Geertrude blogt

Menu
  • Contact
  • Over mij
  • Privacy
Menu

Droom

Geplaatst op 27/01/2009 door Geertrude Verweij

Vannacht droomde ik dat ik verhaal ging halen bij een leraar van één van de dochters. Het was de verkeerde leraar bij het verkeerde vak van de verkeerde dochter, maar in een droom kan dat. De dochter was in mijn droom huilend thuis gekomen, want die leraar had gezegd dat het helemaal niets zou worden met de examens. De hele klas moest er maar vanuit gaan dat ze volgend jaar nog op school zouden zitten.
Nu zitten de oudste twee dochters in een speciale klas voor slimmeriken en hoewel de daarop aangepaste manier van lesgeven niet altijd goed uitpakt, is de kans op zakken toch minimaal bij deze groep. Maar in mijn droom zag de leraar het blijkbaar niet meer zitten.
Ik werd dus kwaad en ging met de dochter naar school om hem daarop aan te spreken.
Wetenschappers beweren dat wij geen verhalen dromen, maar alleen flarden en losse  indrukken. Onze hersenen maken er achteraf een verhaal van, omdat we het anders niet kunnen verwerken.
Vandaar dat mijn droom het saaie stuk waarin ik in de auto stapte en naar school toe reed (vier stoplichten en zes rotondes) oversloeg.
Ik stond ineens op school en ging op zoek naar de leraar. Die bleek in zijn trainingspak klaar te staan om een stukje te gaan hardlopen. Ik meldde dat ik het geen stijl vond en bovendien erg demotiverend om een hele klas te vertellen dat ze toch wel zouden zakken.
Zijn antwoord was: “Ach, ze zijn gewoon niet zo erg slim.”  En hij aaide mijn dochter vriendelijk over het hoofd, waarna hij een potlood in haar neus stak.
Ik denk dat dat het moment was waarop ik bijna in nachtmerrieflarden terecht kwam, maar het potlood verdween gelukkig meteen weer. De leraar nam met een paar welgemeende zoenen afscheid van de andere leraren en toen werd ik wakker.
Ik lees en hoor regelmatig over mensen die dromen uitleggen. Ik heb er ook wel eens een website of een boek op nageslagen, maar de gekke dingen die ik droom staan er nooit bij.
De flarden waaruit mijn dromen bestaan kan ik meestal wel thuisbrengen. Ik zit dus duidelijk met tegenvallende cijfers van de dochters en de falende lesmethodes in mijn maag. Hun leraren zijn nooit aanspreekbaar en dekken elkaar in, vandaar dat hardlopen en dat zoenen. Alleen vraag ik me dan toch af waar dat potlood vandaan kwam…

Gezellig

Geplaatst op 23/01/2009 door Geertrude Verweij

“Juist gezellig!” zeggen echtgenoot en dochters als ik mopper over het totale gebrek aan rust, reinheid en regelmaat hier in huis. Van hen mag het best een beetje chaotisch, rommelig en ongedisciplineerd zijn. Van mij ook wel. Meestal tenminste Ik mopper er alleen over als ik er last van heb. Zoals nu. Want ik probeer een boek te schrijven.
Er zijn schrijvers die vooraf schema’s en overzichten maken en daar stapje voor stapje een boek mee bouwen. Dat is een heel goede en degelijke methode. Maar niet de mijne. Ik wacht gewoon tot er mensen in mijn hoofd beginnen te ontstaan. Zodra ik ze vaag kan onderscheiden, ga ik zitten en begin met schrijven. Dat is hard werken, want die mensen zitten in mijn hoofd vaag te zijn en dan moet ik ze op beetpakken en op papier zetten. Maar als het goed gaat, beginnen die mensen ineens te leven. Dan gebeurt er van alles en hoef ik dat alleen nog maar op te schrijven. Af en toe gaan ze een heel andere kant uit dan ik verwacht had, maar dat geeft niet. Ik heb toch geen schema’s.
Deze keer lukt het niet zo goed. Er is een leuke vrouw en een knappe man. Hun eerste kennismaking is stormachtig en dat is fijn. Want zo moet dat in romans, er moet wel iets aan de hand zijn, anders is er geen verhaal. Maar dan komt hij ineens spontaan zijn excuses aanbieden. Ze gaan samen een hapje eten. Alles goed. En saai.
Ik zeg nog: “Lieverds, heel fijn voor jullie, maar ik moet een boek schrijven, geen sprookje van twee kantjes.” Dat helpt niet, er is geen beweging in te krijgen. Ze vinden elkaar leuk, er zijn geen problemen en ze leven nog lang en gelukkig.

Nu heb ik toch het vermoeden dat dit komt omdat mijn hoofd te vol is met mijn echte leven. Met pubers, examenstress en tegenvallende cijfers. Met ramen lappen, de was en de kattenbak. Met alles wat er normaal gesproken rondspookt in het hoofd van een vrouw met een rommelig leven als het mijne. Ik denk dat er simpelweg geen ruimte is voor fictieve levens.
En daarom verlang ik naar een beetje rust, reinheid en regelmaat. Zodat de mensen in mijn hoofd wat leefruimte krijgen en iets mee gaan maken. Zodra het boek af is mag alles weer chaotisch, rommelig en ongedisciplineerd worden. Want dat is nou juist zo gezellig!

