Geertrude blogt

Menu
  • Contact
  • Over mij
  • Privacy
Menu

van A tot Z: de A van Alfabet

Geplaatst op 06/09/2016 door Geertrude Verweij
Om mezelf een beetje te helpen met het verzinnen van onderwerpen bedacht ik dat het misschien wel leuk was om een A-Z serie te doen met onderwerpen die op de één of andere manier met schrijven (en/of lezen) te maken hebben. Op de een of andere manier gaat brainstormen gemakkelijker als ik het op alfabet doe.
Dat soort lijstjes maakte ik als jong meisje al. Bij mijn opa en oma lag altijd voor ieder kleinkind een schrift om in te tekenen en te schrijven en dan zat ik tijdens ons zondagse bezoek lijstjes te maken. Jongensnamen, meisjesnamen, dieren, dat soort dingen. Blijkbaar werken mijn hersenen op alfabet.
 Ik heb dat ook met andere dingen trouwens. Ik worstel al jaren met gestructureerd plannen en lijstjes maken, maar als ik ze opberg is het altijd op alfabet. Hoe moet je de dingen anders terugvinden? Oké, ik geef het toe, soms is op datum of op nummer handiger en dat doe ik dan ook, maar sorteren op alfabet vind ik leuker.
Waarom ik de serie begin met de A van Alfabet? Tja, dat lijkt me logisch. Hoe kan een mens schrijven of lezen zonder alfabet? Het is het begin van alles.
Ik kan me niet meer herinneren hoe ik het alfabet geleerd heb, maar ik weet wel dat ik lezen geweldig vond. Ik heb vage herinneringen aan de allereerste woordjes. Boom, roos, vis. Later is die boom vervangen door maan, wat logischer was vanwege de klinkers, maar in mijn tijd was het boom. Er waren boekjes over kabouters. Nies en Tom, volgens mij, (later toegevoegd: bijna goed – Sam, Dop en Nies volgens deze link ) maar die vond ik niet zo leuk. 
Gelukkig kon ik al snel alles lezen wat los en vast zat. En dat deed ik dan ook. Ik had zelf een behoorlijk gevulde boekenkast en gelukkig bestond er ook nog zoiets als een bibliotheek.
Schrijven vond ik, als linkshandige, in eerste instantie wat minder leuk, want dat ging voor mij net iets lastiger dan voor rechtshandigen. Maar ik denk dat ik het vrij snel door had, want ik kan me niet eens herinneren wanneer ik mijn eerste verhaaltjes schreef. Ik denk al heel vroeg. Opstellen maken vond ik het leukste vak op school, vooral als we een vrij onderwerp hadden. Mijn fantasie sloeg dan behoorlijk op hol en ik beschreef de meest dramatische gebeurtenissen en de meest ongeloofwaardige avonturen (dat gebeurt nu nog steeds trouwens, jullie zien alleen de opgeschoonde versies).
Zonder alfabet zou dat allemaal niet kunnen. Dan zou ik mijn verhalen moeten verbeelden met mijn tekentalent, maar dat schiet zwaar tekort. En zonder alfabet zou ik ook deze blogpost niet kunnen schrijven. Zonder alfabet lukt er een hoop niet.
Dat zal dan ook wel de reden zijn dat het al vierduizend jaar geleden werd uitgevonden…
Schrijftip: brainstorm eens op alfabet als je inspiratie nodig hebt. Verzin een lijst met 26 (of 24, want de q en de x mag je van mij weglaten) mogelijke gebeurtenissen, voorwerpen, wapens, beroepen, enzovoort. De mogelijkheden zijn eindeloos.
Maak je niet druk als je het alfabet niet vol krijgt: het is een oefening die kan helpen om weer op gang te komen, geen opdracht die perfect uitgevoerd moet worden 😉

Even bijpraten

Geplaatst op 23/08/2016 door Geertrude Verweij

Tja, en nu begint de zomer toch langzaam aan zijn (haar?) eind te komen. Hoewel je dat dus niet zou denken zou denken op het moment dat ik dit schrijf, want mensen, wat is het heet vandaag.

Hoe was jullie zomer? Ik heb er in ieder geval zo veel mogelijk van genoten. We hebben ondanks het (soms) ietwat tegenvallende weer toch heel wat keren gezellig gebarbecued en ook de normale maaltijden heb ik zoveel mogelijk buiten op tafel gezet.
De tuin is dan ook eindelijk bijna op het punt dat ik het klaar zou durven noemen. Een tuin is natuurlijk nooit helemaal klaar. Onkruid blijft terugkomen en ook planten die je wel graag wilt houden doen niet altijd wat ik wil. Ik heb er toch een aantal die ik aan het begin van het jaar enthousiast neer gezet heb, moeten verplaatsen (te groot), weghalen (dood gegaan) of vervangen (te groot, dood gegaan of eigenlijk niet mooi). Maar dat is nu juist het leuke van een tuin, vind ik.

Ik heb dit jaar niet echt aan moestuinieren gedaan, maar een klein beetje oogst heb ik toch wel. Een paar kerstomaatjes (niet verder vertellen, maar die heb ik na de foto allevier opgegeten, zonder te delen met het gezin) en een enorme berg pruimen. Blijft leuk. Verder heb ik me vooral op bloemen en struiken gericht.

Hoewel ik dus deze zomer vooral heel veel buiten te vinden was en daarnaast wat klusjes in huis heb afgewerkt, ben ik daarnaast bezig geweest met het schrijven van teksten voor deze website. Want het wordt tijd dat daar weer een beetje meer leven inkomt. Dus zullen er vanaf 1 september twee stukjes per week verschijnen.

Vervolgverhaal

Om te beginnen op donderdag (want 1 september valt op een donderdag) een deel van een vervolgverhaal. Ik durf te beweren dat dit door zal lopen tot eind december, want het is namelijk al klaar (op de allerlaatste controleronde na). Ik heb in het verleden een aantal pogingen gedaan om verhalen die nog helemaal niet af waren te plaatsen zodra ik een stukje had, maar dat werkt voor mij niet. Ik moet het gevoel hebben dat het een compleet verhaal is vóór ik het aan iemand laat lezen. En nu hoop ik maar dat jullie het met net zoveel plezier gaan lezen als ik het geschreven heb. De afleveringen van het vervolgverhaal vallen buiten de “blogposts via e-mail” abonnementen, maar je kunt je er wel apart voor inschrijven via deze link.

