Gisteren las ik weer eens hoe iemand iedere week met een stapel kookboeken op schoot de maaltijden voor de komende week inplant. Dat lijkt me zo heerlijk. En diezelfde persoon vertelden ook nog eens hoe belangrijk zij het vind om de maaltijden met het hele gezin te nuttigen.
Tja. Misschien moet ik nog een jaar of tien wachten en dan eens vragen hoe het bij hen is. Want tien jaar geleden ging het hier ook nog zo. Ik had geen strakke planning, maar wel een redelijk goed beeld van wat we die week gingen eten. En dat deden we dan ook bijna altijd samen. Echtgenoot ontbrak natuurlijk aan de lunch, maar daar kreeg ik dan vaak een hele ris vriendinnetjes van de dochters voor in de plaats. Soms was echtgenoot ‘s avonds erg laat, maar dan hield ik zijn eten gewoon apart en warmde het later op in de magnetron.
Die deed ik drie jaar geleden weg, omdat ik hem nooit meer gebruikte. Echtgenoot werkte toen grotendeels thuis en de kinderen waren zo groot, dat we best wat later konden eten als het nodig was.
Ontbijt en lunch zijn hier al jaren individueel. Ik dek de tafel niet eens meer, men maakt gewoon in de keuken een paar boterhammen klaar. Niet echt gezellig, maar ik kan nu eenmaal niet eisen dat iedereen opstaat en ontbijt tegelijk met degene die het vroegst weg moet. Dat speelt al sinds de dochters op de middelbare school begonnen, dus daar ben ik inmiddels aan gewend.
De avondmaaltijden waren me echter min of meer heilig.
Maar tegenwoordig zijn er allerlei factoren die roet in het eten gooien. Het wordt steeds lastiger om iedereen tegelijk aan tafel te krijgen. Balletlessen op de gekste tijden, werk bij klanten op locatie, bijbaantjes op middag- en avond uren. Zelfs in deze enorm lange zomervakantie wordt het een steeds grotere puinhoop. Ik heb er zelden van te voren goed zicht op met hoeveel mensen we om welke tijd aan tafel zitten. Een hele week van te voren inplannen is echt onmogelijk en mijn kookkunsten beperken zich dan tegenwoordig ook tot eenvoudige gerechten met standaardingrediënten. Niet leuk.
Dus hakten we deze week de knoop door. Ik heb weer een magnetron. Later eten is geen probleem meer en eerder ook niet. Dat laatste is een kwestie van voorlopig iets te ruim koken en de restanten invriezen.
Ik heb ineens een stuk meer zin om te koken. Kom nu maar op met die nieuwe schoolroosters!
Categorie: persoonlijk
Oud
Ik heb het vast al eerder gezegd en val dus in herhaling, maar dat moet dan maar, want ik wil het er toch over hebben. Ik voel me af en toe ineens zo oud. Meestal niet, hoor. Ik moet tenslotte nog veertig worden.
Maar zo nu en dan word ik er ineens mee geconfronteerd. Vorige week bijvoorbeeld. Toen ging ik samen met een oude schoolvriendin die ik al een jaar of acht niet had gezien naar de bruiloft van een oude schoolvriendin die al een jaar of achttien niet had gezien. En hoewel ik best wist dat ook zij de veertig naderen en niet zo fris meer zijn als toen, kreeg ik het ineens benauwd.
Want iedere keer als ik in de spiegel keek, schoof het gezichtje van mijn achttienjarige ik ervoor. En dat verschil is toch wel behoorlijk. Normaal kijk ik ook niet zo goed in de spiegel. Als mijn haar niet recht omhoog staat vind ik het al gauw goed. Maar nu zag ik ieder lijntje en iedere rimpel. Het zijn er niet zo heel veel, maar ze zitten er wel. Het zou trouwens ook niet normaal zijn als dat anders was. Want mijn dochters zijn nu achttien en… oh! Mijn dochters zijn nu even oud als wij waren op de foto’s die ik uit een oud album opdook. Drie vriendinnen op vakantie tussen de examens en de diploma uitreiking door. Tegenwoordig schijnen reisorganisaties daarmee te adverteren, maar wij hadden het zelf verzonnen. We zaten dan ook niet in Salou, maar in het vakantiehuisje van mijn ouders in Zeeland. Lol hadden we wel, dat straalt van die foto’s af.
Waar zijn die twintig jaar gebleven? Het lijkt zo kort geleden… Ik zeg het regelmatig tegen de dochters: gisteren waren jullie nog baby’s! Dan lachen ze een beetje en waarschijnlijk snappen ze niet wat ik bedoel. Nog niet, in ieder geval. Want toen ik achttien was snapte ik het ook niet.
