Geertrude blogt

Menu
  • Contact
  • Over mij
  • Privacy
Menu

Breien kan best spannend zijn

Geplaatst op 09/12/202508/12/2025 door Geertrude

Ik denk dat alleen ervaren breisters begrijpen wat bovenstaande foto betekent….
Voor alle anderen: dit is het teken dat iemand iets probeert te breien van een restje garen en niet zeker weet of ze wel genoeg heeft.
Ik was een broekje voor baby T. aan het breien en dit was het restant toen ik nog aan de pijpjes moest beginnen. Met andere woorden: ik had 13 gram per pijpje over en geen idee of dat genoeg zou zijn

Eén pijpje gedaan. En…

Precies genoeg over!

Tenminste… Op dat moment realiseerde ik me dat ik ook nog een koordje moest breien. Maar gelukkig zat er onderin mijn mand met restjes toch nog een klein beetje van datzelfde groene garen.

En uiteindelijk had ik dit nog over.

Pff… breien saai? Dat ligt er maar aan. Dit was toch echt een soort van spannend. En grappig, want ik ging steeds sneller breien. Alsof je op die manier voorkomt dat het opraakt. Ik weet dat het onzin is, maar toch doe ik het altijd (ja, dit overkomt me vaker).

O wacht, nu willen jullie het eindresultaat natuurlijk ook graag zien.

Zo schattig!

Het koordje heb ik uiteindelijk toch weggelaten; het leek me niet comfortabel en was ook net nodig voor zo’n heel klein maatje. Het patroon komt uit Elizabeth Zimmermann’s Knitter’s Almanac.

p.s. Kleinzoon T. is afgelopen zaterdag geboren.

Zomaar wat foto’s 4

Geplaatst op 05/12/202505/12/2025 door Geertrude

Hier moest ik om lachen… Vrachtwagentje van de Albert Heijn. “Je kunt ons best om een boodschap sturen.” En dan halen ze die bij de ALDI?

Ik zag een rood-met-witte-stippen-paddestoel. Deze keer was ik Spillebeen voor; hij was nog heel (ik heb verder alleen steeltjes gezien).

Ik probeer regelmatig te gaan wandelen in het bos, maar ik heb wat moeite met de kou en het gebrek aan licht. Zondag scheen de zon. Dat gaf een heel ander beeld.

close up shot of a chocolate

Een ontmoeting in het donker

Geplaatst op 03/12/202502/12/2025 door Geertrude

Vrijdagavond reed ik op een donker bosweggetje richting de camping. Ik wist dat er een donkerblauw busje voor mij reed. Eigenlijk had ik ze zelfs voor laten gaan, want meestal rijden mensen daar veel harder dan ik. Inhalen kan er niet, en ik heb een hekel aan mensen die achter me zitten te haasten.

Ik reed dus achter het busje aan en hield zoveel mogelijk afstand, zodat ik mijn grootlicht aan kon laten staan. We hebben ooit bijna een wild zwijn aangereden op dat weggetje, dus ik zie graag wat er aan de rand van het bos gebeurt.

Het busje ging echter steeds langzamer rijden en uiteindelijk stopten ze op een plek waar ik er echt niet langs kon. Vervolgens gingen de deuren open en stapten er meerdere mannen uit.

Ja, best eng. Ik bleef kalm. Maar ook heel voorzichtig. Zelfs toen ik zag dat ze verkleed waren als Sint en Pieten, want dat zegt niets tegenwoordig.

Ze klopten op mijn raam en ik deed hem op een heel klein kiertje open zodat ze hun handen niet naar binnen konden steken (de deur zit als de motor draait automatisch op slot tot je hem van binnenuit opent). Of ik mijn grootlicht uit wilde doen, want de Stuurpiet had er last van. Op die afstand? Daar heb je de nachtstand op je spiegel voor, volgens mij. Op Curaçao rijden we ook regelmatig op donkere wegen en ik heb alleen last van grootlicht bij tegenliggers, nooit van mensen achter me.

Maar ach, vooruit. Geen probleem. Een van de pieten probeerde nog wat kruidnoten door de kier te wurmen, maar ik zei dat ik niet tegen gluten kon. Dat was niet waar; eigenlijk zijn de gluten in kruidnootjes zowat het enige waar ik wél tegen kan, maar het is eenvoudiger dan uitleggen dat melk en suiker een probleem vormen. Bovendien was er geen haar op mijn hoofd die eraan dacht dat raam verder open te doen, want ik vertrouwde het nog steeds niet helemaal.

