verweij

Ik zat daarnet naar een leeg scherm te staren en me af te vragen wat ik deze week eens zou schrijven. Hoe spannend het ook klinkt om voor twee maanden op Curaçao te wonen, de waarheid is wat minder interessant. Het gaat ongeveer zo: maandag: werken, dinsdag: werken, woensdag: werken, donderdag: werken, vrijdag: werken, vrijdagavond: weekend vieren, zaterdag:  strand, zondag: strand. Tja. Heerlijk, maar nogal saai om te beschrijven.

Wat me opvalt als ik de foto’s van de afgelopen dagen bekijk, is de hoeveelheid kleur. Dat is echt iets wat bij Curaçao hoort. De kleuren zijn hier zo intens en fel. De lucht is felblauw, de zee op ondiepe plaatsen zelfs nog blauwer dan de lucht, de zonsondergang is diep oranjegeel, de planten zijn allemaal groen en overal bloeien bloemen in fel rood, wit en roze. Als er hier een groep kwetterende vogels overvliegt heb je grote kans dat het knalgroene parkieten zijn.

Op het strand is nog veel meer kleur. Op het dichtstbijzijnde strand hebben ze gele en roze ligstoelen. Waar dan mensen op liggen met handdoeken in alle denkbare kleuren. Die van ons steken daar maar saai tegen af, want ik heb een zwarte met smalle gekleurde streepjes en echtgenoot heeft zelfs een effen zwarte. Nee, niet mijn keuze, het was onderdeel een kerstpakket dat luxe over wilde komen en daarom alleen maar zwarte en zilverkleurige spullen bevatte. Het enige wat we nog hebben is die badhanddoek, want die is ten eerste heerlijk groot en ten tweede zie je er helemaal niets op. Ook een voordeel als je wel eens op strandjes gaat liggen waar geen wit zand is opgespoten.

Bij de Wet&Wild bar vergaapte ik me vrijdagavond eerst even aan de zonsondergang, maar daarna vooral aan de kleurrijke verzameling mensen. Bij Wet&Wild zijn er vooral jongeren, maar het grappige is dat de ouderen vaak mijn blik trekken. Zoals een man met een prachtige zilverkleurige baard die samen met zijn vrouw even een staaltje mambo liet zien waar de meeste jongeren die daar rondhopsen (inclusief ondergetekende, al ben ik eigenlijk niet zo heel jong meer) een voorbeeld aan kunnen nemen.

Wat minder oud was het jongetje in de rode broek. Dat was het eerste waardoor hij me opviel, want de meeste mensen dragen daar ten eerste geen lange broek en ten tweede meestal geen rode. Maar hij dus wel. En vervolgens ging hij dansen. Heel actief.
Kent u die sketch van Rowan Atkinson over dansen op een eerste date? “Dit is te weinig.” Je ziet man die alleen zijn kin beweegt. “Dit is teveel.” Uh… hoe beschrijf ik dat? Gewoon veel en veel te veel en te overdreven bewegingen. Wat het rode jongetje dus deed. Overigens was de conclusie van de sketch dat het beter is om helemaal niet te dansen als je een goede indruk wilt maken op je eerste afspraakje. Gelukkig voor het jongetje was dit niet zijn eerste date en had hij een erg leuk vriendinnetje dat in eerste instantie gezellig meedeed. Alleen had hij een veel betere conditie dan zij en bovendien de smaak goed te pakken, dus ging hij daarna in zijn eentje nog even door. Maar hij had er lol in en het was leuk om te zien.

Zondag waren we vroeg op het strand, maar gingen we ook redelijk vroeg weer weg. Wat maar een geluk was, want ‘s avonds kwam ik erachter dat ik toch een tikje verbrand was en nu gelukkig niet al te rood. Want dat is een kleur die best mooi is, maar niet op je huid.

We reden van het strand naar Banda Abou, het minder bevolkte deel van Curaçao en keken naar huizen. Die zijn hier zelden wit, maar altijd geel, groen, blauw en andere kleuren. Of flamingoroze, want ook geen slechte kleur is, al zie ik dat het liefst op het beest zelf. Qua huizen vind ik groen en geel het mooist.

Al slingerend kwamen we uiteindelijk toch weer in de buurt van Willemstad terecht. We besloten even te parkeren voor een drankje en een pitstop en moesten natuurlijk ook even uitwaaien bij het Riffort. Dat is echt wel één van onze favoriete plekken. Daarna wilden we weer verder rijden, maar het viel ons op dat er politie op de rotonde stond. En er waren stukken weg met hekken afgezet. Het kwartje (die heb je hier nog!) viel ineens. De kindercarnavalsoptocht was die dag. Eigenlijk hadden we het dat willen zien, maar sinds ik voor de krant gewerkt heb, ben ik niet zo dol meer op bewust bij zoiets gaan kijken. Iets met lang wachten voor een goed plekje en dan alsnog iemand voor je hebben en dan stress, want toch goede foto’s moeten maken, omdat ze dat nu eenmaal van je verwachten. Echtgenoot houdt gewoon helemaal niet van vooraf plannen en wachten, dus van hem hoeft het sowieso niet. Maar nu liepen we er toevallig tegenaan en zijn we blijven kijken. Ik had wel gelezen dat de optocht hier zou eindigen, maar niet verwacht dat het nog bezig zou zijn, want het was al over zessen en het begon om drie uur.

Dat was dan ook wel te merken. Wat een vermoeide koppies zaten er tussen. Maar wat wil je, ruim drie uur lopen, of eigenlijk dansen, in deze temperaturen. Toch deden de meesten hun best om ook de toeschouwers bij het eindpunt (wij dus – en nog vele anderen met ons) nog een beetje te laten genieten.

