Geertrude blogt

Menu
  • Contact
  • Over mij
  • Privacy
Menu

Vannacht bedacht ik ineens wat een onzin dat is

Geplaatst op 27/08/202304/12/2024 door Geertrude Verweij

 

Deze maand wonen we vier jaar in dit huis en vierenhalf jaar officieel op Curaçao. Het is ruim vijfenhalf jaar geleden dat we besloten de stap écht te gaan zetten en te emigreren, en het moment waarop we besloten dat we ooit hier zouden gaan wonen, is zelfs al bijna tien jaar geleden.
Het is dus allemaal dus niet bepaald nieuw meer voor ons. En dat is fijn.
Ik heb mijn vaste supermarktrondje en weet waar de kringloopwinkels zijn, waar je lekker en betaalbaar uit eten kunt, waar de geldautomaten staan en waar de schoonste toiletten zijn. We weten hoe dingen hier werken en hoewel we de taal nog niet echt geweldig spreken, begrijpen we meestal wel wat men bedoelt. We hebben ons ritme gevonden in het dagelijks leven en beginnen de seizoenen hier (die zijn er wel degelijk!) te onderscheiden.
Het is zelfs zo, dat we Nederland nu toch echt beginnen te ontwennen. Boodschappen inpakken in de supermarkt voelt onwennig (daar hebben we hier inpakkers voor) en ik vind de agressie in het verkeer lastig om mee om te gaan. Ons vakantiehuisje staat bij Nunspeet in de buurt en daar voelt het leven nog wel redelijk normaal, maar als ik in Rotterdam ben, krijg ik het benauwd. Zo druk, zo veel mensen en zoveel herrie.
O, en afstanden. Ook zoiets. In het begin moesten we een beetje lachen om mensen die vonden dat wij op Westpunt zo ver weg woonden. Op een klein eiland als Curaçao is niets ver, vonden wij. Maar we merken nu dat we steeds minder gemakkelijk “even naar de stad” rijden (dat is zo’n drie kwartier bij ons vandaan). Waar we vroeger rustig ‘s ochtends boodschappen gingen doen, ’s middags even iets gingen halen bij de bouwmarkt en vervolgens ’s avonds bedachten dat we in de stad uit eten wilden, proberen we dat soort dingen nu altijd te combineren of op verschillende dagen te plannen. Want anders zit je zo lang in de auto. En restaurants, evenementen of attracties in het oosten? Ja, die zijn ver weg.
Waarmee ik maar wil zeggen dat we hier nu duidelijk al een tijdje wonen. Het nieuwe, het ontdekken is er echt af. En nogmaals, dat is fijn.
Op alle gebieden, behalve één. Want ik heb steeds het gevoel dat ik iets bijzonders te vertellen moet hebben als ik een stukje wil schrijven voor mijn blog. Maar ik heb hier een heel normaal leven. Ik doe het huishouden, schrijf af en toe een paar woorden aan een boek (dat is in ieder geval de bedoeling, maar daarover later meer), probeer de tuin enigszins onder controle te houden, help echtgenoot met zijn bedrijf en met klussen in huis en voer regelmatig lange gesprekken met de dochters en mijn vader. Dat laatste dan via de telefoon, in plaats van persoonlijk, maar ook dat went.
Niets om over te schrijven dus. Dat dacht ik in ieder geval de laatste tijd steeds. En daarom schreef ik maar niet.
Maar vannacht (slapen is niet mijn sterkste kant de laatste tijd) bedacht ik ineens wat een onzin dat is. Want vroeger – voor we naar Curaçao verhuisden – schreef ik wekelijks stukjes en toen beleefde ik ook zelden iets bijzonders. Maar ik schreef ze toch. In dat heel gewone leven was toch altijd wel iets waar ik over wilde vertellen. En misschien wordt het tijd om dat nu ook weer te doen. Gewoon schrijven over wat ik doe en wat me bezighoudt, zonder dat het per se over iets bijzonders moet gaan.
O, ik geloof dat ik dat net gedaan heb… Komt dat even goed uit.

Ik kocht dus geen eieren

Geplaatst op 01/03/2023 door Geertrude Verweij

Het is gek hoe snel je went aan schaarste. 
Dat bedacht ik toen ik vorige week mijn rondje supermarkten deed. Ik ging er namelijk al vanuit dat ik mijn normale hoeveelheid eieren bij drie verschillende supermarkten moest halen, omdat ze al een paar weken een “één doos per klant” beleid hebben.
Even tussendoor: ja, wij eten veel eieren. En ja, ik weet dat daar gezondheidsrisico’s aankleven. En ik besef ook dat het niet eerlijk is om bij schaarste toch nog zoveel te kopen. Maar wij hebben zoveel voedselallergieën/gevoeligheden, dat eieren voor ons een heel belangrijk onderdeel van ons voedingspatroon zijn. Maar dat terzijde.
Bij Van der Tweel viel het me op dat het bordje weg was. Wacht even. Echt waar? Jazeker! Volle schappen en geen beperking meer. Eierschaarste voorbij blijkbaar. Fijn! Ik kocht dus geen eieren bij Van der Tweel.
Ik hoor de lezer denken: huh? Je kocht géén eieren?

