Mijn hoofd
Mijn hoofd zit vol. Letterlijk en figuurlijk. Letterlijk ga ik maar niet uitleggen, dat begrijpt u zo ook wel. Ik heb alweer griep. Of nog steeds, dat kan ook.
Figuurlijk zit mijn hoofd vol met allerlei dingen. Eigenlijk te veel om op te noemen. Maar ik ga het toch proberen, want ik weet na al die jaren stukjes schrijven wel dat het geweldig oplucht om het allemaal eens op papier (nou ja, blog) te zetten.
Sinterklaascadeautjes. Natuurlijk. Hoe leuk die voorpret ook is, het valt niet mee om voor iedereen een leuk cadeautje te vinden. Zeker niet met zo’n griephoofd. Ik ben vanochtend de stad in geweest, maar de score is nog vrij laag. Volgende week nog een keer. En dan maar hopen dat er niet te veel van die mopperkonten rondhangen die luidkeels laten weten dat ze helemaal geen zin hebben in de feestdagen. Dan krijg ik namelijk de neiging om keihard sinterklaasliedjes te gaan zingen, en dat lukt nu even niet, want ik heb keelpijn.
Maar goed, ik heb dus nog veel meer aan mijn hoofd.
Geen bloederige moorden meer, trouwens. De thriller is af. Dat betekent niet dat u hem binnenkort kunt lezen. Om eerlijk te zijn heb ik mezelf na afloop hartelijk uitgelachen. Ik zal er nog wel een beetje (nou ja, veel) aan moeten veranderen voor ik het naar een uitgever durf te sturen. Ik ben nu maar weer teruggekeerd naar mijn normale genre en hou me bezig met een vrouw die moet kiezen uit twee heel verschillende mannen.
Verder is er een dochter die van studie wil veranderen en een dochter die nog moet kiezen wat ze na het behalen van haar Vmbo diploma gaat doen. We bezochten een banenmanifestatie, maar daar werden we niet veel wijzer van. Meer dan een stapel folders hebben we er niet aan over gehouden. Dat wordt dus weer veel open dagen bezoeken de komende tijd.
Het werk voor de krant blijft ook binnenstromen. In een gemiddelde week rij ik bijvoorbeeld heen en weer van Sinterklaasintochten naar brandweerdiplomauitreikingen en van fysiotherapeuten naar slijterijen. Ik moet dan ook flink oppassen dat ik dat in mijn hoofd niet allemaal door elkaar ga gooien, want dan krijg je een goedheiligman die een borreltje drinkt terwijl hij boven op de ladderwagen wat spieroefeningen doet. En dat klopt toch niet helemaal.
U leest het al: het is een rommeltje in mijn hoofd. Maar dat geeft niet. Anders wordt het tenslotte maar saai.
Zonsondergang
Voorpret
Ik dacht dat het dit jaar tegen zou vallen. Te druk, te ziek, te moe. Maar nee. Ik had het kunnen weten. De laatste dagen is het weer helemaal terug. Sint-voorpret.
Ik ben nu eenmaal zo gek op het hele Sinterklaasfeest en alles wat daar aan vast zit, dat ik alweer, ondanks druk, ziek en moe, met volle teugen aan het genieten ben.
Het was ook bijna niet te voorkomen dit jaar. Dat komt vooral door oudste dochter. Die van de grimeursopleiding, weet u nog wel? Zij moest zich afgelopen zondag om zes uur ’s ochtends melden in Amsterdam om pieten te schminken. Dat had nog heel wat voeten in aarde, want zo vroeg rijdt de trein nog niet en ze heeft nog geen rijbewijs. Gelukkig heb ik er wel een, dus stapte ik vrolijk (nou ja, ik deed een poging) om vijf uur ’s ochtends met haar in de auto.
Maar goed, dochter kwam enthousiast thuis (met de trein) en bracht meteen de sinterklaas stemming mee. Wat wil je ook. Voor die intocht moesten er 640 pieten zwart gemaakt worden. Dat is niet niets. Dat deed ze dan ook niet in haar eentje natuurlijk. Maar ze vertelde stralend hoe leuk het was, toen ze na afloop om zich heen keek en zich ineens tussen honderden pieten bevond. Gisteren moest ze nog twee pietjes schminken en zaterdag helpt ze hier in het dorp bij de intocht. Dat wordt helemaal een familiegebeuren, want ik moet daar foto’s maken.
