Ik dacht vandaag eens actueel te gaan doen en een stukje over de examens te gaan schrijven. Tenslotte zitten twee van de drie dochters er middenin. En het is maar goed dat dochter drie groep zes een keertje opnieuw gedaan heeft (al was dat achteraf gezien totaal onnodig), want anders hadden we er drie tegelijk gehad.
Maar om eerlijk te zijn heb ik helemaal niets te vertellen. Het is opvallend rustig hier. Geen stress, geen huilbuien en absoluut geen nachtelijke leeracties. De enige spanning die we gehad hebben was het uitblijven van bericht over het al dan niet aangenomen worden voor een opleiding. Na een lange maand wachten vloeiden er wel wat tranen. Van blijdschap. Want dochter één heeft een van de vierentwintig plaatsen in de opleiding allround grimeur bemachtigd.
Maar verder is er dus niet veel te melden. Zelfs als het examen niet helemaal goed ging, komt men blijmoedig thuis. Er zijn vakken die bij een heel slechte uitslag alsnog uit het pakket gewipt kunnen worden (de dochters zitten in een elite klasje en hebben meer extra vakken dan nodig is) en voor de andere vakken staan ze redelijk goed. Daar mogen echt zware onvoldoendes gehaald worden en dan staan ze nog steeds zessen op de eindlijst.
Eigenlijk is dit dus best een ontspannen periode. De examens zijn goed verspreid over een vrij ruime periode. Ze hebben dus regelmatig dagen vrij tussendoor (terwijl ik dit schrijf, besef ik ineens dat er nog eentje ligt te slapen). Bovendien hebben ze zelden meer dan één examen op een dag, dus maken ze ook geen lange dagen meer. Leren en oefenen doen ze wel, maar gelukkig komen ze tot dezelfde conclusie als ik destijds: na zes jaar les en een jaar vol schoolexamens weet je het eigenlijk allemaal wel. Er was een dochter met een wiskunde dipje, maar die hebben we in april drie dagen lang laten drillen op een examencursus. Nu snapt ze het. Tot diep in de nacht doorleren is er dus echt niet bij.
En verder maak ik ook nog eens heerlijk misbruik van het gewichtig klinkende “examentijd”. Alle lastige dingen stel ik uit. Rijlessen regelen, feestjes vieren, inkopen doen, extra uren werken (zowel zij als ik), de laatste restjes van de verbouwing.
“Dat regelen we na de examens wel”, zeg ik dan. Maar dat doe ik dus eigenlijk niet om hen te ontzien. Ik vind het zelf wel lekker rustig zo.
Categorie: persoonlijk
Het lijkt wel zomer
Verrassing
Ik zou eigenlijk een maandje gas terug nemen. Ik heb het krantje op pauze gezet, nou ja, mijn schrijven daarvoor dan, want het krantje draait ook zonder mij wel. Echtgenoot vond dat een goed idee en nam aan dat ik het dus rustig aan zou gaan doen. Zelf had ik andere plannen. Heel veel plannen zelfs. Ik wil schrijven. Mijn tweede boek moet af, en ik wil ook nog wat opzetjes van andere ideetjes die al maanden door mijn hoofd zweven. En ik wil naaien. Ik heb bergen inspiratie, maar zo weinig tijd om er wat mee te doen.
Om die beide dingen mogelijk te maken, wilde ik ook nog even een kamertje bouwen. Ons huis is klein, maar we hebben nog een kamertje over. Dat was nog niet afgetimmerd en werd gebruikt als rommelhok. Maar dat kamertje ligt in het achterste deel van het huis, waar ook de twee oudste dochters slapen. Jongste dochter slaapt op onze mini-bovenverdieping, in een kamertje waarvan de ingang in de onze zit. Geen ideale situatie.
Vandaar mijn mooie plan. Kamertje aftimmeren, jongste verhuizen en zelf het bovenkamertje inpikken als schrijf- en naaikamer. Prima plan. In theorie dan, want de praktijk vroeg om bergen rommel die overal in huis neergelegd en -gezet moest worden. En het moest ook nog een beetje toonbaar zijn. We vierden immers ook nog een achttiende verjaardag in drie delen.
