Geertrude blogt

Menu
  • Contact
  • Over mij
  • Privacy
Menu

Categorie: persoonlijk

Halloween

Geplaatst op 29/10/2009 door Geertrude Verweij

Ik heb echt wel een heel nuchtere Hollandse instelling en ik geloof absoluut niet in spoken, geesten en ander gespuis. Tenminste, normaal gesproken niet. Maar er is één dag in het jaar waarop ik ze overal tegenkom. En zeg nu niet dat ik me te veel laat beïnvloeden door mijn Amerikaanse weblogvrienden. Die zijn alleen maar druk met kostuums maken en met pompoenen uitsnijden en pompoensoep maken. Die hebben geen last van spoken.
Bij mij thuis wordt met Halloween het keukenspook wakker. Wat ik ook kook, het mislukt. Dat ligt echt niet aan het feit dat ik geen ervaring heb met pompoenen en ze ook niet echt lekker vind, maar wel precies op die ene dag altijd iets met pompoen wil klaarmaken, omdat ik vind dat het erbij hoort. Welnee. Het keukenspook zorgt ervoor dat ik de pitten meekook in de soep (2006), de boel laat aanbranden (2007), of een extreem melige pompoen te pakken heb (2008).
Het keukenspook is bevriend met het kastenspook. Da’s ook een lastige. Gooit alles door elkaar.
Neem nou mijn keukenkast. Ik zoek een bouillonblokje, krijg ik een blik bonen op mijn hoofd (pijnlijk) en een zak bloem (minder pijnlijk, maar geeft wel een stuk meer rommel). Niet te vinden. Tot ik op zoek ben naar de borrelnootjes natuurlijk, dan vallen de bouillonblokjes spontaan uit mijn kast. Meestal recht in een glas wijn. Ja, het kastenspook kan goed mikken.
En hij verplaatst zich ook razendsnel. Hij gaat in een enorme vaart door de kamers van de dochters. Daar ligt dan de inhoud van de alle kasten over de vloer. De dochters ruimen echt altijd alles op, zeggen ze, dus daar ligt het niet aan. Het kastenspook is trouwens wel vaker actief, maar dan stiekem, zodat ik de dochters er de schuld van geef. Maar met Halloween is het duidelijk dat we een kastenspook hebben.
Gelukkig kan ik er wel om lachen. Het is tenslotte ontzettend gezellig om in die lange periode tussen de zomervakantie en Sinterklaas een extra feestdag te hebben. Zo’n dag waarop je iets met pompoen probeert te koken en ’s avonds met het hele gezin een gezellige griezelfilm op televisie kijkt, met een schaal koekjes in de vorm van vleermuizen en spoken op tafel. Die lukken trouwens altijd wel. Het kastenspook heeft immers de bloem al uit de kast gemikt en het keukenspook houdt zich tijdens het bakken gedeisd als hij ook een paar koekjes krijgt.
Het is wat, zo’n stelletje plaaggeesten…

Technisch

Geplaatst op 22/10/2009 door Geertrude Verweij

Ik ben er een voorstander van dat vrouwen proberen zichzelf te redden, ook als het om klusjes gaat die je normaal gesproken af zou schuiven naar een mannelijk gezinslid of eventueel een ingehuurd exemplaar. Maar ik moet toegeven dat ik nu juist het type vrouw ben, dat er misschien beter aan zou doen om niet altijd zelf aan de slag te gaan.
Een paar weken geleden was mijn echtgenoot in een ver land aan het werk. Daar was het warm, maar hier moest toch eigenlijk de ketel wel eens bijgevuld en aangeschakeld worden. Dat had ik hem al zo vaak zien doen, dus pakte ik vrolijk de tuinslang en ging aan het werk.
Om het aansluiten gemakkelijk te maken heeft echtgenoot ooit zo’n tuinslangkoppelstuk aan de ketel bevestigd. Dus ik klikte hem eraan en begon te vullen. Alleen lukte dat niet zo erg. Ik kreeg de boel niet op druk. Of de drukmeter was kapot. Dat kon ook. Ik gaf het in ieder geval op, na een dag lang proberen.
Echtgenoot kwam thuis en zou wel even kijken. Bleek dat je wel heel handig kon koppelen, maar dat er toch nog iets losgedraaid moest worden met een tang. Anders kun je vullen tot je een ons weegt, maar het komt de ketel niet binnen.
Gisteren had ik weer zoiets. Echtgenoot zat iets minder ver weg, maar wel in Limburg. Ik draaide een nieuwe lamp in de badkamer in en toen deed het licht het helemaal niet meer. Draadje losgegaan. Ik ben twee uur aan het rommelen geweest om dat draadje weer op zijn plek te krijgen. Met een zaklamp tegen het plafond geplakt, met mijn hoofd in een rare hoek omdat ik anders niet kon zien wat ik deed en met een hoop gescheld, want ik kon nergens normaal bij. Uiteindelijk werkte het weer, maar echt stevig zat het niet. Ik vroeg me nog af hoe echtgenoot het ooit had aangesloten, want het was onmogelijk om er met een schroevendraaier bij te komen.
Ik had het moeten weten…
Echtgenoot kwam thuis, gaf een tikje tegen de lamp en de boel schoot weer los. Toen draaide hij de bol los en de lamp eruit. En vervolgens draaide hij ergens een ringetje los en demonteerde de rest van de lamp, waarna hij heel simpel de draadjes op de juiste plek vast kon zetten.
Tja. Erg technisch ben ik niet. Maar ik probeer het tenminste wel.

