Geertrude blogt

Menu
  • Contact
  • Over mij
  • Privacy
Menu

Categorie: persoonlijk

Nieuws

Geplaatst op 19/03/2020 door Geertrude Verweij

Het besluit om te emigreren heb ik echt niet genomen zonder hard na te denken. Ik heb er heel hard over nagedacht en getwijfeld zelfs. En ik heb van het begin af aan geweten dat de afstand tussen ons en de kinderen het moeilijkst zou zijn. Maar ze zijn volwassen, hebben hun eigen leven. Zou ik hen tegen houden als zij naar het buitenland wilden? Nee, natuurlijk niet! En dus was het eigenlijk net zo logisch dat wij ook onze droom volgden. We kunnen bellen en appen en we komen twee keer per jaar op bezoek. Moest lukken.

Maar ja, wie had dit kunnen voorzien? Nu zitten er achtduizend kilometers en twee dichte grenzen tussen ons. Wij mogen het eiland niet meer af en we mogen Nederland ook niet meer in.
En dan voel je die afstand toch wel extra hard, zeker nu een van de dochters griepverschijnselen heeft. Niet dat ik veel zou kunnen doen (want quarantaine), maar ik kan niet eens eten voor haar deur zetten of boodschappen halen. Gelukkig heeft ze zussen die haar helpen, maar ik voel me nogal machteloos.

Ondertussen proberen we gewoon te doen wat we altijd doen. Zoveel is er immers niet veranderd. We werken altijd al vanuit huis en zijn doordeweeks dus altijd hier. Maar toch is het anders.
Normaal laat ik telefoon en internet links liggen als ik net wakker ben en het nieuws lees ik maar af en toe. Het belangrijkste hoor ik wel van echtgenoot.
Nu pak ik direct om zes uur mijn telefoon om op het liveblog van de NOS te kijken wat er in Nederland speelt. En om half twaalf kijk ik via facebook naar de Curaçaose persconferentie om te horen of er hier nog belangrijke dingen gebeurd zijn. Ik ben trouwens erg blij met de Nederlandse journalist die de hoogtepunten in het Nederlands samenvat in de reacties, want de details volg ik nog niet zo erg. Ik ga het Papiamentu wel steeds beter verstaan, dat is dan een klein voordeel van een heleboel narigheid.

En dan blijf ik de rest van de dag eigenlijk ook nog alle nieuwssites van Curaçao en dat liveblog volgen. Soms betrap ik me er zelfs op dat ik die sites zowel op mijn telefoon als op mijn laptop open heb staan.
Ik ben heel goed op de hoogte, dat wel. Maar iedere dag is het ineens laat, ben ik erg moe, zit mijn hoofd vol met informatie en indrukken en heb ik verder lang niet zoveel nuttige dingen gedaan als ik zou willen. Toch maar eens proberen om maar een paar nieuwsmomenten per dag te nemen en het daarbij te laten, want eigenlijk los je er toch niets mee op om voortdurend bovenop de feiten te zitten. Misschien moet ik maar een voorbeeld nemen aan de kat en me wat meer ontspannen. Zelfs nu. Juist nu.

Naar de supermarkt

Geplaatst op 18/03/2020 door Geertrude Verweij

Grappige (of in ieder geval grappig bedoelde) columns schrijven gaat op dit moment even niet. Teveel aan mijn hoofd om me erop te concentreren en ook niet echt in de stemming. Maar toch heb ik de behoefte om hier te schrijven. Behoefte aan een lijntje naar Nederland, denk ik. Terug naar het ouderwetse “dagboek” bloggen dan maar?
Ik ga het proberen en ik kijk wel hoe het bevalt en hoe vaak ik iets te vertellen heb.

Hier op het eiland zaten we redelijk met de kop in het zand wat betreft Corona (het virus, Coronabier is hier juist nogal populair). Tot vrijdag bekend werd gemaakt dat er één geval gevonden was. Er ontstond direct een run op de supermarkten. Daar kun je van alles van vinden, maar ik vind daar maar één ding van: het betekent dat mensen bang zijn. Daar moet je niet nog eens keiharde veroordelingen over uit gaan spreken.
Zaterdag waren er twee besmettingen (echtgenote van de eerste patiënt) en zondag drie (iemand waar ze veel contact mee hadden). Zondagnacht werd de eerste patiënt opgenomen op de Intensive Care, vandaag werd gemeld dat hij overleden is.
Het is een rare situatie. Ik denk dat iedereen, overal ter wereld, dat zo voelt op dit moment.

