Na de bergen van de binnenlanden en de savanne in de wildparken was het tijd voor de oceaan. Het laatste deel van onze reis voerde ons honderden kilometers langs de kust van de Indische oceaan. Nu was ik geneigd te denken dat een oceaan en een zee toch ongeveer hetzelfde zijn. Zout water en golven, tenslotte. In beide gevallen. Nou, dat dacht ik verkeerd.
De oceaan is op alle fronten veel en veel meer dan de Noordzee. In East London, waar het heel toepasselijk koud en regenachtig was, sliepen we in een hotel vlak bij de oceaan. Echt heel dichtbij, je liep de voordeur uit, stak de straat over en daar was het. Geen strand, alleen maar rotsen en golven.
Wat mij direct opviel, was dat de oceaan zoveel meer herrie maakt dan de zee. De golven zijn hoger, maar het geraas van het water klinkt ook veel luider. Niet dat ik daar last van had, integendeel. We hebben die nacht heerlijk geslapen, met het raam wijd open.
Twee dagen later waren we in Wilderness. Ook vlak aan de oceaan. En nu wel met een strand. We arriveerden daar vrij vroeg in de middag, zodat we ook nog tijd hadden om daarvan te genieten. We begonnen voorzichtig in het zwembad, want wij zijn niet van die natuurwaterzwemmers. Het zwembadwater was koud. Erg koud, het duurde even voor we erdoor waren. Toen we het zwembad wel zo’n beetje gezien hadden, besloten we nog even op het strand te gaan kijken. Daarvoor moest je wel een trap af. Ook dit doet de oceaan wat heftiger dan de Noordzee. Ik ben vergeten de treden te tellen, maar het was zeker drie keer zo hoog als de trappen die ik ken van Schouwen. Het was dan ook hoog genoeg om te paragliden. We zagen een aantal jonge mannen die met zo’n langwerpige parachute van die rand afsprongen en dan met een grote bocht weer terugkwamen vliegen. Het was alleen een beetje sneu voor die jongens als ze dat ding niet hoog konden houden en op het strand terecht kwamen, want dan moesten ze met die hele parachute de trap weer op.
Wij klommen al die treden naar beneden. Van dichtbij zag de oceaan er erg aantrekkelijk uit. Voorzichtig staken we onze voeten in het water. En dat bleek warmer te zijn dan dat zwembad. Die warme golfstroom voel je toch echt.
We liepen verder het water in en hebben enorm genoten van de kracht van de golven. Dat is lastig te omschrijven, maar als je bedenkt dat ik met mijn vrij zware lichaam omver geduwd en zelfs meegesleurd (richting het strand, want anders hadden we eruit gegaan) werd, kun je je misschien voorstellen hoeveel kracht daar in die golven zit. Echt zwemmen lukte dan ook niet, maar het was een geweldige ervaring. Het was gewoon spelen in de golven, zoals ik dat deed als kind in de Noordzee, maar dan met die enorme oerkracht van de oceaan. Na afloop voelden we ons helemaal schoongespoeld, zowel letterlijk als figuurlijk. Voor mij staat deze middag hoog op de lijst met “geweldige ervaringen”!
Categorie: persoonlijk
Zuid Afrika (5)
Om heel eerlijk te zijn, zou ik iedereen aanraden de reis die wij maakten, om te draaien. Onze reis eindigde in het vrij westerse en ontwikkelde Kaapstad, en begon in een gebied dat veel meer “echt” Afrika was. Andersom lijkt me boeiender.
In de omgeving van Swaziland en Kwazulu Natal zie je nog veel traditionele dorpjes. Daarbij moet je wel even de lemenhutjes met strooien daken, die wij automatisch voor ons zien bij de woorden traditioneel en Afrikaans, uit je hoofd zetten. Heel af en toe zie je er nog een paar, maar de meeste “swartmensen”, zijn toch inmiddels iets verder ontwikkeld. De lemen muren zijn vervangen door modernere bouwstenen en vaak zijn de huisjes ook niet rond meer, maar vierkant. De rieten daken worden zo langzamerhand vervangen door golfplaten. Onze reisleidster merkte op dat dat niet zo heel slim is, want een strooien dak is veel koeler. Maar de metalen golfplaten zijn een soort statussymbool geworden, dus wie het kan betalen heeft ze.
