Geertrude blogt

Menu
  • Contact
  • Over mij
  • Privacy
Menu

Categorie: persoonlijk

Retail therapy bij de kringloopwinkel

Geplaatst op 12/09/202307/12/2024 door Geertrude Verweij

Een van de dingen waar ik vrolijk van word, is winkelen bij een kringloopwinkel. Ik denk dat het de combinatie is van “retail therapy” en het gevoel dat het mág, omdat alles zo goedkoop is. Meer dan drie decennia geleden (oef, dat klinkt heel dramatisch lang geleden), vlak voor en na ons huwelijk, was het een noodzaak. Veel geld hadden we niet, dus spaarden we ons servies en onze meubels bij elkaar op rommelmarkten en in de schaarse kringloopwinkels die er destijds waren.
Later ging het me vooral om de boeken en “leuke dingen”, hoewel meubelstukken, breigaren en lappen stof ook regelmatig hun weg naar mijn huis vonden.

Hier op Curaçao is het kringloopgebeuren een stuk minder populair dan in Nederland (en de VS, als ik internet mag geloven). Dat komt, denk ik, vooral doordat veel mensen minder geld hebben en dus hun spullen gebruiken tot ze letterlijk uit elkaar vallen. Je ziet hier doorgezakte banken op de porch staan (want met een plank onder de – tot op de draad versleten – kussens is hij heus nog wel bruikbaar om buiten te zitten) en stoelen met drie poten of zonder leuning bij het hek of bij de bushalte (want daar kun je ook nog prima op zitten als je even moet wachten).

Er zijn echter wel een paar kringloopwinkels. En natuurlijk weet ik die allemaal te vinden. Nou ja, op eentje na. Die zit aan een weg die wij liever mijden. Het is daar altijd druk en er is heel veel verkeer dat erop en eraf wil bij de vele winkels en snèks. Ik weet dat die kringloopwinkel daar ergens zit, maar meestal zie ik hem gewoon niet, omdat er te veel gebeurt in het verkeer waar ik op moet letten. De andere winkels weet ik daarentegen feilloos te vinden en één daarvan ligt -min of meer, je moet dat een beetje ruim nemen- op mijn route als ik boodschappen ga doen.
Bij die kringloopwinkel wip ik dus regelmatig binnen. Het is eigenlijk grappig, want ze verkopen vooral oude rommel. Je moet echt goed zoeken om iets leuks te vinden. Maar toch ga ik er nooit met lege handen weg en een groot deel van de decoratie in ons huis komt bij die winkel vandaan (bij de emigratie hebben we maar weinig meegenomen).

De oogst deze keer: een asbak (ja, ik weet het – maar hij is wel mooi), een tegeltje met een tekst die me erg aanspreekt en me bovendien herinnert aan mijn grootouders die hetzelfde tegeltje hadden, een boek over psychologie (een van mijn interesses), een mok met het ooit zo hippe “keep calm” erop (had ik geen geld voor toen het zo’n rage was, maar nu ben ik er alsnog blij mee), een grappig schoteltje voor mijn ontbijt van twee gekookte eitjes (ja, ik gebruik hem echt, al een week), een schaaltje in de vorm van een appel (ik heb een zwak voor glas, maar ik heb verder geen idee wat ik ermee moet) en een prachtige houten doos, die er na een opknapbeurtje veel mooier uitziet dan op de foto.

Ik ben er blij mee!

Over foto’s, schrijven en perfectionisme

Geplaatst op 05/09/202307/12/2024 door Geertrude Verweij

 Tijdens ons wekelijkse telefoongesprek vraagt mijn vader regelmatig om foto’s van mijn tuin en ons huis. Maar het komt er nooit van om die te maken en te sturen. Het blijft bij een halfslachtige poging en het
valt altijd heel erg tegen.

Vooral wat de tuin betreft: als ik een foto maak van de bloeiende flamboyan, zie ik wat rode bloemen in een groene waas. In het echt is het zo’n onbeschrijflijk mooie boom, dat ik nog steeds niet kan geloven
dat ik die zelf heb opgekweekt uit een paar zaadjes. Hetzelfde geldt voor de rest van de tuin. Het is nooit zo netjes als ik zou willen, maar als ik er zelf rondloop, zie ik de kolibries, hoor ik de suikerdiefjes,
geniet ik van de bloemen en de manier waarop de zon door de bladeren valt en… nou ja, je snapt het wel. Dat kun je niet vastleggen op een foto. Ik niet, in ieder geval. Close-ups van bloemen en blaadjes, dát
kan ik. Maar overzichtsfoto’s vallen me altijd verschrikkelijk tegen.
Die worden nooit zo als ik ze in mijn hoofd had.

Toen ik hem dat probeerde uit te leggen, zei mijn vader: “Maar ik weet toch niet hoe het in het echt is? Ik wil gewoon zien hoe het eruit ziet.”
Hij had een punt. Een goed punt zelfs. Er zit een verschil tussen “mooie foto’s” en foto’s waar je iets op laat zien. Natuurlijk kan ik wel een beetje proberen een goede compositie te maken en een beetje
letten op contrast, belichting en scherpte/diepte is ook allemaal prima (fotograferen is was een hobby van me). Maar uiteindelijk hoef ik er geen fotowedstrijd mee te winnen.

Ik lag daar vannacht nog even over door te denken en besefte toen dat dit niet alleen voor foto’s van mijn tuin geldt, maar voor veel meer dingen. Alle soorten foto’s om te beginnen.

Foto’s van mijn huis maak ik ook zelden, want ik zie altijd van alles dat nog schoongemaakt, opgeruimd of aangepast moet worden. Maar ten eerste kun je daar best omheen fotograferen en ten tweede zie je dat soort details vaak niet eens op een foto. En eigenlijk zie ik zelf ook liever foto’s van een huis waarin geleefd wordt, dan foto’s van kamers die meer op een showroom lijken.