Dozen

Geplaatst op 21/01/2009 door Geertrude Verweij

Soms is het best gezellig om een man te hebben die thuis werkt. Ja, hij heeft nu wel een kantoor buitenshuis, maar daar zit hij niet iedere dag. Het is ook wel eens lastig.
Gisteren moest er iemand thuis zijn omdat er een bestelling afgeleverd zou worden. En ik had al een afspraak staan voor die bestelling gedaan was. Dus bleef echtgenoot gezellig de hele dag thuis.
Ik vertrok om half twee. Het huis was een beetje rommelig, dat geef ik toe. Ik loop al een week te kwakkelen en ben bovendien bezig met allerlei leuke, maar tijdrovende dingen, zoals het installeren van een nieuwe laptop.
Nu denkt u vast dat ik erg verwend word. Een nieuwe laptop, toe maar! Ja, ik ben er ook erg blij mee. Het is vooral erg handig dat van deze laptop allebei de scharnieren heel zijn. Van de andere was er één gebroken. Daardoor kon de klep niet meer dicht. Maar hij kon wel verder open. Soms zat ik fanatiek te typen en dan zag ik ineens mijn beeldscherm naar achter zakken. Dat is een vreemd gezicht, zo halverwege een belangrijke zin.
Ook werkt bij deze laptop het hele toetsenbord. Dat is ook erg fijn. Bij mijn oude was de f kapot. Niet helemaal gelukkig, dat zou pas echt lastig zijn. Maar je moest hem wel nadrukkelijk en stevig indrukken. Dus kwam de f als ik snel typte vaak gewoon niet door, wat a en toe rare schrijouten opleverde.
Maar goed, ik was verwend en het huis was dus rommelig. Er stond bijvoorbeeld een doos waar mijn laptop ingezeten had. En een doos waar die doos en mijn laptoptas in zaten. Dat moet vanwege het versturen, hoe minder delen er door de bezorger moeten worden afgeleverd, hoe kleiner de kans op fouten. Maar het is dus wel een stuk karton en een hoop rommel extra. Voor ik wegging, bedacht ik nog dat ik die dozen als ik terugkwam maar eens op moest ruimen.
Ik had een boeiend gesprek met een mevrouw van een datingbureau en was vrij snel weer terug. En had toen even moeite mijn huiskamer te vinden, want die was bedolven onder de dozen.
De bestelling was dus gearriveerd. Die bestelling was een server die door echtgenoot nog even in elkaar gezet en geïnstalleerd moest worden. En natuurlijk waren alle onderdelen apart verpakt. Als je bedenkt dat in een dergelijke server al acht harddisks zitten, dan kunt u zich wel voorstellen dat er werkelijk tientallen dozen in onze vrij kleine huiskamer verspreid lagen. En natuurlijk niet te vergeten de dozen waarin die dozen verstuurd waren.
Echtgenoot zat te midden van de dozen de server in elkaar te zetten. Ik vind dat altijd leuk om te zien. Hij mag dan een kei van een programmeur zijn, maar in zijn hart is hij nog steeds de jongen die televisiemonteur wilde worden. Het liefst soldeert hij alles weerstandje voor weerstandje in elkaar. Dan is dat printplaatjes prikken van tegenwoordig maar saai. Toch doet hij dat ook met volle overgave.
Na een paar uur, een maaltijd op de bank (want server op de eettafel) en een middag en avond voorzichtig tussen de dozen door laveren, is het nu min of meer opgeruimd. De server is in de grootste doos onderweg naar het serverhok van bestemming en de andere dozen zijn netjes in elkaar gestapeld zodat ik ze naar de stort kan brengen. Ze staan nog wel in de huiskamer. Want in de gang staat was en in de keuken ook. Maar die kon ik gisteren dan ook niet opvouwen, omdat de huiskamer vol was.
We hebben de dozen trouwens nog niet opengescheurd en platgemaakt. Ik moet namelijk eerst even kijken of ik ze niet ergens voor kan gebruiken. Je weet tenslotte nooit.
Dat is geen gemakkelijke beslissing. Want nu denk ik: weg met die rommel. Ik kan nauwelijks meer ergens bij. In het kastenkamertje (die hebben wij bij gebrek aan zolder) is ook geen ruimte. Ik kan amper bij mijn vriezer komen en er is ook geen ruimte ergens boven op. Daar staat al iets. Ik zou natuurlijk iets in die dozen kunnen doen, maar dan schiet het ook niet op. Kan ik ze nog niet gebruiken voor je-weet-tenslotte-nooit.
Dus ga ik ze maar wegbrengen. Denk ik. Hoewel ik vorige week nog moest zoeken naar een doosje, maar die had ik natuurlijk net weggegooid omdat ik ze dus-toch-niet-nodig had. Moest ik een doosje gaan kopen bij het postkantoor. Dat kost dan weer tijd en geld, terwijl ik een week daarvoor nog een perfect doosje in de papierbak had gemikt.
Dat is het lastige. Als je je-weet-tenslotte-nooit-dozen bewaard, blijken het meestal dus-toch-niet-nodig-dozen te zijn. Tot je ze weggooit. Dan waren het ineens had-ik-ze-maar-bewaard-dozen.
En welke dozen het nou echt zijn, staat er dus mooi nooit op!