En als je het over kleuren hebt… Ja, dan hoort het carnaval hier daar zeker bij. Misschien in Nederland ook wel, dat weet ik niet. Ik ben van boven de rivieren tenslotte. Maar dit was in ieder geval hoe ik me een Zuid-Amerikaans carnaval voorstel. Mijn camera (ik had alleen de kleine bij me en die had nog een bijna lege accu ook en bovendien was de zon aan het onder gaan) kreeg er de hik van, vandaar dat de foto’s niet echt geweldig zijn, maar wat was dat leuk om te zien. Zo kleurrijk!

Een avontuurlijk dagje

Geplaatst op 18/02/2014 door Geertrude Verweij

Voor valentijnsdag kreeg ik van echtgenoot twee dingen waar ik nooit genoeg van kan krijgen: tijd voor elkaar en avontuur.

Je zou bijna denken dat hij mijn blog van vorige week gelezen had, maar ik weet zeker dat hij dat niet gedaan heeft. Blijkbaar was het sowieso wel duidelijk.
Eigenlijk vieren we nooit Valentijnsdag, maar het was een mooi excuus om te stoppen met werken en iets anders te gaan doen.

“Waar wil je heen? Jij mag het zeggen”, zei hij.
Ik aarzelde: “Geen idee, ga in ieder geval maar richting Westpunt.” Want daar is natuur en gratis stranden. Ik had in ieder geval geen zin in de stad, zoveel wist ik wel.
We reden dus de stad uit, naar het westen. Ik herinnerde me dat ik ergens gelezen had dat er vanaf landhuis Ascençion een weggetje langs de noordkust richting de stad gaat. Aangezien we de noordkust niet echt kennen (de stranden liggen aan de zuidkust), leek dat ons een leuk idee.
Natuurlijk namen we een verkeerde afslag. Dat was niet erg. Verdwalen geeft ons altijd een heel groot vakantiegevoel, zeker als het gebeurt als het toch niet precies uitmaakt waar we heen gaan. We vonden niet het bewuste weggetje, maar kwamen door een paar woonwijken weer bij de hoofdweg terecht.

Toen we voorbij Shete Boka reden, zei echtgenoot ineens:  “Dáár wil ik heen” en draaide de auto om. We zijn het schildpaddenreservaat in onze bezoeken aan het eiland regelmatig gepasseerd, maar we waren er nog nooit geweest. Ik denk dat dat ook iets te maken heeft met het pinguinreservaat dat we in Zuid Afrika bezochten. Honderden pinguins achter hekken. Volgens de bordjes ter bescherming van zowel onze veiligheid als die van de vogels, maar na de woeste schoonheid van de Kaap was het toch wel een afknapper.

Ik denk dat ik hier ook zoiets verwachtte. Maar omdat we nu eenmaal op avontuur waren, gingen we toch naar binnen, betaalden de twee tientjes entree en besloten toen eerst maar eens wat te eten. Het plan was namelijk ergens onderweg te lunchen, maar dat hadden we nog niet gedaan en het was al half twee. Met gemengde gevoelens bestelden we een broodje ei, denkend dat we een klein kadetje met een paar plakjes hardgekookt ei zouden krijgen. Daaraan hadden we al kunnen zien dat we onze vooroordelen misschien bij moesten stellen vandaag. Want we kregen een flinke kadet met een paar vers gebakken eieren erop. Heerlijk!

Daarna volgden we het kaartje dat we gekregen hadden en liepen naar de eerste Boka (inham). Het was een wandeling door een bos van kronkelbomen (mangroves). Die vind ik prachtig, ze groeien in de meest ingewikkelde knopen. Onder de bomen hoorde je voortdurend geritsel, dat waren gekko’s die voor ons wegvluchtten.
Net toen we ons afvroegen of we eigenlijk wel richting de zee liepen, stopte de begroeiing en maakte plaats voor een soort maanlandschap van grote rotsen, die van dichtbij uit heel oud koraal bleken te bestaan. En daarachter hoorden we de zee.

Het was meteen duidelijk waarom hier niet gezwommen kan worden. Wat een kracht zit er in die golven! Maar het is tegelijkertijd zo ontzettend mooi. Wij kunnen uren naar zoiets kijken. Wat we dan ook gedaan hebben. Misschien geen uren, maar ik schat toch wel een half uur.
Daarna wandelden we terug door het ritselende bos en stapten in de auto om daarmee naar een andere boka te rijden, die een heel stuk verderop lag. Daar waren de schildpadden gesignaleerd, had de dame bij de ingang gezegd.

We reden over onverharde paden en natuurlijk, ondanks de duidelijke aanwijzingen, een paar keer verkeerd, maar kwamen uiteindelijk bij Boka Pistol terecht. Ik denk niet dat ik duidelijk kan beschrijven hoe mooi het daar is (maar gelukkig heb ik foto’s en zelfs een filmpje, zie onderaan deze post). Het water slaat daar met zo’n kracht de inham in, dat het door een uitgesleten gleuf weer omhoog spuit. Je hoort dan eerst een geluid dat klinkt als “bwoef!” en dan gebeurt het. Bij krachtige golven komt het dan wel een meter of tien, misschien wel twintig (want dat was lastig in te schatten) hoog. Daarna stroomt het water over de rotsen weer terug en komt er weer een nieuwe golf. Er was een platform gebouwd op het punt waar je het het beste kon zien en daar hebben we weer een geweldig half uur doorgebracht.

En we zagen daar een schildpad. Niet achter een hek, net liggend op de rotsen, zoals ik me had voorgesteld, maar zwemmend in de hoge golven. Het moet een enorm beest geweest zijn als we hem zo vanuit de verte konden zien. Even stak hij zijn kop boven water en daarna dook hij onder.

