Geertrude blogt

Menu
  • Contact
  • Over mij
  • Privacy
Menu

Rimpelig

Geplaatst op 07/05/2008 door Geertrude Verweij

Nu we de verjaardagen van de oudste dochters met succes gevierd hebben, is het weer tijd om naar mijn eigen verjaardag uit te kijken.
De verjaardag van de dochters was fijn, trouwens. Heerlijk weer, dus we hebben de hele dag buiten gezeten. De dochters met vriendinnen op het dakterras en wij op een geïmproviseerd terras bij de deur (om dat goed uit te leggen moet ik een plattegrond van het huis tekenen. In het kort: onze enige deur zit aan de zijkant van het huis, we hebben containers en fietsen verplaatst om een terras op de oprit te maken). De twee neefjes waarvan ik bang was dat ze elkaar gezellig stoeiend van het dak zouden duwen (en waarvoor ik dus het hele dakterras verboden toegang had moeten verklaren) kwamen niet, dus dat kwam eigenlijk wel goed uit. De bijbehorende tante kwam onder schooltijd, dus de dochters waren toch tevreden.
Maar goed, nu mijn eigen verjaardag. Eigenlijk kijk ik daar helemaal niet naar uit. Ik vind het maar niets, dat ouder worden. Nou ja, dat gaat natuurlijk vanzelf, daar merk je eigenlijk niet veel van. Maar dat je er ieder jaar zo bij stil moet staan en dan alweer een jaartje toe moet voegen aan je leeftijd. Verschrikkelijk vind ik dat.
De dochters niet. Die vinden het geweldig. Zeventien. Dat klinkt ook wel goed. Bijna volwassen. Met de voordelen van nog net kind zijn. Zoiets.
Ik heb nooit echt moeite gehad met mijn leeftijd tot ik de dertig bereikte. Verschrikkelijk vond ik dat. Ik heb er zo over gezeurd dat ik van mijn zusje een speciaal pakket cadeau kreeg. Allemaal kleine pakjes met briefjes erop. Een spiegel “om je rimpels in de gaten te houden”, pillen tegen vergeetachtigheid, een kam “voor de grijze haren” en anti-rimpelcreme. Heel grappig, dat wel.
Maar sinds mijn dertigste heb ik er toch serieus moeite mee. Vooral met die rimpels. Grijze haren kun je verven, dat is gemakkelijker. Maar die lijntjes rond mijn ogen…
Ik krijg nog steeds te horen dat mensen me jonger schatten, maar als ik in de spiegel kijk krijg ik toch het vermoeden dat die mensen een tikje bijziend zijn. Want die kraaienpootjes zijn echt wel zichtbaar. Ik probeer er wel rustig onder te blijven, hoor. Dan zeg ik, net als Maria Oomkens: “Kijk, het zakt” en probeer dat maar gewoon te accepteren. Maar leuk is het niet. Er zakt trouwens nog wel meer dan die huid rond mijn ogen en daar baal ik helemaal van. Maar dat zien die mensen van “ik zou je veel jonger schatten” natuurlijk sowieso niet.
Op de foto boven mijn website zijn de rimpeltjes trouwens ook goed te zien. Dat komt omdat ik echtgenoot foto’s van mij laat maken. En die wacht met afdrukken tot ik echt lach. Niet alleen mondhoeken omhoog, maar voluit. Dat vind hij mooi. Ik niet, maar hij is onvermurwbaar. Lachende foto’s of geen foto’s. Er hangt of ligt bij mijn ouders ergens een fotolijst met foto’s van jaren terug. Geen idee hoe lang, maar ik was zeker nog geen dertig. Toch zijn daar ook rimpeltjes zichtbaar. Want als ik lach, knijp ik niet alleen mijn ogen iets dicht, en gaat mijn mond zo wijd open dat er van alles omvouwt. Nee, ik trek ook nog eens mijn neus op. Waardoor ik dan aan elke kant een rij rimpeltjes krijg. Vreselijk.
Echtgenoot zegt dat ik trots moet zijn op mijn lachrimpels. Dat kleine vouwtje tussen mijn wenkbrauwen, gevolg van hoofdpijn en dat streepje naast mijn mond, gevolg van een cynisch gezicht trekken, vind hij veel lelijker, maar die zijn gelukkig (nog) bijna niet zichtbaar.
Hij zal wel gelijk hebben. En het is ook onvermijdelijk. Maar ieder jaar als ik jarig ben, zie ik ze extra goed en dat vind ik niet leuk. Weer een jaar erbij en de rimpels om het te bewijzen, denk ik dan.
Toch dit jaar maar eens op een andere manier in de spiegel kijken. Controleren of de lachrimpeltjes nog in de meerderheid zijn. En anders daar maar eens serieus aan gaan werken!
Kan dat? Serieus meer lachen? Nou ja, jullie begrijpen wel wat ik bedoel…