Bewaren

Geplaatst op 14/01/2009 door Geertrude Verweij

Vandaag zit ik begraven in de papieren. Het is tenslotte weer tijd om het vorige jaar financieel af te sluiten. Boekhoudkundig was ik daar al mee klaar, maar ik had het lastigste klusje natuurlijk weer voor me uitgeschoven; het opruimen van de ordners.
Ik ben vrij netjes op de administratie, dat zal nog wel een restant van mijn werk als boekhouder zijn. Alles zit netjes in mappen en achter tabjes. Klinkt goed, niet waar?  Het is ook goed.
Alleen heb ik zowel zakelijk als privé een tabje “diversen”.
Ja, u voelt de bui al hangen. Dat tabje is net zo iets als de laatjes van mijn wandmeubel. Als je niet weet waar je het op moet ruimen, stop je het daar in. Die laatjes zitten propvol en de afdeling achter het tabblad “diversen” bestaat uit een belachelijke berg papier, vooral in de privemap.
Dus moet ik nu al die blaadjes bekijken, één voor één. Wegggooien, meenemen naar volgend jaar of bewaren in de map van vorig jaar?
De hele tafel ligt vol met stapeltjes en natuurlijk word ik af en toe afgeleid door man, kinderen of internet (er wordt met smart gewacht op de vernieuwde Libelle site) zodat ik dan niet meer weet welk stapeltje ook weer wat was. Gelukkig ben ik te bang om dingen weg te gooien, ik kijk de weggooistapel altijd helemaal na voor ik daadwerkelijk in de container deponeer. En dat is maar goed ook, want ik haal er bijna altijd wel iets uit dat toch niet weg mocht. Ik ben er nu bijna doorheen en dat is fijn. Dan mag ik nieuwe tabblaadjes maken en van die fijne lege mappen in de kast zetten.
Ik ben in een beschouwende bui, denk ik (komt vast door het stof dat uit de stapels papieren komt), want ik blijf de link leggen naar de diepere betekenis van deze opruimactie. Het zou fijn zijn als je in je hoofd ook een paar van die ordners had. En dat je die dan ook zo af en toe helemaal kon opruimen. Alle fijne herinneringen bovenop, zodat je er goed bij kunt, alle nare herinneringen gewoon de vuilnisbak in, tenzij je er iets belangrijks van geleerd hebt. En dan schrijven we die les op zo’n plakbriefje in een gezellige kleur, die plakken we over de naarste dingen heen.
Betaalde rekeningen en afgehandelde zaken kunnen gewoon weg, voorbij is voorbij. En alle overtollige ballast (van die dingen die allang naar de papierbak konden, maar met een stapeltje belangrijke papieren per ongeluk in de map terecht komen) kan natuurlijk direct de container in.
Alleen jammer dat je die vergelijking nog verder door kunt trekken. Want ons echte archief zou een stuk kleiner zijn (nou ja, het past nog in een gewone doos, maar het groeit wel hard nu we een bedrijf hebben) als de belastingdienst niet eiste dat je alles jarenlang bewaard. De regels daarvoor zijn een tikje ondoorzichtig: particulieren moeten alles wat met belasting te maken heeft vijf jaar bewaren en ondernemers zeven jaar. Maar dan wel gerekend vanaf het laatste jaar waarover de belastingdienst een definitieve aanslag verstuurd heeft. Dat kan zomaar een paar jaar geleden zijn. Onze laatste definitieve aanslag is van 2006. Alles is wel betaald, maar de belastingdienst sluit zo’n jaar niet af, voor ze alles nog een keer herkauwd en bekeken hebben. In de praktijk moet alles dus minstens 10 jaar lang bewaard worden.
En daar heb je die figuurlijke betekenis weer, want er zijn van die dingen die je zelf best achter je wil laten, maar soms zorgt je omgeving ervoor dat dat niet lukt. Zijn er mensen die iedere keer terugkomen om dingen die jij allang netjes opgeborgen hebt en waar je liever nooit meer aan denkt, toch weer oprakelen. Niet dat ik daar op dit moment last van heb, hoor. Maar het komt voor en dat voelt niet fijn.
Gelukkig is er wel één groot verschil tussen herinneringen en administratie: tegen mensen die blijven terugkomen op het verleden kun je zeggen dat je er gewoon niet meer aan wilt denken en er ook niet over wilt praten. Dat kun je bij de belastingdienst beter niet proberen!

