Geertrude blogt

Menu
  • Contact
  • Over mij
  • Privacy
Menu

Koude douche

Geplaatst op 12/04/2018 door Geertrude Verweij

Ik stond uitgebreid onder een lauwe douche (na een paar dagen oppervlakkig poedelen wegens geen zin in koud water) en bedacht dat ik vanavond heerlijk schoon in mijn schone bed zou stappen. Want ik had die ochtend de lakens in een emmertje laten weken, vervolgens twee keer gespoeld in datzelfde emmertje (met schoon water natuurlijk), met de hand uitgewrongen en aan de lijn gehangen. Het was een winderige, maar gelukkig droge dag en die lakens waren, ondanks dat ik ze druipend ophing (mijn handen zijn niet zo sterk) al helemaal droog.

En toen ik dat bedacht had, realiseerde ik me dat luxe tegenwoordig behoorlijk onderschat wordt.

Inderdaad. Ik zeg onderschat. Niet overschat.

Onverwachte wending?

Dat is dus precies wat ik bedoel. Ik lees steeds vaker opgewonden tirades over hoe onnodig al onze electrische aparaten zijn en hoe geweldig het eenvoudige, simpele leven van onze voorouders moet zijn geweest. Meestal aangevuld met nog heftigere pleidoois voor zuinigheid en wèg van alles wat onze moderne beschaving kenmerkt.

Gedeeltelijk ben ik het daar wel mee eens. We slaan wel eens een beetje door tegenwoordig. Vooral smartphones vind ik enge dingen. Overal zijn apps voor en voor je het weet heb je zo’n ding ingebouwd in je lijf omdat je hem toch al altijd in je handen had. Brr.

Maar om nu zo lyrisch te doen over leven zonder enige luxe? Dat is weer de hele andere kant.
Ik heb me op Curaçao prima gered, dat is het probleem niet. Ik heb zes weken achter elkaar alles gewassen in dat emmertje. Als je voorgaande periodes in Curaçao en diverse kampeervakanties meetelt in totaal zelfs meer dan een jaar. Lauwe douches zijn ook echt niet slecht voor een mens en als je jezelf eenmaal zover hebt gekregen dat je er onder staat is het best lekker. Echt vreselijk missen deed ik mijn luxe aparaten in Nederland niet.

Maar om heel eerlijk te zijn was het toch wel heerlijk om in Nederland onder een warme douche te staan. Het was nog heerlijker om in mijn ligbad te stappen. En ik vind het toch wel erg prettig om mijn vuile was simpelweg in een machine te stoppen die het zware werk voor me doet.
Een boiler en een wasmachine staan toch wel heel hoog op het lijstje van dingen-die-we-gaan-kopen-als-we-definitief-op-Curaçao-zijn.
Want soms is die luxe gewoon gemakkelijk en is gemakkelijk gewoon fijn.

En ik geloof niet dat ik daar nou zoveel slechter van wordt, ondanks dat een groot deel van het internet (in ieder geval het deel waar ik meestal terechtkom) dat tegenwoordig beweert.

Ik vind trouwens dat deel van het internet bijzonder zuur de laatste tijd. Zuur en veroordelend. Vreselijk negatief over mensen die anders leven dan zij, terwijl ze zelf het idee hebben dat ze o zo goed bezig zijn. Ik begrijp op zich wel waar het vandaan komt. Als je kiest voor een alternatieve levensstijl, moet je jezelf heel vaak verdedigen. Maar het lijkt wel door te schieten naar de andere kant. Aanval is de beste verdediging, zeggen ze, maar daar ben ik het lang niet altijd mee eens. Het wordt er allemaal niet gezelliger op.
Ik reageer meestal gewoon niet op dat soort stukjes, want dat veroorzaakt alleen maar overloze discussies en daar ben ik geen held in.

Maar dit is wat ik zou willen zeggen, tegen al die minimalisten, consiminderaars, no-spenders, simpel levenden, mindfulle mensen en weet ik veel hoe ze zich zelf noemen:

Doe wat je wil.
Eet van maar een paar euro per week, donder al je overbodige spullen het huis uit en gooi de rest er achter er ook maar achter aan, koop een maand, een jaar of een decennium niets nieuws meer, maak en repareer alles altijd zelf, kook nooit uit pakjes, gebruik geen shampoo, koop alles tweedehands (alleen als je het écht nodig hebt natuurlijk), leef zoals men honderd, tweehonderd of zesduizend jaar geleden leefde, stop met werken, los je huis af, ga in een schuurtje wonen, bak je eigen brood, doe aan yoga, mediteer, sta om vier uur op, kweek je eigen groente, hou je eigen kippen, draag je kinderen in een draagzak en geef ze de borst tot ze naar de kleuterschool gaan…

Weet ik veel. Ik vind het allemaal prima. Van mij mag je. Van mij mag iedereen leven zoals hij of zij dat wil, zolang dat een ander niet schaadt.
Sterker nog, ik vind het fijn als je erover blogt, want dat soort dingen is leuk en vaak zelfs inspirerend om te lezen.

Maar alsjeblieft, laat mensen die het anders doen in hun waarde. Zo’n leuk en inspirerend stukje dat ineens heel naar gaat doen over mensen die wel werken, spullen kopen, van luxe houden en misschien iets minder gezond en duurzaam eten werkt op mij als een ijskoude douche. En dan niet van het soort waar je aan went.
Bovendien vind ik het jammer voor jezelf.
Want wat heb je aan al die prachtige denkbeelden over hoe het leven geleefd zou moeten worden, als je alleen maar neer kunt kijken op je even prachtige medemens die toevallig andere keuzes maakt in datzelfde leven?
Volgens mij mis je dan iets heel belangrijks…

{schrijftips} Taalfouten in je manuscript, is dat erg?

Geplaatst op 03/04/2018 door Geertrude Verweij

Goed, ik knal het er meteen maar even in: ja, dat is erg. Het staat onzorgvuldig en het is voor zowel uitgevers als lezers een reden om je manuscript niet te lezen.
Als taal je gereedschap is, moet je het wel op de juiste manier gebruiken. Anders ben je misschien best een leuke hobbyist, maar ver kom je er niet mee.

