Geertrude blogt

Menu
  • Contact
  • Over mij
  • Privacy
Menu

Categorie: persoonlijk

We keken haar lachend en een tikje afgunstig na

Geplaatst op 25/01/2023 door Geertrude Verweij

“Solo un person!” Vroeger zaten we altijd gezellig met z’n tweeën in de auto als die gekeurd werd, maar dat mag niet meer. Ook gaat het niet zo vlug meer als toen. De rijen zijn enorm lang tegenwoordig. Gelukkig wist ik dat al, omdat we onze andere auto in september hadden laten keuren. Ik had me dus voorbereid en mijn e-reader meegenomen.
Ik stapte uit en ging onder de boom bij de ingang van het terrein zitten. Af en toe las ik een stukje in mijn boek, maar ondertussen keek ik om me heen. Het was nog niet druk onder de boom. De vorige keer zat het stampvol en bracht ik een uur op de vangrail door. Niet erg comfortabel. Nu zat ik op een krukje. Dat was daar neergezet door de dame van het kraampje waar je frisdrank en eten kon kopen, maar die maakte geen bezwaar tegen mensen die niets kochten, maar wel zaten. Ze had toch wel genoeg klandizie.
Beneden bij de ingang stond een potige bewaakster haar werk te doen. Een mannelijke bewaker deed onduidelijke dingen met een schroevendraaier bij het bewakershokje waarin ik nog nooit een bewaker heb zien zitten. Het is namelijk altijd druk bij de keuringen. Wat niet zo gek is, want er zijn veel auto’s op dit eiland en dit is de enige locatie waar gekeurd wordt.
Een geelbruine hond lag langs de weg. Ik staarde een tijdje naar het beest. Leefde ze nog? Ik zag geen ademhaling, maar haar houding was comfortabel. Ik ging er dus maar vanuit dat ze sliep.
Af en toe wierp ik een blik op de lange rij auto’s. Ik zag echtgenoot nog nergens, maar dat kon kloppen, want de rij ging de bocht om.
Een oudere dame ging achter me in de schaduw staan. Ik had het gevoel dat ik haar mijn zitplaats aan moest bieden, maar dat was onzin, er waren nog meer stoelen en krukken vrij. Dus bleef ik lekker zitten, maar ergens voelde het toch verkeerd. Ik ben erg goed opgevoed, en erg braaf, dat blijkt maar weer. Uiteindelijk schoof ze bij een andere dame aan het tafeltje. Die twee begonnen gezellig te kletsen. Ik ben van nature niet het type dat zomaar een praatje met vreemden begint, maar af en toe vind ik dat jammer. Bovendien is het niet handig, want door gebrek aan oefening spreek en versta ik de taal nog steeds niet echt en daardoor durf ik al helemaal geen praatje te beginnen. Nou ja, het is niet anders. Lezen en observeren is ook leuk.
Twee zussen – denk ik, ze leken erg op elkaar – kochten een broodje worst en gingen er ook bij zitten. Het gesprek werd feller, maar ik had geen idee waar het over ging. Waarschijnlijk over de lange wachttijd. Een man belde iemand op en zei “bon tardi” (goedemiddag). Wat gek was, want het was toch echt nog ochtend, ook al zat ik daar al bijna een uur.
De mannelijke bewaker wrikte met zijn schroevendraaier in het raamkozijn. Hij kon het raampje nog net op tijd opvangen toen het los kwam.
Uit mijn ooghoeken zag ik dat de hond opstond. Ze liep een rondje en ging toen weer langs de weg liggen. Dom beest.
De dame van het tafeltje stond op en begon te juichen. Degene die met haar auto in de rij had gestaan wapperde met het felbegeerde keuringsbewijs. Hij stapte uit en ging op de bijrijdersstoel zitten, zodat zij weg kon rijden. Dat deed ze dan ook, triomfantelijk, met armgezwaai en getoeter. We keken haar lachend en een tikje afgunstig na.
De bewaker probeerde nu scharnieren in het kozijn vast te zetten op zo’n manier dat het raampje opengeklapt kon worden. Dat viel allemaal niet mee.
De man van de oudere dame was ook al klaar. Echtgenoot en onze auto zag ik nog nergens.
Als de keuring klaar is, moet je achter het gebouw wachten tot iemand de nieuwe keuringskaart komt brengen. Ik zag een paar mensen doorrijden zonder te wachten. Afgekeurd dus. De meesten namen het gelaten, maar één reed er nogal agressief, met rokende banden, weg.
Echtgenoot vertelde later dat er steeds andere auto’s voorgelaten werden in de rij. Een van de wachtenden was dat na een uur wachten zat en maakte stennis. Echtgenoot was het ook zat, maar die weet inmiddels wel dat je beter geen problemen kunt maken. De andere man was een Curaçaoënaar, maar wist dat blijkbaar niet. Zijn auto werd afgekeurd.
“Ik denk dat ik hem heb zien wegrijden,” zei ik. “Hij was niet blij.”
Daar zag ik onze auto eindelijk! Nog maar een paar wachtenden voor hem.
De bewaker liet trots aan een derde bewaker zien dat het raampje nu open kon, net als het andere raampje. Dat was blijkbaar erg belangrijk, ondanks het feit dat het hokje aan de voor- en achterkant helemaal geen raam of betimmering had. Maar nu kon het tenminste aan alle kanten doortochten.
De hond sliep alweer. Zelfs de agressieve chauffeur was niet over haar heen gereden. Dat scheelde dan weer.
Echtgenoot parkeerde de auto achter het gebouw. Goedgekeurd dus. Ik ruimde mijn e-reader alvast op, maar dat was een tikje voorbarig. Het duurde nog een kwartier voor hij de kaart had.
Toen had ik daar ruim anderhalf uur op dat krukje gezeten en hij dus anderhalf uur in de auto. Maar toen waren we er wel weer áf voor de komende twee jaar. Met deze auto dan. De andere moet in september weer…

(terwijl ik dit stukje schreef, herinnerde ik me dat ik vorig jaar ook een stukje schreef over de keuring, maar dat heb ik nooit geplaatst. Als een soort bonus heb ik dat vandaag alsnog gedaan: lees hier wat er vorig jaar gebeurde…)
 
foto van Tim  Samuel

We kunnen ook een graafmachine laten komen

Geplaatst op 18/01/2023 door Geertrude Verweij

Ik heb altijd gedroomd van een grote tuin, waar ik fruitbomen, geneeskrachtige planten en prachtige bloemen zou kweken. Natuurlijk snapte ik wel dat ik af en toe zou moeten schoffelen of snoeien, maar als ik erover nadacht, zag ik mezelf vooral een beetje romantisch rondlopen, gekleed in een lange gebloemde jurk, met zo’n strooien zonnehoed op mijn hoofd, een (antiek) schaartje om bloemen of kruiden te knippen in mijn hand en een mandje om die oogst in te verzamelen aan mijn arm. Zien jullie het voor je? Ik wel.