Andere blogposts

Daarnaast heb ik wat ideetjes voor andere series blogposts, die iedere dinsdag zullen verschijnen. Ik heb eigenlijk zelfs zoveel ideeën dat ik gemakkelijk de week zou kunnen vullen, maar ik probeer mezelf voor te houden dat ik deze keer beter voor de lange termijn kan gaan. Beter jarenlang twee stukjes per week, dan iedere keer enthousiast beginnen en dan weer moeten afhaken. Bovendien moet ik binnenkort toch echt aan mijn volgende boek beginnen en dan is het prettig om niet te hard over blogposts na te hoeven denken.

Vraag maar raak

In ieder geval zal er iedere maand een stukje als dit verschijnen, dat waarschijnlijk ook gewoon “even bijpraten” gaat heten. In dat stukje wil ik ook iets nieuws verwerken. Ik wil namelijk niet alleen willekeurig gaan kletsen over wat ik allemaal gedaan heb, maar het lijkt me ook leuk om vragen van lezers te beantwoorden.
Bij deze ligt de bal dus bij jullie. Vraag maar raak. Maakt niet waarover, over schrijven, over mijn privéleven, over iets anders. Vragen staat vrij. Ik behoud me alleen wel het recht voor om sommige vragen niet te beantwoorden, maar als je iets wilt weten kun je altijd een poging doen 😉 Je mag vragen achterlaten in de reacties op mijn blog, en je kunt me natuurlijk ook altijd even een mailtje sturen. Laat in dat laatste geval ook even weten of ik je naam mag noemen of dat je liever anoniem blijft.

Social Media

Oh ja, nog iets. Ik ben bezig mijn social media accounts (instagram, twitter en facebook) nieuw leven in te blazen. Het is nog steeds niet echt mijn ding, dus echt vreselijk actief zal ik er nooit worden. Het blijft waarschijnlijk bij sporadischde updates en links naar blogposts, maar als je me wilt volgen, graag! (terugvolgen doe ik natuurlijk ook)

Nieuwsbrief

Als laatste wil ik nog even wijzen op mijn nieuwsbrief, die vernieuwd is. Mensen die erop inschrijven krijgen niet alleen het laatste schrijfnieuws, maar ook zo af en toe een extraatje (een voorproefje van een nieuw boek bijvoorbeeld), te beginnen met een gratis kort verhaal. Inschrijven kan via deze link (ook te vinden in de zijbalk).

Zo. Dat was het wel zo’n beetje (gelukkig maar, want deze blogpsot is al extreem lang eigenlijk). Dan ga ik nu de laatste hand leggen aan het vervolgverhaal, want zodra ik op “publiceren” gedrukt heb, kan ik er echt niet meer onderuit….

Goed uitgewerkte karakters (Biblionrecensie)

Geplaatst op 12/07/2016 door Geertrude Verweij

Ik wilde het opschrijven en realiseerde me ineens dat ik het bij elk boek opnieuw zeg. Maar het is nu eenmaal zo, dus zeg ik het toch weer: het wachten op de recensie van Biblion is zenuwslopend. Zelfs nu ik er zelf toch min of meer van overtuigd ben dat “Alleen is maar alleen” gewoon een goed boek is, was het enorm spannend.
Gelukkig kwam het verlossende antwoord vandaag:

“Maxime woont alleen, werkt vanuit haar eenvoudige huis als computerprogrammeur en is best tevreden met haar leventje. Haar zus Celeste hecht juist veel waarde aan een groot huis en dure kleding, zeker ook voor haar twaalfjarige zoon Tijn. Ze werkt te hard om dit te kunnen betalen en heeft daardoor te weinig tijd en aandacht voor Tijn en haar nieuwe vriend Carl met zijn twee dochtertjes. Daarom is Tijn veel bij zijn tante, met wie hij goed kan opschieten. Maxime krijgt ook steeds meer aandacht van twee mannen. Maar wat moet ze daarmee? Wie Tijns vader is, blijft lang een mysterie. Tijn kan daar maar moeilijk mee omgaan en maakt rare sprongen. Het boek speelt zich af in de huidige tijd. De karakters worden goed uitgewerkt. Hoogbegaafdheid, familierelaties en het fenomeen samengesteld gezin komen aan de orde. Het boek leest gemakkelijk weg. Voor liefhebbers van Hetty Luiten en Gerda van Wageningen.”
Iris Stekelenburg-van Halem- NBD Biblion

Ik ben er blij mee.
(meer informatie -samenvatting, download eerste hoofdstuk, prijs, isbn- over Alleen is maar alleen vind je hier)



p.s. ik weet dat het weer akelig stil op mijn website en blog is, maar ik werk aan een aantal dingen die vanaf september de boel weer wat levendiger zouden moeten maken. Nog even geduld dus…

tien!

Geplaatst op 27/05/2016 door Geertrude Verweij

Op de een of andere manier ben ik vaak op vakantie als mijn nieuwste boek uitkomt. Of ik ben gewoon vaak op vakantie, dat zou ook kunnen natuurlijk (was het maar waar…). In ieder geval was ik er weer eens niet toen de postbode de doos met boeken bracht. Maar dat maakt niet uit. Het is leuk thuiskomen.
En ja, ook bij het tiende boek blijft het bijzonder om het resultaat van al dat werk voor het eerst in je handen te hebben.

Nog even alle informatie op een rijtje:

ALLEEN IS MAAR ALLEEN
Maxime en Celeste zijn zussen, maar de enige schakel tussen hen is Celestes twaalfjarige zoon Tijn, die regelmatig naar zijn tante vlucht als hij ruzie met zijn moeder heeft. Maxime vangt hem met liefde op, maar als de incidentele weekendjes langzaam veranderen in langere periodes, gaat ze zich steeds verantwoordelijker voelen voor dingen waar ze zich tot nu toe buiten hield. Hoewel ze normaal gesproken nogal mensenschuw is, moet ze om Tijns bestwil haar zelfgekozen isolement doorbreken en dat valt niet mee. Ze ontmoet zelfs twee mannen die veel voor haar gaan betekenen, maar wil ze haar voorheen zo rustige bestaan voor
één van hen opgeven?
Ondertussen worstelt Celeste met haar gevoelens voor haar vriend Carl. Deze relatie lijkt dezelfde kant op te gaan als al haar voorgaande relaties. Zodra het serieus wordt, haakt ze meestal af. Maar wil ze deze man wel kwijt of is hij anders dan de rest?

