Als ik niet zo onduidelijk was geweest, had ik een stuk minder gedoe gehad, vorige week. Maar dat is vaak zo. Achteraf weet je wat je anders had kunnen doen.
Het begon met een mailtje van de redactie van het krantje: “Kun jij zaterdag verslag doen van het oogstfeest?”
Ik antwoordde: “Ik zou wel willen, maar ik moet om 1 uur weg (mijn moeder is jarig).”
Ik bedoelde: “Nee, dat gaat niet.”
Maar dat kwam dus niet over. Want ik kreeg een mailtje terug met de mededeling dat ik dan de ochtend maar moest doen. En ik stuurde nog een antwoord dat ik het programma had bekeken en dat ik niet veel zou missen, dus het ging best.
So far, so good, zou je denken. Maar toen kwam er een telefoontje van iemand anders van het krantje. Of ik een aantal kunstenaars waarvan werk tentoongesteld werd tijdens het oogstfeest wilde interviewen. Dat zou dan een apart artikel worden. Tuurlijk. Het zou een beetje krap worden allemaal, maar ik zag het nog best zitten. Kwestie van mijn tijd goed indelen en me vooral niet druk maken, hield ik mezelf voor. Ik kreeg er zelfs een beetje zin in. Er zou een roofvogelshow zijn en een klompenloop. Altijd goed voor leuke foto’s.
Hoewel die klompenloop me een beetje bezwaarde. Acht kilometer is een heel end op die dingen. Stel dat zo’n klomp brak, wat dan? Op de geitewollen sokken verder? Dat zou wel een geweldige foto worden natuurlijk.
Toen kwam er nog een telefoontje. Zelfde krantje, andere verslaggever.
“Ik moet de middag van het oogstfeest doen, maar er is een hoop dat overlapt, dus ik wil even afspreken wie wat doet.”
Oh. Ja, logisch. Tenminste… hoe langer we probeerden een verdeling te maken, hoe lastiger het werd. Want foto’s verdelen gaat nog, maar hoe schrijf je samen een artikel? Twee aparte ging weer niet, want dan zat je weer met die overlappingen. En ik zat natuurlijk ook nog met dat tweede artikel.
Dus stelde ik voor dat ik alleen die tentoonstelling zou doen, dan kon zij op haar gemak de rest nemen, zowel ‘s ochtends als ‘s middags. Ik belde de redactie, werd teruggebeld, belde de andere verslaggever, kreeg een mailtje, belde nog eens met de andere verslaggever en toen was het eindelijk geregeld. Ik hoefde alleen maar de kunstenaars te interviewen, iemand anders zou de foto’s maken.
Zo stond ik zaterdag met mijn schrijfblok in het dorp. En toen bleek geen van de andere twee aanwezigen van ons krantje tijd te hebben om mijn kunstenaars op de foto te zetten. Niet dat dat een ramp was, want ik kon ze toch nog niet interviewen. De kunstenaars zouden namelijk ter plekke gaan schilderen en ze waren nog aan het opbouwen.
Dus fietste ik weer naar huis om mijn camera te halen. (Nee, ik was niet met de auto. U denkt toch niet dat je op zo’n dag in het dorp kunt parkeren? Sterker nog, mijn fiets moest al in een stalling aan de rand van het dorp!) Thuis luchtte ik mijn hart bij echtgenoot, nam een kop koffie en rustte uit (mijn conditie is weer bar slecht tegenwoordig). Daarna fietste ik terug naar het dorp en liep de inmiddels loeidrukke dorpsstraat uit naar de tentoonstelling. Ik maakte gauw een foto van hoogopgestapelde klompen. Ze glommen zo dat ze er breekbaar uit zagen, maar zelfs in de onderste zat geen barstje.
Inmiddels zat ik net zo in tijdnood als wanneer ik ook dat het artikel over het oogstfeest had moeten doen. Dan had ik met mijn camera gezellig door het dorp gewandeld en fotootjes gemaakt van ringstekers, vlasdorsers en klompenmakers, in plaats van heen en weer te fietsen.
Die klompenmaker maakte geroutineerd klompen uit blokken hout. hij hakte en schaafde en schuurde en ik vond het knap, want hij brak er niet één.
Ik kwam bij de tentoonstelling, waar de kunstenaars al weer aan het opbouwen waren. Die waren namelijk buiten weggewaaid en gingen nu maar binnen verder. Gelukkig waren de meesten bijna klaar. Ik interviewde en fotografeerde en zo kwam het allemaal toch nog goed.
Maar als ik nu gewoon duidelijk gezegd had dat ik niet kon, dan had ik al dat gedoe niet gehad…
Wat me echter het duidelijkst bijstaat, is het moment waarop andere verslaggever (die dus eigenlijk was gevraagd om de middaguren te doen) tegen me zei: “Ik blijf maar tot 1 uur, dan heb ik alles wel zo’n beetje gehad.”
Ja, toen brak míjn klomp!
Categorie: persoonlijk
Automatisering
Gisteren was ik in de bibliotheek van Rotterdam. Daar was ik al bijna twee maanden niet geweest. Aan het begin van de vakantie was ik er met de dochters. Toen hebben we een enorme stapel creatieve boeken gehaald, met het idee dat ze daaruit inspiratie op konden doen om de vakantie door te komen met andere bezigheden dan werken en computeren. Dat viel wel een beetje tegen. Sommige boeken zijn niet eens open geweest! Maar de mogelijkheid was er in ieder geval.
Ik moest dus een flinke stapel boeken terugbrengen. Ik heb ze niet precies geteld, maar ik denk zo’n vijfendertig. Twee boodschappentassen zeulde ik over de markt naar de bibliotheek. Dichterbij parkeren kan niet, maar zo’n markt tussen de parkeergarage en de bieb zorgt nog voor enkele tientallen meters extra. Er staan namelijk kramen op de meest rechtstreekse route.