Griep

Geplaatst op 15/10/2009 door Geertrude Verweij

Ik sla een weekje over. Geen stukje deze keer. Het gaat even niet. Dat is vervelend. Ik schrijf toch al heel wat jaren dit soort stukjes en ik sla zelden een week over. Maar nu lukt het niet. Ik ben ziek.
Echgenoot kwam maandag ziek terug van een zakelijk reisje naar Turkije. Griep.
Als je dat aan mensen vertelt vragen ze: “Toch niet de mexicaanse griep?”
Maar er heerst maar één griep. Dus de kans is vrij groot dat hij de mexicaanse griep heeft. Die heet trouwens nu geen mexicaanse griep meer, maar Nieuwe Influenza. Dat zag ik toen ik gisteren op internet op zoek was naar informatie over de griep.
Typisch Nederlands, dit. Eerst was het de varkensgriep, maar dat vonden de varkensfokkers en de vleesindustrie niet fijn. Slecht voor de omzet. Niet dat je varkensgriep krijgt van het eten van varkensvlees, maar toch. Toen werd het mexicaanse griep. Maar dat is slecht voor de naam van Mexico. Ik denk dat reisorganisaties in opstand zijn gekomen. Dus nu is het Nieuwe Influenza.
Maar hoe het ook heet, het blijft een nare griep. Je wordt er niet doodziek van, tenzij je al andere dingen mankeert, maar dan nog. Hoesten, koorts, dikke ogen, volle holtes, gebrek aan eetlust. Echtgenoot is echt behoorlijk ziek geweest, maar begint langzaam op te knappen. En nu begin ik. Volle holtes. Koortsig gevoel, droge hoest. Alleen die eetlust, die is er nog, helaas.
Ik heb op die website gekeken wat je moest doen als je denkt dat je de griep hebt. Naar de huisarts? Tamiflu bestellen?
“Neem rust, blijf thuis”, zei de website die de overheid voor ons gemaakt heeft.
Alleen als je in de risicogroepen valt (dat zijn de mensen die jaarlijks ingeent worden tegen griep) moet je de dokter belllen. Wij zijn risicoloos. Dus nemen we rust en blijven we thuis. Heel simpel.
Tenminste, dat proberen ze je wijs te maken. Maar ondertussen werkt echtgenoot gewoon door met zijn laptop op de bank en zijn telefoon aan zijn oor. Want er zijn deadlines en urgente problemen die aandacht vragen.  En ik strompel een beetje door het huis, draai een paar wassen, ruim de ergste rommel op, help dochters met school- en andere probleempjes, flans een paar eenvoudige maaltijden in elkaar en schrijf stiekem toch nog bijna vierhonderd woorden om te vertellen waarom ik geen stukje schrijf…