Het gekke is dat ik door die bruiloft merkte dat het ook echt allemaal niet zo lang geleden is. Want de bruid zag er helemaal niet zo heel anders uit dan ik me haar herinnerde en zij herkende andere vriendin en mij ook direct. Blijkbaar verandert er niet zo heel veel meer als je eenmaal volwassen bent. Uiterlijk dan. Want in die twintig jaar hebben we wel twintig jaar levenservaring opgedaan en (hopelijk) heel wat bijgeleerd. Meer dan we bij konden kletsen in zo’n korte tijd in ieder geval!
Pretparkpret
Een dagje pretpark is een goede manier om een thuisblijfvakantie op te leuken. Dat vind viervijfde van ons gezin. Aangezien wij regelmatig een jaar overslaan, gaan we ook regelmatig naar een pretpark. Eenvijfde van ons gezin, ik dus, zou eigenlijk liever een bos- of strandwandeling maken, maar de meerderheid wint.
Ach, dat klinkt wel erg negatief. Zo erg is het nu ook weer niet. Vooral de Efteling vind ik wel leuk. Er zijn daar maar drie dingen waar ik niet in durf. Want dat is het grote probleem. Ik heb hoogtevrees. Vooral de achtbanen die je heel langzaam heel erg hoog optakelen voor de rit echt begint, vind ik vreselijk eng.
De dochters en echtgenoot hebben daar geen last van. Die gaan het liefst naar de grote pretparken met de heel erg enge attracties. De allerhoogste achtbaan van Europa vinden ze zo leuk dat ze er het liefst drie keer achter elkaar in zouden gaan. Ik blijf dan liever op een bankje bij de ingang zitten.
Twee weken geleden gingen we weer eens naar de Efteling. Hoera, dacht ik. Daar durf ik bijna alles en dan hoef ik dus niet zo flauw te doen. Vogel Rok, een achtbaan in het donker, vind ik normaal gesproken zelfs leuk. Want dan kun je niet zien hoe hoog je zit. Maar ze hebben daar nu stiekem het licht een beetje aan gezet. Of ik zie ineens beter in het donker, dat kan ook. In ieder geval heb ik volgens de dochter die naast me zat, zo hard gegild dat haar oren er pijn van deden. Tja. Hoogtevrees.
Maandag gingen we naar Movie Park Germany. Daar waren we nog niet eerder geweest. Ik had er van te voren al helemaal geen zin in. Want alles wat je op de reclames voor dat park ziet, zijn hoge achtbanen. En Spongebob natuurlijk, maar dat maakt niet alles goed. Tot mijn opluchting was het echter heel goed te doen. Er was een soort heel hoge zweefmolen waar ik nooit meer in wil en een vrije-val-toren die ik overgeslagen heb en waar de dochters nooit meer in willen, maar verder was het zelfs wel leuk. Al moet ik wel toegeven dat ik in een van de niet zo hoge, maar wel heftige attracties, toen we een paar eeuwigdurende seconden helemaal ondersteboven bleven hangen, even met heel veel verlangen aan een stevige strandwandeling gedacht heb…
Kattenraadsel
Wij hebben een Schrödinger-kat. Dat zegt u waarschijnlijk niet veel, tenzij u een wetenschappelijke achtergrond heeft. De kat van Schrödinger is een theorie die te maken heeft met kwantummechanica. En zonder in al te ingewikkelde details te treden komt het er op neer dat je, wanneer je een kat in een doos stopt, niet zeker kunt weten of dat beest dood is of levend. Als je de doos opendoet zie je dat hij leeft, maar het kan best zijn dat hij dood is als je hem niet ziet.
Dat is precies wat er met onze kat aan de hand was. Toegegeven, we hadden behoorlijk veel reden om aan te nemen dat hij dood was. Er zijn namelijk al drie katten van ons doodgereden bij ons op de dijk. En hij was nog ziekelijk ook.
Eigenlijk mocht hij helemaal niet naar buiten. Vanwege zijn drie voorgangers dus. Maar sinds het voorjaar leek hij wel weg te kwijnen. En als hij even de kans kreeg, ontsnapte hij. Ook niet gezellig. Dus toen het weer verbeterde, lieten we de deur maar gewoon open staan. De eerste week kwam hij ‘s avonds nog terug voor eten, maar al snel zagen we hem bijna nooit meer. En toen hij een week of vier geleden zelfs niet meer kwam opdagen toen we de barbecue aanstaken, begonnen we te vermoeden dat hij dood was. Uiteindelijk ruimde ik de kattenbak en de voerbakjes maar op en begonnen we al voorzichtig te praten over een andere kat uit het asiel halen. Want wij vinden een huis zonder kat zo leeg.