Vijf minuten later draaiden ze voor me uit het parkeerterrein bij de camping op. Daar concludeerde ik dat de Stuurpiet niet heel goed kon rijden met die bus, want achteruit steken (de slagboom ging niet open zonder kaartje – duh!) en parkeren was erg lastig voor hem. Het duurde even, want toen hij eindelijk stond, konden de andere Pieten er niet meer uit en dus moest hij weer naar voren. Inmiddels durfde ik te ontspannen, want een van die andere Pieten was zo’n twaalf jaar oud en hadden blonde vlechten. En er waren er nog een paar van die leeftijd bij.

De man in de auto achter mij (die zijn grootlicht gewoon aanhield toen hij dichterbij kwam) werd ongeduldig. Ik niet, maar ik was wel blij toen ze eindelijk aan de kant gingen en ik met mijn kaartje het terrein op kon. Ze vroegen nog of ze niet achter me aan konden rijden, maar toen ik zei dat je ook een kaartje nodig had om eráf te komen, gingen ze toch maar lopen. Ik denk dat ze naar een bijeenkomst in de feestzaal midden op de camping moesten; het parkeerterrein stond ook erg vol. Het was niet heel goed geregeld allemaal.

Maar als ik die lui ooit nog zie, zal ik ze vertellen dat ze dat nóóit meer moeten doen; een vrouw alleen tegenhouden op een smal, onverlicht bosweggetje. Ik was niet echt bang, maar achteraf gezien was het niet gek geweest als ik de politie had gebeld, of met pepperspray aan de gang was gegaan…

    Gelezen: Het boek der Deuren

    Geplaatst op 02/12/202501/12/2025 door Geertrude

    Ruim een jaar geleden begon ik optimistisch met een apart blog over boeken. Dat was de derde keer al, dus ik had moeten weten dat ik het uiteindelijk helemaal niet fijn vind om op die manier met lezen bezig te zijn. Want het begint meestal met een reeks recensies van boeken waar ik heel enthousiast over ben. En hoe gemakkelijk is het om lijstjes te delen van welke boeken je allemaal gelezen hebt? O, en af en toe een gezellig kletspraatje over boeken, foto’s van de boekenkast of een “haul”. Simpel. Zelfs nu ik dit schrijf, denk ik: “Waarom doe ik dat eigenlijk niet?”

    Omdat het niet leuk is.

    Lezen is voor mij een ontsnapping aan de werkelijkheid. Even helemaal weg, even helemaal los van alles wat er speelt in het echte leven. Dat moet je dus niet combineren met de noodzaak om notities te maken, beoordelingen te schrijven, vooruit te denken (ik heb vorig jaar in oktober 15 kerstboeken gelezen – bleh!) en je af te vragen of wat je leest wel interessant genoeg is om over te schrijven.
    Bovendien is recensies schrijven ook niet gemakkelijk. Want hoe doe je dat met spoilers?
    Ik ben destijds begonnen met het kopiëren van de tekst die ook bij bol.com staat (die staat meestal ook achterop de papieren versie van het boek) en voegde daar dan aan toe dat ik het een goed boek vond. Maar waarom ik het goed vond, was dan vaak weer lastig uit te leggen, want sommige mensen (ik heb ze in de familie 😉 ) vinden echt elke verwijzing naar wat er in het verhaal gebeurt een spoiler. Gewoon spontaan een stukje schrijven over een leuk boek was er op deze manier niet meer bij.
    Uiteindelijk kon ik er de energie niet meer voor opbrengen. Het leesblog staat al bijna een jaar stil en ik denk erover om het helemaal weg te halen.

    Maar af en toe lees ik een boek waarvan ik denk: “dat wil ik met andere mensen delen.” En dan vind ik het dus toch jammer dat ik dat leesblog niet meer heb. Maar ja, zie boven.
    Gisteren dacht ik ineens: “Ik zet het gewoon op mijn normale blog.” Want dan mág ik over boeken schrijven, maar het hóeft niet. Dan blijft het (hopelijk) leuk.

    En dat is een heel lange inleiding om te vertellen dat ik “Het boek der Deuren” van Gareth Brown gelezen heb.