Foto’s van mezelf… met die verhitte kop en mijn haar dat nooit netjes zit? Bovendien heb ik niet bepaald een modellenfiguur. En ik ben ook nog steeds niet gewend aan mijn rimpels. Maar het is wel hoe ik eruit
zie.

Het gekke is dat ik het geweldig vind dat Nicole van Huisvlijt.com zo vaak zelfportretten gebruikt om haar artikelen te illustreren. Ik zou dat ook graag doen. Zoveel leuker en persoonlijker dan de foto’s die
ik bij Pexels download. Maar ja, die zijn wel heel mooi. Alleen zie je er niet bijzonder veel op.

Het is zelfs van toepassing op mijn schrijfwerk. De reden waarom ik steeds minder ben gaan schrijven de afgelopen jaren, is omdat ik niet meer – zoals vroeger – gewoon spontaan even ging zitten typen wat me
bezighield. Blogposts moesten ineens columns worden, die aan allerlei regeltjes moesten voldoen. Maar de meeste mensen die mijn blog lezen, willen gewoon weten wat ik doe, denk en meemaak.

En hetzelfde geldt voor mijn boeken. Vroeger bedacht ik een situatie of een voorval en dat begon dan te kriebelen om als verhaal opgeschreven te worden. En als het dan eenmaal lekker liep, was het ineens een boek (waarmee ik niet wil zeggen dat een boek schrijven niet veel werk is – maar ik vond het vooral erg leuk om te doen). Nu ben ik in mijn hoofd steeds bezig met het bedenken van een écht goed plot en wil ik mooie zinnen maken, die mensen kunnen quoten. Maar de meeste van mijn lezers willen gewoon even ontspannen met een gezellig verhaal.

Tja… Perfectionisme en een totaal gebrek aan zelfvertrouwen gaan meestal hand in hand. Bij mij wel in ieder geval. Mensen denken altijd dat perfectionisten heel hard werken om alles perfect te krijgen. En dat
klopt ook wel. Tot die perfectionist over een bepaalde grens gaat en ineen burnout en/of depressie terecht komt. Dan zorgt dat perfectionisme ervoor dat die persoon heel veel dingen niet meer doet. Want het lukt toch niet om het goed te doen.

Het gekke is dat ik niet zo was. Mijn streven was altijd (zelfs voor mijn boeken) “goed genoeg”. Maar die flexibiliteit ben ik in de afgelopen jaren kwijtgeraakt. Ik leg de lat – voor mezelf – enorm hoog.
Zou het de overgang zijn? Vast wel. Die krijgt overal de schuld van als je mijn leeftijd bent. Maar het is nooit te laat om slechte gewoontes weer af te leren. Ik werk eraan…

(p.s. dit stukje is wel min of meer spontaan uit mijn toetsenbord gevloeid en het voldoet zeker niet aan al mijn zelfopgelegde regeltjes. Dus als je dit stukje leest, heb ik mezelf dus over een paar hindernissen heen getrokken. En die foto… nou ja. Dat ben ik, voor de flamboyan. Dit is nu eenmaal hoe ik eruit zie op een heel normale dag. En nu niet roepen dat make-up wonderen kan doen. Dat spoelt er direct
weer af in die hitte hier.)

Een enthousiast, maar rommelig stukje over Agatha Christie

Geplaatst op 31/08/202305/12/2024 door Geertrude Verweij

 

Ik had bedacht dat het toch wel weer eens leuk zou zijn om wat stukjes
over boeken die ik gelezen heb te schrijven. Maar dat valt eigenlijk
niet mee op het moment. Niet dat ik zo weinig lees, maar zou wel wat
eenzijdig worden allemaal. Ik ben namelijk bezig mijn hele collectie
Agatha Christie boeken te (her)lezen. En ja, ik heb ze allemaal.

Volgorde

Helemaal goed heb ik er van tevoren niet over nagedacht, trouwens. Ik
heb twee edities door elkaar (uit de jaren 70/80), maar die volgen
dezelfde nummering. Ik ben dus gewoon gaan lezen vanaf nummer 1. Maar
dat is juist een van haar laatste boeken en er zit weinig logica in de
volgorde waarin de rest is uitgegeven. Of misschien is die logica er
wel, maar ik kan die nog niet erg ontdekken. Oud en nieuw lopen volledig
door elkaar.

Als ik de serie nog een keer herlees (dat doe ik zo om de paar jaar)
ga ik ze eerst op chronologische volgorde zetten. In de boeken wordt
namelijk af en toe verwezen naar een ouder verhaal en dan is het
tenminste logisch dat Poirot verzucht dat hij Hastings mist of dat sir
Henry weet wie miss Marple is. Niet dat het uitmaakt voor de plots,
overigens, maar het viel me een aantal keren op. En het zou ook best
interessant kunnen zijn om te zien hoe de verhalen en de schrijfstijl
van Christie zich ontwikkeld hebben door de jaren heen.
Op dit moment ben ik al bij boek 45 (van de 76), dus ga ik maar gewoon door.

Geheugen

Ik geniet er enorm van, dat wel. Dat is een vreemde eigenschap van
mij: hoewel ik een goed geheugen heb en meestal vrij letterlijk kan
onthouden wat ik lees in studieboeken of op websites, schakelt dat
geheugen zich min of meer uit als ik voor mijn plezier lees. Ik weet
meestal wel dat ik een boek al gelezen heb, en wat ik ervan vond, maar
de details blijven niet hangen en vaak is de plotwending alsnog
verrassend voor me. Echtgenoot vindt dat heel vreemd. Die leest boeken
maar één keer en dan weet hij het. Maar hij leest ook niet zoveel als ik
en hij leest niet met emoties. Ik wel. Ik kan een boek voor de vijfde
keer lezen en nog steeds de tranen voelen prikkelen bij een zielige
scene. Maar dat terzijde.