Geknutsel

Geplaatst op 11/10/2009 door Geertrude Verweij

Herfst

Geplaatst op 08/10/2009 door Geertrude Verweij

Natuurlijk is het al oktober. De meteorologische herfst is al ruim een maand geleden begonnen. En ook de Equinox, de dag waarop de herfst volgens de zonnekalender echt begint, ligt al een paar weken achter ons.
Toch begint het nu pas langzaam tot me door te dringen. Mijn kersenboom begint blad te verliezen en de struik waarvan ik de naam niet kan onthouden begint mooi donkerrood te worden. In het bos zijn vast de paddenstoelen al weer volop te vinden.
Klinkt heel romantisch allemaal. Maar eigenlijk is er maar een ding waardoor ik zeker weet dat de zomer voorbij is en de herfst weer begonnen. Nee, wacht. Het zijn er twee.
Het eerste is het feit dat er hier in huis al weken gekucht, gesnuft, gesnotterd en geniest wordt. Geen Mexicaanse griep, hoor. Tenminste, dat denk ik niet. Want het is precies zoals ieder jaar. Snipverkouden, beetje grieperig, lichte koorts. Af en toe blijft er iemand thuis uit school, als het heel erg is. Ook dat gebeurt ieder jaar. Ik maak me daar geen zorgen over, want dan blijf ik aan de gang. In oktober en november draait men hier toerbeurten op dat gebied.
Nu is er eentje thuis waarbij de verkoudheid is op haar ogen geslagen. Ze kijkt me met kleine waterige oogjes aan en ik moet ze regelmatig schoonmaken omdat anders die mooie lange wimpers van haar aan elkaar vast plakken. Aan haar rode wangen kan ik zien dat ze nog steeds een beetje koorts heeft. Ik vind haar erg zielig, maar zelf twijfelt ze alweer of ze morgen naar school zal gaan, want ze heeft een toets. En ze vraagt of ze op de computer mag, want ze verveelt zich.
Die stapt dus morgen weer gewoon op de fiets. En dat brengt me bij het tweede punt waaraan ik kan zien dat de herfst begonnen is. De eeuwige strijd over de regenpakken. Die ze het liefst niet dragen (want het zit niet lekker en het staat ook niet erg modieus natuurlijk) en altijd vergeten mee te nemen, maar die wel hard nodig zijn. Die, als ze wel gebruikt worden, overal rondslingeren of op de gekste plaatsen druppelend opgehangen worden. Wat ik dan weer liever zie dan een keurig opgevouwen regenpak aan de kapstok, terwijl het bijbehorende kind met druipende kleren thuiskomt. Want dat zou wel eens een reden kunnen zijn voor al dat gesnotter…

In plaats van breien

Geplaatst op 07/10/2009 door Geertrude Verweij

… ben ik mijn favoriete boeken maar eens aan het herlezen. Ook fijn.

Stroomstoring

Geplaatst op 01/10/2009 door Geertrude Verweij

Niets zet me zo aan het nadenken over de voor- en nadelen van de moderne tijd als een stroomstoring. Ik kwam thuis van een afspraak en wilde even mijn mail lezen. Geen verbinding met internet. Ik ben niet zo heel technisch, maar weet wel dat ik dan naar de router moet kijken, of alle lampjes branden. Daar brandde geen enkel lampje. Stekker zat er wel in. Toen het lichtknopje geprobeerd. Geen licht. Stoppen nagekeken. Die waren goed. Een telefoontje naar de energiemaatschappij leerde me dat ons hele dorp en een stuk van de nabijgelegen stad zonder stroom zaten.
Daar zat ik. Geen mail, geen internet. Ik bedacht dan maar eens iets nuttigs te gaan doen. Stofzuigen, een was draaien, strijken. Oh. Dat ging niet. Ik opende de koelkast en deed hem snel weer dicht, zodat de kou er niet uitviel. Want de koelkast deed het natuurlijk ook niet. Ik zag nog wel dat ik eigenlijk dringend boodschappen moest doen. Maar daarvoor moest ik dan wel een flink eind rijden, want de supermarkt in het dorp is ook dicht als de stroom uitvalt.
Dat was het moment waarop ik me ging afvragen hoe erg we nu eigenlijk afhankelijk zijn van elektriciteit. Het antwoord was verontrustend. Zelfs als ik een houtkachel neerzet, de vloer gewoon met een bezem veeg en ga wassen in een teiltje, is het onmogelijk om zonder stroom te leven. De hele maatschappij raakt dan ontregeld. Winkels moeten sluiten want betalen is onmogelijk. Pinautomaten werken namelijk ook op stroom. En contant geld komt toch eerst uit zo’n automaat. Benzinepompen doen het ook niet zonder elektriciteit, evenals treinen, de metro en de tram.  Dus na een tijdje kunnen we geen van allen meer verder reizen dan we kunnen fietsen. En wie heeft er nog een analoge telefoon? Zo kan ik nog veel meer opnoemen. Ik kreeg het er benauwd van.
Gelukkig ging op dat moment spontaan het licht weer aan. Net op tijd om de televisie in te schakelen en te kijken hoe men zich in Het Kleine Huis op de Prairie prima redt zonder stroom.
Ja, ik weet best dat het leven toen absoluut niet gemakkelijk was. We zijn er echt wel op vooruit gegaan en ik hoef ook niet terug in de tijd. Maar het is wel griezelig dat onze maatschappij zo afhankelijk is van iets dat zomaar ineens weg kan zijn. Gelukkig denk ik daar alleen maar over na tijdens een stroomstoring…

