Geertrude blogt

Menu
  • Contact
  • Over mij
  • Privacy
Menu

Categorie: persoonlijk

Chaos

Geplaatst op 10/02/2009 door Geertrude Verweij

Ik schreef een paar weken geleden nog dat ik zo’n behoefte had aan rust, reinheid en regelmaat. Misschien dacht u dat ik dat dan nu wel een beetje voor elkaar zou hebben. Dat dacht u dan verkeerd. De chaos is completer dan ooit.
Ik had vorige week een drukke schrijfweek met veel opdrachten voor de krant. Verder was echtgenoot ziek en een dochter half ziek. Dat hakt er altijd in. En toen besloot ik zondag om toch maar vast een begin te maken het leegruimen van een paar kasten die verplaatst moesten worden. De mooie kast die van mijn grootmoeder geweest is, mag weer terug naar de huiskamer. De barkast die ik gebruik als bureautje moet naar boven, zodat ik als het nodig is de deur achter me dicht kan trekken om in alle rust te schrijven. Dat is de theorie in ieder geval.
Ik begon dus met het leegruimen van het bureautje. Dat was best te doen. Een deel kon ik kwijt in de andere kast in de huiskamer en de rest mocht even in de vensterbank. Maar toen moest oma’s kast leeg. In oma’s kast bewaar ik mijn wol en mijn lapjes. Op oma’s kast stonden een ouderwetse handnaaimachine (die ik regelmatig gebruik) en een naaidoos. En natuurlijk lag er heel veel losse rommel, want zo gaat dat met een kast in de gang. Hier wel in ieder geval.
Toen ik eindelijk de wol en de lapjes in plastic kratten gepropt had en alle losse dingetjes min of meer in een hoek van de huiskamer had gestort, toen ik het bureautje al naar het midden van de kamer had geschoven, toen stopte er een auto voor ons huis. En daar stapten mijn schoonouders uit, in keurige zondagse kledij.
Mijn schoonouders hebben er een neus voor. Zij komen nooit als mijn huis glimt en glanst en alles op zijn plek ligt. Zij komen alleen als ik half ziek of gewoon lui ben en dringend iets moet gaan doen, als ik net thuis kom na vierentwintig boodschappen of als de inhoud van twee kasten in onze toch al niet opgeruimde kamer verspreid heb.
Gelukkig zijn het lieve mensen, dus ze zeggen er niets van. Maar ik betwijfel of ze geloven dat ik echt (soms) wel een goede huisvrouw ben.
Ik denk dat ik ze maar een uitnodiging stuur als ik de boel straks weer helemaal op orde heb!

Echt

Geplaatst op 06/02/2009 door Geertrude Verweij

Vandaag kwam er een pakketje met een heel bijzondere inhoud.

Mijn woorden, mijn verhaal, in een echt boek. Wie had dat ooit durven denken?
(p.s. boekpresentatie is 11 maart in de bibliotheek in Zevenhuizen. Uitnodigingen worden nog verstuurd aan mensen van wie ik de adressen heb, maar als je meer wilt weten, mail dan even)

(Geld) stroom

Geplaatst op 04/02/2009 door Geertrude Verweij

Vanochtend stonden er twee mensen van onze energiemaatschappij voor de deur. Zij stelden zich netjes voor en wilden met mij praten over een zakelijk contract. Ze hadden bij de Kamer van Koophandel gezien dat ons bedrijf vanaf dit adres gevoerd werd. Dat klopt wel, maar we huren sinds ort een kantoor ergens anders.
Ik ben sowieso niet zo’n fan van het steeds opnieuw afsluiten van dit soort contracten. Het zal op den duur best geld schelen, maar ik ben altijd bang dat ik ergens de mist in ga. Dat ik dan een paar maanden dubbel moet betalen of een week helemaal geen stroom mee heb, zoiets.
Vorig jaar hebben we wel bij onze eigen maatschappij ons contract veranderd naar NatuurStroom en Gas met een NatuurCertificaat. Omdat we destijds net een stroomvretende nieuwe server hadden neergezet, vonden we dat wel een goede compensatie. Dat de olieprijzen ondertussen bleven stijgen, was een bijkomend voordeel, dachten wij. Want die windmolens draaien wel door, oliecrisis of niet. Zo kwamen we misschien nog wel voordeliger uit ook.
Eind januari kwam er echter een brief van de energie maatschappij. Dat onze tarieven per 1 januari zouden veranderen. Ja, dat bericht kwam echt heel tijdig. Maar ik snapte wel waarom.
Ze moesten natuurlijk eerst nog een smoes verzinnen. Want hoe kun je nu aankondigen dat natuurstroom twintig procent duurder geworden is, omdat de olieprijzen gestegen zijn? Dat is klinkklare onzin. We kiezen juist voor natuurstroom omdat we de krimpende olievoorraad niet langer willen belasten. Zeg ik.
Maar dat zegt de energiemaatschappij dus niet.
Die legt het zo uit: als de olieprijzen stijgen, stijgt de vraag naar natuurstroom. En als de vraag stijgt, stijgt de prijs ook. Dus is de prijs van natuurstroom vrolijk gekoppeld aan de prijs van olie.
Je kunt het als consument gewoon niet winnen. Bouw meer windmolens, roep ik dan. Maar dan moeten ze eerst strijd voeren met een heleboel NIMBY*-tegenstanders. Wij hebben er vier in ons uitzicht-voor, dus ik mag er iets van zeggen. Als ik naar die windmolens kijk, denk ik altijd: “Goed zo jongens, blijf maar draaien. Kan ik weer een was doen.”
Ik vraag me trouwens wel af wat die keurige verkopers van de energiemaatschappij vanochtend dachten toen ik de deur opendeed. Want als je bij een IT-bedrijf aanbelt, verwacht je natuurlijk niet dat je bij het openen van de deur geconfronteerd wordt met een wasmachine, een droger en stapels was. Tja, representativiteit was de voornaamste reden voor een kantoor buitenshuis…