Tja… (in een video zou ik hier het geluid van een naald die over de langspeelplaat krast laten horen)

 
We hebben hier een groot stuk grond, bijna 2000 vierkante meter. Op een deel daarvan staat ons huis, maar er is ruim 1800 vierkante meter over om mee te spelen.
“We kunnen ook een graafmachine laten komen om die doornstruiken weg te halen,” opperde mijn man al heel in het begin. Maar daarmee verwijder je niet alleen de doornstruiken, maar ook alle andere vegetatie én de vruchtbare bovenlaag van de grond. De wortels verwijder je er niet mee en het zijn nu juist de doornstruiken die na zo’n actie gewoon weer verder groeien. Vond ik dus geen goed idee.
De buren hebben “mannetjes” die het grove werk in de tuin doen. Met een bosmaaier. Dat heeft hetzelfde effect. Je laat alle wortels staan en na een paar weken (of een paar dagen, als het goed regent), kun je gewoon weer opnieuw beginnen. Daar hebben ze dan ook wat op gevonden. Diesel. Of ander gif, maar diesel is goedkoper. Als je hier van die keurig onderhouden kale terreinen (want een tuin kun je het niet noemen) ziet, wordt het negen van de tien keer regelmatig bespoten met diesel.
Ik zal er verder niet over uitweiden wat ik daarvan vind, maar het is in ieder geval geen optie voor mijn tuin. Er zit dus niets anders op. Mijn meest gebruikte gereedschappen zijn het pikhouweel en de grote snoeischaar. 

Ik heb een stuk boomgaard van ongeveer 100 vierkante meter en daar heb ik de doornstruiken min of meer uitgeroeid. Verder moet ik natuurlijk wel regelmatig wieden, maar dat hoort erbij.
De rest van onze grond echter…. Ik ben de afgelopen jaren druk bezig geweest, maar af en toe lijkt het erg op dweilen met de kraan open.
Een jaar geleden begon het erop te lijken. De oprit was kaal en mijn boomgaard had ik onder controle, dus ik was bezig een tweede stuk tuin klaar te maken om beplant te worden. Ik had ook al een pad uitgehakt dat rond ons hele terrein liep en ik was begonnen om de overige doornstruiken te verwijderen, met de vage droom om daar in november een maisveld te planten.
In april vertrokken we naar Nederland en door omstandigheden kwamen we pas eind augustus terug. In september maakte ik de oprit en de plek waar onze auto’s staan weer begaanbaar, in oktober wiedde ik de boomgaard, snoeide ik de moringa bomen (want die groeiden bij de buren naar binnen), oogstte ik de enige twee papaja’s die niet door vogels en leguanen opgesoupeerd waren en plukte ik emmers vol orégano di kórsou, berbena en puta luange (waarvan een groot deel door de extreme regen beschimmelde tijdens het drogen). In november was ik ziek en in december gingen we weer naar Nederland omdat onze kleinzoon geboren zou worden. 

Toen we twee weken geleden, net terug op het eiland, uit de taxi stapten en van de ingang van ons terrein naar ons huis (dat helemaal achter in de hoek staat) wandelden, moesten we door kniehoog gras waden. De auto’s en de vuilcontainer waren omringd door gras, onkruid en – natuurlijk – doornstruiken. Ook in mijn boomgaard moet weer dringend gewied en gesnoeid worden. De tweede boomgaard en de rest van het terrein negeerde ik nog maar even, dat had ik van september tot december tenslotte ook al gedaan.
Wanhopig vroeg ik aan echtgenoot: “Het was toch redelijk netjes toen we weggingen of ben ik nu gek?”
Ik was niet gek, zei hij. Het moeten groeizame weken geweest zijn.
Dus stond ik dit weekend maar weer met het pikhouweel te zwaaien en met de grote snoeischaar te knippen. Je zag het zienderogen opknappen, dat wel. Maar ik moet nog wel een paar weekenden zwaaien en knippen om weer een beetje het gevoel te krijgen dat ik er doorheen kom. En dan kan ik in de boomgaard weer emmers vol kruiden oogsten (die nu hopelijk wel goed drogen) en enorme takken snoeien. Het is allemaal niet zo romantisch als in mijn dromen. Maar ik geniet ervan. Het is goede lichaamsbeweging en ik vind het hoe dan ook heerlijk om in én met de natuur bezig te zijn. Ik ben dol op mijn tuin en ik hoop nog heel lang in staat te zijn om het op deze manier – min of meer – bij te houden.
En mijn droom over die jurk, zonnehoed, mand en dat antieke schaartje? Ach, wie weet, ooit.

Bedankt voor jullie lieve reacties op mijn vorige stukje! Ik had niet
verwacht dat er nog zoveel mensen mee zouden lezen, maar ik ben er echt
heel blij mee.

Eigenlijk kan ik er dus niets aan doen

Geplaatst op 11/01/2023 door Geertrude Verweij

“Ja, nu ben ik een week te laat,” dacht ik. Want ik had het idee om in 2023 weer wekelijks een schrijfsel op mijn blog neer te zetten, maar dat is dus de eerste week niet gelukt. Wat me mateloos irriteert, want hoeveel werk is het nu helemaal om een stukje te typen? Ideeën genoeg in mijn hoofd. Maar even gaan zitten om wat woorden uit dat hoofd op mijn scherm te brengen was er blijkbaar niet bij. Ik moest me schamen. Of toch niet?