Oranje boven

Geplaatst op 30/04/2008 door Geertrude Verweij

Koninginnedag. Ik ben er dol op. Eigenlijk ben ik helemaal niet koningsgezind, maar dat maakt niet uit. Ik vind het toch gezellig.
Mijn vroegste herinneringen aan die dag zijn wel heel koningsgezind trouwens. Want wij gingen met de basisschool (toen nog de lagere school) altijd eerst verkleed in optocht het dorp door en daarna zingen voor de bejaarden. “In een blauw geruite kiel, stond hij aan het grote wiel” en “In naam van Oranje doe open de poort”. Die laatste is een van mijn favorieten, omdat ik het ritme in de melodie zo pakkend vond. En natuurlijk de zilvervloot (“Piet Hein! Piet Hein! Piet Hein zijn naam is klein), dat kon je zo heerlijk hard zingen. De bejaarden vonden het toch wel prachtig. En na het zingen weer terug naar school en spelletjes doen. Dan was de ochtend nog niet eens om, want we begonnen vroeg. Volgende stop was opa en oma, want dan konden die zien hoe we verkleed waren. Bij opa en oma stond altijd de televisie aan en dan konden we nog net een stukje van het defilé (in de Juliana-jaren) of het bezoek van de koningin aan altijd andere dorpen dan het onze (Beatrix) zien. Dan thuis wat eten en naar de rommelmarkt en de kermis.
Van latere jaren herinner ik me vooral de rommelmarkt. Honderden boeken heb ik daar gekocht. En dan ‘s avonds naar de Taptoe. Ik hield helemaal niet van dat soort muziek, maar op koninginnedag vond ik het voor één dagje mooi. En meestal overwoog ik dan ook majorette te worden. Al hadden de dames van onze dorpsgroep meestal niet de leukste pakjes, dus dat was dan weer jammer.
In onze Goudse jaren gingen we meestal eerst naar de grote rommelmarkt aan het Raam. Verder was er voor gezinnen met jonge kinderen niet veel te beleven in die stad. We gingen dus vaak naar mijn ouders of een gewoon een stukje rijden.
Eenmaal verhuist naar het geboortedorp van echtgenoot werd koninginnedag vooral iets voor de kinderen. Want wij vinden er hier niet zo heel veel aan. Linedancing heeft blijkbaar niet de sfeer van die taptoe. Het is allebei mijn smaak niet, maar het traditionele linedancen hier in het dorp doet me helemaal niets. De kinderen vonden alles wat er georganiseerd werd geweldig. Van de basisschool kregen ze bonnen voor gratis ranja, gratis ritjes op pony’s en rodeostier en gratis rondje in de draaimolen. Toen ze eenmaal oud genoeg waren om alleen naar het dorp te gaan, gaf ik ze een portemonneetje met wat geld erin en dan zag ik ze de hele dag niet.
De lawaaioptocht hebben we gelukkig maar één jaar gedaan. Dat was een ramp. Jongste kon nog niet zo heel goed fietsen, en ik heb de hele route mee moeten rennen, omdat ze iedere keer als de optocht weer vastliep omviel. Verder is er een kleine rommelmarkt, die heb je zo gezien en wat kinderkraampjes, maar daar kun je vooral goedkoop aan speelgoed komen, wat bij ons niet meer van toepassing is. Dat hebben die-van-mij ook een keer gedaan. Vreselijk vond ik dat. Ik ben tegenwoordig wel wat gemakkelijker met dingen wegdoen, omdat we simpelweg geen ruimte hebben, maar het stond me enorm tegen speelgoed dat ze van familieleden gekregen hadden voor een paar euro op die kraam te zien liggen. Maar ja, “iedereen deed het” en ik wilde geen spelbreker zijn. Bovendien hadden ze die kraam samen met een vriendinnetje en stak onze initiële verkoopwaar (dingen die echt wel weg mochten) nogal af tegen dat van haar. En aangezien ze de opbrengst eerlijk zouden delen, kon ik dat ook niet maken. Ja, zo laat je je erin luizen…
Vorig jaar hebben we het anders gedaan. Ik wilde graag naar Gouda, naar die grote rommelmarkt. Het jaar daarvoor hadden echtgenoot en ik dat samen gedaan, maar nu wilden de dochters wel mee. We gingen dus met zijn allen. Op de markt splitsten we in twee groepen (echtgenoot en ik samen en de kinderen met zijn drieën) en spraken een verzameltijd af. Daarna dumpten we de buit in de auto en wandelden naar de Markt om een patatje te eten. Aan de andere kant van de Markt stond een groot podium, dus we besloten te wachten wat daar op zou komen. Dat bleek ontzettend goede muziek te zijn en we hebben de rest van de middag staan swingen en zingen in het heerlijke zonnetje dat we vorig jaar dus wel hadden rond deze tijd..
Dat niet alleen wij daarvan genoten hadden, bleek afgelopen week. Om eerlijk te zijn was het bij ons behoorlijk weggezakt, maar de dochters hadden alle pogingen tot afspraken van anderen afgewezen “want misschien gaan we wel weer naar Gouda”.
Dat doen we dus maar. En nu maar hopen dat het weer een beetje meewerkt. Het is zo jammer als de boel verregend. Maar ach, ook dat is een koninginnedag traditie…