ISBN 978-90-8660-306-0
Prijs: € 17,50
Uitgeverij: Ellessy

Bestellen: bij iedere reguliere boekhandel of bij bol.com (link gaat direct naar juiste pagina) en andere online boekwinkels.

Eerste hoofdstuk alvast lezen? download hier
 

Hoewel ik (door allerlei omstandigheden) niets bijzonders gepland heb om het te vieren, is tien toch wel een mijlpaal. Het begint al een aardig rijtje in mijn kast te worden.
En nu? Op naar de volgende tien 😉

Gelezen in februari

Geplaatst op 08/03/2016 door Geertrude Verweij

Dit is een blogpost waar ik lang over getwijfeld heb. Want ik vraag me altijd af wat jullie aan mijn leeslijsten zouden hebben. Wat ik lees wordt niet bepaald door nieuwe verschijningen, goede recensies of populariteit. En ik lees ook niets wat in de categorie “klassiekers” valt. Ik lees namelijk om te ontspannen en dat is te zien aan de boeken die ik kies. Bovendien haal ik een deel uit de kringloop en een deel uit de bibliotheek. Superrecent is het dus allemaal niet.
Waarom dan toch? Omdat ik het leuk vind (ja, sorry, terugkerend thema hier). En omdat ik het zelf altijd boeiend vind om in andermans boekenkast te neuzen en te horen wat hij of zij leest.

Wel even een disclaimer vooraf, voor ik reacties krijg in de trant van “dit kan niet”: ik lees van nature ontzettend snel en aangezien ik lees voor de ontspanning doe ik ook niet mijn best om zorgvuldig te lezen. Ik laat me gewoon in het verhaal meeslepen en maak me geen zorgen om details of samenvattingen (één van de redenen waarom ik geen recensies schrijf).
Bovendien heb ik geen televisie en geen smartphone en gaat de computer eigenlijk altijd al voor het avondeten uit. Ik heb volwassen kinderen en ga vrij laat naar bed, dus ik heb vooral ‘s avonds heel wat uren om te lezen. In het weekend wil ik ook nog wel eens een paar uurtjes overdag gaan zitten met een boek, want ook dan probeer ik mijn computer uit te houden (lukt niet altijd).
Met andere woorden, ja, de lijst is lang en ja, ik heb ze echt allemaal gelezen.

Februari was een extra gekke maand op leesgebied. Ik las namelijk eind januari een bijzonder vreemd boek (Duister Ultimatum van Martin Langfield). Het pastte wel in het genre dat ik normaal het liefste lees, thrillers met raadselachtige documenten, zoektochten naar oude relikwieën en dat soort dingen, en het was superspannend, maar zoals ik al zei – ik vond het een beetje te vreemd (en dat wil wat zeggen gezien de boeken die ik normaal lees). Toen had ik even simpelweg geen zin meer in soortgelijke boeken.

Ik verdiepte me daarom eerst een weekje in mijn verzameling oude Libelles en (her)las aansluitend en bijpassend drie boeken van Maria Oomkens; Bidden in de theedoek, Het huis dat lachte en Baas, Marietje en de Wereldbol.

Toen kon ik er weer even tegen.
Echtgenoot was erg enthousiast over Het verborgen labyrint van Kate Mosse. Een behoorlijke pil maar inderdaad het lezen waard. Een verhaal waarin de Katharen en hun geheimen een rol spelen.
Daarna verdiepte ik me in De Gaudi sleutel van Esteban Martin & Andreu Carranza (inderdaad, over de architect Gaudi en zijn vermeende relatie met een geheim genootschap), gevolgd door De Christussmaragd van Jörg Kastner (een edelsteen waarin het ware gezicht van Jezus te zien zou zijn, met een wel heel onverwachte wending) en  Montezuma’s wraak van Lynn Sholes & Joe Moore. Van dat laatste duo heb ik al meer boeken gelezen. Die vallen echt in het genre onderhoudende onzin. De serie die ik eerder las had iets weg van de series Supernatural en Dominion (de mensheid in gevecht met al dan niet gevallen engelen), maar in dit verhaal zochten ze het in Maya legende’s en onsterfelijkheid.
Ik ging naar de bibliotheek en vond daar een trilogie van Nora Roberts die ik nog niet kende;  Meer dan liefde, Gesloten hart en Vergeet haar niet. Ook al niet erg realistisch, want dit is één van haar magische series, met erfheksen en kwade geesten. Wel altijd leuk om te lezen.

Vervolgens las ik Het masker van Atreus van A.J. Hartley, een boek dat een heel ander plot had dan je zou verwachten als je de titel en de kaft ziet. Geen magische toestanden, maar een relikwie en (neo-)Nazi’s die ergens naar zoeken (die komen vaak voor in dit genre).

Daarna verdiepte ik me in De Ark van Boyd Morrison, ook een aanrader, maar een behoorlijke pil. Niet over de Ark des Verbonds overigens, maar over de Ark van Noach, met een voor mij heel nieuwe, maar toch ook logisch uitgelegde theorie over de vindplaats. Vermengd met een fijne dosis fictie natuurlijk.

De dag erna was ik ziek en had ik zin in iets simpels. Ik had genoten van de Nora Roberts trilogie, dus pakte ik uit mijn eigen kast De complete magische Donovans deel 1 en deel 2. Altijd één van mijn favoriete series, al moet ik toegeven dat ik het na de boeken die ik de afgelopen tijd las we l erg slappe verhaaltjes vond. De hoofdpersonen blijven boeiend, dat wel, al weet ik nu weer wel waarom ik gestopt ben met romans lezen. Ik word altijd een beetje onzeker en kriebelig van al die prachtige, actieve, getalenteerde, jonge vrouwen in dat soort verhalen.

Ik liet dus de romannetjes maar weer links liggen en nam Het Darwin Mysterie van John Darnton van echtgenoot over. Dat vonden we allebei een erg goed boek. Drie verhalen ineen, maar geen moment te ingewikkeld of saai en hoewel de auteur een aantal dingen verzonnen heeft, geeft het een leuk beeld van wie Darwin nu eigenlijk was en wat hem dreef.
Nog net voor februari voorbij was, las ik toen nog Beeldenstorm van Bill Napier, waarin men aan de hand van een oud document op zoek gaat naar een stuk van het kruis van Jezus. Ook spannend en niet moeilijk te lezen.