*NIMBY=Not In My Back Yard

Ruimte maken

Geplaatst op 28/01/2009 door Geertrude Verweij

Nog geen dag nadat ik een medeblogger vertelde dat ik groen zag (van jaloezie dus) bij het idee dat zij een heus eigen kantoor kreeg, begonnen we hier voor de zoveelste keer met het maken van mooie plannen. Wie mijn schrijfsels al wat langer volgt, weet dat we één kamertje over hebben in dit huis. Kamertje, want het heeft hetzelfde bescheiden formaat als de andere vier slaapkamers hier in huis, ongeveer 7 vierkante meter. En “over” is misschien een beetje te positief gesteld. Eigenlijk hebben we nog steeds ruimte te kort. Vandaar dat dit kamertje in die bijna vier jaar dat we hier wonen al regelmatig van doel veranderd is.
Het begon met het idee dat we het nog “even”  af zouden werken en dan zou Miriam er gaan slapen. Dat was een mooi plan, want dan zouden de drie dochters bij elkaar in de voormalige garage liggen en wij de bovenverdieping voor onszelf zouden hebben. In verband met privacy een fijne oplossing, want één van de dochters moet nu door onze kamer naar de hare. Maar het afwerken liet een beetje op zich wachten.
Tot echtgenoot nu bijna drie jaar geleden voor zichzelf begon. Toen besloten we dat het kamertje gebruikt ging worden als kantoor. Dit was de beste locatie, want er zit een buitendeur in. Die zouden we dan niet dichttimmeren, maar gebruiken als ingang voor eventuele zakenrelaties. Toch fijn als die niet door de gang die als bijkeuken dienst doet (oftewel, waar bijna altijd de wasmachine of de droger staat te draaien) en langs de dochterslaapkamers hoeven. Maar we kwamen in tijdgebrek, echtgenoot begon gewoon vanaf de bank te werken en dat beviel zo goed dat hij het hele kantoor niet eens meer wilde hebben. Het kamertje bleef half afgewerkt en raakte langzamerhand steeds voller gestapeld met dingen die we nergens anders kwijt konden.
Vorig jaar in de zomer bedachten we dat we graag een houtkachel wilden hebben en het kamertje kreeg een nieuwe bestemming. We zetten de paar oude kasten die er al stonden halverwege, zodat de ene helft als bergruimte dienst kon doen en de andere helft (de kant met de buitendeur) als houtopslag. De “houtopslag”  raakte stiekem weer vol met andere dingen en de bergruimte was eigenlijk veel te klein, maar dat ging ik ooit nog eens opruimen.
In november kwamen we er achter dat het aanschaffen en installeren van die houtkachel een veel te grote kostenpost zou worden. Dat zou nog zeker een jaar, of langer, gaan duren.
Wel zouden we een grote vrieskist gaan aanschaffen. Ik haalde dus de rommel uit de zogenaamde houtopslag, verschoof de kasten en maakte plaats voor de vrieskist. Dat was in december. Nu zijn we ruim een maand verder en de plannen zijn weer veranderd.
Want na een flinke dip de afgelopen weken, begin echtgenoot te beseffen hoe fijn het is om werk en prive gescheiden te houden. Hij heeft nu een kantoor buitenshuis en laat zijn laptop daar gewoon staan na werktijd. En aangezien ik dezelfde burn-out klachten vertoon vond hij dat ik ook maar eens moest gaan proberen om werk en prive te scheiden. Maar dat valt niet mee als je bureau in de huiskamer staat. Eerst bedachten we dat ik dan bij hem op het kantoor buitenshuis zou gaan zitten, maar dat leek me in de praktijk toch minder prettig. Wel handig voor de boekhouding en het zou ook kunnen als ik meer commercieel schrijfwerk had. Maar ik zie mezelf geen romannetje schrijven terwijl echtgenoot en zijn zakenpartner IT-dingen zitten te doen. Dan voel ik me toch een beetje “out-of-place”. Dus bedachten we dat ik dan het berghok, zoals het kamertje inmiddels genoemd werd, verder zou gaan opruimen. Er zouden dingen verplaatst gaan worden naar het kantoor buitenshuis en dan zou ik plaats hebben om daar een bureau neer te zetten. Maar vlak daarna werden we weer eens geconfronteerd met het gebrek aan privacy als je zestienjarige dochter haar kamer alleen kan bereiken door vlak langs het bed van haar ouders te lopen (ook onze kamer is niet groter dan die 7 vierkante meter) en toen zijn we weer van plan veranderd.
Na hard denken en veel meten, bleek de vriezer toch in de gang te passen. Dan moet de kast van mijn grootmoeder terug naar de huiskamer, op de plek waar ik nu mijn werkplekje heb. Dat vind ik wel fijn, van die kast, want die staat in de gang zo’n beetje verstopt achter de wasmachine en de droger en dat is zonde. Als de vriezer weg is uit het kamertje, kan ik vast beginnen met aftimmeren en schilderen. Ondertussen gaat echtgenoot de servers verhuizen naar kantoor en kan één van de kasten uit het berghok op de plek van de servers gezet worden. Wat er in de andere kasten staat moet dan weer verspreid worden over het huis, kantoor en vuilnisbak, zodat het kamertje leeg komt. Dan gaat jongste dochter uiteindelijk toch daar slapen (inderdaad, dat was plan 1, ooit). En het kamertje dat dan boven vrij komt, wordt gedeeltelijk bergruimte en verder mag ik het in gebruik nemen voor mijn schrijf- en naaiwerk!
Ik hoef dus straks niet meer groen te zien van jaloezie op iemand met een eigen plekje. Dan heb ik zo’n plekje zelf ook!
Alleen moet ik er dus wel nog een klein beetje werk voor verzetten. En nu maar hopen dat de plannen niet weer veranderen voor ik klaar ben!