Tja. Van der Tweel is wat prijziger dan de andere supermarkten. Ik ga erheen omdat ze bepaalde producten hebben die ik nergens anders kan krijgen, maar goedkoop zijn ze niet. Van der Tweel was overigens vroeger Albert Heijn en ze hebben nog grotendeels dezelfde artikelen. Grappig genoeg doe ik in Nederland precies hetzelfde. Naar de AH voor een paar specifieke dingen en voor de rest naar de betaalbare supermarkt.
Ik reed dus vrolijk naar Centrum, waar ik het leeuwendeel van mijn boodschappen haal, en nam gemakshalve aan dat ik daar nu al mijn eieren voor de week kon halen. En inderdaad, ook daar was het bordje “één doos per klant” weg.
Er hing alleen wel een ander bordje, op een leeg schap: “wij hebben geen eieren”.
O. Had ik weer. Had ik nou toch die duurdere eieren maar gekocht. Een half uur terugrijden over de brug dan maar? Of eerst Esperamos proberen? Aangezien Esperamos dichterbij was, koos ik die optie. En gelukkig hadden ze daar ook gewoon eieren. Zonder beperking.
Maar nu vraag ik me al een paar dagen af: wat ging er mis bij Centrum? Was de inkoper vergeten eieren te bestellen en visten ze toen achter het net? Of waren de vaste klanten zo blij dat er weer eieren waren dat ze maar meteen dubbele hoeveelheden gehamsterd hadden? Of waren er zoveel Amerikaanse toeristen (die zijn in opmars hier) dat de eieren sowieso harder dan verwacht gingen? Want in Amerika schijnt ook iets met eieren aan de hand te zijn; ik lees regelmatig commentaar over de prijs ervan. Die schijnt belachelijk hoog te zijn. Dus misschien zijn die Amerikanen hier helemaal los gegaan met eieren omdat het bij hun thuis zo duur is. Dan hebben ze niet goed op de prijskaartjes gekeken, want hier is de prijs ook niet mals.
Nou ja, wat doet het er ook toe. Ik heb weer genoeg eieren tot mijn volgende boodschappenrondje. En we zien wel hoe de zaken er dan weer voorstaan.

Dat houdt het leven avontuurlijk, zullen we maar denken.

Ik had niet uitgeziekt, maar gewoon gespijbeld

Geplaatst op 22/02/2023 door Geertrude Verweij

Mijn nieuwe thermometer zei dat ik 37.8 had. Dat was goed nieuws, want ik was al tien dagen aan het tobben met koorts en beneden de 38 had ik nog niet gezien.

Uit nieuwsgierigheid pakte ik toch de oude thermometer nog even. Die viel regelmatig uit elkaar en de batterij was bijna op. Aangezien die hele kleine batterijen hier lastig te vinden zijn en ook nog eens de hoofdprijs kosten, had ik een nieuwe thermometer gekocht. Maar de oude deed het dus nog wel en ik was benieuwd of die twee hetzelfde aangaven. Ik nam aan van wel. Mijn vertrouwen in technologie die ik niet begrijp is eindeloos. Tenminste, dat was het. Want de oude thermometer zei dat ik 38.6 had.
Ik deed diezelfde test nog twee keer en iedere keer gaf de oude bijna een hele graad meer aan. Dat betekende dus dat ik helemaal niet al tien dagen koorts had. Of dat de nieuwe thermometer fout zat.
Maar dat laatste was niet zo, zei echtgenoot. Hij had een technische verklaring voor het fenomeen, dat er – volgens mij – op neer kwam dat een digitale thermometer versleten kan zijn en dan te veel aan gaat geven. We probeerden nog de batterijtjes te wisselen om te kijken of het daar misschien aan lag, maar dat was de nekslag voor de oude. Die deed het helemaal niet meer, niet met het batterijtje uit de nieuwe thermometer en ook niet meer met zijn eigen. In de vuilnisbak ermee en er dan maar vanuit gaan aannemen dat de nieuwe gelijk had.
Tot mijn eigen verbazing merkte ik dat ik maar half blij was dat mijn koorts dus lang niet zo hoog en langdurig was geweest als ik eerst dacht. Natuurlijk was het een opluchting, want volgens Google kun je allerlei heel nare dingen mankeren als je lang koorts hebt. Maar ik had in die tien dagen voor het eerst sinds jaren mijn gezondheid eens serieus genomen. Zolang ik boven de 38 graden zat, moest (mocht) ik van mezelf zoveel mogelijk uitrusten en uitzieken. Alleen het hoognodige doen en verder de boel de boel laten. Nu bleek echter dat het allemaal wel meeviel. Vooral de laatste dagen, want de 38 tot 38.5 graden die ik toen gemeten had, was dus eigenlijk nauwelijks verhoging. Ik had niet uitgeziekt, maar gewoon gespijbeld. Niet gerust, maar lui geweest. Het kon best zo zijn dat ik nog moe was, maar ik moest dringend weer aan de slag.
Gek hè? Ik heb blijkbaar bewijs nodig dat ik ziek ben om mezelf rust te gunnen.
Het pijnpunt zit hem juist in dat laatste woord, trouwens. Gunnen. Want natuurlijk zijn er dagen dat ik niet veel doe. Mijn lijf werkt niet altijd mee en als het niet gaat, gaat het niet. Maar daar komt altijd een flinke dosis frustratie bij kijken. Zo van: eigenlijk moet ik…
En dat is heel erg fout, want frustratie veroorzaakt stress en stress is ongezond. Stress kan zelfs langdurige koorts veroorzaken. Wat er dan uiteindelijk voor zorgt dat ik alsnog die rust neem, want dan mág het. Misschien kan ik die stappen in het vervolg beter overslaan…

Ik koos… boeken (en: goed nieuws!)

Geplaatst op 15/02/2023 door Geertrude Verweij

Bij de meeste echte boekenliefhebbers zijn papieren boeken nog altijd favoriet. En dat snap ik. Ik zou ook het liefst een complete wand met boeken in de huiskamer hebben en ik geniet veel meer van heerlijk struinen langs rekken vol boeken dan van scrollen langs suggesties op mijn e-reader. En ik vind het ook veel prettiger om een papieren boek in mijn handen te hebben, dan toch weer een beeldscherm voor mijn neus. Maar toch zou ik dat ding niet meer willen missen.
Toen we emigreerden, maakten we de keuze om geen container te nemen. Dat is wel min of meer de normale gang van zaken; je koopt of huurt een volledige zeecontainer, vult die met al je bezittingen en laat hem per schip naar je nieuwe locatie brengen. Maar wij vonden dat een erg dure optie. Bovendien woonden we op dat moment in een gemeubileerd huurappartementje van krap 20 vierkante meter en was het nog niet zeker of we het huis van onze dromen konden kopen. We zouden dus alles moeten opslaan, wat het nog duurder maakte.