Hoewel het kaartje aangaf dat het hier op hield, liep de weg nog verder en dus reden wij ook verder, naar de volgende boka. Het moeten er minstens zeven zijn (shete betekent zeven), maar volgens mijn reisgids zelfs nog meer. Maar ik weet niet van waar tot waar ze tellen, want we zagen zover we konden kijken van die opspuitende hoge golven en vermoedden dat daar allemaal van die inhammen zijn.

We hobbelden met de auto weer terug, reden bijna de berg op in plaats van er omheen (ook altijd goed voor het vakantiegevoel, ooit deden we dat met de Mont Blanc) en parkeerden de auto maar weer bij de ingang. Daarvandaan liep nog een wandelpad die naar een grot zou moeten leiden. Die wilden we ook nog wel even zien. Eerst weer zo’n inham, minder spectaculaire golven, maar niet minder mooi. En daarna, via een uitgehouwen trap, de grot. Ik durfde er eigenlijk niet zo goed in, mede vanwege de waarschuwing dat je “passend schoeisel” moest dragen. Nu passen mijn slippers best, maar ik denk niet dat ze dat bedoelden. Gelukkig viel het mee.

De grot was een door de golven uitgesleten holte. Het pad leidde naar een paar stenen waarvandaan je onder de rotsen door de zee kon zien. De golfslag en de wind maakten een bulderens geluid, dat me, samen met het idee dat er heel wat rots boven me hing, de kriebels gaf. Maar toch ben ik blij dat ik het gezien heb. De kracht van de natuur. Dat moet je gewoon af en toe voelen om weer te weten hoe het allemaal in elkaar zit in het leven. Vind ik dan.

Nu was er nog één wandelpad, maar we besloten die voor een volgende keer te bewaren. Onze condities zijn niet al te best namelijk.

We stapten weer in de auto en reden verder richting Westpunt. Waar we langs een bordje kwamen waarop stond dat die kant op de Noordpunt was. Waren we ook nog nooit geweest. Zijn we nog steeds niet geweest, trouwens, want natuurlijk konden we het niet vinden. Wel zagen we een bordje naar “Watamula”. We hadden geen idee wat dat was, dus gingen we ernaar toe (begint u ons ‘vakantiegevoel’ een beetje te snappen? zo gaat dat altijd bij ons).

Watamula bleek een enorm platform van oud koraal te zijn, waar je over heen kon lopen om alweer een prachtig stuk kust te zien. Een behulpzame man, die duidelijk met zijn vrouw onderweg was naar een romantisch plekje, vertelde ons dat we nog een klein stukje verder moesten lopen als we iets echt moois wilden zien. Dat deden we dus maar en toen we daar waren vertelde hij ons:  “Ze zeggen dat Korsow (Curaçao) hier ademt.” En hij wees naar een gat in de rotsen. En zo zag het er ook uit. Ook hier spoot het water omhoog en het zag eruit zoals een walvis die water spuit om adem te halen. Het klonk ook als adem. Zo mooi.

Onze zucht naar avontuur was nu wel grotendeels verzadigd. We reden nog wat weggetjes puur omdat we die nooit eerder namen en besloten toen dat we dorst hadden. Bij een “snack” (een soort restaurantje waar Antillianen vaak eten en drinken halen) dronken we wat en toen we drie amerikanen met een bakje kip zagen, besloot echtgenoot dat hij ook wel wat wilde eten (dat ene broodje ei was voor hem niet echt genoeg). Het bord met de “kaart” was volledig in het papiamento, dus we twijfelden wat alles was. Het reisgidsje met een woordenlijst lag in de auto, maar een beetje puzzelen is leuker. Boven aan stond geit, dat wist ik zeker. Helaas voelde echtgenoot zich niet avontuurlijk genoeg om dat te proberen, hoewel ik dat nu jammer vind, want de dame die deze snack beheerde kon goed koken. Misschien gaan we binnenkort nog terug voor de geit. De amerikanen stonden inmiddels weer bij het loket, want die wilden meer ketchup (tja… Amerikanen, hè?).

Echtgenoot vroeg welke van de twee gerechten met galina zij besteld hadden. Galina is kip, dat wist ik. Stoba is gestoofd, maar wat hasa is wist ik even niet. De amerikaan haalde zijn schouders op: “We just asked for chicken.” Kan natuurlijk ook. Omdat de amerikaan met zijn bakje er toch stond, vroeg echtgenoot toen maar om “wat hij heeft”. Later bleek hala gebakken te betekenen en dat was precies wat hij wilde. Het duurde even voor het klaar was, maar toen was het ook echt heel erg lekker (ik heb een stukje geproefd). Het zal niet overal zo zijn, natuurlijk, maar de snack bij Santa Cruz is in ieder geval aan te raden.

Inmiddels liep het al tegen de avond. We reden op ons gemak terug, konden op de ring nog net een afslag nemen om te voorkomen dat we in een file-door-een-ongeluk terechtkwamen en slingerden gezellig door de stad naar huis. Waar we niet heengingen, want we wilden ons vakantiegevoel nog wat langer rekken.
We reden door naar de gloednieuwe Beach Boulevard, waar we een heleboel restaurantjes wisten. Heerlijke tegenstelling, van het woeste natuurgeweld naar dit toeristische stukje Curaçao. Maar ja, ook dat… precies. Vakantiegevoel.

We dronken wat bij de Wet & Wild Beachclub, die lang zo wild niet is als je zou denken bij die naam en natte kleding word er ook niet echt gewaardeerd. We keken naar de zon die besloot eens gek te doen en onderging via het dek van een boot (zie foto hieronder) en gingen daarna op zoek naar een restaurantje. Dat bleek nog niet mee te vallen zonder reserveren, want vanwege Valentijnsdag zat alles vol. Maar gelukkig wilde men bij El Mexicano wel plaats voor ons maken. We aten een “combinaçion” van Mexicaanse gerechten en er viel alweer een vooroordeel weg. De enige andere keer dat we mexicaans aten viel het namelijk behoorlijk tegen. Maar dit was heerlijk.