Misschien ga ik ooit van alle boeken een degelijke review schrijven,
maar op dit moment wilde ik eigenlijk gewoon wat willekeurige gedachten
delen.

Ariadne Oliver

Ik ga haar steeds leuker vinden. Ariadne Oliver speelt meestal een
rol naast Poirot. Het contrast tussen haar (vaak juiste) intuïtieve
invallen en Poirots methodische manier van denken is erg leuk. Ariadne
is in principe een karikatuur van Agatha Christie zelf; ze schrijft
detectiveromans, is “zo dom geweest een Fin als vaste speurder te kiezen
terwijl ze niets van Finnen weet” (een verwijzing naar Christie’s
Poirot die een Belg is) en worstelt met plots en met de publieke kanten
van het schrijverschap. Voor mij als schrijver vaak heel herkenbaar.

Egypte

Mijn minst favoriete boek (tot nu toe – ik kan me vaag herinneren dat
er nog een was die ik niet leuk vond, maar die is nog niet aan de beurt
geweest) is “En het einde is de dood”. Ik zie wel dat het voor de
schrijfster een heel leuke uitdaging geweest is om eens een verhaal in
het oude Egypte te situeren, maar het leest gewoon niet lekker. Het
taalgebruik is veel te hoogdravend en pompeus. Het idee daarachter zal
wel zijn dat men in het oude Egypte zo sprak, maar dat is onzin. Voor
die mensen klonk het normaal en vlot, dus kun je dat ook zo schrijven.

Het kan trouwens ook aan de vertaling liggen. Ik zou eigenlijk al
haar boeken in het Engels moeten lezen om er een definitieve uitspraak
over te doen. Het plot is wel redelijk goed. Zoals ze zelf al schrijft
in het voorwoord: het zou zich ook in een Engels landhuis kunnen
afspelen.

Het begin

Het eerste boek dat ik ooit van Agatha Christie las (verplicht voor
Engels op de middelbare school), was “Tien kleine negertjes”. Ik was
meteen fan; ik vond het zó knap in elkaar gezet. Wie het niet kent, moet
het zelf maar lezen, want als ik vertel waarom het zo knap is, geef ik
spoilers weg.
De in deze tijd controversiële titel verwijst naar een
kinderversje uit de periode waarin boek geschreven werd en daarom heet
het eiland ook zo. Als het versje destijds al over beertjes was gegaan
(zo ken ik het namelijk), had het verhaal zich op Bereneiland
afgespeeld. Maakt allemaal niet uit voor het plot.
Later toegevoegd: het internet vertelt me dat dit boek kortgeleden opnieuw is uitgegeven als “En toen waren er nog maar…”. Het
speelt zich nu af op Soldateneiland. Dan zal het versje in deze versie
wel over soldaatjes gaan. Zoals ik al zei, maakt niet uit voor het plot.

Pompoenen

Dat ik niet kan vertellen waarom ik het zo goed vind, geldt trouwens
ook voor een van mijn favoriete Poirots “De moord op Roger Ackroyd”. Dus
ja, lees zelf maar. Naar dit boek wordt overigens regelmatig verwezen
in de latere Poirot boeken. Hij gaat namelijk in dit boek met pensioen
om pompoenen te kweken, maar wordt -natuurlijk- betrokken bij een moord.
In latere boeken wordt er weleens over gesproken dat hij met pensioen
zou kunnen gaan. Dan komen die pompoenen weer ter sprake en geeft hij
aan dat het niet zo’n succes was.

Miss Marple

Wat mijn favoriete Miss Marple is, kan ik niet echt zeggen. Ze zijn
allemaal goed. Ik vind het karakter zelf zo geweldig. Het is een
schattig, breiend, ietwat warrig oud dametje, dat door buitenstaanders
nooit serieus genomen wordt. Maar ondertussen is ze altijd zowel
moordenaars als de politie te slim af. Ze ziet namelijk alle details en
heeft mensen dóór. Ik hoop later ook zo te worden. Mensen observeren doe
ik al graag en dat breiwerkje heb ik meestal ook bij de hand, dus het
begin is er.

Voorbeeld

Natuurlijk is Agatha Christie een van mijn grote voorbeelden op
schrijfgebied. Feelgood gaat me gemakkelijk af, maar ik zou dolgraag ook
cozy mysteries schrijven. Dat heb ik al gedaan trouwens. Hoewel de liefdesgeschiedenis de hoofdrol speelde, vallen Familiegeheimen, Erfgoed en misschien ook Alles onder controle
toch wel gedeeltelijk in die categorie. En -niet verder vertellen- ik
ben bezig met een boek waar het oplossen van een moord centraal staat.
Ik moet alleen nog wat details uitwerken.

Oef… wat een rommelig blogje is dit geworden. Nou ja, dat moet dan
maar. Het internet staat vol met goed doordachte stukjes over Agatha
Christie en haar boeken (hier bijvoorbeeld). Dit is meer een braindump. Zoiets van “waar het hart vol van is, loopt de mond van over”.