Fietssleuteltje

Geplaatst op 07/01/2009 door Geertrude Verweij

Soms valt het niet mee om een wekelijks stukje te schrijven, maar er zijn ook dagen dat het zichzelf bijna schrijft. Zo’n dag hadden we gisteren.
In het kader van de zelfstandigheid moesten alledrie onze dochters gisterenavond zelf naar balletles en zangles. Moeder bleef op de bank en liet haar bloedjes van kinderen in de vrieskou naar de metro fietsen. Ja, het is triest, dat vond ik ook, maar ik heb toch doorgezet.
Eén van de dochters is een bikkel. Die vind de metro te duur worden en fietst gewoon het hele stuk naar ballet. Van de kou heeft ze geen last, zegt ze, zeker niet op de terugweg, want dan is ze nog warm van het dansen. Deze dochter kwam dus veilig en opgewekt om kwart voor negen thuis. Dat was één, hoorde ik mezelf opgelucht zeggen.
De andere twee dochters hadden zangles tot negen uur, moesten een minuutje of twintig lopen naar de metro en dan vanaf het station hier dichtbij naar huis fietsen. Vanaf een uur of tien kon ik ze dus thuis verwachten. Maar ze kwamen niet,
Om kwart over tien ging de telefoon. U begrijpt, ik schrok enorm, maar zei in een moment van helderziendheid (of moederlijke ervaring): “Er zal er wel één haar fietssleutel wel kwijt zijn.”
Goed geraden. Maar gek genoeg had ze de sleutel nog toen ze uit de metro stapten. Ze had hem in haar mond geklemd terwijl ze chaotisch met handschoenen en tas liep te rommelen. Andere dochter had hem toen afgepakt en later weer teruggegeven, maar nu konden ze de hele sleutel nergens meer vinden. Nog een kwartier zoeken leverde niets op, dus toen moest echtgenoot er naar toe. Nadat we een koelkast uit de auto gehaald hadden (dat is een ander verhaal) dus. Ook echtgenoot bekeek de niet zo grote afstand tussen perron en fietsenstalling, ook echtgenoot voelde in jaszakken en keerde tassen om en ook echtgenoot kon de sleutel niet vinden. Het ding was op een raadselachtige manier spoorloos. Hij besloot dat de slordige dochter niet beloond hoefde te worden met een autoritje, stuurde haar dus op andere dochters fiets naar huis, laadde de andere fiets in en reed met één dochter in de auto terug.
Ik vond dat niet zo’n geweldige oplossing. Juist die dochter in haar eentje op een te hoge fiets, een route die ze niet goed kent en dan die gladheid… Ik voorzag al problemen. En hoe moest dat morgen? Kon ik toch weer heen en weer gaan rijden.
Geïrriteerd liep ik naar andere dochter haar kamer. Die sleutel moest toch ergens zijn? Als hij niet op de grond te vinden was, moest hij toch in de een of andere zak of tas zitten. Zo’n ding lost niet spontaan op. Ik ging dus naar die kamer om zelf alle zakken in haar jas (dat zijn er veel) maar eens na te voelen. Al was het maar om mijn frustratie even af te reageren. Maar ik hoefde niet eens te voelen. Ik keek naar de jas, die mijn netste dochter op de grond gesmeten had en daarnaast zag ik… de verloren fietssleutel! Jawel. Die had ze dus helemaal niet teruggegeven. Die was waarschijnlijk ergens in een mouw blijven hangen. Echtgenoot had wel in de zakken gevoeld, maar haar niet de jas uit laten doen en uitgeschud (wat ik wel gedaan zou hebben, maar ja, meestal los ik dit soort dingen op). Mede door mijn bezorgdheid kreeg echtgenoot gewetenswroeging en hij besloot de toch niet zo slordige dochter tegemoet te rijden om het laatste stukje met de auto af te leggen. Daarvoor moest dan wel haar fiets nog even uit de auto, want die had hij, tot mijn ergernis (want ik was bang dat hij de volgende ochtend met fiets en al weg zou rijden), nog in de auto laten liggen.
Dat was een geluk bij een ongeluk, want toen hij de fiets in het rek zette, zag hij de dochter bij de deur staan. Die was heel stilletjes al veilig thuisgekomen. Had hij haar niet gezien, dan had hij zich naar geschrokken als hij haar niet had kunnen vinden onderweg. En zijn telefoon was hij natuurlijk vergeten.
Zo waren we dan uiteindelijk om elf uur allemaal veilig binnen. Met twee dochters die eerst een preek kregen (over slordig en chaotisch zijn en over je ergens mee bemoeien en er dan zelf een zootje van maken en over hoe vaag je bent als je niet eens weet of je een sleutel teruggegeven of –gekregen hebt) en daarna getroost moesten worden, want ze vonden het zo stom van zichzelf.
Niet dat wij zo boos waren, hoor. Want wij vonden drie kwartier in de vrieskou naar een fietssleutel zoeken die eigenlijk niet kwijt was, wel straf genoeg!