Tuinieren

Geplaatst op 23/04/2008 door Geertrude Verweij

Ergens in de warrige hoofd van mij wordt het woord tuinieren nog steeds geassocieerd met hele romantische dingen. U kent dat wel. Strohoedje op, gebloemde handschoentjes en dan hier en daar een sprietje onkruid weg halen. Of met zo’n platte mand bloemen en kruiden gaan knippen.
Nu weet ik niet of dat wel bestaat, maar in mijn leven in ieder geval niet.
De tuin is bij ons altijd het sluitstuk van het hele huizengebeuren. Niet dat het ons niet interesseert, maar op de een of andere manier komt het er nooit van.
Ons allereerste tuintje bij ons allereerste huisje was volledig betegeld en volledig verzakt. De kinderen speelden er in de zandbak of in het badje en ik hing er de was op, maar daar was het ook wel mee gebeurd. Pas toen we de tuin ophoogden en een paar smalle borders met plantjes maakten, begon het ergens op te lijken. Maar dat was kort voor onze verhuizing.
We verhuisden naar een groter huis met een grotere tuin. Achter was niet veel te doen. Alweer totaal betegeld. En er was een vervelende buurman die dreigde benzine over mijn planten te gooien als ik het waagde die tegen zijn (oerlelijke) schutting te planten. Dus hield ik het maar weer bij een klein bordertje in de hoek. De voortuin was wel beplant, maar ook vergeven van het onkruid. Ik was vooral bezig met wieden. Maar ik begon toen wel de smaak van het tuinieren te pakken te krijgen. Ik zaaide mijn eigen goudsbloemen en maakte plannen voor een complete cottagetuin. Maar we verhuisden weer en deze keer naar een huis met een compleet ingerichte tuin. Gemaakt voor mensen die niet van tuinieren houden. Die tuin was altijd groen, maar ‘s zomers en ‘s winters hetzelfde. Het enige wat er moest gebeuren was het snoeien van de klimop dat over de schuttingen groeide. Dat groeide zo hard dat ik eigenlijk zelden ergens anders aan toe kwam. Ik heb wel een eigen planten kasje gehad, waar ik kruiden kweekte, maar die verschroeiden dan altijd in de zomer als we op vakantie gingen. Dat werkte ook niet echt.
Het huis dat we nu hebben had eigenlijk alleen een voortuintje. Er was wel ruimte voor een klein terras, dus we vonden dat het het waard was. Vanuit dat voortuintje kijk je namelijk wel een paar kilometer de polder in. Het voortuintje was zwaar verwaarloosd. En de zijtuin ook. Ik bleef onkruid trekken. Vorig jaar knapten we de voortuin op, een paar struiken erin en houtsnippers eromheen. Dat zag er veel verzorgder uit. De zijtuin is grotendeels weg nu, doordat we de oprit verbreed hebben.
Maar gelukkig hebben we nu ook een achtertuin. Die konden we van de buren kopen, die grond achter ons huis hadden. Het eerste jaar deden we er niet veel. Dat hoefde ook niet, want de buren hadden het al helemaal opgeknapt. Bovendien hadden we het te druk met het opknappen van het huis zelf. Ook de twee zomers daarna was het voldoende wat onkruid te wieden. Maar dat echte romantische tuinieren zat er nog niet in. De borders stonden namelijk vol met rozemarijn en rozenstruiken. Omdat die nu toch zwaar aan het verwilderen waren, begon ik vorig jaar met het grotendeels leeg maken van de border. Met ergens in mijn achterhoofd het idee dat ik dan deze zomer die cottagetuin uit mijn dromen zou gaan aanleggen.
Tja. En toen kochten wij een zwembad. Een vrij groot zwembad ook nog. En om dat in onze toch niet kleine achtertuin kwijt te kunnen, moet de border weg. En moeten de tegels eruit.
Dus sta ik deze mooie lente dagen niet romantisch bloemen te zaaien en rozen te knippen. Nee, ik sjouw tegels en ga met een breekijzer de rand van de border te lijf. Het is blijkbaar gewoon niet voor mij weggelegd…
Maar ik heb wel een kleine troost. Wat zeg ik, een vrij grote troost zelfs. Over een maand hebben wij een zwembad in de tuin. En dan heb ik niet eens meer tijd om met een strohoedje door de tuin te zweven. Baantjes trekken en dobberen moet ik!