Ik denk dat ik over een tijdje (als ik alle boeken gelezen heb?) een
deel 2 van dit artikel ga schrijven, want het wordt veel te lang. Mocht
je ooit niet weten waar je met me over moet praten, dan weet je nu over
welk onderwerp ik niet uitgepraat raak…

Ik bezweek bijna letterlijk in de hitte

Geplaatst op 30/08/202305/12/2024 door Geertrude Verweij

 

Terwijl op het internet iedereen bezig lijkt te zijn met de komende herfst, zitten we hier op Curaçao in de warmste en vochtigste periode van het jaar. Het zweet breekt me al uit als ik stilzit en het is echt te benauwd om ook maar iets anders te doen dan het hoognodige. De lucht is zo vochtig dat de bomen, die in de droge zomer kaal waren geworden, weer groen uitlopen. Heel af en toe valt er een buitje, maar door de hitte verdampt dat vrijwel direct en daar wordt het dus alleen maar vochtiger van, niet koeler.
September is hier niet de juiste maand om eens fijn actief te gaan doen.
Ik vind dat nog altijd lastig. September was voor mij altijd de maand waarin ik weer eens lekker aan het werk ging. Zelfs toen de kinderen allang klaar waren met school en studie voelde het zo. De zomer was om de boel de boel te laten en in september konden we er weer tegenaan.
De voorjaarschoonmaak schoot er bij mij altijd bij in, maar in het najaar ging ik meestal wel even flink aan de poets. Dat was gemakkelijker zonder drie kinderen om me heen. Bovendien zie je pas echt wat er gedaan moet worden als je weer veel vaker binnen zit.
Sinds we hier wonen, ga ik altijd aan de schoonmaak als ik weet dat we een paar weken later naar Nederland gaan. Er is niets zo fijn als thuiskomen in een opgeruimd en schoon huis. En het zou nog fijner zijn als de tuin ook nog eens netjes was. Maar dat is me echt nog nooit gelukt.
Vorige week boekten we ineens een weekje Nederland voor eind september. Eigenlijk zouden we in december pas gaan, maar die kleinzoon van ons groeit zo hard dat we het gevoel hebben dat we te veel missen (er zijn ook andere redenen, maar die doen er verder niet toe).
Nu kijk ik dus regelmatig zuchtend om me heen. Als ik huis en tuin goed schoon wil achterlaten, moet ik eigenlijk dringend aan de slag. En om eerlijk te zijn: als ik het gewóón schoon wil achterlaten, moet ik ook eens iets gaan doen. Maar het is echt heel warm.
Eind juli (toen het nog een paar graden koeler én veel minder vochtig was) besloot ik dat ik me niet aan moest stellen. Gewoon doorwerken. Ik zou na bijna vijf jaar op dit eiland toch wel aan dit soort temperaturen gewend moeten zijn, vond ik. Dat heb ik geweten. Na een paar uur tuinwerk bezweek ik bijna letterlijk aan de hitte. Niet erg verstandig als ik nog wat langer wil genieten van genoemde kleinzoon. Dus nu hou ik me gedeisd. Maar wel met tegenzin.
Ik hou de weerberichten nauwkeurig in de gaten, maar die geven me weinig hoop op dat gebied. Die praten over “a muggy feeling” (dat heb ik op moeten zoeken – het betekent “vochtig, benauwd en te warm”) en geven regelmatig een code geel af (gevaar voor zonnesteek en oververhitting bij te veel inspanning).
Tja. Ik moet het maar gewoon accepteren. Als we terug zijn, is de ergste hitte voorbij en wordt het langzaam koeler. Dan ga ik wel hard aan de slag en dan is het misschien goed schoon als we in december weer gaan. Het is niet anders.
Gelukkig heb ik genoeg schrijfwerk te doen. Daar hoef je tenminste niet al te veel bij te bewegen.
Zolang ik mijn bureaustoel niet uitdrijf, zou het goed moeten komen…

Vannacht bedacht ik ineens wat een onzin dat is

Geplaatst op 27/08/202304/12/2024 door Geertrude Verweij

 

Deze maand wonen we vier jaar in dit huis en vierenhalf jaar officieel op Curaçao. Het is ruim vijfenhalf jaar geleden dat we besloten de stap écht te gaan zetten en te emigreren, en het moment waarop we besloten dat we ooit hier zouden gaan wonen, is zelfs al bijna tien jaar geleden.
Het is dus allemaal dus niet bepaald nieuw meer voor ons. En dat is fijn.
Ik heb mijn vaste supermarktrondje en weet waar de kringloopwinkels zijn, waar je lekker en betaalbaar uit eten kunt, waar de geldautomaten staan en waar de schoonste toiletten zijn. We weten hoe dingen hier werken en hoewel we de taal nog niet echt geweldig spreken, begrijpen we meestal wel wat men bedoelt. We hebben ons ritme gevonden in het dagelijks leven en beginnen de seizoenen hier (die zijn er wel degelijk!) te onderscheiden.
Het is zelfs zo, dat we Nederland nu toch echt beginnen te ontwennen. Boodschappen inpakken in de supermarkt voelt onwennig (daar hebben we hier inpakkers voor) en ik vind de agressie in het verkeer lastig om mee om te gaan. Ons vakantiehuisje staat bij Nunspeet in de buurt en daar voelt het leven nog wel redelijk normaal, maar als ik in Rotterdam ben, krijg ik het benauwd. Zo druk, zo veel mensen en zoveel herrie.
O, en afstanden. Ook zoiets. In het begin moesten we een beetje lachen om mensen die vonden dat wij op Westpunt zo ver weg woonden. Op een klein eiland als Curaçao is niets ver, vonden wij. Maar we merken nu dat we steeds minder gemakkelijk “even naar de stad” rijden (dat is zo’n drie kwartier bij ons vandaan). Waar we vroeger rustig ‘s ochtends boodschappen gingen doen, ’s middags even iets gingen halen bij de bouwmarkt en vervolgens ’s avonds bedachten dat we in de stad uit eten wilden, proberen we dat soort dingen nu altijd te combineren of op verschillende dagen te plannen. Want anders zit je zo lang in de auto. En restaurants, evenementen of attracties in het oosten? Ja, die zijn ver weg.
Waarmee ik maar wil zeggen dat we hier nu duidelijk al een tijdje wonen. Het nieuwe, het ontdekken is er echt af. En nogmaals, dat is fijn.
Op alle gebieden, behalve één. Want ik heb steeds het gevoel dat ik iets bijzonders te vertellen moet hebben als ik een stukje wil schrijven voor mijn blog. Maar ik heb hier een heel normaal leven. Ik doe het huishouden, schrijf af en toe een paar woorden aan een boek (dat is in ieder geval de bedoeling, maar daarover later meer), probeer de tuin enigszins onder controle te houden, help echtgenoot met zijn bedrijf en met klussen in huis en voer regelmatig lange gesprekken met de dochters en mijn vader. Dat laatste dan via de telefoon, in plaats van persoonlijk, maar ook dat went.
Niets om over te schrijven dus. Dat dacht ik in ieder geval de laatste tijd steeds. En daarom schreef ik maar niet.
Maar vannacht (slapen is niet mijn sterkste kant de laatste tijd) bedacht ik ineens wat een onzin dat is. Want vroeger – voor we naar Curaçao verhuisden – schreef ik wekelijks stukjes en toen beleefde ik ook zelden iets bijzonders. Maar ik schreef ze toch. In dat heel gewone leven was toch altijd wel iets waar ik over wilde vertellen. En misschien wordt het tijd om dat nu ook weer te doen. Gewoon schrijven over wat ik doe en wat me bezighoudt, zonder dat het per se over iets bijzonders moet gaan.
O, ik geloof dat ik dat net gedaan heb… Komt dat even goed uit.