    Samenvatting (die van bol.com dus):

    De New Yorkse boekverkoper Cassie Andrews leidt een nietsvermoedend leven totdat een van haar trouwste klanten plotseling overlijdt in haar boekwinkel. In zijn handen vindt Cassie een boek met een bijzondere boodschap op de eerste bladzijde: Dit is het Boek der deuren. Hou het in je hand en elke deur is iedere deur. Diezelfde avond stapt ze door haar slaapkamerdeur naar Venetië en weer terug in een oogwenk. Het is het begin van een avontuur als geen ander. Maar wat Cassie dan nog niet weet is dat er andere magische boeken zijn. Boeken die zowel prachtige als monsterlijke dingen kunnen doen. Samen met haar huisgenoot Izzy wordt Cassie plotseling geconfronteerd met een wereld vol geweld en gevaar. En de enige persoon die hen kan helpen, Drummond Fox, de man die in het bezit is van een geheime bibliotheek vol magische boeken, is op de vlucht voor zijn eigen demonen. Er is een kwaad op pad, vastbesloten alle boeken in handen te krijgen. En Cassies boek is een boek om voor te sterven…

    Ik had al op “downloaden”(ik heb een Kobo Plus abonnement) gedrukt bij het woord “boekverkoper”. Altijd een leuk uitgangspunt, hoewel het de laatste tijd wel erg uitgemolken wordt – maar dat is een heel ander onderwerp. En ik hou ook wel van een tikje magie in mijn boeken.

    Als ik eerlijk ben, kwam het boek een beetje traag op gang. Ik vroeg me zelfs af of het niet meer in de categorie Young Adult, of zelfs jeugdverhalen zou vallen. Niet dat daar iets mis mee is overigens, die lees ik ook regelmatig. Maar toen het eenmaal op gang kwam… oef! Dit boek is zeker niet geschikt voor jonge kinderen. Niet vanwege “intieme scenes” (die zitten er niet in), maar het genoemde geweld is – volgens mij – niet geschikt voor gevoelige zieltjes.
    Dit gevoelige zieltje moest zich er zelfs even overheen zetten voor ze verder kon lezen. Toch is het geen geweld om het geweld, zoals in sommige thrillers en horrorverhalen. Het klopt binnen het verhaal, maar het kwam voor mij onverwacht (en op het verkeerde moment). Toen ik dat eenmaal had geaccepteerd, heb ik het boek achter elkaar uitgelezen.
    Ik ben nu blij dat ik het niet heb opgegeven, want het is een heel knap geschreven boek. Ook daarom is het echt geen YA. Dit is geen simpel rechtlijnig verhaaltje; de verhaallijnen worden steeds ingewikkelder. Maar dat kan ik niet uitleggen zonder spoilers 😉

    Aanrader dus. Voor mensen die houden van boeken met een dosis magie en fantasy die zich wel in de normale wereld afspelen, voor mensen die wel wat ingewikkelders dan YA aankunnen en voor mensen die houden van boeken die je aan het denken zetten.

    Als schrijver (en redacteur) heb ik bewondering voor de knappe manier waarop uiteindelijk alle draadjes in het verhaal samenkomen.

    Eén kanttekening nog (hier spreekt de redacteur in mij): vooral in het begin vond ik het taalgebruik wat stroef en ik vraag me af of dat aan de vertaling ligt. Ik zou dit boek graag herlezen in het Engels.

    Zomaar wat foto’s 3

    Geplaatst op 28/11/202527/11/2025 door Geertrude

    Deze week is gesplitst in twee delen. Net als ik. Dat is hoe een jetlag voelt – voor mij dan. Alsof een deel van mij nog daar is. Het duurt altijd een week voor ik weer heel ben.

    Op Curaçao:

    Een groot contrast met Nederland (we zitten op de Veluwe):

    Ik maakte een wandeling door het bos en zag paddestoelen. Dat is lang geleden. Meestal zijn we pas half december in Nederland en dan is het (nog) koud(er) en erg druk, dus kom ik meestal niet aan wandelen toe.

    Veilig geland

    Geplaatst op 27/11/202526/11/2025 door Geertrude

    Dat appen we altijd naar de kinderen als we na een vlucht naar Nederland of Curaçao op Schiphol of Hato aangekomen zijn. Veilig geland. Ook als het midden in de nacht is. “Niet dat we ons echt zorgen maken, maar toch…” zei een dochter toen we het een keer vergeten waren.