Schoonmaak

Geplaatst op 16/04/2008 door Geertrude Verweij

Het is nu toch echt lente aan het worden. En dat merk ik dan niet alleen aan de vogels die me wakker fluiten of de bomen die groen aan het worden zijn, maar aan mijn huishoudelijke kriebels. Want hoe ouderwets het ook moge zijn, ik ben aan de voorjaarsschoonmaak. Niet zoals het toen hoorde, overigens. Vrouwen van een halve eeuw of langer geleden trokken daar een week voor uit en werkten het hele huis van boven naar beneden af. Nu heb ik maar heel weinig boven, dus dat scheelt, maar ik doe het op mijn eigen chaotische manier. Ik heb dit weekend de kast in de huiskamer opgeruimd en onze slaapkamer. Die slaapkamer is wel boven, dus dat is goed. Verder heb ik ook de rest van de huiskamer een goede beurt gegeven. Dat was hard nodig.
De slaapkamer was nog harder nodig. De kasten puilden uit en er lag een belachelijke hoeveelheid stof onder het bed. Maar nu is alles keurig schoon. Het kamertje ernaast is niet zo netjes. Daar slaapt jongste, die nog steeds in afwachting is van haar nieuwe kamer achter in het huis. Zij is nu ook aan de “schoonmaak”. Wat in theorie geweldig klinkt, maar in de praktijk betekent dat ze alle rommel op de grond gooit en dan niet meer weet hoe ze verder moet met opruimen. Tot ik het maar weer doe.
Het gaat wel elk jaar beter, dus ik heb goede hoop.
Zelf ren ik nu heen en weer tussen het onderhouden van de huiskamer en de slaapkamer (want nu wil ik ze graag zo schoon en netjes houden) en de klussen die nog op me wachten.
De tuin bijvoorbeeld. Tuinen moet ik eigenlijk zeggen, want we hebben drie stukken. De voortuin is het belangrijkst, dat zie je als je langsrijdt. Ik heb er nu twee keer een uur onkruid getrokken en je gaat het eindelijk zien. De zijtuin is gemakkelijk. Die is nu een stuk kleiner en er staan drie grote struiken en een boom, meer niet. Nou ja, meer moet er niet staan, ik moet dus ook daar onkruid gaan trekken. En dan de achtertuin. Veel te veel tegels naar mijn zin en toch bijna niet te onderhouden. Omdat we vanuit huis eigenlijk nauwelijks zicht hebben op de achtertuin (alleen vanuit een slaapkamer) verandert het daar ‘s winters vaak in een enorme puinhoop.
De stoelen zijn door de stormen door de hele tuin geblazen, er ligt hout dat nog verzaagd moet worden (voor het vuurtje, maar we hebben nu ook een enorme berg van mijn ouders gehad, dus we kunnen voorlopig branden) en mijn potten staan kriskras door de tuin. Met onkruid erin.
Ik moet dus buiten nog een hoop doen. En binnen eigenlijk ook. De keuken moet nog een grote beurt. Kastjes leeghalen en soppen en de oven boenen, dat soort dingen. Leuke dingen. Ik wil ook meteen “even” de muren witten eigenlijk. Want er zit een vreselijk lelijke plek boven de koelkast. We kregen lekkage.door de verbouwing van de buren. De lekkage is opgelost, maar de plek zit er nog.
Ik denk verder maar even niet aan dat kamertje van jongste en verdere verbouwingsachtige activiteiten, want dan heb ik tien dagen in een week en dertig uren in een dag nodig. Ik merk het nu al: ben ik een stuk actiever op huishoudelijk gebied, dan liggen een hoop andere bezigheden stil. Wat ook niet handig is. Ik moet een interview uitwerken, een jurk afmaken, kastjes die we vorige week voor een dochter bij Ikea gekocht hebben in elkaar zetten en haar sprei afmaken, de boekhouding doen en nog veel meer. Eigenlijk is het niet anders dan van de winter, ik heb het druk en mijn lijstjes worden steeds langer. Maar toch… als de was buiten hangt, als ik in het zonnetje in de tuin onkruid sta te trekken, als de kat zich behaaglijk uitstrekt in een streepje zon op de vloer, dan zie ik het allemaal niet alleen letterlijk maar ook figuurlijk een stuk zonniger in.