Dat ik niets had voorbereid, oké, daar kan ik inkomen. De laatste weken van 2022 waren druk met naar Nederland reizen, de dochters en schoonzoons bezoeken en bovenal onze kersverse kleinzoon ontmoeten. Toen had ik wel andere dingen aan mijn hoofd. 

Maar inmiddels zijn we alweer een week terug op het eiland. En wat heb ik die dagen gedaan?
Nou ja, in eerste instantie had ik natuurlijk weer een jetlag. Gek genoeg wordt dat niet minder naarmate we vaker op en neer reizen. Sterker nog, het lijkt wel erger te worden. Richting Nederland is het ergst, maar terug naar Curaçao valt ook nog steeds niet mee.
En toen ik weer een beetje mens was, moesten mijn planten water en de katten aandacht. En het was enorm groeizaam weer geweest, dus het pad van de plek waar onze auto’s staan naar ons huis stond vol met kniehoog gras. Dat loopt niet prettig. Laat staan dat er een auto naar boven kon rijden, wat af en toe wel handig is met zware spullen. Ik moest dus even een paar kruiwagens gras uittrekken.
Boodschappen moesten er ook gedaan worden. Gelukkig niet met spoed. We laten de koel/vrieskast gewoon aan staan als we weggaan. Kost niets, we hebben zonnepanelen en batterijen. We hadden dus de eerste paar dagen gewoon eten. Maar na een dag of vier was de voorraad ingevroren voedsel wel op (ik heb maar een kleine vriesruimte). Ik had me met blikjes nog een paar dagen kunnen behelpen, maar het kattenvoer was ook bijna op en dat kon natuurlijk niet. 

Wij “hebben” twee katten. Ik zet “hebben” tussen aanhalingstekens, omdat het eigenlijk wilde katten zijn, die het wel handig vinden dat wij ze voeren. En af en toe een beetje aandacht vinden ze ook wel fijn. Als we weg zijn, zorgen ze prima voor zichzelf, maar als we thuis zijn, hebben ze recht op twee keer per dag brokjes. Vinden zij. En wij eigenlijk ook. Dus moesten er brokjes gehaald worden. En als je dan toch boodschappen gaat doen, kun je meteen beter de hele voorraad aanvullen. Dat moet helaas wel bij drie supermarkten, want nergens hebben ze alles wat ik zoek.
Verder had echtgenoot frisse zin om een grote klus aan te pakken en dus moest er hout besteld worden en schroeven gekocht. We besloten dan meteen maar efficiënt te zijn (een ritje naar de stad duurt 50 minuten) en alles tegelijk te doen. Om het leuk te houden, deden we tussendoor ook nog even een lunch op een terras. Toen was er een dag om.
Eens denken… Wat nog meer? O ja. De boekhouding. Die moest ook dringend bijgewerkt worden. Had ik in Nederland niets aan gedaan vanwege extra bezoekjes aan voorgenoemde kleinzoon. En de aangiftes van deze maand moesten er ook deze week uit. Daar heb ik de afgelopen twee dagen mijn computertijd aan besteed. Ja, zo komt de week wel om.
Eigenlijk kan ik er dus niets aan doen dat ik een week te laat ben.

Maar nu is het dan zover. Tijd om serieus een stukje te gaan schrijven. Niet dat ik verder niets te doen heb, maar als ik moet wachten tot de tuin volledig onkruidvrij is, zijn we weer een jaar verder. En in ons grote huis, dat nog steeds niet af is, kan ik ook wel altijd iets te doen vinden. Maar als ik het schrijven echt weer op wil pakken, zal ik er tijd voor moeten maken.
Het gekke is, dat ik bijna geneigd was om het er maar bij te laten zitten, omdat ik het zo slordig vind staan om in week 2 te beginnen, in plaats van netjes in week 1. Of is dat een smoesje? Vind ik het gewoon een beetje eng om na zo’n lange pauze weer wekelijks een stukje over mijn leven te schrijven? Ben ik bang dat niemand het wil lezen of dat men het “stom” vindt, of niet goed genoeg, of saai?
Ik ben bang dat dát het is (lastig hoor, als je jezelf zo goed doorhebt). Belachelijk om op mijn leeftijd nog zo onzeker te zijn. Dat is een van de dingen waar ik dit jaar aan wil werken. En dus gaat dit stukje gewoon online. In de tweede week. En we zien wel of er nog iemand is die het leest.

Ik gaf mezelf een denkbeeldig schouderklopje

Geplaatst op 24/01/2022 door Geertrude Verweij

Ik stond al zeker tien minuten in de rij voor het keuringslokaal en ik was nog lang niet aan de beurt.
Je auto laten keuren gaat hier een beetje anders dan in Nederland.