    Maandagochtend landden we op Schiphol. Je zou denken dat we ons daar, dat na al die jaren heen en weer reizen niet zo druk meer om maken. Maar het liep allemaal niet zo soepel als we hoopten. Het Venezuela-probleem leek uit de hand te gaan lopen en we maakten ons zorgen of onze vlucht wel door zou gaan. Zeker toen het toestel veel te laat uit Nederland vertrok. Maar uiteindelijk ging het ding toch weg en kregen wij de melding dat we een uur vertraging zouden hebben.

    We hadden de taxi naar het vliegveld om vijf uur besteld. Dat was niet heel ruim berekend, maar we vliegen met alleen handbagage, dus we hoeven niet in de rij om koffers af te geven. Bovendien is het zondagmiddag om vijf uur niet druk op de weg.

    Helaas had de taxi een lekke band. De chauffeur appte opgewekt dat we toch een uur vertraging hadden (we geven altijd ons vluchtnummer door), dus dat kwam helemaal goed. Ja, in theorie wel, maar zondagmiddag zes uur is chaos op de weg aan onze kant van het eiland. De zon gaat rond die tijd onder en dat is het sein om vanaf de stranden en weekendhuizen terug naar de stad te gaan. De rit is dan toch wat langer dan normaal.
    Maar goed, uiteindelijk waren we nog ruim op tijd, schoven we net voor een buslading hotelgasten door de douane en zaten wij al aan ons (belachelijk dure) patatje toen de rij bij het buffet begon te groeien.

    De vlucht… tja. Lang. Achtenhalf uur. Een nachtvlucht, maar veel slapen lukt meestal niet, al probeer ik dat wel. Eerst een film, dan de ogen dicht. Ik had even een nostalgisch momentje met “The Parent Trap” (die met Lindsay Lohan uit 1998). Dat was vroeger een van de lievelingsfilms van onze meiden. We hadden hem opgenomen van televisie op een videoband en ze keken er regelmatig naar. Ik herinnerde me vooral het laatste deel, maar het was leuk hem weer eens te zien. Ik kijk vaak jeugd- of kinderfilms in het vliegtuig. Lekker ontspannen, zonder heftig gedoe (ik vind vliegen op zich al heftig genoeg).

    Ik moet ergens geslapen hebben, want de stap van “we zijn op de helft” naar “nog minder dan 2 uur” was vrij kort.
    Dochter D. stond ons al op te wachten. Dochter E. was graag – met de kleinzoon – meegegaan om ons op te halen, maar de kleinzoon had een pijntje en een huilmomentje. Toen dat over was, appte ze of we nog bij D. waren. Nee, we waren nog onderweg en besloten toen spontaan met z’n drieën bij E. koffie te gaan drinken. Dat liep uit op een lunch en uiteindelijk waren we om half vier pas bij het vakantiehuisje.

    We hebben het huisje (een chaletje op huurgrond) nu vier jaar en wat is dat heerlijk! Bij het boeken al, want het viel die eerste jaren niet mee om “betaalbare plek in het vliegtuig” en “beschikbaar niet al te duur huisje dat niet in Zuid-Limburg of Noord-Groningen ligt” samen te laten vallen. En dan elke keer een ander plek, met andere spullen, andere verhuurders met andere regels en een andere omgeving met andere winkels… Leuk voor vakantie, maar niet in onze situatie.

    Nu rijden we op de automatische piloot naar de camping, maken een tussenstop bij de supermarkt die min of meer op de route ligt en weten we in ons huisje alles blindelings te vinden. Thermostaat omhoog, pantoffels aan de voeten, ketel op het vuur voor een soepje en koffie… Het is allemaal routine. Onze warme kleding hangt allemaal hier, zodat we allebei alleen maar een laptoptas mee hoeven nemen in het vliegtuig.

    Het huisje staat voor ons klaar en het voelt toch een beetje als thuiskomen.

    “Ja”, dacht ik deze keer toen ik me – met mijn beker hete soep – onder een dekentje op de bank nestelde. “Veilig geland.”

    Een blik vol knopen

    Geplaatst op 25/11/202526/11/2025 door Geertrude

    Dit oude koffieblik was ooit van mijn grootouders, maar is nu al bijna een halve eeuw in mijn bezit. Als kind bewaarde ik er mijn knikkers in. Vooral de mooie, die waar ik niet mee knikkerde (want ik verloor altijd), maar die ik had om het hebben ervan. De verzameldrang zat er al vroeg in.