Pubers en geld

Geplaatst op 09/04/2008 door Geertrude Verweij

Puber met geldproblemen zijn knap lastig. Ik heb het nu niet over de schrijnende geldproblemen en schulden die tot mijn verbijstering ook al bij zulke jonge kinderen voor blijken te komen, maar het standaard pubergedoe. Aan het begin van de maand al door zak- en kleedgeld heen zijn, dat soort geldgebrek.
Onze dochters krijgen de laatste jaren zakgeld en kleedgeld per maand en op de bank. Dat doen we om ze te leren om te gaan met pinnen en overmaken. Toen ze kleiner waren kregen ze gewoon wat kleingeld in een potje, dat was overzichtelijker. En ik heb zelfs een tijdje kleedgeld contant in portemonnees gedaan om ze te leren budgetteren.
Maar nu zijn ze al bijna volwassen en zullen ze het toch moeten leren op de manier die normaal is tegenwoordig. Dus stort ik maandelijks een bedrag op de rekeningen en houd verder alleen maar van een afstandje toezicht. Die schrijnende schulden hopen we te voorkomen door ze alleen prepaid telefoons toe te staan en voortdurend er op te hameren dat het kopen van ringtones een belachelijke berg geld kost.
In de ogen van klasgenootjes krijgen ze trouwens idioot weinig kleedgeld. En dat gaat niet meer worden ook. Ze werken namelijk ook alledrie, dus kunnen ze zelf beslissen of ze daarmee het kleedgeld aanvullen of andere aankopen doen.
Ze begonnen hun werkende leven alledrie met het bij elkaar sparen van een laptop. Dat vind ik een mooi begin, want dan moet je toch heel wat maanden je salaris netjes op je spaarrekening storten, zonder je te buiten te gaan aan je ineens verruimde budget.  En daarna… tja. Dat varieert. Eén wil er heel graag zo vroeg mogelijk een rijbewijs en een auto, dus die pot alles op. Er is nu wat geld af voor kastjes en een opklaptafel in haar kamer, maar de rest blijft netjes staan. Jongste is net klaar met sparen voor haar nieuwe laptop. Dat was nodig ook, want de oude had het opgegeven. Ze had nog geld over en eigenlijk moest dat gewoon op. Dus kocht ze zondag een (goedkope) MP3 speler en een cd. En toen was er nog meer geld over. Dus wilde ze nog iets kopen. Daar heb ik toen maar een stokje voorgestoken. Want mei en juni zijn bij ons dure maanden voor de dochters. De tweeling is jarig, ik ben jarig, echtgenoot is jarig en dan heb je ook nog moederdag en vaderdag. Meestal mats ik ze een beetje met wat extra zakgeld, maar natuurlijk niet als ze alles er expres doorheen jagen.
Andere dochter is een twijfelgevalletje op geldgebied. Zij is namelijk een beetje zielig. Ik ga deze week met haar zussen allebei een dagje winkelen. Met oudste ben ik gisteren geweest. Heel gezellig, lekker wat gegeten samen en een hoop gekocht. Met jongste ga ik donderdag. En met middelste ga ik niet. Want die heeft geen geld en een hekel aan zinloos winkels kijken. Dus nam ik haar gisteren mee toen ik mijn schoonmoeder ging bezoeken in het ziekenhuis. Niet dat dat een vergelijkbaar uitje is, maar dan had ik tenminste ook met haar wat één-op-één-tijd in de auto. En omdat zij onze slechte gewoonte van samen iets eten (slecht, want natuurlijk wel bij een fastfoodtent – zij mogen kiezen) mis liep, dacht ik op de terugweg (bezoekuur om zes uur, heel handige tijd) dan voor ons allemaal maar iets te halen bij haar favoriete hamburgerketen. Want mee naar een zieke oma is natuurlijk ook niet echt een uitje.
En toen er per ongeluk één extra grote hamburger bij zat, kreeg zij die, want zij ging niet met mij winkelen en kreeg dus niet nog een keer wat lekkers, en oudste had dat vandaag al gehad en jongste kreeg dat donderdag nog (ja, ik schaam me dood – vandaag eten we sla). Het arme kind.
Maar waarom ging ze ook al niet mee winkelen? Omdat ze toch geen geld heeft om iets te kopen. En waarom heeft ze dat geld niet? Hoge kosten, grote problemen?
Wel nee! Dit kind moest en zou op balletles. Dit naast de musicalgroep die wij voor haar betalen, dus dat moest uit eigen middelen. Ze heeft daardoor inderdaad behoorlijke maandelijkse kosten, maar dat valt goed te doen en is haar eigen keuze. Ze houdt nog genoeg over, Maar de rest van haar geld is op omdat ze over anderhalve week een heel weekend naar een fantasybeurs gaat. Dat geld zit in stoffen voor een kostuum en treingeld om die stoffen met een paar anderen in Maastricht te gaan kopen, in campinggeld, want de dames gaan gezellig kamperen met z’n vieren en in dubbele entree, want 1 dagje was echt te kort. En dan moet er nog wat gereserveerd worden om leuke dingetjes te kopen en lekker te eten.
Dat wist ik allemaal. En toch kreeg dat “arme” kind dus de grootste hamburger. Na de laatste hap zei ze met een flinke dosis zelfkennis: “Eigenlijk ben ik de boel wel een beetje aan het manipuleren, hè?”
Ja, dat kun je wel zeggen!

