Ik heb jaren geprobeerd om koffie te drinken. Ik vond het namelijk wel erg lekker ruiken, maar ik kreeg het niet weg. Ik heb echt alles geprobeerd. Met melk, met suiker, met zoetjes. Gecombineerd met een koekje of chocolade, sterk, slap, middelmatig. Niets werkte. Ik zette liters koffie voor echtgenoot, maar zelf dronk ik het nooit.
Tot we een espressomachine kochten. Eigenlijk vooral voor echtgenoot. Want die werkte steeds meer vanuit huis en drinkt echt veel koffie. Hij is een echte programmeur, een machine waar je koffie ingooit en dan komt er code uit (oud IT grapje).
En toen bleek dat ik dat wel lust. Inmiddels drink ik dus wel koffie. Veel koffie zelfs. Want echtgenoot werkt nu helemaal vanuit huis en ik drink bijna altijd met hem mee. Toen ik eens een dag lang bijhield wat ik deed (voor een artikeltje) kwam ik erachter dat er echt regelmatig in mijn verhaal stond dat ik trek had in koffie, dat het tijd was voor koffie, of dat ik dankbaar van echtgenoot een kopje koffie in ontvangst nam. Ons apparaat staat heel wat keren per dag bonen te malen en stoom te persen. En ik vind het heerlijk. Inmiddels drink ik ook wel andere koffie, trouwens, maar echt lekker vind ik alleen espresso. Hoewel…
Ik moest eens een oudere mevrouw interviewen. Ze vroeg of ik koffie wilde. Ik had het koud en zei ja. Thee vind ik lekkerder, maar het kost meer tijd, vooral omdat ik het niet zo heet drink. De meeste mensen hebben tegenwoordig een Senseo, dat werkt snel en is best te drinken.
Maar deze mevrouw had geen koffiepads. En ook geen espressomachine. Ze had zelfs helemaal geen koffiezetapparaat. Ze zette koffie met de hand. Eerst kookte ze water in een keteltje en schonk dat voorzichtig op de koffie. De filterhouder moest van porselein zijn, vertelde ze me, plastic proef je. Ze nam er uitgebreid de tijd voor, maar dat was niet erg, want ze had veel te vertellen. We bespraken buitenlandse reizen, de tuin en de Italiaanse keuken. En we gingen veel dieper op haar fotografie in dan nodig was voor het interview. Maar dat maakte niet uit. Het was gezellig en leerzaam. En ik dronk daar de lekkerste koffie die ik ooit geproefd heb!
Categorie: persoonlijk
Soap
Ik heb geen televisie nodig om de nodige soapsituaties voorbij te zien komen. Ik maak gewoon een wandeling langs de vaart en de problemen vliegen me om de oren.
Er zijn een paar meisjes zwanger. Niet dat ze dat al aan de grote klok hangen, maar ik zie dat aan de manier waarop ze stiekem met een paar takjes in de snavel het riet in duiken. Daar wordt een nest gebouwd. Meestal zijn het waterkippetjes. Die nemen het blijkbaar niet zo nauw. Dat kun je aan hun nest al zien trouwens. Meestal een bij elkaar geraapt zootje, daar komt geen design bij te pas. Goede huisvrouwen zijn het ook niet, want tussen die slordige hoop takken zie ik regelmatig plastic tasjes of ander afval zitten.
Mevrouw Fuut is netjes getrouwd en zit parmantig in het zicht op haar nest. Toch kan ik zien dat bij haar de hormonen wat invloed hebben. Haar kuif zit namelijk danig in de war en manlief is even nergens te bekennen. Ik vermoed dat daar een heftige ruzie plaats gevonden heeft.
Bij de knobbelganzen speelt ook iets. Ook hier zit mevrouw steeds braaf op haar nest, maar meneer is ontzettend agressief. Iedere voorbijganger kan rekenen op een scheldkanonnade en een schijnaanval. Maar zeg nou zelf, als je niet wilt dat men naar je vrouw kijkt, is het misschien handig om dat nest ergens achter het riet te bouwen en niet op een open plek!