Toch zette ik door, ruimde het kamertje uit en begon met klussen. Ik had zelfs grote plannen om aanstaande zaterdag helemaal klaar zijn. Dan zou ik mezelf dat kamertje voor mijn verjaardag geven. Dat leek me wel wat.
Maar ja. Het viel toch een beetje tegen. En toen begon echtgenoot ook nog een beetje tegen te werken. Doe toch rustig. Laat dat nou maar even zitten. Vergeet dat plan om zaterdag klaar te zijn nou maar. Tja. Een beetje gelijk had hij wel, dacht ik.
Dus ging ik dinsdag gezellig met mijn moeder naar de zomerweek. Maar toen we thuiskwamen, stond me een enorme verrassing te wachten.
Echtgenoot en mij vader hadden de dag niet, zoals wij dachten, op hun wederzijdse kantoren doorgebracht. Integendeel, ze hadden de hele dag geklust, getimmerd en gezaagd. En nu is het voormalige rommelkamertje bijna klaar voor een interne verhuizing. Nu haal ik het dus wel voor zaterdag. Wat betekent dat ik van die twee mannen een kamer voor mijn verjaardag heb gehad! Is dat een origineel cadeau of niet?
Post!
Achttien
En dan zijn je oudste dochters ineens meerderjarig. Dat gebeurt zomaar, daar hoef je niet veel voor te doen. De jaren verstrijken en ineens is het zover. Achttien jaar, stemgerechtigd en volwassen.
Hoewel dat laatste dan weer niet zomaar vanzelf gaat. Er heeft toch wel enige opvoeding plaats moeten vinden om die twee minibaby’s die ik achttien jaar geleden met wat moeite op de wereld zette, te helpen op te groeien tot de zelfstandige jonge vrouwen die het nu zijn.
Ik word er sentimenteel van. Terwijl de dochters vooral vooruit kijken en uitkijken naar nieuwe opleidingen, rijlessen, op kamers gaan wonen en andere toekomstplannen, kijk ik terug.
Ik zie mezelf weer door de stad wandelen met die enorme kinderwagen. En herinner me de domme vragen van mensen die me hondsbrutaal staande hielden.
“Is dat een tweeling?” was de meest voorkomende vraag. Een andere tweelingmoeder vertelde me dat ze uit pure ergernis weleens antwoordde: “Nee, een vierling, de andere helft heb ik thuis gelaten.” Zo ad rem was ik nooit, maar dat soort vragen waren wel irritant.
“Jongetje en meisje zeker.” Ook zo’n rare aanname, alleen omdat ik ze niet identiek kleedde.
En ik was met stomheid geslagen toen ik iemand zei: “Ja, dat zie je veel tegenwoordig, met al die oudere moeders en die hormoonbehandelingen.” Klopt misschien wel, maar dat zeg je niet tegen een moedertje van net twintig, dat over het algemeen zelfs nog een paar jaartjes jonger geschat wordt.
Ook de vraag “dat is wel druk zeker?” vond ik altijd een vreemde. Hoe druk kun je het nu hebben met twee van die baby’tjes? Nooit moeite mee gehad, ik gaf ze tegelijk de fles en badderen of verschonen kostte ook echt niet zoveel extra tijd. En huilen deden ze meestal om de beurt, wat eigenlijk vooral grappig was.
Pas toen ze gingen lopen werd het lastiger. Ik was toen al zwanger van de derde, dus niet zo heel erg wendbaar meer en natuurlijk liepen ze ieder een andere kant uit. Ik ben de uitvinder van de polsbandjes innig dankbaar en stoorde me totaal niet aan de opmerkingen die ik daarover kreeg. Trouwens, mensen die ervaring hadden met kleine kinderen vonden het alleen maar handig dat ik die van mij “aangelijnd” hield.
