Geertrude blogt

Menu
  • Contact
  • Over mij
  • Privacy
Menu

Achttien

Geplaatst op 06/05/2009 door Geertrude Verweij

En dan zijn je oudste dochters ineens meerderjarig. Dat gebeurt zomaar, daar hoef je niet veel voor te doen. De jaren verstrijken en ineens is het zover. Achttien jaar, stemgerechtigd en volwassen.
Hoewel dat laatste dan weer niet zomaar vanzelf gaat. Er heeft toch wel enige opvoeding plaats moeten vinden om die twee minibaby’s die ik achttien jaar geleden met wat moeite op de wereld zette, te helpen op te groeien tot de zelfstandige jonge vrouwen die het nu zijn.
Ik word er sentimenteel van. Terwijl de dochters vooral vooruit kijken en uitkijken naar nieuwe opleidingen, rijlessen, op kamers gaan wonen en andere toekomstplannen, kijk ik terug.
Ik zie mezelf weer door de stad wandelen met die enorme kinderwagen. En herinner me de domme vragen van mensen die me hondsbrutaal staande hielden.
“Is dat een tweeling?” was de meest voorkomende vraag. Een andere tweelingmoeder vertelde me dat ze uit pure ergernis weleens antwoordde: “Nee, een vierling, de andere helft heb ik thuis gelaten.” Zo ad rem was ik nooit, maar dat soort vragen waren wel irritant.
“Jongetje en meisje zeker.” Ook zo’n rare aanname, alleen omdat ik ze niet identiek kleedde.
En ik was met stomheid geslagen toen ik iemand zei: “Ja, dat zie je veel tegenwoordig, met al die oudere moeders en die hormoonbehandelingen.” Klopt misschien wel, maar dat zeg je niet tegen een moedertje van net twintig, dat over het algemeen zelfs nog een paar jaartjes jonger geschat wordt.
Ook de vraag “dat is wel druk zeker?” vond ik altijd een vreemde. Hoe druk kun je het nu hebben met twee van die baby’tjes? Nooit moeite mee gehad, ik gaf ze tegelijk de fles en badderen of verschonen kostte ook echt niet zoveel extra tijd. En huilen deden ze meestal om de beurt, wat eigenlijk vooral grappig was.
Pas toen ze gingen lopen werd het lastiger. Ik was toen al zwanger van de derde, dus niet zo heel erg wendbaar meer en natuurlijk liepen ze ieder een andere kant uit. Ik ben de uitvinder van de polsbandjes innig dankbaar en stoorde me totaal niet aan de opmerkingen die ik daarover kreeg. Trouwens, mensen die ervaring hadden met kleine kinderen vonden het alleen maar handig dat ik die van mij “aangelijnd” hield.
Nu laten ze zich allang niet meer aan het lijntje houden. Sterker nog, soms heb ik het gevoel dat het andersom is…

Rust zoeken

Geplaatst op 04/05/2009 door Geertrude Verweij

20090504 (Small)

Het valt op dit moment niet mee om thuis de rust te vinden om te schrijven. Dus reed ik vandaag met mijn laptop naar de haven waar onze boot ligt. En dat werkte. Ik schreef een hoofdstuk en werkte wat andere dingetjes af. Zonder gestoord te worden of mezelf te storen (dat is mijn grootste probleem, er is altijd wel iets dat ook nog even moet gebeuren). Dit is zeker voor herhaling vatbaar!