Droom

Geplaatst op 27/01/2009 door Geertrude Verweij

Vannacht droomde ik dat ik verhaal ging halen bij een leraar van één van de dochters. Het was de verkeerde leraar bij het verkeerde vak van de verkeerde dochter, maar in een droom kan dat. De dochter was in mijn droom huilend thuis gekomen, want die leraar had gezegd dat het helemaal niets zou worden met de examens. De hele klas moest er maar vanuit gaan dat ze volgend jaar nog op school zouden zitten.
Nu zitten de oudste twee dochters in een speciale klas voor slimmeriken en hoewel de daarop aangepaste manier van lesgeven niet altijd goed uitpakt, is de kans op zakken toch minimaal bij deze groep. Maar in mijn droom zag de leraar het blijkbaar niet meer zitten.
Ik werd dus kwaad en ging met de dochter naar school om hem daarop aan te spreken.
Wetenschappers beweren dat wij geen verhalen dromen, maar alleen flarden en losse  indrukken. Onze hersenen maken er achteraf een verhaal van, omdat we het anders niet kunnen verwerken.
Vandaar dat mijn droom het saaie stuk waarin ik in de auto stapte en naar school toe reed (vier stoplichten en zes rotondes) oversloeg.
Ik stond ineens op school en ging op zoek naar de leraar. Die bleek in zijn trainingspak klaar te staan om een stukje te gaan hardlopen. Ik meldde dat ik het geen stijl vond en bovendien erg demotiverend om een hele klas te vertellen dat ze toch wel zouden zakken.
Zijn antwoord was: “Ach, ze zijn gewoon niet zo erg slim.”  En hij aaide mijn dochter vriendelijk over het hoofd, waarna hij een potlood in haar neus stak.
Ik denk dat dat het moment was waarop ik bijna in nachtmerrieflarden terecht kwam, maar het potlood verdween gelukkig meteen weer. De leraar nam met een paar welgemeende zoenen afscheid van de andere leraren en toen werd ik wakker.
Ik lees en hoor regelmatig over mensen die dromen uitleggen. Ik heb er ook wel eens een website of een boek op nageslagen, maar de gekke dingen die ik droom staan er nooit bij.
De flarden waaruit mijn dromen bestaan kan ik meestal wel thuisbrengen. Ik zit dus duidelijk met tegenvallende cijfers van de dochters en de falende lesmethodes in mijn maag. Hun leraren zijn nooit aanspreekbaar en dekken elkaar in, vandaar dat hardlopen en dat zoenen. Alleen vraag ik me dan toch af waar dat potlood vandaan kwam…