Te beginnen met het feit dat de keuring een overheidsdienst is waarvoor je naar het keuringslokaal moet gaan. Je kunt het eventueel door je garage laten doen, maar dat houdt in dat die een medewerker met je auto naar dat keuringslokaal stuurt. En als we dan toch naar de stad moeten rijden om de auto in te leveren, kunnen we het net zo gemakkelijk zelf doen. Hoeven we hem ook niet aan het eind van de dag weer op te halen.
Onze afspraak was tussen acht uur en half negen. Aangezien wij in het uiterste westen van Curaçao wonen is het keuringslokaal drie kwartier rijden, als je ervanuit gaat dat je dóór kunt rijden. Daar gaan wij na drie jaar op het eiland niet meer vanuit, dus rekenen we een uur voor zo’n rit. Zeven uur weg dus. Nou ja, het moest maar.
We waren er precies om acht uur, maar helaas waren alle anderen die in dat half uur moesten keuren er ook precies om acht uur. De rij was dus lang. Maar goed, als je daar doorheen bent, mag je betalen en krijg je het keuringsformulier. Daarna is het zo gebeurd.
Keuren houdt namelijk in dat je laat zien dat je lichten en richtingaanwijzers werken. Vervolgens moet je een half metertje rijden en hard op de rem trappen. Op het groene formuliertje staan wel meer punten die gekeurd moeten worden, maar dat doen ze eigenlijk nooit.
Na deze korte controle moet je nog even wachten op je nieuwe keuringsbewijs en dan is het leed weer geleden.
Het keuringsbewijs van vorig jaar had ik in mijn handen terwijl ik in de rij stond. En omdat ik daar al tien minuten stond en verder toch niets te doen had, bekeek ik het nog eens goed. Datum keuring was precies een jaar geleden. Ik gaf mezelf een denkbeeldig schouderklopje omdat ik er – ondanks allerlei vertragingen – nog zo keurig op tijd bij was. En toen viel mijn oog op het getal eronder. Twee. Twee? Twee wat? Jaren geldig. Twee jaren geldig? Het duurde heel even voor het kwartje viel. Ik wenkte echtgenoot die bij de auto stond te wachten (met z’n tweeën in de rij mag niet meer), want ik was niet van plan mijn plaats in de rij op te geven voor ik het zeker wist. Maar hij bevestigde wat ik inmiddels ook begrepen had, maar wat wij allebei niet eerder hadden gezien. De auto hoefde helemaal niet gekeurd te worden.
Tja. Gelukkig waren we niet helemaal voor niets naar de stad gereden, want de autoverzekering moest ook betaald worden. Dat kan alleen met geldige keuringskaart, maar die hadden we, dus dat was snel geregeld. Persoonlijk, bij de kassa van het verzekeringsbedrijf, want zo gaat dat hier.
Met een geldig verzekeringsbewijs konden we de wegenbelasting gaan betalen (persoonlijk, op het postkantoor) en dan zouden we weer klaar zijn voor een jaar. Maar helaas, de stickers die je als bewijs van betaling op je ruit moet plakken waren nog niet gearriveerd. Dat moest dus nog even wachten. Geen groot probleem, want meestal beginnen ze begin maart aan te kondigen dat ze eind maart toch echt boetes gaan uitdelen als je de wegenbelasting niet betaald hebt. Ze doen hier niet zo moeilijk.
Wij ook niet. Dan rijden we nog wel een keer naar de stad. Zo gaat dat hier nu eenmaal…

(foto van Tim Samuel)

Koud, Corona en misschien een Kerstverhaal (en andere dingen)

Geplaatst op 10/12/2020 door Geertrude Verweij

 

Hoewel dit jaar nu niet bepaald het jaar van regelmatige blogposts was, wil ik zo aan het eind van het jaar toch wel íets schrijven. Mede in de hoop dat ik daarmee de goede toon zet voor het volgende jaar. Want ergens mis ik het wel, dat contact met lezers en het regelmatig even gaan zitten om wat te vertellen over mijn leven.

Zolang dat een beetje positief is tenminste, want ik vind de negatievere aspecten van mijn leven te privé om zomaar openlijk op mijn blog te bespreken (hoewel ik geneigd ben het er allemaal uit te gooien als ik eenmaal begin te schrijven, maar dat delete ik dan meestal weer). Dat was het probleem dit afgelopen jaar. En ja, ik weet het. Het was voor iedereen zwaar. En ik ben ook niet de enige die het door allerlei omstandigheden extra moeilijk had. Maar gezellige stukjes schrijven was er gewoon even niet bij.
Of het volgend jaar allemaal beter wordt, weet ik niet. Ik ben bang dat we voorlopig nog niet uit de corona-ellende zijn. Maar hoop doet leven en alles went. Dus… wekelijkse stukjes? Maandelijkse stukjes? Ik weet het nog niet. Maar ik ga mijn best doen om in ieder geval weer wat vaker iets te plaatsen.

Op dit moment ben ik in Nederland. Na een heel jaar Curaçao heb ik maar één woord om mijn huidige toestand te omschrijven: koud!
Vanochtend ging ik boodschappen doen in het dorp vlakbij het vakantiehuisje dat we gehuurd hebben. Ik moest een brief posten en vroeg bij de drogist waar ik een brievenbus kon vinden. Dat bleek een wandelingetje naar de andere kant van het dorpscentrum te zijn. Niet erg, maar ik had mijn muts en handschoenen in de auto laten liggen. Brr! Ik was het hartgrondig eens met de mevrouw die ik tegen een vriendin hoorde zeggen dat ze haar mondkapje lekker op hield op de fiets. “Mijn neus blijft heerlijk warm zo.” Precies! Ik had die van mij ook nog op. Vanwege de kou, inderdaad. En ook voor de veiligheid.
Wij waren maandagochtend vroeg net in Nederland toen Curaçao “oranje” verklaard werd, dus we hoeven niet in quarantaine. Dat is fijn, want dan kunnen we gewoon boodschappen doen. Maar we vinden het wel zo sociaal om voorzichtig te zijn. Familie hebben we ook nog niet gezien, trouwens. Morgen eerst een test en dan gaan we (hopelijk) afspraken maken. Volgende week is er een dochter jarig, dus we hopen dat we daar heen kunnen. En volgende week zaterdag ga ik met alle drie de dochters een trouwjurk uitzoeken voor middelste.
Duimen dat we niet besmet zijn, dus! Het zou goed moeten zijn, want op Curaçao kwamen we al weken bijna nergens meer en hielden we ons keurig aan alle regels. Al zegt dat niet alles, want we hebben kennissen die alle voorschriften aan hun laars lappen en in die groep zijn ook geen besmettingen, terwijl het van zo’n 80 tot 90% van de dagelijkse nieuwe besmettingen op Curaçao volledig onbekend is waar ze vandaan komen. Er is dus blijkbaar geen peil op te trekken. Hoewel ik toch vermoed dat de meeste mensen die illegale feestjes gevierd hebben, dat niet netjes toe gaan geven als ze positief getest zijn. Dat kan er ook wel mee te maken hebben.
Het leuke van die kou is dat ik eindelijk weer eens stamppotten kan maken. Want je kunt wel heel dapper denken dat je die op een tropisch eiland ook best kunt eten, maar in de praktijk valt dat toch tegen. Bovendien vind ik het wel leuk om dat soort gerechten speciaal voor hier te bewaren. Dus aten we dinsdag boerenkool, woensdag zuurkool en verheug ik me nu enorm op hutspot, want dat is mijn favoriet.
Het heeft trouwens ook best wel zijn charme om pantoffels en dikke truien te dragen en ’s nachts heerlijk weg te kruipen onder een dekbed. Voor een paar weekjes dan. Want het blijft heerlijk om het hele jaar zomer te hebben.

