Geertrude blogt

Menu
  • Contact
  • Over mij
  • Privacy
Menu

nieuwsbrief :: mei 2014

Geplaatst op 09/05/2014 door Geertrude Verweij

lievelezers
Pas nu ik probeer maandelijks met schrijfnieuws te komen, merk ik hoe ongedisciplineerd ik eigenlijk schrijf. Bij mij is er niet echt sprake van regelmaat en systeem. Ik schrijf als een verhaal me pakt. En ik schrijf dus niet als ik teveel andere dingen aan mijn hoofd heb. Zoals de afgelopen maand. Na de jetlag kreeg ik griep en die hakte er aardig in. Daarnaast schreeuwde de tuin om aandacht, kwamen er dochters thuis en moesten er dingen gevierd worden.

20140508 (1) (Large) 20140508 (3) (Large)

Op dit moment begint er wel iets te kriebelen, maar mijn redactrice en ik zijn ook begonnen met de eerste redactieronde voor ‘Thuisgekomen’, dus ik weet niet hoeveel tijd ik heb om me heerlijk in een nieuw verhaal te storten. Het blijft dus afwachten wanneer ik weer enthousiast kan melden dat ik met iets nieuws bezig ben. Gelukkig staan boek 8 (‘Thuisgekomen’ dus) en boek 9 (weer een iets spannendere roman) al klaar, dus heb ik nog even tijd. En nu besef ik ineens dat het volgende manuscript dus mijn tiende boek zal worden. Dat is dan wel weer een mijlpaal.
 

Biblionrecensie Erfgoed

Het heeft even geduurd, maar hij is er en gelukkig positief. Jammer dat er ergens een misverstand is over het aantal boeken dat ik geschreven heb (Erfgoed is mijn zevende boek, niet mijn vierde), maar verder ben ik er erg blij mee.

Fotografe Donna is ingehuurd om een bruiloft op een landgoed vast te leggen en een uitgebreide impressie van huis en landerijen te maken voor de bruid die na haar huwelijk naar het buitenland zal vertrekken. Al spoedig wordt de idyllische omgeving verstoord als ze de broer van de bruid tegenkomt. Hij blijkt de man te zijn met wie ze een decennium geleden zo’n mooi jaar beleefde. Ze vertrok toen uit Rome om haar moverende, achteraf begrijpelijke redenen. Haar fotografische geheugen is nu helaas al spoedig nodig om details door te geven aan de politie als er iemand van de huishouding dood wordt gevonden. Van de schrijfster (1971) verschenen al eerder drie (liefdes)romans. In deze nieuwe, best wel spannende feelgoodroman laat ze zien dat ze een leuke plot weet te verzinnen, dat ze consistent uitwerkt. Goed taalgebruik en behoorlijke karaktertekeningen. Het boek zal lezeressen van het lichtere segment enige uren aangenaam leesplezier geven. Normale druk. – Drs. Fieke Nugteren

 
handtekening

nieuwsbrief :: april 2014

Geplaatst op 04/04/2014 door Geertrude Verweij

lievelezers
Daar zit ik dan. Niet meer buiten op de porch in de zon, maar in mijn kleine, donkere kantoortje, met uitzicht op een grijze lucht. We zijn weer in Nederland, dat is duidelijk. Gelukkig kan ik hiervandaan ook de bloesem van de kersenboom zien, dat is tenminste een wat positiever gezicht. Zo erg is het nu ook weer niet om weer terug te zijn. Maar het is wel een behoorlijke overgang.

De afgelopen maand is er weinig geschreven. Niet zo gek, na het afronden van twee boeken. Toch is het niet zo dat ik me helemaal niet bezig gehouden heb met mijn volgende boek. Ik heb heel wat tijd besteed aan nadenken, brainstormen en verzinnen. Het levert geen leuke woordenaantallen op, maar het is een belangrijk stuk voorbereiding. Bij mij moet een verhaal altijd eerst even rijpen in mijn hoofd. Waarna ik ga schrijven en het meestal heel anders uitpakt dan ik dacht. Maar toch, die eerste fase in mijn hoofd is erg belangrijk.

Ik ben inmiddels voorzichtig begonnen met schrijven, maar ik kan er nog niet zoveel van zeggen, want het is echt nog heel pril.

Mensen vragen me nu al of mijn volgende boeken zich op Curaçao af gaan spelen, maar op dit moment heb ik daar nog geen plannen voor. Dat kan natuurlijk zomaar veranderen, als één van mijn hoofdpersonen het in zijn of haar hoofd krijgt om naar een tropisch eiland te willen verhuizen, moet ik misschien wel gewoon toegeven 😉

Er zijn in ieder geval meer dan genoeg mooie stranden waar zich de meest romantische dingen zouden kunnen afspelen…

En verder… tja, dit is een nieuwsbrief zonder nieuws aan het worden. Dat heb je zo nu en dan. Beetje jammer, maar ik wilde ook geen maand overslaan.

Zal ik dan de titel van het boek dat in het najaar uitkomt alvast verklappen?

Het was een lastige deze keer. Ik hou van korte, maar krachtige titels en het valt soms niet mee om een woord te vinden dat het verhaal van het boek aardig dekt. Misschien maak ik het mezelf ook gewoon te moeilijk, dat kan ook. Ik denk wel eens dat mijn lessen Nederlandse literatuur op de middelbare school daar debet aan zijn. Want je moest de titel van alle (dertig!) boeken op je lijst kunnen uitleggen en dat ging soms nogal diep. Blijkbaar heb ik dus het gevoel dat mijn titels ook uit te leggen moeten zijn. Dat valt niet altijd mee, maar uiteindelijk vond ik een titel die me wel beviel en die slaat op meerdere delen van het verhaal.

*tromgeroffel*….Mijn nieuwe boek heet Thuisgekomen

En meer heb ik helaas niet te vertellen. Hopelijk volgende maand wel…

handtekening

Jetlag en stress

Geplaatst op 02/04/2014 door Geertrude Verweij

Met grote letters stond het deze week in mijn agenda: jetlag. Dat had ik twee maanden eerder gedaan, omdat ik me heel verstandig realiseerde dat ik die dagen niet te veel afspraken moest maken. En ik heb echtgenoot ook gedwongen het in zijn (digitale) agenda te zetten. Want het is zo verleidelijk om juist die eerste week veel te vol te plannen en dan zit je meteen weer diep in de stress.

Toen we zondag thuis kwamen, leek het eigenlijk wel goed te gaan. Een uurtje slapen en we konden er weer tegenaan. Ik pakte de koffers alvast uit, ruimde de schone spullen op en waste de rest. Dat ging allemaal heel soepel eigenlijk. Maandag gaf ik de planten water, deed boodschappen, dweilde de vloer en deed wat andere schoonmaakklusjes. Niet dat de achtergebleven dochter het niet goed gedaan had, maar gewoon, omdat ik dat wilde. Om weer het gevoel te krijgen dat dit mijn huis was. Want het voelde een beetje raar om weer hier te zijn.

