‘Mag ik dit serieus nemen?’ Onze oudste dochter stuurde me een privéberichtje met een kopie van een opmerking van haar vader uit de gezinsappgroep. Zij had een foto van de sneeuw geplaatst, hij had gereageerd met een foto van het strand. Daarop had zij gereageerd met ‘Ik kom deze week wel bij jullie logeren.’ Met een hoop smilies erachter om aan te geven dat het een grapje was. Echtgenoots reactie was ook een grapje: ‘Natuurlijk. Wel een luchtbed meenemen.’
Maar een dag later vroeg ze dus of we het meenden. En ach, waarom ook niet. We wonen nog steeds in ons mini-appartementje, maar een luchtbed past er nog wel bij. Dochter had wat vrije dagen omdat de ene theatertoer afgelopen was en de volgende nog niet begonnen (ze werkt als freelance grimeur) en wilde er graag even tussenuit. Een ticket boeken lukte nog en drie dagen later pikten we haar op van het vliegveld.
Het luchtbed was bij nader inzien niet nodig, want de huisbaas had nog een eenpersoonsbed dat we konden lenen. En verder was het vooral een kwestie van werk verschuiven, zodat we tijd hadden om haar rond te leiden.
Want natuurlijk wilde ze niet alleen graag even naar de zon, ze wilde ook graag zien waar we nu eigenlijk zo graag willen wonen. Van onze hele directe familie is niemand ooit op Curaçao geweest, dus een beeld hebben ze er niet echt bij.
Deze week maken we dus meer kilometers dan we normaal al doen, want we willen haar al onze favoriete plekjes en stranden laten zien. En eigenlijk ook de minder favoriete plekjes, de huizen die we niet kochten, de stranden die we niet bezoeken en… Nou ja, alles. Gelukkig wil ze dat zelf ook graag allemaal zien. Alles is tenslotte nieuw voor haar.
Voor ons is dit ook nieuw. Curaçao was altijd van ons tweeën, maar nu zien we het door haar ogen. We bezoeken Shete Boka en Watamula. Ze gaat mee naar Mambobeach voor ons vaste vrijdagavondritueel en wandelt met ons door Punda en Otrobanda.
Al die plekken waren wij ook nog lang niet zat, maar het kunnen laten zien aan iemand die er nog nooit geweest is, voegt er toch iets extras aan toe. Ineens is Curaçao meer dan ooit ons thuis, waar we trots op zijn.
Poko poko
Na weken rondkijken vonden wij een aantrekkelijke auto voor een leuke prijs. In Nederland ga je dan met de verkoper naar het postkantoor en klaar. Hier werkt dat anders.
Je gaat eerst met de verkoper naar de belastingdienst voor een formuliertje dat je samen moet invullen. De wachttijd viel mee, al snel reden we naar het keuringslokaal, waar de overschrijving plaats zou vinden. Daar waren we na een minuut of twintig aan de beurt. Helaas stond de auto niet op de naam van de verkoper, maar op die van zijn vader. Vader gebeld, even de juiste handtekening regelen. Half uurtje wachten. En toen weer in de rij bij het keuringslokaal. Tegen elven waren we zover. Sleutels ontvangen, geld betaald.
Maar we waren nog niet klaar. Hij wel, wij niet. Wij moesten nu naar het verzekeringskantoor, want zonder verzekeringsbewijs kun je de wegenbelasting niet betalen en zonder wegenbelasting krijg je een behoorlijk grote boete.
Bij het verzekeringskantoor ging het afsluiten van de verzekering vrij snel. Alleen nog even betalen. Het duurde een uur voor we aan de beurt waren.
Terug bij het belastingkantoor. Nummertje trekken. 304. Op het bord: 264. Dus. En wegens lunchtijd, maar één loket geopend.
Anderhalf uur later waren we aan de beurt. Of we even door die deur achterin wilden gaan en dan nog een deur en bij de portier daar vragen naar een mevrouw die oude openstaande bedragen van het kenteken moest verwijderen.