Toch viel het mee. Ik bereikte de bibliotheek zonder kleerscheuren en gelukkig ook zonder gekraakte ruggen of andere lichaamsdelen die het opgaven. Toen ik de hal in liep zag ik dat de verbouwing, waar ze een aantal maanden mee bezig waren geweest, nu klaar was. Dat is fijn voor hen, maar nu was ik de weg een beetje kwijt. Ik zag een bord “Inname” en liep daar naar toe om mijn boeken in te leveren. Dat is altijd wel leuk met zo’n hoop boeken. Je laat ze met een paar tegelijk in die brievenbus glijden en klaar ben je. Dacht ik. Tot ik een automaat zag. Het bordje met instructies was duidelijk genoeg. “Leg de boeken één voor één in de automaat.”
Ik kreunde hardop: “Dat meen je toch niet?”
Een behulpzame bibliotheekmedewerker liep meteen naar me toe.
“Is er iets?”
Ik wees beschuldigend op de automaat: “Eén voor één?”
Ze knikte ijverig. “Ja, dat is ons nieuwe systeem. Heel handig.”
Ik schoof mijn tassen naar voren.
“Niet als je meer dan dertig boeken terug moet brengen!”
Er waren maar twee automaten en één daarvan was kapot. Daar was iemand ingewikkelde dingen mee aan het doen. Dus schoof ik achter de rij van de andere automaat. Dat viel wel mee. De twee personen voor mij waren zo klaar. Ik hees mijn tassen op het tafeltje ervoor en keek om. Een student met twee boeken in handen.
“Ga maar even voor, hoor.” zei ik. En terwijl ik mijn boeken alvast uit de tassen haalde en opstapelde, liet ik nog iemand voorgaan. En daarna nog iemand, terwijl ik de boeken die van hun wiebelige stapel afgeschoven waren en nu een mooie rij van twee meter lang op de grond vormden, nog maar een keer opstapelde.
Toen vonden de bibliotheekmedewerkster en haar mannelijke collega het welletjes. Ze begonnen mijn boeken netjes, één voor één, in de automaat te schuiven. Terwijl ik toekeek, drong het pas tot me door dat de wand doorzichtig was. Zo kon ik dus mijn boeken over een lopende band zien schuiven, de gereedstaande karren in.
“Ze hoeven nu niet meer uitgescand te worden en ze worden ook automatisch gesorteerd.” vertelde men trots.
Dat kan best, maar het duurde wel erg lang. De rij achter mij groeide en groeide. En die andere automaat bleef maar kapot. Ik zei verontschuldigend tegen de wachtenden: “Het spijt me, ik heb al een paar mensen voor laten gaan, maar als ik dat bij iedereen doe, sta ik hier vanavond nog!”
Ik kreeg begrijpende knikjes en iemand merkte op dat het handig zou zijn als de bibliotheek evaluatieformulieren uit zou delen. Dan zou zij die lui wel even vertellen wat ze van dat volautomatische systeem vond!
Gelukkig besloot de tweede automaat het ineens te doen. Dat scheelde al weer wat wachttijd. En ondertussen waren ook al mijn boeken automatisch uitgescand en gesorteerd.
Men drukte op een knop en ik kreeg een keurige bon waarop alle boeken stonden die ik had ingeleverd. Nieuwsgierig keek ik onderaan, om te kijken hoeveel boeken het nu precies waren geweeest. En zag toen dat de bon stopte bij 27. Dat was in ieder geval niet het laatste boek, dat wist ik zeker, en bovendien was de regel maar half afgedrukt. De automaat was niet voorbereid op het inleveren van meer dan vijfentwintig boeken.
Dat werd direct aan monteur of programmeur die met de andere automaat bezig geweest was meegedeeld. Die vond blijkbaar dat mensen dan maar niet zoveel tegelijk moesten inleveren, maar het zou genoteerd worden.
Ik vond eigenlijk dat al die vooruitgang maar een matige stap vooruit was. Het kostte verschrikkelijk veel tijd en ergernis. Een mens zou bang zijn om meer dan twee boeken tegelijk te lenen…
Een uurtje later stond ik met tien boeken bij de uitleen automaat. Die was ook veranderd. Normaal gesproken moest je je boeken heel precies onder een scannertje positioneren, die dan een stickertje met een streepjescode moest lezen. Ik zag geen scannertje en legde mijn eerste boek neer om te zien wat er zou gebeuren. En de automaat zag hem direct! Boek aan de kant, volgende boek erop en ook dat werkte geweldig. En het bleek dat ik ook nog direct de boeken die ik nog thuis had (ja, werkelijk, ik was er nog een paar vergeten!) kon verlengen, zodat alles op dezelfde dag terug moet (werkt veel prettiger voor een warhoofd als ik), was ik toch wel weer een beetje verzoend met al die moderne technieken in mijn bibliotheek.
Voor ik wegging, bracht ik nog een bezoekje aan het toilet. Daar zit normaal gesproken een automatische deur die opengaat als je er twintig cent in stopt. Maar nu stonden die deuren open en zat er een meneer met een schoteltje. Op een opmerking van mij, legde hij uit dat het op marktdagen zo druk was, dat de automatische deuren dan op tilt sloegen.
Daar heb ik in mijn eentje op het toilet om zitten grinniken. Automatische inname, automatische sortering, ingenieuze computersystemen, maar wel een mannetje met een schoteltje bij het toilet! Dat soort dingen lees je nou nooit in science fiction boeken…
Dochters
Ik heb enorme moeite om een onderwerp voor deze week te verzinnen. Het was alweer een rare week. Eigenlijk niet dus, want al die rarigheid is tegenwoordig vrij gewoon.
Er waren een paar vervelende dingen, hoofdpijn, problemen met een klant. Daar ga je niet vrolijk een schrijfsel over zitten maken. En verder waren er dagen met de dochters. Erg leuk, maar of ik daar nou zoveel over kan vertellen? Waarschijnlijk wel. Ik begin maar gewoon, dan zie ik wel waar we uitkomen.