Toch pakte ik de meeste routines gewoon weer op zoals ik die altijd gedaan heb. Inclusief veel te veel koffie drinken, want zowel echtgenoot als ik liepen alweer blindelings naar dat apparaat toe. Het is een geluk bij een ongeluk dat ons superdeluxe zelfmalende verse-koffie-met-één-druk-op-de-knop-apparaat zo goed als versleten is en kuren vertoont. We maken de bonen nog op en gaan dan weer aan een ouderwets druppelapparaat. We vinden namelijk die vier kopjes koffie die we nu drinken meer dan genoeg, maar als koffiezetten te gemakkelijk gaat, zitten we zo weer aan de eh… veel meer kopjes (twaalf? nog meer?) die we voor we naar Curaçao gingen dronken.

Andere dingen ontwen je blijkbaar sneller. Zo vindt heel Nederland het heerlijk weer, terwijl ik wintertruien draag en in een dichtgeknoopte winterjas naar buiten ga. Want wij vonden het de laatste wekeken al fris worden bij een graad of 26 en dat haalt zelfs deze extreem warme lente niet.

Hoewel ik dus zondag en maandag het idee had dat we zo goed uitgerust waren dat de jetlag deze keer heel erg meeviel, sloeg het dinsdag ineens serieus toe. Ik kon niet wakker worden en ik voelde me ziek. Duizelig Keelpijn. Hooikoorts? Of verkouden vanwege de temperatuur? Ik weet het niet. Maar het duurde de hele dag en ik gaf er maar gewoon aan toe. Beetje rondkijken op internet (maar te duf om ergens te reageren) en een boek lezen. Vandaag heb ik wel wat gedaan (onder andere dit stukje schrijven), maar echt lekker gaat het nog niet. Ik denk dat ik de rest van de dag maar weer vrij neem, want met watten in je hoofd kun je weinig nuttigs doen. Nadenken gaat niet en lichamelijk werk eigenlijk ook niet, want ik loop overal tegenop.

Gelukkig had ik dat al voorzien en schreef ik in februari al “jetlag” boven deze week. Ik heb deze week dus verder helemaal niets te doen. Zou je denken.

Maar inmiddels is het woensdag en ik moet deze week wel echt even de post opruimen en de boekhouding op orde brengen.  Die heb ik digitaal wel bijgehouden, maar ik moet wat dingen uitprinten en ouderwets analoog opbergen en nummeren. Vanavond gaan we dochter-uit-Durham van Schiphol halen en die brengt hoogstwaarschijnlijk een koffer vol was mee (mag hoor!). En de nieuwsbrief van deze maand moet ook weer online. En dit stukje, zowel in het Nederlands als in het Engels. Dat staat allemaal keurig onder dat woordje “jetlag” geschreven. En dan heb ik het nog niet over alle dingen die er nog niet staan (de tuin bijvoorbeeld).

Dat is blijkbaar nog zo’n slechte gewoonte die ik direct weer oppak, net als die koffie. Ik ben amper thuis en ik begin alweer veel te lange lijstjes te maken met dingen die eigenlijk best kunnen wachten. Maar dat is niet de bedoeling. Ik mag dan op dit moment in of eigenlijk tussen twee werelden leven, maar als het enigszins mogelijk is wil ik het beste van die twee werelden. En de ontspannen levenshouding, die daar zoveel normaler is dan hier, valt zeer zeker onder die categorie.

Ik herinner mezelf dan maar aan onze verhuurder en zijn beste vriend. Die kwamen regelmatig de buitenboordmotor die vlakbij ons apartement stond ophalen. Ze hadden een piepklein bootje en gingen daarmee de zee op om te vissen. Of ze ooit iets vingen, weet ik niet, maar daar ging het ook niet om.
Als ze met die motor wegliepen zeiden ze steevast hetzelfde: “Wij gaan even de stress weggooien. Dat moet je regelmatig doen, anders gaat het niet goed met je.”
En dat zijn wijze woorden!

20140329 (20) (Large)

20140329 (24) (Large)

(deze foto’s maakte ik op onze laatste dag op Curaçao. Meer foto’s en beschrijvingen staan hier)

Afscheid nemen

Geplaatst op 25/03/2014 door Geertrude Verweij

“No woman, no cry”, zong het bandje op het plein van Renaissance, zaterdagavond. De zanger vertaalde dat op dezelfde manier als echtgenoot: “geen vrouwen, geen problemen”, maar gelukkig zette de zangeres dat nog even recht. “Nee vrouw, niet huilen”, betekent het natuurlijk.

Ik huilde wel. Eventjes maar. Dat kwam door dat liedje, dat me sowieso altijd al raakt. En door de wetenschap dat we een week later in het vliegtuig naar huis zouden zitten. En door het besef dat ik in de toekomst steeds afscheid zou moeten nemen en steeds zou moeten huilen. Want zo ben ik nu eenmaal. Ik vond het twee maanden geleden ook naar om afscheid te nemen van de dochters en mijn ouders. En van de kat, en het huis, en mijn tuin. Maar nu onze tijd op Curaçao bijna om is en hoewel ik het fijn vind om iedereen en alles straks weer te zien, valt dat afscheid me ook zwaar. En als alles (qua financiën en gezondheid vooral) zo loopt als we hopen, blijven we voorlopig een paar keer per jaar heen en weer reizen, wat dus elke keer weer afscheid nemen betekent.

Gelukkig wees echtgenoot me erop dat ik het ook om kon draaien. Ik mag steeds na een tijdje weer terug naar datgene waar ik naar verlang. Oh ja. Da’s ook waar. Ik heb dochters, ouders, kat, huis en tuin maar twee maanden hoeven missen. Geen jaren. En ik hoef ook geen definitief afscheid van Curaçao te nemen. Ik mag over een half jaartje gewoon weer terug.

Je zou denken dat we dit laatste weekend expres op het strand doorbrachten, omdat we dat vanaf volgende week niet meer kunnen doen. Maar wij doen nu eenmaal nooit wat je zou denken. We zijn redelijk uitgerust en hadden dus meer zin om nog maar weer eens op avontuur te gaan.

We begonnen met een bezoek aan de open dag van het Blue Bay Resort. We wilden weleens weten wat er allemaal bij kwam kijken als we ervoor zouden kiezen om daar een kavel te kopen. Nee, dat is niet erg avontuurlijk, maar we mochten met een golfkarretje naar de stukken land gaan kijken en dat had toch wel wat. Zeker toen we nogal steil naar beneden moesten en de remmen niet heel goed bleken te werken. We waren blij toen we weer veilig in onze eigen (huur)auto konden stappen.

Omdat Blue Bay toch niet helemaal is wat we willen, reden maar nog maar weer eens naar Grote Berg. Daar zijn we al vaker wezen kijken en dat is een wijk die ons wel bevalt. We worden wel regelmatig gewaarschuwd voor overlast van de vliegtuigen die daar overkomen. Nu moet je niet meteen denken aan de herrie in de buurt van Schiphol. Hato is een paar maatjes kleiner en de meeste vliegtuigen die daar komen ook. Er kwam zo’n klein vliegtuig over en dat hoorden we niet eens. Het geluid vervliegt door de wind, denk ik. Maar voor we definitieve beslissingen nemen, willen we hier eerst gaan huren.