Nu laten ze zich allang niet meer aan het lijntje houden. Sterker nog, soms heb ik het gevoel dat het andersom is…
Rust zoeken
Het valt op dit moment niet mee om thuis de rust te vinden om te schrijven. Dus reed ik vandaag met mijn laptop naar de haven waar onze boot ligt. En dat werkte. Ik schreef een hoofdstuk en werkte wat andere dingetjes af. Zonder gestoord te worden of mezelf te storen (dat is mijn grootste probleem, er is altijd wel iets dat ook nog even moet gebeuren). Dit is zeker voor herhaling vatbaar!
Werk aan de weg
Een aantal weken geleden was ik in Amsterdam. Dat het gebied rond het centraal station veranderd was in een bouwput, wist ik. Ik wist echter niet dat het zo erg was. En het duurt al zo lang en zal nog langer duren ook. Triest, want het jaagt volgens mij toch een hoop toeristen terug de trein in.
Dit weekend was ik in Rotterdam. Daar weten wij goed de weg, want we komen er regelmatig. Toch was het even schrikken toen de afrit centrum helemaal opengebroken bleek te zijn. De omleiding bracht ons naar de andere kant van de stad, en we dwaalden door straten die wij nog nooit gezien hadden. Het navigatiesysteem lag thuis, want we wisten immers de weg.
Uiteindelijk vonden we toch nog het theater waar we twee dochters af moesten zetten, maar het kostte even wat moeite. Daarna wilden wij samen een hapje gaan eten. We reden via het centraal station naar een bekende parkeergarage. Tenminste, dat was de bedoeling. Maar ook rond het centraal station van Rotterdam bleek men nog steeds niet klaar te zijn met het openbreken van de wegen en het omleiden via ingewikkelde straatjes.
Over de snel- en verbindingswegen rond ons dorp treed ik maar niet in detail. Er worden een aantal afritten vervangen, weggehaald of opgeschoven, er worden viaducten gebouwd en afgebroken en er wordt een compleet nieuwe rondweg aangelegd. Kortom: het is een puinhoop, maar het went.
Gisteren moest ik een dochter naar Leiden brengen. Ik reed vrolijk (want ik ben het dus allang gewend) langs de wegwerkzaamheden en pruttelde gezellig dwars door Leiden. Met navigatiesysteem, want in Leiden weet ik de weg niet. We waren bijna bij het gebouw waar ik dochter moest afzetten, toen mij gemeld werd dat ik linksaf moest slaan. Ik deed dat natuurlijk braaf, maar kon helemaal niet verder. Want het blijkt dat men ook in Leiden bij het centraal station de boel aan het openbreken is!
De eerste keer liep ik vast op een hek links en een slagboom rechts en moest ik moeizaam keren. Nu weet ik hoe ik het op moet lossen. Waar ik eigenlijk links moet, ga ik rechts. Dan slinger ik achter een rij hotels langs en dan weet het navigatiesysteem ineens een andere weg. Hoe ik die weg rechtstreeks moet bereiken is me een raadsel, maar dit werkt, dus we doen het er maar mee voor die paar keer.
Maar ik zou het toch wel fijn vinden als al die werkzaamheden onderhand weer eens weg waren!
To-dolijst
Groot en rood
Eigenlijk heb ik helemaal geen tijd om een stukje te schrijven.
Ik ben namelijk druk bezig met een jurk. Een rode jurk. Een grote rode jurk. Dat zit zo: een van de dochters gaat jaarlijks naar de fantasyfair. Het eerste jaar werd mij een maand van te voren medegedeeld dat men als Griekse muze wilde gaan, met slechts een laken om het blote lijf gedrapeerd. Net toen ik een ingewikkeld, maar wat discreter ontwerp gemaakt had, werden de plannen omgegooid. Pride and Prejudice was het helemaal, dus moest er een jurk in de empire-stijl komen. Die zijn niet zo moeilijk te maken, dat scheelt.
Het jaar erna waren de plannen al vroeg rijp. Men ging een echt patroon kopen, stoffen die bij elkaar pasten en op die manier Aarde, Vuur, Water en Lucht verbeelden. Prachtig idee. Alleen was het patroon zo duur, dat ze het besloten te delen. En dus trok mijn onervaren dochter de patroondelen over en vergat alle aanwijzingen (“betekenen al die streepjes en sterretjes dan iets?”). Samen maakten we er toch een heel redelijke jurk van en, zei de dochter, volgend jaar ging ze hem nog een keer gebruiken.