Maandag zijn we schoolspullen gaan kopen. Volgens mijn dochters moet dat zo vroeg mogelijk, want anders is alles al op. Ik kan me niet herinneren dat het bij ons zo was, ik kan me niet voorstellen dat ik aan het begin van de vakantie al een agenda voor het nieuwe jaar had. Maar ik kan het mis hebben. Wat ik wel zeker weet, is dat er bij ons veel minder keus was.
Maar tot mijn verbazing waren de dochters dit jaar vrij snel klaar. Vorig jaar hebben we nog de hele stad doorzocht naar een bepaald thema, dat (inderdaad!) overal uitverkocht bleek te zijn, maar nu waren we met een enkel bezoekje aan de Schoolcampus klaar. Ik hoefde nauwelijks te helpen. Zelfs jongste, die ik altijd voorzichtig in een bepaalde richting stuur (ze heeft nog steeds een ietwat kinderlijke smaak) liep regelrecht op de zilver- en goudkleurige schriften af. Bij de kassa stond een meisje dat jongste had kunnen zijn. Misschien iets ouder, maar hetzelfde type kind. De drie manden schoolspullen waren een tikje overweldigend voor haar. Dus nam ik het heft maar in handen, vroeg om plastic tassen en pakte in wat zij scande. Dat voorkwam een instortende berg op de toonbank, want die kon je na de eerste twee multomappen al aan zien komen. De enorme bon verbaasde het meisje ook ontzettend. Maar ik heb er ieder jaar zo een. Ik weet niet hoe andere mensen dat dan doen, maar als je voor twee of drie kinderen schoolspullen moet kopen, dan is het gewoon een enorme berg. Alleen al die rollen kaftpapier al.
Het was wel een beetje wrang dat we al bijna thuis waren toen een van de dochters nadenkend zei dat de verhuurder van de schoolboeken heeft gezegd dat kaftpapier niet meer hoeft.
Oh. Dat hadden ze wel wat eerder mogen zeggen! Maar goed, het hoort er toch wel een beetje bij en bovendien is het handig als je je eigen boeken gemakkelijk kunt herkennen. Jongste had er dit jaar een paar voor techniek die we niet gekaft hebben. Geen idee waarom niet eigenlijk. Het waren vrij dunne boekjes, maar wel gehuurde. Bij het uitzoeken van haar boeken voor het inleveren, bleek ze er eentje dubbel te hebben. Dat hadden we dus kunnen voorkomen als ze gekaft waren. Maar het was beter dan er eentje te missen. Het bleek dat er meerdere klasgenootjes waren die dat exemplaar misten, maar gelukkig was de eerste die ze het vroeg ook meteen een van de aardigste meiden. Die gun je het dan ook weer.
Dinsdag ben ik met ze naar de Rotterdamse bibliotheek geweest. Die ligt niet bepaald op de route, maar hij is zo heerlijk groot dat we de rit om boeken te ruilen (we combineren het meestal met een bezoek aan de markt) en de boetes als we weer vergeten online te verlengen er graag voor over hebben. Vijf verdiepingen vol met boeken. Heerlijk!
Deze keer heb ik de dames een beetje gestimuleerd toch vooral wat boeken over creatieve dingen te lenen. Dat is gelukt. Alleen konden we geen goede tekenboeken vinden. Niet met duidelijke voorbeelden in ieder geval. Er was er een die echt heel erg was: de aanwijzingen voor het tekenen van een kat tegen de achtergrond van een muurtje met klimop, begonnen met: teken een kat. Ja, laat dat nou net het lastigste onderdeel zijn! We zijn toen nog maar even doorgelopen naar de witte boekhandel, want daar hebben ze wel het soort boeken dat we bedoelden. Die hebben we dan ook gekocht. De hele serie. En voor ieder een dik tekenboek (zo’n A4-dummy). Dat staat namelijk wel heel interessant.
Toen we thuis kwamen met al die tassen vol creativiteit moest er echter wel eerst gecomputerd worden! Nou ja, slecht voorbeeld zullen we maar denken…
Kilometers vreten
Het is een rare week. Dat verzucht ik wel vaker, dat weet ik. Ik heb altijd rare weken en dan steeds op een andere manier raar. Dus wennen doet het niet.
Deze week is een kilometervreterweek. Ja, het is belachelijk, maar ik denk dat het autootje en ik deze week de duizend kilometer wel gaan halen.
Het begon maandag al. De dochters hebben officieel nog geen vakantie, maar een kamp was verzet naar deze week, wegens te weinig aanmeldingen voor de week erna. Het mocht van school, deze week hoefde ze alleen haar rapport nog op te halen.
Geregeld dus. Alleen bleek dat danskamp in Schoonloo gehouden te worden. Met het openbaar vervoer een reis van minstens vier uur en onmogelijk om op tijd aan te komen. Ze moest er om tien uur zijn en volgens de reisplanner kun je er niet eerder dan elf uur aankomen. Bovendien zou ze dan nog twintig minuten moeten lopen vanaf de dichtstbijzijnde bushalte. Wegbrengen dus.
Ruim tweehonderd kilometer dus. Ik wilde op tijd weg, maar het stekkertje van de tomtom was ineens kapot. Ik stuurde dochter naar binnen om de route uit te printen en ondertussen repareerde echtgenoot het stekkertje. Dat lukte, maar het kostte ons een kwartier. En natuurlijk kwamen we in de file terecht en moest ik tanken. Op het briefje stond dat we vanaf tien uur welkom waren, dus ik maakte me niet erg druk, ik nam aan dat de ontvangst tot de lunch zou duren.