Twintig minuten later konden we terug naar het loket waar we eerst waren geweest. Wegenbelasting betaald. Alleen die nummerplaten nog, want die had de vorige eigenaar ingeleverd. Dat doe je hier als je niet meer wilt betalen.
We werden verwezen naar het loket aan de overkant. Men vond maar één nummerplaat.
Nieuwe bestellen. Betalen bij weer een ander loket aan de overkant. Met het betalingsbewijs weer terug naar het vorige loket. Nummerplaten zijn over twee weken klaar, maar we kregen een formuliertje voor de politie, zodat we wel met de auto mogen rijden. Fijn. Einde verhaal, dag ook bijna om.
Dit is hier normaal.
Het is de ultieme Curaçaotest. Als het kopen van je eerste auto niet lukt zonder je vreselijk boos te maken over de bureaucratie, kun je beter niet hier gaan wonen. Want zo werkt het hier nu eenmaal. Poko poko. Rustig aan.
Wij zijn geslaagd.
foto van Pexels.com
Strand
‘Dit doen we verkeerd.’ Echtgenoot was even gaan liggen en kwam na twee minuten al weer tevoorschijn met de vraag of ik iets dringends te doen had. Toen ik daarop ontkennend antwoordde, legde hij zijn stelling uit: ‘We zijn op een tropisch eiland. Als we moe zijn en uit willen rusten, moeten we niet binnen op bed gaan liggen. Dan moeten we naar het strand.’
Ik vond dat hij gelijk had. Dus gooiden we de koeltas en de zwemtas achterin de auto en vertrokken naar Daaibooi.
Dat moet je niet per ongeluk omdraaien, want Dooibaai klinkt erg naar, terwijl het een van de mooiste stranden van het eiland is. En nog gratis ook. Dat is een groot voordeel als je, zoals wij, heel vaak naar het strand wil. Wij gaan daar namelijk sowieso bijna iedere middag even zwemmen. Na het werk even bijkomen. Heerlijk. En het fungeert meteen als sportschool, want ik zwem meestal een paar keer de baai op en neer en doe ook nog wat arm- en beenoefeningen in het water. En nu bleek dat helemaal niets doen ook een goed idee was.
Toch bleef de rust niet heel lang hangen. Zondagochtend werd ik wakker uit een ingewikkelde droom die vooral bestond uit werk dat maar niet afkwam. Echtgenoot wist de oplossing: het strand. We zaten er de hele ochtend en ik voelde me heerlijk rustig. Vooral omdat het zondag was en ik aannam dat ik maandag dus uitgerust keihard aan het werk kon.
Maar dat viel tegen. Maandagochtend werd ik alweer heel gespannen wakker met in mijn hoofd van alles wat ik moest doen en vooral van alles wat ik wilde doen. Ik verzuchtte dat ik toe was aan vakantie. Echte vakantie. Niet zomaar een weekendje uitrusten, maar een paar weken niet aan werken denken.
Echtgenoot wees me er fijntjes op dat zoiets voor ons niet weggelegd is. We zijn nu eenmaal zzp’ers en dat heeft zo zijn nadelen. ‘Maar, ‘ zei hij met een grote glimlach, ‘we hebben ook vrijheid. ‘Heb jij iets dringends te doen?’
Niets dat niet even kon wachten, gaf ik – na een klein gevecht met mezelf over wat er nu écht belangrijk is – toe. En dus zaten we maandagochtend weer op het strand.
Het zou zomaar kunnen dat ik op deze manier binnenkort echt uitgerust en ontspannen ben…
Thuiskomen
We stapten uit de auto en ik hoorde een raar geluid. Ik dacht eerst aan de baby van de bovenburen, maar toen ik richting de deur van ons appartement liep, struikelde ik bijna over een enthousiast miauwend katertje. Die was ons nog niet vergeten en heel erg blij dat we er weer waren.