Goed plan, ware het niet dat ze ineens met een groep andere vriendinnen mee gaat. En die hadden haar juist nodig omdat je nu eenmaal met zes meiden niet de zeven hoofdzonden kunt verbeelden. Dochter mag woede uitbeelden.
Ik vroeg haar wat voor soort jurk ze zich daarbij voorstelde. Rood. En met een hoop gedoe aan de rok. Rood en groot dus.
Ik vond voor twee tientjes een prachtige rode avondjurk. Met een gladde rok, dat was wel jammer. Maar hoe moeilijk kon het nu zijn om daar een paar stroken tule op vast te zetten? Dus kochten we tien meter tule, knipten dat in drie delen, regen en rimpelden en schoven het afwerken voor ons uit.
Dit weekend is de fantasyfair. Dus die jurk moet af. Daarom zit ik vandaag te tobben met biaisband. Daar moet de tule tussen en dan moet dat vastgezet worden op de jurk. Het blijkt vooral niet mee te vallen om die hele jurk door mijn bescheiden naaimachientje te wurmen. Met elke laag tule wordt het lastiger.
Twee dubbele lagen tule zitten erop. Voor de derde moest ik nieuwe band halen. En nieuwe moed verzamelen, want inmiddels is die jurk niet alleen meer rood, maar ook erg groot.
Maar dat was dus precies de bedoeling.
Later toegevoegd op veler verzoek, de foto’s:
Uitgangspunt. Die hoefde ik dus niet zelf te naaien.
Na twee lagen tule.
Eindresultaat.
Buiten
Onze kat is zielig. Dat vind hij zelf in ieder geval. Hij mag namelijk niets. En hij is erg gehoorzaam, dus doet hij niets wat niet mag. Maar dan blijft er weinig over. En dat is dus zielig.
Dat is in ieder geval wel wat hij mij probeert te vertellen. En ik ben een heel zwakke kattenopvoeder, dus ik vind het steeds moeilijker worden om hem streng van mijn aanrecht af te sturen. Hij heeft overigens al een stuk aanrecht waar hij wel mag komen, naast de wasbak, voor het raam. Maar langzaam begint hij ook de rest over te nemen en dat pik ik niet.
Helaas is een kat alleen gehoorzaam als je hem ziet. Dus vind ik iedere ochtend kattenharen over mijn hele aanrecht. Even snel een boterham smeren is er niet meer bij, tenzij je het niet erg vind om kattenharen te eten, natuurlijk.
Op dit moment is hij extra zielig. Hij mag namelijk niet naar buiten. Toen we hem uit het asiel haalden, beweerde men dat hij een echte binnenkat was. Maar ergens in die oude kop zit blijkbaar toch nog een herinnering aan buiten zijn en op stap gaan.
Vorige week had een van de dochters het raam van haar kamer open laten staan. Ze had wel netjes de tussendeur gesloten, maar in het achterste gedeelte van het huis, waar de dochters slapen, staan ook de printer, de vrieskist en de voorraadkast. Die deur blijft niet de hele dag dicht.
Hij moet iets geroken hebben. Buitenlucht, vrijheid, andere katten.
Ik vond hem na een uurtje, slapend onder een struik. Opgelucht brachten we hem binnen, maar nu wist hij dat er meer was. Dus ontsnapte hij een paar uur later weer. Was drie uur spoorloos en woedend toen we hem naar binnen brachten.
En nu doet hij niets anders dan op die tussendeur loeren. Als hij hem hoor open gaan, spurt hij er naar toe. De dochters durven de ramen niet meer open te doen, en we moeten ook al oppassen met de buitendeur.
Want een kat die eenmaal de buitenlucht geroken heeft, is niet meer te houden. Dat weten we van onze vorige katten, die waren ook zo op hun vrijheid gesteld. Maar daar kwam binnen een jaar tot drie keer toe een bruut einde aan. Het verkeer op ons dijkje is levensgevaarlijk voor katten.
Dus houden we deze binnen. Maar zielig vind ik het wel.