Al bladerend in het makelaarskrantje voor kavelnummers en huurprijzen zag ik ineens heel goedkope kavels ergens anders, waar we nog nooit geweest waren. Genoeg redenen dus om daar eens naar op zoek te gaan. Het viel niet mee om de kavels te vinden. Het was een leuke rit over allemaal onbekende weggetjes, maar toen we de kavels gevonden hadden waren we er direct klaar mee ook. Te ver bij alles vandaan en de geur die er hing leek erop te wijzen dat het in gebruik was als een illegale vuilstortplaats. Ik wil niet eens bedenken hoe je dat ooit weer schoon moet krijgen.

Van schrik reden we gauw door naar Westpunt om even uit te waaien. En besloten toen op Noordpunt even te gaan zwemmen. Dat is maar een klein stukje verderop, al klinkt het veel verder.
Playa Kalki is wel een leuk strand. Het ligt een beetje verstopt en van bovenaf lijkt het alsof het maar heel klein is en vol ligt met stenen. Maar als je verder loopt zie je dat er meer is. Bovendien zijn er redelijke voorzieningen, toiletten, een tentje waar je snacks en drankjes kunt halen en ligstoelen. Dat is, zeker zo lang we hier alleen maar logeren en geen eigen strandstoelen, parasols en koelboxen hebben, toch wel prettig.

Na het zwemmen besloten we een shoarmaatje te gaan eten bij ons vaste adresje in het Riffort.
(hier moet ik even bij vermelden: ons commentaar van de vorige keer is niet meer geldig. De televisie staat nu steeds uit en er is zeer gemotiveerd en vriendelijk personeel – het eten is nog altijd zeer goed voor een leuke prijs)
Daarna liepen we naar beneden waar we de week ervoor ook al genoten hadden van de live muziek. Deze keer was het een ander bandje dan de vorige keer, maar dit klonk ook goed. We dronken een kopje koffie en daarna een roseetje en ik stopte gauw met huilen, want dat is natuurlijk zonde van onze mooie laatste week!

p.s. Weinig foto’s, sorry. Het zat er even niet in, zaterdag. Zondag wel, maar die staan ergens anders. Ik ben begonnen met ploggen, wat zoveel betekent als de hele dag foto’s maken van wat je doet en dat dan dagelijks posten. Ik hou het (in ieder geval voorlopig) nog maar even los van dit blog, maar jullie zijn natuurlijk wel allemaal van harte uitgenodigd om daar ook te komen lezen: Geertrude plogt ook

Overvolle stranden en spookresorts

Geplaatst op 18/03/2014 door Geertrude Verweij

Het zag er spookachtig en verlaten uit. Het was bedoeld als resort, dat kon je zien. Herkenbare zalen, kamertjes, balkons. Maar er zaten geen ramen of deuren in en er was eigenlijk niets meer dat erop wees dat er ooit gebruik van gemaakt was. Echtgenoot dacht dat het gebouwd was in de jaren zeventig en nooit afgemaakt. Ik fantaseerde jaren dertig, één van de eerste hotels hier*, zeer geliefd, maar daarna vergeten en verlaten. Ik zag het helemaal voor me, inclusief de juiste kledingstijl. En de schattige kindjes op het rare pleintje dat een midgetgolfbaan bleek te zijn.

We waren hier toevallig terecht gekomen op onze zondagse “we-zien-wel-waar-we-uitkomen-rit”. Eigenlijk was het begonnen als een ritje naar het strand. Maar niet weer naar Blue Bay, want hoewel of misschien juist omdat dit één van onze favoriete stranden is, waren we daar vorige week (en in de weken daarvoor) ook al geweest. We vonden dat we saai en voorspelbaar werden. Dus besloten we naar een strand te gaan dat we nog niet kenden. Lijstje uit de krant erbij (want daar staat op of ze ligstoeltjes verhuren en dat leek ons toch wel essentieel voor een hele middag strand) en op de kaart zoeken. We kozen voor Daaibooi. Nooit geweest en vinkjes bij alle voorzieningen behalve entreegeld (maar meestal betekent dat dat de bedjes duurder zijn). Ik heb alleen een probleem met die naam, want voor je het weet zeg je Dooibaai en dat klinkt niet zo gezellig.

Het strand was erg gezellig. En propvol. En helaas had hier niemand eigenhandig heel veel palmbomen geplant zoals op Blue Bay (we hebben één van de planters daar persoonlijk over horen opscheppen en dat mag ook, want dat moet een werk geweest zijn), dus schaduw was er niet. In de zon was veel te heet en daarom besloten we verder te kijken. Playa PortoMari. Ook mooi. Zelfde probleem.

Weer doorgereden. Op dat moment besloten we er een “we-zien-wel-waar-we-uitkomen-rit” van te maken, afgesloten met een duik in de zee bij de kleine Knip.
Maar we doen nooit wat we zeggen, dus die duik namen we bij Boca Santa Cruz al. Dat was een strand waar we nog wel eens heen willen. Ruim en gezellig. Ondiep (dus extra lekker warm) water. Alleen een beetje teveel zeewier aan de kant waar wij gingen zwemmen. Daar heb ik een raar soort fobie voor. Ik dacht dat ik daar allang overheen was (stamt uit mijn vroege tienerjaren), maar ik raakte een stukje zeewier met mijn been, slaakte een gil en ging bijna kopje onder. Echtgenoot schrok en ik ook. Eigenlijk nog meer van mijn reactie dan van dat zeewier. Moet ik toch eens iets aan doen. Maar nu even niet, want hoe echtgenoot ook zijn best deed er een grapje van te maken, ik raakte bijna in paniek als hij me in de richting van dat zeewier trok.

We droogden ons min of meer af, maar hadden geen zin om ons om te kleden (geen kleedhokjes, dus gedoe achter een handdoekje). Zittend op de baddoeken om geen vlekken te maken in de auto ging dat best. Dacht ik, want toen we ‘s avonds thuiskwamen had ik witte vlekken in mijn zwarte jurkje van het opgedroogde zout. Nooit eerder last van gehad, dus ik vraag me af of het water daar nu zoveel zouter was. Kan bijna niet, want zee is zee. Maar toch.

Daarna reden we dus een onbekend weggetje in en eindigden bij het spookresort vlakbij Santa Martha Bay dat direct op onze fantasie begon te werken. Helaas bestaat er internet, dus kon ik thuis de feiten nazoeken en kwam ik er achter dat dit resort pas in 2009 failliet gegaan is en een paar maanden later compleet is leeggeroofd. Triest, want het ziet er dus echt uit alsof het al tientallen jaren leegstaat. En sowieso jammer want dit is echt één van de mooiste plekjes van het eiland. Hopelijk komt er ooit iemand die de boel weer op poten zet.