Het werkt

Geplaatst op 17/12/2008 door Geertrude Verweij

Een mens doet wat werkt, zei doctor Phil een paar jaar geleden. U weet wel, toen hij nog nieuw en leuk was. Nu kijk ik eigenlijk nooit meer naar zijn programma. Te veel extreme situaties en te veel betweterigheid van zijn kant. Maar destijds was hij nog leuk.
Het programma ging over een moeder met twee volwassen zoons die maar niet zelfstandig werden. Ze woonden in de kelder en ma deed werkelijk alles voor hen. Volgens doctor Phil was dat haar eigen schuld, want een mens doet wat werkt. En als je was laten liggen betekent dat je moeder het opruimt, en als de koelkast van je moeder plunderen geen andere consequenties heeft dan een moeder die maar weer boodschappen gaat doen, dan doe je dat dus in het vervolg altijd. Want het werkt.
Ik moest hier aan denken, toen hier in huis een soortgelijke situatie bleek te zijn ontstaan.
De dochters waren namelijk steeds erg zielig. Er was er één met zere knieën. Ze kon amper lopen, dus helemaal niet fietsen. Ik bracht haar anderhalve week naar school. Heen en weer en heen en weer. Toen ging ze naar Londen waar heel veel gelopen moest worden. Ik verwachtte haar strompelend terug. Maar dat viel mee. Tot ik voorzichtig begon over zelf naar school fietsen. Toen deed het nog wel erg zeer. En ik reed maar weer, heen en weer.
De andere dochter viel van haar fiets en verrekte haar schouder. Ook maar brengen. En toen dat over was, vonden we dat ze net zo goed met haar zus mee kon in de auto. Ander lesrooster? Dan bleef ze wel een uurtje in de aula zitten. Dat was dan wel heel vervelend en saai en zonde van haar tijd. Het arme kind. Dus reed ik nog maar een keertje extra. Heen en weer en heen en weer.
De derde dochter heeft ook zwakke knieën. Al jaren. En die begonnen zomaar ineens erg zeer te doen. Dus nam ik haar ook maar mee. Andere school, andere tijden, veel uitval. En in de aula zitten pestkoppen. Dan maar halen..Ik reed wel. Heen en weer, heen en weer, heen en weer.
Ja, als je het zo leest, denk je: die is gek! Maar het groeide langzaam. En het werd steeds erger. Er hoefde maar gezucht te worden dat het vies weer was, of ik voelde al een verplichting om ze weg te brengen. En er werd veel gezucht, want een mens doet nu eenmaal wat werkt.
Dat gaat een keertje fout natuurlijk. Ik werd gek van dat heen en weer rijden. En steeds chagrijniger. Ik mopperde de hele dag door, maar bleef stug taxi spelen.
Tot er een paar dagen geleden alweer gezucht werd en ik alweer wilde toegeven. Toen greep echtgenoot in.
“Je maakt er een stel slappelingen van!” zei hij. “Ze hoeven maar te kikken of jij rijdt wel. Ze kikken nu bij ieder spatje regen en bij elk pijntje.”
Hij had gelijk. Ik ben zelfs bang dat ik ze ook bij prachtig weer zou zijn gaan brengen. Want je krijgt het natuurlijk wel warm van al dat fietsen in de zon. En je wordt er moe van.
Inderdaad. Slappelingen werden het.
Het was dus tijd om het anders te gaan doen. Zuchten, steunen, zielig doen en schuldgevoelens kweken werkt niet meer.
Daarom doen ze het ook niet meer. Er wordt niet meer zielig gedaan en er wordt gewoon gefietst.
En nu ben ik zo zoetjes aan bezig ook wat andere dingen aan te pakken. Er zijn wel meer dingen die zo stilletjes scheefgegroeid zijn. Winkelen bijvoorbeeld. Kan op zijn tijd heel gezellig zijn met bijna volwassen dochters. Maar niet als je voor ieder dingetje, inclusief sokken of pyama’s mee naar de stad moet, bijna iedere maand en dat maal drie dochters (want ze willen natuurlijk niet met hun zussen samen). Maar ja, het werkte. Even roepen dat je dringend naar de stad moest en mama reed wel naar het centurm. Nu werkt het niet meer. Dus ging de ene dochter vanmiddag met een vriendin schoenen kopen en vroeg de andere dochter net heel lief of ik toch even mee wilde om naar een feestjurk te kijken – als ik tijd en zin had, want anders ging ze wel even alleen.
Kijk, een klein beetje voor jezelf op komen, dat werkt eigenlijk best!