Toen voelde ik me weer in staat om iets ingewikkelders te beet te pakken. Er lag nog een aardige kluif op me te wachten, een waargebeurd verhaal deze keer. Maar die las ik dus in maart dus dat horen jullie volgende maand.

Zo, dat was mijn leeslijst van februari. En jullie? Nog iets bijzonders gelezen?

~~~

O ja, nog een disclaimer: de links gaan bijna allemaal naar Hebban. Daar verdien ik niets mee, ik wilde gewoon zorgen dat jullie gemakkelijk meer informatie over de genoemde boeken konden vinden, zonder dat ik uitgebreide samenvattingen en beoordelingen moest gaan schrijven. Meningen die daar staan zijn dus niet per definitie de mijne.

Onder constructie

Geplaatst op 01/03/2016 door Geertrude Verweij

Ik zou mezelf nooit omschrijven als het type dat dol is op klussen en verbouwen.
Maar toch – dat drong pas geleden ineens tot me door – zijn we in dit huis al ruim tien jaar min of meer onafgebroken bezig. Toegegeven, ons tempo ligt erg laag, door werkdruk en gezondheidsproblemen, maar tien jaar is best lang. Maar daar heb ik geen problemen mee.

Dat is dan wel weer bijzonder, zeker als je bedenkt dat ik mezelf dus wél zou omschrijven als het type dat haar huis graag perfect in orde wil hebben. Ik kan erg genieten van woon- en organisatie blogs en keek vroeger alle woonprogramma’s op televisie.
En toch kan het me oprecht niet schelen dat ik al zo lang leef in een “work in progress”.

Er ontbreekt bij ons bijvoorbeeld altijd wel ergens een plafond en er ligt altijd wel een kamer overhoop omdat we bezig zijn muren te verwijderen, muren te plaatsen of een badkamer te creëren waar eerst een slaapkamer was die dan dan weer gebouwd is in een ruimte die ooit de garage was.
Nee, ik vind dat niet erg. Sterker nog, het begint langzaam tot me door te dringen dat ik het zelfs leuk vind. Als echtgenoot niet net zo gek was als ik en me altijd nét even voor is met een idee, dan zou een deel van de rommel toch echt mijn schuld zijn. We passen blijkbaar goed bij elkaar.

Terwijl ik dit schrijf, trillen de kopjes bijna de kast uit. Dat komt niet door echtgenoot, die zit (helaas op een zaterdag) braaf achter zijn computer te werken. Nee, dat komt doordat de buurman de vloer in de voorkamer aan het vervangen is. Niet de vloerbedekking, maar de complete vloer, inclusief balken en fundering. Want de buren zijn net als wij. Ook altijd wel ergens in huis aan het klussen. En ik denk dat de buurvrouw net is als ik, want ik weet dat zij ook van mooie dingen houdt, maar wij kijken er gewoon omheen. Genieten van de ruimtes die wel af zijn, van dat leuke kastje, die gezellige kaarsjes. Sterker nog: ik zie het niet eens meer bewust.

Ruim een jaar geleden stond er een felle oostenwind en die waaide recht onze slaapkamer binnen. Daar viel niet tegenop te stoken. Dus besloot echtgenoot spontaan een deel van de betimmering van de dakkapel te slopen en er betere isolatie tegenaan te nieten. Aangezien we toen allebei nog krom liepen van de Chikungunya had ik er op dat moment toch iets meer moeite mee dan ik normaal zou hebben. Dus verzuchtte ik tragisch (ik kan erg goed overdrijven op zo’n moment): “Maar we zijn zo ziek en onze slaapkamer is de enige plek in huis waar echt niets aan hoeft te gebeuren en nu ga je daar ook nog dingen overhoop halen…”

Echtgenoot zei niets. Hij trok alleen cynisch zijn wenkbrauwen op en wees me zwijgend op de onafgewerkte strook midden in de dakbetimmering waar ééns een muur had gezeten (maar die hadden we er twee jaar eerder al uitgeslagen), de vloer die gedeeltelijk nog bedekt is met de vloerbedekking die erin zat toen we het kochten (en geloof me, negen jaar is lang voor goedkope lichtgele vloerbedekking in kamers waar eerst kinderen met stiften, verf en klei rommelden en daarna volwassenen muren uitsloegen – ik wil niet eens uitleggen hoe dat tapijt eraan toe is) en gedeeltelijk met gehavend (want zie boven) goedkoop laminaat.
En dan liet hij de in twee kleuren geverfde muren, het gescheurde behang en het verfwerk dat na negen jaar wel aan een nieuw laagje toe was nog buiten beschouwing.
Toen zijn we dus samen in lachen uitgebarsten en daarna ben ik hem maar gaan helpen met breken.

Vroeger riep ik wel eens: “Ooit, ooit, wil ik een huis dat áf is!” Want ook ons allereerste huisje was in constante staat van verbouwing. Maar nu weet ik dat het ‘m daar niet in zit. Voor we dit oude huisje kochten hadden we een modern jaren ’80 huis dat inderdaad gewoon af was. Er hoefde eigenlijk niets te gebeuren. Alles was wit en strak en in orde. Maar ik voelde me er niet thuis.
Ik was zo blij toen we dit huis vonden en besloten ervoor te gaan, ondanks alle gebreken (ook wij hebben de complete vloer in de voorkamer moeten vervangen, twee keer zelfs).

Dit huis is waar ik thuis ben. Laat mij maar lekker om die verbouwingen heen proberen de boel een beetje netjes te krijgen. Blijkbaar ben ik toch het type mens dat dat leuk vindt…

Tijdgebrek

Geplaatst op 23/02/2016 door Geertrude Verweij

Op de één of andere manier kom ik altijd tijd tekort.
Vroeger had ik daar ook wel reden voor. Ik had drie jonge kinderen, er was een periode met twee banen en ik had zelfs een tijdje twee huizen bij te houden. Ik schreef daar wel eens stukjes over en ik word al moe als ik dat nu teruglees.

Maar tegenwoordig… Ik heb nog één kind thuis, maar daar heb ik echt zoveel werk niet aan. Sterker nog, ze helpt minimaal met de afwas en meestal met meer. Verder heb ik eigenlijk maar één baan en die is niet zo heel zwaar. Oké, ik doe de boekhouding voor een stuk of wat bedrijven, maar dat zijn allemaal vrij kleine. En met boekhoudingen is het precies andersom als met kinderen, aan de kleine heb je niet zoveel werk (hoewel ik persoonlijk vind dat je aan pubers het allermeeste werk hebt, maar dat terzijde).