We besloten dat het eigenlijk wel zo prettig was om met een min of meer schone lei te beginnen en alleen mee te nemen wat we écht niet wilden missen. Fotoalbums natuurlijk, wat kleine dingen met een speciale betekenis, en de massief eiken tafel van mijn ouders. Echtgenoot koos zijn telescoop, zijn stereo en zijn verzameling langspeelplaten als belangrijk genoeg om mee te nemen en ik koos… boeken.

Ik deed mijn uiterste best om onze (nou ja, mijn) enorme verzameling terug te brengen tot een wat minder uitgebreide collectie. Uiteindelijk bleef er minder dan een derde over, maar mijn boeken vulden nog steeds het merendeel van onze dozen.
Inmiddels zijn we vier jaar verder. We hebben een groot huis en een mooie, grote, boekenkast (zie foto). En ik zou mezelf niet zijn als ik niet al vrij snel precies wist wáár je op dit eiland boeken kunt vinden. Ik ken twee gratis boekenkasten, twee echte boekhandels en vier adressen waar ik tweedehands boeken kan kopen. En natuurlijk ben ik lid van de bibliotheek. Die boekenkast is zeer goed gevuld en ik moet regelmatig boeken wegdoen omdat het er anders echt niet meer in past. Maar dat hoort er ook bij. Ik vind mijn boekenkast opruimen en reorganiseren een van de leukere klusjes.
Soms gaan er weken of zelfs maanden voorbij zonder dat ik mijn e-reader aanraak. Maar er komt altijd weer een moment waarop ik hem te voorschijn haal. Als ik weinig tijd heb om op zoek te gaan naar nieuwe boeken bijvoorbeeld. Als we naar Nederland gaan (hoewel er in ons vakantiehuisje daar ook al aardig wat boeken staan). Of als ik me niet lekker voel en een paar dagen weinig anders doe dan lezen. Dat zou met échte boeken flink in de papieren lopen, maar e-boeken zijn per definitie goedkoper dan papieren boeken (logisch, want er komt geen papier, drukker, vervoer en opslag aan te pas). Bovendien heb ik een Kobo-plus abonnement, dus ik kan voor een tientje per maand ongelimiteerd downloaden. Je kunt zelfs “binge” lezen met een e-reader, want als je een deel van een serie uithebt, komt hij zelf met de downloadlink van het volgende deel. Heerlijk is dat, vooral als ik ziek ben.

Nu zit ik al een uur naar dit stukje te staren. Wat wil ik hier nu eigenlijk mee zeggen? Dat ik de combinatie van ouderwetse boeken en digitale boeken zo fijn vind? En dat die conclusie eigenlijk voor bijna alles in het leven geldt? Dat is absoluut waar. Ouderwets is fijn, maar moderne techniek kan ook heel handig zijn. Het is een kwestie van de juiste balans, denk ik.

Maar eigenlijk is er een andere reden waarom ik over digitale boeken wilde schrijven… Wie mij wat langer kent weet hoe lastig ik promotie vind en hoe veel moeite het mij dus kost om dit op deze manier te doen, maar ik doe het toch, want ik heb goed nieuws. Komt-ie…

Na jaren en jaren nee verkopen op de vraag of mijn boeken (de boeken die ik zelf geschreven heb dus) ook als e-boek verkrijgbaar zijn, is het eindelijk zover. In de komende weken zullen al mijn boeken als e-boek verschijnen en ook beschikbaar zijn op Kobo Plus en bij de Online Bibliotheek. Ik ben er blij mee!
(meer informatie op mijn website)

Ze heeft gewoon gelijk

Geplaatst op 08/02/2023 door Geertrude Verweij

Naast ons huis staat een appartementencomplex. Veel last hebben we daar niet van, want ze zitten zelden vol. Gelukkig voor ons, maar jammer voor de eigenaar. Ondanks dat het gebouw zo dicht op ons huis staat (er zit nog geen twee meter tussen) kunnen we gesprekken van gasten op het dakterras of het balkon alleen letterlijk volgen als zij heel hard praten.