Even nuanceren

Ik ben geen taalpurist en ik ben ook niet van de taalpolitie. Iedereen maakt fouten. In ieder boek vind je uiteindelijk nog wel ergens een klein foutje, hoe zorgvuldig de schrijver en de redacteur(s) ook zijn geweest. Dat kan ook niet anders. Een boek is minstens 50.000 woorden. Als je een foutmarge van één promille neemt (wat in andere vakgebieden echt belachelijk laag zou zijn) staan er nog 50 foute woorden in, maar dat komt eigenlijk zelden voor. Gemiddeld zijn het er een stuk of tien.
Ik vind het dan ook meestal onnodig om dat soort foutjes te noemen in een recensie of boekbespreking, tenzij het boek echt uitzonderlijk slordig is geredigeerd.
Daar komt bij dat ik op discussievoerend internet sowieso te vaak zie dat mensen aangevallen worden op taalfouten, terwijl er niet ingegaan wordt op inhoudelijke zaken. Dat slaat simpelweg nergens op. Zolang het duidelijk is wat iemand bedoelt, moet je daar niet over zeuren, vind ik.

Maar toch…

Als je schrijver wilt worden (of zijn) is spelling wél belangrijk. Zoals ik hierboven al zei: taal is je gereedschap. Men mag verwachten dat je weet hoe je het moet gebruiken.
Voor een uitgever valt een manuscript met teveel opvallende spelfouten al direct af. Overigens niet alleen omdat het een slechte indruk geeft, maar ook omdat er dan extra redactie overheen moet. Dat kost tijd en dus geld. Die moeite neemt een uitgever niet, zeker niet voor een beginnende schrijver.
Als je je eigen boeken uitgeeft, sla je dat probleem over. Maar je hebt nog steeds te maken met die eerste indruk. En nu niet bij de tussenpersoon – de uitgever – maar bij de lezers. Juist de mensen die niet alleen veel lezen, maar ook daadwerkelijk boeken kopen (daar moet je het tenslotte van hebben), haken snel af als een eerste doorbladersessie al allerlei spelfouten aan het licht brengt. En aangezien je het zeker als zelf publicerend schrijver toch van de recensies moet hebben is het jammer als spelfouten het opvallendste aspect van je boek zijn, want dat zal zeer zeker genoemd worden in hun bespreking (zoals ik al zei, het wordt zelfs regelmatig onterecht als minpuntje aangemerkt).
Dit geldt dus ook voor inzendingen voor schrijfwedstrijden. Grote kans dat de jury niet verder kijkt dan de eerste slecht gespelde zinnen, hoe goed je verhaal verder ook is.

Dus: goed nakijken

1. Gebruik een spellchecker. Groot voordeel van de hedendaagse techniek. De ergste spelfouten haalt dat ding er voor je uit.

2. Lees je manuscript meerdere keren heel goed door en probeer woord voor woord te lezen, zodat je spelfouten niet over het hoofd ziet. Een goede tip is om het lettertype zo groot te zetten, dat je niet meer in het verhaal terecht komt, maar werkelijk de woorden leest. Ik heb ook weleens gehoord van redacteuren die begonnen op de laatste bladzijde en dan naar voren lazen. Doe ook niet alles tegelijk, want je wordt blind voor je eigen fouten. Steeds een paar bladzijden werkt beter.

2a. Maak een lijstje met je eigen valkuilen en gebruik de zoekfunctie van je tekstverwerker om daar extra op te controleren. Ik vergeet bijvoorbeeld nog weleens de t achter hij vindt en hij wordt. Dat controleer ik dus extra.

2b. Bij twijfel: opzoeken. www.woordenlijst.org heeft het groene boekje online staan. Op taaladvies.net kun je zoeken naar grammaticale en andere taalvraagstukken.

3. Vraag hulp. Zeker als spelling niet je sterkste kant is, maar eigenlijk geldt het voor iedereen. Je ziet sommige dingen gewoon niet. Ik laat mijn boeken altijd eerst lezen aan mijn dochters (waarvan er één Neerlandicus is en bovendien jarenlang redactiewerk gedaan heeft) en stuur mijn manuscript pas naar mijn redacteur als ik denk dat alle fouten eruit zijn. Bovendien ben ik behoorlijk goed in spellen (ik doe ook redactiewerk voor anderen). En dan krijg ik toch nog een lijst vergissingen terug…
Professionele hulp kost geld, maar als je goed wilt overkomen is dat het toch echt wel waard.

Ja maar, ik ben dyslectisch

Dat argument lees ik wel vaker. En doen bedoelt men dat spelfouten maar gewoon geaccepteerd moeten worden. Maar ik vind het een raar argument. Dyslectisch zijn is geen schande, absoluut niet. En het is ook geen reden om niet te schrijven. Ik ken dyslectische mensen die heel goed kunnen schrijven en het zou zonde zijn als hun verhalen nooit gelezen zouden worden.
Maar het is wel lastiger om er iets mee te doen voor dan voor iemand met een aangeboren gevoel voor spelling. Als je echt wilt schrijven (en publiceren) is het wel degelijk -hoe naar dat ook klinkt- een handicap. En dus zul je gebruik moeten maken van hulpmiddelen. Alles wat ik hierboven noemde, geldt dus ook voor iemand met dyslexie. Je wilt tenslotte dat mensen je boek waarderen om dat ze je verhaal goed vinden en niet omdat het knap is dat je ondanks je dyslexie zoveel woorden achter elkaar hebt getypt. Lijkt mij.

Samenvattend: Blijf realistisch, vergissen is menselijk, maar doe wel je best om zo min mogelijk fouten in je manuscript te laten zitten. Je kunt maar één keer een eerste indruk maken.

p.s.  Hulp nodig bij het nakijken van je manuscript, verhaal of scriptie? Mail me voor een prijsopgave.

Thuis

Geplaatst op 30/03/2018 door Geertrude Verweij

Ik droomde dat ik niet meer wist waar mijn thuis was. Het was een nare droom. Ik bleef zoeken, op Curaçao, in Nederland (in mijn droom kon ik een stuk gemakkelijker heen en weer reizen dan in het echt blijkbaar), maar ik kon het nergens vinden.
Toen ik wakker schrok voelde het alsof ik in een vreselijke nachtmerrie had gezeten. En dat was het eigenlijk ook. Maar toen keek ik om me heen en dacht “O, het was een droom. Ik ben gewoon thuis.”
Dat stelde me heel even gerust, maar daarna besefte ik dat we in ons kleine huurappartementje op Grote Berg waren en dat ik eigenlijk niet wist of dat nu wel thuis was. Want ons huisje in Nederland zat door mijn droom ook heel erg realistisch op mijn netvlies en dat is toch ook thuis.
Waarmee de nachtmerrie dus eigenlijk gewoon verder ging.