Bij de eenden is het helemaal een drama. Ik zie het al van verre, daar werd geknokt om eeuwenoude redenen. Een loslopende man die stookt in een goed huwelijk. Ik ben natuurlijk vurig voor de man die ik al dagen met dat vrouwtje rond zag zwemmen. Die jongen doet erg zijn best en jaagt die andere vent weg. Waarna zijn vrouw er vrolijk met de indringer vandoor gaat. Ik kijk ze verbijsterd na. Eigenlijk wil ik nog troostend iets zeggen tegen de achterblijver, maar die schudt zijn veren en kijkt al stoer naar een ander vrouwtje dat een paar meter verder op zwemt. Helaas is zij niet alleen, dus ik vermoed dat daar weer een relatie aan diggelen gaat. Maar voordat het zover kan komen, loop ik maar door.
Want eigenlijk hou ik eigenlijk helemaal niet van soapseries!
Papegaaien
Werkplek
Aquajoggen
Natuurlijk had ik ze weleens gezien. Dames met zwembandjes om die in het water onduidelijke en tamelijk lachwekkende dingen deden. En dan glimlachte ik superieur en ging fijn door met baantjes trekken. Want dat aquajoggen vond ik een bijzonder vreemde bezigheid. Ik zwom gewoon baantjes, vrij veel zelfs en dat was in ieder geval een stuk minder raar om te zien.
We slaan een paar jaar over, een paar jaar waarin mijn zelfstandige sportactiviteiten daalden tot een absoluut nulpunt. En de activiteiten van mijn schoonzus daalden al net zo hard. Daarom besloten wij maar samen te gaan sporten. Dat is beter, want dan moet je ingewikkelde smoezen gaan verzinnen als je te lui bent om te gaan. Wat ook weer te veel moeite is, dus meestal ga je dan maar gewoon. Zo werkt het bij mij in ieder geval wel.
Omdat schoonzus met haar rug tobt en ik met mijn knieën, besloten we te kiezen voor het zwembad. En hoewel we eensgezind een voorkeur hadden voor bbb-oefeningen op de kant, gevolgd door aerobics in het water, kwamen we vanwege tijdnood al snel terecht in het groepje dames (aangevuld met één of twee zeldzame heren) dat, jawel, aan aquajoggen doet.
Dus hijs ik mij op woensdagochtend tegenwoordig in zo’n vrolijk gekleurd zwembandje. Ik pak meestal een gele, maar dat is puur omdat ik dat een mooie kleur vind. Er zit geen verschil tussen de blauwe en de gele en de rode. Dat zou trouwens wel gemakkelijk zijn, want ik pak altijd een bandje dat eerst gedragen is door iemand die veel slanker is of juist veel dikker. En dat ding mag niet te strak, dat lijkt me logisch, maar te los is ook niet handig. Ik zit regelmatig met dat hele geval onder mijn oksels en dat jogt niet erg lekker. Ook moet je dat ding niet verkeerd om vastmaken. Dan raak je volledig uit evenwicht. Het is dus even oppassen geblazen.
Als de boel goed zit is het verder simpel. Je gaat het water in en maakt loopbewegingen. En als je dat goed doet, kom je nog vooruit ook. Ik doe dat dus niet echt heel goed. Als wij rondjes moeten joggen, word ik steevast ingehaald. Ik kan wel vooruit, want bij oefeningen op de plaats oefen ik mezelf het hele bad door. Het is vast een lachwekkend gezicht. Maar het is ook ontzettend leuk om te doen, dus volgende week ga ik dus gewoon weer.
Vrijheid
Je eerste auto is heel bijzonder. Dat schijnt iets te maken te hebben met het gevoel van vrijheid dat je erdoor krijgt. Ik heb hem nog. Dat is niet zo gek, want ik kreeg hem pas drie jaar geleden, toen ik na zes keer afrijden eindelijk slaagde voor mijn rijexamen.