    En eigenlijk zit er nu iets soortgelijks in. Knopen. Vooral mooie oude knopen en ook wat modernere. Maar ik doe wel mijn best om ze niet alleen maar te verzamelen. Als ik knopen nodig heb, ga ik dus eerst in mijn blik zoeken.

    Voor een vestje dat ik voor het kleinkind-op-komst breide, moest ik vijf kleine knoopjes hebben. Dus gooide ik het blik leeg om knopen te “interviewen voor de baan” (uitdrukking van Amanda Soule, een inmiddels allang gestopte Amerikaanse blogster waar ik vroeger nogal idolaat van was).

    Het is een proces dat je eigenlijk zou moeten filmen, want het is slecht te beschrijven. Kijken wat er is, denken wat er bij het vestje past, zoeken naar meer exemplaren van de kanshebbers. En maar roeren in die berg knopen. Meer exemplaren vinden is het grootste probleem, want ik heb vaak maar een paar dezelfde knoopjes. En nee, natuurlijk heb ik die niet allemaal netjes bij elkaar aan een draadje geregen. Dat zou wel efficient zijn, maar veel minder leuk.

    Uiteindelijk vond ik zelfs zes van de zilverkleurige knoopjes links. Ik heb nog even gezocht naar de knoopjes rechts daarvan, want die vond ik op lego lijken en daar is de vader graag mee aan het hobbyen. Maar helaas het bleef het bij twee.

    Daarna alles weer in het blik. Dat valt ook niet mee, want dat ding zit stampvol. Toen we emigreerden, heb ik alles wat niet in het blik paste, weggedaan. Ik was ooit begonnen met dat blik, maar stiekem waren er nog wat potjes en blikjes bijgekomen. Die wilde ik niet allemaal verschepen, dus de helft van mijn knopenverzameling moest wat weg. Het was wel een lastig proces, want ik wilde natuurlijk vooral de simpele plastic kun-je-overal-kopen-knopen wegdoen, niet de mooie, bijzondere en/of ouderwetse knoopjes, en alles zat doorelkaar, maar het is gelukt. Alles wat ik heb, past (met moeite) in het blik. En eigenlijk voelt het wel goed om niet zo extreem veel te hebben.

    Hoewel…

    Toen mijn vader naar een verpleeghuis ging en we zijn huis moesten leegruimen, vonden we in een kast zowel mijn moeders knopendoos, als die van mijn oma. Ik ben de enige in de familie die echt aan handwerken doet, dus ik had ze vast wel mogen hebben. Maar ik was streng voor mezelf en stopte ze in een verhuisdoos. Geen idee waar ze nu zijn; ik denk bij mijn zusje. Of weg.
    Soms heb ik er spijt van. Want wie weet wat voor schatten er in die dozen zaten? Maar ja. Wat moet ik met zoveel knopen?

    “Ach, stof is plat en knopen zijn klein.” Dat zei ooit iemand in een reactie op datzelfde Amerikaanse blog, toen Amanda (alweer) een grote hoeveelheid knopen en een stapel lapjes bij de kringloop gevonden had. Ik vond het briljant en ik heb het een tijdje als smoes gebruikt. Maar het voelde toch echt niet goed. Ik ben geen minimalist, maar ik hou er ook niet van om onnodig grote voorraden te hebben.

    Ik hoorde van de week iemand in een filmpje praten over SABLE – stash accumulated beyond life expectancy; meer voorraad hebben dan je in je leven zult kunnen gebruiken. En dat je dat dus niet moet doen. In dit geval ging het over quiltstoffen, maar hetzelfde principe is natuurlijk toepasbaar op veel meer dingen. Breiwol bijvoorbeeld. En knopen.

    Waarschijnlijk zou ik er dus nog veel minder “mogen” bezitten. Maar ik hou het bij mijn blik.

    Het is trouwens wel een wonderlijk blik. Want dit is toch al de derde of vierde keer dat ik er een serie knopen heb uitgehaald, en hij blijft vol. En wat er op de foto hieronder naast ligt, heb ik er uiteindelijk ook nog in gekregen.

