Geertrude blogt

Menu
  • Contact
  • Over mij
  • Privacy
Menu

Categorie: persoonlijk

Hij wilde graag wat dieper op de materie ingaan

Geplaatst op 03/09/2019 door Geertrude Verweij
Photo by Stephen Paris: https://www.pexels.com/photo/brown-wooden-desk-table-752395/
foto van Stephen Paris

Photo by Stephen Paris: https://www.pexels.com/photo/brown-wooden-desk-table-752395/
Photo by Stephen Paris: https://www.pexels.com/photo/brown-wooden-desk-table-752395/
‘Denk eraan, vanavond hebben we Papiamentu les,’ waarschuwde ik echtgenoot. Die heeft regelmatig van alles te doen op dinsdagavond en dat is niet handig, zeker niet als hij de auto nodig heeft, want dan kan ik ook niet gaan.
Terwijl ik het zei, bedacht ik dat ik nog wel even de aantekeningen van de week ervoor moest bekijken. Had ik nog niet gedaan. Zo gaat het iedere week. Dinsdagavond kom ik enthousiast thuis, neem me voor om elke avond even naar de woordenlijst te kijken zodat ze dan misschien blijven hangen. Maar dan is er van alles te doen. Werk, huishouden, klussen aan ons wel bewoonbare, maar nog lang niet afgewerkte huis, bezoekjes aan officiële instanties om de verhuizing te regelen, afspraken met vrienden en een feestje als kers op de taart. En ineens is het alweer dinsdag. 
Nu is dit geen heel schoolse cursus. We worden min of meer overhoord, maar erg hard gaat het niet allemaal. Met even snel de aantekeningen doorlezen kan ik aardig de schijn ophouden. 
Echtgenoot probeert de schijn niet eens meer op te houden, die heeft teveel werk aan zijn hoofd en bovendien sowieso geen aanleg voor talen. 
Maar we gaan er eigenlijk ook vooral heen omdat het zo ontzettend gezellig is. Onze lerares is een echte Curaçaose, die vijfendertig jaar in Nederland gewoond heeft. Ze weet dus veel van het eiland, maar is tegelijkertijd ook heel Nederlands. Zegt dingen als ‘om de dooie donder niet’, wat echt niet te vertalen is in het Papiamentu.
Dat laatste is trouwens mijn grote probleem met deze taal. Papiamentu is een vrij beperkte taal, met een simpele grammatica. Je kunt er alles mee zeggen, maar je moet wel uitgaan van eenvoudige, korte zinnen. En ik ben van nature nu eenmaal vrij woordenrijk (dat was mijn lezers vast nog niet opgevallen – ha!), dus dat is lastig. Cynisme kun je ook slecht letterlijk vertalen.
Het is dus niet alleen een kwestie van woordenschat en grammatica, maar – voor mij – vooral een kwestie van me anders leren uitdrukken. En dat is lastig, na bijna een halve eeuw erop los kletsen.
Maar goed, ik doe mijn best en ik steek toch wel wat van de lessen op. 
Vorige week leerden we hoe allerlei traditionele zoetigheden heten. Daar is bij mij niet veel van blijven hangen om eerlijk te zijn, want ik kan geen suiker eten (niet zonder er ziek van te worden in ieder geval). De andere leerlingen konden ook proeven en maakten ijverig aantekeningen van wat ze het lekkerst vonden. Gelukkig leerden we daarna ook nog wat werkwoorden. Ik vroeg wat opruimen in het Papiamentu was, want als ik moet vertellen wat ik deze week gedaan heb, kom ik vooral op schoonmaken (die wist ik al – limpi) en opruimen. 
De lerares grinnikte. ‘Dat is gewoon opruimen.’ Oké, dat is dan gemakkelijk te onthouden.
We gingen door naar de kledingstukken. Die zijn wat lastiger. Een van de mannelijke leerlingen vroeg naar het woord voor beha, toen we nog maar net begonnen waren. 
‘Hoho, eerst de bovenkleding,’ remde de lerares af. Waarop hij met een heel serieus gezicht antwoordde: ‘O, sorry. Ik wilde graag wat dieper op de materie ingaan.’
Toen we daarover uitgelachen waren, handelden we alle kledingstukken die we konden verzinnen nog even af. Mijn bijdrages waren zwempak, zwembroek en bikini, die weer letterlijk hetzelfde bleken te zijn. Ik heb er een neus voor, blijkbaar, want twee weken eerder bij de boodschappen zat ik met knoflook en wortel in hetzelfde schuitje.
Daarna bespraken we nog even de brand in het belastingkantoor en andere politieke en maatschappelijke zaken. Waarna ik echtgenoot, die thuis aan het werk was, maar een berichtje stuurde om te melden dat het een beetje uitgelopen was. Anders ging hij zich nog zorgen maken.
Ik deed dat wel in het Nederlands, want ik zou niet weten hoe ik ‘ik ga nu pas weg’ moet vertalen. Gelukkig hebben we nog zes weken les te gaan…