Na het eten wandelden we terug langs de zee, gingen op de verlaten strandstoelen liggen om naar de sterren te kijken en besloten toen nog wat te gaan drinken. Wet & Wild was de enige bar waar het gezellig druk was, dus mengden we ons maar in de drukte. De gezellige jaren tachtig muziek was inmiddels vervangen door jaren negentig dansmuziek. De dochters weten dat we daar een hekel aan hebben, maar het blijkt op het strand toch anders te klinken dan in ons kleine huiskamertje (en het scheelt waarschijnlijk dat er geen trancemuziek gedraaid werd). Eigenlijk was het best gezellig en  als ik nog een roseetje had genomen was ik misschien zelfs gaan dansen. Iets wat ik beter niet kan doen, want ik mag dan van de zijlijn constateren dat alle jonge vrouwen van tegenwoordig een bezemsteel als ruggegraat hebben (beweeg die heupen nou eens!), het is waarschijnlijk geen gezicht als een vrouw van 42 met overgewicht zich gaat verbeelden dat haar heupen het nog net zo doen als 25 jaar geleden…*

Maar het was even goed een leuke afsluiting van deze avontuurlijke Valentijnsdag.

*een paar dagen later deed ik het toch, maar dat is een ander verhaal voor een ander schrijfsel. Of misschien is het een verhaal dat beter ongeschreven kan blijven. Die heupen doen het trouwens nog wel. 

Kronkelboom (mangrove)

Boka Kalki

Boka Kalki

Boka Pistol

Boka Pistol

Dat was al duidelijk… (de tekst op het bordje zegt dat de golven bij de noordkust erg krachtig en gevaarlijk kunnen zijn)

Nog een inham (voorbij de grenzen van het park)

Boka Tabla

in de grot

onverharde wegen in de buurt van Watamula

Watamula

waar Korsow ademt…

zon aan boord

Ik heb de zon zien zakken in de zee…

Geplaatst op 14/02/2014 door Geertrude Verweij

Echtgenoot trapte op de rem en keerde de auto om.
“Wat doe je?” vroeg ik verbaasd.
“Geen wolken”, wees hij.
“Yes!”, juichte ik en sprong uit de auto zodra hij die aan de rand van het water geparkeerd had.

Dat moet ik even uitleggen, denk ik. Je zou denken dat iemand die zoveel zonsondergangen bekijkt en fotografeert toch ooit wel eens een “echte” heeft gezien. Zo’n zonsondergang waarbij de zon als een bal in de zee zakt.

Maar nee. We hebben gewacht op het strand van Kuta, Bali, we hebben de wandeling naar de vuurtoren van Maspalomos, Gran Canaria gemaakt, we hebben op Westpunt, Curaçao gezeten en op ons eigen Noordzeestrand zitten kijken. Maar altijd, altijd, kwamen er wolken. Niet dat we van die zonsondergangen niet genoten hebben, maar mijn grote wens was toch ooit eens “de zon zien zakken in de zee”.
Zondag waren we na het zwemmen nog een stukje aan het rijden. We vonden een weggetje waar we nog niet eerder geweest waren en keken daar een beetje rond. De zon begon onder te gaan en ik maakte – natuurlijk –  een paar foto’s.

20140214 (2) (Large)

“Wil je wachten tot hij echt onder is?” vroeg mijn man nog en ik zei: “Nee, want ik zie al weer wolken boven de horizon. Dan hebben we het mooiste stukje nu wel gehad.”

Want zo gaat dat. Je wacht op dat ene, mooie moment en dat blijkt dan al geweest te zijn. Bovendien was het weggetje, hoewel je er met de auto mocht komen, in gebruik als wandelpad en het leek me lastig om in het donker terug te moeten rijden.

Dus hobbelden we terug en draaiden de zijstraat naar de grote weg op. Tot mijn man dus ineens keerde en we voor het eerst de zon als een bal zagen zakken achter een vlijmscherpe horizon.

Later bedacht ik dat ik het wel had kunnen filmen, want het hele schouwspel duurde maar drie minuten, maar daar dacht ik niet aan. Een serie foto’s heb ik wel…

20140214 (6) (Large)

20140214 (13) (Large)

20140214 (14) (Large)

Geen avonturen

Geplaatst op 12/02/2014 door Geertrude Verweij

Het nadeel van ergens  “wonen” in plaats van op vakantie gaan, is dat je er weinig over kunt vertellen. Je beleeft nu eenmaal geen grote avonturen. Behalve wat korte uitstapjes om de omgeving te leren kennen brengen we het grootste deel van onze dagen net zo door als thuis. Achter de laptop, aan het werk. Waarbij het natuurlijk wel een groot verschil maakt dat we heerlijk buiten op de porch kunnen zitten, of, bij te felle zon of regen, binnen, maar dan wel omringd door open ramen, zodat je nog steeds die heerlijke, altijd aanwezig wind voelt.

Of het daaraan ligt weet ik niet, maar ik schreef de afgelopen week in één ruk door het tweede deel van het boek waar ik in november aan begonnen was, maar dat ik wegens feest- en andere drukte niet kon afmaken. Nog wat bijschaven hier en daar en dan is het klaar. 
En nu begint er zelfs al weer wat anders te borrelen, dus voorlopig heb ik genoeg te doen. Maar echt veel kan ik daar natuurlijk niet nog over vertellen.