Ik mocht hem zelf uitzoeken. Aangezien ik bijna altijd stadsverkeer rijd, koos ik voor een zuinige kleine (ook omdat ik niet echt een held in parkeren ben, maar dat vertellen we er gewoon niet bij). Drie jaar lang reed ik volmaakt tevreden rond in mijn eigen lila wagentje, dat altijd trouw op de oprit stond te wachten tot ik hem nodig had. Wat een vrijheid!
Toen werden er twee dochters achttien. Ze zakten allebei de eerste keer. Ze zakten ook allebei de tweede keer. En toen was er nog maar één dochter die geld had om verder te lessen. Naarmate de examendatum vorderde kreeg ze steeds meer zelfvertrouwen Ondertussen hinkte ik voortdurend op twee gedachten. Ik gunde het haar van harte, want ik weet hoe heerlijk het is om een rijbewijs te hebben. Die vrijheid, die onafhankelijkheid, die wil je je kind niet ontzeggen. Maar ik wist ook wat me te wachten stond als ze wel zou slagen.
Twee weken geleden kwam ze juichend thuis. Geslaagd. Ik was oprecht blij voor haar en reed haar naar het gemeentehuis om direct dat rijbewijs aan te vragen. Maar ik was toch niet helemaal teleurgesteld toen het computersysteem de hik bleek te hebben, zodat we een week later terug moesten komen. En het kwam me eigenlijk wel goed uit dat de paasdagen er ook nog tussen kwamen.
Maar gisteren lag dan eindelijk het roze kaartje voor haar klaar. Ik reed naar het gemeentehuis en zij reed terug. En daarna maakte ze in haar eentje een oefenrondje. ’s Middags reed ze nog even langs haar werk om een collega iets te vragen en ’s avonds bracht ze haar zus naar ballet en haalde haar ook weer op. Helemaal trots en stralend. En ik ben ook heel trots en stralend. Maar het blijft een raar gevoel dat haar eerste auto ook de mijne is. Daar gaat mijn vrijheid. De wijde wereld in, met mijn dochter achter het stuur…
Zuid Afrika (10)
Als afsluiting van de serie Zuid Afrika verhalen (aanstaande donderdag begin ik weer met de normale wekelijkse stukjes) wil ik nog even vertellen over de terugreis. Die ging natuurlijk ook niet helemaal volgens plan.
Een paar dagen voor het einde van de reis, kreeg iemand uit de groep een sms’je waarin ons werd medegedeeld dat het kabinet gevallen was. Dat is een heel rare gewaarwording, als je daar tussen de bergen rijdt, met een portie struisvogelroerei achter de kiezen. Toch waren we wel nieuwsgierig waarover het kabinet deze keer gestruikeld was, dus gebruikte echtgenoot zijn internet telefoon om dat op te zoeken. En stuitte vervolgens op berichten over vliegtuigstakingen.
Na wat heen en weer gebel kwamen we erachter dat onze vlucht van Kaapstad naar Frankfurt nog gewoon op de lijst stond. Die van Frankfurt naar Amsterdam was geschrapt. De dame achter de incheckbalie meldde ons dat wij een ticket naar Frankfurt hadden. Ik vond het best, als ik maar weer in Europa zat, kwam het wel goed, dacht ik. Maar echtgenoot dacht er anders over. Zoals die dame het uitdrukte hadden ze namelijk gewoon het laatste deel van de reis geschrapt. Dus vertelde hij de dame achter het loket dat hij naar Amsterdam wilde en dat ze maar moest zorgen dat het geregeld werd. De dame verdween, met zijn paspoort. Het mijne liet ze liggen. Na een kwartier kwam de dame terug. Met een nieuw ticket voor echtgenoot. Een KLM vlucht naar Amsterdam, die de volgende ochtend zou vertrekken. Ik vroeg: “En ik dan? Ik wil ook naar Amsterdam.”
“Dan moet u zelf een ticket gaan regelen”, was het antwoord. “Maar ik weet niet of dat lukt, want er zijn maar een beperkt aantal plaatsen.”