Werk aan de weg

Geplaatst op 29/04/2009 door Geertrude Verweij

Een aantal weken geleden was ik in Amsterdam. Dat het gebied rond het centraal station veranderd was in een bouwput, wist ik. Ik wist echter niet dat het zo erg was. En het duurt al zo lang en zal nog langer duren ook. Triest, want het jaagt volgens mij toch een hoop toeristen terug de trein in.
Dit weekend was ik in Rotterdam. Daar weten wij goed de weg, want we komen er regelmatig. Toch was het even schrikken toen de afrit centrum helemaal opengebroken bleek te zijn. De omleiding bracht ons naar de andere kant van de stad, en we dwaalden door straten die wij nog nooit gezien hadden. Het navigatiesysteem lag thuis, want we wisten immers de weg.
Uiteindelijk vonden we toch nog het theater waar we twee dochters af moesten zetten, maar het kostte even wat moeite. Daarna wilden wij samen een hapje gaan eten. We reden via het centraal station naar een bekende parkeergarage. Tenminste, dat was de bedoeling. Maar ook rond het centraal station van Rotterdam bleek men nog steeds niet klaar te zijn met het openbreken van de wegen en het omleiden via ingewikkelde straatjes.
Over de snel- en verbindingswegen rond ons dorp treed ik maar niet in detail. Er worden een aantal afritten vervangen, weggehaald of opgeschoven, er worden viaducten gebouwd en afgebroken en er wordt een compleet nieuwe rondweg aangelegd. Kortom: het is een puinhoop, maar het went.
Gisteren moest ik een dochter naar Leiden brengen. Ik reed vrolijk (want ik ben het dus allang gewend) langs de wegwerkzaamheden en pruttelde gezellig dwars door Leiden. Met navigatiesysteem, want in Leiden weet ik de weg niet. We waren bijna bij het gebouw waar ik dochter moest afzetten, toen mij gemeld werd dat ik linksaf moest slaan. Ik deed dat natuurlijk braaf, maar kon helemaal niet verder. Want het blijkt dat men ook in Leiden bij het centraal station de boel aan het openbreken is!
De eerste keer liep ik vast op een hek links en een slagboom rechts en moest ik moeizaam keren. Nu weet ik hoe ik het op moet lossen. Waar ik eigenlijk links moet, ga ik rechts. Dan slinger ik achter een rij hotels langs en dan weet het navigatiesysteem ineens een andere weg. Hoe ik die weg rechtstreeks moet bereiken is me een raadsel, maar dit werkt, dus we doen het er maar mee voor die paar keer.
Maar ik zou het toch wel fijn vinden als al die werkzaamheden onderhand weer eens weg waren!

To-dolijst

Geplaatst op 28/04/2009 door Geertrude Verweij

Beetje druk. Maar daar hou ik wel van. Af en toe.

Groot en rood

Geplaatst op 23/04/2009 door Geertrude Verweij

Eigenlijk heb ik helemaal geen tijd om een stukje te schrijven.
Ik ben namelijk druk bezig met een jurk. Een rode jurk. Een grote rode jurk. Dat zit zo: een van de dochters gaat jaarlijks naar de fantasyfair. Het eerste jaar werd mij een maand van te voren medegedeeld dat men als Griekse muze wilde gaan, met slechts een laken om het blote lijf gedrapeerd. Net toen ik een ingewikkeld, maar wat discreter ontwerp gemaakt had, werden de plannen omgegooid. Pride and Prejudice was het helemaal, dus moest er een jurk in de empire-stijl komen. Die zijn niet zo moeilijk te maken, dat scheelt.
Het jaar erna waren de plannen al vroeg rijp. Men ging een echt patroon kopen, stoffen die bij elkaar pasten en op die manier Aarde, Vuur, Water en Lucht verbeelden. Prachtig idee. Alleen was het patroon zo duur, dat ze het besloten te delen. En dus trok mijn onervaren dochter de patroondelen over en vergat alle aanwijzingen (“betekenen al die streepjes en sterretjes dan iets?”). Samen maakten we er toch een heel redelijke jurk van en, zei de dochter, volgend jaar ging ze hem nog een keer gebruiken.
Goed plan, ware het niet dat ze ineens met een groep andere vriendinnen mee gaat. En die hadden haar juist nodig omdat je nu eenmaal met zes meiden niet de zeven hoofdzonden kunt verbeelden. Dochter mag woede uitbeelden.
Ik vroeg haar wat voor soort jurk ze zich daarbij voorstelde. Rood. En met een hoop gedoe aan de rok. Rood en groot dus.
Ik vond voor twee tientjes een prachtige rode avondjurk. Met een gladde rok, dat was wel jammer. Maar hoe moeilijk kon het nu zijn om daar een paar stroken tule op vast te zetten? Dus kochten we tien meter tule, knipten dat in drie delen, regen en rimpelden en schoven het afwerken voor ons uit.
Dit weekend is de fantasyfair. Dus die jurk moet af. Daarom zit ik vandaag te tobben met biaisband. Daar moet de tule tussen en dan moet dat vastgezet worden op de jurk. Het blijkt vooral niet mee te vallen om die hele jurk door mijn bescheiden naaimachientje te wurmen. Met elke laag tule wordt het lastiger.
Twee dubbele lagen tule zitten erop. Voor de derde moest ik nieuwe band halen. En nieuwe moed verzamelen, want inmiddels is die jurk niet alleen meer rood, maar ook erg groot.
Maar dat was dus precies de bedoeling.