Ik geloof wel dat ik op schrijfgebied actiever zou zijn als we hier woonden. Op Curaçao heb ik het druk met mijn enorme tuin. En als het te warm is om daar mee bezig te zijn, ben ik zo moe en bezweet, dat alle inspiratie min of meer uitgedoofd is. Ik schrijf wel, maar echt hard gaat het niet. Maar nu ik hier ben, en zeker deze eerste dagen zonder familiebezoekjes, heb ik niet veel te doen. Ik ben nog bezig met een redactieklus, maar daarna zou ik zomaar zin kunnen krijgen om een verhaal te schrijven. Misschien zelfs nog wel een kerstverhaal. Want daar begin ik ook langzaam voor in de stemming te raken. Maar ik beloof niets…

Ik heb overigens wel wat geschreven dit jaar. Voor de Favorietromanserie Dorpsleven heb ik twee verhalen geschreven. Dat blijft leuk werk. Ik ben dol op de dokters en de dorpsbewoners (vaste personen in de serie) en het is leuk om allerlei vage verhaalideeën te verwerken in dit concept.

Niet te filmen gaat over Lotte, een bekende vlogster die zich in eerste instantie knap onmogelijk maakt in het dorp. Daarnaast krijgen de dorpsartsen te maken met een wel heel bezorgde echtgenoot.

 “Boerenkinkels noemde ze ons,” zei Els kwaad.
Mia leunde over de toonbank. “En de winkel? Heeft ze daar ook iets over gezegd?”
“Meer dan genoeg. Ze had een heel filmpje alleen maar over jullie winkel.”
“Hoe kan dat nou, ik heb haar helemaal niet zien filmen hier binnen,” zei Piet twijfelend. “Weet je dat zeker?”
“Met mijn eigen ogen gezien.”

Dit verhaal is in oktober verschenen en kan nog steeds als e-book gedownload worden.

Onderdrukte emoties vertelt het verhaal van Laura, die een hoop narigheid heeft meegemaakt en daar op haar eigen manier mee omgaat. Rens, die zijn geld verdiend met anderen vertellen dat ze alles kunnen oplossen door positief te denken, moet leren omgaan met een ziekte die zich niet zomaar laat wegdenken.

“Soms helpt het om erover te praten.”
“Het gaat goed,” hield ze vol. “Er is geen enkele reden om dat allemaal op te rakelen.”
“Dus het was zwaar.”
“Zoals u al zei. Scheidingen zijn nooit gemakkelijk. Maar het is nu eenmaal gebeurd. Dat ligt achter me.”
“Heb je het weggestopt of verwerkt?”
Ze haalde haar schouders op. “Doet dat ertoe? Ik functioneer prima, daar gaat het om.”

(verschijnt binnenkort)

En voor wie liever luistert dan leest, is er ook goed nieuws. Inmiddels zijn er drie boeken van mij verschenen als luisterboek: Thuisgekomen, Alleen is maar alleen en Trammelant op het platteland (ook via de bibliotheek te luisteren)

Verder heb ik nog wat dingen geschreven die niet geschikt zijn voor publicatie, maar mij wel geholpen hebben om bepaalde dingen te verwerken. Ook niet onbelangrijk. En het zou zomaar kunnen dat sommige van die verhalen uiteindelijk in een iets andere vorm toch verschijnen. Sommige hoofdpersonen zijn me toch wel erg dierbaar geworden.

Hmm… Dit begint een erg lang stuk te worden. Terwijl ik dit schrijf, luister ik met een half oor naar de persconferentie op Curaçao. Nog geen lockdown, gelukkig. Het zou fijn zijn als we na de kerst gewoon naar huis kunnen.
Maar zover is het nog niet. Ik wens jullie allemaal heel fijne feestdagen, ondanks alle maatregelen. Voor mij draaien de feestdagen altijd om familiebijeenkomsten. Ik was altijd degenen die ervoor knokte om de hele familie bij elkaar te krijgen en dat wordt deze keer wel wat lastig. Bovendien ontbreekt er sowieso een heel belangrijk iemand, dus het zou ook zonder beperkingen niet zo zijn als het hoort. Maar we doen ons best om er toch iets van te maken. Het is niet anders. Mijn woord voor 2020 was “accepteren” en nou ja… ik had geen passender woord kunnen kiezen.

Nogmaals, iedereen heel fijne dagen gewenst!

(p.s. als ik nog een kerstverhaal schrijf, verschijnt dat de komende tijd vanzelf op mijn blog)