Je zou denken dat ik zeeën van tijd overhoudt. Maar dat valt tegen. Ik kan niet meer zo hard als toen, dat scheelt natuurlijk ook, maar dat is niet de enige reden. Het is gewoon een feit dat ik altijd meer probeer te doen dan ik kan. Toen ik tien jaar geleden één huis verkocht en één baan opgezegd had, besloot ik ineens dat ik maar eens een boek moest gaan schrijven. En toen ik de tweede baan ook opgezegd had om tijd vrij te maken om er meer te schrijven, kreeg ik er ineens zo ongeveer ieder jaar een boekhouding bij. Bovendien vond ik spontaan dat ik van alles best zelf kon naaien, begon ik zelf groente te kweken en kreeg ik ook nog eens het breivirus te pakken. En dan hebben we het niet over de ideeën over borduren, met de hand quilten en tekenen die regelmatig door mijn hoofd spoken.

Volgens mij is het gewoon een natuurwet. De wet van het behoud van tijdgebrek. Want ik ben niet de enige die er last van heeft, dat weet ik wel. Er zijn veel meer mensen zoals ik, die als ze één uur hebben, meteen twee uur aan plannen verzinnen. En volgens mij is het nog exponentieel ook. Als je twee uur hebt, verzin je vier uur aan plannen en bij drie uur zit je al op de negen.
Een oplossing heb ik er niet voor. Er is tenslotte ook geen oplossing voor zwaartekracht. Je moet er gewoon mee leven. Het is zoals het is.

Toen eindelijk mijn tiende boek af was en het huishouden weer enigszins onder controle, besloot ik dat ik weer eens wilde proberen om iedere week een schrijfsel te produceren. Maar ik wil ook nog de kasten opruimen (welke? alle!), verhalen schrijven, foto’s in albums stoppen, aan een nieuw boek beginnen en…

Tja, dat bedoel ik dus. Altijd tijd tekort. Ik probeer er maar mee te leven. Want eigenlijk is het ook wel leuk om zoveel plannen te hebben. Ik moet gewoon prioriteiten te stellen, keuzes te maken en me verder niet druk te maken. Het komt allemaal wel. Veel van de dingen die ik allang niet meer daadwerkelijk op een to-dolijstje zet (want die lijst werd steeds maar langer en daar werd ik niet gelukkiger van) hoeven niet per se te gebeuren en zeker niet nu direct.

Waarom ik ervoor koos alle andere dingen te laten wachten en eerst dit stukje te schrijven?
Omdat ik er zin in had.
En dat is eigenlijk best een goede reden, vind ik.

schrijfnieuws :: Valentijnfestival 2016

Geplaatst op 16/02/2016 door Geertrude Verweij

Het lijkt wel of al mijn verhalen over uitstapjes die verder gaan dan even boodschappen doen beginnen met verkeersproblemen. Maar ja, dat is dan ook gewoon zo. Ik schijn nooit ergens gewoon naar toe te kunnen gaan. En deze keer was het niet de schuld van de Tom. Ik was er namelijk van overtuigd dat ik naar Stationsstraat 57 moest en daar leidde hij me prachtig naar toe. Hij kon er niets aan doen dat ik te lui was geweest om in mijn papieren te kijken waar toch duidelijk nummer 137 stond. Dus reed ik maar weer eens een extra rondje en parkeerde toen mijn auto recht voor de deur van waar ik moest zijn. Dat deed een alarmbelletje rinkelen dus liep ik nog even naar het begin van de straat en daar stond een bord dat aangaf dat het een zone was waar je maximaal anderhalf uur mocht parkeren. Dat was dus niet handig, want ik wilde een hele dag blijven. Maar het vak waar ik stond had geen blauwe streep, dus misschien gold het daarvoor niet? Ik besloot het binnen te gaan vragen en kon daarna dus direct terug naar mijn auto, op weg naar een plek waar ik wél de hele dag mocht staan. Ik was gelukkig niet de eerste die door het gebrek aan blauwe strepen in de war was en ook niet de laatste. Er bleven mensen binnenkomen, weer weggaan en dan een tweede entree maken. Dat was dan weer een troost.

Met een goed geparkeerde auto kon ik eindelijk gaan doen waarvoor ik kwam: bijpraten met mijn collega’s van het Valentijngenootschap. De zaterdag voor Valentijnsdag hebben wij gereserveerd voor een jaarvergadering in de ochtend en een publiek festival in de middag. En daar leefde ik al een tijdje naar toe.
Wat er op de vergadering besproken werd is natuurlijk eigenlijk alleen bestemd voor onze leden, al kan ik wel verklappen dat we ons collectief verbaasd hebben over de wel erg beperkte ruimte voor het bekend maken van de winnaar van de Valentijnprijs bij “Tijd voor Max” afgelopen vrijdag (vanaf ongeveer 31:30). Ik had het toen nog niet gezien, maar voor ik dit schreef heb ik even via die link hierboven gekeken en inderdaad, twintig seconden per boek is wel erg karig. Het is ook wel erg jammer dat de winnares niet eens de kans krijgt om te reageren voor er alweer naar een ander onderwerp overgestapt wordt.

Aan de andere kant: we waren wel op televisie (ik niet, maar “we” als romantische schrijfsters). Wie weet helpt dat met de bekendheid en ook met het aantal bezoekers van het festival. Dat was gelukkig wel heel gezellig, maar er hadden best nog wat meer lezers bij gekund. Hoe meer zielen, hoe meer vreugd tenslotte.