Later toegevoegd op veler verzoek, de foto’s:

Uitgangspunt. Die hoefde ik dus niet zelf te naaien.

Na twee lagen tule.

Eindresultaat.

Buiten

Geplaatst op 16/04/2009 door Geertrude Verweij

Onze kat is zielig. Dat vind hij zelf in ieder geval. Hij mag namelijk niets. En hij is erg gehoorzaam, dus doet hij niets wat niet mag. Maar dan blijft er weinig over. En dat is dus zielig.
Dat is in ieder geval wel wat hij mij probeert te vertellen. En ik ben een heel zwakke kattenopvoeder, dus ik vind het steeds moeilijker worden om hem streng van mijn aanrecht af te sturen. Hij heeft overigens al een stuk aanrecht waar hij wel mag komen, naast de wasbak, voor het raam. Maar langzaam begint hij ook de rest over te nemen en dat pik ik niet.
Helaas is een kat alleen gehoorzaam als je hem ziet. Dus vind ik iedere ochtend kattenharen over mijn hele aanrecht. Even snel een boterham smeren is er niet meer bij, tenzij je het niet erg vind om kattenharen te eten, natuurlijk.
Op dit moment is hij extra zielig. Hij mag namelijk niet naar buiten. Toen we hem uit het asiel haalden, beweerde men dat hij een echte binnenkat was. Maar ergens in die oude kop zit blijkbaar toch nog een herinnering aan buiten zijn en op stap gaan.
Vorige week had een van de dochters het raam van haar kamer open laten staan. Ze had wel netjes de tussendeur gesloten, maar in het achterste gedeelte van het huis, waar de dochters slapen, staan ook de printer, de vrieskist en de voorraadkast. Die deur blijft niet de hele dag dicht.
Hij moet iets geroken hebben. Buitenlucht, vrijheid, andere katten.
Ik vond hem na een uurtje, slapend onder een struik. Opgelucht brachten we hem binnen, maar nu wist hij dat er meer was. Dus ontsnapte hij een paar uur later weer. Was drie uur spoorloos en woedend toen we hem naar binnen brachten.
En nu doet hij niets anders dan op die tussendeur loeren. Als hij hem hoor open gaan, spurt hij er naar toe. De dochters durven de ramen niet meer open te doen, en we moeten ook al oppassen met de buitendeur.
Want een kat die eenmaal de buitenlucht geroken heeft, is niet meer te houden. Dat weten we van onze vorige katten, die waren ook zo op hun vrijheid gesteld. Maar daar kwam binnen een jaar tot drie keer toe een bruut einde aan. Het verkeer op ons dijkje is levensgevaarlijk voor katten.
Dus houden we deze binnen. Maar zielig vind ik het wel.