Inmiddels zijn bijeenkomsten en events niet meer toegestaan, mogen restaurants alleen take-out leveren en wordt iedereen dringend verzocht twee meter afstand van anderen te houden. Ook is bijna al het vliegverkeer stilgelegd. Toeristen kunnen nog naar huis, eilandbewoners mogen niet meer van het eiland af. Curaçaoenaars die nu in Nederland zijn mogen nog wel naar binnen, maar moeten twee weken in quarantaine. Tenminste, dat zei de minister-president. Op dit moment is er behoorlijke commotie over, want bij aankomst op Hato (het vliegveld hier) krijgen mensen alleen een brief waarin staat dat het misschien verstandig is om in quarantaine te gaan. Vrijwillig dus. Wat betekent dat er ongetwijfeld mensen zijn die dat niet nodig vinden…

Vandaag ben ik boodschappen gaan doen. Meestal probeer ik dat voor twee weken tegelijk te doen, maar vorige week was het een beetje scheef gelopen, dus ik moest nu toch nog een keer.
Eerst naar Van den Tweel (Albert Heijn) voor brood, rijstwafels en muggenspul. Daar was het redelijk rustig, mensen hielden grotendeels netjes afstand. De schappen waren goed gevuld. Brood was er nog, rijstwafels waren schoon op. Muggenspul was er ook nog.

Daarna naar Centrum. Dat is eigenlijk mijn vaste supermarkt en het dichtste bij, maar hun brood valt bij mij verkeerd en rijstwafels en het juiste muggenspul hebben ze niet, vandaar dat ik eerst het hele end de brug over moest.
Hier was het drukker en ik zag Nederlanders en Amerikanen dicht bij elkaar converseren over hoe overdreven het allemaal was. Ik was van te voren bang geweest dat mensen zouden mopperen dat ik aan het hamsteren was met mijn volle kar (maar dat is dus voor mij volkomen normaal en ik zag er het nut niet van in nu ineens vaker heen en weer te gaan rijden, wat extra kans op besmetting en verspilling van benzine zou zijn), maar dat gebeurde gelukkig niet. Het was “business as usual”. De schappen waren hier dan ook gewoon vol, ze hadden alleen geen eieren en geen maismeel meer.

Wat betekende dat ik ook nog naar Esperamos moest, de enige supermarkt die ook op de route naar huis ligt. Terug naar Van den Tweel was ook een optie, daar had ik de eieren links laten liggen omdat ze er duurder zijn dan bij Centrum. Maar ik had niet zo’n zin om weer de brug over te moeten. Dat kost me toch zeker een half uur.

Bij Esperamos was het zo druk dat ik mijn telefoon gepakt heb om op internet te kijken of er reden voor paniek was. Het was nog te vroeg voor de dagelijkse persconferentie van de premier (sinds vrijdag elke dag om half twaalf) en ik kon verder niets vinden. Maar hoewel de schappen gewoon vol waren, stonden er lange rijen en veel mensen hadden behoorlijke hoeveelheden in hun karretjes. Sommige mensen hadden zelfs twee enorm volle karren en ergens halverwege stonden twee karren met een kop erop zonder eigenaar, want die was bezig de derde kar vol te gooien. Iedereen stond dicht bij elkaar, al was er één man die iedereen die te dicht bij kwam vroeg afstand te nemen.

Ik had alleen maar een potje zout, wat pakken rijstwafels en genoeg eieren voor twee weken in mijn kar, maar omdat ze alleen nog maar doosjes van zes eieren hadden, had ik drie artikelen teveel voor de snelkassa. Ik schoof dus netjes achter een oudere dame met een halfvolle kar en wachtte op mijn beurt. Dat duurde even, want Esperamos is niet echt ingericht op grote hoeveelheden boodschappen. De kassa’s hebben korte banden en weinig ruimte om in te pakken en de inpakkers daar hebben ook niet veel kaas gegeten van zulke grote hoeveelheden (in tegenstelling tot mijn favoriete jongens bij Centrum).

Maar ach, ik heb geduld. Ik had echtgenoot al gemeld dat het iets langer ging duren omdat ik bij Esperamos voor eieren moest kijken, dus dat kwartiertje kon er ook nog wel bij.
Het inpakjongetje was heel druk in gesprek met één van zijn collega’s, maar hij stapelde netjes al mijn doosjes en rollen in een papieren zak en droeg het naar mijn auto (dat is hier normaal – krijgen ze een fooi voor). Eindelijk klaar! Ik had toen ik van huis ging nog vage ideeën over potgrond en potten en zaadjes halen bij Kooyman (dat is een soort Praxis/Gamma – doehetzelf en tuinspullen), maar ik wilde naar huis. Wat toch ook nog bijna drie kwartier rijden is (daarom doe ik dus altijd voor twee weken tegelijk boodschappen).