Het komt goed

Geplaatst op 30/06/2020 door Geertrude Verweij

Het rommelt op Curaçao. En daar ga ik verder niets over zeggen. Tenminste, niet over hoe ik er persoonlijk over denk. Ik weet namelijk niet precies hoe ik er over denk, want er zitten heel veel kanten aan het verhaal. Daar kun je je als buitenstaander (en dat zijn wij, ondanks dat we er inmiddels al een tijdje wonen, ook nog steeds) geen goede mening over vormen. Vind ik. Ik ben blijkbaar de enige die dat vind, want er zijn enorm veel buitenstaanders die er een heel duidelijke mening over hebben en zich er mee menen te moeten bemoeien. Maar dat terzijde.
Maandag hadden we er behoefte aan om even te doen alsof alles nog normaal was. Dus besloten we een hapje te gaan eten bij ons favoriete restaurant in de binnenstad.
We parkeerden op het plein en wandelden naar het terras. Dat was erg leeg, zelfs voor de huidige omstandigheden. Even twijfelde ik. Was er weer iets aan de hand? Was het verstandig om er te gaan zitten? Maar we werden al welkom geheten met een brede lach. Die direct gevolgd werd door de vraag of we niet tegengehouden waren door de politie, want de stad was een half uur afgesloten geweest. Het meisje wist niet waarvoor, maar maakte zich wel zorgen.
“Op dit moment is dit zo’n beetje het veiligste plekje van Curaçao”, stelde haar baas ons gerust. “Je ziet ze niet, maar het stikt hier van de militaire politie.”
Pas de volgende dag zouden we horen dat de afsluiting het gevolg was geweest van één vredelievende demonstrant aan de andere kant van het water. Tja. Ga ik ook maar niets over zeggen, want ik wéét gewoon niet wat ik ervan vind.
Maar goed, het was alweer voorbij en langzaam druppelden er weer meer gasten het terras op. Wel zo gezellig. In het midden zat een Curaçaose meneer die er blijkbaar de hele middag al zat. Of hij had ergens anders al wat gedronken, dat kon ook. Hij was in ieder geval niet helemaal nuchter meer. En blijkbaar zat hij zwaar te peinzen over alles wat er aan de hand was in zijn land.
Ineens besloot hij actie te ondernemen. Met een zeer luide stem begon hij in het Papiamentu met de serveerster te praten. Ik kon hem niet goed verstaan, ving alleen iets op over Ulandes (Nederlanders).
O jee, dacht ik.
En toen kwam het meisje naar ons toe. “Die meneer wil u een biertje aanbieden. Wilt u dat aannemen?”
Ook een ander Nederlandse stel kreeg een drankje aangeboden.
Ik kon de man nog steeds slecht verstaan, maar de boodschap was duidelijk: hij wilde laten zien dat hij Nederlanders geen kwaad hart toedroeg.
Echtgenoot liep naar hem toe om even met hem te praten en kwam daardoor ook in gesprek met Wendell de Leguanenman, die een tafeltje verderop zat. Hij was daar zonder leguanen, want er waren toch geen toeristen die hem konden betalen om met die beesten op de foto te mogen. Echtgenoot vroeg hoe het ging en hij gaf eerlijk toe dat het niet meeviel, zo zonder inkomen. Helemaal zonder geld zat hij gelukkig nog niet. Dat dachten we al, want anders ga je geen biertje drinken op een terras. Bij een snèk is het veel goedkoper en drinken op het parkeerterrein bij de supermarkt mag ook weer.
Echtgenoot was van plan de dronken man een biertje terug te geven, maar dat lukte niet meer. Hij vertrok al snel, nadat hij zijn laatste flesje per ongeluk náást de tafel neerzette. Misschien maar beter ook dat we hem niet nog een biertje gegeven hadden. Maar zijn bedoelingen waren goed.
En om zijn goede daad voort te zetten, vroeg echtgenoot de serveerster om de leguanenman een biertje van ons te geven. Die was daar enorm blij mee en kwam gezellig bij ons aan tafel zitten. Trots liet hij ons zien dat de NTR hem gefilmd had toen hij zijn mening gaf over de rellen. En die mening gaf hij ons ook nog een keer of zes. Daarna vertrok hij om de laatste bus naar huis te halen.
Voor hij wegliep draaide hij zich nog een keer om. “Het komt goed!” riep hij.
Ik hoop het.

*filmpje staat hier, leguanenman op 2:06

Kaalgevreten

Geplaatst op 14/05/2020 door Geertrude Verweij

Sinds we in dit huis wonen, zijn we voortdurend in gevecht geweest met dieren. Vleermuizen, kakkerlakken, mieren… De meeste zijn op mijn blog de revue wel gepasseerd.Nu heb ik weer nieuwe vijanden.

Ik heb enorm veel foto’s in mijn archief van van de indrukwekkende leguaan en ik was ook altijd wel gecharmeerd van die schattige kleine salamanders die je hier veel ziet. Ook de vogels die hier dagelijks rondvliegen en concerten geven vond ik fantastisch. Maar nu vind ik ze niet zo leuk meer.

Een half jaar geleden stopte ik wat zaadjes van een papaja in potten. Dat werkte prima. In een mum van tijd had ik plantjes en toen ik die in grote potten gezet had, begonnen ze al snel op boompjes te lijken. Ik hakte en knipte en groef doornstruiken uit tot ik een stuk tuin had waar ik mijn tropische boomgaard wilde planten, hakte nog wat meer in de rotsachtige bodem en plantte uiteindelijk zes papajabomen. Daarna liep ik nog maandenlang bijna dagelijks met gietertjes rond om mijn bomen te begieten. Ze groeiden niet erg snel, maar een mens moet geduld hebben met dit soort dingen. Dacht ik.

Op Facebook zag ik foto’s verschijnen van papajabomen van zes maanden oud, die vol hingen met vruchten. O. Ik keek nog eens goed naar de mijne. Daar was ondertussen niet veel meer van over. Al het blad viel eraf. Ik dacht eerst door droogte, vandaar die gieters. Maar het werd eigenlijk alleen maar erger. Sinds afgelopen maand zijn mijn bomen, die eens zo veelbelovend groen waren, niets meer dan stokken. Af en toe lopen ze een beetje uit, maar de volgende ochtend zijn ze weer kaal.

De meningen over wie het gedaan heeft, zijn verdeeld. Leguanen, vogels, salamanders? Ik vermoed dat het een gezamenlijke actie is. Netten helpen namelijk ook niet. Ik heb de boom die er nog het gezondst uitzag weer in een pot gezet, dicht bij het huis met een net erover. Nu komt er wel blad aan, maar het wordt nog steeds aangevreten. Dat zullen die schattige kleine salamanders wel zijn, denk ik. Die kruipen overal tussendoor. Gelukkig zijn ze zo klein dat ze niet de hele boom kaal eten, dus ik heb hoop dat deze het gaat redden. Voorlopig laat ik hem dus maar in de pot staan, naast het huis. Kijken of ik op die manier over een tijdje wel mijn eigen papaja’s kan oogsten.