Maar afgelopen zaterdag hoorde ik ineens een dochter die naar haar werk ging heel hard “Heeee!” roepen. En vervolgens naar binnen komen met ons Beest in haar armen. Een heel gezond Beest, dat duidelijk niet geleden had onder zijn avonturen. We hebben geen idee waar hij geweest is. Het zou kunnen dat hij een lange zwerftocht gemaakt heeft in de velden achter ons huis. Maar dan moet hij een betere jager zijn dan we dachten, want hij is zelfs aangekomen. Je zou bijna denken dat hij een ander huis gevonden heeft, maar hij gedraagt zich nog steeds alsof hij bij ons ook thuis is. Het was nooit een schootdier, maar hij komt heel bewust binnen om aangehaald te worden.
Waar hij geweest is, en waar hij uithangt als we hem nergens zien, zullen we nooit weten. Maar onze kat van Schrödinger leeft in ieder geval nog!
Nog meer jeugdsentiment
Handmade home
Dat ik fan van Amanda Soule ben weten mijn vaste lezers inmiddels wel. Veel van mijn creatieve uitspattingen worden geinspireerd door haar. Ik kon dan ook niet wachten tot haar tweede boek “Handmade Home” uitkwam. En omdat mijn eerste bij iemand was blijven liggen, bestelde ik die ook maar meteen mee.
Vandaag kwam het pakketje bij de post. Ik heb weer wat te lezen…
Jeugdsentiment
Brillenwissel
Bij ons thuis draagt iedereen een bril. Nou ja, dat is niet helemaal waar. Want ik draag lenzen. Echtgenoot draagt eigenlijk ook geen bril. Het probleem is alleen dat zijn armen af en toe te kort worden. Dus heeft hij een leesbril nodig om die afstand te overbruggen.
De dochters echter dragen wel echt een bril. Al een paar jaar. Maar sinds de oudsten autorijden, hoorde ik steeds vaker klachten over het gezichtsvermogen.
Het begon met middelste. Die had een bril met plus sterkte. We dachten dat het een leesbril was, want ze kon er niet goed mee in de verte kijken. Ze droeg het ding dus alleen bij het lezen en computeren. Toen ze vertelde dat ze tijdens het rijden de borden niet zo goed kon zien, besloten we toch maar even naar de opticien te gaan. Om allerlei niet ter zake doende redenen gingen we naar een andere dan die waar de zogenaamde leesbril vandaan kwam. En deze opticien vertelde ons dat alleen mensen boven de veertig een leesbril hebben, dat dochter haar bril dus wel nodig heeft om in de verte te zien en hem gewoon de hele dag moest dragen. Maar dan wel een andere, want van de sterkte klopte niets meer en de cilinder was ook fout. Gelukkig waren de glazen op voorraad en de bril in een uur klaar, zodat het kind volgende week haar rijexamen met een goede bril op de neus kan afleggen.
Toen begon andere dochter natuurlijk ook. Het is tenslotte een tweeling. Zij heeft een min sterkte en droeg haar bril gewoon de hele dag. Maar ze had het gevoel dat ze niet goed meer zag, dus gingen we maar weer naar diezelfde opticien voor een oogmeting. En toen brak mijn klomp.
Want deze dochter hoeft haar bril juist niet de hele dag te dragen. De bril die ze heeft is veel te sterk, de cilinder klopt niet en de nieuwe bril hoeft ze alleen op bij inspannend kijken, want de sterkte is te verwaarlozen (-0,25). Het kind draag nu dus geen bril (glazen waren niet op voorraad) en roept steeds verheugd dat ze ineens diepte ziet en details registreert. Ook niet onbelangrijk bij een rijexamen.
Ineens een totaal andere situatie dus. Een soort brillenwissel. Op bij de een en af bij de ander. Gelukkig maar dat dochter nummer drie gewoon een half puntje sterkte erbij moet. Of zou die er nu bij mij af gaan?
Gaar
Gisteren had ik het even erg druk met iets anders. Van even een stukje schrijven kwam echt niets terecht. Dus dacht ik: geen man (vrouw) overboord, ik doe het morgen wel. Moet kunnen toch?
Dat zou je denken. Maar helaas. Vandaag was zo’n dag. Zo’n rare dag. Druk met niets. Ik heb alleen maar heen en weer gereden. Maar daar word je knap gaar van.
De oudste dochters hadden theorie-examen. Om de een of andere vage reden zit zo’n CBR-gebouw altijd op een plek die heel lastig met het openbaar vervoer te bereiken is. Dus zou ik ze wel even brengen. We stapten in de auto en ik vroeg aan de tomtom of hij de route even wilde verzinnen. Maar de tomtom kende heel het adres niet. Dat ligt in een zeer nieuwe wijk en onze tomtom is al wat ouder.