Verhuisperikelen

Geplaatst op 28/08/2019 door Geertrude Verweij

Ik heb een probleem. Ik ben verslaafd. Denk ik. Als je niet zonder kunt en er voortdurend aan denkt, begint het op een verslaving te lijken. Niet dat het echt kwaad kan, natuurlijk. Dat niet. Tenminste, zolang ik het voor de lol doe. Zodra ik er meer mee wil, voegt het te veel tijd en te veel stress aan mijn toch al vrij chaotische leven toe.
Ik heb het niet over roken, alcohol of andere drugs. En ook niet over gokken of zelfs over social media. Aan dat laatste ben ik niet verslaafd, ik vind het alleen maar een lastige bijkomstigheid. Mijn verslaving is ouder dan social media. Eigenlijk zelfs ouder dan internet.
Ik vind het zo fijn om elke week een stukje over mijn leven te schrijven. En als ik dat niet doe, mis ik het. Ook al heb ik goede redenen om het niet te doen (tijdgebrek, stress, andere prioriteiten).

Nu zeg je vast: wat doe je moeilijk. Schrijf die dingen dan!
En daar heb je gelijk in. Dat vertel ik mezelf ook steeds.
Stop met piekeren over de vorm, de lengte, de inhoud. En stop vooral met piekeren over de vraag of mensen het wel willen lezen. Ik heb een kleine vaste achterban die heel blij is met ieder stukje dat ik plaats en dat moet dan maar genoeg zijn.
Voor wie het zich afvraagt: mijn column bij Franska is stopgezet wegens te lage kijkcijfers. Niet zo goed voor het toch al wankele moreel (o, die onzekerheid…). Maar misschien wel lekker om weer gewoon mijn eigen ding te doen. Geen column van een vast aantal woorden die op een bepaalde manier opgebouwd moet zijn. Gewoon een stukkie, een schrijfsel (zoals ik ze vroeger noemde). Gewoon even gaan zitten en vertellen wat er speelt in mijn leven. Zonder de illusie dat ik daar het halve internet mee bereik, maar gewoon omdat die paar mensen het graag lezen en vooral omdat ik het zo graag doe.
En dat is een lange inleiding voor een heel gewoon stukje over een eigenlijk heel gewoon leven. Op een tropisch eiland. Dat dan weer wel.

Nieuw adres

We zijn inmiddels verhuisd naar het nieuwe oude huis. De sleutels van het appartement zijn ingeleverd en het oeverloze heen en weer rijden is dus voorbij. Nou ja, min of meer dan. Want hier op Curaçao heeft verhuizen heel wat voeten in aarde. Je moet dat overal persoonlijk gaan melden en dat kost tijd. Vorige week zijn we bij Kranshi, het gemeentehuis geweest. Dat ging alweer niet helemaal soepel. We dachten deze keer goed voorbereid te zijn. Volgens onze koopakte hebben we alleen een kavelnummer en we wisten al dat ze dat niet accepteren als officieel adres. Echtgenoot was al een keer bij Ruimtelijk Ordening en Planning langs geweest om ons adres op te vragen, want die zag de bui al hangen. Maar daar hoorden we niets meer van en toen Aqualectra aan de hand van het nummer op onze elektriciteitsmeter met een volledig adres kwam, namen we aan dat dát het juiste huisnummer was. Nee dus.
Dan maar weer naar ROP. Waar ik toch maar even meldde dat we in mei al een aanvraag hadden gedaan. Dat was een slimme zet, want nu werden we – na een kwartier wachten – meegenomen naar het kantoor van degene die dat adres had moeten uitzoeken. Verontschuldigend wees hij op de stapel aanvragen op zijn bureau. ‘Twee mensen voor het hele eiland. We hebben een grote achterstand.’
De aanvragen werden duidelijk ook niet op volgorde afgehandeld, want hij gooide ze flink door elkaar toen hij op zoek was naar de onze. Die natuurlijk vrijwel onderop lag.
Daarna werden er kaarten te voorschijn gehaald, computerbestanden vergeleken en werd er uiteindelijk in overleg met Kranshi een besluit genomen. We hadden een officieel adres!
Daarmee was inschrijven zo gebeurd. Maar toen was dus wel de hele ochtend om. Om onszelf te troosten gingen we maar weer eens lunchen bij Terrazza, één van onze favoriete restaurantjes. Daarna nam echtgenoot nog een ijsje bij Jamin en deed ik een rondje door de Bruna. Dat begint een soort traditie te worden.