Kleine dingen

Geplaatst op 17/09/2009 door Geertrude Verweij

Een paar dagen geleden keek ik televisie. Nu is dat niet zo verwonderlijk, want dat doe ik regelmatig. Ik doe dat ook regelmatig niet, trouwens, want ik vind het aanbod van programma’s vaak bedroevend slecht. Dan zet ik de televisie dus maar gewoon uit. Maar zo nu en dan vind ik het erg prettig  om televisie kijken. Ik vind dat het prettigst met een breiwerkje erbij. Dan heb ik het gevoel dat ik nog iets nuttigs doe, denk ik.
De laatste weken kom ik steeds uit op dezelfde zender en dezelfde programma’s. Zo’n zender met een vaste programmering. Je weet zonder in de gids te kijken al wat er komt. Dat is handig, maar eerlijk gezegd hoeft het van mij niet. Ik heb liever ouderwets eens per week mijn favoriete serie, niet iedere dag.
Er was een aflevering van “Scrubs” over hoe kleine dingen grote invloeden kunnen hebben. In dit geval een vlinder die landde op de flinke boezem van een jongedame in de wachtkamer. Een van de mannelijke hoofdpersonen keek daar naar en kreeg daardoor ruzie met zijn verloofde. Dat veroorzaakte weer andere problemen en uiteindelijk stierf er zelfs een patiënt.
Ik vond dit een mooi uitgangspunt. Want zo is het immers? Kleine dingen kunnen een enorme invloed hebben op je leven. Ik heb mijn man bijvoorbeeld ontmoet omdat ik een tijdschrift dat ik anders nooit zo grondig las, uit verveling nog eens doorbladerde. Ik zag een advertentie van iets waar ik wel naar toe wilde en daar was hij ook. Of ik hem ook ontmoet zou hebben als ik me die dag niet verveeld had, is nog maar de vraag.
Om dit te illustreren begon in de serie het hele verhaal opnieuw, maar nu landde de vlinder ergens anders. Ruzies werden voorkomen en het probleem van de patiënt werd op tijd ontdekt. Alles ging ineens helemaal goed.
Ik zei hardop en een tikje geërgerd dat het zo niet werkte. Zo zit het leven nu eenmaal niet in elkaar, al zou je dat wel willen. Als je heel jong bent, geloof je nog wel dat het kan. Ik wel, in ieder geval. Maar als je wat meer levenservaring hebt, weet je dat geluk en verdriet altijd hand in hand gaan en dat je aan sommige dingen gewoon niets kunt veranderen.
En blijkbaar wisten de schrijvers van de serie dat ook, want uiteindelijk stierf de patiënt toch…

Schrijfster

Geplaatst op 07/09/2009 door Geertrude Verweij

Als je mij vraagt wat mijn beroep is, noem ik altijd een hele rij bezigheden. Huisvrouw, boekhouder, verslaggeefster, fotografe. En dan ineens denk ik, oh ja, ik ben schrijfster. Dat zeg ik dan meestal maar gewoon niet. Want ik vind het nog steeds gek klinken, ondanks dat van mijn eerste roman inmiddels honderden exemplaren verkocht zijn en mijn tweede eind volgend jaar uit zal komen.
In april was ik op een lezing van Yvonne Keuls. Hoewel ik daar was in opdracht van mijn krant, en er dus een keurig algemeen stukje over geschreven heb, was ik persoonlijk vooral geïnteresseerd in wat ze zei over schrijven. Die dingen heb ik dan ook in een apart bestandje opgeslagen. Ik laat u even meelezen: “Het verhaal hangt in de lucht, in de tijd, net als een uitvinding. Als iets uitgevonden moet worden, dan wordt het ook uitgevonden op verschillende plaatsen in de wereld. Een verhaal zweeft ook in de lucht. Een schrijver moet dat oppakken. Maar het is wel hard werken. Ik ga iedere dag de trap op naar mijn werkkamer. Ik weet dan dat er iets gaat gebeuren, maar ik ben iedere dag weer benieuwd naar de pagina die ik ga schrijven. Ik weet gewoon, als ik ga zitten komt die pagina, maar ik weet niet wat er die dag komt. Dat is het spannende. Als ik eenmaal bezig ben, slaat mijn fantasie op hol.”
Het zou mooi zijn als ik kon zeggen dat het voor mij ook zo werkt. Gedeeltelijk wel. Dat van die fantasie die op hol slaat vooral. Als ik ergens aan begin, heb ik meestal geen idee waar het eindigt.
Zover begreep ik het dus volkomen. Maar die discipline om ook elke dag te gaan zitten en te kijken wat er ontstaat, die mis ik nog. Daarom voel ik me ook geen echte schrijfster, denk ik.
Mijn vaste schrijfplek is de bank in de huiskamer. Laptop op schoot, pot thee binnen handbereik. Soms, nou eigenlijk vaak, iets lekkers erbij, maar dat probeer ik af te leren, want anders groei ik net zo hard als het aantal woorden van mijn boek. Terwijl ik probeer dat verhaal te grijpen, draaien ondertussen de wasmachine en de droger, zie ik ineens dat de planten staan te verdrogen of staat het eten op in de keuken. En als echtgenoot en de dochters thuis zijn, hebben die natuurlijk ook aandacht nodig. Met andere woorden, ik laat me voortdurend afleiden.
Tenminste, zo gaat het op normale dagen. Soms slaat het ineens toe. Dan zit ik erin. Dan kan helemaal niets me meer van mijn verhaal afhouden en schrijf ik iedere minuut die ik vrij kan maken. Dan schieten die was en die planten en de rest er totaal bij in. Wat ook weer lastig is.
Nu vraag ik me af of ik het ooit zal leren, die discipline. Ik werk eraan, dat wel. Maar het valt niet mee. Misschien moet ik op vaste uren een briefje op mijn laptop hangen. Een briefje waarop staat: “Concentreer je, sufferd! Je bent schrijfster!”