Tegenwoordig is het een trend om veel na te denken over het hele concept “thuis”. Allerlei Scandinavische termen zie ik voorbij komen. Ik volg het allemaal niet echt, maar voor zover ik het begrijp is het belangrijk dat de plek waar je woont met veel kussens, kaarsjes en andere knussigheid aangekleed wordt. Dan is het pas echt een thuis. Zegt men.
Ik weet het niet. Ik ben geen minimalist, maar volgens mij zit het thuisgevoel toch niet in spullen. Dat lijkt me niet logisch. Ben je je thuis kwijt als je spullen weg zijn? In sommige situaties misschien wel. Als je huis in één keer afbrandt, zal het best voelen alsof je thuis kwijt is. Maar als je een nieuwe bank neerzet omdat de andere totaal versleten was, lijkt het me onzin om te zeggen dat het thuisgevoel daardoor verandert.

“Home is where the heart is”, zeggen mensen die wat minder materialistisch zijn dan. Heb ik ook altijd gezegd. Maar daar heb ik ook niets aan. Want mijn hart is gespleten. Enerzijds is een heel groot deel  van mijn hart bij echtgenoot en het eiland waar we zo van houden, anderzijds hangt er toch ook nog wat rond in mijn geboorteland (ondanks alle nadelen zit Nederland me toch wel enigszins aan het hart gebakken) waar bovendien alle andere mensen waar ik van hou wonen.
Als ik puur op mijn hart afga, weet ik dus nog niet waar mijn thuis is. Dat is blijkbaar ook gespleten.

Misschien is dat het wel waar ik gewoon mee moet leren leven. Want dit eiland… Ik hou niet van hoogdravende woorden, maar echtgenoot zei: “Het eiland kruipt in je.” En dat zou wel eens heel goed uitgedrukt kunnen zijn. Er is geen enkele logische reden om te voelen wat ik hier voel. Ik kom hier niet vandaan, heb hier niet als kind gewoond, heb er in verhouding weinig tijd doorgebracht. En toch. Het klopt. Het zit ergens heel diep verankerd. We gingen hier in januari naar toe om te kijken of de droom nog leefde, na drie jaar niet geweest te zijn. We hadden allebei stiekem het idee dat het misschien gewoon zou tegenvallen. Dat zou gemakkelijk zijn geweest. Dan konden we gewoon doorleven en onze weg in Nederland gaan zoeken. Maar we hadden allebei dezelfde ervaring. We kwamen aan, reden de parkeerplaats van het vliegveld af en dachten: “Thuis.”

Toch denk ik, nee, weet ik uit ervaring, dat ik dat straks ook heb als we in Nederland landen. Hoe koud, grijs en donker het ook zal zijn, de achtergrond gedachte is “Thuis.”
Nu ik erover nadenk, dat gespleten gevoel is er altijd al. Want ik heb het ook in Gouda, waar we 10 jaar gewoond hebben, maar al 18 jaar niet meer wonen. Voelt nog steeds als thuis, zodra ik er binnenrijd. Mijn geboortedorp, waar ik al 28 jaar niet meer woon is vreselijk veranderd, maar sommige straatjes…. Thuis.
En Rotterdam. Als we het toch over onlogisch hebben. Nooit gewoond. Maar wel dat gevoel. Thuis. In Engeland had ik het trouwens ook, als kind al. En later in Australië weer.

Misschien maken we het wel veel te ingewikkeld met z’n allen. Heeft “thuis” niets te maken met een fysiek huis en de inrichting daarvan. En ook niet met wie er ook wonen of in ieder geval dichtbij. Het is fijn als de mensen waarvan je houdt dichtbij zijn, maar niet essentieel voor dat thuisgevoel. Dat merk ik bij onszelf en dat heb ik bij heel wat anderen ook gezien.

Misschien is thuis een oergevoel. Nog uit de tijd dat we in dierenhuiden rondwandelden en in grotten woonden. Toen trokken we tenslotte ook van de ene naar de andere plek. Misschien is dat gevoel van thuiszijn iets dat aangeeft dat je er wel een tijdje kunt blijven. Dat het er veilig is, dat je er fijn kunt leven, dat er mensen zijn die je kunt vertrouwen, dat het goed is om er te zijn. Zoiets.

Ik heb die nachtmerrie na die eerste keer nog twee keer gehad. Maar toen was ik er blijkbaar klaar mee ook. Daarna was dat gevoel van niet weten waar ik thuis was weg.
En nu ik het hier in dit stukje probeer uit te leggen, snap ik het ineens ook helemaal. Ik hoef niet te kiezen. Ik ben thuis op meerdere plekken tegelijk.
Dat is niet raar, dat is niet verkeerd. Dat kan gewoon. Daar hoef ik dus geen nachtmerries van te krijgen. Dat is eigenlijk juist heel goed. Want het maakt je leven wel een stuk gemakkelijker als je je thuisvoelt waar je op dat moment bent…

Lezen : op papier of digitaal?

Geplaatst op 28/03/2018 door Geertrude Verweij

Ik heb al jaren een e-reader, maar ik moet eerlijk toegeven dat ik hem vooral gebruikte als ik op reis was. Daarvoor is zo’n ding dan ook ideaal. Je hoeft niet meer te wikken en te wegen welke boeken je mee kunt nemen en welke niet. Ik vond dat altijd een ramp. Ik weet echt niet van te voren waar ik zin in heb. En ik kan ook nooit genoeg boeken meesjouwen. Nou ja, dat is niet helemaal waar. Sinds echtgenoot en ik samen op vakantie gaan (zonder kinderen dus) lees ik niet zoveel.

Uitkomst

Als ik daarentegen met hem mee ga als hij naar het buitenland moet voor werk, mag ik wel een extra koffer meenemen voor de hoeveelheid boeken die ik dan zou kunnen verwerken. Vaak komt het erop neer dat ik in zo’n periode meer tijd op internet doorbreng dan me lief is. En dan is een e-reader dus echt een uitkomst.
Meestal leen ik het maximaal toegestane aantal boeken van de bibliotheek (iedereen die lid is van de “echte” bibliotheek kan gratis e-boeken lenen op bibliotheek.nl) en natuurlijk kan ik er altijd meer downloaden.