Zonsopgang

Geplaatst op 09/04/2008 door Geertrude Verweij

20080409 (Small)

Lijstjes

Geplaatst op 02/04/2008 door Geertrude Verweij

Eigenlijk ben ik er tegen. Maar heel soms is het wel nodig.
Ik heb het over lijstjes maken. Men leeft een stuk rustiger zonder, veel relaxter. Maar mijn hersenen zijn raar. Die hebben lijstjes nodig en die maken ze dus toch, of ik ze nou opschrijf of niet. En het voordeel van opschrijven is natuurlijk wel dat je dingen af kunt strepen.
Op mijn lijstje voor vandaag zou bijvoorbeeld staan:
– stofzuigen en dweilen. Dat had ik maandag ook gedaan, maar dinsdag heb ik druk zitten naaien. En daar wordt het nogal stoffig van.
– badkamer en toilet. Dagelijks terugkerend klusje, net als de kattenbak.
– de was. Doe ik in principe om de dag, meestal drie trommels achter elkaar. De spullen die ik bij de vorige ronde op het droogrek gehangen heb zijn dan eindelijk goed droog. Mijn droogrek is namelijk nogal compact, de spijkerbroeken hangen eigenlijk te dicht op elkaar. Maar ruimte voor een groter rek heb ik niet, dus we doen het er maar mee. Eigenlijk staat er dus altijd een droogrek bij de voordeur. Behalve in de zomer, want dan hang ik de boel buiten. Soms denk ik dat ik maar minder zuinig moet zijn en gewoon spijkerbroeken en synthetische spullen ook in de droger moet doen. Maar als ik dat doe, volgt de straf meestal meteen. Er is altijd wel iets dat er echt niet tegen kan. De vorige keer scheurde een spijkerbroek van één van de dochters bij de eerstvolgende keer dragen bijna doormidden.
– boekhouding bijwerken en BTW aangifte doen. Goed op tijd, dat vind ik prettig. Ik vind het nog steeds heerlijk om niet meer de BTW stress van mijn vroegere baan te hebben. Daar leverden de klanten pas op het laatste moment hun spullen in en dan zaten we de laatste week van april als razenden in te boeken.
– facturatie doen. Dat is het leukste van een eigen zaak hebben, tenslotte. Het gaat alleen nog niet helemaal soepel. Echtgenoot heeft namelijk zelf een geweldig programma geschreven. Je hoeft alleen maar uren en eventueel verkochte producten in te voeren en dan kun je automatisch factureren en na afloop exporteren naar het boekhoudprogramma. Als het helemaal af is is dat geweldig. Maar wij zijn natuurlijk de beta testers van ons eigen programma. Dus gaat er nog af en toe iets mis. Dat geeft niets, want als het straks feilloos gaat, dan is het een geweldig product voor midden- en kleinbedrijf en zzp-ers.
– interview met de voorzitter van de plaatselijk musicalvereniging.
– interview uitwerken.
– afspraak maken voor interview met de voorzitter van het oranjecomite. Het is wel duidelijk dat ik voor een dorpskrant werk, maar ik vind dit soort dingen juist erg leuk.
– schrijfsel maken en plaatsen. Ik zou die dingen natuurlijk op mijn gemak in de loop van de week kunnen schrijven, maar het is altijd nippertjeswerk. Als het (zoals nu) al dik in de middag is en ik heb het nog niet geplaatst, word ik zenuwachtig. Al mijn vaste lezers (waarschijnlijk niet meer dan een stuk of vijf, maar toch) rekenen er tenslotte op..

Ja, dat had allemaal op mijn lijstje kunnen staan. Maar ik had geen lijstje vandaag.

Waarom niet?
Om dezelfde reden dat ik nooit een lijstje maak. Ik heb er simpelweg geen tijd voor! Eigenlijk zou bovenaan mijn lijstje voor iedere dag moeten staan: lijstje maken. Maar dat wordt me een beetje te ingewikkeld.