We gingen op zoek naar nog meer mooie weggetjes en vonden er een paar, maar helaas nog steeds niet dat ene weggetje langs de kust. Dat zou ergens bij het vliegveld uit moeten komen, dus reden we naar Hato om te kijken of we het andere eind konden vinden. Dat lukte niet, maar we hadden daar wel even een “when-in-Rome-momentje”, altijd leuk. Het stond vol met vliegtuigspotters die het vertrek van de KLM stonden te bekijken. We zijn toen ook maar gestopt om even te kijken. Waarna het tot ons doordrong dat twee weken nog best kort is. En daarna dat de meeste mensen hier maar twee weken op vakantie zijn. Dus eigenlijk is het heel erg lang. Dat troostte ons wel weer een beetje. Maar toch…

* helemaal fout, het toerisme kwam hier pas veel later op gang

zaterdagavond vanaf het Riffort
Deze foto heeft niets met bovenstaand verhaal te maken, maar ik vind de pasteltinten en de vollemaan zo mooi.

Uitzicht op Santa Martha Bay

Uitzicht op Santa Martha Bay

KLM vertrekt. Nog even zonder ons.

Slaperig

Geplaatst op 11/03/2014 door Geertrude Verweij

“Nee, ik ben wakker” verzekerde ik echtgenoot, toen hij vroeg of ik sliep. Maar later besefte ik dat de tijd wel heel erg snel gegaan was. Eerst was het tegen drieën en nu ineens hoorde ik mensen zeggen dat het bijna half vijf was. Misschien ben ik toch even weggezakt. Of zelfs wat langer. Niet zo heel slim, want hoewel we in de schaduw lagen, begon ik langzaam steeds meer in de zon terecht te komen. Gelukkig is mijn huid na vijf weken wel wat gewend. Die is alleen nog wat bruiner geworden.

Geen avonturen dus, dit weekend. Zondagmiddag hebben we liggend op het strand doorgebracht. Het hoogtepunt van de middag was dat één van de schepen die we voorbij zagen varen een onderzeeër bleek te zijn. Maar die deed verder ook geen spectaculaire dingen. Helaas, want ik had weleens willen zien hoe zo’n ding onder water gaat en/of bovenkomt.

Zaterdag hebben we weer eens een beetje rond gereden. Ik had in een makelaarskrantje een betaalbaar huis gezien. Een heel erg betaalbaar huis zelfs. En hoewel we nog niet zover zijn dat we echt iets willen gaan kopen, waren we allebei erg nieuwsgierig naar waar dat huis dan zou liggen en hoe het eruit zou zien. In Nederland is dat niet zo moeilijk. Daar staan adres en postcode luid en duidelijk bij elke huis dat te koop staat. Hier niet. Hier stond alleen een wijk. En aangezien we er ook nog niet uit zijn of je ergens aan kunt zien waar een wijk precies begint of ophoudt, was het gokken welke straten daar precies onder vielen. We zijn begonnen waar de naam van de wijk op de kaart stond en hebben daarvandaan kriskras heen en weer gereden. Wat leuk was, want wij houden van huizen kijken. Maar het betreffende huis hebben we helaas niet kunnen vinden. Dat was dan weer jammer.

We zagen mooie huizen en oude vervallen huisjes. Die laatste knappen wij in gedachten dan altijd meteen even op. Dat lijkt ons hier een stuk gemakkelijker dan thuis, want ten eerste heb je geen gedoe met rottende funderingen en ten tweede kun je ook wel een tijdje zonder dak. Trouwens, ik maak me helemaal niet druk over dat soort dingen. Ik ben vooral bezig met belangrijke dingen als de muren een gezellig kleurtje geven (zowel binnen als buiten), comfortabele meubels op de porch zetten en twee palmbomen  (want dan kan er een hangmat tussen) in de tuin planten.

Omdat ik het zo graag wilde, maakten we ook nog even een omweg langs een nog betaalbaarder huisje, waar in ieder geval een straat bij stond. Ik verwachtte er al niet veel van, want het stond in oktober ook al te koop. Er was (voor Curaçaose begrippen) maar een heel klein stukje grond bij en de badkamer was “separaat”, wat waarschijnlijk betekent dat er een buitenwc is, waarvan je maar moet afwachten of hij is aangesloten op de riolering. Maar toch.

Stiekem hoopte ik op iets waar anderen de schoonheid niet van zien, maar wij natuurlijk wel. Zo’n leuk authentiek huisje, op een mooi plekje, ergens aan de rand van de stad. Met een gezellige porch op de wind en een schattige kleine tuin, waar die twee palmbomen net inpassen. Zoiets. Maar dit huisje bleek wel zeer authentiek te zijn, maar dan ook te liggen aan een authentiek straatje midden in de stad waar onze auto nauwelijks doorheen paste. Er was geen porch. Vanuit de voordeur sprong je direct tussen het verkeer. Dat niet erg hard reed, want dat kan daar gewoon niet. Dat scheelt dan weer. Omdat dit deel van de stad tegen een heuvel ligt, was er helemaal geen leuk tuintje. De achterkant van het huis stond dicht tegen een soort wal aan. De separate badkamer kon ik niet zien, maar in de krap anderhalve meter achter het huis paste die nog wel. Mijn palmbomen niet.

Er stond in de advertentie dat het een “goed onderhouden houten opstal” betrof, maar ik ben bang dat het huisje al een paar jaar te koop staat. De verf viel er vanaf als je er naar keek. Het was wél het best onderhouden huisje in de straat. Maar dat maakte het niet bepaald aantrekkelijker. Helaas. Want dit had de prijs van een tweedehands caravan en dat was dan weer wel aantrekkelijk. Het voldeed alleen totaal niet aan ons idee van wonen op Curaçao. Veel buiten zijn is voor ons het belangrijkste voordeel van hier ten opzichte van Nederland. En dat kon daar dus niet. Ik kon het zelfs in gedachten niet mooier maken dan het was. Hoewel… als je die bouwval ernaast koopt en afbreekt en dan… Nee. Toch niet.

Na al dat rondrijden, kijken, nadenken, renoveren en inrichten waren we knap moe. Daarom wilde ik zondag gewoon naar het strand. Verder niets. Alleen maar liggen. En ik denk dat ik daarom misschien wel, een beetje, heel even, in slaap gevallen ben…

201403011 (1) (Large)

201403011 (2) (Large)

Een redder in nood

Geplaatst op 04/03/2014 door Geertrude Verweij

“We zien elkaar terug in de hemel.” Vastbesloten knikte de man en we konden niets anders doen dan het bevestigen. Want dat was niet het moment voor een discussie over levensbeschouwelijke zaken.
Die uitspraak paste wel bij hem, want hij was in onze ogen dan ook een soort engel. Niet de bijbelse soort, maar het type mens dat soms ineens uit het niets opduikt om je spontaan te helpen.

We wilden eigenlijk helemaal niet bij de Gran Marcha gaan kijken. Want, dat schreef ik al eerder, we houden niet zo van wachten en plekjes bezet houden en dat soort dingen. Maar toen we onderweg naar het westen voor de vijfde keer bij wegafzettingen en parkeerterreinen belandden, besloten we toch maar even te gaan kijken. En stonden vervolgens twee uur bij een hek ons mooie plekje vooraan bezet te houden.