En die boomgaard? Geef ik dat idee op? Natuurlijk niet! Tuinieren is voor mij altijd een kwestie geweest van uitproberen en doen wat werkt. Papajas werken dus duidelijk niet, maar mijn bananenboom doet het wel. Die lusten ze niet. Langzaam, maar gestaag groeit mijn zielige stek met een half blad die ik twee maanden geleden op de markt kocht. Ik heb nu anderhalf blad, dus over een paar jaar zou ik toch bananen moeten hebben.
We hebben al vier palmboompjes zelf opgekweekt uit kokosnoten en die doen het prima. Ik ga ook nog een poging doen met de avocadobomen die al opgekomen zijn en de mangopitten die ik net geplant heb. Ananas lusten ze vast ook niet (je kunt de top van een verse ananas laten wortelen en daar groeit dan weer een nieuwe ananas uit) en dan kan ik verder nog experimenteren met kashu (java appels), limoen, zuurzak, dragonfruit en weet ik veel wat nog meer.
Keuze zat. Ik ben nog maar net begonnen…

foto: een van mijn papajabomen vóór ik hem in de tuin zette. Al het blad is er nu dus af.

Omdat het mag

Geplaatst op 08/05/2020 door Geertrude Verweij
uitzicht op zee
“Vanaf vrijdag mogen we weer de hele dag zwemmen en elke dag de weg op!” appte echtgenoot enthousiast naar een vriend/collega na mijn samenvatting van de dagelijkse persconferentie van afgelopen dinsdag. (Ik vermoed dat ze dat niet voor niets op 5 mei bekend gemaakt hebben, maar dat terzijde).

“Geweldig! Zaterdag stranddag?” appte hij terug (in het Engels, want hij is Duits, maar dat spreekt echtgenoot dan weer niet).
“Yes!” was ons antwoord.
We hebben een vaste groep kennissen waarmee we regelmatig een stranddagje organiseren. Dat kon dus al twee maanden niet. De lockdown was hier niet intelligent (dat mag je van mij op twee manieren uitleggen) en volledig. Met de auto mocht je alleen voor boodschappen of medicijnen de weg op en dat maar twee dagen per week, die bepaald werden door de eerste letter van je nummerplaat. Wandelen en fietsen mocht na twee weken weer, maar alleen tussen 6 en 9 ’s ochtends en tussen 6 en 8 ’s avonds. Zwemmen mocht in eerste instantie niet, maar een week later toch wel, maar dan alleen ’s ochtends.
Op zich was die maatregel te begrijpen, want “bai landa”(gaan zwemmen) houdt hier voor veel mensen in dat je met een grote groep op het strand rondhangt, barbecuet en af en toe het water in gaat en dat probeerde men te voorkomen.
Wij waren de eerste week vooral heel blij dat we weer mochten zwemmen. Want als je op loopafstand van een strandje woont en de zee de hele dag ziet vanaf je porch, werkplek en eettafel, is het irritant dat je er niet in mag. Maar na een tijdje begon het ons toch te ergeren, die vastgestelde uren. Echtgenoot is geen ochtendmens. Die is voor negen uur helemaal nog niet aan lichaamsbeweging toe. En voor mij is die periode tussen zes en negen de tijd waarin ik hard in de tuin of het huis aan het werk wil, omdat het dan nog koel is. Zwemmen doen we het liefst rond een uur of twee, als het zelfs te heet is om stil te zitten en na te denken. Maar die vrijheid hadden we niet.
Vanaf vandaag dus weer wel. Heerlijk!
En morgen dus die stranddag met vrienden? Nou nee. Het strand waar we naar toe wilden is een betaald strand, dat aangaf de poorten te sluiten zodra er meer dan 100 bezoekers zijn. Er kwam een voorstel om dan een gratis strand te bezoeken, maar dat werd afgewezen door de mensen die eigenlijk alleen maar naar dat ene strand willen. Amerikanen. Die dus fanatiek genoeg zijn (de clichés zijn helaas vaak waar) om al om acht uur ’s ochtends op dat strand te gaan zitten, om er zeker van te zijn dat ze erin mogen. En dat we dat dan allemaal maar moeten doen. Om acht uur!
Echtgenoot was er duidelijk over. “Een van mijn grote ergernissen over de lockdown was verplicht heel vroeg naar het strand moeten”, appte hij. “Dat ga ik dus niet doen.”
Wij gaan morgen met z’n tweeën naar een gratis strand. En als die allemaal te vol zijn, gaan we gewoon even een half uurtje zwemmen op het strandje beneden. ’s Middags. Omdat dat weer mag.

Dagblog :: 8-10 april 2020

Geplaatst op 10/04/2020 door Geertrude Verweij

Goedemorgen! Het is woensdag. De kat is al aan zijn wasbeurt toe. Ik probeer moed te verzamelen om boodschappen te doen. Ik heb besloten dat ik klaar ben met die hoofdpijnaanval.

Gelukt! En nog redelijk snel ook. Tot mijn verbazing was er geen enkele controle vandaag. Wat jammer was, want daarom zat ik het hele end achter een boot (nou ja, een auto die een boot op een kar achter zich had hangen). Het verplaatsen van een boot leek me geen noodzakelijke reden om op de weg te zijn, maar goed. Het was in ieder geval een zwaar geval, de auto kon het bijna niet trekken heuvelop, dus echt opschieten deed het niet.
De rest van de dag is het weer een ramp met dat hoofd. Ik blijf erbij dat het een gewone hoofdpijnaanval is, maar het duurt wel langer dan normaal.

Ingrediënten voor de avondmaaltijd. Kippendijfilet, taugé, courgette, aubergine en een blikje groene paprikapuree.

Zag er wel artistiek uit en was ook eetbaar, maar die puree is niet voor herhaling vatbaar. Beetje raar bijsmaakje zat er aan (volgens het etiket “a tart and citrussy flavour”).

De zon was eigenlijk al onder toen ik aan een foto dacht, maar de lucht vlak erna is ook altijd mooi.

Donderdagochtend. Wat een nacht! Dromen over leeuwen en tijgers die mijn kinderen aanvallen. Dat droom ik wel vaker en volgens mij alleen als ik ziek ben. Maar ik heb nog steeds alleen maar hoofdpijn (geen hoest, geen koorts).

De maan gaat onder, de zon komt op.