Vandaar dat de stemming er nu toch langzaam in begint te komen. Ineens zie ik in winkels niet alleen de standaard saaie boodschappen liggen, maar vind ik overal cadeautjes. Ik ben net een hamster, ik koop steeds een beetje en sleep alles mee naar huis. Daar verstop ik in mijn kamer en dan begint het lastigste. Het sorteren. Wat heb ik al en voor wie moet ik nog iets zoeken? Soms is het een heel gepuzzel om voor iedereen iets te vinden, maar dat is nou juist het leuke eraan. Het is in onze familie traditie dat iedereen voor iedereen een cadeautje koopt. Zo wordt het een echte ouderwets gezellige pakjesavond met veel proppen papier, plagerige rijmpjes en gekke cadeautjes. Want het is natuurlijk wel de uitdaging om maar kleine bedragen te besteden. Het gaat niet om wat je krijgt, maar om de lol die je er op zo’n avond van hebt. En de weken ervoor natuurlijk!
Stom
Soms lijkt het bij ons thuis net een kleuterschool. Wat wel een beetje vreemd is als je jongste dochter bijna zeventien is. Maar misschien heeft dat te maken met het feit dat beide oudste dochters een opleiding volgen die toch wel wat creativiteit vraagt.
Twee weken geleden moest één van deze dochters een tekening maken voor kunstgeschiedenis. Het was een ingewikkelde opdracht. Ze moest met krijt stippels tekenen. Pointilleren, schijnt dat te heten. En dan zat ze ook nog vast aan een vastgelegd kleurgebruik. Want anders was het te simpel. Ze moest de primaire kleuren als basis gebruiken en de complementaire kleuren als schaduw. Klinkt niet zo heel moeilijk, maar als je nogal realistisch ingesteld bent, valt het niet mee om het gras blauw te maken met oranje schaduwen, de lucht rood met groene accenten en het water geel met paarse golven.. Er werd dus flink gemopperd. Tijdens het onafgebroken zenuwslopende getik van het krijtje dat de stippels moest maken, hoorden we regelmatig: “Ik vind dit stom.”
Andere dochter vond het allemaal wel grappig. Ze probeerde ook serieus haar tweelingzus moed in te spreken, maar dat werkte vooral averechts. Het werd haar niet in dank afgenomen als ze beweerde dat de tekening best mooi werd. Maar toen ze ten einde raad maar zei dat ze vond dat het stom was, was het natuurlijk ook niet goed. Er werden daar enige harde woorden over gesproken.
Gelukkig kwam de tekening af, bedaarden de gemoederen in ons gezin snel weer en bleek het hele rare kleurengedoe zelfs een “goed” waard te zijn. Einde hoofdstuk, zult u denken.
Maar nee. Vorige week zat andere dochter met een paar vellen tekenpapier voor haar neus te tekenen. Niet voor de lol, maar voor een tentamencijfer. En ook zij had de opdracht primaire kleuren te gebruiken, met complementaire kleuren als schaduw. Gelukkig hoefde ze niet te stippelen, dat scheelde. Maar het viel ook niet mee om de gevraagde geometrische vormen in ons huis terug te vinden. Ik ben meer van de organische vormen. Of eigenlijk helemaal niet de vormen, tenminste niet bewust. Ik zet gewoon neer wat ik mooi vind.
We vonden een windlicht dat toch wel aardig geometrisch van vorm was. En een wijnfles. Dus dat probleem was opgelost. Maar toen moest ook deze dochter, die zo mogelijk nog realistischer is ingesteld, ook met de vreemde kleuren aan de gang. En dus hoorden we een middag lang: “Ik vind dit stom.”
Tellen
Ze zeggen altijd: schrijven is schrappen. Maar ik zie het anders. Uiteindelijk komt het wel op hetzelfde neer, maar ik zou zeggen: schrijven is tellen. Hoe gek het ook klinkt.
Als ik een opdracht voor de krant krijg, staat daar vaak bij hoeveel woorden men wil hebben. Meestal zijn dat er driehonderdvijftig of vierhonderd. Soms uitdrukkelijk minder en heel soms mag het ietsje meer zijn. Maar dat zijn speciale gevallen.
Op enkele uitzonderingen na kom ik gemakkelijk aan mijn woordenaantal. Meestal zit ik er overheen. Ik vind het vooral lastig als ik een interessant gesprek gehad heb met een boeiend mens. Dan schrijf ik rustig duizend of meer woorden. Maar dat is teveel voor een regionaal krantje. Dat mag misschien als je voor Libelle werkt, maar dat mag ik dus niet. Dat is wel jammer. Alle zijsprongetjes die een gesprek zo boeiend maken moeten er dan uit. Maar het is niet anders. Ik moet tellen. Ik moet schrappen.