Gezellig

Geplaatst op 23/01/2009 door Geertrude Verweij

“Juist gezellig!” zeggen echtgenoot en dochters als ik mopper over het totale gebrek aan rust, reinheid en regelmaat hier in huis. Van hen mag het best een beetje chaotisch, rommelig en ongedisciplineerd zijn. Van mij ook wel. Meestal tenminste Ik mopper er alleen over als ik er last van heb. Zoals nu. Want ik probeer een boek te schrijven.
Er zijn schrijvers die vooraf schema’s en overzichten maken en daar stapje voor stapje een boek mee bouwen. Dat is een heel goede en degelijke methode. Maar niet de mijne. Ik wacht gewoon tot er mensen in mijn hoofd beginnen te ontstaan. Zodra ik ze vaag kan onderscheiden, ga ik zitten en begin met schrijven. Dat is hard werken, want die mensen zitten in mijn hoofd vaag te zijn en dan moet ik ze op beetpakken en op papier zetten. Maar als het goed gaat, beginnen die mensen ineens te leven. Dan gebeurt er van alles en hoef ik dat alleen nog maar op te schrijven. Af en toe gaan ze een heel andere kant uit dan ik verwacht had, maar dat geeft niet. Ik heb toch geen schema’s.
Deze keer lukt het niet zo goed. Er is een leuke vrouw en een knappe man. Hun eerste kennismaking is stormachtig en dat is fijn. Want zo moet dat in romans, er moet wel iets aan de hand zijn, anders is er geen verhaal. Maar dan komt hij ineens spontaan zijn excuses aanbieden. Ze gaan samen een hapje eten. Alles goed. En saai.
Ik zeg nog: “Lieverds, heel fijn voor jullie, maar ik moet een boek schrijven, geen sprookje van twee kantjes.” Dat helpt niet, er is geen beweging in te krijgen. Ze vinden elkaar leuk, er zijn geen problemen en ze leven nog lang en gelukkig.

Nu heb ik toch het vermoeden dat dit komt omdat mijn hoofd te vol is met mijn echte leven. Met pubers, examenstress en tegenvallende cijfers. Met ramen lappen, de was en de kattenbak. Met alles wat er normaal gesproken rondspookt in het hoofd van een vrouw met een rommelig leven als het mijne. Ik denk dat er simpelweg geen ruimte is voor fictieve levens.
En daarom verlang ik naar een beetje rust, reinheid en regelmaat. Zodat de mensen in mijn hoofd wat leefruimte krijgen en iets mee gaan maken. Zodra het boek af is mag alles weer chaotisch, rommelig en ongedisciplineerd worden. Want dat is nou juist zo gezellig!