Ik kocht dus geen eieren

Geplaatst op 01/03/2023 door Geertrude Verweij

Het is gek hoe snel je went aan schaarste. 
Dat bedacht ik toen ik vorige week mijn rondje supermarkten deed. Ik ging er namelijk al vanuit dat ik mijn normale hoeveelheid eieren bij drie verschillende supermarkten moest halen, omdat ze al een paar weken een “één doos per klant” beleid hebben.
Even tussendoor: ja, wij eten veel eieren. En ja, ik weet dat daar gezondheidsrisico’s aankleven. En ik besef ook dat het niet eerlijk is om bij schaarste toch nog zoveel te kopen. Maar wij hebben zoveel voedselallergieën/gevoeligheden, dat eieren voor ons een heel belangrijk onderdeel van ons voedingspatroon zijn. Maar dat terzijde.
Bij Van der Tweel viel het me op dat het bordje weg was. Wacht even. Echt waar? Jazeker! Volle schappen en geen beperking meer. Eierschaarste voorbij blijkbaar. Fijn! Ik kocht dus geen eieren bij Van der Tweel.
Ik hoor de lezer denken: huh? Je kocht géén eieren?

Tja. Van der Tweel is wat prijziger dan de andere supermarkten. Ik ga erheen omdat ze bepaalde producten hebben die ik nergens anders kan krijgen, maar goedkoop zijn ze niet. Van der Tweel was overigens vroeger Albert Heijn en ze hebben nog grotendeels dezelfde artikelen. Grappig genoeg doe ik in Nederland precies hetzelfde. Naar de AH voor een paar specifieke dingen en voor de rest naar de betaalbare supermarkt.
Ik reed dus vrolijk naar Centrum, waar ik het leeuwendeel van mijn boodschappen haal, en nam gemakshalve aan dat ik daar nu al mijn eieren voor de week kon halen. En inderdaad, ook daar was het bordje “één doos per klant” weg.
Er hing alleen wel een ander bordje, op een leeg schap: “wij hebben geen eieren”.
O. Had ik weer. Had ik nou toch die duurdere eieren maar gekocht. Een half uur terugrijden over de brug dan maar? Of eerst Esperamos proberen? Aangezien Esperamos dichterbij was, koos ik die optie. En gelukkig hadden ze daar ook gewoon eieren. Zonder beperking.
Maar nu vraag ik me al een paar dagen af: wat ging er mis bij Centrum? Was de inkoper vergeten eieren te bestellen en visten ze toen achter het net? Of waren de vaste klanten zo blij dat er weer eieren waren dat ze maar meteen dubbele hoeveelheden gehamsterd hadden? Of waren er zoveel Amerikaanse toeristen (die zijn in opmars hier) dat de eieren sowieso harder dan verwacht gingen? Want in Amerika schijnt ook iets met eieren aan de hand te zijn; ik lees regelmatig commentaar over de prijs ervan. Die schijnt belachelijk hoog te zijn. Dus misschien zijn die Amerikanen hier helemaal los gegaan met eieren omdat het bij hun thuis zo duur is. Dan hebben ze niet goed op de prijskaartjes gekeken, want hier is de prijs ook niet mals.
Nou ja, wat doet het er ook toe. Ik heb weer genoeg eieren tot mijn volgende boodschappenrondje. En we zien wel hoe de zaken er dan weer voorstaan.

Dat houdt het leven avontuurlijk, zullen we maar denken.

Ik had niet uitgeziekt, maar gewoon gespijbeld

Geplaatst op 22/02/2023 door Geertrude Verweij

Mijn nieuwe thermometer zei dat ik 37.8 had. Dat was goed nieuws, want ik was al tien dagen aan het tobben met koorts en beneden de 38 had ik nog niet gezien.