Randstad vermijden

Geplaatst op 31/03/2009 door Geertrude Verweij

“Vermijd op 31 maart de Randstad”  staat er al dagenlang op de borden langs de snelweg te lezen. Natuurlijk lever ik daar hardop commentaar op. Ik heb immers nog steeds geen radio in de auto.
Niet dat ik geen radio heb, hoor. Ik heb er zelfs twee. Maar mijn auto is een “kaal model”. Lees: de goedkoopste uitvoering. Er kan dus wel een radio in, maar daarvoor moet je allerlei ingewikkelde dingen doen met draadjes doorknippen en ergens anders weer vastmaken. Dat kan ik dus niet zelf en mijn man heeft er geen tijd voor. Al twee jaar niet.
Het is niet zo erg eigenlijk. Ik rijd toch voornamelijk korte stukjes en dan mis je zo’n radio niet echt. En voor de gezelligheid praat ik tegen de TomTom, andere automobilisten en dus ook tegen de borden die mij vertellen dat ik de Randstad moet vermijden vandaag.
Want dat vind ik een beetje vreemd. Dat zeg ik dus ook.
“Lieverd”, zeg ik. Want je moet zo’n bord wel te vriend houden, wie weet wat er anders in eens in beeld verschijnt. Je moet er toch niet aan denken dat zo’n ding ineens aan iedereen gaat melden dat ik van huis gegaan ben zonder mijn keuken op te ruimen. En aangezien ik ook al naar bed gegaan was zonder diezelfde belangrijke taak uit te voeren, kunt u zich indenken dat ik mij daar een beetje voor schaam. Het is niet iets wat je in het openbaar op een bord langs de snelweg wilt zien staan.
“Lieverd”, zeg ik dus “Ik kan de Randstad helemaal niet vermijden op 31 maart.”
Ik wil nog uitleggen waarom, maar het bord laat me niet uitpraten. Het moet, zegt hij. Want er komen vele belangrijke mensen naar Den Haag en die willen natuurlijk wel tijdens kantooruren praten, dus komen zij compleet met beveiliging en politiebegeleiding gezellig tijdens de ochtendspits aan en gaan zij gedurende de avondspits weer weg. Alleen mevrouw Clinton is eigenwijs. Die overnacht in het Kurhaus. Maar ik denk weer niet dat ze een trammetje naar het congresgebouw pakt. Dus moet iedereen gewoon de Randstad vermijden, dan is er tenminste plaats voor al die belangrijke mensen.
Dat vertelt dat bord mij allemaal, zonder dat ik er een speld tussen kan krijgen. Maar als hij even ademhaalt zie ik mijn kans. “Lieverd”, zeg ik (al klinkt dat nu een stuk cynischer dan daarnet), “Ik kan de Randstad helemaal niet vermijden, want ik woon hier!”