Ik stopte nog even bij de botika (apotheek) van Tera Kora, maar daar zat al een mevrouw bij de bewaker te wachten tot ze naar binnen mocht en ik zou ook nog langs die van Barber komen. Daar zat de deur op slot en mochten ook maar vijf mensen tegelijk naar binnen. Ik besloot dat mijn voorraad pijnstillers nog groot genoeg was en ging naar huis.

Zoals altijd verloor ik vijf minuten na Barber het contact met de radio. Als we geen internet hadden, zouden we weinig weten over wat er speelt op het eiland en in de rest van de wereld. Raar idee. Dat zou betekenen dat ik over twee weken weer boodschappen zou gaan doen en niet zou weten hoe het er voor stond, want buren die ons bij kunnen praten, hebben we ook niet echt.
Nee, dan ben ik toch wel blij met dat wereldwijde net…

(foto: mijn woestijnroos bloeit al bijna een jaar)

Verkouden

Geplaatst op 13/02/2020 door Geertrude Verweij

“Hoe kan dat nou?” vraag iedereen die ik vertel dat ik snipverkouden ben. Ja, dat weet ik ook niet. Koud is het hier niet, maar virusjes heb je overal, ook hier. En als je weerstand wat minder is, dan wordt je ziek. Zo simpel is dat. Dus liep ik een week lang te snotteren, te niezen en te kuchen. Dat is hier net zo vervelend als in de kou, overigens.
Koorts krijg je hier ook, alleen merk je daar minder van. Je hebt het nóg warmer dan normaal, maar het duurt even voor je doorhebt dat deze temperatuur van binnenuit komt. Koelen is wat lastiger, maar als het heel erg wordt, kunnen wij vrij simpel een duik in de zee nemen. Wat ik overigens niet gedaan heb, want om heel eerlijk te zijn ben ik al zo aan de warmte gewend, dat ik het koud vind als ik het water uitkom. En ik vroeg me af of ik dat er wel bij kon hebben. Sowieso heb ik nooit zin om nat te worden als ik me niet lekker voel. Geen idee waar dat vandaan komt. Een soort instinctieve behoefte om warm te blijven, misschien?
Omdat ik bang was heel erg ziek te worden (je weet maar nooit of je dat ene heftige virusje te pakken hebt), deed ik een paar dagen heel erg rustig aan. Alleen het hoognodige en verder vooral zitten, lezen, breien en liters thee drinken. Eigenlijk was ik van plan om na één dag weer beter te zijn. Vrijdag mocht ik van mezelf wel rustig aan doen, maar in het weekend wilde ik in de tuin aan de slag. Ik heb bomen die geplant moeten worden en gaten graven om ze te planten is hier wat ingewikkelder dan het in Nederland was. Denk je dat klei lastig is? Probeer eens een gaatje te graven in rotsbodem. Wedden dat je terug verlangt naar die klei? Ik wel. Nou ja, niet helemaal, want in deze hitte zou klei ook keihard zijn. Maar je begrijpt wel wat ik bedoel. Ik moest beter en uitgerust zijn.
Helaas was ik zaterdag nog zieker, dus bleef ik nog maar een dagje zitten, lezen en breien. En toen pakte ik voor de zekerheid de zondag er ook nog maar bij. Eigenlijk helemaal zo vervelend nog niet.
Op maandag voelde ik me weer een beetje mens, maar toen werd echtgenoot ziek. Daar maakte ik me al verschrikkelijk zorgen over, want hij mankeert nu eenmaal van alles. Laat hij nou een dag later weer beter zijn? Gewoon, een klein verkoudheidsvirusje, niets om je druk over te maken.
Pff. Ik geloof dat mijn lichaam me iets probeert te vertellen. Mijn weerstand is prut en dat komt hoogstwaarschijnlijk doordat ik moe en gestrest ben.
Misschien moet ik toch meer tijd nemen om te zitten, te lezen en te breien. En dan vooral zonder te piekeren over alles wat ik eigenlijk in plaats daarvan zou moeten doen. Ontspannen!
Nou ja, één ding scheelt. Dat is hier, met altijd zon en warmte, strand en zee op loopafstand, een fantastisch uitzicht en de levenshouding van de meeste eilandbewoners als voorbeeld dan weer een heel stuk gemakkelijker dan het in Nederland was…