Abonnement

Bol.com en Kobo hebben een abonnement waarmee je voor nog geen 10 euro per maand min of meer onbeperkt boeken kunt downloaden. Die mag je niet houden, maar dat hoeft ook niet. Ik heb dat abonnement nu ruim twee maanden en ik ben er razend enthousiast over. Het was even wennen, vooral met zoeken naar wát je dan wil lezen, maar nu ik heb ontdekt dat ze meer dan zevenhonderd “cozy mysteries” in de lijst hebben staan (wel in het Engels, maar dat deert me niet), ben ik óm. Daarnaast lees ik columns van Annie M.G. Schmidt, religieuze thrillers en eigenlijk alles wat ik tegenkom en wat me leuk lijkt. Echtgenoot leest ook via mijn account, want je mag het abonnement op vijf apparaten gebruiken. Voor ons werkt dat zelfs heel goed. Net als bij echte boeken zie ik af en toe iets staan waarvan ik weet dat hij het boeiend zal vinden. In de kringloop koop ik het voor hem, nu download ik het.

Illegaal

Even tussendoor: ja ik weet dat je gemakkelijk duizenden boeken gratis of voor bijna niets kunt downloaden. Iedereen kent wel iemand die “een stickie vol boeken” kan uitlenen. Maar dat is illegaal en bovendien broodroof. De schrijvers zien namelijk geen cent van wat er op die manier verspreid wordt. En aangezien ik zelf schrijver ben kan ik het niet maken om op die manier boeken te lezen. Die mogelijkheid neem ik dus niet mee in dit stukje.

Liever papier?

Thuis pak ik  meestal weer een gewoon papieren boek. Ik hou van de geur van boeken, van het gevoel van papier tussen mijn vingers, van het omslaan van bladzijden, van het gewicht in je handen. Hoewel… dat laatste doet me soms denken dat een e-boek ook handig zou zijn. Soms moet ik stoppen met lezen omdat ik mijn boek niet meer vast kan houden (artritis) en dat is toch jammer.
Ik hou ook van het fijne gevoel dat een volle boekenkast me geeft. Er is niets fijner dan er boeken bij zetten, of de planken reorganiseren. Ik zou dat toch ontzettend missen als ik alleen maar digitale boeken had. Toch zal ik daar de komende tijd aan moeten wennen, want ik ga geen container boeken naar Curaçao verschepen. Een paar heel geliefde boeken mogen er mee in de koffer, boeken waarvan ik het echt heel jammer zou vinden als ik ze niet meer had gaan voorlopig in de opslag, de rest moet weg. Maar daar denk ik nog maar even niet over na.

De toekomst

Ik denk dat digitaal wel degelijk de toekomst is. Die ontwikkeling hou je niet tegen. En het went snel. Ik betwijfelde eerst of het wel fijn zou zijn om alleen maar digitaal te lezen, maar na een paar weken was ik er al helemaal aan gewend en ik heb op Curaçao geen moment het gevoel gehad dat ik liever een normaal boek wilde hebben. Echtgenoot wel, maar die las op zijn telefoon en dat werkte toch niet heel prettig. Een e-reader leest een stuk gemakkelijker.
Trouwens, als er over een aantal jaren nergens meer echte boeken te koop zijn (men zegt dat het zo zal gaan, ik weet het niet) moet ik wel, wat ik er verder ook van vind. Want het belangrijkste vind ik toch het lezen zelf. Dat zou ik niet willen missen.

Mijn mening als schrijver

Als schrijver vind ik die ontwikkeling trouwens wel lastig. Want de overgang naar digitaal betekent een enorme verandering. Ik schreef hierboven al over illegaal kopiëren, maar dat is niet het enige probleem.

Wat ook meespeelt is dat het steeds gemakkelijker wordt om verhalen te publiceren. Vroeger moest je op de een of andere manier proberen op te vallen tussen de enorme stapel manuscripten die een uitgever ontvangt. Als er geen enkele uitgever brood zag in je werk, kon je het wel vergeten. Gepubliceerd worden betekende dus iets. Iemand die er verstand van had, vond je goed genoeg om er geld en energie in te steken.

Nu het steeds gemakkelijker wordt om te publiceren en het zelfs niet meer nodig is om geld uit te geven om het te laten drukken, wordt het aanbod steeds groter. Enerzijds goed, want het aanbod wordt ook gevarieerder. Anderzijds voor ons, “gevestigde” schrijvers, een vervelende ontwikkeling, want marketing en media aandacht worden steeds belangrijker. Het is niet meer voldoende om bij die uitgever als “goed” uit de stapel te komen, je moet steeds meer naar buiten treden. Mensen moeten je naam kennen, anders val je niet meer op in de grotemassa. Vroeger was het genoeg als je boek gedrukt was, dan kwam het meestal wel in bibliotheken en boekhandels terecht, maar met digitale boeken werkt het anders. Het kan dan wel eens meer om publiciteit gaan draaien dan om kwaliteit. En dat zou jammer zijn.

Toch denk ik niet dat het zin heeft om erover te piekeren. Verandering hoort nu eenmaal bij het leven. Zelf ben ik hard aan het nadenken over de ontwikkelingen in de boekenwereld en wat ik daar mee kan doen. Ik hoop dat ik nog een tijdje mag genieten van die groeiende rij echte, tastbare boeken boeken met mijn naam erop, maar ik wil ook kijken wat ik kan doen met e-boeken en digitaal aanbod.

Jullie mening

Ik ben dus ook wel benieuwd: hoe lezen jullie het liefst? Digitaal of papier? Van de (e-)bibliotheek of uit de winkel? En hoeveel zou je willen uitgeven aan boeken? Is die 10 euro per maand redelijk (dat betaal je tenslotte ook voor Netflix) of teveel?

Tussen twee werelden

Geplaatst op 23/03/2018 door Geertrude Verweij
 

Eén van mijn minder prettige eigenschappen is (vind ik zelf, hoor) dat ik slecht ben in langzame overgangen. Als ik iets besloten heb, moet het maar ineens gebeuren ook. En als iets nu eenmaal bijna voorbij is, ben ik er helemaal klaar mee.

Dat is lastig met vakanties, vooral als je met tent, camper of vouwwagen aan het trekken bent. Als ik eenmaal wég ben van mijn vakantiebestemming, wil ik liever naar huis ook. Na een heerlijke periode in Italië of Frankrijk de laatste nacht in Duitsland of België doorbrengen vind ik echt helemaal niets. In gedachten ben ik dan al thuis van alles aan het redderen en echt leuk is zo’n tussenhalte meestal niet (anders waren we dáár wel op vakantie gegaan). Je zit echt een beetje tussen twee werelden, het is vakantie, maar toch niet meer. Je bent bijna thuis, maar nog niet helemaal. Gelukkig heeft echtgenoot dezelfde instelling, maar of in één ruk naar huis rijden nu echt de juiste manier is om je vakantie af te sluiten weet ik niet. Het is trouwens ook niet altijd mogelijk.