Ongeveer een jaar geleden logeerde er een Nederlands gezin met drie vrij drukke kinderen, en een Amerikaans echtpaar. Heel erg rustig was het dus op dat moment niet. Ik zal niet beweren dat we echt last van ze hadden, maar we hóórden ze wel. Voortdurend. Vooral de Amerikaans vrouw, die haar best deed alle karikaturen waar te maken. Ze was zeer aanwezig en had een keiharde, snerpende stem. Haar man hoorde je zelden. Die kwam er gewoon niet tussen.
In die periode hadden wij het niet helemaal meer naar ons zin op het eiland (zachtjes uitgedrukt). We zaten nog in de naweeën van de pandemie, die onze plannen om Kerst in Nederland te vieren in het water had gegooid. En toen we probeerden toch iets van de feestdagen te maken, besloot een niersteen in echtgenoots lichaam dat Kerstavond een goed moment was om de reis naar buiten te beginnen. Die reis duurde twee dagen, dus feestelijk was het niet echt. We hadden dat net een beetje verwerkt toen echtgenoot zakelijk met wat complicaties te maken kregen die een hoop stress en werk veroorzaakten. En omdat we sowieso een beetje tobden met onze gezondheid (wie niet in die tijd?) gingen de verbouwingen aan ons huis ook niet zo soepel als we gehoopt hadden.
De Amerikaanse vrouw was heel Amerikaans spontaan en amicaal bevriend geraakt met het Nederlandse gezin en begon elke dag met een vrolijk en luidruchtig praatje. De moeder deed haar best om beleefd te blijven en vroeg dus ook steevast: “How are you?”
Die ochtend zaten wij, voor de zoveelste keer, te bedenken of en wanneer we naar Nederland konden gaan. Het kon nog niet, was de conclusie. En we konden ook nog niets plannen. Echtgenoot moest eerst een paar dingen regelen op Curaçao en daarvoor moesten we wachten op andere mensen die eerst dingen moesten regelen (ja, ik weet het; lekker vaag, maar het doet er ook niet echt toe wat er precies speelde). We wisten allebei dat het nu eenmaal niet anders was, maar echt vrolijk werden we er niet van.
En toen, precies toen wij er even helemaal doorheen zaten, riep de Amerikaanse dame: “I’m great! You know, it’s another day in paradise!”
We trokken eerst allebei een cynisch gezicht. Ik rolde met mijn ogen en echtgenoot schudde spottend zijn hoofd. Overdreven Amerikaans sentimenteel gedoe. Fijn voor haar, maar voor ons was het leven echt zo geweldig niet. Maar toen klikte er ineens iets op z’n plaats. We keken om ons heen, naar de strakblauwe lucht en de felblauwe zee. We zagen de palmboom die we zelf opgekweekt hebben, en de vogeltjes die van de suiker die we voor hen klaarzetten kwamen snoepen. We voelden de warmte van de ochtendzon en de koelte van de wind. We realiseerden ons dat we een groot huis hadden, op een enorm stuk grond, met een prachtig uitzicht, op loopafstand van een strand, met een eigen zwembad en een heerlijk overdekt terras.
“Er zit toch wel iets in,” wilde ik, voorzichtig, opperen, maar echtgenoot zei precies op datzelfde moment: “Ze heeft gewoon gelijk.”
Een maand later vonden we in een souvenirwinkeltje een houten bordje met precies die tekst erop en dat hangt op een plek waar we het dagelijks zien. Want die vrouw had absoluut gelijk.
Natuurlijk is het voor ons anders dan voor iemand die een weekje op vakantie is. Wij wonen hier en dat houdt in dat je hard moet werken, ziek wordt, zorgen hebt, en af en toe gewoon helemaal klaar bent met de situatie. Maar we hebben er niet voor niets voor gekozen om hier te gaan wonen. En hoewel het ons ook echt niet allemaal is komen aanwaaien, weten we dat dit niet voor iedereen is weggelegd.

En dus zeggen we het nu iedere ochtend tegen elkaar: “It’s another day in paradise.”

Het blijkt dat ik alles verkeerd doe

Geplaatst op 01/02/2023 door Geertrude Verweij

Jaren geleden, toen mijn neef nog een klein neefje was (hij is inmiddels volwassen en bijna 2 meter lang), zat hij tijdens een verjaardag heel geïnteresseerd rond te kijken in mijn huiskamer. Ik vond hem al zo stil, wan normaal gesproken stond zijn mond niet stil.

Maar toen kwam de aap uit de mouw: hij had zitten tellen. “Jij hebt 32 planten,” zei hij verwijtend. En vroeg toen verbaasd: “Waarom zoveel?”
Ik stond even met een mond vol tanden en maakte me er vlug vanaf met een “omdat ik dat leuk vind”. Later realiseerde ik me dat dát ook gewoon het enige juiste antwoord was.
Afgelopen zomer vond ik in mijn vaders zeer omvangrijke fotoarchief foto’s van ons eerste flatje. Een van de dingen die me opviel, was dat het er vol stond met planten, terwijl we daar op dat moment nog geen vier maanden woonden. Ik had altijd al plantjes op de vensterbank in mijn slaapkamer toen ik nog thuis woonde, maar ik moet er in die paar maanden nog heel wat bij gekocht of gekregen hebben.
Planten zijn een deel van mijn leven. Ik heb dan ook letterlijk mijn tranen moeten wegslikken toen ik, tijdens het inpakken van onze spullen voor de emigratie, mijn prachtige ficus benjamina en mijn enorme schlefflera in de groencontainer moest gooien. Ik had ze opgekweekt van stekjes die ik ooit voor een paar euro gekocht had, maar ze waren nu zo groot dat geen van de dochters er ruimte voor had. In een opwelling knipte ik een paar takjes af, deed ze met een vochtig keukendoekje in een diepvrieszakje en stopte ze in mijn koffer. Die stekjes zijn nu groter dan de moederplanten en hebben ettelijke nakomelingen.
Ooit nam ik een plant mee uit het klaslokaal van mijn dochter om in de vakantie water te geven. Het arme ding was half dood, maar ik gaf hem wat verse potgrond in een grotere pot (de andere was gebarsten) en verzorgde hem net als mijn andere planten. Toen we de plant terug brachten, zei de leraar: “Je had geen nieuwe hoeven kopen, hoor!”
Men zegt dat ik groene vingers heb. Ik vind zelf van niet. Ik doe maar wat.
Op internet vond ik een tijdje geleden youtube channels en instagramaccounts van andere plantenliefhebbers. Leuk! dacht ik in mijn onschuld. Want ik wist wel dat ik instagramschrijvers, youtube mama’s en clean-with-me meisjes beter kan mijden, maar wat kan er misgaan met mensen die ook van planten houden?
Nou…
Het blijkt dat ik álles verkeerd doe. Deze meisjes (en een paar jongens) hebben al járen ervaring, want ze zijn tijdens de pandemie begonnen met planten verzamelen, dus zij weten hoe het moet. Geen gewone potgrond natuurlijk, nee, stel je voor. Dat is speciaal voor kamerplanten bedoeld en dat kan niet goed zijn. “A special potting mix” moet je gebruiken en die moet bovenal heel goed water doorlaten. Ook moeten er altijd gaten onder in je pot zitten, alweer om dat water door te laten. Er moeten groeilampen boven je planten en je moet ook zorgen dat de lucht van je “plant room” vochtig genoeg is. Heel bijzondere planten staan in kasten met glazen deuren die helemaal geseald worden. En je moet natuurlijk heel hard juichen (en filmpjes maken) bij ieder nieuw blad. Verpotten geeft je plant veel te veel stress, dus dat mag alleen als het écht nodig is, maar áls het nodig is, dan maak je daar een filmpje van omdat andere mensen natuurlijk geen idee hebben hoe je dat doet. En nieuwe planten moet je eerst helemaal schoonmaken met heel speciaal spul en dan een tijdje in quarantaine houden vanwege eventuele “pests”. Dus spontaan een plantje bij de supermarkt kopen, die in een mooie pot zetten (zonder gaten en met normale potgrond) en er dan een leuk plekje voor zoeken tussen de andere planten is helemaal fout.
Het erge is dat ik dit nu met een flinke dosis cynisme schrijf, maar dat ik er dus in eerste instantie wél onzeker van werd. Maar toen keek ik naar mijn planten, mijn arme, totaal verkeerd behandelde plantbaby’s (want zo moet je ze noemen) in hun verkeerde potten, met hun verkeerde potgrond en zonder speciale eigen kamer, die toch allemaal groot, groen en heel gezond zijn en toen ben ik maar gewoon hartelijk in de lach geschoten. Want wat maken deze mensen het zichzelf verschrikkelijk moeilijk!
Ik zou zélf een youtube of instagram moeten beginnen met tips over planten. Hoewel… het enige advies dat ik kan geven (en al jaren geef) is simpel. Liefdevolle verwaarlozing. Dat is waar planten het best op groeien. Af en toe kom je erachter dat een plant het niet goed doet en dan zet je hem meer of minder in de zon. Of je geeft hem wat meer of juist wat minder water. Of een grotere pot, met wat nieuwe potgrond. Maar het luistert allemaal niet zo nauw. Planten zijn natuur en de natuur weet zelf heel goed wat ze doet, als je haar maar de kans geeft. Soms gaat een plant dood, maar dat is ook de natuur. Dan was die plant niet geschikt voor jou of jouw huis. Zo simpel is het.
Maar daar ga ik natuurlijk geen duizenden volgers mee krijgen…