Dozen

Geplaatst op 21/01/2009 door Geertrude Verweij

Soms is het best gezellig om een man te hebben die thuis werkt. Ja, hij heeft nu wel een kantoor buitenshuis, maar daar zit hij niet iedere dag. Het is ook wel eens lastig.
Gisteren moest er iemand thuis zijn omdat er een bestelling afgeleverd zou worden. En ik had al een afspraak staan voor die bestelling gedaan was. Dus bleef echtgenoot gezellig de hele dag thuis.
Ik vertrok om half twee. Het huis was een beetje rommelig, dat geef ik toe. Ik loop al een week te kwakkelen en ben bovendien bezig met allerlei leuke, maar tijdrovende dingen, zoals het installeren van een nieuwe laptop.
Nu denkt u vast dat ik erg verwend word. Een nieuwe laptop, toe maar! Ja, ik ben er ook erg blij mee. Het is vooral erg handig dat van deze laptop allebei de scharnieren heel zijn. Van de andere was er één gebroken. Daardoor kon de klep niet meer dicht. Maar hij kon wel verder open. Soms zat ik fanatiek te typen en dan zag ik ineens mijn beeldscherm naar achter zakken. Dat is een vreemd gezicht, zo halverwege een belangrijke zin.
Ook werkt bij deze laptop het hele toetsenbord. Dat is ook erg fijn. Bij mijn oude was de f kapot. Niet helemaal gelukkig, dat zou pas echt lastig zijn. Maar je moest hem wel nadrukkelijk en stevig indrukken. Dus kwam de f als ik snel typte vaak gewoon niet door, wat a en toe rare schrijouten opleverde.
Maar goed, ik was verwend en het huis was dus rommelig. Er stond bijvoorbeeld een doos waar mijn laptop ingezeten had. En een doos waar die doos en mijn laptoptas in zaten. Dat moet vanwege het versturen, hoe minder delen er door de bezorger moeten worden afgeleverd, hoe kleiner de kans op fouten. Maar het is dus wel een stuk karton en een hoop rommel extra. Voor ik wegging, bedacht ik nog dat ik die dozen als ik terugkwam maar eens op moest ruimen.
Ik had een boeiend gesprek met een mevrouw van een datingbureau en was vrij snel weer terug. En had toen even moeite mijn huiskamer te vinden, want die was bedolven onder de dozen.
De bestelling was dus gearriveerd. Die bestelling was een server die door echtgenoot nog even in elkaar gezet en geïnstalleerd moest worden. En natuurlijk waren alle onderdelen apart verpakt. Als je bedenkt dat in een dergelijke server al acht harddisks zitten, dan kunt u zich wel voorstellen dat er werkelijk tientallen dozen in onze vrij kleine huiskamer verspreid lagen. En natuurlijk niet te vergeten de dozen waarin die dozen verstuurd waren.
Echtgenoot zat te midden van de dozen de server in elkaar te zetten. Ik vind dat altijd leuk om te zien. Hij mag dan een kei van een programmeur zijn, maar in zijn hart is hij nog steeds de jongen die televisiemonteur wilde worden. Het liefst soldeert hij alles weerstandje voor weerstandje in elkaar. Dan is dat printplaatjes prikken van tegenwoordig maar saai. Toch doet hij dat ook met volle overgave.
Na een paar uur, een maaltijd op de bank (want server op de eettafel) en een middag en avond voorzichtig tussen de dozen door laveren, is het nu min of meer opgeruimd. De server is in de grootste doos onderweg naar het serverhok van bestemming en de andere dozen zijn netjes in elkaar gestapeld zodat ik ze naar de stort kan brengen. Ze staan nog wel in de huiskamer. Want in de gang staat was en in de keuken ook. Maar die kon ik gisteren dan ook niet opvouwen, omdat de huiskamer vol was.
We hebben de dozen trouwens nog niet opengescheurd en platgemaakt. Ik moet namelijk eerst even kijken of ik ze niet ergens voor kan gebruiken. Je weet tenslotte nooit.
Dat is geen gemakkelijke beslissing. Want nu denk ik: weg met die rommel. Ik kan nauwelijks meer ergens bij. In het kastenkamertje (die hebben wij bij gebrek aan zolder) is ook geen ruimte. Ik kan amper bij mijn vriezer komen en er is ook geen ruimte ergens boven op. Daar staat al iets. Ik zou natuurlijk iets in die dozen kunnen doen, maar dan schiet het ook niet op. Kan ik ze nog niet gebruiken voor je-weet-tenslotte-nooit.
Dus ga ik ze maar wegbrengen. Denk ik. Hoewel ik vorige week nog moest zoeken naar een doosje, maar die had ik natuurlijk net weggegooid omdat ik ze dus-toch-niet-nodig had. Moest ik een doosje gaan kopen bij het postkantoor. Dat kost dan weer tijd en geld, terwijl ik een week daarvoor nog een perfect doosje in de papierbak had gemikt.
Dat is het lastige. Als je je-weet-tenslotte-nooit-dozen bewaard, blijken het meestal dus-toch-niet-nodig-dozen te zijn. Tot je ze weggooit. Dan waren het ineens had-ik-ze-maar-bewaard-dozen.
En welke dozen het nou echt zijn, staat er dus mooi nooit op!