    Maar zolang het bij dat ene blik blijft, vind ik het prima. Dan zie ik wel of mijn kinderen uiteindelijk een vol blik erven of dat ik het allemaal gebruikt heb voor ik stierf (ik betwijfel het). Of is dat een goede reden om er toch drie te hebben? Hoeven ze er geen ruzie om te krijgen 😉

    Zomaar wat foto’s 2

    Geplaatst op 21/11/202519/11/2025 door Geertrude

    Dat is onze tuin. En ja, dat is een varken, dat water komt drinken bij het drinkbakje voor de katten dat automatisch gevuld wordt als de palmbomen water krijgen. Helaas draaide hij net zijn kop af toen ik afdrukte, maar ik vond de foto toch duidelijk genoeg om hem hier te plaatsen.
    Varkens komen hier in het wild voor of eigenlijk moet ik zeggen: ze zijn hier verwilderd. Varkens zijn ooit op alle Caribische eilanden uitgezet door de eerste kolonisten, zodat schipbreukelingen altijd iets te eten zouden kunnen vinden. Helaas hebben die beesten veel van de oorspronkelijke vegetatie opgegeten, dus helemaal perfect was dat idee niet.

    Deze bleef wel netjes zitten voor de foto. Ik denk dat het een gestreepte anolis is, maar ik weet het niet zeker, want een aantal websites zeggen dat die – inclusief staart – wel 28 cm lang kunnen worden en zo groot heb ik ze nog nooit gezien.

    Haarbal is een van de vier katten die bij ons eten en rondhangen. Gek genoeg lijkt hij geen last te hebben van zijn dikke vacht; hij is juist de enige van het stel die echt langdurig op schoot komt liggen.

    Zonsondergang, gezien vanaf ons terras. Ik zou iedere dag een foto kunnen maken en dan zijn ze toch allemaal anders. Het verveelt dan ook nooit.

    Ik denk dat dit een wekelijks terugkerende blogpost wordt. Het geeft me de vrijheid om foto’s te posten zonder me druk te maken over thema’s en zonder moeite te hoeven doen er een samenhangend verhaal bij te schrijven. En hopelijk geeft dat me het zetje dat ik nodig heb om mijn camera weer vaker op te pakken.

    Logisch toch?

    Geplaatst op 20/11/202519/11/2025 door Geertrude

    Nu we hier zeven jaar wonen, mag ik graag beweren dat het allemaal echt zo ongewoon niet is hier. We leven hier gewoon zoals we in Nederland ook deden, maar dan op een tropisch eiland. Niets bijzonders.

    Maar soms hoor ik mezelf of echtgenoot ineens dingen zeggen die voor ons volkomen logisch zijn, maar waarvan ik vermoed dat ze voor de onschuldige (Nederlandse) toehoorder toch niet zo voor de hand liggend zijn als voor ons.

    • (‘s nachts als we in bed liggen)
      Ik: “Ik hoor een krab. Hij zit waarschijnlijk weer in de hor.”
      Af en toe wandelt er ‘s avond een krab naar binnen. Die moet dan wel weer naar buiten, want je wil ze echt niet halfslapend tegenkomen. Dit soort landkrabben is vrij groot: het lijf is groter dan een vuist en de scharen zijn ook niet klein. Ze lopen het liefst langs muren, rollen dus uiteindelijk altijd van de vijf treetjes naar beneden af richting onze slaapkamer, waarna ze rondjes blijven maken in de gang. Tot ze de hor die voor de slaapkamerdeur hangt tegenkomen en erin klimmen om een uitgang te vinden
    • (vervolg van bovenstaande situatie)
      “Ik ga even de bezem pakken.”