Niet dus. We hoorden bij de allerlaatsten die aankwamen, dochter werd direct naar haar kamer gebracht en net toen ik eindelijk een bakje koffie wilde gaan halen, werd er omgeroepen dat we moesten verzamelen. De kinderen werden welkom geheten en daarna werden de ouders verzocht afscheid te nemen. Efficient zijn ze daar wel. Ik had natuurlijk best een kopje koffie kunnen krijgen, als ik had uitgelegd dat ik amper tien minuten rust had gehad na een rit van tweeenhalf uur. Maar ik ging braaf als een van de eersten weg, een zenuwachtige dochter (ze kende daar helemaal niemand) achterlatend.
Het was nog een leuk kwartiertje naar de snelweg, maar daar ben ik gauw bij de eerste benzinepomp gestopt. Hele vieze koffie gedronken en een lekker broodje gegeten en toen weer verder gereden. Toen had ik er dus al bijna vierhondervijftig kilometer op zitten!
Dinsdag had jongste sportdag. Ze had het goede argument dat ze een groot nadeel had ten opzichte van de anderen als ze eerst een uur moest fietsen. Sportdag is in dit gezin geen feest. Erfelijk belast zijn ze. Ik had er ook niets mee. Gym was al erg genoeg, maar als je klasgenoten dan ook nog eens willen winnen van andere klassen, heb je geen leven als je zo’n slome bent als wij allemaal zijn. Ik bracht het kind dus maar weg, om haar in ieder geval een klein beetje op weg te helpen. Daarna moest ik een printer gaan halen. Die van ons had kuren en dat is niet handig als je facturen moet kunnen printen. Maar de leverancier zit in Bergschenhoek, toch ook weer vijftien kilometer bij ons vandaan. Dat tikte alweer aan. En ik moest jongste natuurlijk ook weer ophalen van school.
Woensdag ging dezelfde dochter met school naar Walibi. Dat was een stuk leuker dan sportdag, maar ook al een wegbrengdag. En ik vond dat wel een handige dag om met oudste te gaan winkelen. Omdat zij in Leiden wil gaan studeren, bedacht ik dat het leuk zou zijn om daarheen te gaan.
Dat is maar drieëntwintig kilometer. Maar niet als je de afslag mist, uiteindelijk via Delft in Rotterdam belandt en dan weer terug moet. Dan is het een heel stuk verder.
De terugweg ging wel rechtstreeks gelukkig.
Ik ga trouwens maar niet vertellen over de asociaal inhalende (soms zelfs rechts) en snijdende (vracht)auto’s die ik tijdens al die kilometers tegenkom, want dan komt er stoom uit mijn oren en hebben sommige van mijn lezers geen rustig moment meer. Ik denk alleen dat veel machomannen niet willen dat er een klein paars autootje vóór hen rijdt.
Vandaag zou ik het rustig houden. Weer jongste naar school brengen, want ze moest haar boeken inleveren. Haar zussen heb ik daarvoor ook gebracht, want die hadden een enorme berg. Vooral de dochter met het bèta-pakket, die had voor haar bijna vijftig boeken drie tassen nodig. Jongste had elf boeken, waarvan er vier zo dun zijn als een tijdschrift. Maar goed, het ging om het principe.
Omdat ik toch reed, leek het mij wel leuk om even naar de Ikea te gaan. Ik had een paar kleine dingen nodig en een dochter wilde planken voor boven haar bed. Andere dochter wilde niets, maar kocht uiteindelijk twee boekenkasten. We hebben een leuke regeling afgesproken: ik heb ze betaald, maar iedere maandag (stofzuigdag) waarop de vloer nog vol rommel ligt (oh, dat is er nog wel eentje voor de dagelijks foto!) betaalt ze me drie euro boete. Een half jaar rommelen en ze heeft de kast, inclusief de in verhouding belachelijk dure manden voor haar cd’s alsnog zelf betaald.
Dat was dus een rondje naar Delft en daarna nog “even” naar Rotterdam Alexander, want bij Ikea hadden ze geen handige vuilnisbakken. Of ik zag ze niet, dat kon ook.
Het tellertje in mijn auto is inmiddels dus enkele honderden kilometers gestegen. En daar komt morgenavond dus nog eens vierhonderdvijftig bij om de danskampende dochter weer op te halen (echtgenoot moet waarschijnlijk werken, dus ik ga weer alleen). En nog een beetje, want ik moet natuurlijk ook de weekboodschappen halen.
Eigenlijk is het schandalig natuurlijk, met die enorm hoge benzineprijzen zo vreselijk veel rijden. Maar het kwam toevallig zo uit deze week. Gelukkig heb ik wel een heel zuinig autootje.
En ik vraag me weleens af hoe ik dat zonder rijbewijs en auto gedaan zou hebben. Niet te geloven dat ik het zo lang zonder gedaan heb. Dan zou het leven deze week toch een stuk lastiger geweest zijn.
Ook rustiger. Dat dan weer wel.
Soepel
Tegenwoordig lees je in personeelsadvertenties vaak dat ze iemand zoeken die flexibel met zijn werktijden om kan gaan. Ik moet dan altijd een beetje cynisch lachen, want de meeste werkgevers bedoelen daarmee dat ze willen dat hun personeel bereid is eerder te komen en later weg te gaan. Andersom werkt het meestal niet.
Sinds ik geen baan buitenshuis meer heb, ben ik superflexibel. Van een vaste weekindeling is geen sprake. Ja, in grote lijnen wel. Op dinsdag en donderdag is echtgenoot meestal bij een grote klant op locatie aan het werk. De rest van de week werkt hij thuis.
Winkeldagjes en naaidagen plan ik dus meestal op dinsdag en donderdag. Want de hele dag weg zijn is niet gezellig, maar herrie maken is ook niet de bedoeling.