Als je een boek schrijft lijken die woorden niet zo belangrijk. Een roman van tweehonderd bladzijden in niet te kleine letters telt iets meer dan vijftigduizend woorden. Het duurt wel even voor je zo ver bent. Toch tel ik ook tijdens het schrijven van mijn boeken regelmatig de woorden. Op die manier hou ik in de gaten of de opbouw van het verhaal wel klopt. Ja, natuurlijk kun je ook van te voren een schema maken, maar daar ben ik niet zo goed in.
Op dit moment ben ik weer aan het rommelen met tienduizenden woorden.
Ik heb het hier en daar al laten vallen: ik ben bezig met een thriller. Ik vind het heerlijk om romans te schrijven en dat blijf ik zeker doen, maar ik was toe aan een nieuwe uitdaging. Ik heb geen idee of het gaat lukken. Misschien past het gewoon niet bij mijn stijl. Maar dat zien we wel als het klaar is. Ik ben in ieder geval lekker op dreef. Ik schrijf en tel mijn woorden. En zie de teller oplopen. Hoger en hoger. Ik schrijf, schrap, voeg toe en zit helemaal in mijn verhaal. Heerlijk.
Oh, u wilt weten waar het over gaat? Een kleine tip van de sluier? Helaas. Kan niet. Want dit stukje mag ook maar vierhonderd woorden zijn. En daar zat ik bij de eerste versie ruim overheen.
Ik moest een heel stuk weghalen. Maar dat was wel toepasselijk. Schrijven, tellen en schrappen.
Halloween
Ik heb echt wel een heel nuchtere Hollandse instelling en ik geloof absoluut niet in spoken, geesten en ander gespuis. Tenminste, normaal gesproken niet. Maar er is één dag in het jaar waarop ik ze overal tegenkom. En zeg nu niet dat ik me te veel laat beïnvloeden door mijn Amerikaanse weblogvrienden. Die zijn alleen maar druk met kostuums maken en met pompoenen uitsnijden en pompoensoep maken. Die hebben geen last van spoken.
Bij mij thuis wordt met Halloween het keukenspook wakker. Wat ik ook kook, het mislukt. Dat ligt echt niet aan het feit dat ik geen ervaring heb met pompoenen en ze ook niet echt lekker vind, maar wel precies op die ene dag altijd iets met pompoen wil klaarmaken, omdat ik vind dat het erbij hoort. Welnee. Het keukenspook zorgt ervoor dat ik de pitten meekook in de soep (2006), de boel laat aanbranden (2007), of een extreem melige pompoen te pakken heb (2008).
Het keukenspook is bevriend met het kastenspook. Da’s ook een lastige. Gooit alles door elkaar.
Neem nou mijn keukenkast. Ik zoek een bouillonblokje, krijg ik een blik bonen op mijn hoofd (pijnlijk) en een zak bloem (minder pijnlijk, maar geeft wel een stuk meer rommel). Niet te vinden. Tot ik op zoek ben naar de borrelnootjes natuurlijk, dan vallen de bouillonblokjes spontaan uit mijn kast. Meestal recht in een glas wijn. Ja, het kastenspook kan goed mikken.
En hij verplaatst zich ook razendsnel. Hij gaat in een enorme vaart door de kamers van de dochters. Daar ligt dan de inhoud van de alle kasten over de vloer. De dochters ruimen echt altijd alles op, zeggen ze, dus daar ligt het niet aan. Het kastenspook is trouwens wel vaker actief, maar dan stiekem, zodat ik de dochters er de schuld van geef. Maar met Halloween is het duidelijk dat we een kastenspook hebben.
Gelukkig kan ik er wel om lachen. Het is tenslotte ontzettend gezellig om in die lange periode tussen de zomervakantie en Sinterklaas een extra feestdag te hebben. Zo’n dag waarop je iets met pompoen probeert te koken en ’s avonds met het hele gezin een gezellige griezelfilm op televisie kijkt, met een schaal koekjes in de vorm van vleermuizen en spoken op tafel. Die lukken trouwens altijd wel. Het kastenspook heeft immers de bloem al uit de kast gemikt en het keukenspook houdt zich tijdens het bakken gedeisd als hij ook een paar koekjes krijgt.
Het is wat, zo’n stelletje plaaggeesten…
Technisch
Ik ben er een voorstander van dat vrouwen proberen zichzelf te redden, ook als het om klusjes gaat die je normaal gesproken af zou schuiven naar een mannelijk gezinslid of eventueel een ingehuurd exemplaar. Maar ik moet toegeven dat ik nu juist het type vrouw ben, dat er misschien beter aan zou doen om niet altijd zelf aan de slag te gaan.