Een boottocht naar Klein Curaçao

Geplaatst op 06/02/2020 door Geertrude Verweij

Het gekke van ergens (willen) wonen, is dat je veel minder gericht bent op de toeristische attracties. Zo heb ik in Gouda nooit de glas-in-loodramen van de St. Jan bewonderd, Kaarsjesavond meegemaakt of het pijpenmuseum bezocht. En hier op Curaçao is het al niet veel anders.
Oké, we zijn dol op Shete Boka en Watamula, die tellen wel mee. En we gaan ook regelmatig naar het strand. Maar de struisvogelfarm, de aloë vera kwekerij, Landhuis Knip, de Christoffelberg…
Tot mijn spijt moet ik bekennen dat het daar nog steeds niet van gekomen is.
Maar omdat een van de dochters een paar weken bij ons logeerde, hebben we in ieder geval één van de toeristische attracties gedaan.
Voor het eerst in al die tijd die wij al op het eiland doorgebracht hebben, maakten we een boottocht naar Klein Curaçao. Dat is een onbewoond eilandje ten oosten van Curaçao, dat op de vlag gesymboliseerd wordt door de kleine ster. De boot vertrekt dan ook vanuit het oosten. Aangezien wij in het uiterste westen wonen, moesten we er héél vroeg voor op. Maar dat was het wel waard.
De boottocht was fijn en we zagen eindelijk Oostpunt. Daar kun je namelijk over land niet komen. Eenmaal op volle zee zagen we een dolfijn zwemmen en dat was ook geweldig.
Als ik heel eerlijk ben, viel het eilandje me in eerste instantie een beetje tegen. Men had het enorm opgehemeld. “Een echt bounty-eiland, met witte stranden en palmbomen.” Dat was het ook, maar het zag er eigenlijk niet zo heel anders uit dan mijn favoriete stranden op het grote eiland.
Wat wel weer fijn was, was dat je er niet áf kon voor de boot weer vertrok. Ik moest dus wel rust houden. Op een bedje liggen en een beetje mijmeren. Je kón wel een wandeling maken naar de vuurtoren, maar daar hadden we geen zin in. En die bedjes waren er toch, want bij Mermaid Boattrips hebben ze een eigen strandhuis met bedjes, schaduwplekken en (ook niet onbelangrijk) toiletten.
We kregen als lunch een heerlijke barbecue. Complimenten voor de organisatie, die zorgden voor eten dat de dochter en ik mogen hebben – we hebben allebei nogal wat allergieën. Wat wel grappig is, is dat iedereen er vanuit gaat dat we ook qua hoeveelheid weinig eten. Integendeel, eigenlijk. We hadden dus best ieder twee stukken kip gelust. Maar verder was het perfect geregeld.
De dochter ging snorkelen en echtgenoot en ik vielen in slaap. En toen was het alweer tijd om naar huis te gaan.
Voor we vertrokken genoten we nog even van een paar schildpadden die naast de boot zwommen. Onderweg zagen we vliegende vissen. Geen dolfijnen meer, helaas, maar een mens kan niet álles hebben.

p.s. deze post is niet gesponsord, maar wat mij betreft is deze boottocht met Mermaid Boattrips absoluut een aanrader

Gemier

Geplaatst op 16/01/2020 door Geertrude Verweij

‘En toch heb ik bewondering voor ze,’ zei ik tegen echtgenoot toen we weer een paar kattenbrokjes uit de poten van een troep mieren probeerden te bevrijden en ons voor de zoveelste keer voornamen die laatste twee brokjes die Poes altijd laat liggen, eerder weg te gooien.
Niet dat je echt last van die mieren hebt, maar het staat toch erg slordig als ze in colonnes door je huis lopen. En bovendien ruimen ze niet alleen overgebleven brokjes op. Ze storten zich als het even kan ook op menseneten.

Het zijn heel, heel kleine mieren, dus als je de dop niet goed op de pot met rijst draait, vind je er gegarandeerd een mier in terug. En pas geleden had ik – zoals gewoonlijk – een pak gehakt in krimpfolie op het aanrecht gelegd om te ontdooien en toen hadden ze zich door de dubbele laag plastic heen gewurmd en waren ze aan het bekijken hoe ze het gehakt eruit konden krijgen.

Zo langzamerhand beginnen we een beetje te begrijpen hoe die beestjes werken. Ze hebben overduidelijk speciale mieren die in hun eentje op pad gaan om eten te zoeken, want je ziet ze pas in grotere groepen als er echt iets te halen valt. Of misschien gaan ze met z’n tweeën, zodat er een bij de buit kan blijven, terwijl de ander de rest gaat halen. Op afstand communiceren kunnen ze tenslotte niet. Denk ik tenminste. Of onderschatten we die beesten?

Ik liep hierover te mijmeren toen we naar bed gingen en werd wreed uit mijn mierige overpeinzingen opgeschrikt toen onze dochter, die een paar weken bij ons logeert, schreeuwde dat er een beest op haar bed zat. Ze bedoelde overduidelijk niet de kat, want daar is ze heel goed mee bevriend. En hij met haar, want je zou er toch ineens een mens bij hebben dat lijkt op de baas en de vrouw, zodat je haar durft te vertrouwen en die dan ook nog eens wél heel veel tijd heeft om je te aaien. Een kattenhemel op aarde.