Afgelopen maandag bedacht ik dus dat ik dinsdag een dagje boodschappen zou gaan doen. Allemaal van die kleine dingen waarvoor ik van Moerkapelle naar Rotterdam en weer terug zou moeten. Ik wilde een lijstje gaan maken, dat heb ik nodig want anders vergeet ik de helft. Dat is de reden dat ik zoveel moest doen, trouwens. Maar toen ik daaraan wilde beginnen ging de server kapot. Eigenlijk was die al kapot, maar nu besloot echtgenoot dat hij gerepareerd moest worden. Hij belde de leverancier en er zou iemand komen om een vervangend onderdeel te brengen. Dinsdag. Tja.
Ik ben flexibel, dus dat gaf niets. Ik zou gaan naaien. Toen sinsdag iedereen vertrokken was, begon ik te knippen en te stikken. Het ging geweldig. Ik was helemaal blij met de tas in wording, die eindelijk werd zoals ik het bedoelde. Ik zag wel een slijtplek in mijn antieke stofje, die natuurlijk net in het midden van mijn tas terechtgekomen was, maar dat gaf niet. Nog een paar naadjes en dan…
En toen kwam echtgenoot thuis. Die was eerst naar een andere klant geweest en had besloten nu thuis te gaan werken, zodat hij niet steeds afgeleid werd. Ach ja, ook goed. Naairommel weer opgeruimd, gezellig samen gelunchd.
“Nu kun jij toch je boodschappen doen”, zei echtgenoot opgewekt. Oh ja. Maar ik had nog geen lijstje. En helemaal naar Rotterdam zag ik ook niet zitten, want dan zou ik op de terugweg in de file staan. Maar goed, ik herinnerde me vaag nog wat andere dingen, krabbelde wat op een papiertje (dat ik niet eens vergat!) en ging op weg.
Natuurlijk bleek thuis dat ik de helft vergeten was. Maar dan probeer ik dat nog wel heel flexibel in de loop van de week te halen.
Ik ben ook heel flexibel met eten. Als het mooi weer is, gaan we graag barbecueën. Daarvoor heb ik eigenlijk altijd wel iets in huis. Behalve gisteren. De oudsten hadden een feest, dus we gingen vroeg eten en ik had eigenlijk gewoon geen zin om na te denken over wat ik allemaal in huis moest halen. Mijn voorraadje was op omdat we vorige week nog gebarbecued hadden en ik na het vloerengedoe te moe was om echt uitgebreid boodschappen te doen (ik ben de hele week al aan het rommelen met eten). Ik had wel spullen in huis voor witlofsalade. Gekocht bij dezelfde winkel waar ik goedkope aardbeien vond.
Maar toen gingen de buren barbecueën. En dat rook ontzettend lekker. Zo lekker dat echtgenoot per se ook wilde barbecueën. Ik ben flexibel, dus ik vond dat best. Een eitje gebakken voor twee dochters die er niet bij konden zijn vanwege dat feestje en nog een paar eitjes gebakken voor ons, want we zouden pas laat kunnen beginnen met barbecueën. We moesten namelijk eerst nog inkopen doen, daarna de dochters wegbrengen en dan konden we om half negen of zo beginnen. Echtgenoot stak de barbecue aan en ik bakte stokbrood en maakte sla. Het ging allemaal heel soepel en flexibel. Het was alleen inmiddels zo laat dat we alledrie na een worstje en een kippenpoot al helemaal vol zaten. Ach ja. Dan vriezen we de rest (ik had nog varkenslapjes en hamburgers) wel in.
Heel flexibel. Tijdens het eten kwamen de buren langs. Die nodigden we niet uit, want we waren nog aan het eten. Maar dat vonden we toch wel een beetje sneu, dus vroegen we na het eten of ze toch nog even kwamen. We hadden toen nog anderhalf uur voor we de dochters weer moesten ophalen van het feestje. We kletsten wat en dronken wat (niet veel, want we moesten nog rijden) en toen was het alweer tijd. De dochters hadden het ook naar hun zin gehad, dus die kletsten ook en hadden gelukkig ook niet veel gedronken (oh, die tienerfeestjes, het gaat nog steeds goed, maar ik blijf het spannend vinden!). Het was alweer twaalf uur geweest toen we eindelijk naar bed gingen.
Het is wel jammer dat flexibel zijn zo vermoeiend is! Of zou het leven anders nog vermoeiender zijn? Ik denk het wel eigenlijk. Want ik heb best een boel lol zo en dat is ook belangrijk.
Vloer
Het was niet bepaald de bedoeling om zo’n drukke week te hebben. Sterker nog, ik was heel erg van plan een begin te maken met het heerlijk lui genieten van de zomer. Ik had wel vier opdrachten voor de krant, maar verder ging ik rustig aan doen.
Echtgenoot had echter maandenlang gezegd dat hij “van de zomer” naar die rare plekken in de vloer zou gaan kijken. En aangezien zaterdag de eerste dag van de zomer was, stond hij meteen maar vroeg op om naar die vloer te kijken. En hij was zelfs van plan er dan ook wat aan te doen. Het slechte stuk eruit zagen en een nieuw stukje erin leggen. Maar het bleek dat het slechte stuk uit minstens de helft van de vloer bestond.
Tja, toen moest dus alles eruit. Bijna alles, want de bank is te zwaar om te tillen en de kasten pasten nergens anders meer. Het hele huis stond vol. De eetkamerstoelen opgestapeld in de gang, rijen en rijen boeken naast ons bed en overal, overal wat.
Het verwijderen van de slechte vloer bleek een ramp. Dat spul verpulverde gewoon, zo nat was het. Het zou watervast OSB moeten zijn, maar stiekem is het gewoon spaanplaat. En dat kan echt niet tegen water. De balken, die echtgenoot ook drie jaar geleden vervangen had, waren gelukkig nog goed.