Kritiek

Geplaatst op 25/03/2009 door Geertrude Verweij

Ik kan heel slecht omgaan met kritiek. Dat geef ik direct toe. Ik ben zo’n type dat het iedereen naar de zin wil maken en dat is dus mislukt als je kritiek krijgt. Ik onthoud alle kritiek dus en dat schiet me dan direct te binnen als het van toepassing is. Nu ik wat ouder wordt is dat wel eens lastig. Want al die kritieken liggen opgeslagen, maar soms botsen ze ook weleens.
Sommige mensen zeggen: “Jij bent altijd zo ongezellig stil. Vertel nou eens wat over jezelf.”
Dan doe je dat en dan zijn er weer andere mensen die zeggen: “Jij praat altijd over jezelf.”
Tja. Wat moet je daar dan mee?
Ik krijg ook vaak kritiek op mijn lijn. Het is nooit goed. Ik ben te dik of te mager. Het deel daartussen bestaat uit: “Het begint er op te lijken.” Wat ook niet echt een compliment is.
En dan is er kritiek op wat ik eet natuurlijk. Dat zal iedereen met gewichtsproblemen herkennen. Tineke Beishuizen schreef er in de jaren zeventig al een leuk stukje over.
Als je niets neemt van wat er aangeboden wordt dan zeggen ze: “Ach kom, een keertje kan toch geen kwaad?” Neem je wel iets, al dan niet uit opstandigheid, dan zeggen ze: “Zou je dat nou wel doen?”
Ik kan ook slecht tegen kritiek op mij huishoudelijke talenten. Die zijn nogal wisselend namelijk. Maar als ik een slordige periode heb, vind ik dat zelf niet leuk. Goed bedoelde aanbiedingen om te komen helpen komen dan hard aan. Want dat impliceert dat ik het niet kan.
Ik was nog heel klein toen ik geen hulp meer wilde bij bepaalde dingen. Ik zei dan ernstig: “Laat mij maar tobbelen!” En dat zou ik nu ook het liefste zeggen. Het komt altijd vanzelf wel weer goed, ik kan het best. Laat mij maar tobbelen!
Als je niet tegen kritiek kunt, ben je eigenlijk heel onzeker. Want anders laat je het lekker van je afglijden. Of je geeft een verbale mep terug. Maar ik trek het me aan. Want ik wil dat iedereen me aardig vind.
Ik moet er nu wel mee leren omgaan. Want een schrijver is iemand die veel kritiek krijgt. En dat is niet altijd leuk. Gelukkig zijn er heel lieve mensen die razend enthousiast over mijn boek zijn. Hun reacties berg ik op in een speciaal vakje in mijn hoofd en daar haal ik ze uit als ik ga twijfelen.
Want er zijn ook mensen die minder positief zijn. Niet heel negatief, hoor. Dat niet. Maar ik proef wel het venijn. Men zegt dan: “Voor de liefhebbers van het genre is het een goed boek.”
Juist. Eerst trok ik me dat heel erg aan. Want het venijn zit ‘m in het niet uitspreken van de mening “het is maar een liefdesromannetje.” Ja, dat staat er dan ook met duidelijke letters op.
Later bedacht ik dat het gewoon aan het genre zelf ligt. Dat wordt nu eenmaal door de elite en iedereen die daar bij wil horen verguisd. Want lees je ooit in de recensie van een thriller: voor de liefhebber van het genre? Terwijl echt niet iedereen dol is op bloederige taferelen en de psychopathische gedachten van een moordenaar. Het is toch logisch dat je een boek beoordeelt binnen het genre?
Toen ik hier over na aan het denken was, bedacht ik me ineens nog iets. Eigenlijk is het met alle soorten kritiek hetzelfde. Want wie bepaalt eigenlijk de standaard? Is hier niet ook een elite die de eigen smaak verheft tot maatstaf? Dat kan niet. Soms is het genre nu eenmaal niet de smaak van degene die er kritiek op heeft.
Mijn gespreksstof wordt lichtelijk beperkt omdat ik niet hou van roddelen, niet van discussie en ook niet van (be)klagen. Dan blijft er misschien niet veel over, maar binnen het genre “huisvrouwenpraat” doe ik het echt niet slecht.
Dat ik mijn gewicht niet onder controle heb is niet prettig, maar ik heb geen onoverkoombare eetproblemen. Het stopt voor ik te dik wordt en ook voor ik ongezond mager wordt. Dus binnen het genre jojoër doe ik het best aardig.
Mijn huishouden valt binnen het genre Jan Steen en daarbinnen doe ik het geweldig, al zeg ik het zelf.
Op deze manier kan ik ineens best goed omgaan met kritiek. Of valt dit binnen het genre struisvogelpolitiek?