De opzet van de woongroepen is vaak nog wel heel traditioneel. Per familie staan er een paar huisjes, want iedere vrouw heeft haar eigen woning. Iedere vrouw, inderdaad. Polygamie is daar namelijk heel normaal. In het vliegtuig op de heenweg lazen we een krantenartikel waarin vermeld werd dat de president een kind had van een andere vrouw dan zijn drie officiële vrouwen. Daar hebben wij ons wel even over verbaasd. Heb je er drie, mag je er nog meer, en dan nog ga je buiten het huwelijk om… Maar ja, vrouwen zijn duur. Misschien was dat het probleem. Voor een prinses betaal je al gauw een paar honderd koeien. Een verhaal dat aan één van onze medereizigsters de opmerking ontlokte dat zij dan ook een prinses was. Want, zei de ruim zeventig jarige boerin uit Noord-Holland, zij had wel vijfhonderd koeien in het bedrijf gebracht toen ze met haar Piet trouwde.
Af en toe zag je dat een familie zich had laten inspireren door de westerse manier van leven. Dan waren er een paar huisjes samen gevoegd tot één groter huis. Vaak met de deuren nog aan de buitenkant, maar heel af en toe was het een enkel groter huis, waar dan blijkbaar iedere vrouw haar eigen kamer had.
De oorsprong van het hebben van meerdere vrouwen is trouwens vrij simpel. Er werd “in vroegere jaren” (een uitdrukking van onze reisleidster, die zowel op tien jaar geleden als op de prehistorie kon duiden) ontzettend veel oorlog gevoerd, zowel tussen de zwarten onderling als tegen de blanken die zich in het land wilden vestigen. De mannen waren dus veel weg. En dan is het toch erg handig de taken thuis -de het bijhouden van het maïsveld, het verzorgen van het vee, dat soort dingen- te kunnen verdelen over meerdere vrouwen. En die man was toch weg, dus daar hoefde dan ook niet over geruzied te worden…
Zuid Afrika (4)
Ondanks de vreselijke tocht van de vorige avond, stapten echtgenoot en ik, samen met een paar groepsgenoten, de volgende ochtend alweer in een jeep die ons over de Sanipas zou voeren, naar het koninkrijkje Lesotho. Dat is vanaf die kant alleen met een 4×4 auto te bereiken, dus dat zegt wel wat over de begaanbaarheid. We hebben er wel een simpel bestelbusje hebben zien rijden, maar die haalde het maar net. Toen wij vroegen waarom ze dan met zo’n busje de pas over wilden, zei de gids laconiek: “Ze hebben het geld nodig, het is een taxi bedrijf.”
Bij de grens zagen we zo’n busje stoppen en toen bleken er zeker een stuk of twintig mensen in te zitten. Veel meer dan er officieel inpassen. Dat zie je in heel Zuid Afrika. Als het past dan mag het, blijkbaar.
Zowel in Swaziland als in Lesotho nemen ze hun grenzen erg serieus. Eerst moet je in de rij om een stempel te krijgen waarmee je Zuid Afrika mag verlaten, vervolgens moet je te voet het hek door om daarna weer in de rij te gaan staan voor een stempel om Swaziland in te mogen. Om Lesotho in te mogen moet je tussen die twee hekken nog even de Sanipas oversteken. Wij vonden de weg naar de pas al best heftig, maar dat was nog maar een voorproefje. De pas zelf is enorm steil en je hobbelt acht kilometer lang over rotsblokken. Eigenlijk is er gewoon geen weg. Toch ben ik geen moment bang geweest. Zelfs niet toen we de “Whisky Bocht” voorbij waren. Die bocht heet zo, omdat je om verder te gaan, of heel dapper moet zijn, of een flink glas whisky moet drinken. Gelukkig schaarde onze chaufferende gids zichzelf onder de eerste noemer.
Veel hebben we van Lesotho niet gezien. Na veel geschud en gerammel arriveerden we op een hoogvlakte, waar een paar traditionele huisjes stonden. Ik heb me daar vooral vermaakt met het kijken naar een groepje kinderen. Drie broertjes speelden met een kruiwagen. Erin klimmen, proberen te rijden, gevaarlijk maar leuk. Nadat vader, net als de kinderen gekleed in een combinatie van verschoten westerse kleding en traditionele dekens, daar een stokje voor gestoken had, begonnen ze in een hoekje een beetje te klieren, tot hun “grote” (ik schat een jaar of zeven) zus erbij kwam. Ik heb een prachtige foto van het kind, armen in de zij en aan haar gezicht is te zien dat ze de broertjes flink de les aan het lezen was. Die had, zo jong als ze was, stevig de wind eronder.