Ik merk dat ik het nu ook weer heb. Tien weken Curaçao is lang, maar het is omgevlogen. Alleen deze laatste week… het schiet gewoon niet óp.

Natuurlijk hou ik mezelf voor dat ik er nog even van moet genieten. Van de hele dag buiten zijn, van blauwe luchten en zon en warmte, van zwemmen in de zee, luieren op het strand, eten op een terrasje, zonsondergangen en… nou ja, van alles. Want dat zullen we toch allemaal moeten missen, de komende maanden.
En ervan genieten doe ik ook, zo bewust mogelijk.

Maar ergens in mijn achterhoofd ben ik er nu wel klaar mee. Dat heeft er natuurlijk ook mee te maken dat er in Nederland een berg werk (huis afmaken en in de verkoop zetten, spullen uitzoeken, administratief gedoe) op ons ligt te wachten en dat we daarna weer terug mogen. Hoe eerder we beginnen met dat werk, hoe eerder we terug kunnen.

Maar het is ook gewoon dat karaktertrekje dat de kop weer opsteekt, dat realiseer ik me maar al te goed. Want dit is zo’n overgangsperiode. Net als België en Duitsland. Niet de plek waar ik wil zijn. Niet het één en ook niet het ander. We zijn nog op Curaçao, waar we eigenlijk gaan wonen, maar toch al aan het afscheid nemen. Ik leef weer tussen twee werelden. Mijn gedachten draaien voortdurend om het feit dat we nu nog hier zijn, maar ook bijna weg gaan.

Laatste keer op vrijdag naar Seaquarium Beach, laatste keer een hapje eten hier en een drankje daar. Echtgenoot moet er een korte broek bij hebben en drie rokjes is ook wat weinig voor mij, maar om nu nog kleren te gaan kopen is eigenlijk onzin. Ik wil een nieuw notitieboekje, maar thuis heb ik er nog drie, dus laat maar even. Ik heb nog wat eten in de vriezer, dat moet eigenlijk nog op, heb ik nog genoeg ontbijt voor de laatste paar dagen, hoe laat moeten we eigenlijk op het vliegveld zijn, wanneer leveren we de huurauto in, wie haalt ons op vanaf Schiphol, ga ik nog wassen of neem ik het mee naar Nederland, heb ik warme kleding voor als we aankomen… Enzovoort.

Het liefst zou ik nu direct de boel in de koffers gooien en op het vliegtuig stappen. Zonder al dat overgangsgedoe. Thuis eerst de dochters en de rest van de familie zien en knuffelen en dan lekker aan de gang met alles wat ik wil en moet doen. Maar dat kan nu eenmaal niet.

Dus geniet ik nog maar even van mijn benen in de zon, van misschien straks nog even naar het strand, van vanavond eten we Curaçaose worstjes en Curaçaose sla en Çuracaose komkommer. Met tomaten ergens anders vandaan, maar waar vandaan weet ik niet, want dat staat niet op het etiket. Het zou ook kunnen dat we toch nog even naar ons favoriete restaurantje gaan. Of zullen we dat morgen doen? Dat is echt de laatste dag, namelijk. Tenzij je dinsdag meerekent, want we gaan pas ‘s avonds weg en we zouden dus nog uitgebreid kunnen gaan lunchen. Morgen misschien toch nog even de lakens wassen? Straks in Nederland gooi ik het zó in de machine en hier moet het in een emmertje. Maar eigenlijk is dat ook gewoon best leuk en het scheelt toch werk in Nederland en daar heb ik genoeg te doen. Waar begin ik met de grote verhuis opruiming? Het kantoor? Ja, goed idee. Papierwerk uitzoeken, vernietigen wat weg mag, kantoor leegmaken, zodat echtgenoot de muren kan afwerken. En dan…

Ho stop! Ga ik weer!
Dat is toch erg? Of niet?

Weet je wat ik nu ineens bedenk? Misschien moet maar gewoon accepteren dat ik zo in elkaar zit. Tenslotte is het ook wel fijn dat ik in gedachten al onderweg naar huis ben. Dat ik ook best zin heb in de dingen die me daar te wachten staan. Dat maakt de overgang uiteindelijk ook wel gemakkelijker.

Zo ging het vroeger met die vakanties ook. Want meestal kwamen we toch op die camping in Duitsland of België terecht. Dat moest dan maar. We gooiden met de pet naar het campinghuishouden, want dat kón fijn nog even voor we weer in het gareel moesten. En als we dan eenmaal thuis waren, was het best fijn om te redderen en te rommelen en weer aan het werk te gaan, want daar hadden we al een dagje zin in.

Eigenlijk is het helemaal niet zo’n slechte karaktertrek als ik dacht toen ik aan dit stukje begon…

Botsautootjes in mijn hoofd

Geplaatst op 16/03/2018 door Geertrude Verweij

 Mijn hoofd is net een kermisattractie. Nee, dat kun je niet van buitenaf zien (gelukkig niet, dat moest er nog bijkomen). Maar van binnen is het net die kraam met botsautootjes. En dan niet midden op de dag, als vaders voorzichtig met hun allerjongste proberen botsingen te vermijden. Nee, meer zoals aan het eind van de avond als je nog geen centimeter kunt rijden zonder keihard geraakt te worden door mensen die – toegegeven, vrij logisch – het concept botsautootjes heel letterlijk nemen.

In mijn hoofd zijn het geen autootjes die botsen. Het zijn talen. Dat deden ze altijd al. Ik lees en schrijf Nederlands en Engels door elkaar en dat is weleens lastig. Als de ene taal in de voorgrond staat, kan ik me minder goed uitdrukken in de andere taal. En snel schakelen is niet altijd mogelijk. Maar goed, dat gaat al jaren goed, dus die botsingen was ik gewend. Maar nu probeer ik ook nog eens papiamentu te leren en daardoor botst het de hele dag door.

Papiamentu is geen gemakkelijke taal om te leren. Het is dan ook een taal die is samengesteld uit Afrikaanse talen en Portugees, gecombineerd met woorden uit het Spaans, Nederlands en Engels. En er schijnt ook nog een stukje restant van de oorspronkelijke bewoners van Midden-Amerika in te zitten (de Nederlandse Wikipedia heeft een uitgebreid stuk over de nog steeds niet helemaal duidelijke oorsprong van de taal).