Zeven weken waren we in Nederland. En het waren zeven nogal enerverende weken. De feest- en verjaardagen waren gezellig, maar we hadden het druk met van alles en er liep nogal wat mis. En bovendien was mijn humeur sowieso al niet echt stralend.
Het begon al toen we in november thuiskwamen. Toen we in ons Nederlandse huis aankwamen, moet ik eigenlijk zeggen. Want ik had voor ons vertrek gezorgd dat het huis klaar was voor eventuele bezichtigingen (dus heel onpersoonlijk) en eigenlijk was het zo goed als verkocht. En daardoor voelde zo weinig als thuiskomen, dat ik spontaan in tranen uitbarstte. Ik had op Curaçao last van heimwee gehad, maar besefte ineens dat er eigenlijk geen thuis meer was om naar te verlangen.
We vierden Sinterklaas en dat was zoals altijd intens gezellig en heerlijk rommelig. Ik zette al op 7 december de kerstboom neer, haalde mijn breimand uit de kast en liet overal boeken slingeren. Van mijn moeder kreeg ik een logeerplant om de lege vensterbank wat op te vullen. Het werkte. Iets te goed zelfs, want toen het er vlak voor ons vertrek even op leek dat ons huis toch niet verkocht zou worden, vond ik dat helemaal niet zo’n groot probleem.
Eenmaal terug op Curaçao besloot ik de heimwee deze keer geen kans te geven. Het feit dat die kat zo blij was dat wij er weer waren, hielp al een beetje. En verder verspreidde ik stapeltjes meegebrachte boeken door ons piepkleine appartementje, legde onze eigen witte sprei over het bed en kocht de eerste de beste dag meteen een plant die ik direct in een grotere pot zette zodat hij fijn kan groeien. Ik zette onze trouwfoto en een foto van de dochters neer. Mijn agenda ligt open op de bar en mijn breiwerk en e-reader slingeren ergens op de porch in de buurt van mijn stoel.
Echt nuttig is het allemaal niet en eigenlijk is het gewoon rommelig. Maar blijkbaar heb ik dat nodig, want het werkt wel. Ik heb eindelijk het gevoel dat ik thuiskom.
foto van Pexels.com
Ik doe even niet mee
Ik doe dit jaar gewoon niet mee aan alle nieuwjaarstoestanden, heb ik besloten. Geen goede voornemens, geen doelen, geen plannen, geen woord-voor-het-jaar. Ik sla een jaartje over.
Eigenlijk ben ik dol op dat soort dingen. Een schone lei en een lijst met mooie ideeën over hoe het allemaal zou kunnen zijn, dat spreekt me altijd aan. Maar in werkelijkheid vind ik de eerste twee weken van januari altijd heel vervelend. Van te voren maak ik er een groot punt van: dit jaar ga ik het goed doen, dit jaar zal alles anders gaan. Niet meer snoepen, beter voor mezelf zorgen, meer aandacht voor de mensen om me heen, dat soort dingen.
En meestal gaat het direct na twaalf uur al mis. Want ik drink dat glas champagne toch maar helemaal leeg (al weet ik dat ik daar niet tegen kan) en ik prop toch nog gauw een handvol nootjes in mijn mond. En ja, het is heel gezellig dat de dochters nog even blijven plakken, maar ik heb slaap en die champagne valt verkeerd en wat zeiden ze nu eigenlijk over hun plannen voor het nieuwe jaar? Enzovoort.
Dat woord, dat is ook zoiets. Ik zeg altijd dat ik er niet aan doe en dan ineens is het er toch. Dat schijnt juist goed te zijn. Maar mijn woord voor vorig jaar was ‘ontspannen’ en mijn standaardreactie als ik me dat bedenk, is een spottend gesnuif. Als er iets niet gelukt is vorig jaar, dan is het wel ontspannen. Het begon heel redelijk, maar het liep al gauw uit op ‘stijf van de stress’.