We keken haar lachend en een tikje afgunstig na

Geplaatst op 25/01/2023 door Geertrude Verweij

“Solo un person!” Vroeger zaten we altijd gezellig met z’n tweeën in de auto als die gekeurd werd, maar dat mag niet meer. Ook gaat het niet zo vlug meer als toen. De rijen zijn enorm lang tegenwoordig. Gelukkig wist ik dat al, omdat we onze andere auto in september hadden laten keuren. Ik had me dus voorbereid en mijn e-reader meegenomen.
Ik stapte uit en ging onder de boom bij de ingang van het terrein zitten. Af en toe las ik een stukje in mijn boek, maar ondertussen keek ik om me heen. Het was nog niet druk onder de boom. De vorige keer zat het stampvol en bracht ik een uur op de vangrail door. Niet erg comfortabel. Nu zat ik op een krukje. Dat was daar neergezet door de dame van het kraampje waar je frisdrank en eten kon kopen, maar die maakte geen bezwaar tegen mensen die niets kochten, maar wel zaten. Ze had toch wel genoeg klandizie.
Beneden bij de ingang stond een potige bewaakster haar werk te doen. Een mannelijke bewaker deed onduidelijke dingen met een schroevendraaier bij het bewakershokje waarin ik nog nooit een bewaker heb zien zitten. Het is namelijk altijd druk bij de keuringen. Wat niet zo gek is, want er zijn veel auto’s op dit eiland en dit is de enige locatie waar gekeurd wordt.
Een geelbruine hond lag langs de weg. Ik staarde een tijdje naar het beest. Leefde ze nog? Ik zag geen ademhaling, maar haar houding was comfortabel. Ik ging er dus maar vanuit dat ze sliep.
Af en toe wierp ik een blik op de lange rij auto’s. Ik zag echtgenoot nog nergens, maar dat kon kloppen, want de rij ging de bocht om.
Een oudere dame ging achter me in de schaduw staan. Ik had het gevoel dat ik haar mijn zitplaats aan moest bieden, maar dat was onzin, er waren nog meer stoelen en krukken vrij. Dus bleef ik lekker zitten, maar ergens voelde het toch verkeerd. Ik ben erg goed opgevoed, en erg braaf, dat blijkt maar weer. Uiteindelijk schoof ze bij een andere dame aan het tafeltje. Die twee begonnen gezellig te kletsen. Ik ben van nature niet het type dat zomaar een praatje met vreemden begint, maar af en toe vind ik dat jammer. Bovendien is het niet handig, want door gebrek aan oefening spreek en versta ik de taal nog steeds niet echt en daardoor durf ik al helemaal geen praatje te beginnen. Nou ja, het is niet anders. Lezen en observeren is ook leuk.
Twee zussen – denk ik, ze leken erg op elkaar – kochten een broodje worst en gingen er ook bij zitten. Het gesprek werd feller, maar ik had geen idee waar het over ging. Waarschijnlijk over de lange wachttijd. Een man belde iemand op en zei “bon tardi” (goedemiddag). Wat gek was, want het was toch echt nog ochtend, ook al zat ik daar al bijna een uur.
De mannelijke bewaker wrikte met zijn schroevendraaier in het raamkozijn. Hij kon het raampje nog net op tijd opvangen toen het los kwam.
Uit mijn ooghoeken zag ik dat de hond opstond. Ze liep een rondje en ging toen weer langs de weg liggen. Dom beest.
De dame van het tafeltje stond op en begon te juichen. Degene die met haar auto in de rij had gestaan wapperde met het felbegeerde keuringsbewijs. Hij stapte uit en ging op de bijrijdersstoel zitten, zodat zij weg kon rijden. Dat deed ze dan ook, triomfantelijk, met armgezwaai en getoeter. We keken haar lachend en een tikje afgunstig na.
De bewaker probeerde nu scharnieren in het kozijn vast te zetten op zo’n manier dat het raampje opengeklapt kon worden. Dat viel allemaal niet mee.
De man van de oudere dame was ook al klaar. Echtgenoot en onze auto zag ik nog nergens.
Als de keuring klaar is, moet je achter het gebouw wachten tot iemand de nieuwe keuringskaart komt brengen. Ik zag een paar mensen doorrijden zonder te wachten. Afgekeurd dus. De meesten namen het gelaten, maar één reed er nogal agressief, met rokende banden, weg.
Echtgenoot vertelde later dat er steeds andere auto’s voorgelaten werden in de rij. Een van de wachtenden was dat na een uur wachten zat en maakte stennis. Echtgenoot was het ook zat, maar die weet inmiddels wel dat je beter geen problemen kunt maken. De andere man was een Curaçaoënaar, maar wist dat blijkbaar niet. Zijn auto werd afgekeurd.
“Ik denk dat ik hem heb zien wegrijden,” zei ik. “Hij was niet blij.”
Daar zag ik onze auto eindelijk! Nog maar een paar wachtenden voor hem.
De bewaker liet trots aan een derde bewaker zien dat het raampje nu open kon, net als het andere raampje. Dat was blijkbaar erg belangrijk, ondanks het feit dat het hokje aan de voor- en achterkant helemaal geen raam of betimmering had. Maar nu kon het tenminste aan alle kanten doortochten.
De hond sliep alweer. Zelfs de agressieve chauffeur was niet over haar heen gereden. Dat scheelde dan weer.
Echtgenoot parkeerde de auto achter het gebouw. Goedgekeurd dus. Ik ruimde mijn e-reader alvast op, maar dat was een tikje voorbarig. Het duurde nog een kwartier voor hij de kaart had.
Toen had ik daar ruim anderhalf uur op dat krukje gezeten en hij dus anderhalf uur in de auto. Maar toen waren we er wel weer áf voor de komende twee jaar. Met deze auto dan. De andere moet in september weer…