Werkweek

Geplaatst op 10/12/2008 door Geertrude Verweij

In mijn tijd, sprak de oude dame, gingen we in de pre-examenklas op werkweek. Daar keek je jaren naar uit, want straks, in de vijfde klas (in mijn geval dan), ging het gebeuren. Ik zat zelfs nog in de laatste lichting van binnenlandse werkweken. We hadden de keuze uit een klippertocht op het IJsselmeer, een verblijf op een van de eilanden (Terschelling?) of een weekje Limburg.
Ik koos voor het laatste. Veel plezier gehad, bijna verdronken tijdens het kanoën, totaal verregend tijdens de verplichte fietstochten. De avonden brachten we door in en rond de afgelegen boerderij. Gezellig en veilig.
Mijn oudste dochters gaan ieder jaar een paar dagen weg met school. Er is geen sprake meer van er naar uitkijken. Nee, men is de medeleerlingen inmiddels spuugzat. Men kent alle eigenaardigheden en zwakheden van de anderen al veel te goed. Was het bij ons nog heel leuk om mensen eens buiten school mee te maken, voor hen is dat een jaarlijks terugkerende ramp. Er zijn namelijk een aantal spelbrekers die zo’n paar dagen in een vreemde stad zien als de ideale gelegenheid om flink los te slaan en belachelijke hoeveelheden te drinken. Degenen die dat niet willen bungelen er bij. Mijn dochters bungelen dus. Gelukkig maar.
Dit jaar was er weer een uitstapje gepland. Omdat de examendrukte na de kerst echt toeslaat moest het in december. Dat de zeilweek amper een half jaar geleden was, deed er niet toe. De leraren hadden er zin in, dus het moest. Nu is het ook best leuk, een paar dagen Londen in deze periode. Ze weten daar wel hoe ze een kerstsfeertje moeten bouwen. Maar de dames en heren examenkandidaten hadden er geen zin in. Er wordt al weken gemopperd. Mijn dochters zijn daar gevoelig voor, die mopperen vrolijk mee. Dus kreeg ik leuke berichten over de toestand van de kamers (het is daar zo vochtig dat het water van de muren druipt), de hygiene (de bedden zijn heel vies), het ontbijt (niet te eten) en de toiletten (kijken uit op een kerkhof, dus daar durven ze ‘s nachts niet op).
Van de school kregen we een brief van drie kantjes met al even vrolijke berichten. Eten, behalve dat vieze ontbijt dus, is niet inbegrepen bij de toch al pittige reissom. Of we maar even rekening wilden houden met 20 pond per dag extra. Verder kregen we alvast een programma. Lieve leiding van schoolkampen, leer dat nu eens! Ouders willen helemaal niet weten dat hun kinderen tot elf uur ‘s avonds zonder begeleiding door een vreemde stad wandelen. Die willen geloven dat ze veilig bij elkaar in een gezellig hotelletje zitten!
Ook de vertrektijd was geweldig, de dochters moesten zich om kwart voor drie melden. Midden in de nacht, wel te verstaan. Zo’n geweldige tijd, je kunt niet opblijven want daarvoor is het te laat, maar wakker worden om twee uur valt ook niet mee. Ik snap die planning ook niet, ze komen om elf uur (plaatselijke tijd) aan in Londen, en worden dan geacht meteen te starten met het programma. De week begint dus al met oververmoeide pubers. En dan moeten ze ook nog een presentatie houden die telt als mondeling voor het examen. Ik hoop maar dat de leraren bij de becijfering rekening houden met het slaapgebrek.
Het voorbereiden van het vertrek ging natuurlijk niet helemaal soepel. Hoewel ik zondag al begon met waarschuwen dat ze de boel maar eens in moesten pakken, werd dat uitgesteld tot maandag. En natuurlijk moest er eerst gecomputerd worden, dat is veel belangrijker dan je voorbereiden op een vertrek dat slechts twaalf uur later zal plaatsvinden. Na wat aandringen begonnen ze dan toch. Maar toen ik vroeg: “Zit je pyjama al in je tas?” was het antwoord nogal vaag. “Nee. Er zit nog niets in mijn tas. Ik heb stapeltjes op het bed gemaakt.”
“En zit je pyjama daarbij?”
“Geen idee.”
Niet dus, daarom vroeg ik het. Die hing nog aan het wasrek. Handdoeken, o ja, ook wel handig. Toiletspullen, daar zeg je zowat. Nou ja, iedereen die pubers zoveel mogelijk zelf probeert te laten doen, kent het traject. Uiteindelijk kun je beter zelf die tassen inpakken, dat kost veel minder tijd. Maar daar leren ze niets van, dus doen we het toch maar pedagogisch verantwoord.
‘s Avonds om een uur of negen leken ze helemaal klaar te zijn. Dacht ik. Ik stuurde ze eerder dan normaal naar bed en dacht eindelijk even te kunnen ontspannen.
Maar toen kwam er ineens eenje weer uit bed. “Mama, denk je dat ik morgenochtend nog tijd heb om te douchen? Mijn haar moet dringend gewassen worden.”
Huh? “Nee, natuurlijk niet, morgenochtend zit je in de bus.”
Ze bedoelde dat ze om twee uur ‘s nachts nog wilde gaan douchen. Want dat was ze vergeten. Ik had alleen maar de hele dag lopen zeuren of ze overal aan gedacht hadden. Maar ik had douchen niet letterlijk genoemd. Dus was het mijn schuld. En toen mocht ze van mij kiezen: nu nog even onder de douche kruipen of om twee uur, ‘s nachts, maar dat werd dan wel haasten, want ik wilde absoluut niet hebben dat ze er eerder voor opstond. Haar zus zou daar namelijk ook last van hebben.
Mopperende dochter af. Toch maar nu douchen. “Maar dan moet ik met nat haar gaan slapen en dan zit het morgen als ik in Londen ben heel raar.”
Morgen…als ze om drie uur in de nacht vertrekt en vervolgens acht uur in een bus heeft gezeten en pogingen tot slapen gedaan… Tja, dan zie je er natuurlijk verder op je voordeligst uit, tenzij je die paar uurtjes voor vertrek met nat haar hebt geslapen.
Pubers…