Een stel jongemannen maakte muziek. De één zong een ritmisch lied en de ander speelde op een instrument dat niet meer was dan een oud olieblik met een paar snaren. Maar de klank was mooi, net als een viool in Ierse muziek.
Na een lunch in de hoogste pub van heel Afrika, hobbelden we weer naar beneden. En besloten de dag voor de verandering nu eens met een lekke band, maar toen reden we gelukkig al weer op een veilige asfaltweg…
Zuid Afrika (3)
Ik zou natuurlijk verder kunnen gaan met het beschrijven van wat we iedere dag gedaan hebben en zo een keurig chronologisch reisverslag kunnen maken. Maar daar ben ik te chaotisch voor. Dus ga ik vanaf nu heerlijk van de hak op de tak. U bent gewaarschuwd.
Hoewel de meeste wilde dieren in Zuid Afrika natuurlijk net niet helemaal wild waren (ze leven in grote, maar afgeschermde gebieden) was het zien van die dieren voor mij toch één van de hoogtepunten van onze reis. We maakten een boottocht over de Santa Lucia Wetlands, waar we vooral nijlpaarden zagen. Heel veel nijlpaarden en een enkele krokodil. En dezelfde dag maakten we ook nog een tocht door het Hluhluwe Umfolozi Park, waar we een neushoorn van heel dichtbij zagen.
Het allerleukst vond ik de aanvaring met een kwade olifant. We zaten toen alweer in de bus, niet meer in de jeeps. In de struiken zagen we een drietal olifanten. Vermoedelijk waren dat twee vrouwtjes, waarbij de derde, een jong mannetje, net een blauwtje gelopen had. Hij was dus al niet in een goed humeur en toen hij onze enorme rode touringcar in het oog kreeg werd hij echt kwaad. Dat is een prachtig gezicht. Zijn oren flapperden en hij trompetterde zelfs een paar keer. Ik had nog wel langer willen kijken, maar onze gids vond het gevaarlijk worden en spoorde de chauffeur aan om snel door te rijden. Als een olifant zich met geweld tegen zo’n bijna lege (want de bagage en een deel van de groep hadden we in het hotel achtergelaten) bus knalt, is er een grote kans dat het hele geval omrolt. En dat was natuurlijk niet de bedoeling.
Waarmee ik direct een bruggetje kan maken naar een andere dag waarop de bus helemaal geen olifant nodig had om kapot te gaan. We hadden heerlijk geluncht langs het strand in Durban, maar toen we terug kwamen wilde de bus niet starten. Dus moesten we wachten op een monteur en in die tijd mochten we niet terug naar het strand, want onze reisleidster had natuurlijk geen idee hoe lang het ging duren voor we weer gingen rijden. We hebben ons dus in de buurt van de bus vier uur lang stierlijk verveeld.
Er was wel even wat afleiding toen een paar mannelijke medereizigers, die op een paar vierkante meter gras onder een boom een dutje wilden doen, door de politie verjaagd werden. En er was ook nog een mevrouw die de vrouwen van onze groep onverstaanbaar en zwaar onder invloed van het een of ander bleef lastig vallen, terwijl haar metgezellin de mannen probeerde te verleiden tot een heel ander soort afleiding. Maar verder was het erg saai.
Uiteindelijk kwam er een vervangende bus en leek het leed geleden. Dat viel tegen, want wat een mooie rit door de indrukwekkende Drakensbergen had moeten worden, werd een doodenge tocht in het pikkedonker en in dichte mist. Allesbehalve saai, dat wel, maar toch slaakten we een zeventwintigstemmige zucht van opluchting toen we heelhuids bij het hotel arriveerden…
Zuid Afrika (2)
“Na aankomst in Johannesburg rijden we richting Mpumalanga. Onderweg hebben we nog een lunch, waarna we inchecken in het hotel. U heeft de tijd om bij te komen van de reis.” Dat stond in de reisbeschrijving. En omdat ik niet zo bijdehand was om op de kaart te kijken hoever Mpumalanga van Johannesburg is, verwachtte ik een korte rit. Wat ik ook wel nodig had na een doorwaakte nacht in het vliegtuig.