Dit jaar wil het woord ‘thuis’ mijn hoofd niet uit, maar dat lijkt me in het jaar waarin ons huis in Nederland verkocht wordt en we nog helemaal niet weten hoe het in Curaçao verder zal gaan ook niet zo’n succes. Misschien maar een geluk dat ik het woord ‘gezondheid’ niet gekozen heb, bedenk ik me nu, want het lijkt wel of het bij mij andersom werkt. De woorden van voorgaande jaren kan ik me niet meer herinneren, maar ik weet nog wel dat er weinig van terecht kwam.
Ik denk dat ik ga stoppen met overal waardes aan toe te kennen en dan na een bepaalde tijd te moeten afstrepen of ik die wel of niet gehaald heb.
Dit jaar geef ik mezelf toestemming om gewoon een redelijk leuk leven te leiden en dan zie ik wel hoe het loopt.
En dat zou weleens mijn beste voornemen ooit kunnen zijn.
(foto van Pexels.com)
2018 – mijn jaar in cijfers
Aan het eind van het jaar staat het internet vol lijstjes met hoogtepunten van het jaar, de een nog enthousiaster dan de ander. Een enkeling probeert origineel te zijn door dieptepunten te beschrijven. Ik heb dit jaar met allebei moeite.
Een paar minuten na de jaarwisseling, nu bijna een jaar geleden, zei ik al dat ik geen goed gevoel over 2018 had en dat is uitgekomen. Maar daar wil ik het ook niet over hebben. Dieptepunten moet je niet blijven herhalen, vind ik. Want hoe meer details ik zwart op wit heb staan, hoe minder snel de scherpe randjes eraf slijten. Daar houd ik ook geen echt dagboek bij. Ik hoef me niet alles te herinneren. De korte periode, jaren geleden, waarin ik wel een gedetailleerd dagboek bijhield, staat me veel te scherp en letterlijk in het geheugen gegrift.
Dus. Doen we niet. Hoogtepunten dan? Het probleem is dat alle positieve dingen die me te binnen schieten vergezeld worden van een ‘maar’ of een ‘ondanks’. Stiekem helemaal niet zo positief dus.
Gelukkig is er altijd de boekhouder in mij nog. Cijfers zijn lekker neutraal.
– We brachten in totaal 21 weken door op Curaçao en 2 dagen op Bonaire. We zaten in totaal bijna 60 uur in het vliegtuig en vlogen bijna 48.000 kilometer, wat meer is dan de omtrek van de aarde. Ik had 6 keer een jetlag en 3 keer een cultuurshock (dat laatste alleen bij terugkomst in Nederland).
– Ons huis in Nederland stond 13 weken te koop (en is nog niet verkocht, maar we hebben een bod en er begint beweging in te komen). Op Curaçao bekeken we minstens 30 huizen, deden 4 officiele bezichtingen en brachten we 3 keer een bod uit (maar we kochten nog niets).
– Ik schreef 1 boek, 30 columns, 3 korte verhalen (waarvan 1 voor een wedstrijd waarvan de uitslag pas in februari bekend wordt), 29 recensies en 10 persberichten.
– Ik redigeerde 6 boeken van anderen.
– Ik las daarnaast 119 boeken (klik hier voor de volledige lijst).
– We keken 5 series (Supernatural, The 100, 12 Monkeys, Travelers en Salvation – met de laatste zijn we nog bezig), een stuk of 5 actiefilms (weet ik niet precies meer) en sloten het jaar af met 4 kerstfilms.
– Ik breide 47 mutsen (en haalde dus mijn plan om er 52 te breien niet), 1 vest, 1 omslagdoek en 4 vaatdoekjes.
– Ik werd wat actiever op social media en in de laatste maanden van het jaar groeide mijn twitteraccount naar 89 volgers en mijn instagram naar 62 volgers (meer volgers van harte welkom 😉 )
Tja. Zo lijkt het nog wat, dat 2018. Maar ik hoop toch dat 2019 een beter jaar wordt. Niet alleen voor ons, maar voor iedereen.
Ik wens jullie allemaal een fijne jaarwisseling en een heel gelukkig 2019!