Toen schijn ik nogal uitgevallen te zijn (ik weet daar zelf amper meer iets van, zo moe en ziek was ik). Ik was woest dat zo’n mens niet snapte dat je twee paspoorten en twee tickets neerlegt, twee koffers op de band legt en dus met z’n tweeën naar huis wil! Ik zag me al in mijn eentje in Frankfurt ronddwalen. Uiteindelijk bleek dat we in Frankfurt op vertoon van de andere tickets een treinkaartje naar Amsterdam konden krijgen. Had dat dan meteen gezegd!
Voor we Zuid Afrika verlieten moest ik nog even wat geld uitgeven. We hadden nog een paar honderd rand over, ongeveer dertig euro. Te weinig om terug te wisselen, teveel om in een plakboek te bewaren. Mijn kleingeld had ik al aan een straatmuzikant gegeven, maar op het vliegveld zag ik niemand die het kon gebruiken. Dus wilde ik iets kopen. En dat viel niet mee. Ik heb alle taxfree winkels bekeken, maar er was niets dat me beviel. Dus bleef ik met die driehonderdveertig rand zitten.
Vlak voor ons vliegtuig vertrok zat ik me een beetje te vervelen (en me op te vreten omdat niemand wilde geloven dat we bij de verkeerde gate zaten). Ineens zei ik tegen echtgenoot: “Ik ga gewoon die winkel in en koop het stomste dat ik kan vinden.”
In de giftshop vond ik al gauw een gekke porseleinen olifant in felle kleuren. Ik geef toe, de porseleinen dikke dame die er onderstond was nog stommer, maar die rare olifant leek me ook een goed idioot souvenir. Terwijl ik in de lange rij bij de kassa stond, begon ik hem echter steeds leuker te vinden. In het vliegtuig (dat we maar net haalden omdat we inderdaad bij de verkeerde gate zaten) en in de trein heb ik er goed opgelet, want ik was doodsbang dat hij zou breken.
En nu staat hij op de haard en iedere keer als ik er naar kijk moet ik glimlachen. Het is echt een passende gekke herinnering aan een heel speciale reis!
(foto van de olifant vind je hier)
Zuid Afrika (9)
Onze reis eindigde, zoals ik al eerder vertelde, in Kaapstad. Wat een cultuurshock was dat! De dag voor we daar arriveerden, reden we nog door open velden en berggebieden. De laatste overnachting voor Kaapstad was op een prachtige boerderij met allemaal losse huisjes in plaats van kamers, waar echtgenoot en ik ondergebracht waren in de bruidssuite. Die was dus nog eens extra ruim en comfortabel. De lucht was er heerlijk schoon en we werden wakker van het gefluit van de vogels die in de bomen om het huisje heen zaten. Maar in Kaapstad werden we afgezet bij een hotel midden in de stad. Acht verdiepingen, kleine kamers, geen airco en veel herrie. Ook werden we gewaarschuwd na zonsondergang niet meer lopend de straat op te gaan. Te gevaarlijk. We konden wel uitgaan, maar dan moesten we een taxi nemen naar de sjieke uitgaanswijk Waterfront.
Natuurlijk waren echtgenoot en ik eigenwijs. Niet dat we na zonsondergang zijn gaan wandelen, maar we zijn voor het donker werd lopend naar Waterfront gegaan. Geen prettige wandeling. Op het allergrootste kruispunt waren de stoplichten kapot en we zijn met gevaar voor eigen leven rennend overgestoken. Niet dat het bij werkende stoplichten zo veilig was. Daar viel op een bordje te lezen hoe het werkte: “Druk knoppie, wagt op groen ligt, vinnig oorlope.”
En je moest inderdaad heel vinnig (snel) overlopen, want het licht ging al weer op rood voor je halverwege was. Waterfront was niet echt ons soort vertier. Ik heb nog nooit zoveel restaurants bij elkaar gezien, maar een mens kan nu eenmaal maar één maaltijd tegelijk naar binnenwerken. En de prijzen in de winkels lagen zover boven ons budget, dat het niet eens leuk was om rond te kijken.