(terwijl ik dit stukje schreef, herinnerde ik me dat ik vorig jaar ook een stukje schreef over de keuring, maar dat heb ik nooit geplaatst. Als een soort bonus heb ik dat vandaag alsnog gedaan: lees hier wat er vorig jaar gebeurde…)
 
foto van Tim  Samuel

We kunnen ook een graafmachine laten komen

Geplaatst op 18/01/2023 door Geertrude Verweij

Ik heb altijd gedroomd van een grote tuin, waar ik fruitbomen, geneeskrachtige planten en prachtige bloemen zou kweken. Natuurlijk snapte ik wel dat ik af en toe zou moeten schoffelen of snoeien, maar als ik erover nadacht, zag ik mezelf vooral een beetje romantisch rondlopen, gekleed in een lange gebloemde jurk, met zo’n strooien zonnehoed op mijn hoofd, een (antiek) schaartje om bloemen of kruiden te knippen in mijn hand en een mandje om die oogst in te verzamelen aan mijn arm. Zien jullie het voor je? Ik wel.

Tja… (in een video zou ik hier het geluid van een naald die over de langspeelplaat krast laten horen)

 
We hebben hier een groot stuk grond, bijna 2000 vierkante meter. Op een deel daarvan staat ons huis, maar er is ruim 1800 vierkante meter over om mee te spelen.
“We kunnen ook een graafmachine laten komen om die doornstruiken weg te halen,” opperde mijn man al heel in het begin. Maar daarmee verwijder je niet alleen de doornstruiken, maar ook alle andere vegetatie én de vruchtbare bovenlaag van de grond. De wortels verwijder je er niet mee en het zijn nu juist de doornstruiken die na zo’n actie gewoon weer verder groeien. Vond ik dus geen goed idee.
De buren hebben “mannetjes” die het grove werk in de tuin doen. Met een bosmaaier. Dat heeft hetzelfde effect. Je laat alle wortels staan en na een paar weken (of een paar dagen, als het goed regent), kun je gewoon weer opnieuw beginnen. Daar hebben ze dan ook wat op gevonden. Diesel. Of ander gif, maar diesel is goedkoper. Als je hier van die keurig onderhouden kale terreinen (want een tuin kun je het niet noemen) ziet, wordt het negen van de tien keer regelmatig bespoten met diesel.
Ik zal er verder niet over uitweiden wat ik daarvan vind, maar het is in ieder geval geen optie voor mijn tuin. Er zit dus niets anders op. Mijn meest gebruikte gereedschappen zijn het pikhouweel en de grote snoeischaar. 

Ik heb een stuk boomgaard van ongeveer 100 vierkante meter en daar heb ik de doornstruiken min of meer uitgeroeid. Verder moet ik natuurlijk wel regelmatig wieden, maar dat hoort erbij.
De rest van onze grond echter…. Ik ben de afgelopen jaren druk bezig geweest, maar af en toe lijkt het erg op dweilen met de kraan open.
Een jaar geleden begon het erop te lijken. De oprit was kaal en mijn boomgaard had ik onder controle, dus ik was bezig een tweede stuk tuin klaar te maken om beplant te worden. Ik had ook al een pad uitgehakt dat rond ons hele terrein liep en ik was begonnen om de overige doornstruiken te verwijderen, met de vage droom om daar in november een maisveld te planten.
In april vertrokken we naar Nederland en door omstandigheden kwamen we pas eind augustus terug. In september maakte ik de oprit en de plek waar onze auto’s staan weer begaanbaar, in oktober wiedde ik de boomgaard, snoeide ik de moringa bomen (want die groeiden bij de buren naar binnen), oogstte ik de enige twee papaja’s die niet door vogels en leguanen opgesoupeerd waren en plukte ik emmers vol orégano di kórsou, berbena en puta luange (waarvan een groot deel door de extreme regen beschimmelde tijdens het drogen). In november was ik ziek en in december gingen we weer naar Nederland omdat onze kleinzoon geboren zou worden. 