Vooral die Nederlandse en Engelse woorden doen me de das om, want dan schakel ik dus terug naar één van die talen. Als ik beweer dat ik een sèntwich heb gegeten voor lùnch, wordt het bij mij een rommeltje in mijn hoofd, zeker als je daarbij een kòpi kòfi o te drinkt. Maar verder lijkt het dan weer totaal niet op Nederlands. Mi ta yama Geertrude. Kon ta bai? (Ik heet Geertrude. Hoe gaat het met u?)
Mi ke purba papia papiamentu (ik wil proberen papiaments te spreken) ma è ta difísil (maar het is moeilijk). Ik weet eigenlijk niet eens of dat laatste goed is, want bij “ma” botst het alweer. Dat klinkt te Nederlands.

Onze bovenbuurvrouw is lerares en probeert ons te helpen. Zij begroet ons dus standaard in het Papiaments. Maar meestal komt ze langslopen als we hard aan het werk zijn. En dan zeggen we automatisch “Goedemiddag” in plaats van  “Bon tardi”. Tja. Het zal wel wennen.

Ooit hoop ik zo goed te zijn in de taal dat ik een gesprek kan voeren. En in ieder geval zo goed dat ik kan verstaan hoeveel ik moet afrekenen in de supermarkt, in plaats van stiekem op het schermpje van de kassa (dat lang niet altijd goed leesbaar is) te turen of maar gewoon honderd gulden te geven in de hoop dat dat genoeg is.

Onze buurman links komt uit Columbia en zijn vrouw uit Venezuela. Met hen kan ik dus ook niet echt communiceren, want ik ken maar een paar woordjes Spaans en verder spreken ze alleen maar Papiamentu. We zeggen bon dia, bon tardi en bon nochi als we elkaar zien en daar blijft het bij.
Onze huisbaas is Italiaans. We communiceren in het Engels en dat gaat goed, maar zijn Spaans is beter. In zijn eigen taal kan ik alleen maar zeggen dat de lift het niet doet, want dat is het enige dat is blijven hangen van een paar weken Italiaanse les op de middelbare school. Onze bovenburen (de lerares en haar zoon) zijn Surinaams. Dat is een voordeel, want zij spreken dus Nederlands, hoewel de zoon al zo lang hier woont dat zijn Papiamentu beter is. De buren aan de andere kant zijn Curaçaos, maar spreken wel behoorlijk goed Nederlands. Met hen kan ik in ieder geval een beetje normaal praten, maar je merkt toch dat er af en toe iets niet helemaal overkomt als wij te snel en te uitgebreid in het Nederlands staan te kletsen.

Mi ke siña papiamentu. Ik wil papiaments leren. Echt.

Ik wou alleen dat het niet zo botste in mijn hoofd. Maar ik zou niet weten hoe ik dat in het papiaments moet zeggen…

Drie op donderdag :: Santa Martha

Geplaatst op 15/03/2018 door Geertrude Verweij

Een heerlijk ritje over bochtige wegen in de heuvels (bergen hebben we op Curaçao niet echt), langs prachtig uitzicht waar we niet stopten voor foto’s (vier jaar geleden wel), om uiteindelijk uit te komen bij een verlaten resort en een heerlijk strand waar we een tijdje fijn met de voeten in de branding stonden (zwemmen kon wel, maar daar hadden we even geen zin in).
Mijn idee van een perfecte zondagmiddag 😉

Kakkerlak

Geplaatst op 09/03/2018 door Geertrude Verweij

We hadden een kakkerlak. Zo’n echte, grote, enge bruine met voelsprieten en alles erop en eraan. Natuurlijk wisten we dat die hier leven en natuurlijk wisten we ook dat je nooit helemaal kunt voorkomen dat ze je huis binnenkomen (zelfs als je zoals ik bijna obsessief bezig bent met hygiënisch schoonmaken), maar het was toch even schrikken.

Vooral voor mij. Want natuurlijk was ik degene die hem eerst zag. En ik was al schrikkerig. Ik stond namelijk onder de douche en was me rotgeschrokken van een hagedis. Het was een heel klein, heel bleek hagedisje, dus ik kende hem, maar toch schrok ik daar niet minder door.

Dat ik hem kende kwam zo: een paar dagen geleden wilde ik de wc-pot schoonmaken. Ik goot een flinke scheut wc-reiniger in de pot, pakte de borstel en daar zat zo’n klein hagedisje op. Ik ben altijd geneigd het als baby-hagedisjes (aaaah) te beschouwen, maar het zijn gewoon mini-hagedissen, die niet per definitie schattig en jong zijn. Mijn eerste reactie was instinctief: eng beest, moet dood. Dus stak ik de borstel in de pot en trok door. Toen zwom er een heel schoon, heel bleek en eigenlijk toch wel schattig klein hagedisje in de pot. Waarop ik hem er met de borstel weer uitviste, de borstel in zijn houder neerzette en de hagedis verzocht te verdwijnen. Wat hij dus een paar dagen lang braaf gedaan had.

Maar nu zat hij ineens naast me, terwijl ik moed aan het verzamelen was om mijn warme hoofd onder de vrij koele douche te steken. Hij schrok net zo hard van mij (dacht waarschijnlijk dat ik hem nog een keer ging doorspoelen) en verdween gauw weer. Dus haalde ik een paar keer diep adem en ging door met douchen.

Ik had mijn haar net goed in de shampoo gezet en draaide me om toen ik de kakkerlak zag. Op de muur, vlak naast mijn hoofd.
Ik heb me ingehouden, met rustige bewegingen mijn haren uitgespoeld, ook nog even het zout van de rest van mijn lijf gespoten (maar wel met de handdouche, zo ver mogelijk bij de kakkerlak vandaan) en ben toen de douchecabine uitgestapt. Omdat we nu eenmaal in een mini-appartementje met een grote glazen voorpui wonen, kon ik niet poedelnaakt echtgenoot gaan inlichten over het Enge Beest (je weet nooit of er een buurman voorbijwandelt). Dus droogde ik me eerst nog af en kleedde me aan. Dat alles zonder mijn ogen van de kakkerlak af te halen natuurlijk, want je wil weten waar zo’n Eng Beest is.

Toen stapte ik de badkamer uit en zei tegen echtgenoot: “Beest. Kakkerlak. Grote kakkerlak.” De schrik had wel iets met mijn spraakvermogen gedaan, dat is duidelijk.
Echtgenoot ging kijken, maar zei schouderophalend: “ik zie niets.” Ja, dat dacht ik al. Want hij had zijn bril niet op en het Enge Beest zat inmiddels te schutkleuren op het bruine randje van het houten plafond. Dat zag ik wel, want ik had hem in de gaten gehouden. Bril opgezocht, gewezen en ja. Nu zag echtgenoot het ook.