We zijn wel van plan om ook uit te rusten, dus in het weekend werken we niet de hele dag. Ja, ik weet het… de hele dag niet zou beter zijn, maar dat was even geen optie wegens spoedklussen voor echtgenoot. En het werkte best. We stonden op tijd op, werkten tot twaalf uur, besloten dat het in Nederland vijf uur was en dus einde werkdag en gingen op avontuur. Nou ja, op pad in ieder geval. Zaterdag bekeken we wat winkels. Het blijkt dat hier best kleding te koop is en dat ik dat vorige keer ook al gezien heb. Maar dat is dus totaal niet blijven hangen. Zoals ik al zei, het boeit me niet echt. Misschien als ik een wat kleinere maat zou hebben. Want er hingen wel erg leuke jurkjes tussen. Wat ons vooral opviel was dat er zoveel rode kleding in de etalages hing. In Nederland zoek je je drie slagen in de rondte naar een gezellige rode trui. Ja, hier ook, want truien verkopen ze niet, maar de rode shirtjes, jurkjes en blousjes liggen wel voor het oprapen. Ik ben van schrik minder gaan eten. Wie weet kan ik er dan aan het eind van deze periode in.

We dronken wat op een terrasje aan de Handelskade en aten wat in het Riffort. Daarna wandelden we over een met gezellige kleurtjes verlichte Emmabrug weer terug naar de auto en hadden het gevoel dat we een dubbele dag geleefd hadden. Eerst lekker gewerkt, daarna heerlijk vakantiegevierd.
Daarom volgden we zondag hetzelfde patroon. Eerst werken, daarna op stap. Alleen deze keer niet naar de stad, want we wilden zwemmen. En hoewel er vlak bij ons apartement een strand is (nog geen 10 minuten met de auto, daar waren we woensdag al even wezen kijken), besloten we naar ons favoriete strand van oktober te gaan. Dat is hier bijna een uur rijden vandaan, maar dat geeft niet, want het is een mooie rit door de natuur, die we toch wel een beetje missen in de stad.
We dobberden en watertrapten en zwommen een paar baantjes. Dat laatste klinkt gemakkelijker dan het is, want ik bedoel dus dat we evenwijdig aan het strand de hele baai overzwommen. Dat is best een leuk stukje, zelfs bij de Kleine Knip. Goed voor de armspieren.

Daarna dronken we wat bij Landhuis Daniel en genoten van de vogels en hun gefluit. Iets wat we eigenlijk heel de dag doen, want hier bij het apartement kunnen ze er ook wat van. Er staat een grote volière met parkieten en nog twee papagaaien in aparte kooien. Ik heb er gemengde gevoelens over, maar ze klinken in ieder geval vrolijk genoeg. Daarnaast vliegen er heel wat vrije vogeltjes rond. Ook de duiven zijn goed vertegenwoordigd. Die komen hier uit de dakgoot van het overdekte terras tegenover ons drinken. De laatste paar dagen is het er wat minder rustig dan normaal, want er komt iedere keer een mannetjesduif bij zitten die gaat lopen baltsen acher de drinkende vrouwtjes langs. Die vrouwtjes zijn daar niet van gediend en die jongen blijft dus iedere keer teleurgesteld alleen achter. Maar dat deert hem blijkbaar niet, want zodra er weer een paar dames komen drinken, staat hij er ook weer. Hij heeft dus niet het gevoel dat hij gezichtsverlies leidt als ze hem allemaal afwijzen. Of dat gezicht was hij al verloren, dat kan ook. Want misschien was dit wel dezelfde duif die een paar dagen geleden elegant landde op de uitstekende tak van een struik, een keer of vijf angstig met zijn vleugels klapperend ver heen en weer zwaaide en toen toch maar wegvloog. Je moet het gezien hebben om er zo hard om te lachen als wij gedaan hebben.

Avonturen beleven? Nee, dat niet. Maar genieten doen we wel.

strandje vlakbij ons apartement

haventje

gezellig verlichte Emmabrug

Emmabrug. De bogen veranderen van kleur.

Vogeltje. Geen idee hoe hij heet, maar hij fluit erg mooi.

Cactus in bloei, of bloem op cactus. Helemaal zeker weet ik het niet.

Suikerdiefje loert naar onze glazen wijn

P.s. hebben jullie gezien dat ik nu op mijn website iedere maand een nieuwsbrief met schrijfnieuwtjes plaats? In je mail ontvangen kan ook daar (net als hier) via de gadget in de zijbalk.

nieuwsbrief :: februari 2014

Geplaatst op 05/02/2014 door Geertrude Verweij

lievelezers
Deze nieuwsbrief schrijf ik heerlijk in de schaduw, buiten op de porch. We zijn, zoals altijd hier, vroeg opgestaan om in de nog koele ochtend te werken. Vanmiddag gaan we waarschijnlijk naar het strand.

Inderdaad, we zijn op dit moment niet in Nederland. Afgelopen weekend pakte ik de koffers in, liet de dochters met een hoop goede raadgevingen en een schoon huis achter en vertrok samen met echtgenoot naar Curaçao. Ooit hopen we hier echt te gaan wonen, maar deze keer blijven we twee maanden.

Het wordt niet alleen pretmaken en op het strand liggen. Echtgenoot heeft een paar software deadlines en ik word geacht begin maart mijn volgende boek af te hebben. Dat wordt nog even doorpezen, want ik ben nog steeds maar halverwege. De afgelopen maand is er van schrijven weinig tot niets gekomen.

Als ik deze nieuwsbrief klaar heb, ga ik me eerst maar weer eens verdiepen in de levens van Stella en Berend en het hele verhaal nog eens goed doorlezen. Ik weet nog wel ongeveer wat er tot nu toe gebeurd, maar ik moet de sfeer weer even te pakken krijgen. Het speelt zich gewoon af in Nederland, dus dat is al een beetje lastig en ik ben blij dat ik het verhaal niet hartje winter geplaatst heb, want dan zou het contrast wel erg groot worden.