Een paar weken geleden was mijn echtgenoot in een ver land aan het werk. Daar was het warm, maar hier moest toch eigenlijk de ketel wel eens bijgevuld en aangeschakeld worden. Dat had ik hem al zo vaak zien doen, dus pakte ik vrolijk de tuinslang en ging aan het werk.
Om het aansluiten gemakkelijk te maken heeft echtgenoot ooit zo’n tuinslangkoppelstuk aan de ketel bevestigd. Dus ik klikte hem eraan en begon te vullen. Alleen lukte dat niet zo erg. Ik kreeg de boel niet op druk. Of de drukmeter was kapot. Dat kon ook. Ik gaf het in ieder geval op, na een dag lang proberen.
Echtgenoot kwam thuis en zou wel even kijken. Bleek dat je wel heel handig kon koppelen, maar dat er toch nog iets losgedraaid moest worden met een tang. Anders kun je vullen tot je een ons weegt, maar het komt de ketel niet binnen.
Gisteren had ik weer zoiets. Echtgenoot zat iets minder ver weg, maar wel in Limburg. Ik draaide een nieuwe lamp in de badkamer in en toen deed het licht het helemaal niet meer. Draadje losgegaan. Ik ben twee uur aan het rommelen geweest om dat draadje weer op zijn plek te krijgen. Met een zaklamp tegen het plafond geplakt, met mijn hoofd in een rare hoek omdat ik anders niet kon zien wat ik deed en met een hoop gescheld, want ik kon nergens normaal bij. Uiteindelijk werkte het weer, maar echt stevig zat het niet. Ik vroeg me nog af hoe echtgenoot het ooit had aangesloten, want het was onmogelijk om er met een schroevendraaier bij te komen.
Ik had het moeten weten…
Echtgenoot kwam thuis, gaf een tikje tegen de lamp en de boel schoot weer los. Toen draaide hij de bol los en de lamp eruit. En vervolgens draaide hij ergens een ringetje los en demonteerde de rest van de lamp, waarna hij heel simpel de draadjes op de juiste plek vast kon zetten.
Tja. Erg technisch ben ik niet. Maar ik probeer het tenminste wel.
Griep
Ik sla een weekje over. Geen stukje deze keer. Het gaat even niet. Dat is vervelend. Ik schrijf toch al heel wat jaren dit soort stukjes en ik sla zelden een week over. Maar nu lukt het niet. Ik ben ziek.
Echgenoot kwam maandag ziek terug van een zakelijk reisje naar Turkije. Griep.
Als je dat aan mensen vertelt vragen ze: “Toch niet de mexicaanse griep?”
Maar er heerst maar één griep. Dus de kans is vrij groot dat hij de mexicaanse griep heeft. Die heet trouwens nu geen mexicaanse griep meer, maar Nieuwe Influenza. Dat zag ik toen ik gisteren op internet op zoek was naar informatie over de griep.
Typisch Nederlands, dit. Eerst was het de varkensgriep, maar dat vonden de varkensfokkers en de vleesindustrie niet fijn. Slecht voor de omzet. Niet dat je varkensgriep krijgt van het eten van varkensvlees, maar toch. Toen werd het mexicaanse griep. Maar dat is slecht voor de naam van Mexico. Ik denk dat reisorganisaties in opstand zijn gekomen. Dus nu is het Nieuwe Influenza.
Maar hoe het ook heet, het blijft een nare griep. Je wordt er niet doodziek van, tenzij je al andere dingen mankeert, maar dan nog. Hoesten, koorts, dikke ogen, volle holtes, gebrek aan eetlust. Echtgenoot is echt behoorlijk ziek geweest, maar begint langzaam op te knappen. En nu begin ik. Volle holtes. Koortsig gevoel, droge hoest. Alleen die eetlust, die is er nog, helaas.
Ik heb op die website gekeken wat je moest doen als je denkt dat je de griep hebt. Naar de huisarts? Tamiflu bestellen?
“Neem rust, blijf thuis”, zei de website die de overheid voor ons gemaakt heeft.
Alleen als je in de risicogroepen valt (dat zijn de mensen die jaarlijks ingeent worden tegen griep) moet je de dokter belllen. Wij zijn risicoloos. Dus nemen we rust en blijven we thuis. Heel simpel.
Tenminste, dat proberen ze je wijs te maken. Maar ondertussen werkt echtgenoot gewoon door met zijn laptop op de bank en zijn telefoon aan zijn oor. Want er zijn deadlines en urgente problemen die aandacht vragen. En ik strompel een beetje door het huis, draai een paar wassen, ruim de ergste rommel op, help dochters met school- en andere probleempjes, flans een paar eenvoudige maaltijden in elkaar en schrijf stiekem toch nog bijna vierhonderd woorden om te vertellen waarom ik geen stukje schrijf…