We overwogen het Enge Beest dood te slaan, maar hoe? Vanaf zo’n randje zorg je er alleen maar voor dat zo’n beest gaat rennen en wie weet waar hij dan naar toe gaat. We hebben zo’n ervaring met een grote en bijzonder snelle spin. Dus besloten we het beest te laten zitten tot we de volgende ochtend een spuitbus gif konden kopen. Want dat werkt met spinnen meestal ook. Niet dat gif, wel het laten zitten. Voor spinnen gebruiken we meestal de stofzuiger, maar die hebben we hier niet.

Kakkerlakken zijn geen spinnen. Die blijven niet fijn in een hoekje zitten om een web te bouwen. Dus toen echtgenoot een paar uur later even uit bed stapte om een slokje water te drinken, bleek de kakkerlak inmiddels door de huiskamer en de keuken en dus bijna door de slaapkamer (want we wonen in een éénkamerstudio) te wandelen.

Toen konden we niet meer slapen. Uiteindelijk kwam ik tot de briljante conclusie dat het beest misschien ook gewoon naar buiten wilde. Dus kleedden we ons aan en zetten de buitendeur open. De kakkerlak wou toch niet naar buiten (het regende). Dus hebben we hem een handje geholpen met de bezem. Dat lukte pas na even aandringen en een epische achtervolging door het hele (gelukkig niet zo grote) apartement. Waarna we nog maar even wat gingen drinken op ons terras, want de adrenaline gierde door ons lijf. Niet dat we rustig zaten op dat terras. Ik bleef kijken of het Enge Beest niet alweer op de terugweg was.

Maar dat viel mee. Die avond tenminste. De volgende dag zat hij (of een familielid, dat kan natuurljk ook) weer in de badkamer. Maar toen had ik inmiddels die spuitbus gekocht. Helemaal blij ben ik daar niet mee, want het is een naar spulletje. Maar het werkt in ieder geval sneller dan die bezem. En blijkbaar was het afdoende, want daarna heb ik geen kakkerlak meer gezien. Behalve in mijn nachtmerries dan.

::  ::  ::  ::  ::  ::  ::  ::  ::  ::  ::  ::  ::  ::  ::  ::  :: 

p.s.-  update (voor wie zich zorgen maakt over onze hygiène en/of ons gebruik van nare spuitbussen): een paar dagen later bleek dat de sceptic tank/beerput (ik ben er nog niet achter wat we nu precies hebben) vol was en dat dáár de kakkerlakken (niet alleen bij ons) vandaan kwamen. Sinds het ding leeggepompt is hebben we er geen last meer van gehad.

p.s. 2 – Ik dacht slim te zijn en bij dit stukje een link naar die spuitbus toe te voegen, maar die hebben ze blijkbaar niet in Nederland. Of dit goedje van HG net zo goed werkt, weet ik niet, maar HG doet eigenlijk altijd wel wat het belooft.
Douchen doe ik met dit spul van Kneipp. Daar schrikken kakkerlakken niet van, maar het ruikt wel erg lekker, zeker als je je daarna insmeert met de bijpassende bodylotion.

(deze post bevat één of meerdere affiliatelinks, kijk hier voor meer informatie daarover)

Het E-woord

Geplaatst op 20/02/2018 door Geertrude Verweij

De kogel is door de kerk, de knoop is doorgehakt, de beslissing genomen. We gaan het doen en we vertellen het aan iedereen die het weten moet. Tenminste, we… Echtgenoot vertelt het. Hij noemt het beestje bij de naam ook (om nog maar eens een spreekwoord er tussen door te gooien, ik was tenslotte al lekker op gang). Ik niet.
Ik kan het e-woord niet uit uit mijn strot krijgen. Mijn manier om onze plannen te verwoorden is omslachtig: we gaan in ieder geval twee jaar op Curaçao wonen en dan kijken we verder.
Dat klinkt minder definitief, maar het is natuurlijk gewoon e… e… Ergens anders gaan wonen. Ahem.
Je zou bijna denken dat ik niet wil. Maar dan zouden we niet gaan, zo simpel is het. Zo’n beslissing neem je met z’n tweeën. Zeker in ons geval, want echtgenoot met zijn IT-bedrijf kan overal vandaan werken en dus overal wonen en datzelfde geldt voor mijn schrijfwerk. We hoeven dus niet voor werk te verhuizen en daar gaat het ook niet om.
Waarom dan wel? Verschillende factoren natuurlijk. Niets is simpel en rechtlijnig in het leven.
Het klimaat speelt een belangrijke rol. Terwijl ik dit schrijf (op Curaçao) bereid ik me voor op een vlucht naar binnen, want het regent hier best regelmatig. Als het gaat regenen, begint het te waaien en dan wil ik een vestje aan. Want op zo’n moment is het maar een graad of vierentwintig en dat voelt fris. De airco staat ‘s nachts op zevenentwintig en dat vind ik zo koud dat ik er een dekentje bij gekocht heb. Ja, die warmte staat me wel aan. Zelfs in september, als het hier echt bloedverziekend heet is.
En verder? Ik ben een nuchter mens. Lyrische lofzangen over de geweldige mensen, de heerlijke sfeer en de passie voor het eiland zul je van mij niet horen. Zo is het misschien wel, maar het klinkt allemaal zo overdreven.
Ik voel me hier thuis. Dat is het punt. In Nederland heb ik steeds vaker het gevoel dat ik van een vreemde planeet kom, dat iedereen dat weet én dat iedereen daar wat over te zeggen heeft.
Hier voel ik me hier gewoon één van de vele totaal verschillende mensen die hier allemaal samenleven.
Niet dat ze hier zo wonderlijk lief en verdraagzaam zijn, hoor. Dat niet. Je moet het je niet al te ideaal voorstellen allemaal. Ook op Curaçao wonen gewone mensen met gewone en niet altijd positieve karaktereigenschappen.
Wat ik zo fijn vind is eigenlijk meer een soort onverschilligheid. Niet het Hollandse “doe maar gewoon, dan doe je al gek genoeg”, maar “van mij mag je gek doen, als ik er maar geen last van heb”. En dat bevalt me wel.
Misschien is dat wel de belangrijkste reden om hierheen te willen… e… e…
Emigreren.

Bon Siman!