Boeiend

Geplaatst op 25/03/2009 door Geertrude Verweij

Het is blijkbaar een boeiend gespreksonderwerp, want het duikt keer op keer weer op. En vaak onverwachts, als ik denk dat het eindelijk niet interessant meer is, dat men het eindelijk snapt. Dan zit ik niets vermoedend een kopje koffie te drinken en over koetjes en kalfjes te praten en bam! daar is het ineens weer.
Waar dit over gaat? Over mijn lijn. Jawel. Dat is een boeiend onderwerp. Niet de lijn in het algemeen. Dat is vrij saai. Nee, mijn lijn in het bijzonder. Dat is veel boeiender.
Nu geef ik direct toe: mijn lijn zorgt wel voor afwisseling. Ik ben het prototype van de jojo. Ik schommel tussen heel slank (maat 36 bij een lengte van 1.76) en behoorlijk mollig (ooit had ik maat 48, nu stopt het meestal bij 44).
Als er een stijgende lijn in zit, komen de eerste commentaren. “Je moet wel weer een beetje gaan oppassen, hoor! Je begint toch weer aan te komen. (ik droeg een jurkje maat S en voelde me tot op dat moment nog helemaal lekker in mijn vel).
Dan komen de steelse blikken en de bezorgde opmerkingen.
“Eigenlijk moet je er nu toch echt wat aan doen.”
Na lang uitleggen, vertellen en doorpraten snapt men nu dat het niet zo gemakkelijk is als het lijkt. Er zijn nu eenmaal mensen, ik dus, die stress weg eten. Het probleem is dus niet dat ik een gezond eetpatroon moet aanleren. Dat heb ik wel, tussen de eetbuien uit frustratie door dan. Nee, ik moet leren mijn spanningen op een andere manier kwijt te raken. En dat valt niet mee. De laatste keer dacht ik dat ik de ultieme methode gevonden had. Breien. Kilometers breien. Als mijn handen bezig waren, kon ik immers niet eten. Het werkte geweldig. Maar nu leg ik mijn breiwerk gewoon aan de kant.
Wat ook niet mee helpt is dat het gesprek over mijn lijn gewoon doorgaat als ik wel slank ben. Er is een korte periode van “knap hoor!”, maar daarna wordt het “wel ongezond, zo’n crashdieet” (nee, ik eet gewoon weinig als ik de spanningen ergens anders kwijt kan) en natuurlijk eindigt het met: “Je wordt nu wel erg mager, hoor!” afgewisseld met roddels (die mij dan toevallig ter ore komen) over anorexia.
Ik word daar niet goed van! En ik vraag me ook wel eens af: ben ik verder zo ontzettend oninteressant, dat mijn kledingmaat en gewicht het enige boeiende aan mij zijn?