Op schrijfgebied heb ik dus weinig nieuws te vertellen.Wel kreeg ik in januari een geweldige recensie over Erfgoed van Irene Kalsbeek van The Sword

Erfgoed is een lekkere feelgoodroman met een heerlijke dosis spanning. Dit maakt het boek minder voorspelbaar en de aandacht van de lezer blijft goed vastgehouden. Het feit dat Donna totaal onverwachts oog in oog staat met een oude liefde is een vrij regelmatig terugkerend onderwerp in dit genre, maar door het spannende element is het vernieuwend. Al snel merk je op dat er iets geheimzinnigs is aan het landgoed en zijn bewoners. Met haar scherpe oog voor detail, vallen Donna dingen heel snel op. Vreemde zaken, waardoor ze zich af gaat vragen wat er achter deze zaken verborgen gaat. Nieuwsgierig als ze is, kan ze het niet laten om op onderzoek uit te gaan. Ze neemt je mee in het verhaal en je samen met haar neem je een stap terug in de tijd. Want op Landgoed Santhove lijkt de tijd jarenlang stil te hebben gestaan.
Geertrude Verweij heeft een vlotte schrijfstijl en vermoeit de lezer niet met nutteloze details. Zodra er ergens dieper op in wordt gegaan, weet je zeker dat het een doel heeft. Dit maakt dat het verhaal krachtig geschreven is en dat de aandacht van de lezer scherp blijft. Door het liefdesverhaal is het ook gewoon een heel ontspannend boek om te lezen en hiermee komt het boek veel lezers tegemoet: heerlijk genieten van de romantiek, maar zonder dat het te zoetsappig wordt. Ideale mix waar je in blijft lezen en het boek al snel met volle tevredenheid uitgelezen naast je neer legt!
 
Ze gaf me vierenhalf van de maximaal vijf sterren. Ik ben er erg blij mee! Schrijven is en blijft een eenzaam vak en dit soort recensies (en lieve mailtjes en reacties van andere lezers) zijn enorme opstekers.
Overigens is Erfgoed inmiddels in veel bibliotheken al te leen. En natuurlijk te koop op de bekende adressen, maar als je nog in het steeds zeldzamere bezit bent van een authentieke boekhandel in de omgeving is het misschien de moeite waard om mijn boeken dáár te bestellen – dat kan namelijk ook gewoon en wie weet redt je die boekhandel ermee.

handtekening

Vertraging

Geplaatst op 04/02/2014 door Geertrude Verweij

Ik had vorige week niet moeten zeggen dat het allemaal zo simpel was… De laatste twee dagen voor we vertrokken heb ik me de benen uit het lijf gewerkt om alles op tijd af te krijgen. Dat kwam ook wel een beetje juist doordat het zo gemakkelijk ging allemaal. Ik legde de lat steeds hoger. Ik heb mezelf er nog net van kunnen weerhouden om ook nog even de gordijnen te wassen voor we weggingen. En eigenlijk baal ik daar nog steeds een beetje van, want ik had de thuisblijvende dochters zo graag in een volkomen fris huis achtergelaten.

Na zoveel reizen verbazen we ons nog steeds over de regel dat je minstens twee uur van te voren je koffers in moet leveren. Misschien prettig voor de luchthaven zelf, want dan hebben ze tijd genoeg om te scannen en in te laden, maar een ramp voor de reizigers. Of zijn wij de enigen die de winkeltjes na één keer wel gezien hadden? Als we naar Curaçao gaan komt het gelukkig redelijk goed uit. We moeten voor half zeven inchecken en gaan dan daarna maar uitgebreid ontbijten bij één van de restaurantjes. Ons vaste plekje had technische problemen en dus geen warm ontbijt. Dat was pech voor hen, want toen zijn we verder gaan kijken en vonden een goedkoper adresje met een net zo lekker ontbijt.

We aten dat rustig op en liepen toch nog aan de vroege kant naar de gate toe. Daar stond al een rij, maar we hadden geen zin om daar in te gaan staan voor er beweging in zat. Helaas was de rij toen we er wel in wilden gaan staan minstens drie keer zo lang en er zat nog steeds geen beweging in. Later hoorden we dat er een apparaat kapot was, waardoor de veiligheidscontroles vertraging opliepen. We zijn maar weer ergens gaan zitten tot de rij wat korter werd en hoorden uiteindelijk bij de laatsten die instapten. Wat maar goed was ook, want toen we eenmaal zaten konden we nog steeds niet opstijgen.

De piloot was er vrij nuchter onder: “Er is een brandstofklep kapot, waardoor de brandstof overboord spoelt. En dat willen we niet.” Nee, dat willen we zeker niet. Maar meer dan een uur in het vliegtuig wachten wil je ook niet. Zeker niet als de airco niet werkt vanwege datzelfde brandstofprobleem. Toch werd het goed opgelost. We werden aangesloten op een extern airco systeem en er werd water uitgedeeld. Toen we uiteindelijk vertrokken was het ruim twee uur later dan de bedoeling was. Maar goed, we vertrokken, dat scheelt. En met een nieuwe brandstofklep, dat was ook een veilig idee.

Nu zit ik hier op de porch van ons appartementje te schrijven. Het is een kleiner huisje dan het vorige, maar stukken beter onderhouden en veel schoner. De eigenaars zijn heel aardige mensen en hun dochter, die de verhuur regelt, heeft alles perfect onder controle. Slimme tante is dat. Gisteren hadden we het over talen, omdat ze moeite had met onze duitse buren te communiceren. Duits heeft ze niet geleerd op school. Wel zes andere talen, waarvan ze er vijf goed spreekt. Nederlands, Engels, Spaans, Portugees en Papiamento. Ze beginnen daar al op de “speelschool” mee, vertelde ze. Wat natuurlijk erg goed is voor de taalontwikkeling.