Gas

We stapten weer in de auto en reden naar Muizenberg, in de hoop daar gasflessen te kunnen regelen voor het fornuis. We hadden er een geleend van onze vroegere huisbaas, maar dat kon natuurlijk niet zo blijven. Helaas waren de kleine gasflessen nog steeds op.
‘Over twee maanden misschien.’ Ja ja. In juli zeiden ze: ‘Volgende maand.’ Begin augustus zeiden ze: ‘Eind van de maand.’ En nu dus over twee maanden. Dat duurde te lang.
We besloten dan toch maar een aanvraag voor grote flessen te doen. Dat vinden we eigenlijk niet handig. De kleine kun je zelf laten vullen, voor de grote moet je bellen om ze te laten wisselen. Bovendien kunnen de kleine in het keukenkastje staan en moeten we voor de grote leidingen naar buiten aanleggen. Maar ja, je moet toch wat.
Er stonden al twee grote flessen op de porch, dus ooit was er al een contract geweest. De dame achter het loket zocht in het systeem, maar ons adres stond er niet in. Niet het kavelnummer, niet het adres dat Aqualectra had en sowieso niet ons kersverse nieuwe adres natuurlijk. Het was blijkbaar te lang geleden en het moest dus een nieuwe aansluiting worden. Wat inhield dat de leidingen gekeurd moesten worden en er twee nieuwe flessen moesten worden aangeschaft. Kosten ruim achthonderd gulden.
Eh… laat maar. We gaan nog wel even op zoek naar tweedehands kleine flessen. Even ter vergelijking: een nieuwe kleine fles kost 72 gulden en vullen kost 13 gulden. Ik doe meestal een maand of vier met zo’n volle fles. Reken maar uit hoelang het duurt voor je die achthonderd eruit hebt.

Stroom

Na dit tegenvallende bezoekje besloot echtgenoot nog even bij Aqualectra langs te gaan. Dat lag min of meer op de route naar huis en was ook hard nodig.
We hebben namelijk al ruim een maand water, maar nog steeds geen elektriciteit. Op dit moment draaien we volledig op onze zonnepanelen. Dat gaat, maar we willen graag ook een normale aansluiting. De dame achter het loket keek in de computer en meldde dat we allang aangesloten waren. ‘Een dag na jullie aanvraag.’
Echtgenoot legde haar nadrukkelijk uit dat hij niet wist wát ze wáár aangesloten hadden, maar dat wij echt geen stroom hadden. Ze belde iemand die er meer van moest weten en die beloofde vandaag nog langs te komen.
Wat betekende dat wij direct naar huis moesten, want dat was ruim drie kwartier rijden. Als degene die moest komen kijken in de buurt was, zouden we hem mislopen. Maar dat viel mee.
Als we dit verhaal aan iemand die hier woont vertellen, zeggen ze op dit punt altijd: ‘Je wacht zeker nog?’
Nee. Tot onze grote verbazing stond een half uur nadat wij thuis waren iemand bij de meterkast (die zit hier aan de straat) te kijken. Echtgenoot liep naar hem toe. De man beweerde ook dat we aangesloten waren en wees naar de hoofdzekering. Daar hadden ze een stop ingedraaid. En dan waren we aangesloten.
Echtgenoot wees ook. Naar de draad die van de stop naar de meter liep. Naar de draad die naar ons huis liep. En naar de niet aanwezige draad die de stroom van de leidingen boven ons hoofd naar de hoofdzekering had moeten brengen. Het duurde werkelijk even tot het doordrong.
Ook deze man moest met iemand anders bellen. Die reageerde nogal chagrijnig tot echtgenoot vertelde dat wij het huis nog maar drie maanden hebben, dat het jaren heeft leeggestaan en dat wij dus ook niet weten waarom er geen kabel van de leidingen naar onze meter gaat. Toen werd hij vriendelijker.
‘Morgen komt er iemand om de boel aan te leggen,’ beloofde hij.
Fijn! Eindelijk geregeld. Dachten we.
Tja.
Dat was vorige week donderdag. Het is nu woensdag.
We wachten nog…