(foto van Pexels.com)
Kerstwens
Schoonheid (zit van binnen)
We zaten bij de ingang van het vliegtuig. Daar heb je namelijk meer beenruimte en dat is met een nachtvlucht erg fijn. KLM deed weer een poging het instappen te stroomlijnen door mensen in groepen in te delen en ondanks mijn ‘straks-kunnen-we-de handbagage-niet kwijt-stress’ hadden we netjes gewacht tot we naar binnen mochten. Maar om de een of andere rare reden waren wij juist bij de eerste groep en hebben we vervolgens met ingetrokken benen zitten kijken naar het instappen van alle andere passagiers. Wat best leuk was.
Zeker toen er een jonge vrouw in een wel heel opvallende outfit instapte.
Miss Universe Curaçao. Die had nog een persmomentje gehad voor ze naar Thailand vertrok voor de Miss Universeverkiezing en reisde dus bepaald niet incognito.
Meestal heb ik niets met dit soort types en ik ben ook geen fan van het fenomeen missverkiezingen, maar deze dame had iets dat me aantrok. Akisha Albert is niet alleen mooi, maar ze straalt ook iets uit. Iets bijzonders, iets positiefs. Eenmaal thuis googlede ik haar en sindsdien volg ik haar instagramaccount.
Ik ben fan. Waarom? Dat Akisha lerares wil worden, doet me weinig. Ik neem aan dat ze echt geen nee zegt tegen een carrière met wat meer glamour als die zich aandient. Dat ze een stichting heeft opgericht voor mensen met het syndroom van Down vond ik ook niet bijzonder. Iedere Miss Weetikveel beweert tenslotte dat ze de wereld wil verbeteren.
Na lang nadenken begrijp ik wat me zo in haar aantrekt. Het thema van de miss Universe verkiezing is ‘Confidently beautiful’, mooi en vol zelfvertrouwen, en dát straalt ze uit. Ze weet dat ze er goed uitziet (het zou hypocriet zijn om daar bescheiden over te doen), maar je kunt ook zien dat ze op een gezonde manier blij is met zichzelf en met wat ze doet met haar leven.
Dat soort zelfvertrouwen vind ik mooi en ik zie het veel te weinig. Ik kom steeds meer prachtige, talentvolle mensen tegen die in diepe depressies raken omdat ze zichzelf en wat ze bereikt hebben niet goed genoeg vinden. Daar hoor ik zelf ook bij, trouwens.
Akisha’s uiterlijke schoonheid kan ik niet evenaren, maar dat zelfvertrouwen… daar moet ik toch maar eens aan gaan werken. Want als je goed met jezelf kunt opschieten, zien mensen ook eerder je innerlijke schoonheid.
En daar draait het uiteindelijk om.
(p.s. Inmiddels is de verkiezing voorbij. Akisha eindigde in de top 10 van 94 deelnemers.)
foto van Pexels.com
Jetlag
Het nare van een jetlag is dat je nooit weet hoe erg en op welke manier hij toe zal slaan. Dát je hem krijgt is zeker, maar soms valt het erg mee.
Je zou denken dat je lichaam went aan al die tijdsverschillen. Dit was al de derde keer dit jaar dat we uit Curaçao terugkwamen, dus ik ging er eigenlijk vanuit dat ik er deze keer vrij gemakkelijk doorheen zou komen en dan volop in de decemberdrukte kon springen.
Tja. Ik had het een beetje te positief ingeschat.
Het gekke is dat het juist erger werd naarmate we langer in Nederland waren. We kwamen op woensdag aan. De eerste dagen ging het redelijk, maar maandag was een ramp.
Echtgenoot sprong vrolijk zijn bed uit toen de wekker ging, maar ik trok de dekens over mijn hoofd en had het gevoel dat het nog midden in de nacht was. Ik deed heel rare dingen op een rotonde omdat ik er wel aan dacht te schakelen (op Curaçao reden we in een automaat) maar totaal vergat de koppeling in te trappen. In de praktijk zet je de auto dan in zijn vrij en verder gebeurt er weinig als je aan de pook trekt of het gas intrapt.