Onze eerste dag was, zoals gewoonlijk, een hangdagje. Moe van de reis, moe van de jetlag. Maar wel heerlijk om in een dun rokje en een t-shirt buiten te lopen en het gewoon niet koud te hebben. We “wonen” nu midden in de stad en schuin tegenover een supermarkt en er zijn nog een paar toko’s (supermarkten met Chinese eigenaars) in de omgeving, dus boodschappen doen is lang zo ingewikkeld niet als de vorige keer. Toen woonden we op bijna vijf autominuten van de dichtstbijzijnde toko en daar hadden ze niet veel.

We haalden onze huurauto op en vroegen nog eens extra naar de verzekeringspapieren omdat we in oktober een boete hadden gekregen wegens verlopen verzekeringspapieren. De man die de verhuur regelde werkte nog niet zo lang bij dat bedrijf, maar dat verhaal kende hij: “Oh, waren jullie dat!” Het bleek dat hij de schone taak had gehad om met onze boete naar de rechtszaal te gaan en uit te leggen dat we wel verzekerd waren geweest, maar alleen de verkeerde papieren bij ons hadden. De boete werd vrijwel direct flink verlaagd, dus dat was fijn. Nog fijner was dat de rechter niet gezien had dat deze man om te bewijzen dat we wel verzekerd waren óók de verkeerde papieren bij zich had. Iets waar hij dus pas na afloop achter kwam.

Overigens rijden we nu rond met gekopieerde papieren, wat hopelijk niet voor problemen gaat zorgen. Maar je kunt hier alleen de wegenbelasting betalen als je het officiele verzekeringsbewijs bij je hebt. En die wegenbelasting moet deze week betaald worden. Gelukkig zijn controles zoals die waarbij ik in oktober werd aangehouden hier ook zeldzaam…

ons appartementje

op de porch

Koffers inpakken

Geplaatst op 31/01/2014 door Geertrude Verweij

Je zou denken dat ik de hele week al druk bezig ben met van alles voorbereiden voor onze reis naar Curaçao. We vertrekken tenslotte zondagochtend al.

Maar eigenlijk valt dat enorm mee. Ik probeer het huis wel zo netjes mogelijk achter te laten, zodat de thuisblijvende dochters niet met mijn achterstanden zitten, maar zoveel werk is dat nu ook weer niet. En ik doe mijn best de boekhoudingen helemaal up-to-date te hebben voor we weggaan, maar dat kost geen hele dagen, want ik werk het sowieso wekelijks bij. Vliegtickets, appartement en huurauto zijn geregeld. Het enige dat overblijft is het inpakken van de koffers.

Op (vooral Amerikaanse) blogs lees ik weleens van die lijstjes. “Tien tips om je koffer op de juiste manier in te pakken”. Of ze bieden handige checklists aan waardoor je “nooit meer iets zult vergeten”. Een tijdje geleden dacht ik nog dat ik zoiets ook wel eens kon schrijven. Ik heb tenslotte inmiddels aardig wat ervaring met inpakken voor verre en minder verre reizen. Maar eigenlijk zou ik niet weten hoe. Want ik vind inpakken niet zo’n probleem.Ik zat dit hardop te denken tegen echtgenoot en die vulde woordelijk aan wat ik wilde zeggen: “Je gooit gewoon alles wat je nodig hebt in je koffer en dan doe je hem dicht.”
Precies! Het is allemaal niet zo ingewikkeld. En als die koffer dan niet dicht kan of te zwaar is haal je eruit wat je bij nader inzien toch niet zo hard nodig hebt. Klaar.

Ik moet deze keer wel opletten dat ik er in eerste instantie niet te veel in doe. We hebben nu namelijk allebei een grotere koffer. Onze oude waren kleiner en dus handiger wat dat betreft. Tenzij je er stapels boeken instopte, was het onmogelijk om ze te zwaar te maken. Als ze zo vol waren dat je erop moest gaan zitten om ze dicht te krijgen, wogen ze nog ruim onder de grens. Maar één van die koffers is met een dochter naar Durham vertrokken en de andere kwam in oktober kapot van de band. Dus moest ik op zoek naar andere.

Het viel nog niet mee om de juiste koffers te vinden. Bijna alle exemplaren die je nieuw kunt kopen, ook die met een harde buitenkant, hebben een rits. En dat wil ik niet. Ik vind dat een onveilig idee. Ik wil gewoon een slot. Met cijfers of met sleutels, dat maakt me niet zoveel uit, als hij maar goed sluit. Na een tocht langs allerlei winkels waar de paar koffers die aan mijn eisen voldeden een kapitaal kostten, besloot ik maar eens een kijkje bij de kringloop te nemen.

Daar stond precies wat ik bedoelde en opgetogen wandelde ik ermee naar de kassa. De dame achter de toonbank zei echter dat die koffer niet open ging.
“Ik heb hem anders net opengemaakt”, zei ik verbaasd, want zo bijdehand was ik nog wel om dat te testen.
“Er was gisteren een meneer en die heeft alles geprobeerd”, zei ze, “Hij is een hele tijd bezig geweest, maar hij kreeg hem echt niet open. En hij wou hem heel graag hebben.”
“De code van het cijferslot staat hier”. En ik wees naar het labeltje aan het handvat dat keurig vermeldde: “code: 987”.
“Hij wilde hem echt graag hebben”, zuchtte de mevrouw. Maar ik wilde die koffer ook graag hebben (dit was een week voor onze oktoberreis en dochter was er al met mijn kleine koffer vandoor), dus ik schoof hem nadrukkelijk de toonbank op. Waarna ze me vijf euro meer vroeg dan er op het prijsstickertje stond, maar daar trapte ik niet in. Ik begon toen wel te vermoeden dat ze de koffer zelf ook heel graag had willen hebben.