(foto van Pexels.com)

Eeuwigheid

Geplaatst op 24/07/2019 door Geertrude Verweij

‘Die keukens bouwen ze hier voor de eeuwigheid,’ zei een kenner. En hij had gelijk. De keuken in ons nieuwe huis is er eentje die niet zomaar instort. Opgebouwd uit betonblokken, met massief houten deuren en lades. Zelfs het aanrechtblad is van beton. De tegeltjes die daarop zitten zijn niet echt mijn smaak, maar die kun je er simpel afbikken en vervangen. Nou ja, simpel… Het is in ieder geval te doen. Ooit, want voorlopig was ik heel erg blij met mijn enorm grote keuken en het fantastische uitzicht.
Ik was een weekje in Nederland toen echtgenoot me een foto van een lopende keukenkraan en een opgewonden appje stuurde. “We hebben water!”
Dat was inderdaad een mijlpaal. Schoonmaken zonder te piekeren over de voorraad water. Hoe heerlijk is dat?
Dus schrobde en boende ik erop los zodra ik weer op het eiland en in ons huis was. De roestvrijstalen wasbak had wat rare vlekken, maar ik had schuurmiddel, schuursponsjes en zelfs speciaal poetsmiddel om roestvrij staal schoon te krijgen. Dat moest goed komen.
Toen de wasbak glansde, begon ik aan de kastjes. In het gootsteenkastje raakte ik het slangetje van de overloop met mijn doekje. Het bleek zo oud te zijn dat het spontaan verbrokkelde.
Geen nood, dacht ik. Gewoon die bak niet te vol doen. Maar zo werkt dat niet. Als het chiffon vol liep, kwam het water er via dat kapotte slangetje uit.
Een nieuwe overloopset bleek niet verkrijgbaar, maar we rommelden wat met een wasmachineslang die natuurlijk net niet paste en wat rubbers tot het dicht was. Ik draaide de kraan open om het te testen en keek onder de gootsteen. Helaas, toch nog druppels. Draaide de kraan dicht en realiseerde me dat die druppels wel op een rare plek zaten. Ging nog eens onder de gootsteen kijken en realiseerde me dat er gaatjes in het roestvrij staal zaten. Dat was ons niet eerder opgevallen, maar waarschijnlijk had ik het vuil er daarnet uitgepoetst.
De bouwers van onze keuken hadden zich niet gerealiseerd dat roestvrij staal geen eeuwigheid meegaat. De bak is in het beton van het aanrechtblad gegoten. Vervangen is dus niet gemakkelijk.
Dan die hele keuken er maar uitslaan en een nieuwe keuken plaatsen? We overwogen het wel even. Maar dat kostte ten eerste veel geld en ten tweede tijd, wat we beide al behoorlijk tekort hadden. En dan heb ik het nog niet over de energie die erin gaat zitten om zo’n betonnen keukenblok te verwijderen.
Gelukkig bleek er een oplossing te zijn. Dichtsmeren met siliconenkit kan werken voor kleinere gaatjes en als dat niet helpt, bestaat er kneedbaar metaal.
De siliconenkit werkte. In ieder geval voorlopig. Maar een eeuwigheid redden we er niet mee en ik betwijfel zelfs of deze oplossing het jaren volhoudt. We gaan dus maar vast sparen voor een nieuwe keuken…

p.s. dit is mijn laatste stukje deze zomer. De komende weken gaan we keihard werken om de laatste puntjes op de i zetten voor de verhuizing naar het nieuwe huis. Begin september hoop ik jullie vanuit mijn nieuwe huis weer wekelijks van updates en stukjes te voorzien. Fijne vakantie allemaal!

p.p.s.  bonus foto’s: de keuken begint al ergens op te lijken (als je het niet aanwezige plafond netjes buiten de foto houdt)