Nee, Poes was het niet. Het was een kakkerlak. Wij schrikken daar al lang niet meer van. Niet dat we er zoveel hebben, maar zo af en toe duiken ze ineens op. Tot mijn grote geruststelling ook als ik net het hele huis grondig gepoetst heb, dus aan mijn schoonmaakkwaliteiten ligt het niet.
We pakten de spuitbus erbij en stuurden de kakkerlak naar de eeuwige afvalhopen. Met stoffer en blik verwijderden we hem uit de kamer en omdat alle deuren al op slot zaten, gooide ik hem uit het enige raam zonder hor de porch op. Zien we morgen wel, dacht ik nog.

Maar natuurlijk vergat ik dat. Tot ik iets opraapte dat in die hoek gewaaid was en zag dat de mieren het restant van de kakkerlak inmiddels gevonden hadden. Nog niet alle hulptroepen waren gearriveerd, maar een stuk of zes mieren waren alvast begonnen met bekijken hoe ze het – voor hen enorme – beest konden verplaatsen. Tot mijn verbazing deden ze dat door aan de voelsprieten te trekken. Ze waren met te weinig om er beweging in te krijgen, maar probeerden het van alle kanten, want je weet nooit of zo’n vrachtje ineens toch gaat schuiven.

Ik had eigenlijk wel iets beters te doen, maar ik heb er toch zeker tien minuten naar zitten kijken, voor ik me door de ijver van die mieren liet inspireren en ook eens iets nuttigs ging doen. Toen ik een paar uur later terug kwam, was de kakkerlak weg.

Ik neem aan dat de hulptroepen hebben geholpen met sjouwen.
Of met trekken. Want ik had toch echt de indruk dat die mieren zo slim waren dat ze snapten dat trekken aan een touw dat ergens aan vastzit helpt om dat voorwerp te verplaatsen. Nog even en ze vinden het wiel uit…

Bekijken en bekeken worden

Geplaatst op 09/01/2020 door Geertrude Verweij

“Wie gaat er mee naar het strand om het nieuwe jaar in te luiden?” Als er zo’n bericht in de app-groep verschijnt, zijn wij meestal de eersten die zeggen dat we meedoen. We wonen nu toch al een jaar fulltime op Curaçao, maar dat enthousiasme slijt niet. Nog niet in ieder geval.
We waren de week ervoor ook al naar het strand geweest, met z’n tweeën. Deze keer om te vieren dat we weer thuis waren. En om nog één laatste stranddag in 2019 te houden. Niet dat we er een reden voor moeten verzinnen, maar mét reden is het gewoon nog net een tikje leuker.
Wat ik zo fijn vind van het strand is dat er altijd van alles te zien is. Toen we met z’n tweeën waren heb ik me heerlijk zitten verbazen over een Amerikaans gezin dat met enorme tassen aankwam. Oudste zoon en dochter deden verwoede pogingen om twee parasols stevig in de grond te krijgen. Dat kun je vergeten op Curaçao, want het strand bestaat uit een dunne laag los zand op rotsen. En bovendien waait het er stevig. Er zijn overal palapa’s waar je onder kunt gaan zitten (als je op tijd bent) en op dit strand waren parasols te huur die met een stevige betonnen voet in de grond stonden. Maar dat vonden ze blijkbaar te duur. Dus stapelden ze stenen en zat de oudste jongen het grootste deel van de dag met de parasol in zijn hand geklemd. Dat vond hij niet erg, want hij wilde toch alleen maar lezen. Pa en kleinere jongen bliezen ondertussen een surfplank op en dobberden daar tien minuten op rond tot ma het ding claimde. Zij ging erop staan en peddelde naar de boeienlijn waarna ze uren (werkelijk uren) heen en weer bleef roeien, tot ze weer naar huis gingen. Ondertussen speelden de rest van het gezin (met uitzondering van de oudste jongen die dus alleen maar met de parasol in zijn hand zat te lezen) met een bal. Ze waren werkelijk onvermoeibaar. En na drie uur pakten ze de hele boel weer in die enorme tassen en weg waren ze weer. Heel apart, maar wel boeiend om naar te kijken.
Afgelopen zaterdag waren wij degenen die bekeken werden. Er zaten zelfs mensen achterstevoren om ons goed te bestuderen, dat zag ik toen ik terugkwam van een paar baantjes zwemmen. Wat er zo boeiend aan ons was, weet ik niet. We waren met een stuk of vijftien mensen. Een groot deel daarvan was Amerikaans en dus (ja, generaliserend, maar in dit geval absoluut waar) zeer aanwezig. Daarnaast waren er twee Duitsers, twee Belgen, een Turk en twee Nederlanders (wij dus). Een zeer gemêleerd gezelschap, inderdaad, maar daar staan we zelf eigenlijk nooit bij stil. Iedereen spreekt Engels, de één wat beter dan de ander, maar we begrijpen elkaar allemaal prima en verschillen in achtergrond en levenshouding worden gemakkelijk overbrugd, zeker met een biertje en de barbecue erbij.
Ja, misschien is dat toch wel erg boeiend om te zien. Wereldleiders zouden er een voorbeeld aan moeten nemen….