Echtgenoot zaagde, verpulverde en brak en ik bracht alle stukken naar buiten. Iemand hielp ons een stukje op weg met het leggen van de nieuwe (tweedehandse) planken. Toen kon de kast verschoven worden en het laatste stuk opengebroken. Dat laatste stuk was minder vochtig, maar daardoor nog moeilijker te verwijderen. Uiteindelijk hebben we een kettingzaag gekocht om er doorheen te komen. Maandag was eindelijk alles eruit, maar het leggen van de planken was ook nog een vreselijk karwei. Ik zaagde, hij timmerde. En ondertussen ging voor echtgenoot het gewone leven gewoon door. Klant bezoeken, bespreking, problemen.
Woensdag lag de laatste plank en ging ik op zoek naar laminaat. En vond echt parket voor een redelijke prijs! Meevallertje! Alleen jammer dat van de zeventien pakken er acht de verkeerde kleur hadden. Dat was aan de buitenkant niet te zien overigens. Wij zagen het toen we de pakken openmaakten om de verschillende maten van de planken te sorteren. De verkoper zag het ook en maakte ter plekke nog tien pakken open om ons er acht in de goede kleur te geven (daar zaten dus ook twee verkeerde tussen). Ook kwam hij tot de ontdekking dat hij vergeten was lijm mee te geven. Ja, ik vroeg me al af hoe je dat spul vast legde…
Parket leggen bleek ook een kunst apart. Het eerste stukje is erg lastig, je plakt het ene stukje vast en het andere draait weg. Dus legden we drie rijen en lieten dat een nachtje drogen.
En zo was het al donderdag toen we de rest van de vloer erin legden. Op een strook van ongeveer een meter na dan, want we zaten nog steeds met de bank en de kast. Ik zette donderdagavond de boel in de olie en vrijdagochtend was het dan echt zover: we hadden weer een vloer! Meubels erop en nog heel, heel veel op te ruimen, maar oh, wat heerlijk om weer op de bank te kunnen zitten!
Het ergste van deze week was niet dat die vloer na drie jaar al door was. En het ergste was ook niet dat we zo in de rommel zaten. Het ergste was ook niet dat ook dat parket niet zonder hindernissen te leggen was, of dat we zo uitgeput waren van zo’n zware klus tussen het normale leven door.
Nee, het ergste was, dat we ons centrale punt in huis kwijt waren. Het bleek dat onze huiskamer toch echt het hart van ons huis is. Daar vinden we elkaar, daar storten de kinderen hun hart uit na school, daar wordt gemopperd over leraren en gediscussieerd over het leven. Daar wordt gekibbeld, geknuffeld en gelachen, daar wordt gehuild en gescholden.
Daar wordt geleefd.
We hebben allemaal onze eigen kamers en dat is fijn om je terug te kunnen trekken. Maar tegelijkertijd hebben we dat centrale punt in ons huis nodig om echt bij elkaar te kunnen zijn. Het campingtafeltje met de klapstoeltjes in de keuken vergoedde het gemis een heel klein beetje (zo konden we in ieder geval die heel belangrijke avondmaaltijd normaal samen doorbrengen en er werd zelfs gelezen en gecomputerd), maar helemaal kloppen deed het niet.
En ik snapte ook zomaar ineens waarom (nou ja, ineens, na alweer een slapeloze nacht omdat ik te moe was om me te ontspannen). In de huiskamer zijn we normaal gesproken allemaal onze eigen dingen aan het doen. Ik brei of naai, echtgenoot doet nog wat werk op de computer of kijkt tv, de dochters kijken mee, lezen, computeren of schrijven. Allemaal ons eigen ding.
Maar toch zijn we samen. Je hoeft maar op te kijken of je ziet de rest van het gezin. Als je iets wilt zeggen of wilt vertellen wat je op dat moment leest, bedenkt of ziet, kun je dat direct delen. Als er iets is, is er altijd wel iemand aan wie je het kwijt kunt.
En dat is de essentie van een gezin. In ieder geval van een gezin met opgroeiende pubers. We zijn allemaal zelfstandige wezens, maar vormen toch (nog) een eenheid. En het is fijn om te weten dat we die eenheid de afgelopen week allemaal even hard gemist hebben!
Veranderen
Ik word blij van kamers veranderen. Dat heb ik van mijn opa geërfd. Die deed het ook. Mijn moeder vond het minder leuk als ze thuiskwam en alles was ineens anders, dus bij ons thuis werd er niet vaak geschoven en veranderd. Toch zijn die genen heel sterk, want ik doe niets liever. Ik doe het alleen niet vaak. Het gaat niet. Al die bedrading die een mens tegenwoordig heeft liggen, maakt het knap lastig. Je kunt niet zomaar de televisie ergens anders neerzetten, want dan ligt de kabel fout. Het wordt helemaal lastig als je man zo graag surround wilde. Dan kun je misschien de televisiekabel nog wel verleggen, maar is het geluid verkeerd om. Achterboxjes voor en voorboxen achter, dat soort dingen. Dan zie je op televisie een vrachtwagen van linksvoor naar rechtsachter gaan, maar je hoort het andersom. Dat is niet erg prettig.
In dit huis valt helemaal niet veel te schuiven. We hebben een belachelijk grote bank voor onze kleine kamer en die kan alleen maar tegen de rechtermuur. Want anders moet de eettafel aan die kant en dan staat die voor de deur. Snapt u het nog? Nou ja, maakt niet uit, als wij het maar snappen. Er valt dus niet veel te schuiven.
Maar vandaag heb ik heerlijk mijn zin gehad. Er moest namelijk wel wat verplaatst worden. Niet direct eigenlijk, maar ja. Het moest toch gebeuren en dan wil ik het meteen.
Ik had er een hele nacht over liggen denken en ‘s ochtends had ik de oplossing.
Het probleem was namelijk dat mijn grootmoeders kast de huiskamer uit moest. Heel jammer, want ik bewaar mijn stoffen en wol erin en ik ben ontzettend gehecht aan die kast. Maar we willen een houtkachel kopen en die moet precies daar staan. Het is de enige plek waar dat kan.