Gelukkig hoefden we er geen twee dagen rond te brengen. Op onze laatste hele dag maakten we nog een prachtige busrit naar Kaap de Goede Hoop. Het waaide ontzettend, maar het was heerlijk om even die stad uit te zijn. We zagen daar ook onze laatste wilde dieren. Pinguïns. Nooit geweten dat er Afrikaanse pinguïns bestonden, maar er zat daar een hele kolonie. Het was wel jammer dat er inmiddels een hek omheen stond en dat er entree betaald moest worden, maar die dieren zitten daar niet gevangen. Ze hebben zich daar zelf gevestigd, jaren geleden, en die hekken zijn om zowel de toeristen en strandgasten als de beesten zelf te beschermen.
Het allerlaatste diner was ook heel bijzonder. Onze gids had plaatsen gereserveerd in het restaurant van het Ritz-hotel. Dat zit op de 21e verdieping van het enorm hoge gebouw en draait in 90 minuten een volledige cirkel, zodat je heel Kaapstad en omgeving kunt zien terwijl je eet.
Het was fijn geweest als dat het afscheid van Zuid Afrika was geweest. Maar helaas. De volgende dag hoefden we pas om half vier op het vliegveld te zijn. En omdat onze dagtrip naar Robben Island niet doorging vanwege de ruwe oceaan, en vervangen werd door een veel korter boottochtje, moesten we nog uren doorbrengen tussen de restaurants en de dure winkels. Jammer. Maar dat boottochtje was wel leuk. Langs de kust, waar het water rustiger was, maar waar je toch het idee had dat je werkelijk aan het varen was. Men beweert een zwaardvis, dolfijnen en pinguins gezien te hebben, maar die heb ik gemist. Ik heb gewoon genoten van het water en de zon, die we al gauw zouden moeten missen. En van het uitzicht op De Tafelberg, die speciaal voor ons nog even uit de wolken opdook. Dat voelde toch wel als een waardige afsluiting van onze reis.
Zuid Afrika (8)
Er was één avond tijdens die reis, die ons altijd bij zal blijven. We overnachtten in een hotel zonder restaurant, dat in een veilig gebied lag. We mochten dus zelf op zoek naar een gezellig restaurant. Met twee anderen gingen we naar een leuk visrestaurant. Echtgenoot en ik vonden op de kaart een gerecht voor twee personen, de Neptunusschotel. Dat leek ons wel wat. Linefish (geen idee hoe dat in het nederlands heet), inktvis, mosselen en drie soorten garnalen. Het meisje dat onze bestelling opnam keek geschrokken toen we zeiden dat we dat wel wilden hebben. De prijs schreef ze op haar boekje en liet ze ons stiekem zien. Ja, dat was veel. Voor afrikaanse begrippen. Maar voor zoveel vis vonden wij het een mooie prijs. We bestelden dus de Neptunusschotel. Tien minuten later kwam het meisje terug.
“Het is echt heel veel, hoor!”
We knikten. Geeft niet. Lijkt ons wel lekker. We vroegen nog eens: “Het is toch voor twee personen?”
Ja, dat was het. Nou, doe dan maar.
En toen kwam onze schotel. Dat was geen schotel, maar een compleet dienblad van dertig bij veertig centimeter, afgeladen met vis. Er lag echt een enorme berg op. We hebben ons klem gegeten, onze tafelgenoten, die braaf een enkel visje besteld hadden, hebben erg nog van meegegeten, maar het kwam met geen mogelijkheid op.
“Dat is niet zo gek”, zei het meisje “de meeste mensen bestellen dit met z’n vieren.”
Ja, had dat dan gezegd! Of we een doggybag mee wilden nemen. Eh, naar het hotel en daarna in de bus? Doe maar niet. Dat vond ze zonde. Dus zeiden we: “neem het zelf maar mee.” Eigenlijk als grapje, maar het kind was er dolgelukkig mee. Dat was even een confrontatie met de armoede, die daar, in Santa Lucia, redelijk verborgen was.