Uit nieuwsgierigheid pakte ik toch de oude thermometer nog even. Die viel regelmatig uit elkaar en de batterij was bijna op. Aangezien die hele kleine batterijen hier lastig te vinden zijn en ook nog eens de hoofdprijs kosten, had ik een nieuwe thermometer gekocht. Maar de oude deed het dus nog wel en ik was benieuwd of die twee hetzelfde aangaven. Ik nam aan van wel. Mijn vertrouwen in technologie die ik niet begrijp is eindeloos. Tenminste, dat was het. Want de oude thermometer zei dat ik 38.6 had.
Ik deed diezelfde test nog twee keer en iedere keer gaf de oude bijna een hele graad meer aan. Dat betekende dus dat ik helemaal niet al tien dagen koorts had. Of dat de nieuwe thermometer fout zat.
Maar dat laatste was niet zo, zei echtgenoot. Hij had een technische verklaring voor het fenomeen, dat er – volgens mij – op neer kwam dat een digitale thermometer versleten kan zijn en dan te veel aan gaat geven. We probeerden nog de batterijtjes te wisselen om te kijken of het daar misschien aan lag, maar dat was de nekslag voor de oude. Die deed het helemaal niet meer, niet met het batterijtje uit de nieuwe thermometer en ook niet meer met zijn eigen. In de vuilnisbak ermee en er dan maar vanuit gaan aannemen dat de nieuwe gelijk had.
Tot mijn eigen verbazing merkte ik dat ik maar half blij was dat mijn koorts dus lang niet zo hoog en langdurig was geweest als ik eerst dacht. Natuurlijk was het een opluchting, want volgens Google kun je allerlei heel nare dingen mankeren als je lang koorts hebt. Maar ik had in die tien dagen voor het eerst sinds jaren mijn gezondheid eens serieus genomen. Zolang ik boven de 38 graden zat, moest (mocht) ik van mezelf zoveel mogelijk uitrusten en uitzieken. Alleen het hoognodige doen en verder de boel de boel laten. Nu bleek echter dat het allemaal wel meeviel. Vooral de laatste dagen, want de 38 tot 38.5 graden die ik toen gemeten had, was dus eigenlijk nauwelijks verhoging. Ik had niet uitgeziekt, maar gewoon gespijbeld. Niet gerust, maar lui geweest. Het kon best zo zijn dat ik nog moe was, maar ik moest dringend weer aan de slag.
Gek hè? Ik heb blijkbaar bewijs nodig dat ik ziek ben om mezelf rust te gunnen.
Het pijnpunt zit hem juist in dat laatste woord, trouwens. Gunnen. Want natuurlijk zijn er dagen dat ik niet veel doe. Mijn lijf werkt niet altijd mee en als het niet gaat, gaat het niet. Maar daar komt altijd een flinke dosis frustratie bij kijken. Zo van: eigenlijk moet ik…
En dat is heel erg fout, want frustratie veroorzaakt stress en stress is ongezond. Stress kan zelfs langdurige koorts veroorzaken. Wat er dan uiteindelijk voor zorgt dat ik alsnog die rust neem, want dan mág het. Misschien kan ik die stappen in het vervolg beter overslaan…

Ik koos… boeken (en: goed nieuws!)

Geplaatst op 15/02/2023 door Geertrude Verweij

Bij de meeste echte boekenliefhebbers zijn papieren boeken nog altijd favoriet. En dat snap ik. Ik zou ook het liefst een complete wand met boeken in de huiskamer hebben en ik geniet veel meer van heerlijk struinen langs rekken vol boeken dan van scrollen langs suggesties op mijn e-reader. En ik vind het ook veel prettiger om een papieren boek in mijn handen te hebben, dan toch weer een beeldscherm voor mijn neus. Maar toch zou ik dat ding niet meer willen missen.
Toen we emigreerden, maakten we de keuze om geen container te nemen. Dat is wel min of meer de normale gang van zaken; je koopt of huurt een volledige zeecontainer, vult die met al je bezittingen en laat hem per schip naar je nieuwe locatie brengen. Maar wij vonden dat een erg dure optie. Bovendien woonden we op dat moment in een gemeubileerd huurappartementje van krap 20 vierkante meter en was het nog niet zeker of we het huis van onze dromen konden kopen. We zouden dus alles moeten opslaan, wat het nog duurder maakte.

We besloten dat het eigenlijk wel zo prettig was om met een min of meer schone lei te beginnen en alleen mee te nemen wat we écht niet wilden missen. Fotoalbums natuurlijk, wat kleine dingen met een speciale betekenis, en de massief eiken tafel van mijn ouders. Echtgenoot koos zijn telescoop, zijn stereo en zijn verzameling langspeelplaten als belangrijk genoeg om mee te nemen en ik koos… boeken.

Ik deed mijn uiterste best om onze (nou ja, mijn) enorme verzameling terug te brengen tot een wat minder uitgebreide collectie. Uiteindelijk bleef er minder dan een derde over, maar mijn boeken vulden nog steeds het merendeel van onze dozen.
Inmiddels zijn we vier jaar verder. We hebben een groot huis en een mooie, grote, boekenkast (zie foto). En ik zou mezelf niet zijn als ik niet al vrij snel precies wist wáár je op dit eiland boeken kunt vinden. Ik ken twee gratis boekenkasten, twee echte boekhandels en vier adressen waar ik tweedehands boeken kan kopen. En natuurlijk ben ik lid van de bibliotheek. Die boekenkast is zeer goed gevuld en ik moet regelmatig boeken wegdoen omdat het er anders echt niet meer in past. Maar dat hoort er ook bij. Ik vind mijn boekenkast opruimen en reorganiseren een van de leukere klusjes.
Soms gaan er weken of zelfs maanden voorbij zonder dat ik mijn e-reader aanraak. Maar er komt altijd weer een moment waarop ik hem te voorschijn haal. Als ik weinig tijd heb om op zoek te gaan naar nieuwe boeken bijvoorbeeld. Als we naar Nederland gaan (hoewel er in ons vakantiehuisje daar ook al aardig wat boeken staan). Of als ik me niet lekker voel en een paar dagen weinig anders doe dan lezen. Dat zou met échte boeken flink in de papieren lopen, maar e-boeken zijn per definitie goedkoper dan papieren boeken (logisch, want er komt geen papier, drukker, vervoer en opslag aan te pas). Bovendien heb ik een Kobo-plus abonnement, dus ik kan voor een tientje per maand ongelimiteerd downloaden. Je kunt zelfs “binge” lezen met een e-reader, want als je een deel van een serie uithebt, komt hij zelf met de downloadlink van het volgende deel. Heerlijk is dat, vooral als ik ziek ben.