Opvoeden

Geplaatst op 19/03/2009 door Geertrude Verweij

Opvoeden is niet altijd gemakkelijk. Nou ja, eigenlijk is het gewoon altijd moeilijk. Maar ik vind het vooral moeilijk als er van die langdurige gevallen zijn. Van die “ze-moet-het-zelf-maar-voelen-dingen”, die toevallig altijd samen vallen met “anders-leert-ze-er-niets-van-situaties”.
De laatste weken staan hier wat dat betreft in het teken van fietsen en geld. U zult het misschien niet geloven, maar in anderhalve maand tijd zijn hier twee fietsen gestolen. Dat is erg, zult u zeggen. Ja. Maar wat nog veel erger is: beide fietsen stonden niet op slot.
De eerste fiets werd geparkeerd bij het metrostation. Deze dochter dacht er twee haltes verder pas aan dat die fiets niet op slot stond. En vond het vervolgens te lastig om terug te gaan. Na een hele dag was die fiets dus weg.
Toen wij trouwden hadden we heel duidelijke ideeën over de opvoeding. Wij zouden onze kinderen nooit straffen. Dat klinkt erg soft, maar dat is het niet. Wij gingen er vanuit dat een domme fout of een foute actie gevolgd moet worden door bijpassende consequenties. Zonder eten naar bed is dus nooit een goede straf en een week niet computeren alleen als die verslaving de oorzaak is van lage cijfers of zoiets. Natuurlijk is de praktijk lastiger dan de theorie en zullen wij heus wel eens buiten onze eigen maatstaven gestraft hebben, maar dat is in ieder geval het uitgangspunt.
Een door je eigen schuld gestolen fiets heeft dus de consequentie dat je zelf een nieuwe moet kopen. Naar school lopen is geen optie namelijk, tien kilometer is een beetje ver. En het openbaar vervoer is zo duur dat je een nieuwe fiets er zo uit hebt.
Dus ging ik op zoek naar een fiets binnen het niet zo ruime budget van deze dochter. En vond er een bij de fietsendiscounter. Daar moet je trouwens ook even zoeken naar de echt betaalbare fietsen, maar ze zijn er wel. Probleem opgelost.
Alleen had ik niet het gevoel dat ze er echt iets van leerde. Deze fiets had geen versnellingen, maar ze fietst er toch heel aardig op. Haar spaarrekening was leeg, maar dat deerde haar blijkbaar niet zo heel erg. Tot de afgelopen week.
Het begint langzaam wat beter weer te worden en dat heeft in dat vrouwenhuishouden hier altijd direct een enorme winkeldrang tot gevolg. Ook bij de dochter met de nieuwe fiets. Maar die heeft nu dus bijna geen geld meer over. En dat begint eindelijk door te dringen.
Er wordt hier heftig gemopperd, gezucht en geklaagd. Dan zou je denken dat ik tevreden opvoedkundig glimlach als ze dat doet, maar als ik heel eerlijk ben, vind ik het ontzettend zielig! Ik zit voortdurend te piekeren of we niet te zwaar gestraft, oh nee, opgevoed hebben en hoe ik haar stiekem een beetje kan matsen om het leed te verzachten. Of moet ik dat toch maar niet doen? Ik vind het echt heel erg lastig.
En dan zijn we er nog niet. Want ik schreef het al aan het begin van dit stukje: dit verhaal gaat over twee fietsen.
Drie weken na het eerste fietsendrama belde een andere dochter. Of ik haar van het werk kon komen halen. Fiets weg. Vergeten op slot te zetten. En dat nog wel nadat ze haar zusje had lopen uitschelden omdat ze het zo ontzettend stom vond. Dat was dus eigenlijk ook al een toepasselijke straf, maar ook deze dochter moest zelf een nieuwe kopen. En ook deze dochter deed dat fluitend. Ze had een wat ruimer budget en kon er zelfs één in haar lievelingskleur uitzoeken.
Alweer bij de fietsendiscounter, waar ik overigens tot mijn verbazing ook iemand zonder klagen een behoorlijk hoog bedrag zag afrekenen. Voor sommige mensen is het idee dat ze goedkoop uit zijn blijkbaar genoeg en daar maken dat soort zaken (begrijpelijk!) dankbaar gebruik van. Maar dat terzijde.
Deze dochter is dus eigenlijk heel tevreden met haar nieuwe fiets. En nu vraag ik me dus af of ze hier wel van geleerd heeft. Voelt ze het wel genoeg? Was dit niet erg pedagogisch verantwoord maar zonder resultaten? Zet ze haar fiets nu wel op slot?
Maar aan de andere kant zie ik er ook niet echt naar uit dat het straks tot haar doordringt dat die domme actie er voor gezorgd heeft dat ze haar bankrekening heeft moeten leeghalen.
Want raad eens wie dat straks het hardste voelt? Nee, opvoeden is echt niet gemakkelijk!

  • Previous
  • 1
  • …
  • 38
  • 39
  • 40
  • 41
  • 42
  • 43
  • 44
  • …
  • 48
  • Next

Welkom!

Ik ben Geertrude, echtgenote van 1, (schoon)moeder van 5 en oma van 2.
Ik ben boekhouder, redacteur en schrijfster van beroep en hou van lezen, fotograferen, breien, naaien, tuinieren, kruidengeneeskunde en nog veel meer.
Hier schrijf ik over alles wat me bezighoudt en soms ook over mijn pogingen eens wat rustiger aan te doen.
Meer over mij vind je hier.

Archief

© 2026 Geertrude blogt | Aangedreven door Minimalist Blog WordPress thema