Ik liet me overhalen tot een kwartiertje Zentangle tekenen. Dat was eigenlijk wel een aanrader, al is dat gepriegel mijn ding niet echt. Het zou zomaar kunnen dat ik het stiekem nog een paar keer ga proberen. Verder kon je een chocoladehart versieren, maar dat heb ik maar niet gedaan. Ik betwijfel of die een uur in mijn eentje naar huis rijden overleefd zou hebben. Je kon ook nog iets met klei doen en er waren kraampjes waar je nog gauw een cadeautje kon kopen voor een geliefde en natuurlijk waren er ook een aantal van onze boeken te koop. Op de achtergrond zongen de dames van “The Lasses” en er was volop koffie, thee, limonade en koek verkrijgbaar. Bovendien – daar draaide het tenslotte om – waren er heel wat bekende en minder bekende schrijfsters, herkenbaar aan hun naambordjes en beschikbaar voor een gesprekje over hun werk. Een professionele fotograaf zorgde ervoor dat niemand met een telefoontje hoefde te rommelen om met hun favoriete auteur op de foto te kunnen. Vorig jaar lukte het niet, maar door deze opzet heb ik nu wel een mooie foto van mij en een zeer enthousiaste fan van wie ik regelmatig lieve mailtjes krijg. Omdat ik niet weet of zij er prijs op stelt om open en bloot op mijn website te staan heb ik haar er maar even afgeknipt. (geplaatst met toestemming van de betrokkene)

Verder was er niemand die mij kende. Tja. Ik weet dat mijn boeken echt gelezen worden, maar blijkbaar zijn mijn lezers net als ik: we komen niet zoveel buiten de deur. Er was wel een mevrouw die ál de boeken van Gerda van Wageningen had en ook veel van de andere schrijfsters. Mijn naam kwam haar in ieder geval wel bekend voor en ze beloofde thuis op internet te kijken of ze mijn boeken kon vinden. Wie weet heeft ze dan volgend jaar ook wel al mijn boeken in bezit, want dat is met die tien stuks van mij toch een stuk minder lastig dan met honderddertien van Gerda.

Om half drie werd in de grote kerkzaal de Valentijnprijs officieel uitgereikt. Marjan van den Berg praatte het geheel aan elkaar en gaf de genomineerde schrijfsters wat nog wat extra tijd om over hun boeken te vertellen. Zelf had ze de boeken ook allemaal gelezen, wat een extra prettige ondertoon aan gesprek gaf, want ze wist duidelijk waar de schrijfsters het over hadden. Om eerlijk te zijn had ik alleen die van Elly Koster gelezen, maar de andere vier staan nu wel op mijn lijstje, want ze lijken me allemaal even goed. De wildcard, het boek dat de meeste publieksstemmen gekregen had, ging dit jaar weer naar Suzanne Peters, deze keer voor haar boek Gebroken glas. Marjan merkte nog op dat het maar goed is dat Suzanne ons nieuwste bestuurslid is en verantwoordelijk wordt voor social media, want ze schrijft blijkbaar niet alleen goede boeken, maar weet ook haar achterban te bereiken.

Reina Crispijn was de winnares, iets wat iedereen dus al wist. Ze legde nog even uit waarom ze zo enorm verbaasd keek toen de winnaar op televisie bekend gemaakt werd: “Ik dacht dat José ging winnen en ik zat te bedenken dat ik me verheugde op het gezicht dat ze zou trekken als ze het hoorde. Het duurde even voor het tot me doordrong dat het mijn naam was die genoemd werd.”
De interviews werden afgewisseld met intermezzo’s. The Lassies brachten nog een viertal nummers, Ina van der Beek sprak over liefde en las haar eigen gedichten voor en Mary Schoon liet ons zien hoe zij lezingen en schrijversavonden invult. Daarna kreeg Reina nogmaals, en nu officieel, de prijs overhandigd van Eppo van Nispen tot Zevenaar, de directeur van het CPNB. Deze kwam overigens binnen met een geheimzinnig pakket in zijn armen, bedekt met een deken, dat later een met helium gevulde hartvormige ballon voor Gerda van Wageningen bleek te zijn.

Na afloop kon er nog even nagepraat worden in de boekhandel die een paar huizen verderop zat. Ik ben niet lang gebleven en dat is maar goed ook. Want als ik mezelf had toegestaan om echt lekker rond te snuffelen in die prachtige winkel, was ik zeker niet met lege handen naar huis gegaan. (Mocht je ooit in de buurt van Ermelo zijn, dan is het zeker de moeite waard om een bezoekje te brengen aan boekhandel Riemer & Walinga). Overigens ging ik nu ook niet met lege handen naar huis, want ik kreeg ook zo’n leuke goodybag mee naar huis, waar ik thuis een boek van één van onze schrijfsters, een Margriet en nog wat andere leuke dingen in vond.

En thuis…wachtte mij een romantisch valentijndiner, maar daar ga ik verder niet over uitweiden 😉

(nog meer foto’s en verslagen vind je bij Elly, José en Conny)

schrijfnieuws :: Valentijnfestival 2016

Geplaatst op 16/02/2016 door Geertrude Verweij

Het lijkt wel of al mijn verhalen over uitstapjes die verder gaan dan even boodschappen doen beginnen met verkeersproblemen. Maar ja, dat is dan ook gewoon zo. Ik schijn nooit ergens gewoon naar toe te kunnen gaan. En deze keer was het niet de schuld van de Tom. Ik was er namelijk van overtuigd dat ik naar Stationsstraat 57 moest en daar leidde hij me prachtig naar toe. Hij kon er niets aan doen dat ik te lui was geweest om in mijn papieren te kijken waar toch duidelijk nummer 137 stond. Dus reed ik maar weer eens een extra rondje en parkeerde toen mijn auto recht voor de deur van waar ik moest zijn. Dat deed een alarmbelletje rinkelen dus liep ik nog even naar het begin van de straat en daar stond een bord dat aangaf dat het een zone was waar je maximaal anderhalf uur mocht parkeren. Dat was dus niet handig, want ik wilde een hele dag blijven. Maar het vak waar ik stond had geen blauwe streep, dus misschien gold het daarvoor niet? Ik besloot het binnen te gaan vragen en kon daarna dus direct terug naar mijn auto, op weg naar een plek waar ik wél de hele dag mocht staan. Ik was gelukkig niet de eerste die door het gebrek aan blauwe strepen in de war was en ook niet de laatste. Er bleven mensen binnenkomen, weer weggaan en dan een tweede entree maken. Dat was dan weer een troost.