Nu zit ik al een uur naar dit stukje te staren. Wat wil ik hier nu eigenlijk mee zeggen? Dat ik de combinatie van ouderwetse boeken en digitale boeken zo fijn vind? En dat die conclusie eigenlijk voor bijna alles in het leven geldt? Dat is absoluut waar. Ouderwets is fijn, maar moderne techniek kan ook heel handig zijn. Het is een kwestie van de juiste balans, denk ik.

Maar eigenlijk is er een andere reden waarom ik over digitale boeken wilde schrijven… Wie mij wat langer kent weet hoe lastig ik promotie vind en hoe veel moeite het mij dus kost om dit op deze manier te doen, maar ik doe het toch, want ik heb goed nieuws. Komt-ie…

Na jaren en jaren nee verkopen op de vraag of mijn boeken (de boeken die ik zelf geschreven heb dus) ook als e-boek verkrijgbaar zijn, is het eindelijk zover. In de komende weken zullen al mijn boeken als e-boek verschijnen en ook beschikbaar zijn op Kobo Plus en bij de Online Bibliotheek. Ik ben er blij mee!
(meer informatie op mijn website)

Ze heeft gewoon gelijk

Geplaatst op 08/02/2023 door Geertrude Verweij

Naast ons huis staat een appartementencomplex. Veel last hebben we daar niet van, want ze zitten zelden vol. Gelukkig voor ons, maar jammer voor de eigenaar. Ondanks dat het gebouw zo dicht op ons huis staat (er zit nog geen twee meter tussen) kunnen we gesprekken van gasten op het dakterras of het balkon alleen letterlijk volgen als zij heel hard praten.

Ongeveer een jaar geleden logeerde er een Nederlands gezin met drie vrij drukke kinderen, en een Amerikaans echtpaar. Heel erg rustig was het dus op dat moment niet. Ik zal niet beweren dat we echt last van ze hadden, maar we hóórden ze wel. Voortdurend. Vooral de Amerikaans vrouw, die haar best deed alle karikaturen waar te maken. Ze was zeer aanwezig en had een keiharde, snerpende stem. Haar man hoorde je zelden. Die kwam er gewoon niet tussen.
In die periode hadden wij het niet helemaal meer naar ons zin op het eiland (zachtjes uitgedrukt). We zaten nog in de naweeën van de pandemie, die onze plannen om Kerst in Nederland te vieren in het water had gegooid. En toen we probeerden toch iets van de feestdagen te maken, besloot een niersteen in echtgenoots lichaam dat Kerstavond een goed moment was om de reis naar buiten te beginnen. Die reis duurde twee dagen, dus feestelijk was het niet echt. We hadden dat net een beetje verwerkt toen echtgenoot zakelijk met wat complicaties te maken kregen die een hoop stress en werk veroorzaakten. En omdat we sowieso een beetje tobden met onze gezondheid (wie niet in die tijd?) gingen de verbouwingen aan ons huis ook niet zo soepel als we gehoopt hadden.
De Amerikaanse vrouw was heel Amerikaans spontaan en amicaal bevriend geraakt met het Nederlandse gezin en begon elke dag met een vrolijk en luidruchtig praatje. De moeder deed haar best om beleefd te blijven en vroeg dus ook steevast: “How are you?”
Die ochtend zaten wij, voor de zoveelste keer, te bedenken of en wanneer we naar Nederland konden gaan. Het kon nog niet, was de conclusie. En we konden ook nog niets plannen. Echtgenoot moest eerst een paar dingen regelen op Curaçao en daarvoor moesten we wachten op andere mensen die eerst dingen moesten regelen (ja, ik weet het; lekker vaag, maar het doet er ook niet echt toe wat er precies speelde). We wisten allebei dat het nu eenmaal niet anders was, maar echt vrolijk werden we er niet van.
En toen, precies toen wij er even helemaal doorheen zaten, riep de Amerikaanse dame: “I’m great! You know, it’s another day in paradise!”
We trokken eerst allebei een cynisch gezicht. Ik rolde met mijn ogen en echtgenoot schudde spottend zijn hoofd. Overdreven Amerikaans sentimenteel gedoe. Fijn voor haar, maar voor ons was het leven echt zo geweldig niet. Maar toen klikte er ineens iets op z’n plaats. We keken om ons heen, naar de strakblauwe lucht en de felblauwe zee. We zagen de palmboom die we zelf opgekweekt hebben, en de vogeltjes die van de suiker die we voor hen klaarzetten kwamen snoepen. We voelden de warmte van de ochtendzon en de koelte van de wind. We realiseerden ons dat we een groot huis hadden, op een enorm stuk grond, met een prachtig uitzicht, op loopafstand van een strand, met een eigen zwembad en een heerlijk overdekt terras.
“Er zit toch wel iets in,” wilde ik, voorzichtig, opperen, maar echtgenoot zei precies op datzelfde moment: “Ze heeft gewoon gelijk.”
Een maand later vonden we in een souvenirwinkeltje een houten bordje met precies die tekst erop en dat hangt op een plek waar we het dagelijks zien. Want die vrouw had absoluut gelijk.
Natuurlijk is het voor ons anders dan voor iemand die een weekje op vakantie is. Wij wonen hier en dat houdt in dat je hard moet werken, ziek wordt, zorgen hebt, en af en toe gewoon helemaal klaar bent met de situatie. Maar we hebben er niet voor niets voor gekozen om hier te gaan wonen. En hoewel het ons ook echt niet allemaal is komen aanwaaien, weten we dat dit niet voor iedereen is weggelegd.

En dus zeggen we het nu iedere ochtend tegen elkaar: “It’s another day in paradise.”

Het blijkt dat ik alles verkeerd doe

Geplaatst op 01/02/2023 door Geertrude Verweij

Jaren geleden, toen mijn neef nog een klein neefje was (hij is inmiddels volwassen en bijna 2 meter lang), zat hij tijdens een verjaardag heel geïnteresseerd rond te kijken in mijn huiskamer. Ik vond hem al zo stil, wan normaal gesproken stond zijn mond niet stil.