Sinterklaashaast

Geplaatst op 03/12/2008 door Geertrude Verweij

Terwijl de Amerikaanse en Engelse dames van de weblogs die ik lees al druk bezig zijn met de kerst, zit ik nog met mijn hoofd in de sinterklaasrijmpjes. Ik schrijf altijd bij ieder pakje een gedicht en dat zijn er dus heel wat. Ik kan niet eens berekenen hoeveel ik gedichtjes en rijmpjes ik al in elkaar geflansd heb de afgelopen jaren, maar honderden zijn het er zeker.
De dochters doen nu ook mee in de traditie. Zij zijn zondag met z’n drieën de stad ingeweest om inkopen te doen. Na afloop werden de financiën en de pakjes zusterlijk verdeeld.
Het inpakken werd dit jaar grotendeels door één dochter gedaan. Die had dat zelf voorgesteld, want die wilde oefenen. Als kersverse zaterdaghulp bij een boekhandel, vallen haar inpaktechnieken nog een beetje tegen. En deze dochter zou deze dochter niet zijn als ze daar fanatiek iets aan ging doen.
Na afloop verzuchtte ze dat ze dit volgend jaar niet meer deed. Want in de winkel hoeft ze alleen maar boeken in te pakken en die zijn vrij gemakkelijk. Voor de raar gevormde pakjes hebben ze daar zakjes. Veel gemakkelijker.
In alledrie de tienerkamers struikel ik nu over keurig ingepakte cadeautjes. Verstoppen is er niet meer bij tegenwoordig. Ik kom zo min mogelijk in de kamers, maar op maandag moest ik stofzuigen (dat is de afspraak, dus dat wisten ze) en ik breng normaal gesproken de schone was ook naar de kamers. Opruimen moeten ze zelf, maar als ik het in de huiskamer laat liggen en vraag of ze het mee willen nemen, blijven er soms vier dagen lang stapeltjes rondslingeren. Dat heb ik uitgeprobeerd. Vandaar dat ik de kleine moeite om het in de juiste kamers te deponeren maar gewoon voor lief neem. Dat het daarna nog dagen duurt voor ze het in de kast leggen, is mijn zaak niet. Tenminste, dat probeer ik mijn zaak niet te maken.
Zelf moet ik alles nog inpakken. Ja, het is triest. Nog twee dagen voor we het hier vieren met mijn schoonouders erbij en nog drie voor we het bij mijn familie vieren. Het is wel weer erg op het laatste nippertje. Maar dat schijn ik altijd zo te doen. Dat is het grappige van dit soort stukjes schrijven. Je kunt zo terug lezen in de tijd. En dan blijkt dat ik vorig jaar al verzuchtte: “Hoe vroeg ik ook begin, ik loop altijd te haasten om de boel af te krijgen!”
Hardleers, dat ben ik. Ik begin altijd wel vroeg, dat is het probleem niet. Maar daarna ben ik net als de dochters als ik vraag of ze nu al wat aan hun werkstukken gedaan hebben: “Ik ben al begonnen en ik heb nog tijd zat!”
Ik verzucht nu dat ik mezelf volgend jaar ga dwingen om in oktober alles al af te hebben, zelfmaakcadeautjes, gekochte cadeautjes, alles ingepakt en voorzien van een gedicht. Maar eigenlijk… zeg nou zelf. Daar is toch helemaal niets aan? Die spanning om het allemaal weer voor elkaar te krijgen, dat wachten op inspiratie en dan dertig rijmpjes achter elkaar uit je toetsenbord hameren, dat haastig zoeken naar de laatste kleine dingen (oh, niet vergeten! Ik heb nog geen chocoladeletters!), dat hoort er toch net zo bij als schoenen zetten en pepernoten strooien? Bij mij wel, in ieder geval.