Helaas bleek de rit toch nog zo’n 300 kilometer te zijn, waarvan een deel door de bergen, waar een touringcar nu eenmaal niet de honderd haalt. We waren dus de hele dag onderweg. Ik was doodop toen we om zes uur bij het hotel aankwamen. Daar hadden we helemaal geen tijd om bij te komen, want we moesten om half acht klaar zijn voor het diner. Dat klinkt als zeeën van tijd, maar het was zo om.
En lekker lang slapen was er ook niet bij. De volgende ochtend werden we om half vijf gewekt en om vijf uur zou de bus vertrekken. Ja ja, echt heerlijk uitrusten op deze manier…
Maar het was het wel waard. We moesten zo vroeg weg omdat we naar het Krugerpark gingen. En je ziet nu eenmaal de meeste dieren als het nog niet zo heet is. De groep werd verdeeld over een aantal open jeeps en daar gingen we. Het duurde niet lang voor we een paar impala’s zagen. De gids stopte, maar zei lakoniek: “We hebben er zoveel van, die zie je overal.”
Toch maakten wij enthousiast foto’s, want het was nu eenmaal het eerste dier dat we zagen. De gids had trouwens wel gelijk, want aan het eind van de dag keek er bijna niemand meer op of om als er impala’s langs de weg stonden. Wat jammer was, want het zijn toch echt prachtige dieren.
We hadden geluk en zagen niet alleen twee keer een olifant van dichtbij, maar ook een giraf. Vanuit de verte zagen we neushoorns, buffels, waterbokken, nijlpaarden, kudu’s, gieren en verschillende fel gekleurde vogels waarvan ik de namen niet weet. Leeuwen en luipaarden hebben we helaas niet gezien.
Hoe moe ik ook was, ik genoot. En ontspannend was het ook. Want wat is er nu ontspannender dan achter in een auto zitten en niets anders te doen hebben dan kijken of je ergens een olifant tussen de struiken ziet? Geloof me, je knapt ervan op!
Zuid-Afrika :: De Kaap
Zuid-Afrika (1)
Als ik vertel dat ik een paar weken in Zuid-Afrika was, dan zijn de reacties steevast vol verwachting. Vertel, vertel! Alsof men van mij verwacht dat ik daar op een wonderbaarlijke manier terecht kwam en geweldige avonturen beleefd heb. Ik zou bijna denken: helaas niet.
De waarheid is zoveel simpeler. Echtgenoot en ik besloten vlak voor de jaarwisseling dat we dringend op vakantie wilden. In februari, want dan had hij tijd en ergens waar de zon scheen, want daar hadden we heel erg behoefte aan. We hebben eerst bekeken of het mogelijk was om net als tien jaar geleden een paar weken met een camper door Australië te gaan trekken, maar dat werd toch een beetje erg kostbaar. We dachten nog even over een resort ergens ver weg, maar weten dat we ons na twee dagen strand al vervelen en daar rust je ook niet van uit.
Toen kwam er een krantje met reisaanbiedingen. En daarin stond een rondreis in Zuid-Afrika. En precies die dag zei een kennis tegen echtgenoot dat Zuid-Afrika misschien wel iets voor ons was, wegens zomer en nauwelijks tijdverschil.
We hebben er eigenlijk niet echt over nagedacht. Het is absoluut geen land dat hoog op mijn verlanglijstje stond, maar de beschrijving sprak ons wel aan en de prijs viel mee. Dus boekten we. En dat was dat.
Van tevoren hadden we nauwelijks een idee waar we aan begonnen. Ik bedacht nog net op tijd dat we misschien inentingen en malariapillen nodig hadden, maar verder vertrokken we totaal blanco. Geen reisgidsen geraadpleegd, dat leek me niet nodig als ik toch niet zelf kon beslissen waar ik wilde kijken. En ook de beschrijving niet heel zorgvuldig doorgelezen, want al die vreemde plaatsnamen zeiden me toch niets.
Wat we van een groepsreis moesten verwachten wisten we ook niet, want dit was de allereerste keer dat we dat deden. We gingen er wel van uit dat we de jongsten zouden zijn en dachten dat het tempo daarom niet zo hoog zou liggen. Precies wat we nodig hadden, een rustige vakantie waarin we toch nog iets zouden zien van de omgeving.
Zo stapten we dus volkomen onvoorbereid in het vliegtuig en arriveerden we na een lange reis in Johannesbrug, waar we kennismaakten met onze reisgenoten. Die op één na inderdaad allemaal heel wat ouder waren dan wij. Maar het bleek al snel dat we dat tempo toch wel een beetje verkeerd ingeschat hadden…