Dus moest de kast ergens anders heen. Wegdoen is absoluut geen optie. Toen mijn oma overleden was en we mochten aangeven of er iets was dat we graag wilden hebben, kon ik alleen deze kast verzinnen. Geen sieraden, of antiek, maar de keukenkast. En toen wist ik nog niet eens dat ze het houtsnijwerk zelf ontworpen had.
De kast heeft eerst een jaartje in de keuken gestaan. Maar toen we daar een echte keuken gingen plaatsen (ik had een paar losse oude kastjes, geen keukenblok), moesten we kiezen. Heel erg weinig werkruimte, of die kast eruit. Vandaar dat hij naar de huiskamer verplaatst werd, waar ik hem al snel inpikte voor mijn stoffen. En er zo mogelijk nog meer van ging houden.
Maar goed, die kachel staat ook al heel erg lang op ons verlanglijstje.
Het was alleen jammer dat die kast dus niet in de keuken paste. Hij past wel onder de trap, maar daar staat het wandmeubel. Daar zijn we ook aan gehecht en bovendien staat hij helemaal vol.
Naar boven lukt niet en in de gang paste ook niet. Want dan kon de deur van de meterkast niet open.
Daar heb ik dus een nachtje over liggen piekeren en toen had ik het: ik heb gewoon die deur eruit gesloopt. Nu kunnen we langs de kast nog bij de stoppen en de meters kunnen we ook zien. Ik maak nog wel een gordijntje om de boel weer af te dekken.
Toen kon oma’s kast dus naar de gang. Maar daar stond een lelijke, maar stevige zwarte kast. Die moest naar de kastenkamer. Jawel, die hebben we. Want we hebben besloten dat het derde kamertje in de voormalige garage niet geschikt is als slaapkamer. Dus gaan we die ruimte gebruiken voor opslag. Er stond al een kast en de zwarte kast staat er nu ook. Maar dat was de voorraadkast, dus dat moest ik allemaal in de keuken zien te stapelen. En dan lag de hele huiskamer nog vol met lappen en wol. Ik ben de hele dag bezig geweest met kasten in- en uitpakken. De lappen en de wol liggen nu in het wandmeubel, de kantoorartikelen en de boekhouding in de zwarte kast, en in oma’s kast liggen allerlei dingen die we niet dagelijks gebruiken, gebaksbordjes, kandelaars, enzovoort.
Het lastige van de boel verplaatsen is dat je altijd allerlei dingen overhoudt. Die lagen ergens achterin een kast, maar horen eigenlijk nergens bij. Uiteindelijk verdwijnen ze dan wel weer ergens achterin een kast. Ik ben bijna klaar nu. Nog een beetje schuiven met de creaspullen en nog een paar keukenkasten opruimen. De huiskamer lijkt erg leeg nu, maar de gang ziet er veel beter uit, zo met oma’s kast als middelpunt.
Van die dagen
Er zijn van die dagen… Als ik zo mijn stukjes begin, zien jullie de bui al weer hangen. Dan komt er meestal een verhaal over een chaotisch volle dag, waarop ik “niets” gedaan heb. Maar deze keer bedoel ik iets anders.
Eigenlijk bedoel ik: je weet nooit wat voor dag het wordt. Dat klinkt erg raar, maar het is toch zo. Voor ons is dat extremer dan voor de meeste mensen, omdat wij thuiswerken en dus niet aan vaste tijden gebonden zijn. Ik weet vaak voor het slapen gaan nog maar vaag wat ik de volgende dag ga doen. Dat is best fijn, maar ook wel eens lastig. In mij strijden twee karaktertrekken om voorrang. Enerzijds de zigeunerin in mij, dol op afwisseling, onverwachte dingen en avontuur, anderzijds het burgerlijke huisvrouwtje, dat rust, reinheid en regelmaat zoekt.
Meestal maakt het huisvrouwtje dus toch een lijstje met dingen die moeten gebeuren. Maar daar komt zelden iets van terecht. Want ik raak nogal snel afgeleid.
Gisteren wilde ik allerlei grote klussen beetpakken. Dat kamertje waar nog steeds in verbouwd moet worden leegruimen, de tuin doen, naar de stad. Maar de avond ervoor was ik aan het rommelen geweest met mijn website. Dat lukte niet helemaal en ik ging gefrustreerd naar bed. Blijkbaar is mijn onderbewustzijn ‘s nachts druk bezig geweest, want toen ik wakker werd zag ik ineens wel hoe ik de boel nederlands en engels kon krijgen, zonder de hele site opnieuw te moeten ontwerpen. Dat was fijn, maar toen ik klaar was, was de ochtend al bijna om. Het was erg warm, dus ik besloot alle actieve plannen te laten vallen en lekker te gaan naaien. Echtgenoot is maar twee dagen per week weg, dus ik moet de tijd waarin ik ongestoord herrie kan maken met mijn machientje goed gebruiken. De handnaaimachine werkt ook, maar daar moet ik nog mee oefenen. Ik begon toch maar niet mijn mooie stof te verknippen voor de rokken en de jurk die ik nog wil maken, ging tussendoor nog even een half uurtje zwemmen en werkte vier tasjes die al weken geknipt liggen af.
Ik naaide tot echtgenoot thuiskwam en wilde toen iets gemakkelijks gaan koken. Maar toen bleek dat de weersberichten voorspelden dat voorlopig weer de laatste warme dag zou zijn. Dus vonden wij dat er nog een keertje gebarbecued moest worden.