Met een goed geparkeerde auto kon ik eindelijk gaan doen waarvoor ik kwam: bijpraten met mijn collega’s van het Valentijngenootschap. De zaterdag voor Valentijnsdag hebben wij gereserveerd voor een jaarvergadering in de ochtend en een publiek festival in de middag. En daar leefde ik al een tijdje naar toe.
Wat er op de vergadering besproken werd is natuurlijk eigenlijk alleen bestemd voor onze leden, al kan ik wel verklappen dat we ons collectief verbaasd hebben over de wel erg beperkte ruimte voor het bekend maken van de winnaar van de Valentijnprijs bij “Tijd voor Max” afgelopen vrijdag (vanaf ongeveer 31:30). Ik had het toen nog niet gezien, maar voor ik dit schreef heb ik even via die link hierboven gekeken en inderdaad, twintig seconden per boek is wel erg karig. Het is ook wel erg jammer dat de winnares niet eens de kans krijgt om te reageren voor er alweer naar een ander onderwerp overgestapt wordt.

Aan de andere kant: we waren wel op televisie (ik niet, maar “we” als romantische schrijfsters). Wie weet helpt dat met de bekendheid en ook met het aantal bezoekers van het festival. Dat was gelukkig wel heel gezellig, maar er hadden best nog wat meer lezers bij gekund. Hoe meer zielen, hoe meer vreugd tenslotte.

Ik liet me overhalen tot een kwartiertje Zentangle tekenen. Dat was eigenlijk wel een aanrader, al is dat gepriegel mijn ding niet echt. Het zou zomaar kunnen dat ik het stiekem nog een paar keer ga proberen. Verder kon je een chocoladehart versieren, maar dat heb ik maar niet gedaan. Ik betwijfel of die een uur in mijn eentje naar huis rijden overleefd zou hebben. Je kon ook nog iets met klei doen en er waren kraampjes waar je nog gauw een cadeautje kon kopen voor een geliefde en natuurlijk waren er ook een aantal van onze boeken te koop. Op de achtergrond zongen de dames van “The Lasses” en er was volop koffie, thee, limonade en koek verkrijgbaar. Bovendien – daar draaide het tenslotte om – waren er heel wat bekende en minder bekende schrijfsters, herkenbaar aan hun naambordjes en beschikbaar voor een gesprekje over hun werk. Een professionele fotograaf zorgde ervoor dat niemand met een telefoontje hoefde te rommelen om met hun favoriete auteur op de foto te kunnen. Vorig jaar lukte het niet, maar door deze opzet heb ik nu wel een mooie foto van mij en een zeer enthousiaste fan van wie ik regelmatig lieve mailtjes krijg. Omdat ik niet weet of zij er prijs op stelt om open en bloot op mijn website te staan heb ik haar er maar even afgeknipt. (geplaatst met toestemming van de betrokkene)

Verder was er niemand die mij kende. Tja. Ik weet dat mijn boeken echt gelezen worden, maar blijkbaar zijn mijn lezers net als ik: we komen niet zoveel buiten de deur. Er was wel een mevrouw die ál de boeken van Gerda van Wageningen had en ook veel van de andere schrijfsters. Mijn naam kwam haar in ieder geval wel bekend voor en ze beloofde thuis op internet te kijken of ze mijn boeken kon vinden. Wie weet heeft ze dan volgend jaar ook wel al mijn boeken in bezit, want dat is met die tien stuks van mij toch een stuk minder lastig dan met honderddertien van Gerda.

Om half drie werd in de grote kerkzaal de Valentijnprijs officieel uitgereikt. Marjan van den Berg praatte het geheel aan elkaar en gaf de genomineerde schrijfsters wat nog wat extra tijd om over hun boeken te vertellen. Zelf had ze de boeken ook allemaal gelezen, wat een extra prettige ondertoon aan gesprek gaf, want ze wist duidelijk waar de schrijfsters het over hadden. Om eerlijk te zijn had ik alleen die van Elly Koster gelezen, maar de andere vier staan nu wel op mijn lijstje, want ze lijken me allemaal even goed. De wildcard, het boek dat de meeste publieksstemmen gekregen had, ging dit jaar weer naar Suzanne Peters, deze keer voor haar boek Gebroken glas. Marjan merkte nog op dat het maar goed is dat Suzanne ons nieuwste bestuurslid is en verantwoordelijk wordt voor social media, want ze schrijft blijkbaar niet alleen goede boeken, maar weet ook haar achterban te bereiken.

Reina Crispijn was de winnares, iets wat iedereen dus al wist. Ze legde nog even uit waarom ze zo enorm verbaasd keek toen de winnaar op televisie bekend gemaakt werd: “Ik dacht dat José ging winnen en ik zat te bedenken dat ik me verheugde op het gezicht dat ze zou trekken als ze het hoorde. Het duurde even voor het tot me doordrong dat het mijn naam was die genoemd werd.”
De interviews werden afgewisseld met intermezzo’s. The Lassies brachten nog een viertal nummers, Ina van der Beek sprak over liefde en las haar eigen gedichten voor en Mary Schoon liet ons zien hoe zij lezingen en schrijversavonden invult. Daarna kreeg Reina nogmaals, en nu officieel, de prijs overhandigd van Eppo van Nispen tot Zevenaar, de directeur van het CPNB. Deze kwam overigens binnen met een geheimzinnig pakket in zijn armen, bedekt met een deken, dat later een met helium gevulde hartvormige ballon voor Gerda van Wageningen bleek te zijn.

Na afloop kon er nog even nagepraat worden in de boekhandel die een paar huizen verderop zat. Ik ben niet lang gebleven en dat is maar goed ook. Want als ik mezelf had toegestaan om echt lekker rond te snuffelen in die prachtige winkel, was ik zeker niet met lege handen naar huis gegaan. (Mocht je ooit in de buurt van Ermelo zijn, dan is het zeker de moeite waard om een bezoekje te brengen aan boekhandel Riemer & Walinga). Overigens ging ik nu ook niet met lege handen naar huis, want ik kreeg ook zo’n leuke goodybag mee naar huis, waar ik thuis een boek van één van onze schrijfsters, een Margriet en nog wat andere leuke dingen in vond.

En thuis…wachtte mij een romantisch valentijndiner, maar daar ga ik verder niet over uitweiden 😉