Toen we twee weken geleden, net terug op het eiland, uit de taxi stapten en van de ingang van ons terrein naar ons huis (dat helemaal achter in de hoek staat) wandelden, moesten we door kniehoog gras waden. De auto’s en de vuilcontainer waren omringd door gras, onkruid en – natuurlijk – doornstruiken. Ook in mijn boomgaard moet weer dringend gewied en gesnoeid worden. De tweede boomgaard en de rest van het terrein negeerde ik nog maar even, dat had ik van september tot december tenslotte ook al gedaan.
Wanhopig vroeg ik aan echtgenoot: “Het was toch redelijk netjes toen we weggingen of ben ik nu gek?”
Ik was niet gek, zei hij. Het moeten groeizame weken geweest zijn.
Dus stond ik dit weekend maar weer met het pikhouweel te zwaaien en met de grote snoeischaar te knippen. Je zag het zienderogen opknappen, dat wel. Maar ik moet nog wel een paar weekenden zwaaien en knippen om weer een beetje het gevoel te krijgen dat ik er doorheen kom. En dan kan ik in de boomgaard weer emmers vol kruiden oogsten (die nu hopelijk wel goed drogen) en enorme takken snoeien. Het is allemaal niet zo romantisch als in mijn dromen. Maar ik geniet ervan. Het is goede lichaamsbeweging en ik vind het hoe dan ook heerlijk om in én met de natuur bezig te zijn. Ik ben dol op mijn tuin en ik hoop nog heel lang in staat te zijn om het op deze manier – min of meer – bij te houden.
En mijn droom over die jurk, zonnehoed, mand en dat antieke schaartje? Ach, wie weet, ooit.

Bedankt voor jullie lieve reacties op mijn vorige stukje! Ik had niet
verwacht dat er nog zoveel mensen mee zouden lezen, maar ik ben er echt
heel blij mee.

Eigenlijk kan ik er dus niets aan doen

Geplaatst op 11/01/2023 door Geertrude Verweij

“Ja, nu ben ik een week te laat,” dacht ik. Want ik had het idee om in 2023 weer wekelijks een schrijfsel op mijn blog neer te zetten, maar dat is dus de eerste week niet gelukt. Wat me mateloos irriteert, want hoeveel werk is het nu helemaal om een stukje te typen? Ideeën genoeg in mijn hoofd. Maar even gaan zitten om wat woorden uit dat hoofd op mijn scherm te brengen was er blijkbaar niet bij. Ik moest me schamen. Of toch niet?

Dat ik niets had voorbereid, oké, daar kan ik inkomen. De laatste weken van 2022 waren druk met naar Nederland reizen, de dochters en schoonzoons bezoeken en bovenal onze kersverse kleinzoon ontmoeten. Toen had ik wel andere dingen aan mijn hoofd. 

Maar inmiddels zijn we alweer een week terug op het eiland. En wat heb ik die dagen gedaan?
Nou ja, in eerste instantie had ik natuurlijk weer een jetlag. Gek genoeg wordt dat niet minder naarmate we vaker op en neer reizen. Sterker nog, het lijkt wel erger te worden. Richting Nederland is het ergst, maar terug naar Curaçao valt ook nog steeds niet mee.
En toen ik weer een beetje mens was, moesten mijn planten water en de katten aandacht. En het was enorm groeizaam weer geweest, dus het pad van de plek waar onze auto’s staan naar ons huis stond vol met kniehoog gras. Dat loopt niet prettig. Laat staan dat er een auto naar boven kon rijden, wat af en toe wel handig is met zware spullen. Ik moest dus even een paar kruiwagens gras uittrekken.
Boodschappen moesten er ook gedaan worden. Gelukkig niet met spoed. We laten de koel/vrieskast gewoon aan staan als we weggaan. Kost niets, we hebben zonnepanelen en batterijen. We hadden dus de eerste paar dagen gewoon eten. Maar na een dag of vier was de voorraad ingevroren voedsel wel op (ik heb maar een kleine vriesruimte). Ik had me met blikjes nog een paar dagen kunnen behelpen, maar het kattenvoer was ook bijna op en dat kon natuurlijk niet. 

Wij “hebben” twee katten. Ik zet “hebben” tussen aanhalingstekens, omdat het eigenlijk wilde katten zijn, die het wel handig vinden dat wij ze voeren. En af en toe een beetje aandacht vinden ze ook wel fijn. Als we weg zijn, zorgen ze prima voor zichzelf, maar als we thuis zijn, hebben ze recht op twee keer per dag brokjes. Vinden zij. En wij eigenlijk ook. Dus moesten er brokjes gehaald worden. En als je dan toch boodschappen gaat doen, kun je meteen beter de hele voorraad aanvullen. Dat moet helaas wel bij drie supermarkten, want nergens hebben ze alles wat ik zoek.
Verder had echtgenoot frisse zin om een grote klus aan te pakken en dus moest er hout besteld worden en schroeven gekocht. We besloten dan meteen maar efficiënt te zijn (een ritje naar de stad duurt 50 minuten) en alles tegelijk te doen. Om het leuk te houden, deden we tussendoor ook nog even een lunch op een terras. Toen was er een dag om.
Eens denken… Wat nog meer? O ja. De boekhouding. Die moest ook dringend bijgewerkt worden. Had ik in Nederland niets aan gedaan vanwege extra bezoekjes aan voorgenoemde kleinzoon. En de aangiftes van deze maand moesten er ook deze week uit. Daar heb ik de afgelopen twee dagen mijn computertijd aan besteed. Ja, zo komt de week wel om.
Eigenlijk kan ik er dus niets aan doen dat ik een week te laat ben.