Tanden

Geplaatst op 18/07/2019 door Geertrude Verweij

‘Mensen zorgen tegenwoordig zo slecht voor hun tanden’, verzuchtte de jongen aan het tafeltje achter ons. Het meisje dat naast hem zat, verzekerde hem haastig dat ze echt elke dag floste, soms wel twee keer per dag.
Met een vaag gevoel van schaamte besefte ik dat ik dat niet kon beweren. Tandenpoetsen doe ik vaak genoeg, maar flossen vind ik eng. Ik ben altijd bang dat ik met dat draadje dingen doorzaag die vast moeten blijven zitten. En over mijn angst voor tandartsen zal ik het maar niet hebben. De jongen wás waarschijnlijk tandarts. Ook was hij volgens mij al een beetje aangeschoten, want hij begon nu luidkeels te oreren over gaatjes en wat je daar allemaal aan moest doen. Ik kreeg er spontaan kiespijn van.
Om mezelf af te leiden richtte ik mijn aandacht op de andere mensen op het terras.
Verderop zat een Nederlands stel. Tenminste, ik nam aan dat ze Nederlands waren, omdat ze om half vier ‘s middags een kopje koffie dronken op een Curaçaos terras, terwijl iedereen aan de cocktails of het bier zat. Daar kun je van alles van vinden, maar ik krijg er altijd zo’n warm gevoel van. Het echte ouderwetse ‘En dan… is er koffie’ gevoel. Heerlijk. Wat er onder het genot van dat bakkie pleur besproken werd, kon ik niet verstaan. Ze zaten te ver weg en spraken heel zachtjes.
Naast ons zat een groep Amerikanen. Dat zag je aan de blinkend witte tanden en hoorde je aan hun accent. Ik zag ooit een Amerikaans filmpje over hoe je je moest gedragen in het buitenland. Een van de tips was ‘Gebruik je bibliotheekstem in het openbaar. Veel mensen vinden dat wij erg hard praten.’
Deze Amerikanen gebruikten hun normale stem, dus het was vrij gemakkelijk om mee te luisteren. Ze hadden het over werkdruk en moe zijn en mijn gedachten dwaalden al snel weer af, want daar wist ik alles van. We hebben heftige maanden achter de rug en het einde is nog niet in zicht. Maar gelukkig kunnen we af en toe lekker uitrusten op een terrasje in de zon, dat maakt een hoop goed.
De tandarts bestelde nog een emmer bier. Ik vroeg me af of hij besefte dat er in het merk dat hij dronk aardig wat suiker zit. Heel slecht voor je tanden. Gelukkig drink ik alleen maar water.

(foto van Pexels.com)

Twee emmertjes

Geplaatst op 09/07/2019 door Geertrude Verweij

Ik betrapte mezelf erop dat ik ‘Twee emmertjes water halen’ liep te zingen.
Hoewel inmiddels de aanvraag om ons huis aan te sluiten op elektra en water ingediend was, begon de watersituatie nogal nijpend te worden. Toen we het kochten, stond er een vat met een kuub water op de porch en daarnaast nog een ton met ruim 200 liter. Genoeg om het ergste vuil mee weg te boenen en het buitentoilet mee te spoelen. Maar toen men eenmaal begon aan de bouw van onze nieuwe beerput ging het ineens hard. Want daar is beton en cement voor nodig en dat maak je nu eenmaal met water. We zagen het peil ineens wel erg snel dalen.
Dus overlegden we met onze huisbaas en reden we die donderdag twee keer met zo’n 200 liter vat in de aanhanger op en neer naar het nieuwe huis. Omdat het huis hoger ligt dan de hoogste plek waar je met auto en aanhanger kunt komen (mede doordat de beerput-in-aanbouw in de weg lag), moesten we vervolgens dat vat leegscheppen met emmertjes en die in de grote watercontainer legen.
‘Geen sportschool nodig!’ roep ik in zo’n geval. In totaal ben ik zestien keer met twee emmertjes die acht treden opgeklommen. De eerste acht keer vielen mee, want dat was tamelijk vroeg in de ochtend. De tweede ronde was midden op de dag. Niet het juiste moment voor lichamelijke inspanning, maar het was nu eenmaal nodig.
De ‘meisjes op de klompen’ in het liedje hadden het niet veel gemakkelijker dan ik op mijn versleten slippers, bedacht ik, terwijl ik heen en weer liep. Maar het was nog altijd gemakkelijker dan zoveel Afrikaanse vrouwen het hebben, die dagelijks uren lopen voor een paar liter water. Dan was dit eigenlijk gewoon een luxeprobleem, want over een paar weken hebben we gewoon stromend water uit de kraan. Wel een stuk duurder dan in Nederland, dus regenwater opvangen en zuinigdoen is hier noodzaak. Die beerput is alleen voor het toilet. Al het andere gebruikte water gaat straks naar de planten of gaat pas de beerput in als we het gebruikt hebben om het toilet te spoelen.
We zaten nog na te hijgen van het sjouwen toen er bezoek kwam met fijn nieuws. Als we meer water nodig hebben, mogen we dat – tegen vergoeding, want zoals gezegd, water is hier duur – met een tuinslang bij het appartementencomplex van de buren vandaan halen. Het gesjouw met emmertjes water is hierbij dus niet meer nodig. Dat is een opluchting.
En nu maar hopen dat we snel ons eigen water zullen hebben. Je komt er op deze manier wel achter hoe belangrijk dit soort basisvoorzieningen eigenlijk zijn…