      Ik heb nog geen goede methode om die beesten te pakken. Ze kunnen niet echt veel kwaad doen, ook niet met die scharen, maar instinctieve angst voor enorme spinnen (daar lijken ze op) en de dreigende manier waarop ze bewegen als ze bang zijn… Bovendien kunnen ze best snel lopen. Ik probeer ze in een emmer te vangen, maar het loopt ook weleens uit op een partijtje schuiven en porren met de bezem tot ze boven zijn en dan een paar flinke duwen tot ze de deur uit vliegen. Dat overleven ze meestal niet.
    • (bij nachtelijke wc-bezoek tegen kakkerlak in de badkamer) “O, hallo. Blijf je wel hier?”
      Nee, we zijn geen viespeuken, die beesten zie je hier nu eenmaal af en toe. Ze zijn nodig in de beerput (ze eten het toiletpapier en uh… andere vaste stoffen). Daar blijven ze meestal ook, maar zo nu en dan gaat er eentje op avontuur. Ik laat ze meestal maar gaan, tenzij ze in de slaapkamer komen. Met gif spuiten vinden we geen optie (zeker niet in de slaapkamer), dus ik vang ze met de stofzuiger en laat ze dan buiten los – ze overleven het meestal).
    • “Even mijn klompen pakken. Er zit een schorpioen naast het bed.”
      We hebben hier kleine schorpioenen. Hun steken zijn niet dodelijk, maar wel heel pijnlijk. Ik trap ze dus – met tegenzin, dat wel, want zo’n beest doet ook maar gewoon wat hij doet – dood.
    • “Vlek! Buiten opeten!”
      Tegen de dameskat, die de gewoonte heeft haar prooien binnen op te eten, zodat haar broers het niet van haar afpakken. Begrijpelijk, maar aangezien ze de veren (als het een vogel is) of ingewanden (als het een hagedis was) achterlaat op mijn witte (! miskoop, maar ja zolang ze niet versleten zijn, doe ik het er maar mee) badmatjes achterlaat, ben ik er niet zo blij mee. Ze luistert overigens wel goed, als ze ons hoort roepen, draait ze meteen om.
    • “Ah, lekker koel is het vandaag!” (bij temperaturen onder de 30 graden)
    • “Ik ga een vestje pakken.” (bij temperaturen onder de 26 graden – maar dat komt zelden voor)
    • “Hou afstand, dat is een toerist.”
      Als waarschuwing voor echtgenoot als hij aan het stuur zit, of hardop tegen mezelf pratend als ik rijd. Toeristen willen nog wel eens remmen voor plotseling overstekende leguanen, vergeten – of niet weten – dat rechtdoorgaand verkeer hier voorrang heeft op een T-splitsing of (mijn grootste ergernis en bovendien heel gevaarlijk) stoppen op de baan die voorrang heeft of juist doorrijden op de baan die moet stoppen op de rotonde-die-geen-rotonde-is (het is een kruispunt met een ronde middenberm; er staan borden en haaietanden die de voorrangsregels aangeven).
    • “O, domino.”
      Conclusie als we ons afvragen wat de herrie is die we horen bij een van de weekendhuizen in de buurt. Tijdens dit spelletje worden hier de dominostenen niet voorzichtig neergelegd, maar met een klap op tafel geplaatst; er wordt geschreeuwd, keihard gelachen en gejuicht. Wij snappen het na al die jaren nog steeds niet. Voor zover wij het kunnen zien, spelen ze het niet anders dan wij als kind deden, maar blijkbaar missen we iets. Want zo opwindend vond ik het nooit. Het is ook echt alleen maar domino. Ik heb niet de indruk dat ze ooit een ander spel spelen. Een “cultuurdingetje” blijkbaar.

    Niet haaks

    Geplaatst op 18/11/2025 door Geertrude

    Ik had eigenlijk het dekentje voor het kleinkind-op-komst al af, maar ik twijfelde heel erg over de kleur. Dus toen ik de andere breisels van mijn lijstje klaar had, besloot ik een tweede poging tot een dekentje te doen, met heel andere kleuren. Ik had sowieso behoefte aan het soort breiwerk waar je min of meer gedachteloos aan verder kunt breien terwijl je praat, een filmpje kijkt of gewoon helemaal nergens aan denkt. Breien werkt bij mij altijd goed tegen piekeren en een stevige deadline hebben helpt ook nog eens tegen emotie-eten, omdat ik minder geneigd ben doelloos door het huis (in de richting van koelkast en voorraad) te zwerven.

    Ik wist al dat het krap zou worden (dochter M. is vandaag precies 37 weken zwanger), maar dat gaf dus niets. Het kon, als ik doorwerkte. Ik breide het hele weekend bijna aan een stuk door (af en toe rust houden is wel belangrijk om geen last van mijn -zeer lichte vorm van- arthritis te krijgen) en het dekentje groeide en groeide en groeide.

    En tegelijkertijd groeide er, heel ver in de achtergrond, diep onder al mijn piekergedachten, de twijfel of ik het wel goed deed. Het patroon komt uit Knitter’s almanac van Elizabeth Zimmermann. Ik ben groot van van EZ, vooral door de manier waarop ze haar patronen schrijft. Ze gaat ervan uit dat breisters zelf nadenken en dat vind ik leuker dan naald-voor-naald-steek-voor-steek-beschrijvingen volgen.