Bewaren

Geplaatst op 14/01/2009 door Geertrude Verweij

Vandaag zit ik begraven in de papieren. Het is tenslotte weer tijd om het vorige jaar financieel af te sluiten. Boekhoudkundig was ik daar al mee klaar, maar ik had het lastigste klusje natuurlijk weer voor me uitgeschoven; het opruimen van de ordners.
Ik ben vrij netjes op de administratie, dat zal nog wel een restant van mijn werk als boekhouder zijn. Alles zit netjes in mappen en achter tabjes. Klinkt goed, niet waar?  Het is ook goed.
Alleen heb ik zowel zakelijk als privé een tabje “diversen”.
Ja, u voelt de bui al hangen. Dat tabje is net zo iets als de laatjes van mijn wandmeubel. Als je niet weet waar je het op moet ruimen, stop je het daar in. Die laatjes zitten propvol en de afdeling achter het tabblad “diversen” bestaat uit een belachelijke berg papier, vooral in de privemap.
Dus moet ik nu al die blaadjes bekijken, één voor één. Wegggooien, meenemen naar volgend jaar of bewaren in de map van vorig jaar?
De hele tafel ligt vol met stapeltjes en natuurlijk word ik af en toe afgeleid door man, kinderen of internet (er wordt met smart gewacht op de vernieuwde Libelle site) zodat ik dan niet meer weet welk stapeltje ook weer wat was. Gelukkig ben ik te bang om dingen weg te gooien, ik kijk de weggooistapel altijd helemaal na voor ik daadwerkelijk in de container deponeer. En dat is maar goed ook, want ik haal er bijna altijd wel iets uit dat toch niet weg mocht. Ik ben er nu bijna doorheen en dat is fijn. Dan mag ik nieuwe tabblaadjes maken en van die fijne lege mappen in de kast zetten.
Ik ben in een beschouwende bui, denk ik (komt vast door het stof dat uit de stapels papieren komt), want ik blijf de link leggen naar de diepere betekenis van deze opruimactie. Het zou fijn zijn als je in je hoofd ook een paar van die ordners had. En dat je die dan ook zo af en toe helemaal kon opruimen. Alle fijne herinneringen bovenop, zodat je er goed bij kunt, alle nare herinneringen gewoon de vuilnisbak in, tenzij je er iets belangrijks van geleerd hebt. En dan schrijven we die les op zo’n plakbriefje in een gezellige kleur, die plakken we over de naarste dingen heen.
Betaalde rekeningen en afgehandelde zaken kunnen gewoon weg, voorbij is voorbij. En alle overtollige ballast (van die dingen die allang naar de papierbak konden, maar met een stapeltje belangrijke papieren per ongeluk in de map terecht komen) kan natuurlijk direct de container in.
Alleen jammer dat je die vergelijking nog verder door kunt trekken. Want ons echte archief zou een stuk kleiner zijn (nou ja, het past nog in een gewone doos, maar het groeit wel hard nu we een bedrijf hebben) als de belastingdienst niet eiste dat je alles jarenlang bewaard. De regels daarvoor zijn een tikje ondoorzichtig: particulieren moeten alles wat met belasting te maken heeft vijf jaar bewaren en ondernemers zeven jaar. Maar dan wel gerekend vanaf het laatste jaar waarover de belastingdienst een definitieve aanslag verstuurd heeft. Dat kan zomaar een paar jaar geleden zijn. Onze laatste definitieve aanslag is van 2006. Alles is wel betaald, maar de belastingdienst sluit zo’n jaar niet af, voor ze alles nog een keer herkauwd en bekeken hebben. In de praktijk moet alles dus minstens 10 jaar lang bewaard worden.
En daar heb je die figuurlijke betekenis weer, want er zijn van die dingen die je zelf best achter je wil laten, maar soms zorgt je omgeving ervoor dat dat niet lukt. Zijn er mensen die iedere keer terugkomen om dingen die jij allang netjes opgeborgen hebt en waar je liever nooit meer aan denkt, toch weer oprakelen. Niet dat ik daar op dit moment last van heb, hoor. Maar het komt voor en dat voelt niet fijn.
Gelukkig is er wel één groot verschil tussen herinneringen en administratie: tegen mensen die blijven terugkomen op het verleden kun je zeggen dat je er gewoon niet meer aan wilt denken en er ook niet over wilt praten. Dat kun je bij de belastingdienst beter niet proberen!