“Veel water drinken en goed smeren”, raadde een meisje uit de voorstoet dat een sigaret bij echtgenoot bietste ons aan. Dat wisten we. Gelukkig was er water te koop, want we hadden ons natuurlijk niet goed voorbereid op deze actie. Daar lag het ook niet aan, dat ik me na een tijdje toch knap naar ging voelen. Dat heb ik wel vaker als ik niet veel gegeten heb en lang moet staan. En natuurlijk zullen de warmte en de brandende zon niet echt positief effect gehad hebben. Maar ik weigerde eraan toe te geven, dronk nog wat water en kauwde wat op kauwgumpjes die we gekregen hadden van de voorstoet. Zo noem ik dat, geen idee hoe het officieel heet, maar je ziet het in Nederland ook bij Sinterklaasoptochten. Als je denkt dat het eindelijk begint, komt er eerst een berg reclameauto’s en mensen die rommel uitdelen. Logisch, want als ze erachter aan komen, kijkt niemand meer. Al snap ik niet helemaal waarom ze er niet gezellig tussen lopen, maar goed, dat terzijde.

Het ging dus redelijk en ik genoot van mooie wagens en de kleurige kostuums. Ik genoot wat minder van de harde muziek. En nu niet denken dat ik me aanstel. Vijftien van die enorme boxen achter op een vrachtwagen en dan op volledige sterkte. Dat is een hoop decibellen. En dan bij elke deelnemer, dus dertig keer. Maar na de tiende stonden we niet meer op dat mooie plekje. Want ik had al een tijdje last van koud zweet en toen ik ineens een echte koude stroom langzaam van mijn benen naar mijn nek voelde trekken, wist ik dat we daar weg moesten voor het mijn hoofd bereikte. Want anders was ik de zoveelste domme toerist geweest die plat ging. Lokale mensen gaan namelijk niet in de zon staan wachten. Die huren een tribune, meestal een simpele overkapping met tuinstoeltjes erin, of zetten hun stoeltjes langs het hek en houden een parasol boven hun hoofd. Wist ik wel, maar wij waren helemaal niet van plan geweest om te gaan kijken, dus al hadden we tuinstoeltjes en een parasol gehad, dan had ik die nog niet bij me.

Op het eerste plekje waar schaduw was, liet ik me op de grond zakken. Ik kon ruiken dat het niet bepaald een schoon plekje was, maar dat kon me even niet schelen. Zitten, in de schaduw, dat was het enige waar ik aan kon denken. Ik had geen idee hoe we bij de auto moesten komen, want om die te bereiken moesten we nog een heel eind lopen, via een weg die nogal steil omhoog ging. Echtgenoot vertelde later dat hij overwoog om te proberen of ik bij de laatste wegafzetting kon komen, zodat hij me met de auto op kon pikken.

Maar toen stond hij daar ineens, onze engel in mensengedaante. Onze redder. In tamelijk aangeschoten toestand, dat wel. Maar toch. In gebroken Nederlands vroeg hij of we het carnaval nog wilden zien. In de schaduw, op een stoel. Die stoet kon me niet zoveel meer schelen, maar rest sprak me wel aan. Dus gingen we met hem mee, een klein stukje verderop. Hij zette zorgzaam een stoel voor me neer en nog een tweede voor echtgenoot. En wees dat we tussen de mensen voor ons (die in een gehuurde tribune zaten) het carnaval konden zien. Hij gaf echtgenoot een koud biertje en ik dronk de rest van ons water op.

En toen hij zag dat ik nog steeds zat te trillen ging hij “sopi iguana” voor ons halen. Leguanensoep. Inderdaad. Eén van die dingen die je “ooit moet proeven”, maar die zeker niet op je verlanglijstje staan als je draaierig en misselijk bent. Maar het was vijf uur en ik had om twaalf uur voor het laatst gegeten, dus ik vond het verstandig om toch maar wat te nemen. En als ik niet te goed naar het stuk leguaan keek dat erin dreef (te herkennen aan de zwarte schubbenhuid), ging het best. Sterker nog, het was gewoon lekker. Hopi bon, zoals ik de man, niet taalkundig correct (denk ik) maar wel goed bedoeld, later verzekerd heb. Want ik weigerde een tweede kom, omdat ik echt genoeg had en hij dacht dat ik liever gewoon vlees had. Maar dat was dus niet zo.

Heerlijk uitrustend op dat stoeltje in de schaduw heb ik dus toch de rest van de optocht nog kunnen zien (en horen). Onze weldoener bleef echtgenoot en mij biertjes aanbieden, die we grotendeels geweigerd hebben. Dan dronk hij ze zelf maar leeg. Hij vertelde en vroeg van alles, maar was zo aangeschoten dat hij het meeste direct weer vergat en het dan nog maar een keer vertelde en vroeg. Maar dat gaf niets. We verstonden trouwens toch maar de helft van wat hij zei en hij waarschijnlijk nog minder dan de helft van wat wij zeiden. Maar hij was lief en hartelijk en zorgzaam en hij nam hartverwarmend afscheid alsof we oude vrienden waren.
Ik hoop wel dat we hem eerder terug zien dan hij wenste. Want dat zou betekenen dat hij ondanks al die biertjes die wij geweigerd hebben veilig thuisgekomen is.

P.S.: de nieuwsbrief/blog van maart staat online op mijn website, met een nieuwe favorietroman (nu in de winkels!) en ander schrijfnieuws

nieuwsbrief :: maart 2014

Geplaatst op 04/03/2014 door Geertrude Verweij

lievelezers

Mensen, wat vliegt de tijd! Dat verzucht ik wel vaker tegenwoordig. Schijnt bij het ouder worden te horen. En het heeft natuurlijk ook te maken met het feit dat zo’n periode op een tropisch eiland onder de noemer ‘leuke dingen’ geschaard kan worden en die staan erom bekend dat ze extra snel gaan.

Toch wordt er hier ook gewerkt. Hard zelfs. Ik durf het bijna niet te zeggen, maar ik heb deze maand niet één, maar twee boeken afgemaakt.

Als eerste de familieroman die eind 2014 uit zal komen. Het eerste deel schreef ik een paar maanden geleden. Op mijn blog schreef ik toen al: zo’n echte inspiratiegolf, dat is heerlijk. Soms is schrijven gewoon werk. Leuk werk, dat wel, maar toch. De afgelopen twee dagen was het geen werk. Dat was puur genieten.
En dat was het nu weer. Leuke hoofdpersonen, een verhaal dat zichzelf bijna schreef. Ik ben zelf heel tevreden met het eind resultaat. Nu ligt het bij mijn proeflezers (= zeer kritische dochters) en daarna kan het de redactiemolen in. Bij mijn uitgever liggen inmiddels een samenvatting en een voorstel voor de omslag. Ik ben heel benieuwd wat de vormgever daarmee gaat doen.