    “I deliberately keep my knitting notes vague, because tastes vary, and your brains are as good as mine anyway.” – The Opinionated Knitter

    In dit patroon (Square Shawl – February), stond dat je een bepaalde volgorde van steken (1 recht, draad omslaan, 1 recht, draad omslaan, recht tot eind) moest herhalen op elke naald van elke 2e ronde.
    Ik weet nog dat ik in het begin dacht: dat is een gekke manier om een rechte hoek te maken. Want in haar andere boeken doet ze het heel anders. Maar ja, als EZ het zegt, moet het wel goed zijn.

    Dus ik breide, en breide, en breide.

    Zag dat de hoeken wel op een heel bijzondere manier ontstonden. Maar nogmaals, als EZ het zegt…

    Dus ik breide, en breide, en breide.

    Tot ik iets had dat bijna 70 cm in het vierkant zou moeten zijn. En toen kwam ik erachter dat geen van de hoeken haaks waren.

    Toch maar eens op het internet gezocht hoe andere mensen het patroon geïnterpreteerd hebben. En ja, die hadden wat ik in het begin verwacht had. Elke hoek had een lijn van één enkele steek met meerderingen aan weerszijden naar het midden toe en dat in vier hoeken. Dat geeft een mooie vierkante deken. Maar in het patroon stond dat je die steken moest herhalen en dát was wat ik had gedaan.

    Boekje er weer bij gepakt. Nu toch maar even verder iets gelezen.

    “There will of course be one more stitch at the beginning of the needle each increase round.”

    Zucht… Beginnersfout. Als ik mensen advies geef over het breien van patronen zeg ik altijd: lees eerst het hele patroon. Anders kan het zomaar zijn dat je pas als je bijna klaar bent met het breien van een vest erachter komt dat je elke zoveel naalden knoopsgaten had moeten maken – vraag maar niet hoe ik dat weet 😉
    (Geldt ook voor het koken van recepten, trouwens. Lees eerst het hele recept. Anders kan het zomaar zijn dat iets een nacht in de koelkast moet staan, terwijl je het over een half uur op tafel wilde zetten. Maar dat terzijde.)

    Overlegd met echtgenoot, die meestal de eerste is die me tegenhoudt als ik iets uit wil halen omdat er een foutje in zit (want hij vindt me veel te perfectionistisch). Maar nee, een deken die niet vierkant is, en ook geen andere logische vorm heeft, en bovendien niet plat wil liggen… het is echt geen gezicht. Uithalen was echt de enige optie.

    En nu ben ik dus terug bij af. Bovenstaande foto geeft de huidige voortgang weer (in zwartwit, want dan blijft de kleur een verrassing als de dochter meeleest). Ik heb deze week geen tijd om hele dagen te breien, dus ik ben bang dat het niet afkomt voor we weggaan. En nu kan ik het natuurlijk meenemen, maar dan heb ik nog steeds tijd nodig en het zou zomaar kunnen dat de baby heel binnenkort geboren wordt. Dus… dochter M., hou je dat kind nog even binnen tot ik klaar ben met breien?

    P.S. Ja, er wordt hier flink gepiekerd, over van alles en nog wat. Dit speelt een rol, naast alle andere (geo)politieke onrust. Maar het meeste is niet mijn verhaal, maar (vooral/ook) dat van andere mensen, dus ik kan er niet dieper op in gaan.
    We moeten maar gewoon afwachten hoe alles zich ontwikkelt. In de woorden van Elizabeth Zimmermann:
    “Now, let us all take a deep breath and forge on into the future; knitting at the ready.”

    • Previous
    • 1
    • 2
    • 3
    • 4
    • 5
    • …
    • 48
    • Next

    Welkom!

    Ik ben Geertrude, echtgenote van 1, (schoon)moeder van 5 en oma van 2.
    Ik ben boekhouder, redacteur en schrijfster van beroep en hou van lezen, fotograferen, breien, naaien, tuinieren, kruidengeneeskunde en nog veel meer.
    Hier schrijf ik over alles wat me bezighoudt en soms ook over mijn pogingen eens wat rustiger aan te doen.
    Meer over mij vind je hier.

    Archief

    © 2026 Geertrude blogt | Aangedreven door Minimalist Blog WordPress thema