Geplaatst op 19/02/2018 door Geertrude Verweij

“Bon siman” zeggen ze hier op maandag. Soms ook al op zondag, dat is – denk ik – afhankelijk van wanneer je vindt dat de week begint. Of misschien ook wel heel simpel gebaseerd op de vraag of je iemand op zondag of maandag voor het eerst ziet.
Het betekent “goede week” en ik vind dat een fijne gewoonte. Zoveel beter dan de “ik-haat-maandagen”-houding die tegenwoordig overal normaal lijkt te worden.
Ik hou wel van maandagen. Een verse week, nog helemaal open. Op maandag kijk ik terug op een fijn weekend (meestal wel in ieder geval) en kan ik nog geloven dat alles wat ik van plan ben de komende week ook zal lukken.

Weekend

Ons weekend begon met ons vaste bezoekje aan Seaquarium beach, waar we een patatje aten en een paar drankjes namen bij Wet &Wild, terwijl we de zon in de zee zagen zakken.
Zaterdag hebben we lekker gewerkt. Het klinkt raar om blij te zijn dat je gewerkt hebt in het weekend, maar in dit geval was het een keuze, geen druk van buitenaf. En dan voelt het als gekregen tijd. Dingen af kunnen werken of uit kunnen zoeken waar je doordeweeks moeilijk tijd voor kunt maken.
Echtgenoot verdiepte zich in een andere programmeertaal dan die hij normaal gebruikt en ik werkte afwisselend aan mijn blog en aan mijn boek.
Ja. Dat lezen jullie goed. Na maanden worstelen met een schrijfblokkade, lukt het ineens weer. Eigenlijk durf ik het niet zwart op wit te zetten uit angst dat het weer verdwijnt, maar het is echt zo. Ik schreef een paar duizend woorden aan een manuscript dat al bijna een jaar stil ligt en weet ook hoe ik verder moet gaan. Sterker nog, ik kan niet wachten tot ik tijd heb om verder te gaan en het zou zomaar kunnen dat ik stiekem wat dingen ga laten zitten zodat ik meer tijd heb om te schrijven.

Deze week

:: huishouden

Mijn plannen voor deze week zijn niet heel heftig, dat scheelt. Het huishouden hier is vrij eenvoudig en maandelijkse klussen heb ik niet. Op maandag werk ik wel de wekelijkse klussen af. Dat is ook niet heel veel werk: badkamer poetsen, keuken soppen, bed verschonen. Alleen dat laatste kost meer tijd dan je zou denken, want ik heb nog geen wasmachine. Ik was dus in een emmertje. Maar dat gaat best. Het zijn heel lichte lakens, die goed te hanteren zijn, ook als ze nat zijn. En in de warmte en de wind hier zijn ze zo droog, ook als ik ze alleen maar uitwring. Dat laatste is dan meteen goede training voor mijn armspieren. Ik heb geen sportschool nodig 😉

:: werk

Op dinsdag ga ik de boekhoudingen bijwerken en eens kijken of ik de vennootschapbelasting van onze BV’s al mag aangeven. Ik heb wel mail gehad van de belastingdienst dat het binnenkort moet gebeuren, maar dat zegt over het algemeen nog niet dat het al kan. Ik krijg ook wel eens post die volgens de datum pas een week later verstuurd is. Het blijft lachen met de belastingdienst. Als ik die aangiftes nog niet kan doen, heb ik nog wat uitzoekwerk, maar dat zou kunnen wachten tot mijn schrijfbubbel uitgewoed is… Die aangiftes trouwens ook, nu ik erover nadenk.

:: boodschappen

Ik moet deze week wel echt uitgebreid boodschappen doen, want mijn voorraadje begint nu toch wel erg minimaal te worden. Sinds we verhuisd zijn naar een appartement dichter bij de stad, probeer ik die voorraad wat kleiner te houden. Ik kan immers vrij simpel naar de supermarkt rijden (er zit een chinese supermarkt op een paar minuten hier vandaan en een paar hele grote op een kwartiertje afstand). Bovendien heb ik hier niet zoveel kastruimte en een kleinere vriezer, dus ik kan simpelweg minder kwijt. Maar we moeten natuurlijk wel kunnen eten.

:: schrijven

Verder ligt de week helemaal open. Ik heb al wat blogjes in het klad staan voor de komende dagen, dus daar hoef ik niet veel meer aan te doen. Ik wil mijn archief terugzetten en opruimen, maar dat kan tussen de bedrijven door (ik hoop alleen dat de rss-feed er niet van op hol slaat). Ook moet ik nog wat kapotte verwijzingen (dat krijg je met al dat heen en weer verhuizen) repareren. En o ja, ik wilde dat patroon nog vertalen… De blog to-do lijst is alweer lang zat.
Want verder wil ik dus aan mijn boek werken. Daar heb ik het meeste zin in. Misschien ben ik aan het eind van de week wel zover dat ik er iets over durf te vertellen…

:: breien en lezen

Als je dit zo leest, lijkt het wel of ik alleen maar aan het werk ben, maar dat valt mee, hoor. Tussen de bedrijven door brei ik ijverig aan de achtste muts. En ondertussen (soms zelfs tegelijkertijd) lees ik ook nog wel eens een boek. Ik ben op dit moment bezig met “One for the money” van Janet Evanovich. Ondanks de titel is het een Nederlandstalige versie. Helaas is de rest van de serie niet via het Kobo Plus abonnement te lezen. Hierna wil ik dit boek dat zich af speelt op Curaçao in de tijd van de slavernij gaan lezen, maar ik hoop dat het niet té heftig is. Voor de broodnodige afwisseling lees ik tussendoor af en toe een column van Annie M.G. Schmidt. Heerlijk! Heel anders dan Maria Oomkens (want Annie is feministischer en opstandiger), maar ik vind ze net zo leuk.

Genoeg te doen dus. Aan het werk! (als jullie dit lezen is het bij ons nog ochtend).
Een heel fijne week gewenst!

Wat zijn jouw plannen voor deze week?

  • Previous
  • 1
  • …
  • 14
  • 15
  • 16
  • 17
  • 18
  • 19
  • 20
  • …
  • 48
  • Next

Welkom!

Ik ben Geertrude, echtgenote van 1, (schoon)moeder van 5 en oma van 2.
Ik ben boekhouder, redacteur en schrijfster van beroep en hou van lezen, fotograferen, breien, naaien, tuinieren, kruidengeneeskunde en nog veel meer.
Hier schrijf ik over alles wat me bezighoudt en soms ook over mijn pogingen eens wat rustiger aan te doen.
Meer over mij vind je hier.

Archief

© 2026 Geertrude blogt | Aangedreven door Minimalist Blog WordPress thema