Dat schijnt een afwijking van ons te zijn, dat we dat zo vaak doen. Minstens één, vaak zelfs twee keer per week, als het weer goed genoeg is. Nu denken veel mensen bij barbecueën ook direct aan enorm uitgebreide maaltijden, die je ruim van te voren moet inplannen en voorbereiden, maar dat valt wel mee bij ons. Ik maak gewoon een schaal sla, bak wat brood of aardappelen en dan grillen we iets meer vlees dan ik normaal bij de maaltijd zou gebruiken. Ik zorg dat er altijd wel kippenpootjes, worstjes of ander geschikt vlees in de vriezer ligt. Wat ik het fijnst vind van het barbecueën, is dat het een manier is om rustig en langdurig met elkaar te eten. Iets wat met een gezin met grote kinderen niet altijd zo gemakkelijk gaat.
Toen was de dag dus om. Omdat het vandaag koeler zou zijn, schoof ik al die heftige plannen een dagje op.
Ik werd wakker met een enorme tegenzin. Na zoveel warmte wil mijn lichaam als het koel wordt, vooral herstellen en uitrusten. Dat moet ik eigenlijk accepteren, maar dat doe ik niet. Dus ging ik na een langzame start onkruid trekken in de tuin. De zijtuin was een wildernis, dus binnen drie kwartier had ik bijna een container vol. En toen was het nog niet klaar, maar ik was het wel zat..
Dus ging ik eerst even naar de buurvrouw om een afspraak te maken voor een interview. Ik bleef even koffie drinken, dronk nog een kopje en ging toen pas tegen twaalven naar huis. Waar ik boterhammen voor echtgenoot en mij smeerde en toen ineens bedacht dat het woensdag was en ik een schrijfsel moest produceren. Waarmee ik straks een uur zoet ben geweest. En dan ga ik maar weer wat onkruid trekken. Of tegels sjouwen, of dat kamertje opruimen. Of iets heel anders, want dat weet je dus maar nooit.
Geen inspiratie
Ik ben volkomen inspiratieloos vandaag. Op alle punten. Geen stukje, geen fotootje, geen creatieve ideeën. Normaal gesproken zoemt mijn hoofd altijd een beetje, zo vol is het.
Als ik iets grappigs zie, wil ik dat onthouden om het op te schrijven. Maar meestal is het weg voor ik thuis ben. Er was iets grappigs, kort geleden. Dat herinner ik me nu ik dit typ. Ik liep glimlachend verder, dat weet ik nog, maar ik heb geen idee meer wat het was. Dat is jammer, want anders had ik iets gehad om in dit stukje te schrijven.
Het zoemt ook met ideeën. Creatieve dingen. Waarvan ik dan prompt de helft weer vergeet. Soms koop ik zelfs materialen en dan weet ik amper meer waarvoor. Ik heb borduurgaren gekocht, want ik ging iets heel speciaals maken. Het zou wel fijn zijn als ik nog wist wat, want dan kon ik daar misschien wel genoeg over uitweiden om van dit stukje een schrijfsel te maken. Ook had ik pas een hele theorie over mijn voorraad stoffen en mijn berg breiwol. Om over de inmiddels ook aanzienlijke hoeveelheid knopen maar niet te spreken. Het was een wijs inzicht, dat weet ik nog wel. Ik werd er helemaal opgelucht van. Maar ik ben nu even kwijt hoe het precies zat.
De enige associatie die in me opkomt is een reactie op een ander weblog: “ach, knoopjes zijn zo klein en stoffen zijn zo plat”. Dat is waarschijnlijk een typisch vrouwelijk excuus.
Het wijze inzicht begint nu wel langzaam boven te drijven (gelukkig, ik ben niet ineens spontaan mijn hele geheugen kwijt), maar echt materiaal voor een schrijfsel is het niet.
Normaal gesproken zoemen er ook nog allerlei verhalen in mijn hoofd. Die komen en gaan en sommige blijven hangen en worden dan een boek. Maar die zijn ook even afwezig. Verder ben ik vaak mijn eigen verhaal onder woorden aan het brengen in mijn hoofd. Ooit komt er een boek met alle dingen die ik in mijn leven geleerd heb erin. Al vraag ik me nu toch wel af wàt ik dan geleerd denk te hebben. Op dit moment zie ik dat niet zo. Ik mag dan wat rimpeliger zijn dan vroeger (daar heb ik al een schrijfsel over geschreven, ik zal niet aan de gang blijven), maar van binnen ben ik nog steeds mezelf.
Verder zoemt het meestal ook nog met allerlei andere dingen. Plannen voor het huis, plannen voor de tuin, plannen voor het eten. Maar vandaag is het verdacht stil in dat hoofd. Opruimen, stofzuigen en onkruid wieden. Verder kom ik niet. En we hebben macaroni gegeten, wat alles behalve origineel is. Maar gelukkig was het wel lekker.
Ik was ook inspiratieloos voor de dagelijkse foto. Normaal gesproken valt mijn blik regelmatig op iets om even vast te leggen, maar vandaag was er niets dat vroeg om een fotootje. Er was zelfs niet eens zo’n “verdorie-geen-camera-bij-me” moment.
Gelukkig zijn er altijd wel bloemen om een plaatje van te schieten, maar het gaat opvallen dat ik dat best vaak doe, de laatste tijd.
De kat en de kinderen. Altijd grote inspiratiebronnen. Altijd wel iets geks. Behalve vandaag. Ze gingen weg en ze kwamen thuis. De kinderen dan. De kat sliep. En at. En sliep. En at. Het vult wel, maar echt een heel schrijfsel krijg je er niet mee vol.
Toch leuk als je dan aan het eind van de dag toch nog een heel stukje bij elkaar gerommeld hebt over hoe inspiratieloos je bent. Inspiratie geboren uit gebrek aan inspiratie. Als je er hard over na gaat denken wordt het nog “diep” ook. Maar ik ga er niet hard over nadenken. Want al die inspiratieloosheid komt voort uit vier nachten wakker liggen van veel te veel over allerlei dingen nadenken. Van dat oeverloze eindeloze malen. Nee, dan liever dat gezoem van al die plannen en ideeën!