Daarna pakte ik toch weer eens het verhaal waar ik vorig jaar zo mee geworsteld heb erbij. En ineens zag ik wat er in de achtergrond allemaal speelde. Dat was namelijk één van de problemen, ik had zoveel geheimzinnigheid verzonnen, dat ik zelf ook geen ontknoping meer kon bedenken. Er moet nog wel hier en daar wat aan bijgeschaafd worden, maar de eerste versie is klaar. En dat is een enorme opluchting.

498-Lidy-van-de-Poel_276x366Verder verscheen vorige week mijn nieuwste Favorietroman, deze keer in de populaire serie “Lidy van de Poel”. Mijn verhaal staat in nummer 498 en heet: “Alles onder controle?”.
Lidy krijgt te maken met een hartpatientje, opstandige ouders, een stiekem vriendinnetje van haar dochter en een moeder met psychische problemen.

De komende twee weken (denk ik) nog te verkrijgen in de meeste supermarkten, boek- en tijdschriftenhandels. Als e-pub is het verhaal ook daarna nog beschikbaar via deze link.

Mijn plannen voor de komende maand? Behalve veel genieten van onze laatste weken hier op Curaçao en het afwerken van de belastingaangiftes (want dat gaat helaas gewoon door), heb ik nog geen concrete planning. Ideeën heb ik natuurlijk genoeg, dus er zal ongetwijfeld geschreven gaan worden.
handtekening

Kleurrijk

Geplaatst op 25/02/2014 door Geertrude Verweij

Ik zat daarnet naar een leeg scherm te staren en me af te vragen wat ik deze week eens zou schrijven. Hoe spannend het ook klinkt om voor twee maanden op Curaçao te wonen, de waarheid is wat minder interessant. Het gaat ongeveer zo: maandag: werken, dinsdag: werken, woensdag: werken, donderdag: werken, vrijdag: werken, vrijdagavond: weekend vieren, zaterdag:  strand, zondag: strand. Tja. Heerlijk, maar nogal saai om te beschrijven.

Wat me opvalt als ik de foto’s van de afgelopen dagen bekijk, is de hoeveelheid kleur. Dat is echt iets wat bij Curaçao hoort. De kleuren zijn hier zo intens en fel. De lucht is felblauw, de zee op ondiepe plaatsen zelfs nog blauwer dan de lucht, de zonsondergang is diep oranjegeel, de planten zijn allemaal groen en overal bloeien bloemen in fel rood, wit en roze. Als er hier een groep kwetterende vogels overvliegt heb je grote kans dat het knalgroene parkieten zijn.

Op het strand is nog veel meer kleur. Op het dichtstbijzijnde strand hebben ze gele en roze ligstoelen. Waar dan mensen op liggen met handdoeken in alle denkbare kleuren. Die van ons steken daar maar saai tegen af, want ik heb een zwarte met smalle gekleurde streepjes en echtgenoot heeft zelfs een effen zwarte. Nee, niet mijn keuze, het was onderdeel een kerstpakket dat luxe over wilde komen en daarom alleen maar zwarte en zilverkleurige spullen bevatte. Het enige wat we nog hebben is die badhanddoek, want die is ten eerste heerlijk groot en ten tweede zie je er helemaal niets op. Ook een voordeel als je wel eens op strandjes gaat liggen waar geen wit zand is opgespoten.

Bij de Wet&Wild bar vergaapte ik me vrijdagavond eerst even aan de zonsondergang, maar daarna vooral aan de kleurrijke verzameling mensen. Bij Wet&Wild zijn er vooral jongeren, maar het grappige is dat de ouderen vaak mijn blik trekken. Zoals een man met een prachtige zilverkleurige baard die samen met zijn vrouw even een staaltje mambo liet zien waar de meeste jongeren die daar rondhopsen (inclusief ondergetekende, al ben ik eigenlijk niet zo heel jong meer) een voorbeeld aan kunnen nemen.

Wat minder oud was het jongetje in de rode broek. Dat was het eerste waardoor hij me opviel, want de meeste mensen dragen daar ten eerste geen lange broek en ten tweede meestal geen rode. Maar hij dus wel. En vervolgens ging hij dansen. Heel actief.
Kent u die sketch van Rowan Atkinson over dansen op een eerste date? “Dit is te weinig.” Je ziet man die alleen zijn kin beweegt. “Dit is teveel.” Uh… hoe beschrijf ik dat? Gewoon veel en veel te veel en te overdreven bewegingen. Wat het rode jongetje dus deed. Overigens was de conclusie van de sketch dat het beter is om helemaal niet te dansen als je een goede indruk wilt maken op je eerste afspraakje. Gelukkig voor het jongetje was dit niet zijn eerste date en had hij een erg leuk vriendinnetje dat in eerste instantie gezellig meedeed. Alleen had hij een veel betere conditie dan zij en bovendien de smaak goed te pakken, dus ging hij daarna in zijn eentje nog even door. Maar hij had er lol in en het was leuk om te zien.

Zondag waren we vroeg op het strand, maar gingen we ook redelijk vroeg weer weg. Wat maar een geluk was, want ‘s avonds kwam ik erachter dat ik toch een tikje verbrand was en nu gelukkig niet al te rood. Want dat is een kleur die best mooi is, maar niet op je huid.

We reden van het strand naar Banda Abou, het minder bevolkte deel van Curaçao en keken naar huizen. Die zijn hier zelden wit, maar altijd geel, groen, blauw en andere kleuren. Of flamingoroze, want ook geen slechte kleur is, al zie ik dat het liefst op het beest zelf. Qua huizen vind ik groen en geel het mooist.

Al slingerend kwamen we uiteindelijk toch weer in de buurt van Willemstad terecht. We besloten even te parkeren voor een drankje en een pitstop en moesten natuurlijk ook even uitwaaien bij het Riffort. Dat is echt wel één van onze favoriete plekken. Daarna wilden we weer verder rijden, maar het viel ons op dat er politie op de rotonde stond. En er waren stukken weg met hekken afgezet. Het kwartje (die heb je hier nog!) viel ineens. De kindercarnavalsoptocht was die dag. Eigenlijk hadden we het dat willen zien, maar sinds ik voor de krant gewerkt heb, ben ik niet zo dol meer op bewust bij zoiets gaan kijken. Iets met lang wachten voor een goed plekje en dan alsnog iemand voor je hebben en dan stress, want toch goede foto’s moeten maken, omdat ze dat nu eenmaal van je verwachten. Echtgenoot houdt gewoon helemaal niet van vooraf plannen en wachten, dus van hem hoeft het sowieso niet. Maar nu liepen we er toevallig tegenaan en zijn we blijven kijken. Ik had wel gelezen dat de optocht hier zou eindigen, maar niet verwacht dat het nog bezig zou zijn, want het was al over zessen en het begon om drie uur.

Dat was dan ook wel te merken. Wat een vermoeide koppies zaten er tussen. Maar wat wil je, ruim drie uur lopen, of eigenlijk dansen, in deze temperaturen. Toch deden de meesten hun best om ook de toeschouwers bij het eindpunt (wij dus – en nog vele anderen met ons) nog een beetje te laten genieten.