Het was in dat restaurant sowieso niet helemaal geweldig geregeld. We wilden namelijk een flesje wijn bestellen met z’n vieren. Onze medereizigster koos een lekkere wijn uit. Het meisje liep weg en kwam met een verontschuldigend gezicht terug.
“Die is op.”
De medereizigster koos een andere wijn uit. Het meisje weer weg en meteen weer terug.
Ja, u raadt het al.
“Die is ook op.”
Waarna de medereizigster maar even meeliep naar de tafel waar de wel aanwezige wijnen stonden uitgestald en er daar ter plekke eentje uitkoos.
Het was een heerlijk wijntje. De avond duurde lang (het eten raakte immers maar niet op) en we waren gezellig aan de klets. Dus wilden we nog wel een fles. Dezelfde wijn.
Het meisje kwam terug met een droevig gezicht. Ze hoefde het niet eens te zeggen. Gierend van de lach riepen we in koor: “Die is op!”
Zuid Afrika (7)
Als je op vakantie gaat naar een ver land, weet je natuurlijk nooit wat je te wachten staat op het gebied van eten. Echtgenoot en ik zijn ook op dat gebied vrij avontuurlijk ingesteld. We proberen zelfs in een normaal Nederlands restaurant het liefst iets wat we niet kennen. We waren dus erg benieuwd wat we zo ver van huis te eten zouden krijgen.
Gelukkig was onze gids een type dat ook van erg lekker eten hield, al zag je dat er niet van af. Ze was niet zo heel jong meer, maar prachtig slank. Toch vond ze het een sport om ons kennis te laten maken met allerlei speciale gerechten. Zo hebben we bij de koffie beskuit (een soort droge koekjes) op, maar ook koeksisters (echt mierzoet) en melktaart (een taartbodem met iets dat lijkt op de vulling van tompoezen).
Ook de lunch begon meteen allereerste dag al goed. Voor de lunch gingen we van de grote weg af en reden naar een mooie boerderij. Daar kregen we boboti geserveerd. Afrikaanser kan bijna niet, maar het was echt ontzettend lekker. Dit was boboti van “bees” oftewel rund. Veel later aten we nog eens boboti, maar toen van struisvogel. Persoonlijk vind ik rund lekkerder.
Struisvogel is wel heel gezond, want het is vet- en cholesterolarm. Maar ja, smaak is ook belangrijk. We hebben ook struisvogelei op bij het ontbijt. Niet gekookt natuurlijk, zo’n ding is enorm, maar roerei. We hadden met zijn allen genoeg aan één enkel struisvogelei. Maar echt geweldig vond ik het niet smaken.
In alle hotels was er Engels ontbijt verkrijgbaar. Mijn magere man, die bovendien in het bezit is van een ijzeren maag, heeft daar enorm van genoten. Iedere ochtend gebakken eieren en spek. Dat was wel even wennen toen hij weer thuis was!
Zelf heb ik vooral genoten van het fruit. Heerlijke ananas en mango lag er namelijk ook iedere ochtend bij. Soms zelfs aardbeien. En ’s avonds als toetje weer. Daar maak je mij erg blij mee.
Wat hebben we nog meer gegeten? Als het op de kaart stond, kozen we vooral voor inheemse beesten als springbok, kudu, antilope en krokodil. Dat wil je toch een keer geproefd hebben tenslotte.
Dat laatste smaakt trouwens niet zo heel bijzonder. Het zit qua structuur een beetje tussen vis en kip in en het heeft weinig smaak. Maar het is wel leuk om het een keer gegeten te hebben.
Veel gewoner, maar ook erg lekker, waren de hamburgers. Die zijn daar echt enorm lekker. Niet als je ze bij een Wimpy’s of zoiets koopt, natuurlijk, maar wel bij de wat betere restaurantjes.
In de gebieden aan de kust was er heel veel vis verkrijgbaar. Daar ben ik dol op. Over één zo’n visrestaurant kan ik een heel stukje vol schrijven, maar dan wordt dit stukje onleesbaar lang, dus dat verhaal bewaar ik nog even.