Oud & Nieuw op Curaçao

Geplaatst op 02/01/2020 door Geertrude Verweij

Allereerst voor iedereen die dit leest: een heel gelukkig nieuwjaar!

Nieuw jaar, nieuwe kansen.
Zo voelt het voor mij altijd, ondanks dat ik op mijn leeftijd toch zou moeten weten dat die datum er niet toe doet. Maar ach, het kan ook weinig kwaad om dat wel zo te voelen, als je maar niet al te teleurgesteld bent dat het leven niet ineens op magische wijze veranderd is na 1 januari.
Sowieso is die eerste dag van het nieuwe jaar nooit mijn beste dag, want de dag ervoor ga je nog even uitbundig feesten en dat merk je toch echt wel de dag erna.
Dit jaar waren we voor het eerst op het eiland met Oud en Nieuw. En daarom besloten we ons vol in het feestgedruis te storten (nou ja, op onze manier dan). Dat feestgedruis begint hier op Oudjaarsdag al ’s middags. In Pietermaai (net voorbij Punda, het oude centrum van Willemstad) wordt al een paar jaar een paar-miljoen-klapper afgestoken en daaromheen is een compleet straatfeest. Hoe laat de herrie begon kon niemand ons vertellen. Twee uur, drie uur… Caribische tijd. ’s Middags.
Wij liepen er al om een uur of een. Aten een patatje bij een kraampje, dronken wat water bij een andere kraam, waar een kennis achter stond. Liepen nog maar een rondje, gingen even in de schaduw zitten en liepen nog maar eens een rondje. Het was al ruim voorbij twee uur toen we zagen dat men de klapper begon uit te rollen. We vonden een plaatsje aan het hek, in de schaduw. Het spektakel liet nog even op zich wachten, maar we stonden er goed. Rond half vier begon het dan eindelijk. In de verte hoorden we de eerste klappen al en ik maakte me klaar om het allemaal te filmen. Niet dat ik verwachtte dat er veel te zien was, maar ik probeer een betere blogger te worden en dingen vast te leggen voor mijn lezers.
Er renden een bewaker en een man met een brandspuit voor de vlam uit en daarachter zag je vonken. En daarachter… een enorme rookwolk. De wind waaide precies in de richting van de straat en de rookwolk haalde al snel de knallen in. En toen kwam ik erachter dat ik niet één, maar twee handen te kort kwam. Ik wilde filmen, maar ook allebei mijn oren bedekken én ik had graag een hand voor mijn mond willen houden tegen de rook. Recht voor ons lag de klapper opgerold, maar we wachtten het effect daarvan maar liever niet af. We stikten allebei bijna en zijn zo snel we konden weggerend. Maar goed ook, hoorde ik achteraf. Ik had nog net wat vonken gevoeld, maar vorig jaar schijnt het haar van een vrouw vlamgevat te hebben en toen haar man het probeerde te doven, vloog zijn shirt in brand.
Gelukkig stonden we vlakbij een stuk braakliggend terrein dat grensde aan de zee. Even frisse lucht. Even ademhalen en wachten tot de rookwolk voorbij was.
Het straatfeest ging nog lang door, maar wij waren er wel een beetje klaar mee. We aten wat bij ons een barbecuerestaurantje waar we vaker komen en dronken nog wat in de stad bij een bar waar veel kennissen waren en gingen daarna vóór de grote drukte begon naar Blue Bay, waar we bij de strandbar nog meer kennissen ontmoetten. Het vuurwerk om zeven uur (Happy Dutch New Year! riepen al onze Amerikaanse vrienden) was minimaal en dat om twaalf uur mooi, maar erg kort.
Maar dat gaf niet. We hadden ons portie die dag wel gehad.

Even bijpraten – oktober

Geplaatst op 01/10/2019 door Geertrude Verweij

Ik was van plan een maandelijkse update te schrijven en die zowel hier op mijn blog als in mijn nieuwsbrief neer te zetten. Maar de afgelopen maand is zo hard omgevlogen, dat ik eigenlijk niet zo goed weet wat ik te vertellen zou hebben, zeker niet als ik het niet te persoonlijk wil maken.