En als je het over kleuren hebt… Ja, dan hoort het carnaval hier daar zeker bij. Misschien in Nederland ook wel, dat weet ik niet. Ik ben van boven de rivieren tenslotte. Maar dit was in ieder geval hoe ik me een Zuid-Amerikaans carnaval voorstel. Mijn camera (ik had alleen de kleine bij me en die had nog een bijna lege accu ook en bovendien was de zon aan het onder gaan) kreeg er de hik van, vandaar dat de foto’s niet echt geweldig zijn, maar wat was dat leuk om te zien. Zo kleurrijk!

Een avontuurlijk dagje

Geplaatst op 18/02/2014 door Geertrude Verweij

Voor valentijnsdag kreeg ik van echtgenoot twee dingen waar ik nooit genoeg van kan krijgen: tijd voor elkaar en avontuur.

Je zou bijna denken dat hij mijn blog van vorige week gelezen had, maar ik weet zeker dat hij dat niet gedaan heeft. Blijkbaar was het sowieso wel duidelijk.
Eigenlijk vieren we nooit Valentijnsdag, maar het was een mooi excuus om te stoppen met werken en iets anders te gaan doen.

“Waar wil je heen? Jij mag het zeggen”, zei hij.
Ik aarzelde: “Geen idee, ga in ieder geval maar richting Westpunt.” Want daar is natuur en gratis stranden. Ik had in ieder geval geen zin in de stad, zoveel wist ik wel.
We reden dus de stad uit, naar het westen. Ik herinnerde me dat ik ergens gelezen had dat er vanaf landhuis Ascençion een weggetje langs de noordkust richting de stad gaat. Aangezien we de noordkust niet echt kennen (de stranden liggen aan de zuidkust), leek dat ons een leuk idee.
Natuurlijk namen we een verkeerde afslag. Dat was niet erg. Verdwalen geeft ons altijd een heel groot vakantiegevoel, zeker als het gebeurt als het toch niet precies uitmaakt waar we heen gaan. We vonden niet het bewuste weggetje, maar kwamen door een paar woonwijken weer bij de hoofdweg terecht.

Toen we voorbij Shete Boka reden, zei echtgenoot ineens:  “Dáár wil ik heen” en draaide de auto om. We zijn het schildpaddenreservaat in onze bezoeken aan het eiland regelmatig gepasseerd, maar we waren er nog nooit geweest. Ik denk dat dat ook iets te maken heeft met het pinguinreservaat dat we in Zuid Afrika bezochten. Honderden pinguins achter hekken. Volgens de bordjes ter bescherming van zowel onze veiligheid als die van de vogels, maar na de woeste schoonheid van de Kaap was het toch wel een afknapper.

Ik denk dat ik hier ook zoiets verwachtte. Maar omdat we nu eenmaal op avontuur waren, gingen we toch naar binnen, betaalden de twee tientjes entree en besloten toen eerst maar eens wat te eten. Het plan was namelijk ergens onderweg te lunchen, maar dat hadden we nog niet gedaan en het was al half twee. Met gemengde gevoelens bestelden we een broodje ei, denkend dat we een klein kadetje met een paar plakjes hardgekookt ei zouden krijgen. Daaraan hadden we al kunnen zien dat we onze vooroordelen misschien bij moesten stellen vandaag. Want we kregen een flinke kadet met een paar vers gebakken eieren erop. Heerlijk!

Daarna volgden we het kaartje dat we gekregen hadden en liepen naar de eerste Boka (inham). Het was een wandeling door een bos van kronkelbomen (mangroves). Die vind ik prachtig, ze groeien in de meest ingewikkelde knopen. Onder de bomen hoorde je voortdurend geritsel, dat waren gekko’s die voor ons wegvluchtten.
Net toen we ons afvroegen of we eigenlijk wel richting de zee liepen, stopte de begroeiing en maakte plaats voor een soort maanlandschap van grote rotsen, die van dichtbij uit heel oud koraal bleken te bestaan. En daarachter hoorden we de zee.

Het was meteen duidelijk waarom hier niet gezwommen kan worden. Wat een kracht zit er in die golven! Maar het is tegelijkertijd zo ontzettend mooi. Wij kunnen uren naar zoiets kijken. Wat we dan ook gedaan hebben. Misschien geen uren, maar ik schat toch wel een half uur.
Daarna wandelden we terug door het ritselende bos en stapten in de auto om daarmee naar een andere boka te rijden, die een heel stuk verderop lag. Daar waren de schildpadden gesignaleerd, had de dame bij de ingang gezegd.

We reden over onverharde paden en natuurlijk, ondanks de duidelijke aanwijzingen, een paar keer verkeerd, maar kwamen uiteindelijk bij Boka Pistol terecht. Ik denk niet dat ik duidelijk kan beschrijven hoe mooi het daar is (maar gelukkig heb ik foto’s en zelfs een filmpje, zie onderaan deze post). Het water slaat daar met zo’n kracht de inham in, dat het door een uitgesleten gleuf weer omhoog spuit. Je hoort dan eerst een geluid dat klinkt als “bwoef!” en dan gebeurt het. Bij krachtige golven komt het dan wel een meter of tien, misschien wel twintig (want dat was lastig in te schatten) hoog. Daarna stroomt het water over de rotsen weer terug en komt er weer een nieuwe golf. Er was een platform gebouwd op het punt waar je het het beste kon zien en daar hebben we weer een geweldig half uur doorgebracht.

En we zagen daar een schildpad. Niet achter een hek, net liggend op de rotsen, zoals ik me had voorgesteld, maar zwemmend in de hoge golven. Het moet een enorm beest geweest zijn als we hem zo vanuit de verte konden zien. Even stak hij zijn kop boven water en daarna dook hij onder.

Hoewel het kaartje aangaf dat het hier op hield, liep de weg nog verder en dus reden wij ook verder, naar de volgende boka. Het moeten er minstens zeven zijn (shete betekent zeven), maar volgens mijn reisgids zelfs nog meer. Maar ik weet niet van waar tot waar ze tellen, want we zagen zover we konden kijken van die opspuitende hoge golven en vermoedden dat daar allemaal van die inhammen zijn.

We hobbelden met de auto weer terug, reden bijna de berg op in plaats van er omheen (ook altijd goed voor het vakantiegevoel, ooit deden we dat met de Mont Blanc) en parkeerden de auto maar weer bij de ingang. Daarvandaan liep nog een wandelpad die naar een grot zou moeten leiden. Die wilden we ook nog wel even zien. Eerst weer zo’n inham, minder spectaculaire golven, maar niet minder mooi. En daarna, via een uitgehouwen trap, de grot. Ik durfde er eigenlijk niet zo goed in, mede vanwege de waarschuwing dat je “passend schoeisel” moest dragen. Nu passen mijn slippers best, maar ik denk niet dat ze dat bedoelden. Gelukkig viel het mee.

De grot was een door de golven uitgesleten holte. Het pad leidde naar een paar stenen waarvandaan je onder de rotsen door de zee kon zien. De golfslag en de wind maakten een bulderens geluid, dat me, samen met het idee dat er heel wat rots boven me hing, de kriebels gaf. Maar toch ben ik blij dat ik het gezien heb. De kracht van de natuur. Dat moet je gewoon af en toe voelen om weer te weten hoe het allemaal in elkaar zit in het leven. Vind ik dan.