Fietssleuteltje

Geplaatst op 07/01/2009 door Geertrude Verweij

Soms valt het niet mee om een wekelijks stukje te schrijven, maar er zijn ook dagen dat het zichzelf bijna schrijft. Zo’n dag hadden we gisteren.
In het kader van de zelfstandigheid moesten alledrie onze dochters gisterenavond zelf naar balletles en zangles. Moeder bleef op de bank en liet haar bloedjes van kinderen in de vrieskou naar de metro fietsen. Ja, het is triest, dat vond ik ook, maar ik heb toch doorgezet.
Eén van de dochters is een bikkel. Die vind de metro te duur worden en fietst gewoon het hele stuk naar ballet. Van de kou heeft ze geen last, zegt ze, zeker niet op de terugweg, want dan is ze nog warm van het dansen. Deze dochter kwam dus veilig en opgewekt om kwart voor negen thuis. Dat was één, hoorde ik mezelf opgelucht zeggen.
De andere twee dochters hadden zangles tot negen uur, moesten een minuutje of twintig lopen naar de metro en dan vanaf het station hier dichtbij naar huis fietsen. Vanaf een uur of tien kon ik ze dus thuis verwachten. Maar ze kwamen niet,
Om kwart over tien ging de telefoon. U begrijpt, ik schrok enorm, maar zei in een moment van helderziendheid (of moederlijke ervaring): “Er zal er wel één haar fietssleutel wel kwijt zijn.”
Goed geraden. Maar gek genoeg had ze de sleutel nog toen ze uit de metro stapten. Ze had hem in haar mond geklemd terwijl ze chaotisch met handschoenen en tas liep te rommelen. Andere dochter had hem toen afgepakt en later weer teruggegeven, maar nu konden ze de hele sleutel nergens meer vinden. Nog een kwartier zoeken leverde niets op, dus toen moest echtgenoot er naar toe. Nadat we een koelkast uit de auto gehaald hadden (dat is een ander verhaal) dus. Ook echtgenoot bekeek de niet zo grote afstand tussen perron en fietsenstalling, ook echtgenoot voelde in jaszakken en keerde tassen om en ook echtgenoot kon de sleutel niet vinden. Het ding was op een raadselachtige manier spoorloos. Hij besloot dat de slordige dochter niet beloond hoefde te worden met een autoritje, stuurde haar dus op andere dochters fiets naar huis, laadde de andere fiets in en reed met één dochter in de auto terug.
Ik vond dat niet zo’n geweldige oplossing. Juist die dochter in haar eentje op een te hoge fiets, een route die ze niet goed kent en dan die gladheid… Ik voorzag al problemen. En hoe moest dat morgen? Kon ik toch weer heen en weer gaan rijden.
Geïrriteerd liep ik naar andere dochter haar kamer. Die sleutel moest toch ergens zijn? Als hij niet op de grond te vinden was, moest hij toch in de een of andere zak of tas zitten. Zo’n ding lost niet spontaan op. Ik ging dus naar die kamer om zelf alle zakken in haar jas (dat zijn er veel) maar eens na te voelen. Al was het maar om mijn frustratie even af te reageren. Maar ik hoefde niet eens te voelen. Ik keek naar de jas, die mijn netste dochter op de grond gesmeten had en daarnaast zag ik… de verloren fietssleutel! Jawel. Die had ze dus helemaal niet teruggegeven. Die was waarschijnlijk ergens in een mouw blijven hangen. Echtgenoot had wel in de zakken gevoeld, maar haar niet de jas uit laten doen en uitgeschud (wat ik wel gedaan zou hebben, maar ja, meestal los ik dit soort dingen op). Mede door mijn bezorgdheid kreeg echtgenoot gewetenswroeging en hij besloot de toch niet zo slordige dochter tegemoet te rijden om het laatste stukje met de auto af te leggen. Daarvoor moest dan wel haar fiets nog even uit de auto, want die had hij, tot mijn ergernis (want ik was bang dat hij de volgende ochtend met fiets en al weg zou rijden), nog in de auto laten liggen.
Dat was een geluk bij een ongeluk, want toen hij de fiets in het rek zette, zag hij de dochter bij de deur staan. Die was heel stilletjes al veilig thuisgekomen. Had hij haar niet gezien, dan had hij zich naar geschrokken als hij haar niet had kunnen vinden onderweg. En zijn telefoon was hij natuurlijk vergeten.
Zo waren we dan uiteindelijk om elf uur allemaal veilig binnen. Met twee dochters die eerst een preek kregen (over slordig en chaotisch zijn en over je ergens mee bemoeien en er dan zelf een zootje van maken en over hoe vaag je bent als je niet eens weet of je een sleutel teruggegeven of –gekregen hebt) en daarna getroost moesten worden, want ze vonden het zo stom van zichzelf.
Niet dat wij zo boos waren, hoor. Want wij vonden drie kwartier in de vrieskou naar een fietssleutel zoeken die eigenlijk niet kwijt was, wel straf genoeg!