Lente

Geplaatst op 26/03/2008 door Geertrude Verweij

Wat mij betreft mag het weleens echt lente worden. Ik heb de equinox en Pasen naar behoren gevierd. Paastakken, verse bloemen, eieren. Veel geel in huis.
De bloemen staan nog wel, maar de takken zijn alweer opgeruimd. De eieren moeten ook weg, voor ze gaan stinken. Want we verven echte eieren en eten ze vervolgens niet op, vanwege bederven en doorlopende verf.
Dan is alles weer bij het oude. Normaal gesproken zou ik nu zo langzamerhand grote schoonmaak gaan houden en de ramen en de deuren eens open gaan gooien. De voortuin weer eens onkruidvrij maken en de achtertuin opruimen. Die verandert ‘s winters altijd in een opslagplaats cq vuilnisbelt. Dat is het nadeel van een huis als het onze, de achtertuin is alleen zichtbaar via het raam in één van de slaapkamers en verder hebben we er geen binding mee als we er niet bewust naar toe gaan. En dat doen we dus ‘s winters niet.
‘s Zomers wel, dus je zult mij niet horen zeggen dat het een vervelende tuin is. Integendeel. Maar ja. Dan moet het wel lekker weer worden. Ik heb zondagochtend een kwartiertje buiten gelopen om takken van de kronkelwilg te knippen (vier grote bossen als versiering voor de zaal waar mijn schoonmoeder haar verjaardag vierde) en toen was ik door en door koud. Ik hoorde iemand zeggen dat het in het zonnetje als zo lekker was. Ja, achter glas! Niet in de echte buitenlucht.
En nu is het al de hele dag grijs en grauw. Wel iets warmer dan gisteren, maar nog steeds geen lenteweer.
Natuurlijk is dit niet mijn persoonlijke probleem. Iedereen in Nederland heeft er last van. Sterker nog, het lijkt wel een wereldwijd probleem, die lente de maar niet komt. Alsof de zon ineens een stuk zwakker is. Ik las op een forum (vertaald uit het Engels): “Vroeger, lang geleden, toen het nog warm genoeg was om de wetenschappers te laten beweren dat de aarde steeds warmer wordt, ook bekend als september 2007…” Het ging over iets heel anders, maar ik vond het wel een frappante uitspraak. Want wij roepen dat al een paar weken, waar blijft die opwarming van de aarde nou? Sneeuw met Pasen, het moet niet gekker worden!
Ja, er zijn van die spreekwoorden: Maart roert zijn staart en Aprilletje zoet geeft ook nog wel eens een witte hoed. Dus heel extreem is dit allemaal niet. Maar ja, een echt lekkere zomer hebben we hier vorig jaar ook al niet gehad. In mijn beleving is alleen april vorig jaar echt mooi geweest. De maanden daarna waren er vast ook mooie dagen, maar toen had ik een echtgenoot met een hernia op de bank liggen en dan kom je niet echt vaak buiten, natuurlijk.
Nee, ik heb een chronisch gebrek aan zon en ik zit dus met smart te wachten op de lente.
Er zijn volksstammen mensen die de bui(en) alweer zien hangen en reizen naar zonniger oorden boeken om te voorkomen dat ze alweer een slechte zomer moeten uitzitten. Maar dat vind ik lapwerk. Want een paar weken buitenlandse zon is best lekker, maar waar ik naar verlang is zon in mijn normale leven. Even buiten een kopje koffie drinken, ‘s avonds niet bij te televisie hangen, maar buiten zitten en een vuurtje stoken. Ramen open, deuren open en in de tuin rommelen. Dat soort dingen.
Ze zeggen dat het na het weekend beter wordt, warm zelfs. Ik hoop het!

Netjes

Geplaatst op 19/03/2008 door Geertrude Verweij

Ik zal niet beweren dat ik zelf heel netjes ben, want dat ben ik niet. Ik zal nooit een perfect opgeruimd huis hebben, dat heb ik inmiddels wel geaccepteerd. Dat ligt niet alleen aan mij, trouwens, want we wonen hier nu eenmaal met zijn vijven in een vrij klein huis. Zou ik dat per se heel erg netjes willen houden, dan word ik er niet gezelliger op.
Toch zijn de dochters echt zo slordig dat ik er zelfs verbaasd over sta. Jongste staat erom bekend, maar ik wil hier maar even duidelijk maken dat de rest net zo erg is. Oudste is nog het netst. Hoewel, die is ook altijd van alles kwijt, dus haar rommel ziet er waarschijnlijk alleen wat netter uit.
Wat me nog het meest verbaasd is dat ze zoveel op de grond gooien. Zeker in die smalle kamertjes is dat een ramp, want je hebt meteen geen loopruimte meer. Ik heb het dus niet over een papiertje of een enkel boek. Nee, ze gooien echt alles op de grond.
Schoolboeken bijvoorbeeld. Die zet je niet netjes terug op de plank als je ze uit je tas haalt. Nee, je schuift ze vanuit je tas zo op je bed. En als je dan je bed nodig hebt, mik je het hele zootje op de grond, met alle kussens die de dames alledrie zo graag op hun bed hebben.
Je zou denken dat de dochter met de allerkleinste kamer de boel netjes houdt.
Integendeel! Het is maar goed dat ze zelf een wekker heeft, want meestal kan ik die kamer niet eens normaal binnen komen. Want deze dochter heeft in die heel kleine kamer wel een kamergenoot in de vorm van een enorme tijgerknuffel. Die ligt dus normaal gesproken op haar bed, maar als ze daar zelf in ligt, moet hij op de vloer. En daar ligt al zoveel…
Vergeleken bij mijn dochters ben ik dus best netjes. Maar de laatste tijd begin ik wel een beetje af te glijden. Dat kwam ook doordat echtgenoot begonnen was met het zelf bouwen van computersystemen voor de verkoop. Wij werken nog steeds gewoon vanuit ons huis, dus dat gebeurde op de eettafel.  En toen het niet direct werkte, bleef het daar een paar dagen staan. Dat kon even niet anders, maar lastig was het wel. Want mijn eigen rommel ligt ook in die hoek. Naaimachine en dingen waar ik mee bezig ben. En een stapel lapjes die niet meer in oma’s kast paste. Eigenlijk was die hele hoek een enorme puinhoop. En automatisch de rest van de kamer ook. Want als je niet aan tafel kunt eten, zitten of werken, dan moet dat op de bank. Daar passen we met zijn vijven op, maar daar kunnen dan geen boeken of aantekeningen meer bij. Die moesten dus op tafel. De salontafel natuurlijk, want de eettafel was al vol. Maar aan de salontafel moest ook gegeten worden. Avondeten kan wel met het bord op schoot, maar voor het ontbijt dekte ik toch maar uitgebreid. Want drie dochters met drie ochtendhumeuren die drie ontbijten en drie lunchpakketten in één keuken is geen goed idee. Alles wat zich dus in de loop van een dag had opgestapeld op de salontafel, moest dus ‘s ochtends ergens anders neergelegd worden. Meestal in de vensterbank, al vond de kat dat niet weer niet zo’n fijn plan.
We hebben dus vier dagen in de rommel gezeten. Maar ik ben toch netter dan mijn dochters, want al die tijd heb ik helemaal niets op de grond neergelegd!