Maar toen kwam de aap uit de mouw: hij had zitten tellen. “Jij hebt 32 planten,” zei hij verwijtend. En vroeg toen verbaasd: “Waarom zoveel?”
Ik stond even met een mond vol tanden en maakte me er vlug vanaf met een “omdat ik dat leuk vind”. Later realiseerde ik me dat dát ook gewoon het enige juiste antwoord was.
Afgelopen zomer vond ik in mijn vaders zeer omvangrijke fotoarchief foto’s van ons eerste flatje. Een van de dingen die me opviel, was dat het er vol stond met planten, terwijl we daar op dat moment nog geen vier maanden woonden. Ik had altijd al plantjes op de vensterbank in mijn slaapkamer toen ik nog thuis woonde, maar ik moet er in die paar maanden nog heel wat bij gekocht of gekregen hebben.
Planten zijn een deel van mijn leven. Ik heb dan ook letterlijk mijn tranen moeten wegslikken toen ik, tijdens het inpakken van onze spullen voor de emigratie, mijn prachtige ficus benjamina en mijn enorme schlefflera in de groencontainer moest gooien. Ik had ze opgekweekt van stekjes die ik ooit voor een paar euro gekocht had, maar ze waren nu zo groot dat geen van de dochters er ruimte voor had. In een opwelling knipte ik een paar takjes af, deed ze met een vochtig keukendoekje in een diepvrieszakje en stopte ze in mijn koffer. Die stekjes zijn nu groter dan de moederplanten en hebben ettelijke nakomelingen.
Ooit nam ik een plant mee uit het klaslokaal van mijn dochter om in de vakantie water te geven. Het arme ding was half dood, maar ik gaf hem wat verse potgrond in een grotere pot (de andere was gebarsten) en verzorgde hem net als mijn andere planten. Toen we de plant terug brachten, zei de leraar: “Je had geen nieuwe hoeven kopen, hoor!”
Men zegt dat ik groene vingers heb. Ik vind zelf van niet. Ik doe maar wat.
Op internet vond ik een tijdje geleden youtube channels en instagramaccounts van andere plantenliefhebbers. Leuk! dacht ik in mijn onschuld. Want ik wist wel dat ik instagramschrijvers, youtube mama’s en clean-with-me meisjes beter kan mijden, maar wat kan er misgaan met mensen die ook van planten houden?
Nou…
Het blijkt dat ik álles verkeerd doe. Deze meisjes (en een paar jongens) hebben al járen ervaring, want ze zijn tijdens de pandemie begonnen met planten verzamelen, dus zij weten hoe het moet. Geen gewone potgrond natuurlijk, nee, stel je voor. Dat is speciaal voor kamerplanten bedoeld en dat kan niet goed zijn. “A special potting mix” moet je gebruiken en die moet bovenal heel goed water doorlaten. Ook moeten er altijd gaten onder in je pot zitten, alweer om dat water door te laten. Er moeten groeilampen boven je planten en je moet ook zorgen dat de lucht van je “plant room” vochtig genoeg is. Heel bijzondere planten staan in kasten met glazen deuren die helemaal geseald worden. En je moet natuurlijk heel hard juichen (en filmpjes maken) bij ieder nieuw blad. Verpotten geeft je plant veel te veel stress, dus dat mag alleen als het écht nodig is, maar áls het nodig is, dan maak je daar een filmpje van omdat andere mensen natuurlijk geen idee hebben hoe je dat doet. En nieuwe planten moet je eerst helemaal schoonmaken met heel speciaal spul en dan een tijdje in quarantaine houden vanwege eventuele “pests”. Dus spontaan een plantje bij de supermarkt kopen, die in een mooie pot zetten (zonder gaten en met normale potgrond) en er dan een leuk plekje voor zoeken tussen de andere planten is helemaal fout.
Het erge is dat ik dit nu met een flinke dosis cynisme schrijf, maar dat ik er dus in eerste instantie wél onzeker van werd. Maar toen keek ik naar mijn planten, mijn arme, totaal verkeerd behandelde plantbaby’s (want zo moet je ze noemen) in hun verkeerde potten, met hun verkeerde potgrond en zonder speciale eigen kamer, die toch allemaal groot, groen en heel gezond zijn en toen ben ik maar gewoon hartelijk in de lach geschoten. Want wat maken deze mensen het zichzelf verschrikkelijk moeilijk!
Ik zou zélf een youtube of instagram moeten beginnen met tips over planten. Hoewel… het enige advies dat ik kan geven (en al jaren geef) is simpel. Liefdevolle verwaarlozing. Dat is waar planten het best op groeien. Af en toe kom je erachter dat een plant het niet goed doet en dan zet je hem meer of minder in de zon. Of je geeft hem wat meer of juist wat minder water. Of een grotere pot, met wat nieuwe potgrond. Maar het luistert allemaal niet zo nauw. Planten zijn natuur en de natuur weet zelf heel goed wat ze doet, als je haar maar de kans geeft. Soms gaat een plant dood, maar dat is ook de natuur. Dan was die plant niet geschikt voor jou of jouw huis. Zo simpel is het.
Maar daar ga ik natuurlijk geen duizenden volgers mee krijgen…

  • Previous
  • 1
  • 2
  • 3
  • 4
  • 5
  • 6
  • 7
  • …
  • 46
  • Next

Welkom!

Ik ben Geertrude, echtgenote van 1, (schoon)moeder van 5 en oma van 2.
Ik ben boekhouder, redacteur en schrijfster van beroep en hou van lezen, fotograferen, breien, naaien, tuinieren, kruidengeneeskunde en nog veel meer.
Hier schrijf ik over alles wat me bezighoudt en soms ook over mijn pogingen eens wat rustiger aan te doen.
Meer over mij vind je hier.

Archief

© 2026 Geertrude blogt | Aangedreven door Minimalist Blog WordPress thema