Voor ik wegging moest ik de pincode van de zakelijke pas opzoeken, want ik wist hem ineens niet meer, terwijl ik hem ‘s ochtends nog gebruikt had. En toen ik in de winkel stond, was ik het weer kwijt.
Gelukkig was het jongetje dat daar me hielp ook niet helemaal helder. Hij stelde voor het onderdeel dat niet leverbaar was te bestellen, thuis te laten bezorgen en vooruit te betalen. Dat leek mij ook de gemakkelijkste oplossing, dus ik zei ja. Waarna bleek dat hij helemaal niet wist hoe hij dat moest doen. En de collega die hem aanwijzingen gaf liep na iedere handeling naar achteren en moest dan opnieuw geroepen worden voor de volgende stap.
Je zou maar haast hebben.
En dat had ik, want mijn plan om rustig boodschappen en Sintinkopen te doen was door een spoedgeval bij een klant van echtgenoot veranderd in op de terugweg even snel een winkelcentrum induiken omdat ik toch wat onderdelen moest halen.
Maar gelukkig had ik een jetlag en was ik veel te slaperig om me daar echt over op te winden…
(foto van Pexels.com)
Hokjes
Het is in Punda altijd nét iets gezelliger als er een cruiseschip ligt. Ook drukker natuurlijk, maar we gaan ook niet naar de stad voor onze rust. We gaan naar de stad voor de gezelligheid. Om mensen te kijken. Dat vinden wij leuker dan aapjes kijken en bovendien hoef ik me bij mensen niet schuldig te voelen over opsluiten in hokken en dat soort nare dingen.
Hoewel… Eigenlijk ben ik natuurlijk wel steeds bezig mensen in hokjes te plaatsen. Niet fysiek, maar in het geestelijke.
Mannen met Hawaïhemden zijn vrijwel altijd Amerikaans. Vrouwen zijn lastiger te plaatsen, vrouwen uit Nederland, Duitsland en Amerika lijken allemaal op elkaar. Als er luidruchtig en onbeschoft om bier geroepen wordt zijn het helaas altijd (jonge) Nederlanders.
Ik kijk ook altijd uit naar de ervaren toerist. Die zie je niet vaak, want die hebben haast. Ze lopen in keurig gestreken bermuda’s met stralend schone t-shirts, van die verstandige sandalen en met een rugzakje op de rug. Ze lijken nooit last van de warmte te hebben en zijn altijd onderweg naar de volgende bezienswaardigheid. Ze staan nooit zomaar even stil bij een muurschildering of een bijna ingestort huis. Er zijn tenslotte veel belangrijker dingen te bezichtigen. Vinden zij. Ik vind dat jammer. Curaçao is geen museum, het is een levend eiland.
De onervaren toerist komt vaker voor. Steevast met een grote zonnehoed op, wat op zo’n winderig eiland helemaal niet handig is. Ze staan op kaartjes te turen, maar kunnen meestal niet plaatsen waar ze zijn en eindigen uiteindelijk op een terras. Als ze daar beginnen te klagen over de warmte zijn het vaak Canadezen.
‘Te warm, te vochtig,’ kreunde de man die naast ons op het terras zat. ‘Bij ons vriest het.’ Nee, ze waren de stad nog niet echt in geweest, want daarvoor was het ook te warm. Zijn vrouw en hij hadden het plan voor de rest van de middag al klaar: nog één biertje, dan naar het Casino en vervolgens terug naar het schip.
Ik heb ze aangeraden in februari terug te komen om het eiland echt te bekijken, dan is het koeler en minder vochtig. Want als je enige herinnering aan Curaçao is dat het te heet was om iets te doen, heb je toch echt iets gemist. Vind ik.
Waarmee ik mezelf definitief in het hokje ‘betweterige eilandkenner’ plaats. Maar ja, dat moet dan maar.