Maar nu is het dan zover. Tijd om serieus een stukje te gaan schrijven. Niet dat ik verder niets te doen heb, maar als ik moet wachten tot de tuin volledig onkruidvrij is, zijn we weer een jaar verder. En in ons grote huis, dat nog steeds niet af is, kan ik ook wel altijd iets te doen vinden. Maar als ik het schrijven echt weer op wil pakken, zal ik er tijd voor moeten maken.
Het gekke is, dat ik bijna geneigd was om het er maar bij te laten zitten, omdat ik het zo slordig vind staan om in week 2 te beginnen, in plaats van netjes in week 1. Of is dat een smoesje? Vind ik het gewoon een beetje eng om na zo’n lange pauze weer wekelijks een stukje over mijn leven te schrijven? Ben ik bang dat niemand het wil lezen of dat men het “stom” vindt, of niet goed genoeg, of saai?
Ik ben bang dat dát het is (lastig hoor, als je jezelf zo goed doorhebt). Belachelijk om op mijn leeftijd nog zo onzeker te zijn. Dat is een van de dingen waar ik dit jaar aan wil werken. En dus gaat dit stukje gewoon online. In de tweede week. En we zien wel of er nog iemand is die het leest.

Ik gaf mezelf een denkbeeldig schouderklopje

Geplaatst op 24/01/2022 door Geertrude Verweij

Ik stond al zeker tien minuten in de rij voor het keuringslokaal en ik was nog lang niet aan de beurt.
Je auto laten keuren gaat hier een beetje anders dan in Nederland.

Te beginnen met het feit dat de keuring een overheidsdienst is waarvoor je naar het keuringslokaal moet gaan. Je kunt het eventueel door je garage laten doen, maar dat houdt in dat die een medewerker met je auto naar dat keuringslokaal stuurt. En als we dan toch naar de stad moeten rijden om de auto in te leveren, kunnen we het net zo gemakkelijk zelf doen. Hoeven we hem ook niet aan het eind van de dag weer op te halen.
Onze afspraak was tussen acht uur en half negen. Aangezien wij in het uiterste westen van Curaçao wonen is het keuringslokaal drie kwartier rijden, als je ervanuit gaat dat je dóór kunt rijden. Daar gaan wij na drie jaar op het eiland niet meer vanuit, dus rekenen we een uur voor zo’n rit. Zeven uur weg dus. Nou ja, het moest maar.
We waren er precies om acht uur, maar helaas waren alle anderen die in dat half uur moesten keuren er ook precies om acht uur. De rij was dus lang. Maar goed, als je daar doorheen bent, mag je betalen en krijg je het keuringsformulier. Daarna is het zo gebeurd.
Keuren houdt namelijk in dat je laat zien dat je lichten en richtingaanwijzers werken. Vervolgens moet je een half metertje rijden en hard op de rem trappen. Op het groene formuliertje staan wel meer punten die gekeurd moeten worden, maar dat doen ze eigenlijk nooit.
Na deze korte controle moet je nog even wachten op je nieuwe keuringsbewijs en dan is het leed weer geleden.
Het keuringsbewijs van vorig jaar had ik in mijn handen terwijl ik in de rij stond. En omdat ik daar al tien minuten stond en verder toch niets te doen had, bekeek ik het nog eens goed. Datum keuring was precies een jaar geleden. Ik gaf mezelf een denkbeeldig schouderklopje omdat ik er – ondanks allerlei vertragingen – nog zo keurig op tijd bij was. En toen viel mijn oog op het getal eronder. Twee. Twee? Twee wat? Jaren geldig. Twee jaren geldig? Het duurde heel even voor het kwartje viel. Ik wenkte echtgenoot die bij de auto stond te wachten (met z’n tweeën in de rij mag niet meer), want ik was niet van plan mijn plaats in de rij op te geven voor ik het zeker wist. Maar hij bevestigde wat ik inmiddels ook begrepen had, maar wat wij allebei niet eerder hadden gezien. De auto hoefde helemaal niet gekeurd te worden.
Tja. Gelukkig waren we niet helemaal voor niets naar de stad gereden, want de autoverzekering moest ook betaald worden. Dat kan alleen met geldige keuringskaart, maar die hadden we, dus dat was snel geregeld. Persoonlijk, bij de kassa van het verzekeringsbedrijf, want zo gaat dat hier.
Met een geldig verzekeringsbewijs konden we de wegenbelasting gaan betalen (persoonlijk, op het postkantoor) en dan zouden we weer klaar zijn voor een jaar. Maar helaas, de stickers die je als bewijs van betaling op je ruit moet plakken waren nog niet gearriveerd. Dat moest dus nog even wachten. Geen groot probleem, want meestal beginnen ze begin maart aan te kondigen dat ze eind maart toch echt boetes gaan uitdelen als je de wegenbelasting niet betaald hebt. Ze doen hier niet zo moeilijk.
Wij ook niet. Dan rijden we nog wel een keer naar de stad. Zo gaat dat hier nu eenmaal…

(foto van Tim Samuel)

  • Previous
  • 1
  • …
  • 3
  • 4
  • 5
  • 6
  • 7
  • 8
  • 9
  • …
  • 48
  • Next

Welkom!

Ik ben Geertrude, echtgenote van 1, (schoon)moeder van 5 en oma van 2.
Ik ben boekhouder, redacteur en schrijfster van beroep en hou van lezen, fotograferen, breien, naaien, tuinieren, kruidengeneeskunde en nog veel meer.
Hier schrijf ik over alles wat me bezighoudt en soms ook over mijn pogingen eens wat rustiger aan te doen.
Meer over mij vind je hier.

Archief

© 2026 Geertrude blogt | Aangedreven door Minimalist Blog WordPress thema