Taxi

Geplaatst op 12/03/2008 door Geertrude Verweij

Sinds ik mijn rijbewijs heb, zijn er van die dagen dat ik me net een taxichauffeur voel. Maar dan wel een onbetaalde.
Voor echtgenoot is het wel fijn, want vroeger draaide hij ervoor op. Maar we merken ook wel dat het nu gemakkelijker is geworden. Tenzij ik een afspraak heb, maar dat gebeurt niet zo vaak, kan ik altijd wel één of meer dochters halen en brengen. Daar gaan ze dan ook wel een beetje vanuit, al vragen ze het netjes.
Vandaag moesten ze ook weer gebracht worden. Want het waait ongelooflijk hard. Dan kun je wel dapper roepen dat ze daar maar tegen moeten kunnen, maar er zijn grensen. Bij ons ligt dat op windkracht 7, zeker als er gewaarschuwd wordt voor hardere windstoten. Met windkracht 6 kun je nog wel fietsen, windkracht 7 is wegbrengweer. Dus stapten we om kwart voor acht in de auto. Ik lostte het gebruikelijke geharrewar wie er voorin mocht (ja, ook op deze leeftijd nog) op door jongste in ieder geval naar de achterbank te veroordelen, want die moest er als laatste uit. Ik heb geen achterportieren, dus is die volgorde wel van belang. De dochter die voorin zat, had het geluk dat andere dochter nogal toegeeflijk is. Ik zette ze af, reed verder naar de school van jongste, zag een gymtas liggen en maakte een (verboden) draai bij het stoplicht. Dat ging gelukkig gemakkelijk, want anders had ik een flink stuk om moeten rijden. Ik reed dus alweer naar de school van de oudsten, gaf de tas af en mocht daarna eindelijk doorrijden naar de school van jongste. Die er gelukkig op tijd achter kwam dat ze het eerste uur gym had en dus afgezet moest worden bij de sportzaal. Die ligt een stukje verderop. Terug naar school kan ze wel lopen, dat doen er meer. Gelukkig weet ze nu de weg. Dat kind lijkt op mij, ik verdwaal ook altijd. We lossen dat op door haar op tijd voor te bereiden als ze ergens alleen heen moet. Op haar allereerste schooldag is ze hevig verdwaald door die ellendige gymzaal. Want we hadden braaf de weg naar school geoefend, maar ik wist niet dat ze op een andere locatie moesten gymmen. Ze was haar klasgenootjes kwijtgeraakt en de verkeerde kant opgefietst. En ik zat op mijn werk, nog zonder rijbewijs en auto, echtgenoot zat met rijbewijs en auto ergens ver weg. Uiteindelijk heb ik de school gebeld, die mijn huilende dochter weer gebeld hebben en met behulp van herkenningstekens de weg konden uitleggen. Ze vonden dat op school wel heel dramatisch allemaal. Want als ze op dit stukje al verdwaalde, hoe moest dat dan op dat lange stuk naar school? Waarop ik nuchter antwoordde dat we dat wel geoefend hadden en dat ze die weg feilloos kende. Als ze maar duidelijke oriëntatie punten weet.
Zo hebben ze het die eerste weken op school toen verder ook maar aangepakt, want ze verdwaalde binnen het gebouw ook voortdurend. Maar dat vind ik niet zo gek, want ik loop ook nog steeds bij iedere ouderavond precies de verkeerde gangen in.

  • Previous
  • 1
  • …
  • 44
  • 45
  • 46
  • 47
  • 48
  • Next

Welkom!

Ik ben Geertrude, echtgenote van 1, (schoon)moeder van 5 en oma van 2.
Ik ben boekhouder, redacteur en schrijfster van beroep en hou van lezen, fotograferen, breien, naaien, tuinieren, kruidengeneeskunde en nog veel meer.
Hier schrijf ik over alles wat me bezighoudt en soms ook over mijn pogingen eens wat rustiger aan te doen.
Meer over mij vind je hier.

Archief

© 2026 Geertrude blogt | Aangedreven door Minimalist Blog WordPress thema