Nu was er nog één wandelpad, maar we besloten die voor een volgende keer te bewaren. Onze condities zijn niet al te best namelijk.

We stapten weer in de auto en reden verder richting Westpunt. Waar we langs een bordje kwamen waarop stond dat die kant op de Noordpunt was. Waren we ook nog nooit geweest. Zijn we nog steeds niet geweest, trouwens, want natuurlijk konden we het niet vinden. Wel zagen we een bordje naar “Watamula”. We hadden geen idee wat dat was, dus gingen we ernaar toe (begint u ons ‘vakantiegevoel’ een beetje te snappen? zo gaat dat altijd bij ons).

Watamula bleek een enorm platform van oud koraal te zijn, waar je over heen kon lopen om alweer een prachtig stuk kust te zien. Een behulpzame man, die duidelijk met zijn vrouw onderweg was naar een romantisch plekje, vertelde ons dat we nog een klein stukje verder moesten lopen als we iets echt moois wilden zien. Dat deden we dus maar en toen we daar waren vertelde hij ons:  “Ze zeggen dat Korsow (Curaçao) hier ademt.” En hij wees naar een gat in de rotsen. En zo zag het er ook uit. Ook hier spoot het water omhoog en het zag eruit zoals een walvis die water spuit om adem te halen. Het klonk ook als adem. Zo mooi.

Onze zucht naar avontuur was nu wel grotendeels verzadigd. We reden nog wat weggetjes puur omdat we die nooit eerder namen en besloten toen dat we dorst hadden. Bij een “snack” (een soort restaurantje waar Antillianen vaak eten en drinken halen) dronken we wat en toen we drie amerikanen met een bakje kip zagen, besloot echtgenoot dat hij ook wel wat wilde eten (dat ene broodje ei was voor hem niet echt genoeg). Het bord met de “kaart” was volledig in het papiamento, dus we twijfelden wat alles was. Het reisgidsje met een woordenlijst lag in de auto, maar een beetje puzzelen is leuker. Boven aan stond geit, dat wist ik zeker. Helaas voelde echtgenoot zich niet avontuurlijk genoeg om dat te proberen, hoewel ik dat nu jammer vind, want de dame die deze snack beheerde kon goed koken. Misschien gaan we binnenkort nog terug voor de geit. De amerikanen stonden inmiddels weer bij het loket, want die wilden meer ketchup (tja… Amerikanen, hè?).

Echtgenoot vroeg welke van de twee gerechten met galina zij besteld hadden. Galina is kip, dat wist ik. Stoba is gestoofd, maar wat hasa is wist ik even niet. De amerikaan haalde zijn schouders op: “We just asked for chicken.” Kan natuurlijk ook. Omdat de amerikaan met zijn bakje er toch stond, vroeg echtgenoot toen maar om “wat hij heeft”. Later bleek hala gebakken te betekenen en dat was precies wat hij wilde. Het duurde even voor het klaar was, maar toen was het ook echt heel erg lekker (ik heb een stukje geproefd). Het zal niet overal zo zijn, natuurlijk, maar de snack bij Santa Cruz is in ieder geval aan te raden.

Inmiddels liep het al tegen de avond. We reden op ons gemak terug, konden op de ring nog net een afslag nemen om te voorkomen dat we in een file-door-een-ongeluk terechtkwamen en slingerden gezellig door de stad naar huis. Waar we niet heengingen, want we wilden ons vakantiegevoel nog wat langer rekken.
We reden door naar de gloednieuwe Beach Boulevard, waar we een heleboel restaurantjes wisten. Heerlijke tegenstelling, van het woeste natuurgeweld naar dit toeristische stukje Curaçao. Maar ja, ook dat… precies. Vakantiegevoel.

We dronken wat bij de Wet & Wild Beachclub, die lang zo wild niet is als je zou denken bij die naam en natte kleding word er ook niet echt gewaardeerd. We keken naar de zon die besloot eens gek te doen en onderging via het dek van een boot (zie foto hieronder) en gingen daarna op zoek naar een restaurantje. Dat bleek nog niet mee te vallen zonder reserveren, want vanwege Valentijnsdag zat alles vol. Maar gelukkig wilde men bij El Mexicano wel plaats voor ons maken. We aten een “combinaçion” van Mexicaanse gerechten en er viel alweer een vooroordeel weg. De enige andere keer dat we mexicaans aten viel het namelijk behoorlijk tegen. Maar dit was heerlijk.

Na het eten wandelden we terug langs de zee, gingen op de verlaten strandstoelen liggen om naar de sterren te kijken en besloten toen nog wat te gaan drinken. Wet & Wild was de enige bar waar het gezellig druk was, dus mengden we ons maar in de drukte. De gezellige jaren tachtig muziek was inmiddels vervangen door jaren negentig dansmuziek. De dochters weten dat we daar een hekel aan hebben, maar het blijkt op het strand toch anders te klinken dan in ons kleine huiskamertje (en het scheelt waarschijnlijk dat er geen trancemuziek gedraaid werd). Eigenlijk was het best gezellig en  als ik nog een roseetje had genomen was ik misschien zelfs gaan dansen. Iets wat ik beter niet kan doen, want ik mag dan van de zijlijn constateren dat alle jonge vrouwen van tegenwoordig een bezemsteel als ruggegraat hebben (beweeg die heupen nou eens!), het is waarschijnlijk geen gezicht als een vrouw van 42 met overgewicht zich gaat verbeelden dat haar heupen het nog net zo doen als 25 jaar geleden…*

Maar het was even goed een leuke afsluiting van deze avontuurlijke Valentijnsdag.

*een paar dagen later deed ik het toch, maar dat is een ander verhaal voor een ander schrijfsel. Of misschien is het een verhaal dat beter ongeschreven kan blijven. Die heupen doen het trouwens nog wel. 

Kronkelboom (mangrove)

Boka Kalki

Boka Kalki

Boka Pistol

Boka Pistol

Dat was al duidelijk… (de tekst op het bordje zegt dat de golven bij de noordkust erg krachtig en gevaarlijk kunnen zijn)

Nog een inham (voorbij de grenzen van het park)

Boka Tabla

in de grot

onverharde wegen in de buurt van Watamula

Watamula

waar Korsow ademt…

zon aan boord
  • Previous
  • 1
  • …
  • 24
  • 25
  • 26
  • 27
  • 28
  • 29
  • 30
  • …
  • 48
  • Next

Welkom!

Ik ben Geertrude, echtgenote van 1, (schoon)moeder van 5 en oma van 2.
Ik ben boekhouder, redacteur en schrijfster van beroep en hou van lezen, fotograferen, breien, naaien, tuinieren, kruidengeneeskunde en nog veel meer.
Hier schrijf ik over alles wat me bezighoudt en soms ook over mijn pogingen eens wat rustiger aan te doen.
Meer over mij vind je hier.

Archief

© 2026 Geertrude blogt | Aangedreven door Minimalist Blog WordPress thema