p.s. wegens persoonlijke omstandigheden zal ik de komende tijd weinig online zijn. Ik zal dus waarschijnlijk niet zo snel en actief reageren als ik normaal wel probeer te doen.

Nee, kakkerlakken wil ik niet in mijn huis

Geplaatst op 05/07/2019 door Geertrude Verweij

 

 Foto door Najman Husaini

Eerder verschenen op Franska.nl 

‘We kunnen nog niet naar bed,’ zuchtte ik, ‘het moet luchten. Kakkerlak.’
Echtgenoot knikte begrijpend en nam nog maar een biertje.
Toen we onze allereerste kakkerlak ontmoetten, reageerden we wel iets minder nuchter. Natuurlijk wisten we dat ze er waren, maar we hadden ze nog niet gezien. Tot ik op een middag onder de douche stond en er ineens eentje vlak bij mijn hoofd zat. Ik schrok me naar, slaakte een gil en heb me, trillend van de schrik, zo snel mogelijk afgedroogd en aangekleed. Het zijn ook niet van die kleine hier. Een centimeter of vier halen ze wel.
Die eerste kakkerlak hebben we heel milieuvriendelijk geprobeerd met een bezem naar buiten te jagen. Dat werd een epische jacht door het hele appartement, want die beesten zijn razendsnel. Bovendien laten ze zich niet zomaar verjagen. Iedere keer als we hem bijna bij de deur hadden, maakte hij een schijnbeweging en rende weer terug. Bovendien kwamen we er toen ook achter dat ze kunnen vliegen. Dat win je niet met een bezem.
Na die ervaring zijn we toch maar overgestapt op spuitbussen. Ik blijf het een naar idee vinden, maar als je raak spuit, zijn ze binnen een minuut dood. Men beweert dat kakkerlakken een nucleaire bom kunnen overleven en dat ze zelfs zonder kop nog twee weken doorwandelen, waarna ze alleen maar sterven omdat ze niet kunnen drinken, niet door de verwonding zelf. Het spul dat zo’n beest dood krijgt, wil ik niet inademen als ik slaap. Vandaar dat luchten na gebruik.
Nu zijn er vast weer mensen die zeggen ‘laat die beesten toch, die waren er eerder dan jij’.
Ja. Nee. Geen goed plan. Als je er één hebt, komen er vanzelf meer en ze brengen heel wat nare ziektes mee. Natuurlijk speelt hygiëne een grote rol, maar er vliegt er ook weleens een je schone huis binnen. Gisteravond dus weer.
Helaas spuit je zelden in één keer raak. Ik zag hem voor het eerst op de muur boven mijn fornuis. Toen ik begon te spuiten, vloog hij naar de andere muur, rende onder mijn theedoeken door en sprong vervolgens op de grond om nog meer meters te maken. Maar toen had ik hem.
Gelukkig maar. Ik mag er dan niet zo heel erg meer van schrikken, maar het slaapt toch lekkerder als je weet dat er geen kakkerlak onder je bed rondwandelt.