Het werkt

Geplaatst op 17/12/2008 door Geertrude Verweij

Een mens doet wat werkt, zei doctor Phil een paar jaar geleden. U weet wel, toen hij nog nieuw en leuk was. Nu kijk ik eigenlijk nooit meer naar zijn programma. Te veel extreme situaties en te veel betweterigheid van zijn kant. Maar destijds was hij nog leuk.
Het programma ging over een moeder met twee volwassen zoons die maar niet zelfstandig werden. Ze woonden in de kelder en ma deed werkelijk alles voor hen. Volgens doctor Phil was dat haar eigen schuld, want een mens doet wat werkt. En als je was laten liggen betekent dat je moeder het opruimt, en als de koelkast van je moeder plunderen geen andere consequenties heeft dan een moeder die maar weer boodschappen gaat doen, dan doe je dat dus in het vervolg altijd. Want het werkt.
Ik moest hier aan denken, toen hier in huis een soortgelijke situatie bleek te zijn ontstaan.
De dochters waren namelijk steeds erg zielig. Er was er één met zere knieën. Ze kon amper lopen, dus helemaal niet fietsen. Ik bracht haar anderhalve week naar school. Heen en weer en heen en weer. Toen ging ze naar Londen waar heel veel gelopen moest worden. Ik verwachtte haar strompelend terug. Maar dat viel mee. Tot ik voorzichtig begon over zelf naar school fietsen. Toen deed het nog wel erg zeer. En ik reed maar weer, heen en weer.
De andere dochter viel van haar fiets en verrekte haar schouder. Ook maar brengen. En toen dat over was, vonden we dat ze net zo goed met haar zus mee kon in de auto. Ander lesrooster? Dan bleef ze wel een uurtje in de aula zitten. Dat was dan wel heel vervelend en saai en zonde van haar tijd. Het arme kind. Dus reed ik nog maar een keertje extra. Heen en weer en heen en weer.
De derde dochter heeft ook zwakke knieën. Al jaren. En die begonnen zomaar ineens erg zeer te doen. Dus nam ik haar ook maar mee. Andere school, andere tijden, veel uitval. En in de aula zitten pestkoppen. Dan maar halen..Ik reed wel. Heen en weer, heen en weer, heen en weer.
Ja, als je het zo leest, denk je: die is gek! Maar het groeide langzaam. En het werd steeds erger. Er hoefde maar gezucht te worden dat het vies weer was, of ik voelde al een verplichting om ze weg te brengen. En er werd veel gezucht, want een mens doet nu eenmaal wat werkt.
Dat gaat een keertje fout natuurlijk. Ik werd gek van dat heen en weer rijden. En steeds chagrijniger. Ik mopperde de hele dag door, maar bleef stug taxi spelen.
Tot er een paar dagen geleden alweer gezucht werd en ik alweer wilde toegeven. Toen greep echtgenoot in.
“Je maakt er een stel slappelingen van!” zei hij. “Ze hoeven maar te kikken of jij rijdt wel. Ze kikken nu bij ieder spatje regen en bij elk pijntje.”
Hij had gelijk. Ik ben zelfs bang dat ik ze ook bij prachtig weer zou zijn gaan brengen. Want je krijgt het natuurlijk wel warm van al dat fietsen in de zon. En je wordt er moe van.
Inderdaad. Slappelingen werden het.
Het was dus tijd om het anders te gaan doen. Zuchten, steunen, zielig doen en schuldgevoelens kweken werkt niet meer.
Daarom doen ze het ook niet meer. Er wordt niet meer zielig gedaan en er wordt gewoon gefietst.
En nu ben ik zo zoetjes aan bezig ook wat andere dingen aan te pakken. Er zijn wel meer dingen die zo stilletjes scheefgegroeid zijn. Winkelen bijvoorbeeld. Kan op zijn tijd heel gezellig zijn met bijna volwassen dochters. Maar niet als je voor ieder dingetje, inclusief sokken of pyama’s mee naar de stad moet, bijna iedere maand en dat maal drie dochters (want ze willen natuurlijk niet met hun zussen samen). Maar ja, het werkte. Even roepen dat je dringend naar de stad moest en mama reed wel naar het centurm. Nu werkt het niet meer. Dus ging de ene dochter vanmiddag met een vriendin schoenen kopen en vroeg de andere dochter net heel lief of ik toch even mee wilde om naar een feestjurk te kijken – als ik tijd en zin had, want anders ging ze wel even alleen.
Kijk, een klein beetje voor jezelf op komen, dat werkt eigenlijk best!

  • Previous
  • 1
  • …
  • 39
  • 40
  • 41
  • 42
  • 43
  • 44
  • 45
  • 46
  • Next

Welkom!

Ik ben Geertrude, echtgenote van 1, (schoon)moeder van 5 en oma van 2.
Ik ben boekhouder, redacteur en schrijfster van beroep en hou van lezen, fotograferen, breien, naaien, tuinieren, kruidengeneeskunde en nog veel meer.
Hier schrijf ik over alles wat me bezighoudt en soms ook over mijn pogingen eens wat rustiger aan te doen.
Meer over mij vind je hier.

Archief

© 2026 Geertrude blogt | Aangedreven door Minimalist Blog WordPress thema