Puntjes

Geplaatst op 26/11/2008 door Geertrude Verweij

op de i. Bezig met de laatste redactierondes van mijn boek. Het komt nu toch echt heel dichtbij…

20081126 (Small)

Geen schrijfsel, vuile was en koffie

Geplaatst op 26/11/2008 door Geertrude Verweij

Ik geef het op. Er komt deze week geen schrijfsel.
Zo nu weet u het. Ik vind het wel treurig, want ik ben de laatste tijd al niet zo trouw. Dat is erg, want ik doe dit om mezelf te bewijzen dat ik het kan, wekelijks een stukje neerzetten. Maar soms kan ik het dus niet.
Dat klinkt simpeler dan het is. Want ik ben in zo’n schrijfselloze week vaak wel een keer of zes begonnen. Maar dan vond ik het niet iets om zomaar op het wereldwijde web te zetten. Ja, ik weet wel dat inmiddels de halve wereld niet alleen de schone, maar ook de vuile was buiten hangt op het internet, maar ik probeer dat toch maar niet te doen.
Veel vuile was is er niet trouwens. De wasmachine en de droger hebben de hele dag gedraaid. Er zal inmiddels vast wel weer iets in de wasmand liggen, want die is nooit langer dan een kwartier leeg, maar toch. Veel zal het niet zijn.
Figuurlijke vuile was heb ik ook niet veel. In een gezin met pubers gebeurt wel eens wat, natuurlijk. Er is er één erg hard op haar knieën gevallen. Daar pieker je dan over. Maar als je er over nadenkt, blijkt het beter te gaan zodra het kind een beetje rust neemt. Dat het nog niet zo heel goed gaat, komt omdat ze dat niet doet. “Ik stel me aan!” roept ze en loopt op school gezellig met de rest van de klas de trappen op en af. Ze hebben daar wel een lift, maar die vind ze eng. Ik begrijp ook niet dat zo’n grote school alleen een wankele goederenlift heeft en geen normale personenlift. Maar goed, het zou beter zijn als ze er wel gebruik van maakte. Ze besloot daarnet toch maar niet te gaan werken. Ik hield me in en zei:  “Dat lijkt me verstandig.”, in plaats van wat ik dacht (welke idioot denkt er vijf uur door een tomatenkas te kunnen rennen met zulke pijnlijke knieën?).
Een andere dochter is haar kamer aan het opruimen. Alweer, nog steeds. Altijd eigenlijk. Er komt geen eind aan. Heel soms is het eventjes netjes, maar dat duurt niet lang. Het lijkt wel een beetje op die wasmand, eigenlijk.
De derde dochter had een slechte bui. Maar die lijkt op haar vader en praat nergens over. Die bokt. Andere dochters en ik praten. Oeverloos. Wij razen en tieren en huilen. Maar deze dochter en haar vader niet. Die zwijgen.
Daar kan ik niet tegen. Ik had gelijk, dus ik probeerde haar terug te pakken en zweeg ook. Eventjes, want lang hield ik het niet vol. toen hebben we het uitgepraat en was het over.
Niet bijster interessant allemaal. Geen dingen die geheim moeten blijven, maar ook niets om een schrijfsel van te maken.
Verder had ik het druk vandaag. Maar dat is ook niet nieuw. En ik heb daar pas al een stukje over geschreven. Dat kan ik niet blijven doen. Tenminste niet hier. Ik ben dat wel aan het doen voor het engelse weblog. “A day in the life of” gaat dat heten, dat doen er wel meer en het is leuk om te lezen.
Het viel niet mee om alles bij te houden, ik zal het wel een beetje moeten bewerken. Ik zat al aan twee kantjes toen het nog niet eens avond was. En dan heb ik de dochters met boze buien, rommelige kamers en zere knieën er nog uitgelaten. Het is wel een grappige manier om een dag te documenteren, met de tijden erbij. Als ik het teruglees, zie ik vooral veel heen en weer rijden, want de dochter met de zere knieën kon natuurlijk ook niet naar school fietsen en ik had twee opdrachten voor de krant. Ik drink ook opvallend veel koffie. Het heeft jaren geduurd voor ik dat spul ging waarderen, maar nu leef ik er op. Blijkbaar, want het gaat eigenlijk zonder erbij stil te staan. Ik merkte het pas toen ik het opschreef. Zeker als echtgenoot thuis is drink ik veel. Die laat namelijk regelmatig zijn koffie koud worden en vraagt dan om nieuwe. Maar dan heb ik de mijne al op en ik doe rustig nog even mee. Om vijf uur zat ik echter vol. Toen kwam het nog net niet letterlijk mijn neus uit. Om half acht kon er wel weer een kopje in, maar nu zit ik braaf achter de sinaasappelsap. Want ik zou vannacht graag wel een beetje willen slapen.
Als ik nu maar niet pieker over dochters met…. enzovoorts. Over mijn onregelmatige schrijfsels hoef ik in ieder geval even niet te piekeren, want het is er zo stiekemweg toch eentje geworden!

  • Previous
  • 1
  • …
  • 41
  • 42
  • 43
  • 44
  • 45
  • 46
  • 47
  • 48
  • Next

Welkom!

Ik ben Geertrude, echtgenote van 1, (schoon)moeder van 5 en oma van 2.
Ik ben boekhouder, redacteur en schrijfster van beroep en hou van lezen, fotograferen, breien, naaien, tuinieren, kruidengeneeskunde en nog veel meer.
Hier schrijf ik over alles wat me bezighoudt en soms ook over mijn pogingen eens wat rustiger aan te doen.
Meer over mij vind je hier.

Archief

© 2026 Geertrude blogt | Aangedreven door Minimalist Blog WordPress thema