(nog meer foto’s en verslagen vind je bij Elly, José en Conny)

De weg kwijt

Geplaatst op 09/02/2016 door Geertrude Verweij

Toen er een tijdje geleden een dochter met een vers rijbewijs op stap ging met mijn auto en mopperde dat mijn navigatiesysteem maar een raar ding was, had ik de neiging om hem te verdedigen. Toegegeven, ik heb ook wel eens gemopperd op mijn Tom (zo noem ik hem, maar eigenlijk is het niet dát merk). Hij heeft wat kuren en dat wordt erger naarmate hij ouder wordt (want hij weet niet alle nieuwe routes en updaten gaat niet meer), maar tegenwoordig hebben Tom en ik zelden problemen. Of zou dat komen doordat ik hem nog maar zo weinig gebruik? Ik rijd eigenlijk alleen nog maar mijn vaste rondje naar de supermarkt en de kringloopwinkel en daar heb ik hem niet bij nodig.

Vrijdag was ik in Amersfoort, bij een bijeenkomst over het leenrecht, of eigenlijk over het verdwijnen van de inkomsten die wij schrijvers en vertalers daaruit hebben. Al met al een heftig onderwerp, maar ook meteen een gelegenheid om gezellig te praten met bekende en onbekende collega’s (ik heb de hele middag met een heel aardige mevrouw gepraat en naast haar gezeten maar ik weet haar naam niet meer – ik schaam me diep). Ik liep samen met Marjan van den Berg en haar gezelschap naar buiten en zei nog (als reactie op Marjans mededeling dat zij altijd de weg nog wist, ook in een vreemde stad): “Ik verdwaal altijd. Ik loop zelfs in een winkelstraat de verkeerde kant uit en kom er meestal pas na een heel stuk lopen achter dat ik die winkels al gezien heb.” En ik bedacht nog dat ik gelukkig mijn Tom had om me weer veilig thuis te brengen.

Ik volgde dus Marjan naar de parkeergarage en vond gelukkig vrij snel mijn auto terug (was vergeten erop te letten op welke verdieping ik stond). Ik reed naar buiten, zwaaide onderweg nog even naar Marjan en bedacht toen dat de Tom nog aan moest. Die had me op de heenweg feilloos op het goede adres gebracht, dus ik had er wel vertrouwen in. De terugweg is altijd gemakkelijk om in te stellen: je kiest gewoon “thuis”. Dat deed ik dus fluitend. Helaas was het navigatiesysteem de verbinding met de satelliet een beetje kwijt. Dat vond ik niet zo gek, want het was een parkeergarage onder een plein. Daar komt zo’n signaal van heel ver weg niet zo gemakkelijk doorheen. Het duurt dan heel even voor we weer verbinding hebben. Dat is een kwaaltje van Tom waar ik allang aan gewend ben.

Ik deed dus wat ik altijd doe in zo’n geval, koos op de gok welke kant ik op moest en wachtte tot Tom zou zeggen dat ik om moest keren omdat ik fout gegokt had. Want zo gaat dat. Ik kies altijd fout. Zelfs als ik dat besef en dan de andere kant op ga. Deze keer dacht ik namelijk eerst “rechts” en daarom ging ik links. Maar het had dus rechts moeten zijn.

Dat heb ik helemaal zelf bedacht overigens, want Tom liet me vreselijk in steek. Hij bleef zoeken naar het signaal, dat blijkbaar onvindbaar was. En ik maar dwalen over grachtjes en via allerlei smalle eenrichtingsstraatjes. Uiteindelijk zei ik maar zelf “keer om!” en ben ik teruggegaan naar waar ik vandaan kwam. Wat tot mijn verbazing nog lukte ook. Ik reed weer langs het plein met de parkeergarage en ging nu de andere kant maar op. Als ik meteen rechts was gegaan had ik vrijwel direct een kruispunt gezien met borden richting Utrecht. Tja.

Op het moment dat ik dat kruispunt zag, zag de Tom eindelijk ook weer wat. En dus riep hij enthousiast: “naar links”. Ik zei nog: “Dat klopt niet, ik moet naar Utrecht, niet naar Amsterdam.” Maar ik ben geneigd te denken dat Tom er meer verstand van heeft dan ik, dus ik schoof nog gauw twee banen op om toch maar naar links te gaan. Maar net toen ik daar was, zei hij: “nee, naar rechts, je moet richting Utrecht.”
Eh ja, dat zei ik toch al? Maar het heeft weinig zin om kwaad te worden op een apparaat, zelfs als dat ding een naam heeft. Dus schoof ik maar gauw weer twee banen terug, wat nog net ging.

Daarna moesten we nog allerlei rare kronkels maken en verdwaalde ik bijna weer, maar dat was niet zijn schuld. Er waren twee routes naar Utrecht, maar bij de tweede moest je dan wel heel erg opletten, anders reed je er voorbij. Dat was nieuw en stond dus niet goed in Toms geheugen. En het regende en het was donker en ik had honger, dus ik reed er inderdaad bijna voorbij. Maar het ging dus nog net goed.

Daarna hadden we nog even een discussie omdat hij bleef beweren dat ik de snelweg richting Den Haag moest hebben, maar wat er ook op de borden stond, geen Den Haag. Gelukkig is Rotterdam voor mij ook de goede kant uit, dus liet ik me niet van de wijs brengen.
Toen eindelijk Den Haag ook op de lijst plaatsnamen op de borden verscheen (en Rotterdam er even niet op stond), zei Tom stoïcijns: “E30 richting Rotterdam.”
Lolbroek.

Uiteindelijk kwam ik veilig thuis. Wel na een heftige file, maar daar kon de Tom dan weer niets aan doen. En dat is maar goed ook, want anders ging ik er toch serieus over denken om hem met pensioen te sturen…

  • Previous
  • 1
  • …
  • 17
  • 18
  • 19
  • 20
  • 21
  • 22
  • 23
  • …
  • 48
  • Next

Welkom!

Ik ben Geertrude, echtgenote van 1, (schoon)moeder van 5 en oma van 2.
Ik ben boekhouder, redacteur en schrijfster van beroep en hou van lezen, fotograferen, breien, naaien, tuinieren, kruidengeneeskunde en nog veel meer.
Hier schrijf ik over alles wat me bezighoudt en soms ook over mijn pogingen eens wat rustiger aan te doen.
Meer over mij vind je hier.

Archief

© 2026 Geertrude blogt | Aangedreven door Minimalist Blog WordPress thema