Cirkelzaag

Geplaatst op 04/07/2019 door Geertrude Verweij

‘Wat doe je?’ vroeg echtgenoot slaperig.
Ik legde nog een handdoek op de grond en antwoordde: ‘De airco drupt.’
‘O,’ zei hij, draaide zich om en sliep weer verder. Ik liet het maar zo, want midden in de nacht kon hij er toch weinig aan doen. Zelf sliep ik weinig die nacht, want dat gedrup irriteerde me mateloos en het ding rammelde ook nog harder dan hij de laatste tijd al deed.
De volgende ochtend bleken de filters zeer vuil te zijn. Nooit over nagedacht dat je die regelmatig schoon moet maken. Airconditioning is nu eenmaal nog vrij onwennig voor ons. We verwijderden een dikke laag stof van de filters en zetten de airco even aan om het resultaat te testen. Geen gerammel, geen gedrup. Opgelost.
Dachten we. Maar die avond begon het druppen opnieuw, zodra de airco goed koud werd. Blijkbaar was er nog iets anders mis. Na nog een slapeloze nacht meldden we het bij onze huisbaas. Hij kon er zelf ook niets mee en belde meteen iemand die er verstand van had. Die kwam een paar uur later om het probleem op te lossen.
Dat hoopte ik tenminste, toen ik ze eenmaal bezig zag. Ze kwamen met drie man tegelijk. Zowel de binnen- als de buitenunit werd van de muur geschroefd en gedemonteerd. Er werd een verlengsnoer in mijn keukenstopcontact geprikt en daar werd een hogedrukspuit op aangesloten, waarmee alle losse delen zorgvuldig schoongespoten werden. Dat snapte ik nog wel, maar wat deden ze in hemelsnaam met die cirkelzaag?
Ik kwam er niet uit en hoopte maar dat zij het zelf wel begrepen. De stoppen waren er in ieder geval niet blij mee, die sloegen drie keer door. Er werd gespoten en gezaagd en heftig gediscussieerd in het Papiamentu en het duurde vrij lang allemaal. Ik begon het allemaal somber in te zien en voorzag nog vele slapeloze nachten, want zonder airco is ons eenkamerappartementje erg warm ‘s nachts.
Maar toen kwam er ineens schot in.
De huisbaas legde uit dat er een of ander insect een nest in de buitenunit had gebouwd, vandaar dat uitgebreide schoonspuiten. Van de gezaagde planken en balkjes maakten ze een tafelblad waarop de units neergelegd werden om ze weer in elkaar te kunnen zetten. Juist. Logisch allemaal.
De boel werd weer aangesloten en uitvoerig getest. Deze keer was het probleem echt opgelost. We hebben die nacht heerlijk geslapen.

(foto van pexels.com)

In de put

Geplaatst op 02/07/2019 door Geertrude Verweij

De afgelopen weken waren we druk met de bouw van één van de belangrijkste ruimtes van het huis, al zie je daar straks niets meer van. De beerput.
Een groot deel van Curaçao is niet aangesloten op een rioleringssysteem en het normale alternatief is een beerput. Dat wisten we van te voren en daar schrokken we dan ook niet van.


De beerput die bij ons huis lag, was ingestort en dus haalden we er iemand bij om hem te repareren. Dachten we toen nog. Maar het bleek dat deze beerput niet meer dan een kuil met een deksel was, geen beerput, maar een zinkput. Aangezien de grond wel rotsachtig, maar ook vrij poreus is, is dat geen oplossing die heel lang standhoudt. De beste oplossing was om de kuil verder uit te graven en een degelijke put te bouwen. De man die het voor ons doet, zegt dat de put bij zijn ouderlijk huis al meer dan vijftig jaar zonder problemen functioneert. Dat klinkt goed, want je wilt dit soort bouwacties niet elke paar jaar ondernemen.
In de loop van de laatste paar weken is er gegraven, beton gestort en gebouwd. We zijn nu op het punt dat de put bruikbaar is (wat inhoudt dat we binnen naar de wc kunnen – al hebben we helaas nog geen stromend water, dus spoelen moet nog met een emmertje), er zit een deksel op en hij is volledig afgewerkt. Donderdag komen ze betonstorten om het deksel af te werken en volgende week komt er een shovel om de geul eromheen weer dicht te storten.
Het duurt even en het kost ook wel wat, maar dan hoeven we er de rest van ons leven niet meer over na te denken. Zo’n put (hij is ruim 12 kuub groot, 2x3x2 meter) raakt namelijk niet vol: het vocht loopt er via de bodem en de gaten aan de zijkant langzaam uit en beestjes eten de rest op. Overigens wordt hij ook alleen maar voor het toilet gebruikt. Water is hier zo duur dat de rest van het afvalwater hergebruikt wordt voor de tuin of om het toilet door te spoelen.
Eigenlijk vind ik het wel fijn dat dit nodig was, niet alleen omdat we nu zeker weten dat de put goed is, maar ook omdat we nu hebben gezien hoe zo’n ding eruit ziet en hoe het werkt. Bovendien konden we de technieken van het betonstorten en het bouwen met betonblokken afkijken. Op deze manier bouwen ze hier alles, ook huizen en apartementen. Zo leer je nog eens iets.