Gelukkig was ze dat anderhalve maand later, toen ik de andere koffer wilde kopen, weer vergeten. Die koffer had dan ook geen cijfercode, maar gewoon sleuteltjes, die de vorige eigenaar netjes in het schoenenvak had opgeborgen. Ze vroeg of ik op vakantie ging en ik zei dat ik net terug was van een maand in Curaçao, maar in februari weer zou gaan. Daar was ze ook al vaak geweest, zei ze, maar ze kwam uit Suriname.
“Er zijn veel Surinamers op Curaçao”, wist ik.
“Het zijn dan ook buurlanden”, zag ze even een paar honderd kilometer zee over het hoofd (en dan ligt Venezuela eigenlijk dichterbij). En vertelde toen dat ze later, als ze met pensioen was, afwisselend in Suriname en Curaçao wilde gaan wonen. “Mooier weer dan hier.”

Dat was ik met haar eens. Dat is ook één van onze belangrijkste redenen om erheen te willen. En dat het daar gewoon zo’n stuk relaxter leven is, zal ongetwijfeld ook met het weer te maken hebben.
De vaste schoonmaakster van onze hotelkamer in maart vond dat ook. Zij had 27 jaar in Nederland gewoond, maar toen alle kinderen groot waren, was ze snel weer terug gegaan naar “haar eiland”.
Op mijn conclusie dat het op Curaçao op veel gebieden beter was, knikte ze instemmend. “Maar,” zei ze, “ik mis mijn koopjes.”
Tja. Geen seizoenen betekent ook geen uitverkoop om plaats te maken voor een collectie warmere of koelere kleding. En grote winkelcentra met heel veel verschillende modezaken heb je daar niet eens. Of ik heb ze nog niet gevonden, dat kan ook. Ik denk ook niet dat ik ernaar ga zoeken, tenzij ik echt niets meer heb.

Want dat ik inpakken niet zo’n probleem vind komt waarschijnlijk vooral door mijn gebrek aan belangstelling voor kleding. Zelfs toen ik die kleine koffer nog had paste mijn hele zomergarderobe er probleemloos in…

koffers inpakken
de koffer rechts is de mijne… nog lang niet vol

Metamorfose

Geplaatst op 23/01/2014 door Geertrude Verweij

Ik ga niet graag naar de kapper. Ik ga nog minder graag naar de tandarts, maar dat is een heel ander verhaal. In ieder geval is de kapper ook niet helemaal mijn ding. Iets met aanraken en gefruts. En ook iets met een laag zelfbeeld, waarschijnlijk. Want ik vind het een ramp om tijdens die hele knipbeurt mezelf in die spiegel te zien. Voer voor psychologen.

Maar toch heb ik vandaag de knoop doorgehakt. Na maanden twijfelen. Want lang haar is wel zo gemakkelijk in het onderhoud. Zeker als je een dochter hebt die er af en toe een stukje af kan knippen als het door zon en zeewater een beetje dood is. (Een beetje? Ahem – gratis tip: als je nog even in de zee gaat zwemmen voor je vertrekt van een tropisch eiland, neem dan ook de tijd om je haar goed uit te spoelen. Want zout en zon en dan tien uur droge vliegtuiglucht…niet goed voor je haar).

En toch… iedere keer als ik in de spiegel keek, schrok ik van mezelf. Zeker toen de vele hoofdpijnaanvallen ervoor zorgden dat ik er niet of nauwelijks meer iets mee deed. Strak naar achter, zoals op de foto die de meeste mensen kennen van mijn social media ging niet meer. Binnen een uur hoofdpijn. En los… tja. Het kan mooi zijn, maar dan moet je het wel zeer geregeld borstelen. Niet alleen ‘s ochtends een paar halen, maar iedere keer als het door elkaar geraakt is door windvlagen of gewoon doordat je af en toe toch wel eens beweegt. Dat werkt dus ook niet voor mij. Bij mij was het gewoon een klitterige bos die er steeds slonziger uit ging zien.

Hoe meer ik erover na ging denken, hoe fijner het me leek om weer kort haar te hebben. En dus ging het er vandaag af.

Nou ja, dat staat er een stuk simpeler dan het was. Allemensen, wat heb ik er tegenaan zitten hikken. Tot ik besefte dat ik het doodnormaal vond om bezig te zijn met heftige Curaçaoplannen, maar zat te piekeren over iets simpels als een knipbeurt. Raar mens!

Ik ging naar de kapsalon waar ik vroeger, voor ik mijn haar lang liet groeien, ook altijd kwam en zowaar, de kapster herinnerde zich me nog vaag. En ze knipte en kleurde (want je zag ineens de uitgroei en de slechte kwaliteit van mijn ik-verf-het-zelf-wel activiteiten en ik verliet tevreden het pand.

Foto? Nou vooruit dan maar. Het zijn slechte, vage foto’s op een donkere dag gemaakt met mijn telefoon via de spiegel. Mijn grimeurdochter komt me binnenkort een perfecte make-up geven zodat we een goede foto kunnen maken, maar dit geeft alvast een idee.

En nu niet zeggen dat lang haar me leuker staat, want ik kan het er echt niet meer aanplakken. 😉

20140123

  • Previous
  • 1
  • …
  • 23
  • 24
  • 25
  • 26
  • 27
  • 28
  • 29
  • …
  • 46
  • Next

Welkom!

Ik ben Geertrude, echtgenote van 1, (schoon)moeder van 5 en oma van 2.
Ik ben boekhouder, redacteur en schrijfster van beroep en hou van lezen, fotograferen, breien, naaien, tuinieren, kruidengeneeskunde en nog veel meer.
Hier schrijf ik over alles wat me bezighoudt en soms ook over mijn pogingen eens wat rustiger aan te doen.
Meer over mij vind je hier.

Archief

© 2026 Geertrude blogt | Aangedreven door Minimalist Blog WordPress thema