Leerzaam

Geplaatst op 02/09/2009 door Geertrude Verweij

Mijn oudste dochters vinden het nog altijd erg fijn om in de huiskamer huiswerk te maken. Dus leer ik, nu de scholen zijn begonnen, ook meteen een hoop bij.
Vooral van de aanstaande schooljuf. Want die is al ijverig in haar taalboeken gedoken om straks cum laude te slagen voor de taaltoets. En zo word er hardop nagedacht over bijwoordelijke bepalingen, voorzetsel voorwerp en dat soort kreten. Dat is bij mij inmiddels heel ver weg gezakt. Ik gebruik al die dingen vast wel, maar ik had geen idee meer hoe dat allemaal heette.
Ondertussen is de andere dochter bezig een snor te maken voor het vak haarwerk. Want als je allround grimeur wordt moet je dat ook kunnen. Ze vind het maar lastig, want ieder haartje moet met een haakje door de tule getrokken worden en dan door het lusje. Ik riep dus opgewekt: “oh net als het knopen van een kleedje!” Waarop ik het misprijzende antwoord kreeg dat ook nog nooit gedaan had, dus daar had ze niets aan. Ze heeft gelukkig ruim de tijd, maar dat moet ook wel, want zo’n snor maak je niet in een middagje. En daarna mag ze nog bakkebaarden en een baard maken, dus voorlopig zitten we nog wel met die haren.
Inmiddels heeft de talende dochter door dat er bijvoeglijk bepalingen binnen bijvoeglijke bepalingen kunnen zitten. Huh?
Ik geloof dat ik nu maar even afhaak. De snorrende dochter is ook afgehaakt en is nu een kniples aan het voorbereiden. Dat is dus het andere uiteinde van het haarwerk. Jammer genoeg beginnen ze niet met deel waar de dochter en ik het meest naar uitkijken: het opsteken van lang haar. Het is de bedoeling dat ze stijlen en technieken uit verschillende tijden gaat leren. Lijkt mij geweldig. Dat is het einde van de uitzakkende vlecht die ik tegenwoordig bijna iedere dag in mijn haar draai. Nee, straks zal mijn hoofd keurig gekapt zijn met kunstige knotten of rollen. Ook is het uit met de slordige mascara die ik eens in de maand (want meestal vergeet ik het) aanbreng. Ze heeft maandag al geoefend met foundation en de rest volgt vanzelf.
Ik zal dus binnen kort een perfect gekapt en geverfd hoofd hebben en ook nog eens in staat zijn mijn schrijfwerk volledig taal- en redekundig te ontleden. Ja ja, zo heb je nog eens wat aan je kroost.

  • Previous
  • 1
  • …
  • 33
  • 34
  • 35
  • 36
  • 37
  • 38
  • 39
  • …
  • 46
  • Next

Welkom!

Ik ben Geertrude, echtgenote van 1, (schoon)moeder van 5 en oma van 2.
Ik ben boekhouder, redacteur en schrijfster van beroep en hou van lezen, fotograferen, breien, naaien, tuinieren, kruidengeneeskunde en nog veel meer.
Hier schrijf ik over alles wat me bezighoudt en soms ook over mijn pogingen eens wat rustiger aan te doen.
Meer over mij vind je hier.

Archief

© 2026 Geertrude blogt | Aangedreven door Minimalist Blog WordPress thema