 

Hiermee is een heel belangrijk punt van onze ‘moet-echt-eerst-gebeuren’-lijst geschrapt. Nu is het wachten tot Aqualectra ons aansluit op energie en water en dan kunnen we verhuizen…

p.s. er is vorige week donderdag geen column bij Franska verschenen, het waarom van de veranderde planning is mij ook niet helemaal duidelijk. Ik plaats de link zodra er weer één online staat.

Zonsondergang

Geplaatst op 25/06/2019 door Geertrude Verweij

Bij gebrek aan inspiratie voor de blogpost van vandaag gooi ik er nog maar wat zonsondergangen tegenaan. Dat is altijd goed, toch? Vind ik wel 😉

Overspannen?

Geplaatst op 20/06/2019 door Geertrude Verweij

 

Eerder verschenen op Franska.nl 

‘Is goed, we zijn er over een half uur’, hoorde ik echtgenoot zeggen tegen degene die hij aan de telefoon had. Ik had het gesprek min of meer gevolgd en schoot in een paniekaanval. Een half uur? Het was ruim een half uur rijden naar het nieuwe huis, waar we blijkbaar al hadden moeten zijn omdat ze de beerput uit gingen graven. En we moesten nog ontbijten, ik had nog geen eten en drinken ingepakt voor de rest van de dag en we moesten nog geld opnemen om die lui te betalen en…
Bijna dertig jaar geleden deed ik een basiscursus psychologie bij de Volksuniversiteit. Daar leerde ik onder andere dat je kans liep overspannen te raken als je binnen een of twee jaar veel ‘ingrijpende levensgebeurtenissen’ (huwelijk, bevalling, verhuizing, ziekte, etc.) meemaakte. Dat is me altijd bijgebleven omdat ik het destijds nogal overdreven vond. Van verhuizen, trouwen en kinderen krijgen was ik echt niet overspannen geworden, zelfs niet in combinatie met wat minder prettige situaties.
Het afgelopen jaar zat ook vol ‘levensgebeurtenissen’, maar ik vond eigenlijk dat ik het prima volhield. Tot een paar weken geleden bleek dat een familielid ernstig ziek was en er dus nog een zeer ingrijpend dingetje bijkwam. Dat was blijkbaar de laatste druppel en daarom raak ik nu af en toe al in paniek als ik ’s ochtends een beetje moet haasten.
Op zich heel begrijpelijk allemaal, maar we moesten er toch heen. Dus haalde ik diep adem, maakte snel een ontbijtje klaar, gooide water, cola en beleg in de koelbox en borden, bestek, bekers en brood in een andere tas.
Greep nog snel mijn breiwerk en stapte stijf van de spanning bij echtgenoot in de auto. Het zou ook zomaar kunnen dat ik een paar keer hardop heb laten weten wat ik ervan vond. Ik ben tenslotte geen engel.
Bij het huis bleek dat de mannen al bijna klaar waren met graven. Ik maakte gauw een foto voor het nageslacht en daarna installeerde ik me met dat breiwerkje op de porch. Nog even geen zin om vloeren te boenen of muren te witten. Ik keek naar het prachtige uitzicht en voelde langzaam de spanning wegstromen toen ik besefte dat dit echt mijn huis was.
Over een maand of twee kan ik elke dag zo zitten. Het lost niet alles op, maar het helpt wel. Nog heel even volhouden…

 

  • Previous
  • 1
  • …
  • 5
  • 6
  • 7
  • 8
  • 9
  • 10
  • 11
  • …
  • 46
  • Next

Welkom!

Ik ben Geertrude, echtgenote van 1, (schoon)moeder van 5 en oma van 2.
Ik ben boekhouder, redacteur en schrijfster van beroep en hou van lezen, fotograferen, breien, naaien, tuinieren, kruidengeneeskunde en nog veel meer.
Hier schrijf ik over alles wat me bezighoudt en soms ook over mijn pogingen eens wat rustiger aan te doen.
Meer over mij vind je hier.

Archief

© 2026 Geertrude blogt | Aangedreven door Minimalist Blog WordPress thema