Ah, gelukkig. Poes is er ook weer bij.
Ik doe een paar kleine dingen op de computer, maar verder is het weer zo’n dag. Beetje hangen, beetje lezen. Veel hoofdpijn. Meer wordt het niet.
Nieuws hou ik ook niet zo actief meer bij nu, dat scheelt dan weer. Ik kijk wel naar de persconferentie (14 gevallen vandaag), maar haak na een tijdje af om te lunchen. Als we klaar zijn, schakel ik net op tijd weer in om die ene journalist alweer (doet hij bij iedere persconferentie) te horen vragen waarom er niet meer getest wordt. Omdat we er maar 2000 hebben!!! Dat is mijn reactie. Dr. Gerstenbluth legt het wat geduldiger uit.

Dan is het alweer avond en echtgenoot stookt maar weer eens een fikkie in de barbecue.

Ik maak een simpele salade die gaat er altijd wel in (op de barbecue: kippenpoot -ik eet wat filet, echtgenoot kluift-, maïskolven en “imitatie haas” – goedkope, maar lekkere biefstuk).

En dan is de zon alweer onder.

Vrijdagochtend. Redelijk geslapen en ik voel me eindelijk weer wat beter. Ik heb niet eens een foto van de kat vanochtend, is dat even wat… Dit boek is het derde deel van de serie over Lucille, een vijftiger die op geheel eigen wijze  (niet gehinderd door enig inzicht) moorden oplost. Ze worden steeds leuker (beschikbaar op Kobo Plus).

Ik heb bedacht dat het tijd word om wat minder achter die computer te zitten en dat het misschien wel goed is om een (lang) computervrij weekend te nemen, maar ik krijg het benauwd van de belastingaangiftes die ik nog moet doen. Dan die eerst maar afwerken. Het lukt zowaar. Mijn concentratievermogen is dus ook weer een beetje terug. Fijn!

Ik doe ook nog een was,

maak het bed op,

en maak de badkamers provisorisch schoon.
Dan ben ik wel weer doodmoe, maar het voelt goed om in ieder geval de dingen die ik normaal gesproken dagelijks doe weer op te pakken.

Mijn avocado komt eindelijk op! Eigenlijk moet ik dringend wat plantjes verpotten en in de tuin werken, maar dat bewaar ik voor later. Het is wel weer even genoeg geweest voor vandaag. Mijn conditie is wel compleet kwijt de laatste weken.

Nog even mijn blog bijwerken en dan een stukje breien met wat youtube op de achtergrond. Oké, computervrij is het niet, maar het is wel een goed begin van het weekend.

Dagblog :: 4-7 april 2020

Geplaatst op 08/04/2020 door Geertrude Verweij

Ik voelde me niet zo lekker de laatste paar dagen. Hoofdpijn. Geen Covid-19 (denk ik – verder geen verschijnselen), gewoon een normale aanval. Maar dat houdt toch ook in dat ik een dag of drie nergens toe instaat ben. Vandaar dat ik even een paar dagen offline was en nu een poging doe tot inhalen.

Zaterdagochtend. Hier gaat het nog wel. Ontbijt voor de kat.

En ontbijt voor ons (gekookte eieren voor mij, gebakken met spek voor echtgenoot).

Ik ben eigenlijk in een ander boek bezig, maar dat is me even te ingewikkeld. Dit is in het Engels, maar verder een simpel en gemakkelijk wie-deed-het-verhaal. Wel leuk, de hoofdpersoon is een dame uit New Jersey (denk aan The Nanny) van mijn leeftijd, compleet met overgangsklachten.
Hier denk ik nog dat de hoofdpijn wel weg zal trekken als ik het een dagje rustig aan doe.

Zonsondergang.

Zondsondergang met kat.

Echtgenoot heeft gekookt. Het is lekker.

Zondagochtend. Poging tot breien, maar ik ben het al snel zat.

Echtgenoot draait muziek.

En ik lees dit boek uit. Deze is wat je van een Vaticaanthriller kunt verwachten. Een oude tekst die alles overhoop kan gooien, heel veel actie en aan het eind blijft de Katholieke Kerk (het instituut) gewoon overeind staan. Onrealistisch, maar onderhoudend.

Vandaag kook ik maar weer eens. Ik hou het simpel.

Smaakt beter dan het eruit ziet.

Hoe ik me ook voel, de zon gaat iedere dag onder. (En weer op, ook gelukkig, maar dat zien we niet zo mooi.)

Deel twee van deze serie, maar ik heb teveel hoofdpijn om me te concentreren.

Maandag. Werken lukt niet erg.

De kat moet weer even.

Ik speel Mah-Yong, lees wat, probeer nieuws te mijden, bel met mijn ouders en doe verder niet veel.

Echtgenoot kookt. Iets met spinazie uit blik. Het ziet er heel vreemd uit (daarom maar geen foto), maar is eigenlijk wel lekker.

Dinsdag is hetzelfde als maandag. Heel erg veel hoofdpijn.
Ik hoop dat het morgen over of in ieder geval minder is, want dat is een van de twee dagen waarop ik boodschappen mag doen en ik heb geen zin om zaterdag te gaan (want vrijdag zijn de winkels dicht en maandag ook – ik verwacht dat het zaterdag extreem druk is, ook met mensen die voor anderen gaan halen). En ja, ik kan ook een lijstje voor echtgenoot maken als het echt nodig is, maar ik ga liever zelf.
Het eten vergeet ik op de foto te zetten (pastasaus met witte bonen ipv pasta).

De zonsondergang is weer mooi.

  • Previous
  • 1
  • 2
  • 3
  • 4
  • 5
  • 6
  • 7
  • 8
  • …
  • 46
  • Next

Welkom!

Ik ben Geertrude, echtgenote van 1, (schoon)moeder van 5 en oma van 2.
Ik ben boekhouder, redacteur en schrijfster van beroep en hou van lezen, fotograferen, breien, naaien, tuinieren, kruidengeneeskunde en nog veel meer.
Hier schrijf ik over alles wat me bezighoudt en soms ook over mijn pogingen eens wat rustiger aan te doen.
Meer over mij vind je hier.

Archief

© 2026 Geertrude blogt | Aangedreven door Minimalist Blog WordPress thema