Dus naar binnen gerend, computer opgestart, route opgezocht op internet (daar kenden ze het adres wel) en route uitgeprint. Nou ja, ook dat klinkt gemakkelijker dan het was, want onze printer is echt ontzettend langzaam. Vooral over plaatjes moet hij lang nadenken. En ik had per ongeluk ingesteld dat ik bij elke actie een kaartje wilde.
Eenmaal op het juiste adres, bleken alle parkeerplaatsen bestemd te zijn voor examenauto’s. Dus liet ik de dochters uitstappen en ging maar weer weg. Ik wilde toch nog even langs de Makro. Niet dat ik precies wist waar die was, want wij gaan normaal gesproken naar een andere. Echtgenoot had me wel uitgelegd waar ik deze moest vinden, maar ik vond niets. Dus besloot ik terug te gaan naar het CBR kantoor.
Misschien vraagt u zich af waarom ik niet naar huis ging. Dat komt doordat ik die examens precies zo ver van ons huis gehouden werden, dat ik net even mijn auto kon parkeren en dan meteen weer weg moest. Schiet ook niet op. Ik ging dus gewoon ergens een parkeerplaatsje zoeken en wachten. Ik had speciaal een breiwerkje meegenomen. Maar ik moest eigenlijk wel even naar het toilet, dus besloot ik te stoppen bij een fastfood restaurant. Ik nam de afslag en jawel: daar was de Makro. Die gelukkig ook een toilet had.
Om een lang verhaal kort te maken: terug naar het CBR, gebreid, dochters geslaagd, met dochters naar winkelcentrum om ene dochter naar onhandig ingepland werk te brengen en andere dochter naar opticien. Na een uur nog een keer na het winkelcentrum omdat die bril al klaar was. En weer een uur later alweer naar het winkelcentrum om de werkende dochter weer op te halen.
Toen was ik gaar. En toen kon ik dus geen degelijk stukje meer schrijven. Vandaar dat u het deze week hier mee moet doen.
In een doosje
Ze kwam binnen en liep regelrecht naar de telefoon. “Even melden dat ik veilig thuisgekomen ben.”
Onze jongste dochter is ruim zestien. Ze komt af en toe een tikje afwezig over en heeft wat lichamelijke probleempjes, maar kan zichzelf prima redden. Ze fietst alleen naar school en gaat ook alleen op vrijdagavond naar koor. We wonen buiten het dorp, maar de route ligt langs een weg met veel huizen. Wij vonden het dus niet zo’n probleem toen ze vroeg of ze die laatste avond wat langer mocht blijven. Er zou nageborreld worden en dat leek haar wel gezellig. Natuurlijk mocht dat. Een kleine onderhandeling over het tijdstip van thuiskomen en de afspraak stond. Half een thuis. En niet meer dan twee glazen drinken.
Ze was om half een thuis en had alleen cola en ijsthee gedronken. Maar een volwassen mede-koorlid vond het erg griezelig dat ze nog zo laat langs de weg moest en had haar op het hart gedrukt te bellen als ze thuis was. Heel goed bedoeld, dat wel.
Onze oudste dochters zijn achttien. Zij werken in de stad en daar gaan ze op de fiets naar toe. Ook op koopavond en bij slecht weer. Oudere collega’s vinden dat maar zielig en eng. Die willen ze dan thuisbrengen. Heel goed bedoeld, dat wel.
Meer dan tien jaar geleden had ik twee dochters in twee groepen drie en een dochtertje in groep één. Ik kon mezelf niet in stukken delen, dus zette ik als de bel ging de oudste dochters in de rij voor de deur en ging met jongste dochter door de andere deur om haar in de klas te brengen. Maar ergens vond ik het toch griezelig om die twee zo maar te laten staan, dus liep ik na het wegbrengen van jongste altijd even langs die twee andere klassen om te zien of ze er echt zaten. Men noemde mij daar plagend “moederkloek”.
Ben ik nu dan zo gemakkelijk? Nee, natuurlijk niet. Ik ben pas helemaal rustig als iedereen veilig binnen is. Dat wordt nog lastig als er straks dochters op kamers gaan. Maar dat gebeurt nu eenmaal. Ze worden groter. Zij moeten leren zelfstandig te worden en ik moet leren ze los te laten. Je kunt ze nu eenmaal niet hun leven lang in een doosje bewaren.
Maar het zou wel gemakkelijker zijn als andere mensen dat ook snapten!