Dat laatste is mijn grootste probleem, al sinds ik achttien jaar geleden (!) begon met bloggen. Veel van wat er in mijn leven gebeurt, is niet mijn verhaal en dus niet iets wat ik zomaar publiek kan en mag maken. Ik weet dat veel mensen dat wel doen, maar voor mij is dat geen optie. Vertellen dat er iemand van mijn familie ernstig ziek is, moet maar even voldoende zijn.

Maar goed. Verder zijn er ook leuke dingen. Ons huis begint nu echt als thuis te voelen, al duurt het nog wel even voor we klaar zijn met renoveren. Ik geniet van de planten die ik uit zaden en stekjes aan het opkweken ben (we hebben inmiddels drie palmbomen) en heb plannen voor nog veel meer. Verder ben ik vooral veel aan het schoonmaken en opruimen en moet er nog heel wat verfwerk gedaan worden, maar dat gaat allemaal een stuk langzamer dan in het begin.

De afgelopen twee maanden – sowieso de warmste maanden van het jaar – was het hier namelijk nog heter dan normaal in deze tijd (zeggen de mensen die hier al jaren wonen) en dat heb ik wel gemerkt. Zelfs als ik gewoon stilzit, loopt het zweet letterlijk van mijn voorhoofd. Zwaar lichamelijk werk moet echt ‘s ochtends vroeg of na zonsondergang, maar omdat we verder ook genoeg te doen hebben, zijn we daar vaak te moe voor. Maar ach, het wordt vanzelf weer koeler. In januari is het maar een graad of 28 overdag…

Op werkgebied heb ik het vooral druk met andermans boeken. Ik ben twee romans aan het redigeren en druk bezig met het voorbereiden en schrijven van persberichten voor alle boeken die binnenkort bij uitgeverij Ellessy uitkomen.

Mijn eigen schrijfwerk ligt helaas al even stil. Het leesblog al een paar maanden, maar het begon toevallig vanochtend weer te kriebelen om daar weer eens voor te schrijven. Columns lukken ook niet zo goed (vanwege de persoonlijke omstandigheden waar ik het hierboven over had), maar ik heb er nu net eentje geplaatst en ik hoop de draad daarvan weer op te pakken. Ook heb ik stiekem zin om toch weer informatieve stukjes voor Huishoudhobbels te gaan schrijven.
Qua fictie heb ik ook ideeën zat, ik kom alleen niet echt toe aan de uitvoering daarvan. Er zitten gewoon te weinig bruikbare uren in een dag…

Ik probeer mezelf te vertellen dat ik het stap voor stap moet doen. Eerst maar weer eens elke maand een update en wekelijks (?) een column. Dan de rest. Misschien.

Wordt vervolgd…

Je blijft wie je bent

Geplaatst op 12/09/2019 door Geertrude Verweij

foto van Trần Long

Vorige week vierden echtgenoot en ik dat we 29 jaar getrouwd waren. Dat is best een hele tijd. Je zou denken dat we de dag doorbrachten met nadenken over ‘wie had 29 jaar geleden gedacht dat we nu op Curaçao zouden wonen’ en meer van dat soort overpeinzingen. Maar echtgenoot had daar geen tijd voor, die had een spoedopdracht en was de hele dag van huis.
En ik bedacht juist dat we vlak voor ons huwelijk hadden overwogen om naar Bonaire te verhuizen. Dat is ons destijds uit het hoofd gepraat door mensen die andere plannen met ons hadden (dat klinkt vrij luguber, als ik het teruglees, maar het drukt toch wel een beetje uit hoe het was, zonder op details in te gaan), maar het idee van emigratie is altijd blijven leven.
Goed, er kwamen wat zwangerschappen en baby’s en peuters tussen door. Die eerste paar jaren hadden we wel iets anders aan ons hoofd. Maar toen de dochters allemaal naar school gingen, dachten we dat het misschien wel leuk was om naar Australië te vertrekken. En als Australië ons had willen hebben, zouden we dat gedaan hebben ook.
In de jaren daarna kwam het ‘een camping beginnen in Frankrijk’ idee nog even voorbij (maar het nadeel van Frankrijk is dat er zoveel Fransen wonen die allemaal nog Frans spreken ook) en ik voelde wel wat voor Engeland. Echtgenoot niet, want die wilde graag een beter klimaat dan het Nederlandse, niet een nog slechter klimaat. Ierland durfde ik daarom niet eens te noemen.
Hoewel, we kennen hier een paar Ieren en een van hen vertelde ons verbaasd dat hij ergens gelezen had dat het in Nederland nóg vaker regent dan in zijn vaderland. Dus.
Toen we gingen reizen, was de vraag ‘zouden we hier willen wonen?’ altijd een leuk gespreksonderwerp. Nee, dat we uiteindelijk toch echt geëmigreerd zijn, verbaast me niet echt.
Het feit dat we het al zo lang samen volhouden ook niet. We zijn tenslotte getrouwd met het idee dat dat voor altijd zou zijn.
Nee, wat mij altijd het meest verbaast als ik me bij dit soort gelegenheden realiseer hoeveel jaren er voorbij gegaan zijn, is hoe weinig een mens eigenlijk verandert. Ja, uiterlijk. Het vel is niet zo strak meer en de haren worden grijs. En lichamelijk merk je het ook wel. De leesbril moet echt overal mee naar toe en het gaat allemaal net wat moeizamer dan toen we twintig waren. Maar van binnen… van binnen ben ik nog steeds dat meisje van toen. Met wat meer levenservaring, dat wel. Maar daardoor verander je niet wezenlijk. Dat denk je als je nog jong bent. Je denkt dat je jezelf kunt veranderen, kunt vormen. Sommige mensen denken zelfs dat ze hun partner kunnen veranderen. Dat is helemaal dom, maar ook een heel ander onderwerp, we hebben het nu over onszelf.
Dertigjarige bloggers en youtubers zijn nogal van de doelen en de zelfontwikkeling. Gewoontes aanleren en jezelf veranderen in een beter mens. Het is ze gegund, hoor. Maar ik geloof er niet in.
Gedrag kun je veranderen. Absoluut. Maar je blijft wie je bent.
Als je van nature slordig bent, kun je jezelf leren je huis bij te houden en alles op te ruimen. Maar je zult er altijd bij na moeten denken, jezelf altijd moeten vertellen dat je nu echt aan de slag moet. Want als je denkt dat je spontaan in een net mens veranderd bent door een paar maanden een schema te volgen, heb je het mis.
Als je te dik was omdat je moeilijk maat kunt houden met eten, kun je heel erg afvallen als je de knop eenmaal omgezet hebt. Maar je kunt nooit zomaar eten waar je zin in hebt. Ja, een paar dagen, misschien een paar weken. Maar daarna zul je jezelf moeten dwingen je weer aan de regels te houden. Want anders slippen de slechte gewoontes er zó weer in en de kilo’s er zó weer aan.
Als je van nature verlegen en onzeker bent, leer je in de loop van de jaren omgaan met mensen. Je kunt jezelf er toe zetten gesprekken te beginnen en zelfverzekerd over te komen. Maar diep van binnen zit nog steeds dat meisje dat het liefst met een boek op haar kamer zat omdat ze het gevoel had dat niemand haar aardig vond.
Ik moet eerlijk toegeven dat ik best teleurgesteld was toen ik dit door begon te krijgen. Want hoe fijn zou het zijn als je met wat werk en doorzettingsvermogen kon veranderen in de persoon die je zo graag zou willen zijn? Maar zo werkt het dus niet. Je blijft wie je bent. Je leert er alleen beter mee omgaan.
Voor ons huwelijk is dat wel goed, trouwens. Want diep van binnen ben ik dus nog steeds datzelfde meisje dat zo verliefd was op die jongen die hij stiekem ook nog is. Andersom is dat ook zo. En dat is heel fijn.

Liever luisteren dan lezen?

Geplaatst op 04/09/2019 door Geertrude Verweij

Mijn boeken lezen en tegelijkertijd schoonmaken, sporten of handwerken of gewoon lekker met je ogen dicht stilzitten? Dat kan!

Sinds kort is mijn vorige boek Alleen is maar alleen ook verkrijgbaar als luisterboek.
Het boek is te koop bij Luisterrijk of te downloaden via Storytel

Bij voldoende belangstelling zullen mijn andere boeken hoogstwaarschijnlijk volgen.

(bovenste foto van Pexels.com)

  • Previous
  • 1
  • …
  • 4
  • 5
  • 6
  • 7
  • 8
  • 9
  • 10
  • …
  • 46
  • Next

Welkom!

Ik ben Geertrude, echtgenote van 1, (schoon)moeder van 5 en oma van 2.
Ik ben boekhouder, redacteur en schrijfster van beroep en hou van lezen, fotograferen, breien, naaien, tuinieren, kruidengeneeskunde en nog veel meer.
Hier schrijf ik over alles wat me bezighoudt en soms ook over mijn pogingen eens wat rustiger aan te doen.
Meer over mij vind je hier.

Archief

© 2026 Geertrude blogt | Aangedreven door Minimalist Blog WordPress thema